CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verweerschrift vws Doornseweg 29b def AVG.pdf

Raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 3a: Dossierstukken bezwaar Doornseweg7.349 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ESB LEGAL B.V. ANNE FRANKSTRAAT 121 1018 BZ AMSTERDAM P.O. BOX 75538 1070 AM AMSTERDAM M +31(0)627084477 SAMUELSBRUSSE@SOURCE.LAW WWW.SOURCE.LAW

Adviescommissie Bezwaarschriften Van de gemeente Leusden Postbus 150 3830 AD LEUSDEN

AMSTERDAM

23 februari 2021

UW REF.

DOSSIERNR.

20200014

INZAKE

ERIKA SAMUELS BRUSSE, ADVOCAAT

verweerschrift

SAMUELSBRUSSE@SOURCE.LAW

Geachte Commissie, Namens de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden wordt hierbij gereageerd op het bezwaarschrift van 14 januari 2021 dat ziet op het perceel Doornseweg 29b te Leusden. 1. Inleiding Bij brief van 19 oktober 2020 van de heer Wouters is aan het college het verzoek gedaan om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid en het bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat de voor de locatie Doornseweg 29b geldende aanduiding ‘camping toegestaan’ vervalt. Omdat het college geconcludeerd heeft dat de wijzigingsbevoegdheid niet meer geldt en het college derhalve niet bevoegd is tot wijziging van de bestemming, heeft het college dit verzoek voorgelegd aan de raad. Bij besluit van 10 december 2020 heeft de raad besloten: • Het verzoek, om de aanduiding 'camping toegestaan' van de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen (artikel 10 lid 4) op het perceel Doornseweg 29b te verwijderen, niet te honoreren. Waarbij wordt aangetekend dat elke verwijzing naar, dan wel argumentatie voor, de plannen van DeRecreatie niet is meegewogen als onderbouwing •

voor dit besluit; concept antwoordbrief conform bijgaand voorstel vast te stellen en te verzenden, waarin elke referentie naar (de plannen van) DeRecreatie als argument voor het raadsbesluit is verwijderd.

Bij brief van 11 december 2020 is dit besluit aan de heer Wouters bekend gemaakt. In die brief is aangegeven dat de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4 van het bestemmingsplan Buurtschappen niet meer geldt, hetgeen betekent dat het college niet bevoegd is om de

Onder de handelsnaam SOURCE.law oefenen de praktijkvennootschappen ESB Legal BV (KvK 71726608), Advocatenkantoor Virtú B.V. (KvK 34272334), Franklin’s Law B.V. (KvK 34251332) en Van Haastrecht Advocatuur (KvK 58874720) de advocatenpraktijk uit. Op de werkzaamheden van ESB Legal B.V. zijn haar Algemene Voorwaarden van toepassing, waarin een aansprakelijkheidsbeperking is opgenomen. Deze voorwaarden zijn beschikbaar op onze website.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 2/23

bestemming te wijzigen. Voor de wijziging van de bestemming is een nieuw bestemmingsplan vereist en de raad is vooralsnog niet voornemens een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen en de voor het perceel Doornseweg 29b geldende bestemming te herzien. Het bezwaarschrift is ingediend tegen dit besluit van de raad van 10 december 2020. In het hierna volgende wordt eerst ingegaan op de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift en de bezwaarmakers. Vervolgens wordt het vigerende planologische regime toegelicht waaruit volgt dat het college niet bevoegd is om de bestemming te wijzigen, waarna wordt ingegaan op de aangevoerde bezwaren tegen het raadsbesluit. 2. Ontvankelijkheid 2.1 Bezwaarschrift In de brief van 19 oktober 2020 is aan het college verzocht om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4 van het bestemmingsplan Buurtschappen en de aanduiding 'camping toegestaan' bij het perceel op Doornseweg 29b van de plankaart van het Bestemmingsplan Buurtschappen te halen. Zoals hierna wordt toegelicht, geldt de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4 van het bestemmingsplan Buurtschappen niet meer. Het college is dan ook niet bevoegd tot wijziging van de bestemming. Tegen een weigering om een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan toe te passen staat bezwaar en vervolgens beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open.

Het college is van mening dat hier geen sprake is van een weigeringsbesluit tot toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, maar (slechts) van de vaststelling dat de bewuste wijzigingsbevoegdheid niet meer geldt en daarom niet kan worden toegepast. Voor zover het bezwaarschrift bedoelt te stellen dat de wijzigingsbevoegdheid nog geldt en het besluit van 10 december 2020 (tevens) moet worden aangemerkt als een weigeringsbesluit van het college om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4, dan geldt dat dit verweerschrift tevens is ingediend namens het college van burgemeester en wethouders. Het college heeft het verzoek ruim geïnterpreteerd en aangemerkt als een verzoek tot wijziging van de bestemming, waarvoor een nieuwe beheersverordening of een nieuw bestemmingsplan vereist is. Daarvoor is de raad het bevoegd gezag en het college heeft het verzoek om die reden voorgelegd aan de raad. Voor het bewuste perceel geldt sinds 2013 de beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’. Als het verzoek in de brief van 19 oktober 2020 moet worden

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 3/23

aangemerkt als een verzoek om voor het bewuste perceel aan de Doornseweg 29b een nieuwe beheersverordening vast te stellen, dan staan tegen de afwijzing van dat verzoek door de raad geen rechtsmiddelen open. Tegen de vaststelling van een beheersverordening staan geen rechtsmiddelen open en datzelfde geldt voor de weigering tot vaststelling van een beheersverordening. Als het verzoek moet worden aangemerkt als een verzoek om voor de bewuste locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen, dan staat tegen de afwijzing van dat verzoek bezwaar en vervolgens rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open. De raad heeft het verzoek ook aangemerkt als een verzoek om voor de locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen en om die reden heeft het college in de brief van 11 december 2020 aan de heer Wouters aangegeven dat tegen het besluit van de raad bezwaar open staat. Het bezwaarschrift is ingediend binnen de bezwaartermijn van 6 weken en is daarmee tijdig ingediend. 2.2 Bezwaarmakers In de brief van 19 oktober 2020 is aangegeven dat deze is ingediend namens “Buurtbewoners Doornseweg/Waterlooweg”, waarbij evenwel niet is aangegeven om welke buurtbewoners het gaat. De brief is verzonden door de R. Wouters. Het bezwaarschrift is ingediend door de heer R. Wouters, mede namens de personen waarvan in bijlage 1 een machtiging is gevoegd.

