CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Toekomstplan sociaal ontwikkelbedrijf.pdf

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente LeusdenBij agendapunt: 13: Raadsvoorstel Toekomstplan Impuls sociale infrastructuur en sociaal ontwikkelbedrijf14.535 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

15 alinea's met “breed”: 50 51 60 71 100 134 135 476 480 520 531 591 597 628 957

2025

Toekomstplan sociaal ontwikkelbedrijf IMPULS SOCIALE INFRASTRUCTUUR EN TOEKOMST SOCIAAL ONTWIKKELBEDRIJF

Gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest, Woudenberg en RWA/Amfors

Inhoudsopgave Samenvatting ....................................................................................................................................................2 Hoofdstuk 1: Inleiding.........................................................................................................................................7 1.1

Voor welke opgave staan we als regio? ................................................................................................................7

1.2

Opdracht Rijksoverheid .........................................................................................................................................8

1.3

Inhoudelijke kaders voor het toekomstplan..........................................................................................................8

1.5

Opbouw van dit toekomstplan ............................................................................................................................11

1.6

Leeswijzer ............................................................................................................................................................12

Hoofdstuk 2: Bouwsteen 1 (uitvoering Wsw) .......................................................................................................14 2.1

Bouwsteen 1: Huidige basisdienstverlening continueren ...................................................................................14

2.2

Beeld van de uitvoering .......................................................................................................................................15

2.3

Huidig financieel beeld ........................................................................................................................................15

2.4

Opgave: naar een toekomstbestendig RWA/Amfors ..........................................................................................16

Hoofdstuk 3: Bouwsteen 2 (uitbreiding dienstverlening) ......................................................................................18 3.1

Bouwsteen 2: basisdienstverlening uitbreiden met nieuwe doelgroepen ..........................................................18

3.2

Ambitie 2030 .......................................................................................................................................................19

3.3

Financiële effecten ..............................................................................................................................................20

3.4

Impact op doelgroepen .......................................................................................................................................22

3.4.

Randvoorwaarden en risico’s ..............................................................................................................................25

Hoofdstuk 4: Bouwsteen 3 (modulair aanbod) .....................................................................................................27 4.1

Bouwsteen 3: nader te ontwikkelen modulair aanbod .......................................................................................27

4.2

Waarom een modulair aanbod? ..........................................................................................................................27

4.3

Welke modules zien we voor ons? ......................................................................................................................28

Hoofdstuk 5: Vervolg ........................................................................................................................................32 5.1.

Het plan in lijn met de uitgangspunten ...............................................................................................................32

5.2.

Wat is onze opgave nu?.......................................................................................................................................33

5.3.

Waar starten we mee? ........................................................................................................................................34

5.4.

Financiering van de transitie ...............................................................................................................................35

5.5.

Conclusie .............................................................................................................................................................36

Bijlagen ...........................................................................................................................................................39 Bijlage 1: Aannames rekenmodel ........................................................................................................................................39 Bijlage 2: Financiële effecten bouwsteen 2 per gemeente .................................................................................................42 Bijlage 3: Second opinion en reflectie .................................................................................................................................47 Bijlage 4: Gevoeligheidsanalyse ..........................................................................................................................................49 Bijlage 5: Processtappen toekomstplan ..............................................................................................................................51

1

Samenvatting Iedereen verdient een eerlijke kans op werk. Het is essentieel dat iedereen die kan werken kansen krijgt op de arbeidsmarkt, die passen bij de behoeften, talenten en wensen. Door te werken ontstaat perspectief en een duurzame positie: langdurig zelfstandig en betekenisvol meedoen. Gemeenten hebben de opgave om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen om te participeren. Met als voorkeur in de vorm van zo regulier mogelijk (betaald) werk. Dit doel komt voort uit de Participatiewet, waar de gemeenten voor verantwoordelijk zijn. Op grond van die wet zetten de gemeenten een breed scala aan instrumenten in. Denk aan loonkostensubsidie, werkervaringstrajecten, coaching, taalscholing en uiteenlopende praktijktrainingen. In veel regio’s zijn er kansen om de ondersteuning van mensen binnen de Participatiewet te versterken. Het Rijk heeft gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven daarom opdracht gegeven om een plan te maken voor een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf. Het Rijk ziet het sociaal ontwikkelbedrijf als een belangrijk vangnet voor inwoners die (nog) niet bij een reguliere werkgever terechtkunnen. De regio Amersfoort De arbeidsmarktregio Amersfoort bestaat uit de gemeenten Amersfoort, Bunschoten, Baarn, Leusden, Soest, Woudenberg en Nijkerk.

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 begeleidt de regio Amersfoort inwoners waar mogelijk naar regulier (betaald) werk. Hiervoor zet de regio een breed en divers palet aan instrumenten in. Voor inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is begeleiding naar regulier (betaald) werk echter niet altijd (direct) haalbaar. Ook zien we dat de werkloosheid onder jongeren stijgt. En dat de regio niet voldoet aan haar doelstellingen voor de plaatsing van mensen met een indicatie voor beschut werk en de Banenafspraak. Het effect is dat er voor een deel van de mensen die kunnen én willen werken, op dit moment geen passende werkplek beschikbaar is. Met als effect dat deze doelgroep kansen mist op betaald werk, maatschappelijke participatie en de ontwikkeling van vaardigheden. Een passende plek voor mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt om te werken en zich te ontwikkelen is het sociaal ontwikkelbedrijf. Het sociaal ontwikkelbedrijf is een vangnet en springplank voor deze doelgroep. In veel regio’s, waaronder de regio Amersfoort, wordt de infrastructuur en expertise van het sociaal ontwikkelbedrijf echter steeds minder benut en heeft het sociaal ontwikkelbedrijf steeds meer moeite om financieel gezond te blijven. Dit heeft onder andere te maken met de uitstroom van mensen met een indicatie voor de Wet sociale werkvoorziening (hierna: Wsw).

De infrastructuur van het sociaal ontwikkelbedrijf: financiële en maatschappelijke effecten

2

RWA/Amfors is het sociaal ontwikkelbedrijf van de gemeenten Amersfoort, Bunschoten, Baarn, Leusden, Soest en Woudenberg. De gemeente Nijkerk heeft een ander sociaal ontwikkelbedrijf: de Inclusief Groep. De krimp van het aantal Wsw-plekken bedreigt in de regio Amersfoort het voortbestaan van RWA/Amfors. De Meerjarenbegroting van RWA/Amfors laat nog zwarte cijfers zien, maar dat komt omdat het Rijk bij het vaststellen en verdelen van de integratie-uitkering Wsw nog rekent met gedateerde cijfers over de krimp van het aantal Wsw-plekken. De werkelijke krimp van het aantal Wsw-plekken verloopt veel sneller. Het aantal Wsw-medewerkers daalt. Daarnaast is de verwachting dat het niet lang meer duurt voordat het Rijk de hoogte en de verdeling van de integratie-uitkering zal herijken op de werkelijke krimp. Beide zijn een groot risico voor het voorbestaan van RWA/Amfors. Daarmee verdwijnt op termijn het sociaal ontwikkelbedrijf, als fijne en passende plek voor mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt om te werken en zich te ontwikkelen. Deze opgave heeft de volgende maatschappelijke effecten: •

In de eerste plaats voor de Wsw-doelgroep. Naarmate de krimp verder vordert komt het voortbestaan van werksoorten onder druk te staan. Dit zorgt voor verschraling: er is steeds minder variatie in werksoorten. Tot een punt wordt bereikt dat een werksoort te klein wordt en niet meer levensvatbaar is. Daarnaast wordt het steeds complexer om met de uitstroom van medewerkers een dynamische werkplek te blijven bieden. Dit raakt het werkgeluk van en de kwaliteit van de voorziening voor de Wsw-doelgroep.

