RV Programmaplan energie- en warmtetransitie 2030.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer
167043
Datum raadsvergadering
27 juni 2024
Portefeuillehouder
J.D. Kramer
Onderwerp
Programmaplan warmte- en energietransitie 2030
Voorstel Het college stelt u voor: 1. het Programmaplan energie- en warmtetransitie 2030 vast te stellen inclusief de Routekaart Klimaatneutraal Leusden 2050; 2. op basis van het Programmaplan warmte- en energietransitie de volgende aanvullende budgetten te betrekken bij de integrale afweging bij de Kadernota 2025: a. het omzetten van de incidentele middelen uit het CUP 2022-2026 van totaal €172.000 naar een structureel bedrag van €172.000 vanaf 2027; b. het structureel uitbreiden van de formatie voor de warmte- energietransitie met 2,3 fte, waarvan 1 fte voor een coördinator en adviseur netcongestie (€110.000) en 1,3 fte voor een beleidsadviseur verduurzaming maatschappelijk vastgoed en een programmasecretaris (€130.000); c. aanvullend een structureel bedrag beschikbaar te stellen vanaf 2025 van €50.000 ten behoeve van communicatie over de warmte- en energietransitie; d. het structureel uitbreiden van formatie voor warmte- en energietransitie met 0,8 fte zijnde €80.000, conform amendement A.7.1. (Raadsvergadering 1 februari 2024); e. voor de jaren 2025 en 2026 een incidenteel bedrag beschikbaar te stellen van €100.000 per jaar voor het opstellen van een warmteprogramma (actualiseren van de huidige transitievisie warmte) met een participatieproces conform Omgevingswet, inclusief het nader onderzoeken van beschikbare warmtebronnen en –oplossingen.
Het bovenstaande voorstelpunt 1 gaat uit van de goedkeuring van de raad op het raadsvoorstel Strategische keuze grootschalige windenergie of besluitvorming van de provincie om een projectbesluit te nemen voor een windpark langs de A28 op Leusdens grondgebied. Aanleiding Op 1 februari 2024 heeft de raad een amendement aangenomen (A.7.1) om op korte termijn een geactualiseerd Programma energie- en warmtetransitie 2030 in te dienen. Het gaat om de actualisatie van het huidige beleid Programmaplan Leusden Energieneutraal in 2040. In het voorliggende Programmaplan Warmte- en Energietransitie 2030 zijn de ambities, strategie, doelstellingen, tijdpad, activiteiten, middelen en organisatie op een programmatische wijze concreet gemaakt. Voor het inrichten van de programmaorganisatie warmte- en energietransitie is helderheid gecreëerd in de rollen, taken en verantwoordelijkheden van het programmateam. Voor de samenwerking met initiatieven, buurtteams en de buurtbegeleiding vindt momenteel een evaluatie plaats om inzicht te verschaffen naar de toekomst. Deze evaluatie gaat tevens informatie geven over de
Zaaknummer:
167043
Pagina
1
financiële consequenties voor de wijkaanpak. De consequenties nemen we mee in de kadernota 2026. In de doelstellingen en energiemix in het voorliggende Programmaplan gaan we uit van de huidige wijkaanpak waarbij ieder jaar twee nieuwe wijken worden gestart. In het Klimaatakkoord staan de taken voor de gemeenten voor de energietransitie met o.a. de regierol van gemeenten voor het duurzaam verwarmen van de gebouwde omgeving. Om de regierol goed te kunnen vervullen is nieuwe wetgeving voorzien, die naar verwachting per juli 2024 (Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie) en per 2025 (Wet Collectieve Warmte) in werking treedt. Het college heeft de raad hierover in november 2023 geïnformeerd. Verder wil het Programmaplan invulling geven aan mogelijke innovaties die ervoor zorgen dat het elektriciteitsnet minder belast wordt, zoals ook verwoord is in het College Uitvoeringsprogramma 2022-2026. Doel/Effect Het doel van Leusden en daarmee van de Routekaart die naar dit doel moet leiden, is om Leusden in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit doel is voor 2050 vertaald in de volgende subdoelen, te weten • Er zit zon-pv op alle geschikte daken en boven alle geschikte parkeerterreinen; • Er wordt 42% energie bespaard t.o.v.
