Voorstel ontwerp-wijzigingsbesluit GR-VRU voor zienswijzen raden.pdf
Tekst van het document
VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT Datum
Gemeente Leusden
22 augustus 2022
Ingekomen: contactpersoon
2 6 AUG. 2022 de colleges van B&W van de VRU-gemeenten
Mr WJ. Bijleveld Stafafdeling B&C
Reg.nr.:
in afschrift aan - de burgemeesters van de VRU-gemeenten, tevens leden van het algemeen bestuur van de VRU
- de gemeentesecretarissen van de VRU-gemeenten
Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
088 878 1000 bestuurtijke.zaken@vru.nl
Ons kenmerk
22.0008543 Onderwerp
Uw kenmerk
Voorstel ontwerp- wijzigingsbesluit GR-VRU voor zienswijzen raden
Bijlagen
Geacht college,
3
De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht is voor het laatst inhoudelijk gewijzigd
per 1 januari 2016. In het algemeen bestuur van 4 juli 2022 is besloten dat een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling VRU nodig is. Het bestuur van de VRU stelt u daarom voor om de Gemeenschappelijke regeling VRU (verder: GR-VRU) te wijzigen. In de bijlage treft u een ontwerp-wijzigingsbesluit van de GR-VRU. Dit wordt aan alle colleges van de VRU voorgelegd ten behoeve van het kenbaar maken van zienswijzen door de gemeenteraden op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr).
Wij verzoeken u in te stemmen met het voorgestelde ontwerp-wijzigingsbesluit en het aan uw
raad voor te leggen ten behoeve van het kenbaar maken van zienswijzen. Eventuele wensen uwerzijds, alsmede uw oordeel ten aanzien van eventuele zienswijzen van de raad, kunt u aan ons
kenbaar maken.
Aanleiding Het voorstel komt voort uit ontwikkelingen met betrekking tot twee thema's, namelijk de door
het bestuur van de VRU gewenste systematiek van het dagelijks bestuur en de wijziging van de Wgr. In deze brief en bijgevoegde toelichting gaan we voor beide thema's in op de voorgestelde
wijzigingen, de argumentatie daarvoor en wat dit betekent voor de gemeente. Ook is een modelbrief bijgevoegd die u kunt gebruiken voor het aanbieden van het voorstel aan uw raad ten
behoeve van het vragen van de zienswijzen. De bijgevoegde toelichting kan tevens worden gebruikt voor het Informeren van de raad. a.
Systematiek dagelijks bestuur.
In zijn vergadering van 28 maart 2022 heeft het algemeen bestuur van de VRU besloten om de samenstelling en zittingstermijnen van het dagelijks bestuur aan te passen. Hiermee wordt de
roulatie verbeterd, de continuïteit van het voorzitterschap beter geborgd, en het dagelijks bestuur
uitgebreid, om portefeuilles beter te spreiden. Om dit mogelijk te maken is een wijziging van de GR-VRU noodzakelijk. Daarbij is bestuurlijk de wens uitgesproken deze zo spoedig mogelijk door te voeren.
b.
Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De Eerste Kamer heeft op 14 december 2021 ingestemd met een wijziging van de Wgr en de
Gemeentewet met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging treedt op
1 juli 2022 in werking. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot de invloedsmogelijkheden van de raden De
Wij helpen mensen in nood, motiveren mensen om zelfredzaam te zijn en drogen bij aan het wegnemen van onveilige situaties. Elke dag weer, en steeds beter.
Pagina
1
4
VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT
doelstelling van de wetswijziging is dat gemeenteraden hiermee meer mogelijkheden krijgen om hun kaderstellende en controlerende rol binnen deze samenwerkingsverbanden te versterken. Het bestuur van de VRU heeft de bepalingen uit de gewijzigde Wgr getoetst aan de huidige GRVRU en de door de VRU georganiseerde betrokkenheid van de raden, in samenhang met de
invloedsmogelijkheden op grond van de Wet veiligheidsregio's. In de Wet veiligheidsregio's is al
een aantal wettelijke vormen van inspraak opgenomen voor de belangrijkste taak- en beleidsdocumenten, zoals het regionaal risicoprofiel en het beleidsplan. Daarnaast worden de
raden op grond van onze huidige gemeenschappelijke regelingen betrokken bij zowel de begrotingscyclus als de verantwoording via de jaarstukken. Hierbij wordt ook invulling gegeven aan de actieve informatieplicht door in te gaan op lopende ontwikkelingen en risico's. Ook zet de
VRU in op extra betrokkenheid van de raden buiten formele instrumenten en procedures, zoals
raadsinformatiebijeenkomsten over specifieke onderwerpen. Op deze manier kan flexibeler worden ingespeeld op de actualiteit en de behoeften van de raden.