•

In de tweede plaats voor de doelgroep van de Participatiewet. Hoewel (betaald) werk op de reguliere arbeidsmarkt prioriteit heeft, zien de gemeenten ook dat er doelgroepen zijn voor wie die stap naar de arbeidsmarkt te groot is. Zij hebben (tijdelijk) behoefte aan een aangepaste werkomgeving, eventueel aangevuld met andere instrumenten om een brug te slaan naar de reguliere arbeidsmarkt. Zonder die brug hebben zij beperkte kansen, met alle maatschappelijke (inactiviteit, isolement) en financiële effecten (uitkeringslasten, schuldenproblematiek) die daarmee samenhangen. De expertise en infrastructuur van RWA/Amfors is van meerwaarde om deze doelgroep kansen te bieden en de brug te slaan naar regulier werk.

De opgave De regiogemeenten en RWA/Amfors staan nu voor de opgave om de sociale infrastructuur binnen de regio te versterken. Met andere woorden: we willen de ondersteuning voor mensen binnen de Participatiewet verbeteren. Zodat er voor iedereen een passende en veilige werkplek is, met kansen op ontwikkeling. Centraal hierbij staat de rol van het sociaal ontwikkelbedrijf in het versterken van deze infrastructuur. In fase A van het proces stelden de gemeenten vijf uitgangspunten vast voor de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf. Deze uitgangspunten vormen het kader voor het toekomstplan: A. De behoefte en ontwikkelkansen van inwoners staan centraal.

3

B. De regio Amersfoort ontwikkelt een breed sociaal ontwikkelbedrijf. C. De partijen die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen vormen samen een netwerkorganisatie. D. RWA/Amfors is, als sociaal ontwikkelbedrijf, onderdeel van de netwerkorganisatie. E. Het toekomstig sociaal ontwikkelbedrijf zorgt ervoor dat RWA/Amfors financieel gezond is. De drie bouwstenen van het sociaal ontwikkelbedrijf Dit toekomstplan bevat een gefaseerde opbouw van het sociaal ontwikkelbedrijf op basis van drie bouwstenen: •

De eerste bouwsteen is de huidige basisdienstverlening van RWA/Amfors, namelijk de uitvoering van de Wsw. Die verandert niet, maar er is wel sprake van krimp van het aantal Wsw-plekken. Van belang is vooral dat de kwaliteit van de dienstverlening op peil blijft.

•

De tweede bouwsteen is de toevoeging van betaalde dienstverbanden twee doelgroepen aan de basisdienstverlening, vanuit de Participatiewet, namelijk (1) inwoners met een indicatie voor de voorziening beschut werk en (2) inwoners met een indicatie Banenafspraak waarvan vaststaat dat zij nog niet op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag kunnen. Het doel is uitstroom naar regulier werk.

•

De derde bouwsteen is het ontwikkelen van modules. Het doel is om aanbod te ontwikkelen op basis van de behoeften van en meerwaarde voor inwoners. Op deze manier zorgen we ervoor dat er een (meer) flexibele schil aan aanbod is, volledig gericht op wat de inwoner nodig heeft. Dit aanbod kan per gemeente verschillen. De komende periode maakt de regio een plan voor de ontwikkeling, het voorbereiden, testen en evalueren van modules. Dit is onderdeel van de implementatieagenda.

Financiële consequenties Om de financiële effecten van de bouwstenen te kunnen bepalen is een rekenmodel uitgewerkt. Dit rekenmodel is getoetst door een onafhankelijk adviesbureau met veel expertise op dit terrein. Voor de eerste en de tweede bouwsteen zijn de financiële effecten goed in beeld. Duidelijk is dat de tweede bouwsteen op de middellange termijn een positief effect heeft op de exploitatie van RWA/Amfors. Toch is dat financieel effect op langere termijn niet voldoende om te kunnen spreken van een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf. Dit vraagt om verdere door ontwikkeling: een proces dat centraal staat in de eerdergenoemde implementatieagenda. Gemeenten ontvangen van het Rijk een impulsbudget om de transitie te realiseren. Die middelen zijn incidenteel en worden door het Rijk aan de centrumgemeente (Amersfoort) beschikbaar gesteld. De gemeenten zetten deze middelen in op de ontwikkeling en uitvoering van de implementatieagenda. Relatie tot eerder vastgestelde uitgangspunten De uitwerking van deze bouwstenen sluiten aan bij de vooraf geformuleerde uitgangspunten:

4

•

De behoefte en ontwikkelkansen van inwoners staan centraal. Alle bouwstenen en modules zijn gericht op het vergroten van hun kansen op werk en maatschappelijke participatie.

•

De regio Amersfoort ontwikkelt een breed sociaal ontwikkelbedrijf. Het plan beschrijft een gefaseerde transitie van RWA/Amfors naar een breed sociaal ontwikkelbedrijf: continueren van huidige Wsw-dienstverlening (Bouwsteen 1), uitbreiding naar nieuwe doelgroepen (Bouwsteen 2) en ontwikkeling van modulaire trajecten voor overige doelgroepen (Bouwsteen 3).

•

De partijen die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen vormen samen een netwerkorganisatie. Het plan positioneert RWA/Amfors als een sterke partner met een duidelijke meerwaarde in een netwerk van gemeenten, werkgevers, onderwijs en maatschappelijke organisaties. RWA/Amfors is er voor de inwoners, die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. En werkt samen met het netwerk om aanbod te ontwikkelen en onder de aandacht te brengen.

•

RWA/Amfors is, als sociaal ontwikkelbedrijf, onderdeel van de netwerkorganisatie. RWA/Amfors is als sociaal ontwikkelbedrijf onderdeel van de netwerkorganisatie van partijen binnen de arbeidsmarktregio. Samenwerking met gemeenten, werkgevers, onderwijs en maatschappelijke organisatie is nodig voor o.a. realisatie van beschutte werkplekken, ontwikkeling van modulaire trajecten en ontwikkelpaden.

•

Het toekomstig sociaal ontwikkelbedrijf zorgt ervoor dat RWA/Amfors financieel gezond is. Het plan realiseert een gefaseerde groei. Door de uitbreiding van dienstverlening in Bouwsteen 2 verbetert het exploitatieresultaat aanzienlijk ten opzichte van het enkel voortzetten (en dus afbouwen)

van

de

Wsw.

De

structurele

dekking

komt

uit

loonkostensubsidies,

begeleidingsvergoedingen en omzet uit werkplekken. Impulsgelden van het Rijk worden ingezet op de implementatieagenda. De regio slaat in de implementatieagenda de brug tussen het huidige toekomstplan en het daadwerkelijk realiseren van deze uitgangspunten. De implementatieagenda gaat onder andere in op de monitoring van de opbouw van het sociaal ontwikkelbedrijf, het opzetten van de netwerkorganisatie, en de ontwikkeling en besluitvorming over modules.

5

6

Hoofdstuk 1: Inleiding In dit hoofdstuk schetsen we het vertrekpunt van dit toekomstplan. We beginnen met de opgave waar de regio Amersfoort voor staat en leggen uit waarom deze opgave juist nu urgent is. Daarna beschrijven we de stappen die al gezet zijn en gaan we in op het inhoudelijk kader dat de basis vormt voor de keuzes in dit plan. Tot slot staan we stil bij het wettelijk kader en geven we inzicht in de opbouw van het plan, zodat duidelijk is hoe de verschillende onderdelen samenhangen.

1.1 Voor welke opgave staan we als regio? Iedereen verdient een eerlijke kans op werk. Het is essentieel dat iedereen die kan werken kansen krijgt op de arbeidsmarkt, die passen bij de behoeften, talenten en wensen. Werk of maatschappelijke participatie is cruciaal voor bestaanszekerheid en welzijn. Het biedt een plek voor persoonlijke ontwikkeling, sociale contacten en het vergroten van zelfvertrouwen en eigenwaarde. Het zorgt ervoor dat mensen zich sociaal verbonden voelen en brengt structuur in het dagelijks leven. En het gevoel hebben dat zij bijdragen aan de maatschappij en zelfredzaam zijn. Door te werken ontstaat perspectief en een duurzame positie: langdurig zelfstandig en betekenisvol meedoen. In de arbeidsmarktregio Amersfoort (de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg) staan de gemeenten voor een gezamenlijke opgave: inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen en ontwikkelen bij het verkrijgen van (betaald) werk. Daarbij benutten de gemeenten – waar mogelijk en passend – de bestaande infrastructuur van het sociaal ontwikkelbedrijf. RWA/Amfors is het sociaal ontwikkelbedrijf van de gemeenten Amersfoort, Bunschoten, Baarn, Leusden, Soest en Woudenberg. De gemeente Nijkerk heeft een ander sociaal ontwikkelbedrijf: de Inclusief Groep.

