RV ontwerp GR ODU_250130_def.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer Datum raadsvergadering Portefeuillehouder
203754 30 januari 2025 Wim Vos
Onderwerp
Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU)
Voorstel Het college stelt u voor om: 1. kennis te nemen van de opdracht tot uitvoering van fase 2 ‘inrichten’, met de intentie om per 1 januari 2026 één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht te vormen, op basis van de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’, te weten: richtingsplan, ontwerpgemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en rudimentaire begroting, alsmede het addendum 17 oktober 2024; 2. aan het college op 30 januari 2025 een zienswijze te geven over de ontwerpgemeenschappelijke regeling (zie concept zienswijze brief) voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht. Aanleiding Op 25 oktober jl. is het verzoek binnengekomen van de stuurgroep ‘Naar Eén Omgevingsdienst Utrecht’ om de ontwerp-gemeenschappelijke regeling en onderliggende stukken in besluitvorming te brengen bij het college en de raad. Op 7 december 2023 hebben de gezamenlijke algemeen besturen van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht besloten om te starten met het traject om te komen tot één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht. Gedurende de verkenning naar de meerwaarde van één omgevingsdienst in de provincie zijn informatiebijeenkomsten voor onder meer de raden georganiseerd en via diverse nieuwsbrieven over dit proces verzonden.
De route om tot één omgevingsdienst voor Utrecht te komen, is beschreven in de ‘Routekaart naar één Omgevingsdienst in Utrecht’ (december 2023). De route bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. In dit voorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de Routekaart, zoals die zijn vastgesteld in de gezamenlijke algemeen bestuursvergadering van 17 oktober 2024, toegelicht. Alle colleges in de provincie Utrecht is nu gevraagd om in te stemmen met de ontwerp gemeenschappelijke regeling en deze voor zienswijzen aan hun gemeenteraad voor te leggen (ronde 1). Later volgt conform de Wet gemeenschappelijke regelingen nogmaals een traject waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt verzocht om de definitieve regeling daadwerkelijk te treffen (ronde 2).
Zaaknummer 203754
Pagina 1
Doel / Effect De wet vraagt bevoegd gezagen haar milieu-basistaken in te brengen bij een omgevingsdienst. Dit zijn wettelijk verplichte taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij milieubelastende activiteiten (MBA’s). Denk aan het verlenen van omgevingsvergunningen milieu, het afhandelen van meldingen en het uitvoeren van milieucontroles bij bedrijven. De omgevingsdiensten voeren diverse werkzaamheden voor de gemeente uit op het gebied van bodem, geluid, bedrijfsmatige asbestsaneringen en advisering bij ruimtelijke plannen. Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering. Het levert voordelen op voor zowel bedrijven, inwoners als deelnemers en zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk voor een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht. Door kennis te nemen van de vier eindproducten wordt de gemeenteraad op de hoogte gesteld van het kader en de koers waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Door de ontwerp-gemeenschappelijke regeling nu aan de gemeenteraad voor te leggen wordt de gelegenheid geboden zienswijzen te geven op de juridische basis van de nieuw op te richten omgevingsdienst (GR ODU).
Argumenten 1.1 Gezamenlijk vormen het Richtingsplan, de Rudimentaire begroting, de Routekaart fase 2 en de ontwerp-Gemeenschappelijke regeling, het kader en de koers waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Richtingsplan Het Richtingsplan heeft als doel de kaders te scheppen waarbinnen de nieuwe omgevingsdienst wordt opgericht. Deze kaders - in de vorm van missie, visie en bestuurlijke, organisatorische en financiële uitgangspunten - vormen de basis voor de inrichting en de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht. Elementen uit het Richtingsplan komen terug in de Rudimentaire begroting, de Routekaart voor fase 2 ‘inrichten’ en de ontwerp Gemeenschappelijke regeling. Rudimentaire begroting Het doel van de rudimentaire begroting is een beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. Ook is er een vergelijking gemaakt van de nieuwe bijdrage versus de huidige bijdrage van de deelnemers. Basis voor de rudimentaire begroting waren de laatst vastgestelde begrotingen (2024) van beide huidige omgevingsdiensten. De daadwerkelijke hoogte van de bijdrage per deelnemer voor 2026 wordt berekend in de ontwerp Programmabegroting 2026 die in fase 2 zal worden opgesteld.
