Samenvatting Kadernota VRU en Concept Toekomstscenario's.pdf
Tekst van het document
Samenvatting Kadernota VRU De voorliggende Kadernota heeft betrekking op het derde jaar van de huidige beleidsperiode 2024-2027. De Kadernota bevat naast de reguliere bijstelling van het financiële kader een overzicht van geactualiseerde risico’s. In de Kadernota zijn in het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP de nieuwe ijkpuntscores uit de septembercirculaire 2024 toegepast, wat voor de gemeente Leusden betekent dat wij van een bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket van 2,00% naar een bijdrage van 1,98% gaan. De gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket wordt op basis van bijstelling van het financieel kader voor het jaar 2025 verlaagd met 2,6 miljoen, wat een verlaging van € 72.000 betekent voor de gemeente Leusden in 2025. Echter moet de gemeentelijke bijdrage op basis van bijstelling van het financieel kader voor 2026 structureel worden verhoogd met € 4,2 miljoen, wat een stijging van € 64.000 betekent voor Leusden, ten opzichte wat eerder begroot was voor het jaar 2025 en een stijging van € 136.000 ten opzichte van het bedrag wat wij nu in 2025 moeten betalen. De gemeentelijke vergoeding voor de beheerpakketten stijgt met € 3.000 euro naar € 119.000 in 2026.
Tabel 2.1: Bijdrageontwikkeling gemeente Leusden Bijdrage GBTP begroting VRU 2025 € Bijstelling ijkpuntscores §2.1 € Loonbijstelling 2025a §2.2 € Incidentele loonbijstelling 2025a §2.2 € Prijsbijstelling 2025a §2.3 € Incidentele bijstelling BDuR 2025 §2.5 € Bijdrage GBTP begroting VRU 2025a € Incidentele bijstelling 2025a §2.2 € Stelpost loonontwikkeling 2026 §2.2 € Prijsbijstelling 2026 §2.3 € Stelpost loon-/prijsbijstelling BDuR §2.5 € Bijdrage GBTP begroting VRU 2026 €
2.102.000,00 -20.000,00 -9.000,00 -46.000,00 11.000,00 -8.000,00 2.030.000,00 54.000,00 56.000,00 30.000,00 -4.000,00 2.166.000,00
Tabel 2.2: Verschillen begroting Verschil begroting VRU 2025a-2025 Verschil begroting VRU 2026-2025 Verschil begroting VRU 2026-2025a
€ € €
-72.000,00 64.000,00 136.000,00
De benodigde weerstandscapaciteit wordt periodiek geëvalueerd en geactualiseerd aan de hand van de (financiële) risico’s waarmee de VRU wordt geconfronteerd. Uit de recente risico-inventarisatie blijkt dat de risico’s zijn toegenomen, wat resulteert in een grotere behoefte aan weerstandscapaciteit (€ 3 miljoen). Een belangrijke factor hierbij is het risico op een korting van 10% op de rijksbijdrage (BDuR) vanaf 2026. Daarnaast is het bestaande risico met betrekking tot de vrijwilligheid (verplichtend karakter) nader gekwantificeerd. Deze ontwikkelingen tonen aan dat het huidige weerstandsvermogen van € 1,4 miljoen ontoereikend is om de risico’s volledig af te dekken. Om het weerstandsvermogen op het gewenste niveau te brengen, is een storting van € 1,6 miljoen noodzakelijk. Begin 2025 wordt opnieuw een actualisatie uitgevoerd die vervolgens wordt verwerkt in de risicoparagraaf van de jaarstukken 2024 en ontwerpbegroting 2025a/2026. De financiële
prognose voor 2024 toont een voordelig resultaat van bijna € 8 miljoen en de VRU stelt voor om dit verwachte positieve rekeningresultaat te reserveren als overbruggingsmaatregel voor 2026 en 2027. De risico’s voor de aankomende jaren zijn: • •
•
• • •
Omgevingswet: de VRU heeft geen extra middelen gekregen vanuit de rijksoverheid voor de structurele gevolgen van de stelselherziening; Vrijwilligheid brandweerpersoneel: kazernering en consignatie van vrijwilligers is in strijd met de Europese wetgeving en het risico bestaat dat vrijwilligers aanspraak kunnen maken op dezelfde rechten als werknemers in loondienst; Overeenkomst van opdracht voor eigen personeel (OVO’s): wanneer deze overeenkomsten worden gezien als feitelijk een dienstbetrekking, dan kan dat arbeidsvoorwaardelijke en fiscale consequenties hebben; Rijksbijdrage (BDuR): zie hierboven; CAO Regeling voor vervroegd uittreden (RVU): het vervroegd uittreden is persoonsgebonden en maatwerk en daarom is er geen budget voor opgenomen; Overige onvoorziene exploitatierisico’s: onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises).