Vanuit het algemeen bestuur is de behoefte geuitom de werkwijze ten aanzien van de planning
en control-cyclus zoveel mogelijk af te stemmen met de andere grote gemeenschappelijke regelingen. Hier wordt invulling aan gegeven door de nieuwe wettelijke termijnen onverkort toe
te passen en daarnaast de verplichting op de zienswijze ten aanzien van de kadernota te laten
vervallen. Om de informatiepositie in stand te houden, zal wel een kaderbrief naar de raden worden toegestuurd. Eventuele financiële effecten worden pas in de ontwerpbegroting verwerkt,
nadat daar expliciete besluitvorming door het algemeen bestuur over heeft plaatsgevonden. De
gemeenteraden worden via de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting in de gelegenheid gesteld om daarop een zienswijze te geven. Waarom nu? Het bestuur van de VRU wil de wijzigingen met betrekking tot het dagelijks bestuur zo spoedig
mogelijk doorvoeren. Voor de verwerking van de wetswijzigingen van de Wgr geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2024. De reden dat wij dit ontwerp reeds nu aan de colleges en raden
voorleggen is, zodat we nu beide voorgestelde wijzigingen combineren. Hierdoor wordt voorkomen dat we de colleges en raden niet twee keer vlak achter elkaar met besluitvorming. Wij
zijn ons bewust van het feit dat we korte tijd na inwerkingtreding van de gewijzigde Wgr reeds
komen met implementatievoorstellen, en uw raad mogelijk nog geen definitieve visie met betrekking tot de invulling van de wijzigingen heeft ontwikkeld. Verzoek en vervolg
Wij verzoeken u in te stemmen met het voorgestelde ontwerp-wijzigingsbesluit en uw raad zo
spoedig mogelijk bijgevoegd ontwerp-wijzigingsbesluit aan te bieden voor het kenbaar maken van zienswijzen. Op grond van het gewijzigde artikel 1 van de Wgr heeft uw raad een termijn van 8 weken na ontvangst van het ontwerp voor het kenbaar maken van zienswijzen. Gezien de
spoedige start van het zomerreces ligt het voor de hand het ontwerp eerst na het reces aan te bieden, opdat de raad zijn reactie tijdig kan formuleren.
Ten behoeve van de tijdige verwerking in een definitief voorstel, verzoeken wij u daarom de raad op een zodanig moment aan te bieden dat u ons uiterlijk 18 november 2022 de zienswijzen van
uw raad, alsmede eventuele reactie daarop, of wensen van, uw college aan het bestuur van de VRU door te geven. Vervolgens worden door de VRU definitieve voorstellen voor het algemeen
bestuur van 6 februari 2023 voorbereid. Daarna kan het dagelijks bestuur het conceptwijzigingsbesluit aan de colleges voorleggen en kan de definitieve procedure voor instemming van
Uw kenmerk
Ons kenmerk
Pagina
22.0008543
2
»
VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT
de colleges met de concept-wijzigingsbesluiten, en toestemming van de raden, starten. Naar
verwachting is de GR-VRU in de eerste helft van 2023 gewijzigd.
