RV CUP-ambitie als voorstel voor Programma Energie- en Warmtetransitie.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer Datum raadsvergadering Portefeuillehouder
125258 9 november 2023 J.D. Kramer
Onderwerp
CUP-ambitie als voorstel voor Programma Energie- en Warmtetransitie
Voorstel Het college stelt u voor: 1. in te stemmen met het uitwerken van de voorgestelde actualisatie, in dit raadsvoorstel verder genoemd de CUP-ambitie, in een Programma energie- en warmtetransitie 2030 met als doel in 2050 klimaatneutraal te zijn; 2. in te stemmen met het uitwerken van innovatieopties 3, 4, 5, 6, 10 en 11 (zie bijlage 1) in het Programma; 3. in te stemmen met het opstellen van een voorstel voor de nieuw te vormen Bestemmingsreserve “Energie en Warmte” ter dekking van o.a. de innovatie opties 3, 4, 5, 6, 10 en 11; 4. de formatie voor energie- en warmtetransitie uit te breiden met 1,6 fte en dit te dekken uit de reeds beschikbaar gestelde rijksmiddelen (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid'); 5. voor de uitvoering van de Energie- en warmtetransitie een aanvullend structureel bedrag beschikbaar te stellen in 2024 van € 330.000 en vanaf 2025 in te stemmen met een toename van de structurele lasten als gevolg van de wijkaanpak, zoals vermeld in de financiële doorkijk in bijlage 2, oplopend tot € 1,6 miljoen in 2034 en daarna weer dalend. Dit totale aanvullende bedrag is inclusief: a. het omzetten van de incidentele middelen in het CUP tot 2026 van totaal € 172.000 naar een structureel bedrag van € 172.000 vanaf 2027. b.
een structureel bedrag van € 330.000 ten behoeve thema’s “Gebouwde omgeving gemeentebreed”, “Bedrijven” en “Mobiliteit” en communicatie; 6. ter dekking van beslispunt 5, de ozb opbrengst voor woningen en niet-woningen vanaf 2024 structureel te verhogen met een bedrag van totaal € 330.000; 7. bij de onder beslispunt 6 genoemde belastingmaatregel een verdeling te hanteren van 80% voor woningen en 20% voor niet-woningen; 8. de jaarlijkse toename van de structurele lasten vanaf 2025, zoals vermeld in de financiële doorkijk in bijlage 2, in de meerjarenbegroting 2025 e.v. te verwerken en te dekken via toekomstige ozb-verhogingen. Hierbij de verdeling te hanteren van 80% voor woningen en 20% voor niet-woningen; 9. de begrotingswijziging nummer 2024-1001 vast te stellen. Aanleiding In het landelijke Klimaatakkoord van 2019 zijn afspraken gemaakt om als land in 2050 klimaatneutraal te zijn. Gemeenten krijgen daarbij de regierol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De afspraak is dat in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. In 2020 heeft de gemeenteraad van Leusden als invulling van de afspraken in het Klimaatakkoord een eerste Transitievisie Warmte vastgesteld.
1 Zaaknummer 125258
Ter ondersteuning van de regierol van gemeenten zijn vanuit het Rijk onder andere het Nationaal Isolatie Programma (NIP), de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie gestart. Daarnaast komt er nieuwe wetgeving om de lokale regierol in de warmtetransitie te kunnen invullen. In de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) staan de spelregels voor gemeenten om voor buurten een einddatum voor de levering aardgas te vaststellen. In de Wet Collectieve Warmte is het voorstel dat de realisatie en exploitatie van warmtenetten in handen komt van een publiek warmtebedrijf, waarbij de zeggenschap ligt bij de gemeente en/of andere publieke partijen. In het College Uitvoeringsprogramma 2022 zijn, op basis van de kaders in het Coalitieakkoord, de inhoudelijke ambities van Leusden verwoord. Om deze inhoudelijke ambities te realiseren zijn er met het CUP extra fte’s en werkbudgetten beschikbaar gesteld. Daarbij werd ervan uitgegaan dat er aanvullende rijksgelden beschikbaar zouden komen om de inhoudelijke ambities te realiseren. Dit voorjaar zijn er meerjarig rijksgelden beschikbaar gekomen, maar minder dan waarop was gerekend. Daarmee zijn de inhoudelijke ambities van het CUP niet haalbaar met de middelen van het CUP en de rijksgelden. Bovendien is er nu meer inzicht op de werkelijke benodigde middelen.