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 begeleidt de regio inwoners (waar mogelijk) naar regulier (betaald) werk. Voor inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is begeleiding naar regulier (betaald) werk echter niet altijd (direct) haalbaar. Ook zien we dat de werkloosheid onder jongeren stijgt. En dat de regio niet voldoet aan haar doelstellingen voor de plaatsing van mensen met een indicatie voor beschut werk en de Banenafspraak. Het effect is dat er voor een deel van de mensen die kunnen én willen werken, op dit moment geen passende werkplek beschikbaar is. Met als effect dat deze doelgroep kansen mist op betaald werk, maatschappelijke participatie en de ontwikkeling van vaardigheden.

Hoe verhouden het aantal plaatsingen van mensen met een indicatie Beschut Werk en Banenafspraak zich met de (landelijke) doelstellingen? Banenafspraak: In onze regio is 49% van de inwoners met een advies Banenafspraak aan het werk, tegenover het landelijke gemiddelde van 51%. Zowel in onze regio als landelijk wordt steeds meer duidelijk dat er een

7

groep (landelijk ongeveer 10.000 personen) is die baat heeft bij een tijdelijke, aangepaste werkomgeving, om vervolgens de stap te maken naar een reguliere baan binnen de Banenafspraak. Beschut werk: In maart 2025 hadden 35 mensen een plek. Dit is 28% van de taakstelling waar de gemeenten middelen voor krijgen van het Rijk. Het landelijke gemiddelde is 91%.

Een toekomstbestendige arbeidsmarkt speelt in op ontwikkelingen binnen de arbeidsmarktregio en richt zich ook op de ontwikkelkansen en behoeften van doelgroepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt om ook voor deze doelgroepen de kans op duurzame plaatsing te vergroten. Dit vraagt om aanvullend en flexibel inzetbaar instrumentarium, specifiek gericht op inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Het sociaal ontwikkelbedrijf is mogelijk een passende plek om aanvullend instrumentarium te bieden. Door de uitstroom van de Wsw-doelgroep wordt de bestaande infrastructuur en expertise van het sociaal ontwikkelbedrijf echter steeds minder benut en heeft het sociaal ontwikkelbedrijf steeds meer moeite om financieel gezond te blijven. Dat levert de opgave op waar de gemeenten nu voor staan: welk aanvullend instrumentarium hebben de gemeenten nodig? En welke rol kan het sociaal ontwikkelbedrijf daarbij vervullen? Hoe kan die rol toekomstbestendig ingevuld worden?

1.2 Opdracht Rijksoverheid Het Rijk heeft gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven opdracht gegeven om een plan te maken voor een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf. Het Rijk ziet het sociaal ontwikkelbedrijf als een belangrijk vangnet voor inwoners die (nog) niet bij een reguliere werkgever terechtkunnen. Gemeenten ontvangen jaarlijks een impulsbudget, bedoeld voor de transitie en transformatie van de sociale infrastructuur. Het Rijk geeft gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven ruimte om zelf de inhoud van het plan te bepalen en keuzes te maken ten aanzien van de besteding van de beschikbaar gestelde middelen. Verantwoording verloopt dus langs de reguliere route van de gemeentelijke begrotingscyclus.

1.3 Inhoudelijke kaders voor het toekomstplan In fase A van het proces stelden de gemeenten vijf uitgangspunten vast voor de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf. Deze uitgangspunten vormen het kader voor het toekomstplan. A. De behoefte en ontwikkelkansen van inwoners staan centraal. Het algehele uitgangspunt is dat we de (behoefte van de) inwoner centraal stellen. We willen dat inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt de kans krijgen om te werken en zich te ontwikkelen.

8

B. De regio Amersfoort ontwikkelt een breed sociaal ontwikkelbedrijf. Dit brede sociaal ontwikkelbedrijf biedt inwoners, die (nog) niet bij een reguliere werkgever terechtkunnen, een aangepaste werkplek om werknemers- en vakvaardigheden te ontwikkelen, passend bij de afstand die een deel van de inwoners heeft tot de reguliere arbeidsmarkt. C. De partijen die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen vormen samen een netwerkorganisatie. RWA/Amfors zal nauw samenwerken met andere partijen binnen de netwerksamenwerking van de (arbeidsmarkt)regio, zoals werkgevers, het onderwijs en maatschappelijke organisaties. Die samenwerking is in het belang van inwoners, gemeenten en RWA/Amfors. Het vergroot de kans op duurzame participatie. Samen creëren we het benodigde aanvullende instrumentarium dat beter aansluit op de behoeften, talenten en ontwikkelkansen van inwoners. Zo krijgen zij meer mogelijkheden om door te stromen naar regulier werk of een passende plek die bij hun mogelijkheden past. D. RWA/Amfors is, als sociaal ontwikkelbedrijf, onderdeel van de netwerkorganisatie. In dit proces ontwikkelt RWA/Amfors zich als strategisch partner van gemeenten en het regionale netwerk. RWA/Amfors brengt expertise en infrastructuur in binnen die samenwerking, met name op het gebied van mensontwikkeling, werkbegeleiding en praktijkleren.

En zal daartoe ook aansluiten op de diverse samenwerkingen in de regio en deelnemen aan initiatieven die bijdragen aan het vergroten van kansen voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. E.

Het toekomstig sociaal ontwikkelbedrijf zorgt ervoor dat RWA/Amfors financieel gezond is.

De verbreding van de doelgroep zorgt voor extra instroom en daarmee, extra omzet. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige infrastructuur richting de toekomst. 1.4 Wat is het wettelijk kader? 1.4.1 Wet sociale werkvoorziening De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) bood mensen een aangepaste werkomgeving die door een beperking niet in de gelegenheid waren om onder normale omstandigheden te werken. Gemeenten voerden de wet uit en het UWV stelde vast wie in aanmerking kwam. De kern van de Wsw was een dienstverband, aangeboden door de gemeente of via een subsidie aan een werkgever (begeleid werken). Aanvullend op het dienstverband konden gemeenten extra voorzieningen vergoeden of organiseren, waaronder: begeleiding op de werkplek, aanpassing van de werkplek, aanpassing van het werktempo en organisatie van het werk. Met de invoering van de Participatiewet in 2015 stopte de instroom in de Wsw. Inwoners die toen al een dienstverband hadden, behouden deze rechten zolang de indicatie doorloopt, meestal tot aan het pensioen.

9

Door deze wijziging krimpt de doelgroep van de Wsw sinds 2015. In 2015 waren er landelijk circa 90.000 dienstverbanden, in 2021 nog 67.500 en medio 2024 ongeveer 51.000. Uiteindelijk verdwijnen alle dienstverbanden, naar verwachting wordt dat punt rond 2048 bereikt. 1.4.2 Participatiewet De Participatiewet is het vangnet binnen het Nederlandse stelsel voor sociale zekerheid. Het is de opvolger van de Wet werk en bijstand (Wwb). Net als de Wwb richt de Participatiewet zich op re-integratie naar betaalde arbeid. Wie (tijdelijk) niet kan werken, ontvangt een uitkering (algemene bijstand). De grootste impact van de Participatiewet zit in de gelijktijdige aanpassing van de Wsw en de Wajong. Sinds 1 januari 2015 is instroom in de Wsw niet meer mogelijk. Ook is de toegang tot de Wajong aangescherpt: alleen wie structureel geen arbeidsmogelijkheden heeft, kan nog instromen. Door deze wijzigingen doen meer mensen een beroep op de Participatiewet. Toegang is niet automatisch, omdat de ‘polisvoorwaarden’ verschillen van die van de Wsw en Wajong. Zo gaat de Participatiewet uit van een huishouden, niet van een individu, bij het bepalen van de hoogte van de uitkering. De Participatiewet gaat uit van een 'inclusieve arbeidsmarkt’, waar mensen met een arbeidsbeperking meer kansen krijgen op betaald werk en zo min mogelijk afgezonderd werken van de reguliere arbeidsmarkt.