2010; • De gebouwde omgeving is aardgasvrij; • De autokilometers zijn CO2-neturaal; • We benutten optimaal de mogelijkheden voor collectieve warmte bijvoorbeeld geothermie en aquathermie; • Er staan windturbines langs de A28; • We zetten in op innovaties; • De (resterende) energievraag wordt duurzaam opgewekt buiten Leusden. In de Routekaart staan voor de subdoelen tussendoelen verwoord voor de jaren 2030 en 2040. Argumenten 1. Het Programmaplan warmte- en energietransitie 2030 met als doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn, is een grote maar abstracte opgave ver weg in de toekomst, die vraagt om een vertaling in concrete tussendoelen Bij het doorrekenen van tussendoelen met een mogelijke energiemix voor 2030 en 2040 gaan we ervanuit, vooruitlopend op besluitvorming in de raad van 23 mei 2024 over de strategische keuze grootschalige windenergie, dat voor grootschalige opwek aan wind 0,064 TWh langs de A28 op grondgebied van Leusden wordt gerealiseerd. Voor de nog resterende duurzame elektriciteit gaan we op zoek naar innovaties en kopen we elektriciteit duurzaam in. Met de geformuleerde programma sub- en tussendoelen en een energiemix is de Routekaart naar een klimaatneutraal Leusden tot 2050 inzichtelijk en concreet gemaakt naar 2030 via het activiteitenoverzicht bij het Programmaplan. 2.
De raad maakt bij de Kadernota onderdeel nieuw beleid een integrale afweging van aanvullende benodigde middelen Onze huidige meerjarenbegroting vertoont een structureel begrotingstekort. Hiernaast zijn er meer nieuw beleid wensen dan dat er financiële ruimte is. Er moeten dus keuzes gemaakt worden waarbij een integrale afweging van belang is. Als bij de Kadernota / nieuw beleid 2025 wordt besloten dat de aanvullende benodigde middelen vanuit dit programmaplan (deels) niet beschikbaar worden gesteld, heeft dit tot
Zaaknummer:
167043
Pagina
2
gevolg dat het programmaplan ook (deels) niet uitgevoerd kan worden en de geformuleerde (tussen)doelen (deels) niet gerealiseerd kunnen worden. Hieronder worden de gevraagde aanvullende middelen schematisch weergegeven
2a. Incidentele middelen worden structureel In het College Uitvoeringsprogramma 2022-2026 zijn incidentele middelen voor activiteiten en projecten voor 2023 voor 4 jaar voortgezet. De transitie gaat door na 2026. De incidentele middelen zijn ook ná 2026 nodig voor het uitvoeren van onderzoek in de gebouwde omgeving en het faciliteren van inwoners, bedrijven en maatschappelijk vastgoed, voor mobiliteit, voor de samenwerking met en onderzoek in de regio en voor monitoring. Daarom is het nodig om de incidentele middelen structureel beschikbaar te stellen. Dit betreft een bedrag van €172.000 waarvoor na 2026 aanvullende structurele financiële dekking nodig is. 2b. Extra structurele middelen voor de uitvoering van Programmaplan Warmte- en energietransitie voor formatie Om uitvoering te geven aan het Programmaplan is extra formatie nodig. De extra formatie is bedoeld voor de ondersteuning van het programma onder andere bij subsidieverantwoording met een programmasecretaris en voor de advisering en facilitering van maatschappelijk vastgoed dat niet van de gemeente is (sportaccommodaties, kerken, zorginstellingen). Daarnaast wordt formatie gevraagd voor de coördinatie van en advisering bij netcongestie. Dit betreft vaak innovatieve oplossingen om netcongestie te voorkomen. Tennet en Stedin zetten in op verzwaring van het net op hoog- midden- en laagspanningsniveau.