Mochten er vanuit de raad vragen aan de VRU komen, dan kunnen deze via de gebruikelijke
raadsvragenprocedure via uw gemeentelijk accountfunctionaris worden behandeld. Met vriendelijke groet,
het dagelijks bestuur, ■-V
i■'l
-SnWvttnjksma
J.R. Donker
voorzitter
secretaris
Veiligheidsregio Utrecht Postbus 3154
3502 GD Utrecht 088 8781000
info@vru.nl
www.vru.nl brandweer.nl/utrecht
C; veiligheidsregioutrecht
ïf @vrutrecht Oüi @vrubrandweer Iban
NL18 BNGH0285 133179
kvk Uw kenmerk
Ons kenmerk
22.0008543
51817330 Pagina
3
Toelichting Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke regeling VRU Behorende bij de brief d.d. 22-8-2022 aan de colleges van B & W van de VRU-gemeenten
Inleiding Deze toelichting is een aanvulling op de brief d.d. 22-8-2022 met het ontwerp-wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling VRU (verder: GR-VRU). Het ontwerp-wijzigingsbesluit heeft betrekking op twee thema's:
a.
Systematiek dagelijks bestuur.
b.
Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hieronder wordt voor de systematiek dagelijks bestuur en de wijzing van de Wet gemeenschappelijke regelingen nader
toegelicht wat de voorgestelde wijzigingen zijn en de argumentatie daarvoor is.
Systematiek dagelijks bestuur De afgelopen periode is door het algemeen bestuur en dagelijks bestuur van de VRU meermalen gesproken over
verbetermogelijkheden met betrekking tot het functioneren van het dagelijks bestuur in relatie tot het algemeen bestuur. Dit is uitgemond in een besluit van het algemeen bestuur in zijn vergadering van 28 maart 2022 om de samenstelling en
zittingstermijnen van het dagelijks bestuur aan te passen. Om dit mogelijk te maken is een wijziging van de GR-VRU noodzakelijk. Daarbij is de wens uitgesproken deze zo spoedig mogelijk door te voeren.
a.
Maximeren aantal zittingstermijnen In de huidige GR VRU is een zittingstermijn van vier jaar vastgelegd zonder maximum aantal termijnen. Om
doorstroom te stimuleren wordt voorgesteld om de zittingstermijn te maximeren op twee keer vier jaar voor de leden van het dagelijks bestuur. Daarbij wordt tevens de regel afgeschaft dat bij tussentijds aftreden van een lid van het
dagelijks bestuur een tijdelijke vervanger wordt aangewezen om de termijn uit te dienen voordat een nieuw lid voor vier jaar wordt benoemd. Bij aftreden van een lid wordt voortaan gelijk een nieuw lid gekozen voor vier jaar.
b.
De plaatsvervangend voorzitter vast lid dagelijks bestuur.
Op grond van de huidige GR-VRU kan het algemeen bestuur elke vier jaar besluiten de plaatsvervangend voorzitter te
(her)benoemen tot lid van het dagelijks bestuur. De afgelopen jaren is de burgemeester van Amersfoort als constante factor ook als lid van het dagelijks bestuur aangewezen geweest. Het algemeen bestuur heeft de wens dat de plaatsvervangend voorzitter automatisch lid van het dagelijks bestuur wordt. Het maximeren van de zittingstermijnen
geldt dan voor de leden, uitgezonderd de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. c.
Uitbreiden aantal leden dagelijks bestuur In de huidige GR-VRU is de omvang van het dagelijks bestuur vastgelegd als de voorzitter en vier leden. Tot nu toe is
het aantal van vijf leden toereikend en passend gebleken. Om enkele zware portefeuilles te kunnen verdelen die nu
belegd zijn bij één lid van het dagelijks bestuur, is het wenselijk om deze te spreiden over twee leden. Hiervoor is het nodig dat het dagelijks bestuur één lid meer krijgt, zoals voorgesteld.
Wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen Inleiding De Eerste Kamer heeft op 14 december 2021 ingestemd met een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen
(verder: Wgr) en de Gemeentewet met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging treedt op 1 juli 2022 in werking. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke
regelingen met betrekking tot de invloedsmogelijkheden van de raden. Gemeenteraden krijgen hiermee meer mogelijkheden om hun kaderstellende en controlerende rol binnen deze samenwerkingsverbanden te versterken.'
De wijziging van de Wgr bevat twee soorten bepalingen. Enerzijds zijn een aantal bepalingen direct werkend. Anderzijds
leidt deze wetswijziging tot een aantal verplicht op te nemen onderdelen in, en daardoor aanpassing van, de bestaande gemeenschappelijke regelingen. De verplicht op te nemen onderdelen zijn vrij uit te werken verplichte bepalingen in de gemeenschappelijke regelingen.