Binnen de Participatiewet worden 155.000 dienstverbanden gerealiseerd via de banenafspraak en beschut werk. Deze vervangen de dienstverbanden uit Wsw en Wajong en ondersteunen een inclusieve arbeidsmarkt.

•

Banenafspraak De Banenafspraak is een afspraak tussen kabinet, werkgevers en werknemersorganisaties om extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen.

•

Beschut werk Werk voor mensen die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking uitsluitend onder aangepaste omstandigheden en met intensieve begeleiding kunnen werken.

1.4.3

Budgetten

Gemeenten ontvangen verschillende budgetten voor de uitvoering van de Participatiewet en Wsw: •

BUIG Dit budget dekt bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. De loonkostensubsidie is bedoeld voor werknemers die zelfstandig niet het minimumloon verdienen, zoals inwoners met een indicatie Beschut werk of Banenafspraak. Hiermee vult de Rijksoverheid het salaris aan tot het minimumloon.

•

10

Integratie-uitkering Gemeentefonds

Gemeenten krijgen vanuit dit cluster geld voor de uitvoering, re-integratie, begeleiding en minimabeleid, waaronder bijzondere bijstand. Het Rijk stelt, naast de middelen die via de BUIG beschikbaar komen, middelen beschikbaar voor voorzieningen binnen de Participatiewet en uitvoering van de Wsw. Gemeenten ontvangen hiervoor de integratie-uitkering Participatie. Deze uitkering is onderdeel van het gemeentefonds en niet geoormerkt. •

Cluster Participatie in algemene uitkering van het gemeentefonds Gemeenten krijgen binnen dit cluster geld voor de uitvoering van hun wettelijke taken binnen de Participatiewet.

De middelen die gemeenten ontvangen zijn niet geoormerkt, wat betekent dat gemeenten niet verplicht zijn om deze te besteden aan bepaalde doeleinden. Dat er sprake is van een Integratie-uitkering heeft te maken met het feit dat het Rijk herverdeeleffecten wil voorkomen als gevolg van de integratie van (voorheen geoormerkte middelen) in de algemene uitkering. Dit neemt overigens niet weg dat het Rijk bij de berekening van budgetten binnen de integratie-uitkering in de toekomst rekening kan gaan houden met indicatie- en/of realisatiecijfers. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat gemeenten minder budget ontvangen voor beschut werk of de Wsw als de gemeente daarvan minder realiseert.

1.5 Opbouw van dit toekomstplan Het toekomstplan bestaat uit drie bouwstenen. Samen vormen zij de basis voor toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf. Dit betekent: •

Bouwsteen 1 vormt de basis voor het gehele model.

•

Bouwsteen 2 vult de eerste bouwsteen aan.

•

Bouwsteen 3 vult de tweede bouwsteen aan.

Bouwsteen 1: Huidige dienstverlening

Bouwschema toekomst RWA/Amfors

De huidige dienstverlening van RWA/Amfors is het bieden van werkplekken en ontwikkeling aan inwoners met een Wsw-indicatie. De eerste bouwsteen richt zich op het verder continueren van deze dienstverlening en ondersteuning voor deze (krimpende) groep. Bouwsteen 2: Basisdienstverlening uitbreiden met nieuwe doelgroepen De tweede bouwsteen richt zich op het bieden van werkplekken aan twee doelgroepen binnen het kader van de Participatiewet: •

Personen met een indicatie Beschut Werk.

•

Personen met een indicatie Banenafspraak, die (nog) niet bij een reguliere werkgever in dienst kunnen (10.000 banen landelijk).

11

RWA/Amfors gaat deze dienstverlening uitvoeren voor de gemeenten, waar mogelijk samen met het netwerk. Inwoners waarvoor een plek bij een reguliere werkgever (nog) niet haalbaar is, krijgen een betaald dienstverband bij RWA/Amfors. Het doel hierbij is altijd uitstroom naar een reguliere werkgever. Bouwsteen 3: Nader te ontwikkelen modulair aanbod. De derde bouwsteen richt zich op het ontwikkelen van modulair aanbod voor overige doelgroepen binnen de Participatiewet. We kiezen voor de term ‘modulair’ omdat voor de dienstverlening in deze bouwsteen geldt dat regiogemeenten zelf bepalen in welke mate zij gebruikmaken van de modules. In tegenstelling tot de eerste twee bouwstenen is deelname aan modules optioneel. Dit geeft ruimte om de nieuwe dienstverlening te ontwikkelen, uit te voeren en verder te verbeteren. Het doel is om aanbod te ontwikkelen op basis van de behoeften van en meerwaarde voor inwoners. Op deze manier zorgen we ervoor dat er een (meer) flexibele schil aan aanbod is, volledig gericht op wat de inwoner nodig heeft. Dit aanbod kan per gemeente verschillen. Indien passend kunnen modules zich door ontwikkelen naar basisdienstverlening. 1.6 Leeswijzer Dit toekomstplan beschrijft de transitie van RWA/Amfors naar een breed sociaal ontwikkelbedrijf voor de regio Amersfoort.

Bij het opstellen van dit toekomstplan zijn verschillende regionale partners en landelijke experts betrokken. Daarnaast is het toekomstplan uitgewerkt op basis van de uitgangspunten die zijn vastgesteld in fase A, landelijke trends, statistieken en breed gedragen onderzoeksresultaten. De basis is het onderzoeksrapport en de handreikingen van Berenschot. Dit maakt de inzet landelijk vergelijkbaar. Een beschrijving van het proces om dit toekomstplan op te stellen is onderdeel van de bijlagen van dit plan. In hoofdstuk 2 de eerste bouwsteen centraal; het continueren van de huidige basisdienstverlening aan inwoners die vallen onder de Wsw. We schetsen de context en beschrijven de uitvoering en financiële situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de tweede bouwsteen: het uitbreiden van de basisdienstverlening met nieuwe doelgroepen. We gaan in op de huidige situatie voor deze doelgroepen, de ambitie voor 2030 en de verwachte aantallen. Ook bespreken we de financiering, de impact, de randvoorwaarden en risico’s. In hoofdstuk 4 staat bouwsteen 3 centraal: een modulair aanbod dat inspeelt op diverse behoeften van onze doelgroepen. We leggen uit waarom een modulair aanbod van belang is, welke modules we eventueel voor ogen hebben en welke risico’s daarbij komen kijken. Daarnaast bespreken we de (financiële) voorwaarden die nodig zijn om dit aanbod succesvol te realiseren.

In hoofdstuk 5 geven we een advies op basis van de uitgangspunten en staan we stil de implementatie van het toekomstplan. We benoemen de eerste acties, zoals het opstellen van een implementatieagenda, starten met bouwsteen 2 en bespreken de financiering.

12

13

Hoofdstuk 2: Bouwsteen 1 (uitvoering Wsw) In dit hoofdstuk staat de eerste bouwsteen centraal; het continueren van de huidige basisdienstverlening aan inwoners die vallen onder de Wsw. We schetsen eerst de context en beschrijven wat huidige dienstverlening inhoudt. Daarna geven we een beeld van de uitvoering en de huidige financiële situatie.

