Toelichting Ringlaan Leusden_v3 (2)__103733__.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
-
vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen);
-
vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor (Besluit externe veiligheid transportroutes).
-
Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico.
Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt in een zogenaamde oriëntatiewaarde vastgelegd. Als deze waarde wordt overschreden, moet het bevoegd gezag dit verantwoorden. 4.8.2 Analyse Voor het plangebied is de risicokaart geraadpleegd en hier onder weergegeven. In de nabije omgeving zijn geen risicovolle inrichtingen gevestigd. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen beperking voor onderliggend initiatief.
4.9
Ecologie
4.9.1 Beleidskader De bescherming van bijzondere flora- en faunasoorten, bossen en houtopstanden en de aangewezen natuurgebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). De Wn maakt onderscheid tussen soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn en soorten, die bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Beide categorieën vallen onder een strikt beschermingsregime. Daarnaast voorziet de wet in een algemener beschermingsregime voor andere (nationale) soorten (bijlage A van de Wet natuurbescherming). Daarnaast kunnen provincies een eigen lijst aanleggen van beschermde soorten. Ieder beschermingsregime kent een eigen afwegingskader waarmee wordt bepaald of een activiteit vergunningplichtig is. De Provincie is bevoegd gezag als het gaat om vergunningverlening en ontheffingen. Op grond van artikel 1.11 W6 geldt een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten in hun directe leefomgeving. Het uitgangspunt van de zorgplicht is dat burgers, ondernemers en overheden alle handelingen die een nadelig effect zouden kunnen hebben op dieren en planten achterwege laten.
Degene die een bepaalde handeling wil verrichten moet zich daarom vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvan voor zijn handelen. De zorgplicht dient (mede) als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wn geen specifiek verbod geldt. De verbodsbepalingen zijn neergelegd in artikel 2.7 (Natura 2000), artikel 3.1 (Vogelrichtlijn), artikel 3.5 (Habitatrichtlijn) en 3.10 (nationale soorten) Wn. In het kader van de zorgplicht is door GRAS Advies een quickscan ecologie uitgevoerd. De resultaten van de quickscan maken als bijlage deel uit van deze toelichting.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 25 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
4.9.2 Onderzoeksresultaten Gras advies heeft op d.d. 13 september 2022 voor betreffend initiatief een quicscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied (Afbeelding 4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op ca. 9 km afstand van het projectgebied. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van het Natura 2000 bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied kan verstoring van het Natura 2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten. Natuurwerk Nederland (NNN/Groene contour Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 4). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) grenst aan de zuidkant tegen het projectgebied aan. Binnen het NNN gebied zijn, afkomstig uit de NDFF, waarnemingen bekend van bosuil, buizerd, das, dubbelloof, gewone dwergvleermuis en sperwer. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn tijdens de quickscan niet aangetroffen in het bos aangrenzend aan het projectgebied. Door de beperkte ingreep en bufferruimte tussen de woningen tot aan het NNN gebied kan verstoring van het NNN gebied op voorhand worden uitgesloten.
Soortenbescherming Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook zijn er geen exoten vallend onder de Unielijst exoten waargenomen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied kan er redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Zoogdieren Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als bunzing, hermelijn, wezel, haas, konijn en algemene muizen-soorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’ in de provincie Utrecht (Hunnink 2022). Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, een vrijstelling voor deze soort geldt. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. In de directe omgeving (NNN gebied) zijn bekende waarnemingen van de das. Er is daarom extra aandacht besteed aan sporen en potentie voor de das binnen en direct buiten het projectgebied. Er zijn tijdens de quickscan geen sporen van de das aangetroffen binnen het projectgebied of direct aangrenzend.