In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. De Kadernota 2026 en ontwerp Programmabegroting 2026, die in fase 2 wordt opgesteld, wordt in 2025 voor zienswijzen opengesteld. Routekaart fase 2 De Routekaart voor fase 2 ’inrichten’ schetst de contouren van de stappen en activiteiten voor de verdere inrichting van de nieuwe omgevingsdienst. Tijdens fase 2 van het traject worden keuzes gemaakt over hoe de primaire processen en bedrijfsvoering worden
Zaaknummer 203754
Pagina 2
ingericht. Dit gebeurt op basis van de inhoudelijke uitgangspunten die in fase 1 zijn geformuleerd in het Richtingsplan. Ontwerp-gemeenschappelijke regeling De ontwerp-gemeenschappelijke regeling vormt de benodigde juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken. De bedoeling is om de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht op zienswijze op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling. Het addendum van het gezamenlijke AB 17-10-2024 bevat een aantal belangrijke aanvullende afspraken. 1.2 Eén omgevingsdienst in de provincie Utrecht draagt bij aan een gelijker speelveld voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Eenheid en voorspelbaarheid in de uitvoering van taken is gewenst met het oog op het level playing field. In principe wordt dit alles geborgd door de regionaal vastgestelde uniforme Uitvoerings- en handhavingsstrategie milieu. Verwacht wordt dat het onderbrengen van alle milieutaken bij één omgevingsdienst de uniformiteit positief zal beïnvloeden. 1.3 Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering.
De oprichting van een omgevingsdienst voor Utrecht zorgt voor een noodzakelijke kwaliteitsimpuls en biedt continuïteit in de uitvoering van de taken die bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Het levert zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk waarmee een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht wordt bewerkstelligd. 1.4 Een omgevingsdienst die congruent is met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio kan slagvaardiger functioneren. De omgevingsdienst en de deelnemers hebben op deze wijze zo min mogelijk gemeenschappelijke regelingen om mee af te stemmen. De samenhang tussen regiopartners op alle inhoudelijke dossiers biedt de mogelijkheid om opgaven samen efficiënt en effectief aan te pakken. Op dit moment is er geen sprake van logica in het geografisch werkgebied van de huidige twee omgevingsdiensten; de verdeling past niet bij de identiteit van het werkgebied. De samenvoeging van de diensten heft deze versnippering op. Dit merken inwoners en bedrijven en levert gemeenten, provincie en regiopartners slagkracht op complexere vraagstukken samen aan te pakken. Inwoners kunnen voortaan bij 1 regionale dienst terecht voor milieu gerelateerde overlast (bijv. geuroverlast, geluidsoverlast, lichthinder etc) ongeacht in welke gemeente dit binnen de provincie Utrecht veroorzaakt wordt.
1.5 Het samenvoegen van de twee diensten zorgt ervoor dat de provincie en gemeenten in Utrecht een omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid. Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria.
Zaaknummer 203754
Pagina 3
1.6 Stijgende kosten kunnen beter worden beheerst. De Omgevingsdienst Utrecht kan de stijgende kosten als gevolg van ontwikkelingen, zoals veranderende wet- en regelgeving en landelijk beleid en groeiende complexiteit in het werkveld beter beheersen. De meerkosten zijn te beperken, omdat projecten niet in tweevoud hoeven worden uitgevoerd. Door bundeling van kennis wordt ook de kwaliteit beter, doordat experts hun kennis met elkaar delen. Overheidsfinanciën worden op deze manier effectiever en efficiënter benut. 1.7 Complexe vraagstukken kunnen beter worden opgepakt. Door de bundeling van complexe vraagstukken is er meer ruimte om experts op een specifiek gebied aan te stellen, wat nodig is om die complexe vraagstukken aan te kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en het doorontwikkelen van de risico-gerichte werkwijze. Daardoor wordt direct de robuustheid van de omgevingsdienst vergroot en de kwetsbaarheid in de dienstverlening verkleind. Ook ontstaat er meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel. 1.8 Een robuuste omgevingsdienst draagt bij aan het vinden en behouden van goed personeel in een krappe arbeidsmarkt. In deze tijd is goed en vast personeel lastig te vinden. De oprichting van een robuuste omgevingsdienst draagt daaraan bij.