Bouwsteen 1: Huidige basisdienstverlening continueren

2.1

2.1.1 Context De huidige dienstverlening van RWA/Amfors richt zich op het bieden van werkplekken en ontwikkeling aan medewerkers met een indicatie Wsw. Instroom in de Wsw is niet meer mogelijk, waardoor het aantal medewerkers van RWA/Amfors krimpt door bijvoorbeeld pensioen, uitval of overlijden. Deze krimp verloopt sneller dan verwacht (in 2015). Tegelijkertijd worden medewerkers ouder, wat soms leidt tot lagere productiviteit en veranderende behoeften, bijvoorbeeld meer werkplekaanpassingen of begeleiding. RWA/Amfors dreigt hierdoor niet meer aan de vraag te kunnen voldoen en moet opdrachten soms teruggeven omdat ze de bezetting niet meer rond krijgen. 2.1.2 Huidige dienstverlening Door de uitstroom en veranderende behoeften van medewerkers is het essentieel om de dienstverlening en werksoorten aan te (blijven) passen en een aangepaste werkomgeving te blijven bieden aan de doelgroep Wsw. RWA/Amfors doet dit nu al, op de volgende drie manieren: •

Behoud van aangepaste werkplekken Voor de huidige Wsw-groep is het uitstroompotentieel naar regulier werk al benut en is er geen uitstroom meer naar regulier werk. RWA/Amfors zich op het behouden van aangepaste werkplekken die aansluiten bij talenten en mogelijkheden van de doelgroep. Zo blijven medewerkers op een betekenisvolle manier meedoen en ervaren zij eigenwaarde en betrokkenheid.

•

Flexibiliteit in werksoorten Door de krimp kunnen niet alle werksoorten blijven bestaan. RWA/Amfors maakt hierbinnen keuzes, maar zorgt voor voldoende variatie en aansluiting bij behoeften, zodat medewerkers perspectief en werkplezier houden.

•

Aandacht voor de sociale component Minder collega’s en werksoorten beïnvloeden de dynamiek, sociale samenhang en het werkplezier. RWA/Amfors investeert daarom in sociale activiteiten, teamgerichte ondersteuning en groepsdetachering. Ook organiseert RWA/Amfors het werk slim, bijvoorbeeld door taken te rouleren, zodat medewerkers betrokken blijven en voldoende interactie ervaren.

14

Deze inzet zorgt voor een fijne, stimulerende en sociale omgeving. Toch gaat de arbeidsproductiviteit verder dalen en de verdeling over werksoorten gelijk blijven. De reden: medewerkers werken al lang bij RWA/Amfors, vaak binnen specifieke werksoorten. Het potentieel of behoefte om te veranderen is meestal al benut. 2.2 Beeld van de uitvoering

De verwachte krimp van het aantal Wsw-plekken ziet er de komende jaren als volgt uit (uitgedrukt in fte’s): Gemeente

2025*

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Amersfoort

400

384

357

332

309

288

268

249

231

215

202

Baarn

16

15

14

13

12

12

11

10

9

9

8

Bunschoten

26

25

23

22

20

19

17

16

15

14

13

Leusden

40

38

36

33

31

29

27

25

23

22

20

Soest

67

64

60

56

52

48

45

42

39

36

34

Woudenberg Totaal

9

9

8

7

7

6

6

6

5

5

5

558

536

498

464

432

401

373

347

323

300

282

* per 1 september 2025

De uitvoering van de Wsw door RWA/Amfors bestaat uit verschillende werksoorten, die in afzonderlijke units georganiseerd worden:

2.3

•

Cleanfors (schoonmaak)

•

Eemfors (groenvoorziening)

•

Metafors (metaalbewerkingen)

•

Het Productiebedrijf (in- en ompak van technische assemblage) Huidig financieel beeld

2.3.1 Exploitatie RWA/Amfors De Meerjarenbegroting van RWA/Amfors toont aan dat het financieel beeld van uitvoering van de Wsw achteruitgaat. De totale kosten van RWA/Amfors dalen de komende jaren, vooral door minder loonkosten voor het afnemende aantal Wsw-werknemers. De gemiddelde kosten per Wsw-plek stijgen echter. Dit komt doordat de loonkosten van niet-Wsw-werknemers, kosten van afschrijvingen en overige bedrijfskosten niet evenredig dalen met het aantal Wsw-plekken. De omzet daalt ook, als gevolg van het feit dat er steeds minder Wswwerknemers zijn die omzet kunnen realiseren. 2.3.2 Financiering exploitatiesaldo RWA/Amfors De regiogemeenten financieren het exploitatiesaldo van RWA/Amfors. Zij gebruiken in de eerste plaats de Integratieuitkering Wsw die de gemeenten van het Rijk ontvangen. Die bijdrage van het Rijk daalt, omdat het aantal Wsw-plekken krimpt. Het Rijk rekent nog steeds met de krimp van het aantal Wsw-plekken, zoals voorspeld in 2014. In werkelijkheid gaat de afname sneller. Daarom is de bijdrage per werkelijke Wsw-plek sinds 2015 fors gestegen.

15

De Integratieuitkering Wsw is voor de gemeenten niet genoeg om het exploitatiesaldo van RWA/Amfors te dekken. Gemeenten leveren een aanvullende bijdrage. Die aanvullende bijdrage daalt langzaam, omdat de Integratieuitkering Wsw minder snel afneemt dan het exploitatiesaldo van RWA/Amfors. De Meerjarenbegroting van RWA/Amfors laat nu nog zwarte cijfers zien, omdat het Rijk rekent met gedateerde cijfers over de krimp van het aantal Wsw-plekken. Het is onzeker of het Rijk die lijn blijft volgen. Waarschijnlijker is dat het Rijk in de komende jaren besluit tot een herijking. Dit leidt dan tot een aanzienlijke verslechtering van het financieel beeld. Samengevat: •

De totale kosten van uitvoering van de Wsw dalen, omdat het aantal Wsw-werknemers de komende jaren verder afneemt.

•

Gemiddelde kosten per fte stijgen, doordat vaste kosten (niet-Wsw-werknemers, afschrijvingen en overige kosten) in stand blijven

•

Op korte termijn levert dit nog geen financiële knelpunten op, omdat de Integratieuitkering Wsw per fte stijgt. Het Rijk rekent nog met oude krimpcijfers en herijkt voorlopig niet.

•

Op middellange en langere termijn zijn er echter forse risico’s. Het Rijk zal waarschijnlijk de bijdrage aanpassen aan de werkelijke uitstroom. Dan stijgt de gemeentelijke bijdrage waarschijnlijk fors.

2.4 Governance

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg voeren de Wsw gezamenlijk uit. De gemeenten zijn een gemeenschappelijke regeling (GR) overeengekomen, op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dit is een juridische constructie die het mogelijk maakt voor overheden om samen te werken aan specifieke taken of projecten. De GR die de gemeenten overeen zijn gekomen is de ‘Gemeenschappelijke Regeling betreffende het Regionaal Sociaal Werkvoorzieningschap Amersfoort en Omgeving RWA’. Het bestuur van RWA bestaat uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. Het bestuur van de RWA kan besluiten tot de oprichting van (en deelneming in) rechtspersonen. Op grond van die bevoegdheid is RWA/Amfors Holding BV opgericht (verder ‘RWA/Amfors’) en is door het bestuur een Raad van Commissarissen aangesteld die toeziet op de activiteiten van RWA/Amfors. De directeur van RWA is ook directeur van RWA/Amfors. Binnen de units van RWA/Amfors worden verschillende werksoorten georganiseerd (zie ook 2.2). 2.5 Opgave: naar een toekomstbestendig RWA/Amfors

Naast de financiële opgave is er een maatschappelijke opgave. De krimp van het aantal Wsw-werknemers bedreigt het voortbestaan van werksoorten binnen RWA/Amfors. Dit veroorzaakt eerst verschraling binnen werksoorten en uiteindelijk opheffing. Dat verlaagt de kwaliteit van de voorziening en leidt tot verlies van

16

expertise en infrastructuur. Dit heeft uiteindelijk een definitief karakter. Eenmaal verschraald en afgebouwd is er in principe geen weg meer terug. De gemeenten staan op grond van de Participatiewet voor de opgave om inwoners zoveel mogelijk te laten meedoen aan de samenleving, bij voorkeur in regulier betaald werk. De gemeenten binnen de regio Amersfoort zijn daar succesvol in, dankzij samenwerking met partijen op de regionale arbeidsmarkt zoals: werkgevers, onderwijs en het UWV. Toch blijkt de reguliere arbeidsmarkt voor sommige inwoners te hoog gegrepen, tijdelijk of structureel. Zonder een voorziening zoals RWA/Amfors hebben zij minder kansen op een betaalde baan. Juist voor die groep kan de expertise en infrastructuur van RWA/Amfors van grote betekenis zijn: •

Beschut werk binnen de Participatiewet.