Mogelijkerwijs is de brief van 19 oktober 2020 ingediend namens deze personen. Als dat het geval is dan zijn deze personen ontvankelijk. Als omwonenden kunnen zij ook worden aangemerkt als belanghebbende in deze procedure. Het bezwaarschrift is ook ondertekend door de heer H.M.J. Bruijns, Directeur ICTime Consulting & Training B.V. gevestigd te Oegstgeest. Indien de heer Bruijns niet alleen als gemachtigde optreedt in deze, maar ook bedoeld heeft om in persoon of namens ICTime Consulting & Training B.V. bezwaar te maken, dan merken wij op dat de heer Bruijns en/of ICTime Consulting & Training B.V. niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. De heer Bruijns woont in Oegstgeest en kan dan ook niet worden aangemerkt als een ‘buurtbewoner Doornseweg/Waterlooweg’; de brief van 19 oktober 2020 kan dan ook niet namens hem zijn ingediend. Wij zien ook niet in dat de heer Bruijns om een andere reden als belanghebbende in deze procedure kan worden aangemerkt. ICTime Consulting & Training BV is gevestigd in Oegstgeest en blijkens het uittreksel uit het Handelsregister heeft deze rechtspersoon als activiteiten:

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 4/23

“SBI-code: 70221 - Organisatie-adviesbureaus - Het vestigen c.q. afsluiten van stamrechten, lijfrentes en kapitaalverzekeringen, het geven van adviezen en het verlenen van diensten op het gebied van productiviteitsverbetering mede door gebruik van ICT (Informatie en Communicatie Technologie). Deze activiteiten hebben geen relatie met de aan de orde zijnde kwestie. De heer Bruijns kan dan niet ook als belanghebbende in deze worden aangemerkt en dat geldt ook voor zijn bedrijf IC Time Consulting & Training BV. 3. Vigerend planologisch regime Voor het perceel aan de Doornseweg 29B geldt de beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’ (hierna beheersverordening), vastgesteld op 14 november 2013. In deze beheersverordening zijn voor het terrein de voorschriften/regels en plankaart/verbeelding van het bestemmingsplan Buurtschappen uit 2003 van toepassing verklaard, met inachtneming van het bepaalde in de beheersverordening (art. 3.1 regels beheersverordening): 3.1 Toepassing Op de onderhavige beheersverordening 'Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen' zijn: de voorschriften/regels en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(en) van de hierna aangegeven bestemmingsplannen, alsmede de verleende vrijstellingen/ontheffingen/ afwijkingen van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening.

Voor het bewuste perceel aan de Doornseweg 29B is het in de tabel aangegeven bestemmingsplan het Bestemmingsplan Buurtschappen en op deze manier zijn de voorschriften/regels en de plankaart/verbeelding van dit bestemmingsplan op het perceel van toepassing verklaard. In artikel 3.2 van de beheersverordening is voorts bepaald dat wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsregels uit de van toepassing verklaarde bestemmingsplan uitgesloten en niet van toepassing zijn verklaard. Bepaald is: 3.2 Uitzondering wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsregels vigerende bestemmingsplannen Van de regels van de bestemmingsplannen als opgenomen in de tabel in lid 3.1 zijn de wijzigingsbevoegdheden en de uitwerkingsregels uitgesloten.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 5/23

Voor de bewuste locatie betekent dit dat wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsregels uit het bestemmingsplan Buurtschappen niet meer gelden. Het is ook niet mogelijk om in een beheersverordening een wijzigingsbevoegdheid voor het college op te nemen. In een bestemmingsplan kunnen wel wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsregels worden opgenomen (artikel 3.6 lid 1a en b Wro), maar dit is niet mogelijk voor een beheersverordening (artikel 3.38 Wro). Om die reden zijn in de beheersverordening alle wijzigingsbevoegdheden uit de van toepassing verklaarde bestemmingsplannen uitdrukkelijk niet van toepassing verklaard en uitgesloten. Voor de locatie geldt op grond van de beheersverordening juncto de plankaart en de voorschriften van het bestemmingsplan Buurtschappen de bestemming: Artikel 10 Bos met meervoudige doelstelling Doeleinden De op de plankaart als “Bos met meervoudige doelstelling” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. houtproduktie, b. instandhouding van bos ten behoeve van aldaar voorkomende natuur- en landschapswaarden, c. extensieve openluchtrecreatie, d. ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan” een camping met ten hoogste 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans, en e. in- en uitritten.

•

Groen: bos met meervoudige doelstelling

•

Oranje gearceerd: camping toegestaan

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 6/23

In het bestemmingsplan Buurtschappen staat in artikel 10 lid 4 een wijzigingsbevoegdheid: Wijziging verwijderen aanduiding "camping toegestaan" 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming “bos met meervoudige doelstelling” zodanig te wijzigen dat de aanduiding “camping toegestaan” komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en b. de ter plaatse voorkomende bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd. Met de inwerkingtreding van de beheersverordening in 2013 is deze wijzigingsbevoegdheid uitgesloten en niet van toepassing verklaard en daarmee geldt deze wijzigingsbevoegdheid niet meer. Aangezien deze wijzigingsbevoegdheid sinds de inwerkingtreding van de beheersverordening in 2013 niet meer geldt en de beheersverordening en het bestemmingsplan evenmin een andere wijzigingsbevoegdheid bevatten voor wijziging van de bestemming betekent dit dat het College sinds 2013 niet meer bevoegd is om de bestemming “Bos met meervoudige doelstelling” te wijzigen en de aanduiding ‘camping toegestaan’ te verwijderen. 4. Bezwaarschrift In het bezwaarschrift is een tabel opgenomen met daarin een overzicht van 9 punten waarin de redenen voor bezwaar zijn opgesomd, die in het bezwaarschrift vervolgens worden toegelicht.