Samenvatting Concept Toekomstscenario’s VRU De VRU wordt steeds vaker en langduriger ingezet, met name bij crises, terwijl wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen toenemen. Daarnaast staat de VRU voor grote uitdagingen door technologische en maatschappelijke veranderingen, krapte op de arbeidsmarkt, hoge inflatie, lange levertijden voor materieel en nieuwe risico’s zoals netcongestie, klimaatverandering, verduurzaming en geopolitieke spanningen. De centrale vraag waar de VRU mee bezig is, is hoe zij in de toekomst kan meegroeien met de toenemende risico’s en veranderende behoeften van de gemeenten, en tegelijkertijd rekening houden met de financiële draagkracht van de gemeenten. Investeringen zijn noodzakelijk. Sommige risico’s vragen nu en in de toekomst om een intensievere of andere aanpak. In de afgelopen periode heeft de VRU toekomstscenario’s ontwikkeld om investeringen en besparingsopties in kaart te brengen. De scenario’s worden verdeeld in: •
•
•
Scenario 'Op Orde': dit scenario omvat basale investeringen om huidige taken te blijven uitvoeren met focus op het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Dit leidt tot structurele meerkosten van € 8,4 miljoen (gemiddelde stijging van 6%). Voor de gemeente Leusden betekent dit een jaarlijkse extra bijdrage van € 1.000 euro in 2026, € 22.000 euro in 2027 tot aan € 165.000 in 2030; Scenario 'Op Koers': in dit scenario wordt extra geïnvesteerd in de uitvoering van de Bestuursagenda 2024-2027. Deze investeringen resulteren in een totale stijging van € 9,6 miljoen (€ 1,2 miljoen meer dan scenario ‘Op Orde’, gemiddelde stijging van 9%). Voor de gemeente Leusden komt dit neer op een jaarlijkse extra bijdrage van € 8.000 in 2026, € 12.000 in 2027 tot aan € 24.000 in 2030; Scenario 'Op Kop': dit scenario richt zicht op investeringen gericht op innovatie en technologie en koploper zijn op onderdelen of specifieke thema’s ten opzichte van andere veiligheidsregio’s. Vanwege de financiële situatie van gemeenten is dit scenario niet verder (financieel) uitgewerkt.
Scenario 2026 2027 2028 2029 2030 Op orde € 1.000,00 € 22.000,00 € 60.000,00 € 86.000,00 € 165.000,00 Op koers € 8.000,00 € 12.000,00 € 22.000,00 € 23.000,00 € 24.000,00 Waar mogelijk zijn besparingsopties gekoppeld aan investeringen om de stijging van de gemeentelijke bijdrage zo veel mogelijk te beperken. Het algemeen bestuur heeft besloten meer tijd te nemen voor de bespreking en onderbouwing van de voorliggende scenario’s. Daarnaast heeft het bestuur opdracht gegeven een aanvullend scenario te ontwikkelen dat zich richt op een beperktere stijging van de gemeentelijke bijdrage, met als doel de nullijn de komende jaren zoveel mogelijk te handhaven. Dit laatste scenario zal ingrijpende voorstellen bevatten die impact hebben op de primaire taken van de VRU en zal ervoor zorgen dat ook het dekkingsplan voor de brandweerzorg heroverwogen moet worden, omdat investeringen door externe factoren onvermijdelijk zijn. Daarnaast worden in de komende periode de volgende onderzoeken uitgevoerd op verzoek van het algemeen bestuur: • • • • •
Onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de waterongevallenbestrijding; Analyse naar de maatschappelijke en financiële kosten en baten van de AED-taak (o.a. vanwege PTSS en de ontwikkelingen m.b.t. burgerhulpverlening); Verkenning doorbelasten dienstverlening ambulancezorg (tilassistentie en af- en inhijsingen); Verkenning doorbelasten dienstverlening liftopsluitingen; Verkennen samenwerkingsmogelijkheden (met andere (ambtelijke) organisaties die op schaal van de provincie Utrecht opereren en andere veiligheidsregio’s).
Voor de bespreking van de bestuurlijk richtinggevende keuzes uit de toekomstscenario’s en de bestuurlijke opdrachten wordt een planning opgesteld voor 2025. De eerste bespreking in het algemeen bestuur zal plaatsvinden op 24 maart 2025, wanneer de ontwerpbegroting voor 2026 wordt behandeld. In afwachting van de verdere bespreking van de toekomstscenario’s is in de voorliggende kadernota 2026 geen verhoging van de gemeentelijke bijdrage opgenomen op basis van deze scenario’s. Er is ook een relatie met lopende trajecten, waar rekening mee gehouden moet worden: de visie op huisvesting en het dekkingsplan wat in 2025 herzien wordt. Het nieuwe dekkingsplan, gebaseerd op gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO), zal vanaf 2026 invloed hebben op de verdeling van middelen en personele inzet. In het conceptdocument ‘Toekomstscenario’s’ stelt de VRU voor om een meegroeiplan te ontwikkelen, als fundament onder onze meerjarenraming. In dit meegroeiplan nemen ze de investeringen op die noodzakelijk zijn om hun huidige taken te kunnen blijven uitvoeren, de beleidskeuzes op basis van de Bestuursagenda en de bestuurlijke keuzes die een besparing opleveren, of hogere inkomsten. Door de inzet van incidentele middelen uit het rekeningresultaat 2024 en reserves, willen ze ervoor zorgen dat de gemeentelijke bijdrage later en meer geleidelijk stijgt.