Met Stedin werken we samen aan een nieuw transportstation en aan de verzwaring van het laagspanningsnet. Om te voorkomen of te beperken dat gemeentelijke ambities (denk aan nieuwbouw, functieveranderingen vastgoed, bedrijven) onder druk komen te staan is formatie nodig om de knelpunten te inventariseren en te faciliteren bij oplossingen. De knelpunten en ambities van de gemeente kunnen ingebracht worden in regionaal en provinciaal overleg waar afspraken worden gemaakt over de schaarste aan beschikbare netcapaciteit (prioritering). Ten aanzien van het faciliteren bij oplossingen zijn activiteiten opgenomen zoals piekdemping, het verkennen energiehubs, oplossingen achter de meter zoals thuisopslag, netbewust laden e-auto, bi-directioneel thuis auto’s laden en elektriciteitsuitwisseling. In het programma zijn de activiteiten te vinden onder Netbewust Leusden. 2c. Extra structurele communicatiemiddelen
Zaaknummer:
167043
Pagina
3
De energietransitie kan de gemeente niet alleen. Om de doelen te halen is de inzet van iedereen nodig: inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties blijven zelf verantwoordelijk voor het zetten van verduurzamingsstappen in de eigen woning, eigen bedrijf en eigen vastgoed. De gemeente kan hier een faciliterende rol vervullen met het geven van goede informatie en gerichte communicatie. Het gaat: 1. om het weten hoe zij kunnen bijdragen en wat er van hen wordt verwacht (kunnen); 2. het motiveren om stappen te zetten (willen); 3. het bieden van handelingsperspectief (doen). Om deze communicatie te verzorgen kunnen bijvoorbeeld een campagne, aantrekkelijke folders of doeltreffende infograpics een belangrijke rol spelen. 2d. De raad heeft via het amendement besloten de formatieuitbreiding van 0,8 fte bij dit raadsvoorstel te betrekken Op 1 februari 2024 is door de raad een amendement bij het raadsbesluit Energie- en warmtetransitie aangenomen waarbij is besloten om gezien het grote belang van de energieen warmtetransitie, vooruitlopend op vaststelling van enerzijds het (programma)plan en anderzijds de daarvoor benodigde structurele dekking, de formatie met 0,8 fte uit te breiden. 2e.
Incidentele middelen ter beschikking stellen voor het opstellen van een warmteprogramma (actualiseren van de transitievisie warmte) Uiterlijk eind 2026 moeten gemeenten hun warmteprogramma vaststellen (conform de Omgevingswet). Ten behoeve van het warmteprogramma wordt nader onderzoek uitgevoerd naar warmtebronnen en wordt de bestaande gebouwvoorraad opnieuw geanalyseerd. Het programma geeft richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Mogelijke warmteoplossingen worden in beeld gebracht. Het warmteprogramma maakt het tijdspad inzichtelijk hoe, wanneer en in welke gebieden de levering van aardgas wordt stopgezet voor de periode tot 2035. Het warmteprogramma moet elke 5 jaar geactualiseerd worden (nieuwe wetgeving, zie inleiding). Voor de ontwikkeling van het warmteprogramma, inclusief participatie, als ook het doen van onderzoeken naar beschikbare warmtebronnen en mogelijke warmteoplossingen zijn voor de jaren 2025 en 2026 incidentele middelen nodig. Tegenargumenten/Alternatieve scenario’s 1.Vasthouden aan het huidige Programmaplan Leusden energieneutraal in 2040 Het huidige Programmaplan Leusden energieneutraal 2040 gaat uit van grootschalige duurzame energie opwek met windturbines en zonnevelden. Daarmee tasten we de waarden van het buitengebied aan.
2.1 Vasthouden aan beschikbare financiële middelen Met het huidige beschikbare budget wordt het doel klikmaatneutraal 2050 losgelaten. Daarmee gaan we als Leusden de afspraken van Parijs en het Klimaatakkoord niet halen. 2.2 De financiële middelen voor de wijkaanpak ophogen conform raadsvoorstel CUP-ambitie Programma Energie- en Warmtetransitie Voor iedere wijk geldt op dit moment als uitgangspunt een doorlooptijd van 12 jaar (zie ook de Handreiking Participatie Wijkaanpak) en zo'n €800.000 aan kosten per wijk in deze 12
Zaaknummer:
167043
Pagina
4
jaar. Om vóór 2050 alle 28 wijken duurzaam verwarmd te hebben is het vanuit de CUPambitie nodig ieder jaar twee wijkprocessen op te starten. Financieel betekent dit dat de wijkaanpak het benodigd budget oploopt tot 2034 naar €1.127.000 (boven op het bestaande structurele budget van €480.000) en het budget daarna weer afneemt, omdat de transitie in wijken steeds verder voltooid wordt. Het gaat naast vaste formatie met name om de extra inzet voor buurtbegeleiding en een werkbudget voor het uitvoeren van diverse onderzoeken. Het huidige raadsvoorstel betrekt deze toename aan middelen niet omdat momenteel de wijkaanpak wordt geëvalueerd. Op basis van de evaluatie komt het college met een onderbouwd voorstel voor extra middelen. Met het later beschikbaar komen van extra middelen komt de voortgang van de wijkaanpak in het geding en daarmee de doelen om in 2050 Klimaatneutraal te zijn. 2e. Incidentele middelen voor het ontwikkelen warmteprogramma en uitvoeren onderzoek naar warmtebronnen beschikbaar stellen na instemming op startnotitie De deadline om eind 2026 een warmteprogramma vast te stellen blijft staan (conform de wetgeving). Het proces om onderzoeken uit te voeren, de samenleving te laten participeren en het opstellen van het warmteprogramma komt onder druk te staan bij het later beschikbaar komen van de incidentele middelen.