Robuust betekent een beperking van de kwetsbaarheid, en vergroting van betrouwbaarheid en continuïteit. De nu bestaande kwetsbare en dunne bezetting op enkele specialistische functies in zowel primaire als overhead-taken maakt plaats voor een robuustere invulling met meer kwaliteit. Door de ruimte om mensen op kleine functies te kunnen aannemen, kan goed personeel gebonden worden aan de organisatie. Ook ontstaat meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel, wat de kans vergroot op het binden van goed personeel binnen een krappe arbeidsmarkt. Daarbij kan de nieuwe organisatie zich ontwikkelen tot een (nóg) interessantere en aantrekkelijkere werkgever. 1.9 Er is financiële dekking aanwezig voor de eenmalige fusiekosten. Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt eenmalige kosten met zich mee. De provincie Utrecht heeft voor het gehele programma 2 miljoen euro toegezegd. Hiervan is € 360.000 voor fase 1 gereserveerd. Er blijft dus € 1.640.000 over voor fase 2. Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) is in het kader van de vorming van robuuste omgevingsdiensten een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar. Er zijn voorwaarden aan de nu toegezegde middelen verbonden waaronder de bestuurlijke toezegging tot fusie en het realiseren van robuustheid.
Het ministerie heeft recent een positieve grondhouding uitgesproken en toegezegd op zoek te gaan naar extra aanvullende financiering. Uiteindelijk blijft er over een bedrag van € 789.000 dat gedekt kan worden vanuit de vermogens van beiden diensten (deel RUD Utrecht € 349.000). Binnen de RUD Utrecht betreft dit de bestemmingsreserve doorontwikkeling RUD, dat hiervoor toereikend is. De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de kadernota 2026 en begroting 2026. 1.10 Er heeft een participatieproces plaatsgevonden met partijen. Voor het opstellen van de producten voor de nieuwe omgevingsdienst en voor een goede samenhang tussen deze producten is begin 2024 een programmaorganisatie ingericht met medewerkers van zowel de ODRU als de RUD Utrecht. Deze organisatie werkte in opdracht
Zaaknummer 203754
Pagina 4
van een stuurgroep die bestond uit de voorzitters van beide algemeen besturen, een DB-lid uit iedere omgevingsdienst en de twee directeuren en de programmamanager(s) van het programmateam. In het voorjaar 2024 zijn er twee webinars voor raads- en statenleden en collegeleden georganiseerd om hen te informeren over het beoogde proces. Half juni volgden er twee bijeenkomsten voor raads- en statenleden over hun rol in het proces voor de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Om tot de missie, visie en bestuurlijke uitgangspunten voor de Omgevingsdienst Utrecht te komen zijn werkbijeenkomsten georganiseerd voor de algemeen bestuursleden, voor medewerkers uit beide organisaties en voor de klankbordgroep (bestaande uit regievoerders van de ODRU en RUD Utrecht). 2.1 Het nu om een zienswijze vragen over de voorgestelde ontwerp gemeenschappelijke regeling is noodzakelijk om binnen de huidige bestuursperiode (bestuurlijke wens) tot één robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht te komen. De Wet gemeenschappelijke regelingen stelt verplicht dat de gemeenteraad in twee rondes om zienswijzen en toestemming moet worden gevraagd. Dit afgezet tegen de tijd die nog beschikbaar is binnen de huidige bestuursperiode en de planning van de routing van bestuurlijke stukken ontstaat een zeer krappe planning. Daarom wordt nu in een iets vroeger stadium dan gebruikelijk om zienswijzen gevraagd.
2.2 De voorgestelde ontwerp-gemeenschappelijke regeling vormt te samen met het Richtingsplan, de Rudimentaire begroting en de Routekaart fase 2 het kader en de koers die de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen volgen bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. De ontwerp-gemeenschappelijke regeling vormt de benodigde juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken. De bedoeling is om de nieuwe Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht om zienswijzen op de ontwerp-gemeenschappelijke regeling in te dienen. 2.3 De samenstelling van het bestuur en de stemverhouding wijzigen niet. De voorgestelde samenstelling van het bestuur is net als bij de RUD, Algemeen Bestuur, Dagelijks bestuur en een voorzitter. De stemverhouding blijft in de nieuwe regeling ‘one-man one vote’. 2.4 Eén gezamenlijke rechtspersoon bereikt beter haar doelen. Steeds meer opgaven voor gemeenten en provincie zijn complex en overstijgen de eigen organisatie. Voor het aanpakken van de (toekomstige) opgaven is goed personeel, geschikte data en een netwerk nodig.