•

Banenafspraak-doelgroep die een tussenstap nodig heeft, op weg naar een regulier dienstverband.

•

Andere doelgroepen binnen de Participatiewet die (tijdelijk) een aangepaste werkomgeving of andere vormen van ondersteuning nodig hebben.

De regiogemeenten kopen nu incidenteel diensten in bij RWA/Amfors. De wijze waarop afspraken worden gemaakt biedt echter onvoldoende continuïteit voor RWA/Amfors. En daarmee: een waardevolle infrastructuur voor het bieden van werkplekken en kansen tot ontwikkeling voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Voor behoud van expertise en infrastructuur is continuïteit en zekerheid nodig in de vorm van meerjarige afspraken. De gemeenten staan met RWA/Amfors op een splitsing. Verder afbouwen betekent afbouw van de kwaliteit van de voorziening en uiteindelijk verlies van expertise en infrastructuur. Het alternatief is dat de gemeenten inzetten op (gedeeltelijk) behoud van waardevolle expertise en infrastructuur. Voor zowel de doelgroep zelf, maar óók als samenwerkingspartner voor het netwerk binnen de arbeidsmarktregio. Komende hoofdstukken beschrijven hoe gemeenten, RWA/Amfors en overige netwerkpartners dat samen aanpakken.

17

Hoofdstuk 3: Bouwsteen 2 (uitbreiding dienstverlening) Dit hoofdstuk beschrijft de tweede bouwsteen: het uitbreiden van de basisdienstverlening met nieuwe doelgroepen. We gaan in op de huidige situatie voor deze doelgroepen, de ambitie voor 2030 en de verwachte aantallen. Daarna bespreken we de structurele financiering, de impact op doelgroepen en de randvoorwaarden en risico’s voor een succesvolle uitvoering. 3.1

Bouwsteen 2: basisdienstverlening uitbreiden met nieuwe doelgroepen

De tweede bouwsteen richt zich op het bieden van betaalde dienstverbanden en ontwikkeling voor doelgroepen op basis van de Participatiewet. Het gaat om het deel van de doelgroep dat (nog) niet bij een reguliere werkgever kan werken. Deze doelgroepen lijken op de doelgroep Wsw (voor 2015). Als werken op de reguliere arbeidsmarkt (tijdelijk) niet kan, biedt RWA/Amfors een aangepaste werkomgeving. Dit doet RWA/Amors niet alleen, maar samen met netwerkpartners. Bijvoorbeeld via detachering naar reguliere werkgevers. Zo worden kansen voor deze inwoners vergroot, omdat zij zich kunnen ontwikkelen in een fijne, passende omgeving. Op deze manier wordt RWA/Amfors een breder sociaal ontwikkelbedrijf, dat een vangnet én een springplank biedt voor inwoners die daarbij gebaat zijn. Het doel is altijd uitstroom naar een reguliere werkgever. De samenwerking van de regiogemeenten binnen deze bouwsteen is niet vrijblijvend. Dit betekent dat alle gemeenten zich committeren aan het inschakelen van RWA/Amfors voor de uitvoering van deze taken, met RWA/Amfors als werkgever. Mits inwoners niet terecht kunnen bij een reguliere werkgevers. Concreet gaat het om twee specifieke doelgroepen die structureel een beschutte werkomgeving nodig hebben: •

Personen met een indicatie Beschut werk Mensen die door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking uitsluitend onder aangepaste omstandigheden en met intensieve begeleiding kunnen werken. Het UWV is verantwoordelijk voor het afgeven van indicaties voor Beschut werk.

18

Invulling van beschut werk kan bij een reguliere werkgever of in een aangepaste omgeving (zoals die van het sociaal ontwikkelbedrijf). We zien dat van reguliere werkgevers niet standaard verwacht wordt dat zij deze doelgroep in dienst nemen, ook niet met extra voorzieningen. De benodigde begeleiding en aanpassingen zijn daarvoor vaak te groot. Gemeenten moeten mensen met een indicatie Beschut werk begeleiden naar betaald werk. Gemeenten bepalen zelf hoe zij beschutte werkplekken organiseren. Het Rijk stelt per gemeente een taakstelling vast en stelt middelen beschikbaar aan gemeenten voor de uitvoering, maar stuurt op dit moment nog niet op realisatie. Gemeenten bepalen zelf hoe zij beschutte werkplekken organiseren. Het UWV is verantwoordelijk voor het afgeven van indicaties voor Beschut werk.

•

Personen met een indicatie Banenafspraak Een persoon met een indicatie Banenafspraak is iemand die door een arbeidsbeperking niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen, maar wel kan werken. De indicatie is een verklaring van het UWV die bevestigt dat iemand tot de doelgroep van de Banenafspraak behoort, waardoor diegene in aanmerking komt voor extra ondersteuning en aangepaste banen. Deze personen worden opgenomen in het doelgroepenregister, wat werkgevers stimuleert hen aan te nemen door middel van financiële voordelen en begeleiding. De Banenafspraak is een afspraak tussen kabinet, werkgevers en werknemersorganisaties om extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Een deel van deze groep kan nog niet bij een reguliere werkgever terecht. Voor deze doelgroep heeft het Rijk het 10.000-banenplan in het leven geroepen. Dit plan financiert 10.000 Banenafspraak-banen bij sociaal ontwikkelbedrijven. Deze zijn bedoeld voor mensen die niet in aanmerking komen voor beschut werk, maar wel behoefte hebben aan tijdelijke ondersteuning van sociaal ontwikkelbedrijven richting regulier werk.

3.2

Ambitie 2030

Het is de ambitie van de regio om zoveel mogelijk mensen bij reguliere werkgevers te plaatsen. Tegelijkertijd zien we ook dat dit niet altijd haalbaar is, en dat tijdelijke plaatsing bij het sociaal ontwikkelbedrijf nodig is voor een deel van de doelgroep. Als tussenstap voordat plaatsing bij een reguliere werkgever mogelijk is. Op basis van deze verwachtingen maakten we een inschatting van het aantal noodzakelijke plaatsingen binnen het sociaal ontwikkelbedrijf. Dit leidt tot de volgende ambities voor de plaatsingen binnen het sociaal ontwikkelbedrijf:

19

•

Beschut Werk Het aantal plaatsingen van inwoners met een indicatie Beschut Werk moet de komende jaren stijgen van 29% naar 91% van de taakstelling. Daarmee sluiten we aan bij het huidig landelijk gemiddelde van 91%. Van de nieuwe plaatsingen krijgt 80% een beschutte werkplek bij RWA/Amfors, 20% bij reguliere werkgevers. In 2030 zijn 150 beschutte werkplekken, gerealiseerd, waarvan 120 bij RWA/Amfors.

•

Banenafspraak In 2030 realiseren de regiogemeenten hun aandeel in het 10.000-banenplan van het Rijk. We richten ons op de meest kwetsbare doelgroep, waardoor alle plaatsingen (100%) binnen deze afspraak bij RWA/Amfors plaatsvinden. In 2030 zijn binnen dit kader 124 werkplekken bij RWA/Amfors gerealiseerd.