Pagina
1
Door de wijziging van de Wgr is een wijziging van een aantal onderdelen van de GR-VRU noodzakelijk. Voor de gemeenschappelijke regelingen geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2024, dan dienen zij hun regeling te hebben
aangepast.
De direct werkende bepalingen Deze bepalingen gaan direct in werking op 1 juli 2022. Voor de VRU betekent dat dat termijnen, procedures en
verplichtingen van rechtswege veranderen. Het initiatief van de mogelijkheid van de gemeenschappelijke adviescommissie ligt bij de raden zelf. Bij het treffen, wijzigen en het toe- en uittreden van de gemeenschappelijke regeling moet vóór de vaststelling a.
met toestemming van de raden ook een ontwerp van de regeling, of de wijziging daarvan, voor zienswijzen aan de
raden worden toegezonden, met een reactietermijn van 8 weken. (De brief waarbij deze toelichting hoort vloeit
voort uit deze wijziging.) De toestemming blijft ongewijzigd vereist na de zienswijzenronde. b.
In de wet worden de termijnen/data op het gebied van zienswijzeprocedure en begrotings- en jaarrekeningcycli
gewijzigd. De deadline voor indienen van de begroting verschuift van 1 augustus naar 15 september; van de kaders en de jaarrekening van 15 april naar 30 april; en van de ontwerpbegroting van 8 weken naar 12 weken
voordat die aan het bestuur wordt aangeboden/vastgesteld. Deze termijnen moeten worden overgenomen in de GR-VRU. c.
Op zienswijzen met betrekking tot de ontwerp-begroting moet het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd
reageren naar de raden voor behandeling in het algemeen bestuur. d.
De passieve informatieplicht wordt uitgebreid met een actieve informatieplicht en de GR moet regelen hoe die informatie wordt verstrekt. Er gaat een actieve inlichtingenplicht vanuit bestuur naar alle gemeenteraden gelden.
De huidige GR-VRU voorziet hier al in. e.
Op initiatief van de raden van de deelnemende gemeenten kan een gemeenschappelijke adviescommissie van
raadsleden worden ingesteld die het algemeen bestuur van advies voorziet, de besluitvorming van de raden van
de deelnemende gemeenten kan voorbereiden of deze raden van advies kan voorzien.
Verplichte onderdelen in GR Voor de uit te werken bepalingen moet worden bepaald op welke wijze deze worden opgenomen in de GR-VRU. Van belang hierbij is op te merken dat de veiligheidsregio een verplichte gemeenschappelijke regeling is, waarbij bij of krachtens
andere wetten, waaronder de Wet veiligheidsregio's, ook taken en bevoegdheden zijn bepaald en inrichtingseisen zijn gesteld. Het gaat om onderstaande verplichte bepalingen: a. b.
Of de raden van de deelnemende gemeenten zienswijzen kunnen geven op bepaalde ontwerp-bestuursbesluiten. Of er burgerparticipatie casu quo inspraakmogelijkheid is voor ingezetenen en andere belanghebbenden op bepaalde ontwerp-bestuursbesluiten.
c.
De uitwerking van hoe de informatie wordt verstrekt in het kader van de actieve informatieplicht.
d.
Of evaluatieverplichting noodzakelijk is en hoe.
e.
In de uittredingsbepalingen moeten de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam en de deelnemers
worden geregeld.
Algemene lijn Het bestuur van de VRU heeft deze bepalingen getoetst aan de huidige GR-VRU en de door de VRU georganiseerde betrokkenheid van de raden, in samenhang met de invloedsmogelijkheden op grond van de Wet veiligheidsregio's. Daaruit
kan worden geconcludeerd dat de VRU al voldoet aan de doelstelling van deze wetswijzing, namelijk voldoende invloed van de raden bij de taakuitvoering van de VRU. In voorliggende ontwerp-wijzigingsbesluit wordt daarom een voorstel gedaan voor de invulling van de verplicht uit te werken bepalingen, alsmede het laten vervallen van de formele
zienswijzenprocedure op de kadernota.