In het hierna volgende is deze tabel opgenomen en wordt puntsgewijs ingegaan op de aangevoerde bezwaren, waarbij rekening is gehouden met de toelichting die in het bezwaarschrift op de punten is gegeven. Voorafgaand aan de opsomming van de 9 bezwaarpunten worden in het bezwaarschrift een aantal algemene opmerkingen gemaakt, waarop hierna allereerst wordt ingegaan. Aangegeven wordt: “Het Raadsbesluit om het verzoek niet te honoreren, impliceert dat ook het antwoord op deze vraag negatief is: het college weigert het vigerende Bestemmingsplan Buurtschappen (hierna Bestemmingsplan) op het betreffende punt uit te voeren weer. Hierbij merken we op dat het Bestemmingsplan niet alleen vigerend is maar ook actueel door de van toepassing verklaring ervan in de Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’ (hierna ‘Beheersverordening’). En ook verderop in dit deel van het bezwaarschrift wordt de stelling herhaald dat het college beschikt over een wijzigingsbevoegdheid en weigert het bestemmingsplan uit te voeren.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 7/23

Reactie: Er is geen sprake van een weigering door het college om het bestemmingsplan uit te voeren. Deze stelling is gebaseerd op de veronderstelling dat de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4 van het bestemmingsplan Buurtschappen nog geldt, hetgeen niet het geval is. In de beheersverordening zijn de regels en de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen van toepassing verklaard met uitzondering van de in dat bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsregels. Het college beschikt niet over een wijzigingsbevoegdheid en is dan ook niet bevoegd tot wijziging van de bestemming.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 8/23

Ad Punt 1: Argument voor raadsbesluit: Het bestemmingsplan zou rechtmatig en rechtsgeldig gewijzigd zijn. Kernelementen uit redenen voor bezwaar: De procedure voor het wijzigen van het bestemmingsplan is niet gevolgd. Wijzigen via beheersverordening voldoet niet en het is ook niet de strekking ervan om het bestemmingsplan te wijzigen. 1. In het bezwaarschrift is bij dit punt aangevoerd dat voor het wijzigen van een bestemmingsplan een wettelijke procedure geldt die hier niet is gevolgd. Reactie: De raad en het college hebben niet gesteld dat het bestemmingsplan Buurtschappen is gewijzigd. De raad heeft in 2013 voor het gebied, waaronder het bewuste perceel valt, een beheersverordening vastgesteld en die is daarmee in de plaats gekomen van het bestemmingsplan Buurtschappen uit 2003. Het bestemmingsplan Buurtschappen is niet gewijzigd en er hoefde dus ook geen procedure voor wijziging van het bestemmingsplan te worden doorlopen. De raad heeft de bevoegdheid om voor een gebied in plaats van een bestemmingsplan een beheersverordening vast te stellen (artikel 3.38 Wro). Een beheersverordening is gelijkwaardig aan een bestemmingsplan en mag worden vastgesteld voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien. De beheersverordening vervangt het tot dan toe geldende bestemmingsplan (artikel 3.39 Wro) en heeft dezelfde status en rechtsgevolgen als een bestemmingsplan.

Na vaststelling van een beheersverordening vervalt het onderliggende bestemmingsplan of de onderliggende bestemmingsplannen. Vanaf de vaststelling door de raad van de beheersverordening in 2013 vervielen daarmee dus de tot dan toe geldende bestemmingsplannen, waaronder het bestemmingsplan Buurtschappen (art. 3.39 Wro).

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 9/23

Een beheersverordening is een beheerregeling waarin het bestaande gebruik wordt vastgelegd. In een beheersverordening kan het bestaande gebruik in enge zin of ruime zin worden opgenomen. Bij bestaand gebruik in enge zin worden alleen de bestaande feitelijk aanwezige functies en bebouwing vastgelegd met eventuele ruimte voor kleine uitbreidingsmogelijkheden. Bij gebruik in ruime zin worden het vigerende bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken als uitgangspunt genomen en overgenomen in de beheersverordening. In de beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’ is er grotendeels voor gekozen om het bestaande gebruik in ruime zin toe te laten en om die reden zijn de tot dan toe geldende bestemmingsplan grotendeels overgenomen in de beheersverordening. Dit geldt ook voor het bewuste perceel, daarvoor zijn de planregels en de plankaart van het tot dan toe vigerende bestemmingsplan Buurtschappen van toepassing verklaard. De raad heeft de beheersverordening in 2013 vastgesteld en op dat moment was het perceel nog steeds in gebruik als camping. Er was dan ook geen aanleiding of rechtvaardiging om de aanduiding ‘camping toegestaan’ in de beheersverordening te laten vervallen en het bestaande gebruik te beperken.

In die zin geldt dat ten aanzien van het bewuste perceel in de beheersverordening zowel het bestaande gebruik in enge als in ruime zin is overgenomen, omdat het bestaande feitelijke gebruik overeenkwam met het in het vigerende bestemmingsplan toegelaten gebruik. De wet biedt dus uitdrukkelijk de mogelijkheid om voor een bepaald gebied, waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, een beheersverordening vast te stellen. Daarbij is het dus toegestaan en gebruikelijk om, zoals hier is gebeurd, de bestaande planologische mogelijkheden op te nemen en te verwijzen naar de tot dan toe vigerende bestemmingsplannen. Veel gemeenten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Het is niet mogelijk om in een beheersverordening een wijzigingsbevoegdheid op te nemen. Om die reden zijn in de beheersverordening alle wijzigingsbevoegdheden, waaronder ook de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4 van het bestemmingsplan Buurtschappen, niet van toepassing verklaard in de beheersverordening en vervallen. 2. In het bezwaarschrift staat ook: De Beheersverordening is tot stand gekomen zonder de gelegenheid te hebben geboden bezwaar of beroep aan te tekenen. Ook is besloten af te zien van inspraak. De Wro laat dit toe (URL5, Wro Hoofdstuk 3A).