Dat betekent dat het CUP niet 1-op-1 kan worden vertaald in een Programma Energie- en warmtetransitie met dezelfde inhoudelijke ambitie. In de Kadernota 2024 is geen nieuw beleid opgenomen voor de energie- en warmtetransitie, omdat deze actualisatie van de CUP opdracht toen nog onderhanden was en vanwege de verwachte grote financiële doorwerking richting de toekomst. Hiervoor is maatregel 1 “Actualisatie energietransitie” opgenomen in de kadernota 2024, waarmee de raad vraagt om een nadere analyse en actualisatie en in 2023 aan de raad keuzes voor te leggen qua wensen en dekking. Ook is in het CUP 2022 opgenomen dat er een nieuw/aangepast actieprogramma warmte- en energietransitie 2030 wordt opgesteld. Met het voorliggend voorstel (hierna genoemd CUP-ambitie) maken we inzichtelijk wat de financiële betekenis is van de CUP-ambitie. Nadat de CUP-ambitie is onderschreven willen wij op basis van een nadere doorberekening de vertaling maken naar een Programma Energie- en Warmte met concrete doelen en inspanningen. Doel / Effect Met de CUP-ambitie zetten we ons in om als Leusden klimaatneutraal te zijn in 2050. De CUP-ambitie wordt uitgewerkt naar een Programma Energie- en Warmtetransitie 2030 met meetbare doelen voor bijvoorbeeld energiebesparing ten opzichte van 2010, duurzame opwek op dak/vlak en import van duurzame energie. Argumenten 1.
De CUP-ambitie voldoet aan de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn De CUP-ambitie maakt het mogelijk om een proactieve en stimulerende rol te spelen. We zoeken de samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, Omthuis, Stedin en andere partners en faciliteren deze partners om ontwikkelingen te versnellen. We werken meer lokaal, waarbij we koppelkansen met andere beleidsvelden benutten en spin-off creëren bijvoorbeeld door samen te werken met lokale instellingen en vrijwilligers waardoor een meer duurzame relatie ontstaat (sociale cohesie) in de samenleving. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door ons eigen vastgoed zo snel mogelijk energieneutraal te hebben. Door ieder jaar twee wijkprocessen op te starten gericht op het besparen van energie en aardgasvrij maken van woningen zijn alle 28 wijken in 2050 voorzien van een duurzame verwarming. We vertalen de strategie van de wijkaanpak naar een gebiedsgerichte aanpak voor werklocaties (bedrijven- en kantoorlocaties, winkelgebieden). En faciliteren ook maatschappelijke organisaties met het verduurzamen
Zaaknummer 125258
Pagina 2
van het eigen vastgoed. De import van energie van duurzame energie van buiten Leusden beperken we, mede door de inzet op innovaties. 2. Innovatieopties 3, 4, 5, 6, 10 en 11 sluiten aan bij kansen en wensen uit de samenleving De innovaties staan niet op zich. Ze sluiten aan bij de thema’s voor de Energie- en Warmtetransitie: 1) Gebouwde omgeving gemeentebreed, 2) Wijkaanpak woningen, 3) Bedrijven en 4) Mobiliteit. De wijkaanpak biedt een uitgelezen kans om in te zetten op een gebiedsgerichte benadering die nodig is voor energie-innovaties en extra opwek. Dit geldt ook voor bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden. Om extra opwek van duurzame energie in de gehele gebouwde omgeving mogelijk te maken is onderzoek en inzet naar extra opwek nodig, evenals het creëren van verschillende manieren van financiering voor extra opwek daar waar de businesscase nu niet sluitend is. De benutting van de potentie van een warmtenet binnen Leusden vraagt een actieve inzet om met inwoners en bedrijven de mogelijkheden uit te werken, waarbij de publieke rol vanuit de toekomstige wetgeving wordt meegenomen. Voor slim laden kunnen we aansluiten op de regionale aanpak. Voor de verdere uitwerking van het Programma energie- en warmtetransitie 2030 maken we eerst een nadere doorberekening van deze opties, die binnen het CUP vallen.