Implementatie wijzigingen Wgr Met betrekking tot de implementatie van de Wgr wordt door de VRU voorgesteld om de GR-VRU conform het bijgevoegde
ontwerp-wijzigingsbesluit te wijzigen. Hieronder wordt per onderwerp aangegeven wat de argumenten zijn waarmee tot de voorgestelde wijzigingen is gekomen. 1.
Termijnen en vereenvoudiging P&C-cyclus
De termijnen die worden genoemd in de GR-VRU met betrekking tot de P&C-cyclus worden aangepast aan termijnen in de Wgr. Daarnaast wordt ook nog een inhoudelijke wijziging voorgesteld. Binnen het algemeen bestuur is namelijk
ook de wens uitgesproken om de P&C cyclus minder dominant te laten zijn in de vergaderingen. Met name ten aanzien van de zienswijzeprocedures zou dit een tijdsbesparing kunnen opleveren bij de gemeenten en de VRU. Hoewel dit
Pagina
2
haaks lijkt te staan op de ratio achter de wetswijziging, wordt er vanuit gegaan dat de huidige invloed van raden kan
worden geborgd en in ieder geval verminderde belasting qua stukken wordt bereikt. Bovenwettelijke zienswijzenprocedures In de huidige GR-VRU zijn twee aanvullende/bovenwettelijke bepalingen opgenomen: zienswijzemogelijkheid op de
voorlopige jaarstukken en op de kadernota.
la Voorlopige Jaarstukken De zienswijzemogelijkheid op de voorlopige jaarstukken wordt in de praktijk meegenomen in dezelfde zienswijzeronde van de ontwerp-begroting. Hierbij wordt met name gebruik gemaakt van de zienswijzemogelijkheid om te reageren op
het voorstel voor de resultaatbestemming. Gelet op deze functie in relatie tot de beperkte extra inspanning wordt geadviseerd om de bepaling over de zienswijze over de voorlopige jaarstukken te handhaven.
2a Kadernota
De in de huidige GR-VRU verplichte zienswijzeprocedure voor de kadernota is een bijzondere procedure. Omdat het bieden van een mogelijkheid voor zienswijzen geen wettelijk vereiste is, wordt voorgesteld de zienswijzeprocedure te
laten vervallen en de kadernota in zijn huidige vorm worden vervangen door een informatieve (kader)brief waarin de gemeenten op de hoogte worden gesteld van:
de verwachte meerjarige ontwikkeling van het financiële kader
eventuele beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect.
De verwachte ontwikkeling van het financiële kader betreft uitsluitend de technische actualisatie van het financiële
kader1 op basis van de meest recente circulaires voor het gemeentefonds en de rijksbijdrage. Zo blijven de gemeenten
tijdig over de benodigde financiële informatie beschikken om te verwerken in hun eigen begroting. Daarnaast zal het bestuur van de VRU normaliter besluiten om de raden formeel zienswijzen te vragen op de kadernota. Eventuele financiële effecten worden pas in de ontwerpbegroting verwerkt, nadat daar expliciete besluitvorming door
het algemeen bestuur over heeft plaatsgevonden. De gemeenteraden worden via de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting, bedoeld in artikel 35 Wgr, in de gelegenheid gesteld om daarop een zienswijze te geven.
2.
Zienswijzen raden bij bestuursbesluiten
In de GR-VRU is, afgezien van de besluiten met betrekking tot de begrotingscyclus geen mogelijkheid voor zienswijzen
opgenomen. In de Wet veiligheidsregio's is voor een aantal belangrijke besluiten reeds betrokkenheid van de raden georganiseerd. Dit zijn de belangrijkste besluiten van de VRU voor wat betreft haar taakuitvoering, oftewel het 'wat' of
de 'output'. Boven op de wettelijke procedures geeft het bestuur van de VRU op enkele van die besluiten de raden ook de mogelijkheid om te reageren op ontwerp-besluiten, zoals het Regionaal Risicoprofiel. Het grootste deel van de
overige besluiten betreft de bedrijfsvoering en interne organisatie van de VRU, oftewel het 'hoe'. Daarnaast worden de gemeenten ook ambtelijk betrokken bij de vaststelling van belangrijke besluiten. Daarbovenop zienswijzen verplicht stellen voor bepaalde besluiten, leidt in ieder geval toe tot meer institutionele vertraging. Daarom is er voor gekozen
om de huidige praktijk, waarbij het bestuur zelf bepaalt voor welke besluiten aanvullend zienswijzen worden gevraagd
in stand te laten. Het voorstel is om geen besluiten aan te wijzen, waarvoor zienswijzen verplicht zijn.