Dit betekent dat voor de Beheersverordening een vaststellingsprocedure is gevolgd, die de vereiste wijzigingsprocedure voor een vigerend bestemmingsplan of het hernieuwen daarvan niet in het minst benadert.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 10/23

Reactie: In het bezwaarschrift wordt dus erkend dat de procedure, die is gevolgd voor vaststelling van de vigerende beheersverordening, is toegestaan. Ook erkennen bezwaarmakers dat het mogelijk is om een beheersverordening vast te stellen. Daarmee staat dit dus niet ter discussie Desalniettemin wordt dit voor alle duidelijkheid nog toegelicht. Omdat bij de vaststelling van een beheersverordening het huidige gebruik wordt vastgelegd, zijn voor de vaststelling hiervan in de Wet ruimtelijke ordening geen procedurevoorschriften opgenomen. De inhoud van een beheersverordening is vormvrij en het raadsbesluit voor vaststelling van de beheersverordening staat niet open voor beroep. 3. Voorts stellen bezwaarmakers dat, in het geval de wijzigingsbevoegdheid niet meer geldt, het college nog wel bevoegd is om een nieuw bestemmingsplanprocedure in procedure te brengen. Reactie: De raad is bevoegd als het gaat om het vaststellen van een nieuwe beheersverordening of een nieuw bestemmingsplan. Om die reden heeft het college de brief van 19 oktober 2020 ook aangemerkt als een verzoek om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen en dit verzoek voorgelegd aan de raad. Nu de raad heeft aangegeven geen nieuw bestemmingsplan te willen vaststellen heeft het voor het college geen zin om een nieuw bestemmingsplan in procedure brengen; de raad zal dit immers niet willen vaststellen.

Voor alle duidelijkheid wordt hierover voorts nog het volgende opgemerkt. De wijzigingsbevoegdheid was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buurtschappen’ dat in 2003 - en dus inmiddels 18 jaar geleden - is vastgesteld. Bij een wijzigingsbevoegdheid gaat het voorts om een bevoegdheid en geen verplichting; het college mag deze bevoegdheid gebruiken maar is daartoe niet verplicht. Het college beschikt over beleidsvrijheid om al dan niet gebruik te maken van een wijzigingsbevoegdheid. Met andere woorden: de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan Buurtschappen hield geen verplichting in voor het college om de bestemming te wijzigen, maar slechts een bevoegdheid daartoe. In 2013 is met vaststelling en inwerkingtreding van de beheersverordening de wijzigingsbevoegdheid uit dit bestemmingsplan vervallen. Ook dat is inmiddels ruim 7 jaar geleden. Voor het bewuste perceel aan de Doornseweg geldt dat een camping is toegestaan met maximaal 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. De raad ziet geen aanleiding om deze bestemming te wijzigen, omdat de raad vindt dat een camping van deze omvang past in het terzake geldende beleid en past in een goede ruimtelijke ordening.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 11/23

Ad Punt 2: Argument voor het raadsbesluit: Bevoegdheid tot verwijderen 'camping toegestaan' zou geen verplichting zijn voor College Kernelementen uit redenen voor bezwaar: Door gemeenteraad vastgesteld Bestemmingsplan moet worden uitgevoerd door college, dat de plicht heeft een daarvoor opgenomen bevoegdheid te gebruiken en/of wijzigingsvoorstellen te initiëren als nodig voor de uitvoering van het Bestemmingsplan. Reactie: Allereerst is van belang, zoals hiervoor reeds uitvoerig is toegelicht, dat er geen sprake is van een wijzigingsbevoegdheid. Er geldt geen wijzigingsbevoegdheid en dat betekent dat het college geen bevoegdheid, laat staan een verplichting, heeft tot wijziging van de bestemming en het verwijderen van de aanduiding ‘camping toegestaan’. Er is evenmin sprake van een bestemmingsplan dat door het college moet worden uitgevoerd. Voor het perceel geldt sinds 2013 de beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’. Alhoewel dit er niet meer toe doet, wordt voor de volledigheid opgemerkt dat een wijzigingsbevoegdheid een bevoegdheid is, zoals de naam ook aangeeft, en geen verplichting.

Dit blijkt ook uit de formulering van de toenmalige wijzigingsbevoegdheid, waarin staat: “b&w hebben de bevoegdheid om …” Ad Punt 3: Argument voor het raadsbesluit: Tekst over Perceel in Toelichting zou niet bindend zijn voor college Kernelementen uit redenen voor bezwaar: In de relatie tussen gemeenteraad en college is het hele vigerende en door Beheersverordening van toepassing zijnde Bestemmingsplan bindend, ook de Toelichting. Reactie: Hiervoor is al aangegeven dat de wijzigingsbevoegdheid in 2013 is vervallen en daarmee ook de toelichting daarop. De toelichting bij een bestemmingsplan maakt geen deel uit van het bestemmingsplan, is niet bindend en heeft geen zelfstandige normerende functie 1. In de 1

Zie o.a. ABRvS 17 juni 2015, (ECLI:NL:RVS:2015:1862) r.o. 9.5: Aan het gegeven dat in de plantoelichting staat dat bij de aanvraag voor omgevingsvergunning aan de parkeernota en de bijlage parkeernormen zal worden getoetst, kan geen betekenis worden toegekend, nu de plantoelichting geen bindend onderdeel van het plan is”. ABRvS 10 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7680) waarin de Afdeling overwoog in r.o 4.3. “Voor zover het beroep zich richt tegen paragraaf 4.2.2 van de plantoelichting wordt overwogen dat de plantoelichting geen juridisch bindend onderdeel is van het