Hoewel de maïsakker geschikt is als foerageerlocatie gaat er geen essentieel foerageergebied verloren aangezien een overgroot deel van de akker blijft bestaan. Zoogdieren: Vleermuizen De vervallen tuin binnen het projectgebied kan geschikt zijn als foerageerlocatie voor vleermuizen. Er is echter voldoende alternatief foerageerhabitat aanwezig in de vorm van akker, bos en tuinen. Van het verdwijnen van potentieel een essentieel foerageergebied van de vleermuis is zodoende geen sprake. Er is geen sprake van sterke lijnvormige structuren binnen het projectgebied. Mogelijk zouden de bomen langs de Ringlaan als vliegroute gebruikt kunnen worden. Het is aannemelijker dat de bomenrij aan de overkant gebruikt worden aangezien deze verder doortrekt. Ook maakt dit de bomenrij binnen het projectgebied geen onderdeel van een essentiële vliegroute. Aanwezigheid van een essentiële vliegroute kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen bebouwing aanwezig binnen het projectgebied en er zijn in de aanwezige bomen geen holtes aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaats van vleermuizen. Ook zijn er geen sporen van vleermuizen aangetroffen die op een verblijfplaats duiden. De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 26 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en bosschages gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Er zijn in de bomen geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Het gebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van buizerdnesten. Deze zijn niet waargenomen. Hoewel het gebied geschikt is, is het aannemelijk dat de buizerd zich eerder vestigt in de bosrand ten zuiden van het projectgebied dan in de bomen binnen het projectgebied. Dit door de direct naastgelegen weg, wandelroute en naastgelegen woningen. Voor de bosuil zijn geen openingen in bomen aangetroffen die als potentiële nestlocatie kunnen functioneren. Door afwezigheid van bebouwing binnen het projectgebied geldt dat voor gebouw bewonende broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals de huismus en gierzwaluw, het projectgebied niet geschikt is als potentiële nestlocatie. De aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden.
Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Als toch gewerkt wordt tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet te worden verstoord. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog. Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn er geen (sporen van) beschermde reptielen waargenomen. Het projectgebied bestaat deels uit een afwisseling van open gebied naar ruigtes. Ook zijn er planken aanwezig van een vervallen schuur. Dit maakt de geschikt habitat voor de hazelworm. De aanwezigheid van de beschermde hazelworm kan daarom niet redelijkerwijs worden uitgesloten. Dit betreft alleen het noordelijkste perceel. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waaruit volgt dat voor het noordelijke perceel pas een omgevingsvergunning voor de bouw van de ter plekke beoogde woning kan worden verleend wanneer nader onderzoek naar de hazelworm ter plaatse van de te slopen opstallen is uitgevoerd en de uit dat onderzoek voortvloeiende noodzakelijke maatregelen zijn getroffen. Vissen en amfibieën Binnen het projectgebied, en in de directe omgeving, zijn geen plassen of wateren aanwezig. De aanwezigheid van vissen en amfibieën kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten.
Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied aanwezig zijn. Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Op het terrein bevinden zich rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming van toepassing op het projectgebied. De opdrachtgever is voornemens de bomen langs de Ringlaan niet te kappen. Indien er toch gekapt gaat worden dient er bij de kap en herplant aan de voorwaarden die de wet natuurbescherming stelt voldaan te worden. Een nader onderzoek en een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Conclusie De conclusies die uit het onderzoek getrokken kunnen worden zijn: 1. Er is een aanvullend onderzoek en/of ontheffingsaanvraag naar hazelworm nodig. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. 2. Een nader onderzoek en een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig als de bomen langs de Ringlaan niet gekapt worden.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 27 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1 Beleidskader Op grond van de Omgevingsvisie provincie Utrecht dient er een mobiliteitsscan te worden uitgevoerd om de verkeerseffecten van de beoogde plannen inzichtelijk te maken. Doel van het onderzoek is vast te stellen of de bestaande wegenstructuur voldoende is toegerust om het extra verkeer van en naar de plangebieden op een goede en veilige wijze af te wikkelen.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 28 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