3.
Burgerparticipatie casu quo inspraakmogelijkheid voor ingezetenen en andere belanghebbenden.
In de GR-VRU is geen mogelijkheid voor burgerparticipatie opgenomen. De VRU heeft een wettelijke opdracht en
wettelijke taken die zij voor de inwoners en bedrijven in Utrecht op gelijk niveau moet uitvoeren en aanbieden. Daarbij past niet dat bepaalde (groepen van) burgers zich in dit keuzeproces mengen. Daarnaast gelden grofweg dezelfde
overwegingen die voor zienswijzen gelden. Het voorstel is om geen besluiten aan te wijzen, waarvoor
burgerparticipatie verplicht is. 4.
Evaluatie
De GR-VRU kent op dit moment geen evaluatiebepaling. Een evaluatiemogelijkheid lijkt goed te passen om de
werkwijze van de VRU periodiek te toetsen aan de behoeften van de raden. Het voorstel is om het algemeen bestuur periodiek, doch ten minste eens in de zes jaar zorg te laten dragen voor evaluatie van de regeling. Op die manier kan
worden georganiseerd dat halverwege een raadstermijn de vorige raadstermijn en de lopende termijn kunnen worden geëvalueerd. Op die manier vindt de evaluatie plaats met ingewerkte raadsleden. Deze evaluatie ziet slechts op de
1 Bijstelling gemeentefonds (verdeelsleutel), Loon- en prijsaanpassing, ontwikkeling FLO-overgangsrecht en ontwikkeling rijksbijdrage.
Pagina
3
r'
>
taakuitvoering, oftewel de output van de VRU. De interne aangelegenheden casu quo de wijze van bedrijfsvoering vallen niet onder deze evaluatieplicht. Raden kunnen desgewenst via hun burgemeester input leveren.
5. Actieve informatieplicht
Artikel 3.4 van de huidige GR-VRU voorziet al in de actieve informatieverstrekking, zoals bedoeld in de gewijzigde Wgr. Dit komt inhoudelijk reeds overeen met het artikel in de gemeentewet waarnaar wordt verwezen. Het voorstel is om dit
artikel ongewijzigd te laten.
6. Uittredingsbepalingen De huidige uittredingsbepalingen in de GR-VRU komen overeen met wat meestal gebruikelijk is in gemeenschappelijke regelingen. De uittredingsbepalingen zijn aangepast, zodat deze minimaal aan de eisen van de gewijzigde Wgr voldoen. Uittreding is slechts mogelijk na wijziging van de bijlage bij de Wet veiligheidsregio's met de regio-indeling, bij wijziging
van gemeente- of provinciegrenzen. Dat betekent dat deze alsdan ook verplicht is en daardoor een bijzonder karakter
kent. De invulling van deze wetswijziging is in de praktijk nog niet uitgekristalliseerd. Ook zijn er in de kamerstukken
weinig aanknopingspunten te vinden over de materiële invulling in de regleling. Daarom is gekozen voor een zo generiek mogelijke invulling van deze bepaling. Vervolg
De raden kunnen eventuele zienswijzen kenbaar te maken aan het college ten aanzien van het bijgevoegde ontwerpwijzigingsbesluit GR-VRU.
De colleges zullen vervolgens de zienswijzen van de raden en hun standpunten uiterlijk 18 november 2022 aan het bestuur van de VRU kenbaar maken. Vervolgens worden door de VRU definitieve voorstellen voor het algemeen bestuur van 6 februari 2023 voorbereid.
Daarna kan het dagelijks bestuur het concept-wijzigingsbesluit aan de colleges voorleggen en kan de definitieve
procedure voor instemming van de colleges en toestemming van de raden met de concept-wijzigingsvoorstellen starten.