Eén omgevingsdienst op basis van één gezamenlijke rechtspersoon (GR) kan hierin beter voorzien dan twee afzonderlijke niet congruente omgevingsdiensten in de provincie. 2.5 De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. Verder is de regeling grotendeels identiek aan de huidige gemeenschappelijke regeling van de RUD Utrecht.
Zaaknummer 203754
Pagina 5
2.6 De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet dan wel aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) zijn nog niet volledig uitgewerkt. Dit is het gevolg van de bestuurlijke wens om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen de huidige bestuursperiode. Er is hiervoor een zorgvuldig proces op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen vereist: deze zienswijze procedure (ronde 1) en daarna nog een toestemmingsprocedure langs de gemeenteraden (ronde 2). In de volgende fase, inrichten, wordt de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en worden de concrete financiële gevolgen wel duidelijk. De raden krijgen in 2025 de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en/of de ontwerp Begroting 2026 (en Bijdrageverordening) in te dienen. De gemeenteraad wordt geadviseerd om een zienswijze in te dienen op de ontwerpgemeenschappelijke regeling. De strekking van de voorgestelde zienswijze is dat, hoewel de voorgestelde ontwerp-gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) nog onbekend zijn. Deze situatie maakt dat tijdens fase 2 nog een kritisch moment zou kunnen ontstaan.
Met name wanneer, als gevolg van een bepaalde financieringssystematiek, een financieel zeer nadelige situatie ontstaat. Dit kan het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om deze toestemming te verlenen. Daarom is er een advies meegegeven aan de raad in de vorm van een concept brief waarover de raad kan besluiten. Er wordt gevraagd om zodanig te sturen, dat een kostenstijging als gevolg van de nieuwe omgevingsdienst wordt voorkomen, mede in het licht van het Ravijnjaar 2026. Vanuit gemeente Leusden hanteren we als uitgangspunt de deelnemersbijdrage 2026 die is opgenomen in de gemeentelijke meerjarenbegroting plus indexering, eventueel aangevuld met de kosten voor extra taken die Leusden bij de ODU neerlegt. Het is verstandig om dit kritische signaal alvast in de zienswijze kenbaar te maken en aan te kondigen dat de gemeente in fase 2 alert zal blijven ten aanzien van de betaalbaarheid van de nieuwe dienst. Dit inzicht zal concreet moeten zijn, voordat de raad in de tweede ronde toestemming kan verlenen voor het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. In de concept brief zijn opmerkingen meegegeven over de planning van de stukken.
Daarnaast vragen we in de concept brief nogmaals aandacht voor het ravijnjaar, zoals dit al eerder is meegegeven bij de ontwerp Programmabegroting 2025 van de RUD Utrecht (156581). Tegenargument / Alternatieve scenario’s Twee afzonderlijke diensten behouden: De afzonderlijke diensten kunnen niet voldoen aan de robuustheidscriteria voor de omgevingsdiensten. Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan automatisch beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria. Risico’s Algemene risico’s: In het kader van het traject ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’ zijn de risico’s in kaart gebracht. De Routekaart fase 2 (hoofdstuk 5) bevat de tot nu toe onderkende risico’s en de mogelijke beheersmaatregelen. Hierbij is onderscheid gemaakt in de risico’s
Zaaknummer 203754
Pagina 6
voor het programma als geheel en dus voor de nieuwe omgevingsdienst (fase 3 van het traject) en risico’s voor de uitvoering van fase 2 ‘inrichten’. Het programmateam zal de risico’s tijdens de uitvoering van fase 2 continu monitoren en waar nodig bijsturen. Precieze kosten per deelnemer nog niet bekend: De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet dan wel aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) zijn nog niet volledig uitgewerkt. Dit is het gevolg van de bestuurlijke wens om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen de bestuursperiode in combinatie met het traject met daarin twee rondes (zienswijze en verzoek om toestemming) langs de gemeenteraden, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. In fase 2 (inrichten) wordt o.a. de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en worden de concrete financiële gevolgen wel duidelijk. De raden krijgen in 2025 de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en de ontwerp Begroting 2026 (én Bijdrageverordening) in te dienen. Ook worden de raden/staten tussen medio april en september 2025 door hun colleges gevraagd toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Raden/staten mogen deze toestemming weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Als er een financieel zeer nadelige situatie is ontstaan, kan dit het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om toestemming te verlenen. De zeggenschap daalt omdat het totaal aantal deelnemers stijgt van 12 naar 27: Afstemming en het bereiken van draagvlak voor gezamenlijke doelstellingen zal met 27 omgevingsdienst deelnemers meer van bestuurders en regievoerders vragen dan met de huidige 12 RUD deelnemers. Het kan tegelijk ook posities van deelnemers veranderen, zowel versterken als verzwakken. De huidige lappendeken van het werkgebied per omgevingsdienst (zie plaatje) is onlogisch en kent zelfs binnen het werkgebied van de RUD weinig gezamenlijke gebiedskenmerken. Kijkende naar de toekomst (gefuseerde situatie) kan wellicht meer ambtelijke en bestuurlijke samenwerking ontstaan tussen meer vergelijkbare gemeenten. Wanneer gezamenlijke doelen worden gedeeld en afgestemd is het te verwachten dat dit indirect een positief effect kan hebben op de zeggenschap.