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 12/23

beheersverordening zijn alleen de voorschriften/regels en de bijbehorende plankaart/verbeelding van het bestemmingsplan Buurtschappen van toepassing verklaard. Dit is bepaald in artikel 3.1 van de beheersverordening (zie hiervoor onder 3.). De toelichting bij een bestemmingsplan heeft slechts in zoverre betekenis dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven. Bijvoorbeeld wanneer de bestemming en de bijbehorende planregels, waaraan moet worden getoetst, op zichzelf noch in samenhang duidelijk zijn. Voor zover in de toelichting bij het bestemmingsplan Buurtschappen de wijzigingsbevoegdheid wordt toegelicht, wordt daarmee dus een bepaling uit het bestemmingsplan toegelicht die niet meer van toepassing is. Ad Punt 4: Argument voor het raadsbesluit: Nieuw bestemmingsplan zou nodig zijn voor verwijderen aanduiding 'camping toegestaan' Kernelementen uit redenen voor bezwaar: Als Bestemmingsplan niet gewijzigd is, is een nieuw Bestemmingsplan niet nodig. Als Bestemmingsplan gewijzigd zou zijn, zou dit ook via Beheersverordening omkeerbaar zijn. 1. In de toelichting op dit punt wordt gesteld dat de raad zich vergist o.a.

omdat in de toelichting van de beheersverordening het hele bestemmingsplan van toepassing wordt verklaard: "Door middel van de beheersverordening worden de geldende bestemmingsplannen van toepassing verklaard." Reactie: Zoals hiervoor al is aangegeven zijn in artikel 3.1 van de voorschriften/regels van de beheersverordening alleen de voorschriften/regels en de plankaart/verbeelding van het bestemmingsplan Buurtschappen van toepassing verklaard. De toelichting bij een beheersverordening is niet bindend, net zoals de toelichting bij een bestemmingsplan niet bindend is. 2. Vervolgens wordt in de toelichting op dit punt in het bezwaarschrift gesteld dat het bij de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10 lid 4 gaat om een specifieke wijzigingsbevoegdheid en dat deze daarom niet valt onder de algemene bepaling uit de beheersverordening, waarin wijzigingsbevoegdheden zijn uitgesloten. Volgens bezwaarmakers geldt deze wijzigingsbevoegdheid om die reden nog en is het niet nodig om een nieuwe beheersverordening of nieuw bestemmingsplan vast te stellen. bestemmingsplan. Reeds hierom kan dit betoog niet leiden tot vernietiging van het plan.” En ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY7994, r.o. 10.1.

“De Afdeling overweegt dat aan de plantoelichting geen bindende betekenis toekomt, aangezien de toelichting, gelet op artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Gelet hierop faalt het betoog van de [appellant sub 4].”

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 13/23

Aangegeven is in het bezwaarschrift: “Feit is dat in Artikel 3.2 van de regels van de Beheersverordening wordt gesteld dat de wijzigingsbevoegdheden in de Voorschriften niet vallen onder de van toepassing verklaring van de Voorschriften. Dit wordt door het college gebruikt om ook een zeer specifieke wijzigingsbevoegdheid (Artikel 10.4 in de Voorschriften) in één van de 24 bestemmingsplannen als vervallen te beschouwen. Wij menen dat de strekking van het niet van toepassing verklaren van wijzigingsbevoegdheden in de voorschriften/regels, is dat hier algemene wijzigingsbevoegdheden bedoeld worden. Dat stemt ook overeen met het feit dat in Artikel 18 van de regels van de Beheersverordening (URL7) algemene afwijkingsregels zijn opgenomen. Deze komen (vrijwel) overeen met de algemene wijzigings- en vrijstellingsbevoegdheden zoals die in bestemmingsplannen voorkomen, als eerder opgemerkt bij punt 1.” Reactie: Zoals al is aangegeven kunnen en mogen in een beheersverordening geen wijzigingsbevoegdheden worden opgenomen, of deze nu algemeen of specifiek zijn. Daarbij komt dat een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan altijd specifiek moet zijn omschreven. In een wijzigingsbepaling moet in voldoende mate en door objectieve normen worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik kan worden gemaakt. Zie o.a.

ABRvS 21 april 2010, (ECLI:NL:RVS:2010:BM1793) waarin de Afdeling over de wijzigingsbevoegdheid het volgende overwoog: 2.7.2. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders, met inachtneming van de bij het plan te geven regels, het plan kan wijzigen binnen bij het plan te bepalen grenzen. Mede gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden dient in een wijzigingsbepaling in voldoende mate te worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro berustende wijzigingsbevoegdheid dient derhalve in deze beide opzichten door voldoende objectieve normen te worden begrensd. De vraag of een wijzigingsbepaling door voldoende objectieve normen wordt begrensd hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan de aard van de wijziging, de omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet en de aanleiding voor het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Onder omstandigheden kan voldoende zijn dat

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 14/23

duidelijk is welke bij het plan gelegde bestemming in welke andere bestemming kan worden gewijzigd. In dit verband kan ook verwezen worden naar ABRvS 2 december 2009, (ECLI:NL:RVS:2009:BK5082) waarin de Afdeling in r.o 2.5.6. overweegt: Voor zover de gemeente Amsterdam en de stadsregio Amsterdam stellen dat de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 7, tweede lid, van de planregels niet objectief is begrensd, overweegt de Afdeling het volgende. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat burgemeester en wethouders, met inachtneming van de bij het plan te geven regels, het plan kunnen wijzigen binnen bij het plan te bepalen grenzen. Mede gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden dient in een wijzigingsbepaling in voldoende mate te worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro berustende wijzigingsbevoegdheid dient derhalve in deze beide opzichten door voldoende objectieve normen te worden begrensd. De vraag of een wijzigingsbepaling door voldoende objectieve normen wordt begrensd hangt af van de omstandigheden van het geval.