Naar verwachting is de GR-VRU in de eerste helft van 2023 gewijzigd.
Pagina
4
<
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden,
Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist;
ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd;
overwegende: dat de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht laatstelijk per 1 januari
2019 is aangepast in verband met het toetreden van de gemeente Vijfheerenlanden; dat het bestuur van de VRU de wens heeft de samenstelling en zittingstermijnen van het dagelijks bestuur aan te passen, in verband met de doorstroming en
portefeuilleverdeling, alsmede de continuïteit van het lidmaatschap van de plaatsvervangend voorzitter;
dat een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022 in werking is getreden, welke noopt tot het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling VRU;
gelet op: de Wet veiligheidsregio's;
de Wet publieke gezondheid; de Wet gemeenschappelijke regelingen. de Gemeentewet; de toestemming van de gemeenteraden van Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten,
De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug,
Veenendaal, Vianen, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist, overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht als volgt te wijzigen:
Artikel I De Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 2.5 wordt een artikel ingevoegd dat luidt: 2.5a Zienswijzen
Er zijn geen besluiten van het algemeen bestuur, waarvoor aan de raden vooraf zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 2.7 wordt als volgt gewijzigd: In het eerste lid wordt na 'voorzitter' ingevoegd:, de plaatsvervangend voorzitter. Het derde lid wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
3. Een lid van het algemeen bestuur kan maximaal twee opeenvolgende periodes worden aangewezen als lid van het dagelijks bestuur.
Na het vierde lid wordt een vijfde lid ingevoegd dat luidt: 5. Bij langdurige ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur, kan het dagelijks bestuur
een plaatsvervanger aanwijzen voor de duur van de ontstentenis. Het algemeen bestuur besluit over bekrachtiging van deze aanwijzing in zijn eerstvolgende vergadering. Indien het algemeen
bestuur besluit de aanwijzing niet te bekrachtigen, dan eindigt de plaatsvervanging de dag
volgende op dat besluit.
Na artikel 2.8 wordt een artikel ingevoegd dat luidt: 2.8a Zienswijzen
Er zijn geen besluiten van het dagelijks bestuur, waarvoor aan de raden vooraf zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke
regelingen.
Artikel 2.10 wordt als volgt gewijzigd:
Na 'vast' wordt ingevoegd:, waarin in ieder geval leden van het dagelijks bestuur worden opgenomen als verdere plaatsvervangers.
Na artikel 2.10 wordt een artikel ingevoegd dat luidt: 2.10a Zienswijzen
Er zijn geen besluiten van de voorzitter, waarvoor aan de raden vooraf zienswijze dient te worden gevraagd, bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Na artikel 3.9 wordt een artikel ingevoegd dat luidt: Artikel 3.9a Burgerparticipatie
Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken,
voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het bestuur bepaald.
Artikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd:
Het opschrift van het artikel komt als volgt te luiden:
Artikel 4.3 Algemene financiële en beleidsmatige kaders Het tweede en derde lid vervallen.
Artikel 4.4 wordt als volgt gewijzigd.
In het eerste lid wordt 'acht' vervangen door: twaalf.
*
Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot zevende lid tot vijfde tot
achtste lid, een lid ingevoegd dat luidt:
4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de
zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. In het aldus tot zevende lid vernummerde lid wordt '1 augustus' vervangen door: 15 september.
In het aldus tot achtste lid vernummerde lid wordt '1 augustus' vervangen door: 15 september.
Artikel 5.2 wordt als volgt gewijzigd: Onder vernummering van het vierde tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. De berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding, komen voor rekening van de uittredende gemeente. Indien er als gevolg van de uittreding personele
consequenties zijn, dient daarvoor een sociaal statuut te worden vastgesteld.
Artikel 5.3 wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt 'tweede en derde lid' vervangen door: tweede tot en met vijfde lid.
Na artikel 6.1 wordt een artikel ingevoegd dat luidt: Artikel 6.1a Evaluatie Het algemeen bestuur draagt ervoor zorgt dat de regeling periodiek, doch tenminste één maal per zes jaar wordt geëvalueerd.
Artikel II Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan, onverminderd het bepaalde in
artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Aldus vastgesteld te Utrecht d.d. [datum].