4.10.2 Analyse Verkeer Onderhavig plan gaat uit van het toevoegen van vier woningen. Uitgaande van de beoogde functie kan een aanname worden gedaan voor het aantal te verwachten verkeersbewegingen. Deze aanname is gebaseerd op de kentallen zoals opgenomen in CROW-publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". Voor wonen wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende woningtypen en woonmilieus. In onderhavige situatie is uitgegaan van het woonmilieu ‘vrijstaande koopwoningen in weinig stedelijk gebied – buitengebied’. Op basis van de in de publicatie opgenomen normen betekent dat een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per woning per dag. Het aantal woningen en daarmee het aantal verkeersbewegingen is gelet op de capaciteit van de Ringlaan en Postweg dermate beperkt dat aangenomen mag worden dat het verkeer op een goede wijze kan worden afgewikkeld. Parkeren Parkeren moet op eigen terrein worden opgelost. Op basis van de kencijfers uit de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' wordt daarbij voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied uitgegaan van ten minste 2,0 parkeerplaatsen per woning. Hiervoor is ruim voldoende ruimte beschikbaar op elk perceel. Conclusie Het aspect ‘Verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 29 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
5
Waterparagraaf
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Uitgangspunt bij de watertoets is het zoveel mogelijk voorkomen van negatieve gevolgen voor het watersysteem door ruimtelijke plannen en besluiten. De gemeente Leusden moet de waterbelangen goed beschrijven en afwegen binnen de ruimtelijke ordening. Het waterschap Vallei en Veluwe zorgt voor het beheer van de waterkwaliteit, de vaarwegen, primaire en secundaire waterkeringen en de rioolwaterzuiveringsinstallaties. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan.
5.1
Beleidskader
5.1.1 Europees beleid – Europees Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is gericht op het bereiken van een goede ecologische waterkwaliteit in alle Europese wateren. In 2015 moet dat gerealiseerd zijn. De lidstaten moeten in 2009 (inter)nationale stroomgebiedbeheersplannen vaststellen waarin zij aangeven welke maatregelen ze gaan nemen om de doelstelling te halen. De provincie Noord-Holland maakt volledig deel uit van het deelstroomgebied Rijndelta en het daarbinnen begrensde deelstroomgebiedsdistrict Rijn-West. Binnen Rijn-West werkt Noord-Holland samen met alle betrokken waterbeheerders (Rijkswaterstaat, buurprovincies, waterschappen en gemeenten) aan het opstellen van het regionale deel van het genoemde stroomgebiedbeheersplan Rijndelta. 5.1.2 Rijksbeleid In december 2015 is het 2e Nationale Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van Het Nationaal Waterplan 2005 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet.
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van een Omgevingsvisie (voorheen Structuurvisie). Het plangebied ligt in het gebied ‘Rivieren’. De grote rivieren bestaan uit het Nederlandse deel van de Rijn inclusief de aftakkingen en de Maas en wordt onderscheiden in bovenrivieren, benedenrivieren en de Maas. De Rijn- en Maasmonding hebben andere hydraulische kenmerken dan het bovenrivierengebied. De rivieren zijn breder en stromen trager en staan onder invloed van het getij. Bij het rivierengebied gaat het om de rivier zelf, het rivierbed en de ruimte binnendijks die nodig is voor rivierverruiming. De rivier en het rivierbed vormen het ‘buitendijks’ gebied. Iedere rivier(tak) heeft eigen kenmerken en eigenschappen. In de afgelopen eeuwen is door de verschillende gebruiksfuncties veel ruimte aan de rivieren ontnomen, met als gevolg dat de rivieren zijn ingeklemd tussen de dijken, die steeds hoger zijn gemaakt. Door de bevolkingsontwikkeling en economische groei zijn de te beschermen waarden sterk toegenomen. Deze kwetsbaarheid van ons land, tezamen met ongunstige verwachtingen over klimaatverandering en zeespiegelstijging, maken duidelijk dat een duurzame bescherming tegen hoogwater, zowel nu als in de toekomst, hoge prioriteit moet houden.