Onderstaande tabel geeft de verdeling van deze aantallen over de regiogemeenten weer: 2026

2027

2028

2029

2030

Amersfoort

64

95

126

157

187

Beschut werk

49

64

80

95

110

Banenafspraak

16

31

47

62

77

Baarn

5

7

10

12

15

Beschut werk

3

4

5

6

7

Banenafspraak

2

3

5

6

8

Bunschoten

4

6

8

11

13

Beschut werk

3

3

4

5

6

Banenafspraak

1

3

4

6

7

Leusden

5

8

12

15

18

Beschut werk

3

4

5

6

7

Banenafspraak

2

4

7

9

11

Soest

11

17

23

29

34

Beschut werk

8

10

13

15

17

Banenafspraak

3

7

10

14

17

Woudenberg Beschut werk

2 1

3 1

4 2

5 2

6 2

Banenafspraak

1

2

2

3

4

Totaal

91

137

183

229

274

Beschut werk

66

87

108

129

150

Banenafspraak

25

50

75

100

124

3.3

Regionaal aandeel 68%

5%

5%

7%

13%

2%

100%

Financiële effecten

Realisatie van de tweede bouwsteen beïnvloedt de exploitatie van RWA/Amfors en is realiseerbaar binnen de budgetten die gemeenten ontvangen voor de re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er is gebruik gemaakt van een rekenmodel. De Meerjarenbegroting van RWA/Amfors vormt de basis voor de

20

berekening van financiële effecten. Het gebruikte rekenmodel is onafhankelijk getoetst door Iroko, een gespecialiseerd adviesbureau met veel ervaring op dit terrein. Bijlage 3 geeft een toelichting en reflectie op deze second opinion. Om de financiële effecten van de tweede bouwsteen te bepalen zijn de inkomsten en uitgaven die samenhangen met de instroom van de nieuwe doelgroepen toegevoegd aan het rekenmodel. In bijlage 1 zijn de aannames van het rekenmodel in detail toegelicht.

3.3.1 Kosten We gaan ervan uit dat de huidige expertise en infrastructuur (huisvesting en bedrijfsmiddelen) van RWA/Amfors de komende jaren volstaan voor de nieuwe doelgroepen. Eventuele aanpassingen vallen onder de implementatieagenda en de reguliere bedrijfsvoering van RWA/Amfors. De nieuwe structurele uitgaven voor RWA/Amfors door de instroom van nieuwe doelgroepen bestaan uit: •

Loonkosten doelgroep beschut werk en 10.000 banenplan.

•

Kosten voor begeleiding door jobcoaches.

3.3.2

Dekking

Dekking voor de nieuwe instroom bestaan voor RWA/Amfors uit: •

Loonkostensubsidie (vertrekt door de gemeente).

•

Begeleidingsvergoeding (verstrekt door de gemeente).

•

Omzet van uitgevoerd werk (derden).

Veronderstelt is dat gemeenten de benodigde budgetten voor de uitvoering van dit plan beschikbaar stellen aan RWA/Amfors. Deze middelen zijn op dit moment niet geoormerkt. De verwachting is dat verschillende budgetten op termijn worden geoormerkt. Dan is het niet meer mogelijk om de middelen in te zetten voor andere doeleinden. Het betekent ook dat de gemeente middelen ontvangt op basis van gerealiseerde plaatsingen: minder plaatsingen betekent minder budget. Tot die tijd, is het advies aan gemeenten is om de zelf middelen vrij te maken voor deze transitie. RWA/Amfors is verantwoordelijk voor het realiseren van inkomsten uit omzet. Het gaat hier om inkomsten die samenhangen met uitvoering van de nieuwe werkplekken. Incidentele uitgaven in de vorm van investeringen worden niet verwacht. Voor eventuele implementatiekosten zet de regio het impulsbudget van het Rijk in. 3.3.3

Exploitatieresultaat

Onderstaande tabel brengt het resultaat in beeld. De laatste rij brengt het exploitatieresultaat na toevoeging van de tweede bouwsteen in beeld. De exploitatie van RWA/Amfors wordt positiever door de toevoeging van de tweede bouwsteen. Dit wordt inzichtelijk door vergelijking van de laatste rij met de derde rij, die het exploitatieresultaat van de huidige infrastructuur (bouwsteen 1) in beeld breng.

21

(Bedragen x €1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

RWA/Amfors Operationeel resultaat RWA Subsidieresultaat Exploitatieresultaat Bouwsteen 1

62

-353

-660

-1.149

-1.797

-1.088 -1.026

-403 -756

94 -566

372 -777

625 -1.172

Resultaat Nieuwe instroom

288

476

638

778

969

Exploitatieresultaat Bouwsteen 2

-738

-280

72

1

-203

3.3.4 Financiële effecten per gemeente De financiële doorrekening per gemeente staat in bijlage 2. Deze bevat instroomcijfers, inzet van participatiemiddelen en besparingen op bijstand. Hier is rekening gehouden met de omvang van de gemeenten en de geldende berekeningsmethoden. Deze doorrekening bevat alleen een doorrekening van de financiële effecten van bouwsteen 2, per gemeente, tot en met 2030. De financiële effecten van aanvullende initiatieven, bijvoorbeeld als onderdeel van bouwsteen 3, zijn niet meegenomen. Dat betekent dat de financiële effecten mogelijk veranderen bij het toevoegen van nieuw aanbod binnen RWA/Amfors. Het plaatsen van mensen met een indicatie op een betaalde werkplek levert vaak een besparing op het bijstandsbudget. Dit effect is meegenomen in de tabellen. Besparingen op uitvoeringskosten en maatschappelijke effecten zijn niet opgenomen. De verwachting is echter dat de tweede bouwsteen ook zorgt voor een besparing op uitvoeringskosten én een breed maatschappelijk effect op andere voorzieningen binnen het sociaal domein. Uit de doorrekening van de financiële consequenties blijkt dat gemeenten deze opgave financieel goed kunnen dragen. De financiële vooruitzichten per gemeente zijn positief. Zoals genoemd is hiervoor noodzakelijk dat gemeenten de budgetten die zij ontvangen voor de deze doelgroepen vrijmaken voor de uitvoering van de tweede bouwsteen.

3.4 Impact op doelgroepen Deze paragraaf beschrijft de gevolgen van bouwsteen 2 voor de doelgroep Wsw en de doelgroepen Beschut Werk en banenafspraak. We benoemen de kansen en aandachtspunten. De implementatieagenda is gericht op het benutten van de kansen en het beheersen van de aandachtspunten. Hoofdstuk 5 geeft een verdere toelichting op de implementatieagenda. 3.4.1 Doelgroep Wsw RWA/Amfors blijft een veilige en vertrouwde werkomgeving voor de huidige medewerkers met een Wswindicatie. Het toekomstplan borgt werkplekken en begeleiding en benut de expertise en infrastructuur van RWA/Amfors.

22

Kansen •

Versterking ontwikkelomgeving De verbreding naar een breed sociaal ontwikkelbedrijf zorgt voor een groter aanbod aan werksoorten en ontwikkelkansen. Zo krijgen ook medewerkers met een Wsw-indicatie toegang tot een dynamischere werkomgeving. Dat stimuleert werkplezier en mogelijkheden tot persoonlijke groei.

•

Behoud van diversiteit in werksoorten Door de instroom van nieuwe doelgroepen via beschut werk en de Banenafspraak blijft er voldoende schaal en variatie in werkzaamheden binnen RWA/Amfors. Ook de Wsw-doelgroep profiteert.

•

Versterking van sociale samenhang Nieuwe collega’s uit andere doelgroepen brengen dynamiek en vitaliteit in de organisatie. Dat verhoogt het werkplezier van Wsw-medewerkers. Wsw’ers delen graag opgebouwde expertise in de begeleiding van nieuwe doelgroepen. Zo ontstaan waardevolle leerrelaties.

Aandachtspunten •

Aandacht verdelen Door de instroom van nieuwe doelgroepen kunnen tijd, middelen en aandacht verschuiven. Zo krijgen de specifieke behoeften van de Wsw-doelgroep mogelijk minder prioriteit. Als de aandacht te veel verschuift naar nieuwe doelgroepen, voelen zij zich mogelijk minder centraal staan.