Afbeelding lappendeken RUD-gemeenten / ODRU gemeenten
Behouden van het goede van de RUD Utrecht: De werknemers van de RUD Utrecht zijn tevreden (RUD Utrecht is werkgever van het jaar) en willen de cultuur behouden. Gedurende het fusietraject zal er een groot beslag op de bestaande organisaties zijn, omdat de ruimte voor vervangende inhuur beperkt is.
Zaaknummer 203754
Pagina 7
Plan van aanpak / Tijdsplanning De oprichting van een gemeenschappelijke regeling waarin de colleges van burgemeester en wethouders en/of colleges van gedeputeerde staten deelnemen, vergt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een besluitvormingsproces met twee rondes waarin zowel colleges als raden/staten betrokken zijn (artikel 51 Wet gemeenschappelijke regelingen). De termijn voor de eerste ronde, het vragen van een zienswijze aan de raad over de ontwerp gemeenschappelijke regeling en het kenbaar maken van het standpunt van het college, is uiterlijk 3 maart 2025. In bijlage 6 is de besluitvorming schematisch weergegeven. Later volgt conform de Wet gemeenschappelijke regelingen nogmaals een traject waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt verzocht om de definitieve regeling daadwerkelijk te treffen (ronde 2). De raden krijgen in 2025 ook nog de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en/of de ontwerp Begroting 2026 (en Bijdrageverordening) in te dienen. Bijlagen 1. Aanbiedingsnotitie aan het gezamenlijk AB, d.d. 17-10-2024 2. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling (a) en artikelsgewijze toelichting bij ontwerp Gemeenschappelijke regeling (b) 3. Richtingsplan 4. Rudimentaire begroting 5. Routekaart fase 2 ‘inrichten’ (a) en aangepast vergaderschema (b) 6. Stroomschema besluitvorming gemeenschappelijke regeling 7.
Addendum Gezamenlijk AB RUD Utrecht en ODRU, d.d. 17-10-2024 8. Concept zienswijze brief van de raad Het college van de gemeente Leusden,
Digitaal ondertekend door Bjørn van den Brink op 05-12-2024
Digitaal ondertekend door Gerolf Bouwmeester op 05-12-2024
R.B. van den Brink directeur-secretaris
G.J. Bouwmeester burgemeester
Zaaknummer 203754
Pagina 8
Raadsbesluit De raad van de gemeente Leusden: Besluit op basis van het voorstel van het college van 3 december 2024, nummer: 203754. b e s l u i t: 1. kennis te nemen van de opdracht tot uitvoering van fase 2 ‘inrichten’, met de intentie per 1 januari 2026 één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht te vormen, op basis van de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’, te weten: richtingsplan, ontwerpgemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en rudimentaire begroting, alsmede het addendum 17 oktober 2024; 2. aan het college uiterlijk 30 januari 2025 een zienswijze te geven over de ontwerpgemeenschappelijke regeling voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht.
Besloten in de openbare raadsvergadering van 30 januari 2025
I. Schutte - van der Schans griffier
Zaaknummer 203754
G.J. Bouwmeester voorzitter
Pagina 1