5.1.3 Provinciaal beleid – Bodem-, Water-, en Milieuplan 2016 - 2021 Het Bodem-, Water- en Milieuplan (hierna te noemen ‘het plan’) wordt opgesteld op grond van de verplichting in de Waterwet en de Wet Milieubeheer om respectievelijk een regionaal waterplan en een provinciaal milieubeleidsplan op te stellen. De uitwerking van dit beleid staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 30 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Het beleidsterrein bodem, water en milieu is de laatste jaren sterk ontwikkelt. Op internationaal niveau zijn er regels en afspraken bij gekomen en op nationaal niveau zijn wetten samengevoegd en vereenvoudigd. Bovendien zijn bevoegdheden tussen overheden verschoven. Dit veranderingsproces heeft een vernieuwde beleidsinsteek opgeleverd waarbij de focus nu meer dan voorheen gericht is op het voorkomen van problemen en vooral op het verbeteren van de Utrechtse leefkwaliteit. Een gebiedsgerichte aanpak staat hierbij centraal. Het beleid gaat uit van vier prioriteiten: 1. 2. 3.
Waterveiligheid en wateroverlast Schoon en voldoende oppervlaktewater Ondergrond met schoon en voldoende grondwater
Deze prioriteiten zijn sterk verbonden aan de ontwikkelopgaven uit de strategische agenda en dragen rechtstreeks bij aan de kerntaken (economische ontwikkeling, ruimtelijke ontwikkeling, natuur en landschap, bereikbaarheid en cultuurhistorisch erfgoed). Op gebied van ‘waterveiligheid en wateroverlast’ wordt gestreefd naar een gebiedsgerichte aanpak om de provincie Utrecht te beschermen tegen hoogwater en overstromingen. Er wordt ingezet op het robuuster maken van het regionale watersysteem tegen wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. Wat betreft het thema ‘schoon en voldoende oppervlaktewater’, wordt er gestreefd naar voldoende water van de gewenste kwaliteit, beperkte (maatschappelijk acceptabele) overlast, beperking van het energiegebruik, beperking van functie conflicten rondom water en een hoge belevingswaarde. 5.1.4 Waterschap – Waterbeheerplan 2016 – 2021 Op 30 september 2015 is het Waterbeheerplan 2016 - 2021 vastgesteld door het bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe. Het Waterschap geeft zijn taken ten aanzien van waterbeheer vorm in de drie programma's waterveiligheid, waterketen en watersysteem. Het programma ‘watersysteem’ is opgesplitst in landelijk gebied, stedelijk gebied en de kaderrichtlijn water.
Op deze manier kan er worden omgegaan met klimaatverandering, de groeiende aandacht voor een circulaire economie, het toenemend gebruik van complexe stoffen, de krimp en groei van de bevolking, de schaarser wordende technische kennis en de veranderende houding van de samenleving. De hoofdambities zijn het gebied beschermen tegen overstromingen, zorgen voor de juiste hoeveelheid water, zorgen voor goede oppervlaktewaterkwaliteit, schoon en vuil water zoveel mogelijk scheiden, de hoogst mogelijke waarde uit water halen en het beheren van de afvalwaterketen en watersysteem als één geheel. Het programma waterveiligheid heeft betrekking op de bescherming tegen overstroming door waterkeringen te laten voldoen aan de veiligheidsnormen die er gelden. Dit wordt gedaan aan de hand van het meerlaagse veiligheidsprogramma van het Rijk. De eerste laag is gericht op het voorkomen van overstromingen. De tweede laag richt zich op het beperken van de gevolgen van een overstroming en de derde laag richt zich op gevolgbeperking door adequate hulpverlening en zelfredzaamheid. Hierdoor kan er per locatie en situatie worden besloten welke maatregelen er dienen te worden genomen. Het derde programma is gericht op waterketen met water op landelijk, stedelijk en Europees niveau.