•

Keuzes in werksoorten Nieuwe instroom zorgt voor meer diversiteit, maar kan betekenen dat werksoorten worden aangepast aan de doorstroom- en ontwikkelbehoeften van nieuwe doelgroepen. Ook kunnen vertrouwde werkzaamheden verdwijnen of veranderen door de verbreding van werksoorten. Dat kan voor sommige Wsw’ers spanning opleveren. Daarom is het belangrijk om deze groep actief te betrekken bij het veranderproces en de implementatie.

•

Groepsdynamiek en werkklimaat bewaken Bij de samenstelling van groepen is er aandacht nodig voor de mix van doelgroepen. Het toevoegen van nieuwe doelgroepen kan invloed hebben op de groepsdynamiek en het werkklimaat. Leidinggevenden spelen hierbij een cruciale rol in het bewaken van de balans, het bevorderen van onderlinge samenwerking, het bevorderen van de sociale veiligheid en het behouden van een veilige werkomgeving.

23

3.4.2 Doelgroepen beschut werk en Banenafspraak Voor inwoners met een indicatie beschut werk en banenafspraak voorziet het toekomstplan in een passend vangnet. We betrekken werkgevers actiever bij de netwerkorganisatie, waardoor er meer draagvlak ontstaat en we duurzame plaatsingen realiseren. Kansen •

Beschermde en veilige werkomgeving Het ontwikkelbedrijf biedt structuur, voorspelbaarheid en duidelijke begeleiding. Dit voorkomt dat mensen “uitvallen” wanneer regulier werk (nog) te veel vraagt. Er is ruimte om fouten te maken en in een aangepast tempo te leren.

•

Continuïteit en stabiliteit Het sociaal ontwikkelbedrijf biedt duurzame werkplekken zonder hoge prestatiedruk. Mensen met een indicatie Beschut werk of Banenafspraak weten dat ze niet “zomaar” hun werk kwijtraken. Dit biedt overzicht, routine en rust.

•

Leren en ontwikkelen met behoud van werk Mensen met een indicatie Beschut werk of Banenafspraak kunnen binnen het sociaal ontwikkelbedrijf zowel vakvaardigheden als werknemersvaardigheden leren. (bijv. op tijd komen, samenwerken, structuur houden).

•

Doorstroom én terugvaloptie Meer mensen met een indicatie Beschut werk of Banenafspraak hebben de kans om door te stromen naar regulier werk. Maar: als doorstroom niet lukt, hebben mensen altijd een veilige basis om op terug te vallen.

•

Een realistisch toekomstperspectief We stimuleren uitstroom naar regulier werk, maar erkennen dat dit voor veel mensen met een indicatie beschut werk niet haalbaar is. Voor deze groep blijft beschut werk de meest duurzame oplossing. Slechts een klein deel stroomt door naar detachering of een regulier dienstverband.

Aandachtspunten •

Wachttijden Zonder voldoende opschaling, ontstaat er een tekort aan plekken. Dat leidt tot wachtlijsten of beperkte instroommogelijkheden. De implementatieagenda (zie hoofdstuk 5) houdt rekening met dit risico door uit te gaan van een snelle, maar realistische opschaling.

•

24

Meer complexiteit in de uitvoering

De realisatie van meer beschut werk- en Banenafspraakplekken vraagt om intensieve begeleiding, coaching en maatwerk. Dat legt extra druk op de organisatie. Tegelijk zorgt de instroom voor meer massa, waardoor expertise efficiënter wordt ingezet en continuïteit toeneemt. De opgave is de juiste balans vinden. •

Niet behalen van de ambities. Op basis van de huidige berekeningen zijn er geen investeringen in de basisdienstverlening of infrastructuur van RWA/Amfors nodig vanuit gemeenten. De berekeningen zijn gebaseerd op de ambities die beschreven staan in paragraaf 3.1.1. In principe zijn deze ambities goed haalbaar: er zijn voldoende mensen met een indicatie Beschut Werk of Banenafspraak met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Toch is er een risico dat de regio deze ambities niet behaalt. Dit is een risico omdat RWA/Amfors financieel afhankelijk is van de instroom. Essentieel is dat er voldoende indicaties gerealiseerd worden voor mensen die hier recht op hebben. En dat gemeenten en uitvoeringsorganisaties de doelgroep voldoende in beeld hebben of brengen en op het juiste moment doorverwijzen naar RWA/Amfors. De regio heeft hier aandacht voor in de implementatieagenda.

•

Complexiteit governancestructuur. Het is belangrijk om te onderzoeken hoe de huidige governance aansluit op de transitie van RWA/Amfors. En of het mogelijk is om de complexiteit binnen de governance te verminderen.

3.4.

Randvoorwaarden en risico’s

Met bouwsteen 2 krijgen meer inwoners uit beschut werk en de Banenafspraak toegang tot een werkplek die passend is. Zo vergroten we participatie en voldoen we aan wettelijke en maatschappelijke verplichtingen. Om dit haalbaar en uitvoerbaar te maken, moeten vier zaken op orde zijn: •

Gemeenten zorgen voor voldoende instroom.

•

Werkgevers krijgen ondersteuning.

•

Structurele borging is geregeld.

•

RWA/Amfors moet de omslag maken naar een breed sociaal ontwikkelbedrijf.

Tegelijk vraagt de uitvoering om stevige samenwerking en duidelijke afspraken in de keten. Zonder die inzet ontstaan risico’s: •

Kwetsbare groepen raken uit beeld Als de keten onvoldoende samenwerkt, of als er te veel nadruk ligt op uitstroom en kostendekking, bestaat het risico dat kwetsbare groepen juist minder goed worden bediend.

•

25

Versnippering of rolonduidelijkheid

Zonder versterking van de samenwerking binnen het netwerk, kan versnippering of rolonduidelijkheid ontstaan, wat de effectiviteit van de ondersteuning beperkt. Een duidelijke positie voor RWA/Amfors is daarbij essentieel. Organisaties moeten actief doorverwijzen en samenwerken. Het model valt of staat met die samenwerking. •

Onvoldoende structurele financiering voor infrastructuur RWA/Amfors De huidige infrastructuur van RWA/Amfors kan op termijn niet in stand worden gehouden met uitsluitend bijdragen vanuit de Participatiewet. Dit vraagt om verdere door ontwikkeling van de infrastructuur in de implementatieagenda.

26

Hoofdstuk 4: Bouwsteen 3 (modulair aanbod) In hoofdstuk 4 staat bouwsteen 3 centraal. In deze bouwsteen wordt de dienstverlening van RWA/Amfors verder verbreed. In dit hoofdstuk gaan we in op de inhoud van deze bouwsteen en verkennen we de aandachtspunten en financiële consequenties.

4.1 Bouwsteen 3: nader te ontwikkelen modulair aanbod Bij bouwsteen 3 wordt modulair gewerkt. Het doel is om aanbod te ontwikkelen op basis van de behoeften van en meerwaarde voor inwoners. Dit doet RWA/Amfors samen met het netwerk van organisaties binnen de arbeidsmarktregio. Gemeenten kunnen individueel bepalen of ze meedoen aan de ontwikkeling en implementatie van een module. Op deze manier zorgen we ervoor dat er een (meer) flexibele schil aan aanbod is, volledig gericht op wat de inwoner nodig heeft. Dit is een doorgaand proces en wordt onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering van RWA/Amfors. De ontwikkeling van modules stopt dus niet als deze transitie is afgerond. De invulling van de modules is nu nog niet definitief. Vast staat wel dat het in deze bouwsteen gaat om ontwikkeltrajecten en eventuele aanvullende dienstverlening, en niet om betaalde dienstverbanden. We kiezen voor een lerende aanpak: modules worden stapsgewijs ontwikkeld en aangepast op basis van onder andere de behoefte van gemeenten en inwoners, signalen uit het netwerk en de haalbaarheid in de praktijk. Voordat een module daadwerkelijk start worden hierover duidelijke afspraken gemaakt. Elke module wordt geëvalueerd en kan worden toegevoegd aan de basisdienstverlening van RWA/Amfors, verlengd of afgebouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4386/documents/50014