Risico’s Draagvlak is nodig om een veranderingstraject tot een succes te maken. Zeker binnen de warmtetransitie waarbij we verwachten dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zelf stappen gaan zetten in de verduurzaming van hun eigen pand. De negatieve berichtgeving omtrent de warmtenetten, netcongestie en het stoppen van de salderingsregeling helpen daar niet bij. Duidelijke en transparante communicatie is dan ook cruciaal. Daarnaast moeten inwoners ook kunnen verduurzamen. Als zij daar niet toe in staat zijn bestaat het risico op aantasting van de bestaanszekerheid waardoor het vergroten van polarisatie onder onze inwoners aanzienlijk is. Als we er niet in slagen om onze kwetsbare inwoners te ondersteunen in de energietransitie, kan dit leiden tot ernstige financiële moeilijkheden, vooral door stijgende energiekosten. Mensen met hogere inkomens kunnen zich vaak wel de benodigde acties zoals isolatiemaatregelen veroorloven om deel te nemen aan de energietransitie, wat hun positie verder versterkt. Ondertussen blijven andere, kwetsbare groepen achter, waardoor de kloof tussen hen alleen maar groter wordt. Bovendien leiden hoge energierekeningen tot stress en hebben slecht geïsoleerde woningen een negatieve invloed op de gezondheid van onze inwoners. Extra inzet op deze kwetsbare doelgroep is van belang.
Plan van aanpak/tijdsplanning Q4 2024 Startnotitie warmteprogramma Q1 2025 Bestemmingsreserve Q1 2025 Evaluatie wijkaanpak met inzicht in financiële consequenties Q4 2025 Warmteprogramma Duurzaamheid De energietransitie is de grootste duurzaamheidsopgave binnen de gemeente.
Zaaknummer:
167043
Pagina
5
Communicatie Bijlagen Programmaplan warmte- en energietransitie 2030
Het college van de gemeente Leusden,
Digitaal ondertekend door Bjorn van den Brink op 22-05-2024
Digitaal ondertekend door Gerolf Bouwmeester op 24-05-2024
R.B. van den Brink
G.J. Bouwmeester
directeur secretaris
burgemeester
Zaaknummer:
167043
Pagina
6
Raadsbesluit De raad van de gemeente Leusden: Besluit op basis van het voorstel van het college van 21 mei, nummer 167043
besluit: 1. het Programmaplan energie- en warmtetransitie 2030 vast te stellen inclusief de Routekaart Klimaatneutraal Leusden 2050; 2. op basis van het Programmaplan warmte- en energietransitie de volgende aanvullende budgetten te betrekken bij de integrale afweging bij de Kadernota 2025: a. het omzetten van de incidentele middelen uit het CUP 2022-2026 van totaal €172.000 naar een structureel bedrag van €172.000 vanaf 2027; b. het structureel uitbreiden van de formatie voor de warmte- energietransitie met 2,3 fte, waarvan 1 fte voor een coördinator en adviseur netcongestie (€110.000) en 1,3 fte voor een beleidsadviseur verduurzaming maatschappelijk vastgoed en een programmasecretaris (€130.000); c. aanvullend een structureel bedrag beschikbaar te stellen vanaf 2025 van €50.000 ten behoeve van communicatie over de warmte- en energietransitie; d. het structureel uitbreiden van formatie voor warmte- en energietransitie met 0,8 fte zijnde €80.000, conform amendement A.7.1. (Raadsvergadering 1 februari 2024); e. voor de jaren 2025 en 2026 een incidenteel bedrag beschikbaar te stellen van €100.000 per jaar voor het opstellen van een warmteprogramma (actualiseren van de huidige transitievisie warmte) met een participatieproces conform Omgevingswet, inclusief het nader onderzoeken van beschikbare warmtebronnen en –oplossingen.
Besloten in de openbare raadsvergadering van 27 juni 2024 I. Schutte – van der Schans griffier
Zaaknummer:
167043
G.J. Bouwmeester voorzitter