Nieuwe ontwikkelingen, zoals een circulaire economie, bevolkingskrimp- en groei en klimaatverandering hebben invloed op de waterketen. Hierdoor is er extra aandacht voor communicatie en maatwerk noodzakelijk. Voor onderhavig plan is het vasthouden van water in verband met wateroverlast en tevens droogte van belang. In het plangebied is een kleine kans op overstroming aanwezig.
5.2
Digitale watertoets
Voor onderhavig plan is een ‘digitale watertoets’ opgesteld. Zie bijlage 7 voor een volledige weergave van de digitale watertoets. Hier onder is een samenvatting opgenomen. Advies
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 31 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Uit de ingevoerde gegevens via de digitale watertoets volgt dat voor dit initiatief de normale procedure doorlopen dient te worden. Het plan zal in het kader van vooroverleg moeten worden voorgelegd aan het waterschap. Daarnaast zijn de onderstaande algemene adviezen van toepassing: Vasthouden – bergen – afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Binnen het plangebied worden vier vrijstaande woningen gebouwd met een grondoppervlak van circa 100 m 2. Daarnaast mag tot maximaal 50% van het bouwvlak worden bebouwd ten behoeve van bijbehorende bouwwerken (met een gezamenlijk maximaal volume van 600 m3). Gezien de oppervlaktes van de kavels (1.100-1.200 m2) blijft er voldoende ruimte beschikbaar voor het infiltreren van hemelwater op eigen terrein. In het landschappelijk inpassingsplan is ten westen van de kavels een watergang opgenomen.
Bij heftige neerslag kan een deel van het hemelwater afwateren op deze watergang. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Uit het verkennend bodem- en waterbodemonderzoek blijkt dat de grondwaterstand op een diepte van 1,91 – 1,95 m-mv is aangetroffen. Schoon houden – scheiden – schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. In het ontwerp van de woningen zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Uitlogende materialen, zoals lood en zink, worden bij voorkeur niet toegepast.
Aanwezige watergang Binnen het landschappelijk inpassingsplan is een leggerwatergang gesitueerd. Het is van belang dat het plan geen negatieve invloed heeft op de aan- en afvoerfunctie van de watergang en de watergang bereikbaar is voor onderhoud. Om A- en B-watergangen te kunnen onderhouden, moet er bijvoorbeeld een vrije ruimte (onderhoudsstrook) van minimaal 5 meter aan één of beide kanten (afhankelijk van breedte watergang) beschikbaar. De aanwezige watergang blijft aan de westzijde bereikbaar voor onderhoud; aan de oostzijde wordt een houtsingel gerealiseerd, waartoe bebouwing ten minste op 4 meter afstand van de watergang blijft. De watergang is tot slot opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage 1 aan deze toelichting is toegevoegd. In de regels is de realisering hiervan vereist. Hiermee zijn de belangen van deze watergang voldoende geborgd.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 32 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
6
Juridische planbeschrijving
6.1
Algemeen
Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de in het plan begrepen gronden bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden. Aan de bestemmingen zijn regels verbonden over het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van hierop bevindende bouwwerken. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. Het plan is opgesteld conform de Wet ruimtelijke ordening en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.2
Opzet regels
De planregels zijn opgebouwd volgens de systematiek van de SVBP2012. Om de leesbaarheid te bevorderen is in de SVBP2012 gekozen voor een vaste volgorde in indeling van planregels. Onderhavig bestemmingsplan is hierop afgestemd en kent de volgende indeling in planregels: •
•
• •
6.3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels De artikelen in deze paragraaf hebben betrekking op de toepassing van de bestemmingsplanregels. In artikel 1 is een omschrijving van de in de regels gehanteeerde begrippen opgenomen. Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan. Deze bepalingen gelden voor alle bestemmingen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk kent aan elke bestemming een artikel toe met planregels. In de bestemmingsregel wordt aangegeven waarvoor en hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen om onder andere de flexibiliteit van het plan te vergroten. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn de standaardregels opgenomen aangaande het overgangsrecht en de slotregel zoals verwoord in het Besluit ruimtelijke ordening.
Verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de gronden gebruikt mogen worden. Ook zijn aanduidingen opgenomen voor het aanwijzen van gronden waarop een specifieke regeling in de planregels van toepassing zijn.
6.4
Bestemmingen
Enkelbestemming: Agrarisch met waarden In dit gebied is normaliter de landbouw de primaire functie, echter in voorliggend plan kent deze bestemming met name een borgende functie voor de landschappelijke inpassing (middels functieaanduiding ‘natuur- en landschapswaarden’). Deze bestemming is in het gehele plangebied opgenomen, met uitzondering van de woonkavels. Enkelbestemming: Verkeer Het plangebied krijgt deels de bestemming ‘Verkeer’. Hiermee zijn deze gronden in hoofdzaak bestemd voor het realiseren van ontsluiting in de vorm van wegen. Enkelbestemming: Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen. Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ heeft een maximaal oppervlak van 850 m², in aansluiting op het naastgelegen perceel Postweg 10. Per bestemmingsvlak is maximaal 1 woning toegestaan. De inhoud van de woning is gemaximeerd tot 600 m³. Bijgebouwen zijn toegestaan tot 150 m² (bij percelen groter dan 500 m2) met een maximaal bebouwingspercentage van 50% voor het gehele woonkavel. Voor het hoofdgebouw geldt een goot- en nokhoogte van maximaal 4.5 meter en respectievelijk 9 meter.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 33 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
7
Economische uitvoerbaarheid
7.1
Financiering
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan vindt, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op grond van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
7.2
-
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
-
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
-
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Conclusie
In de toelichting van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Tevens volgt uit de Wro de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken (bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut) en/of plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer. Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening ontwikkeld van de initiatiefnemer. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. Voor wat betreft planschade kan de gemeente met initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst sluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 34 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.1
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp wijzigingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). Onder 8.2 is het overleg met de omwonenden opgenomen.
8.2
Zienswijzen en bestuurlijk vooroverleg
8.2.1 Vooroverleg Vooroverleg heeft plaats gevonden met de Gasunie, provincie Utrecht, gemeente Barneveld, Rijkswaterstaat en het Waterschap Vallei en Veluwe. Dit heeft geleid tot onderhavig plan. 8.2.2 Betrokkenheid omwonenden Initiatiefnemer heeft de betrokkenen in kaart gebracht en geïnformeerd. De betrokkenen zijn door middel van een brief op de hoogte gesteld van het initiatief, de procedure van het bestemmingsplan en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Daarnaast is in de brief opgeroepen om bij vragen en/of opmerkingen over de voorgenomen bestemmingswijziging contact op te nemen met de rentmeester. Er is door één partij contact opgenomen omdat de brief enkele vragen opriep. Zo werd er gevraagd of de direct omwonenden op de hoogte zijn gesteld en of er overleg is geweest met de gemeente Barneveld en de provincie Gelderland. Tot slot werd gevraagd of de woningen in de gemeente Leusden of Barneveld en dus de provincie Utrecht of provincie Gelderland gerealiseerd worden. De partijen waarmee telefonisch contact is geweest of een overleg heeft plaatsgevonden hebben gemeld dat zij geen bezwaar hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van het participatieproces is het plan niet aangepast. 8.2.3
Zienswijzen
Nog in te vullen.
Projectcode: P03798 Versie: 1
Pagina 35 van 35
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan
Projectcode: P01085 Versie: 1
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 2: Bodemonderzoek
Projectcode: P01085 Versie: 1
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 3: Archeologisch onderzoek
Projectcode: P01085 Versie: 1
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 4: Onderzoek wegverkeerslawaai
Projectcode: P01085 Versie: 1
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 5: Geuronderzoek veehouderijen
Projectcode: P01085 Versie: 1
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 6: Quickscan flora en fauna
Projectcode: P01085 Versie: 1
Bestemmingsplan Ringlaan, De Glind 30 september 2022
Bijlage 7: Watertoets
Projectcode: P01085 Versie: 1