Hierbij kan onder meer belang worden gehecht aan de aard van de wijziging, de omvang van het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid ziet en de aanleiding voor het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Onder omstandigheden kan voldoende zijn dat duidelijk is welke bij het plan gelegde bestemming in welke andere bestemming kan worden gewijzigd. 2.5.7. De wijzigingsbevoegdheid uit artikel 7, tweede lid, van de planregels heeft een beperkte reikwijdte. Deze bepaling voorziet niet in een wijziging van de bestemming die aan de betrokken gronden is toegekend, maar maakt slechts een wijziging mogelijk van de bedrijfsvloeroppervlakken die zijn toegestaan voor de verschillende doeleinden. Gelet hierop, alsmede gezien de voorwaarden die in het tweede lid, onder a, b en c zijn gesteld, is naar het oordeel van de Afdeling voldoende duidelijk in welke gevallen en op welke wijze van de wijzigingsbevoegdheid gebruik mag worden gemaakt. In de bezwaren van de gemeente Amsterdam en de stadsregio Amsterdam ziet de Afdeling dan ook geen grond voor het oordeel dat de wijzigingsbevoegdheid onvoldoende objectief is begrensd.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 15/23

Zoals ook uit de hiervoor opgenomen passage uit het bezwaarschrift blijkt wordt onder dit punt ook verwezen naar de in artikel 18 van de beheersverordening opgenomen afwijkingsbevoegdheden en is gesteld dat deze afwijkingsbevoegdheden (vrijwel) overeen komen met de algemene wijzigings- en vrijstellingsbevoegdheden zoals die in bestemmingsplannen voorkomen. Voor alle duidelijkheid is artikel 18 uit de beheersverordening hieronder opgenomen: Artikel 18 Algemene afwijkingsregels 18.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd omgevingsvergunning in afwijking van het plan:

a.

ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, waarvan de oppervlakte niet meer dan 30 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;

b.

indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en van aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen;

c.

voor afwijkingen van regels, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages;

d.

ten behoeve van het bouwen van antennemasten tot een bouwhoogte van 20 m;

e.

ten behoeve van het bouwen van masten en bijbehorende installaties voor telecommunicatie, al of niet op of aan gebouwen of andere bouwwerken op een minimale afstand van 50 m tot woningen, tot een bouwhoogte van 40 m, waarbij als voorwaarde kan worden gesteld: 1.

dat gebruik dient te worden gemaakt van bestaande masten voor telecommunicatie of andere bestaande hoge objecten, zoals hoge gebouwen, lichtmasten of hoogspanningsmasten, indien deze aanwezig zijn binnen een redelijke afstand van de gevraagde locatie, en

2.

dat rekening gehouden wordt met het voorkomen van onevenredige hinder voor omwonenden en schade aan het landschap, cultuurhistorie en ecologie.

18.2 Bed and breakfast Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking het plan, ten behoeve van verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van "bed and breakfast"- appartementen, vakantieappartementen of -pension, in een woning en daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mits:

a.

de vloeroppervlakte van de verblijfsrecreatieve voorzieningen niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt en in ieder geval niet meer dan 50 m²,

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 16/23

b.

in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat het parkeren ten behoeve van de verblijfsrecreatieve voorzieningen zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden.

Zoals uit de bepalingen in artikel 18 blijkt gaat het hier om een bevoegdheid voor het college om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het plan. Het gaat hier dus niet om een bevoegdheid voor het college om de bestemming te wijzigen. Ingevolge artikel 3.38 lid 4 Wro is het toegestaan om in een beheersverordening te bepalen dat het college de bevoegdheid heeft om, met inachtneming van de bij de verordening te geven regels, bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde regels van die verordening. Met een omgevingsvergunning voor afwijking wordt afgeweken van de beheersverordening, maar blijft de beheersverordening ongewijzigd. Toepassing van een wijzigingsbevoegdheid leidt tot een wijziging van de bestemming en kan niet worden opgenomen in een beheersverordening. Voor toepassing van een wijzigingsbevoegdheid geldt dezelfde procedure als voor de vaststelling van een bestemmingsplan. Voor verlening van de omgevingsvergunning uit artikel 18 van de beheersverordening, ook wel aangeduid als een binnenplanse afwijkings- c.q. vrijstellingsbevoegdheid, geldt de reguliere procedure. Een wijzigingsbevoegdheid is kortom iets anders dan een afwijkingsbevoegdheid.

Ad Punt 5: Argument voor raadsbesluit: Huidige inzichten zouden aanleiding geven tot het toestaan van een camping Kernelementen uit redenen voor bezwaar: Inzichten op zichzelf zijn onvoldoende voor wijziging van Bestemmingsplan. Inzichten van alle belanghebbenden zijn van belang bij wijziging of herziening van Bestemmingsplan (procedure!) In het bezwaarschrift is gesteld: Argumentatie voor het Raadsbesluit: “Het bestemmingsplan Buurtschappen, waarin de wijzigingsbevoegdheid was opgenomen, dateert uit 2003. Destijds was er geen aanleiding om, na vertrek van de militairen, een camping op deze plek voort te zetten. Inmiddels zijn deze inzichten gewijzigd.” Vervolgens is o.a. aangegeven dat het toestaan van een andere camping van de besloten camping voor (oud)militairen van de stichting Vafamil een wijziging of vernieuwing van het bestemmingsplan vereist en dat het bestaan van huidige inzichten onvoldoende is voor het vaststellen van een wijzigings- of vernieuwingsprocedure.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 17/23

Reactie: In het bestemmingsplan Buurtschappen is de aanduiding ‘camping toegestaan’ opgenomen en deze bepaling is in de beheersverordening van toepassing verklaard. Ingevolge deze bepaling geldt voor de bewuste locatie de aanduiding ‘camping toegestaan’ hetgeen betekent: ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan” een camping met ten hoogste 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans (artikel 10 onder d) Het toegestane gebruik als camping is dus niet beperkt tot een camping van de stichting Vafamil. Zoals ook hiervoor herhaaldelijk is aangegeven geldt deze aanduiding sinds 2003 voor de locatie. Het bestemmingsplan en in navolging daarvan de beheersverordening laat een camping toe die voldoet aan de in de planbepaling opgenomen voorschriften. Voor het gebruik van de bewuste locatie ten behoeve van een camping is dus geen wijziging van de beheersverordening of een nieuw bestemmingsplan nodig. De raad heeft besloten geen nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Ad Punt 6: Argument voor raadsbesluit: Een nieuwe camping zou in lijn zijn met Omgevingsvisie Kernelementen uit redenen voor bezwaar: Een visie op zichzelf is onvoldoende voor wijziging van Bestemmingsplan. Omgevingsvisie zegt niets over ‘camping’. Provinciale Omgevingsvisie en –verordening bezwaarlijk voor camping op Perceel 1. In het bezwaarschrift wordt onder dit punt o.a.