Gemeenten kunnen volgens de VRU daarop anticiperen in hun meerjarenbegroting en zorgen dat een deel van de toekomstige stijging in het subcluster wordt gereserveerd om stijging van de gemeentelijke bijdrage op te vangen. Er zijn uitgangspunten geformuleerd voor de doorontwikkeling van de VRU, over de volgende onderwerpen: •
Brandweer – Toekomstbestendige brandweerzorg;
Personele paraatheid (bijstellingen: roosterfactor moet worden uitgebreid, garantiefactor vrijwilligers, uitbreiding brandweerzorg Amersfoort, dagdienstbezettingen, besparingsopties: lasten FLO, afschaffen 2e loopbaan, herzien kosten maatwerk (TUO)); o Materiële paraatheid (structurele financiering realiseren voor het huidige spreidingsplan en bijstellen afschrijftermijn brandweervoertuigen van 20 jaar naar 15 jaar, inrichting technische hulpverlening als specialisme); o Veilige energietransitie bij de brandweer (energietransitie-incidenten in het vakbekwaamheidsprogramma integreren inclusief ontwikkeling en aanschaf van benodigde oefenmaterialen); o Vakbekwaamheid (visie nodig naar benodigde structurele capaciteit, verhoging kosten digitale leeromgeving, problemen oefenlocaties en wens eigen brandweerschool); o Vergroten arbeidsveiligheid door toepassing innovatie (investeren hierin); o Natuurbrandbestrijding (5 pelotons benodigd, dus 3 extra voertuigen nodig, structurele financiering waterwagens, opstellen visie bluswatervoorzieningen); o Bestuurlijke opdrachten (zoals hierboven omschreven: toekomstbestendigheid waterongevallenbestrijdingorganisatie, AED, dienstverlening ambulancezorg, dienstverlening liftopsluitingen); Risicobeheersing – Veilige en gezonde leefomgeving; o Risicogericht werken in een breed netwerk (nu vraaggericht en op orde, op termijn een achterstand, voor
proactief en integraal werken is investering nodig); o Vergroten van veerkracht en redzaamheid (voorstel ombuiging: toezicht verlagen en capaciteit inzetten op risicogericht werken); Crisisbeheersing – Versterking crisisbeheersing; o Programma Versterking Crisisbeheersing (door BDuR gelden wordt de crisisorganisatie robuust georganiseerd, wat ook als risico heeft dat als hier op wordt bezuinigd, er weer extra bekostigd moet worden door gemeenten); o Uniformeren piketregeling (nieuw uniform piketmodel); Meldkamer Midden-Nederland; o Centralisten en ondersteuning (roosterfactor centralisten en beheerformatie dient opgehoogd te worden, hogere inschaling centralisten); o Calamiteitencoördinator (roosterfactor calamiteitencoördinatoren dient opgehoogd te worden en er zijn meer ICT-voorzieningen benodigd); Algemeen en ondersteuning; o De uitdagingen waar ze als werkgever voor staan (vergrijzing, lichamelijke- en mentale welzijn dat onder druk staat, investeren in diversiteit); o Wat ze doen om een toekomstbestendige en aantrekkelijke werkgever te zijn (opstellen arbeidsmarktcommunicatieplan, modernisering wervingsinstrumenten, nulmeting diversiteit en sociale veiligheid, bewustwordingsinterventies, inzetten op duurzaamheid door preventieve instrumenten om klachten tijdig te signaleren en waar mogelijk te voorkomen, leiderschapsontwikkeling, dit kan worden gedekt door stelpost
vacatureruimte); o Digitale veiligheid, continuïteit en weerbaarheid (op orde: reactief en voorziet in de implementatie en het onderhoud van de minimale o
•
•
•
•
o
o o
beveiligingsmaatregelen, op koers: goed voorbereid op de meest gangbare continuïteitscenario’s en cyberdreigingen en gebruik maken van nieuwe wetgeving); Continuïteit ICT & Informatievoorziening (door verloop gevaren, huidige technische omgeving is verouderd en onvoldoende toekomstbestendig, hierdoor is al inzet in gang gezet om weer op orde te komen); Duurzaamheid (CO2 reductieplan, invoering van HVO100 diesel, elektrificeren van ondersteunende dienstvoertuigen, realiseren van laad-infrastructuur); Bestuurlijke opdracht (samenwerkingsmogelijkheden).