gesteld dat de locatie in de beheersverordening een aanvullende dubbelbestemming ‘Waarde-Ecologie’ heeft gekregen. Reactie: Dit is onjuist. In de beheersverordening is niet als aanvullende dubbelbestemming aan de locatie toegekend ‘Waarde-Ecologie’. Aan de locatie is in de beheersverordening wel toegekend een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie, te weten: Artikel 11 Waarde - Archeologie middelhoge verwachting 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 18/23

Op grond van deze bepaling geldt voor bepaalde werkzaamheden de eis van een archeologisch onderzoeksrapport en een vergunningplicht. Deze bepaling is hier thans niet verder van belang. Ook uit de toelichting bij de beheersverordening blijkt dit duidelijk (bijlage 4, verbeelding blad 1 Leusderheide). 2. In het bezwaarschrift wordt voorts bestreden dat een camping past in de Omgevingsvisie. Reactie: Na diverse malen te zijn uitgesteld zal naar verwachting op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking treden. Op grond van deze wet dient elke gemeente een omgevingsvisie vast te stellen. Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad van Leusden op 1 februari 2018 de Omgevingsvisie Landelijk gebied vastgesteld. In de omgevingsvisie (de opvolger van o.a. de huidige structuurvisie uit de Wro) legt een gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Het is de bedoeling dat de ambities uit de omgevingsvisie vervolgens doorwerken in het omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan. Vanuit het ministerie en het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ is aangegeven dat het maken van een omgevingsvisie tijd kost en dat het werken aan een omgevingsvisie werken in de geest van de Omgevingswet op gang brengt. Om die reden worden gemeenten gestimuleerd om vroegtijdig te starten met het opstellen van omgevingsvisies.

De gemeente Leusden heeft aan die oproep gehoor gegeven en in 2018 vast de Omgevingsvisie Landelijk Gebied vastgesteld. Het is de bedoeling om deze visie te zijner tijd te verwerken in één omgevingsvisie voor de gehele gemeente Leusden. Een omgevingsvisie is dus de eerste stap richting het werken conform de Omgevingswet. Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen van een gemeente aangemerkt als één omgevingsplan. Vanaf dat moment dienen gemeenten deze omgevingsplannen van rechtswege (ook wel tijdelijke omgevingsplannen genoemd) te verwerken naar een omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet. De omgevingsvisie biedt hiervoor het richtinggevende kader; de ambities en doelen uit de omgevingsvisie zullen moeten worden vertaald naar het omgevingsplan. Een omgevingsvisie kan dus wel degelijk aanleiding vormen voor een (gewijzigde) opvatting over het ruimtelijke beleid. In deze omgevingsvisie is de visie van de raad over de inrichting van het landelijke gebied in Leusden in globale termen geduid. 3. In de toelichting op dit punt in het bezwaarschrift is aangevoerd dat in de Omgevingsvisie nergens het woord camping of kamperen voorkomt.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 19/23

Reactie: In hoofdstuk 4.3 van de visie staat o.a.: 

“… er een groeiende behoefte is naar accommodaties op het gebied van gezondheid, welzijn en vakanties. We gaan aan de slag met opvang van de (toenemende) recreatieve druk.”

“In onze visie bouwen we onze recreatieve kracht verder uit, passend bij en in balans met de kwaliteit van ons landschap.”

“We bouwen onze recreatieve kracht verder uit, passend bij en in balans met de kwaliteiten van ons landschap.”

Recreatieve ondernemingen zijn essentieel voor een (economisch) vitaal en multifunctioneel platteland. De ontwikkelingen van recreatie doen we in balans met de kwaliteiten van landschap en natuur….´

Vanuit de doelen en ambities met betrekking tot recreatie in Leusden zoals neergelegd in deze omgevingsvisie is een kleinschalige camping passend. Een camping die gericht is op kwaliteit in balans met de kwaliteiten van het landschap en natuur kan de recreatieve kracht van Leusden verder versterken. Een camping met minder dan 60 standplaatsen wordt in het algemeen aangemerkt als een kleinschalige camping. De Omgevingsvisie is met betrekking tot recreatie en toerisme verder uitgewerkt in de Visie Recreatie en Toerisme, vastgesteld door de raad in 2020. 4. In de toelichting op dit punt in het bezwaarschrift wordt voorts gesteld dat de gemeente niet nader in gaat op de waarde van het gebied binnen het Natuurnetwerk Nederland NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur EHS) en de dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’.

Reactie: Zoals hiervoor al is aangegeven rust er geen dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ op het perceel. In de ‘ontwerp Omgevingsvisie’ en ‘ontwerp Interim Omgevingsverordening’ van de provincie valt de bewuste locatie onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is de gemeente bekend dat het bewuste perceel, evenals het omliggende gebied met de woningen van o.a. bezwaarmakers, recreatievoorzieningen, horecavoorzieningen etc. door de provincie in de ontwerp Omgevingsvisie en de ontwerp Interim Omgevingsverordening als gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland worden aangemerkt. De aanduiding als NNN heeft tot gevolg dat de provincie regels stelt aan nieuwe ontwikkelingen. Zoals hiervoor al is aangegeven heeft het bewuste perceel sinds 2003 de aanduiding ‘camping toegestaan’ en mag sindsdien als camping worden gebruikt en is ook lange tijd als zodanig in gebruik geweest.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 20/23

Een camping op deze locatie is derhalve geen nieuwe ontwikkeling en valt daarom niet onder de hierboven genoemde provinciale beperkingen. Met het college is de raad van mening dat een camping op het perceel Doornseweg goed aansluit bij de ambities en doelstellingen uit deze omgevingsvisie. Ad Punt 7: Argument voor raadsbesluit: Een nieuwe camping zou passen bij bestemming en is toegestaan Kernelementen uit redenen voor bezwaar: Het Bestemmingsplan staat de niet winstgerichte, besloten camping voor (oud) militairen van de stichting Vafamil toe. Dat is iets anders dan een open camping geëxploiteerd door een commercieel bedrijf voor een breed publiek. Verder, als argument voor het Raadsbesluit is dit een krachteloze cirkelredenering. In het bezwaarschrift is bij dit punt gesteld dat uit de toelichting bij het bestemmingsplan volgt dat de aanduiding ‘camping toegestaan’ alleen is toegekend vanwege de aanwezigheid van de camping van de stichting Vafamil. Een andere camping is om die reden niet toegestaan. Reactie: Zoals hiervoor is toegelicht is de toelichting bij een bestemmingsplan niet bindend. Ingevolge artikel 10 is op de locatie toegestaan een camping met ten hoogste 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. Het voorschrift was en is dus niet beperkt tot een camping voor de stichting Vafamil.

De beheersverordening en het bestemmingsplan laten een andere camping dan die van de stichting Vafamil dus toe. Ad Punt 8: Argument voor raadsbesluit: Een nieuwe camping zou in lijn zijn met visie Recreatie en Toerisme Kernelementen uit redenen voor bezwaar: Een visie op zichzelf is onvoldoende voor wijziging van Bestemmingsplan. Visie R&T zegt niets over camping op perceel en geeft aan dat in 2020 behoefte aan accomodaties onderzocht wordt. Reactie: Zie voor het instrument van de omgevingsvisie en de verhouding met de Visie Recreatie en Toerisme het gestelde onder punt 6.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 21/23

De Visie Recreatie en Toerisme (vastgesteld door de raad in 2020) zijn in paragraaf 1.2 de volgende doelen en ambities weergegeven: “Leusden heeft dus duidelijke ambities op het gebied van recreatie & toerisme. We willen Leusden meer “naam” geven, meer als merk gaan ‘branden’ en de aanwezige mogelijkheden beter benutten. Wandelen en fietsen in Leusden wordt gezien als onderscheidend element, maar ook – en vooral – de gunstige ligging in het midden van Midden-Nederland”. “De kracht van Leusden is de ligging en het brede aanbod in de omgeving en in Leusden zelf. Leusden is daarmee een prettige woon- en verblijfplaats én een ideale uitvalbasis om de regio te bezoeken. We willen inspelen op de landelijke behoefte naar spreiding van het (internationaal) toerisme in Nederland. De Utrechtse regio wordt steeds sterker gepromoot als alternatief voor Amsterdam, de Keukenhof, de Zaanstreek en Giethoorn”. 

Recreatie en toerisme op de agenda van de Omgevingsvisie Buitengebied. In de Omgevingsvisie Buitengebied speelt recreatie en toerisme een belangrijke rol. De visie Recreatie & Toerisme is een verdere uitwerking van de basis, die in de Omgevingsvisie is vastgelegd.

Recreatie en toerisme versterkt het economisch klimaat. De omgevingsvisie is duidelijk als het gaat om de economische basis van ons platteland en het boerenbedrijf. In die geest voegen wij er aan toe, dat ook een gezonde economische basis voor de recreatie-ondernemers en hun ondernemingen een versterking betekent voor deze sector. Dat willen we bereiken door Leusden aantrekkelijker te maken voor toeristen, die voor een langer verblijf kiezen. Een langer verblijf heeft namelijk een gunstig effect op de bestedingen in de toeristische sector en maakt het voor recreatie-ondernemers ook aantrekkelijker om hier te ondernemen en te (blijven) investeren in hun bedrijf. Een gezonder economisch klimaat leidt tot een betere kwaliteit en variatie van het recreatief en toeristisch aanbod. Investeringen zorgen er indirect ook voor dat het cultureel-historisch erfgoed en de landschappelijke waarden bewaard blijven.

De Visie Recreatie en Toerisme wordt momenteel nader uitgewerkt. De raad heeft vooruitlopend op deze nadere uitwerking in december 2020 besloten om een camping op de bewuste locatie te blijven toestaan en dit zal ook in de nadere uitwerking van de Visie worden opgenomen.

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 22/23

Punt 9: Argument voor raadsbesluit: Aanduiding 'camping toegestaan' zou niet verwijderd hoeven te worden, mag zelfs niet Kernelementen uit redenen voor bezwaar: De gemeenteraad laat na de conclusie te trekken waar haar argumentatie op gericht is. Laat ook na de zwaarwegende argumenten van punten 1, 2 en 3 te noemen. Onze conclusie: Raadsbesluit houdt geen stand Reactie: De raad heeft niet gesteld dat de aanduiding niet mag worden verwijderd. Aangegeven is dat daarvoor een nieuw bestemmingsplan nodig is (of een nieuwe beheersverordening) De raad heeft daarbij aangegeven geen nieuw bestemmingsplan te willen vaststellen en een camping op deze locatie passend te vinden, zoals ook in het vorenstaande is toegelicht. Tot slot: verzoek omwonenden om schorsing In het slot van het bezwaarschrift verzoeken bezwaarmakers de raad om het besluit van 10 december 2020 op te schorten. Reactie: Dit verzoek kan de raad niet volgen. De raad heeft besloten om geen nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Opschorting van dit besluit betekent niet dat de voor het perceel geldende bestemming niet meer geldt; de aanduiding ‘camping toegestaan’ vervalt niet met een opschorting van dit besluit. Opschorting van dit besluit betekent ook niet dat de raad verplicht wordt om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

Tijdens het gesprek met de heer Bruijns op 1 februari 2021 is namens de raad al aangegeven dat men het besluit van 10 december 2020 niet wil opschorten. Conclusie: Gelet op vorenstaande en zo nodig nader aan te voeren feiten en omstandigheden is de conclusie dat het aan de orde zijnde bezwaarschrift geen aanleiding geeft om het raadsbesluit van 10 december 2020 te herzien. Wij verzoek uw Adviescommissie om dienovereenkomstig te adviseren.

Met vriendelijke groet,

Erika Samuels Brusse-van der Linden, advocaat

Datum: 23 februari 2021 Pagina: 23/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3092/documents/27573