De opties kunnen in de toekomst vervallen, als uit ons onderzoek of onderzoek elders blijkt dat de innovatie niet werkt. Ook kunnen zich nieuwe opties voordoen. Wij komen bij de raad terug als de keuze verandert. 3. Aantal opties wordt bepaald door de investeringsbereidheid De opties zijn vaak innovatief waarbij het lastig is op voorhand de kosten te bepalen. In bijlage 1 is een schatting van de kosten van de opties gemaakt. Voor het afdekken van deze eenmalige (incidentele) kosten kan een Bestemmingsreserve “Energie- en Warmtetransitie” worden gevormd. In het CUP en het coalitieakkoord is hierover opgenomen dat deze gevormd wordt met een substantieel bedrag uit de Bestemmingsreserve Toekomstbestendige Openbare Ruimte. Bij de uitwerking van een voorstel voor de vorming van een Bestemmingsreserve “Energie- en warmtetransitie” wordt duidelijkheid gegeven over het doel, de looptijd en dergelijke. De Bestemmingsreserve kan ook ingezet worden als cofinanciering bij de aanvraag van een subsidie. Het aantal opties waarmee we aan de slag gaan wordt bepaald door de hoogte van het bedrag van de Bestemmingsreserve. 4. Benutten van rijksgelden voor extra medewerkers Het Rijk heeft voor de uitvoering van het Klimaatakkoord middelen ter beschikking gesteld voor extra capaciteit bij gemeenten via de regeling CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid).
Dit betreft een bedrag van zo’n € 550.000 per jaar en is beschikt tot en met 2025. De intentie van de minister is tot en met 2030. Deze rijksmiddelen zijn voor een deel gebruikt voor de extra capaciteit die al in het CUP is toegezegd. Er is nog voor 1,6 fte beschikbaar uit deze CDOKE. Dit betekent een versterking van het Programma Energieen warmtetransitie, extra capaciteit op de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en van bedrijven. Als deze rijksmiddelen niet worden ingezet vloeien deze terug naar het Rijk. Deze extra capaciteit wordt structureel ingezet. In de financiële doorkijk (bijlage 2) gaan we er vanuit dat deze rijksbijdrage doorloopt na 2030, ondanks dat dit nu nog niet zeker is. 5. Extra middelen om CUP-ambitie waar te maken inclusief wijkaanpak Voor iedere wijk geldt op dit moment als uitgangspunt een doorlooptijd van 12 jaar (zie ook de Handreiking Participatie Wijkaanpak) en zo’n € 800.000 aan kosten per wijk in deze 12 jaar. Om vóór 2050 alle 28 wijken duurzaam verwarmd te hebben is het vanuit de CUPambitie nodig ieder jaar twee wijkprocessen op te starten. Financieel betekent dit dat voor de
Zaaknummer 125258
Pagina 3
wijkaanpak het benodigd budget oploopt tot 2034 en het budget daarna weer afneemt, omdat de transitie in wijken steeds verder voltooid wordt. Het gaat naast vaste formatie met name om de extra inzet voor buurtbegeleiding en een werkbudget voor het uitvoeren van diverse onderzoeken. De totale kosten zijn weergegeven in een financiële doorkijk (bijlage 2). Landelijk gezien zijn we in Leusden niet alleen een voorbeeld wat betreft onze aanpak en de resultaten, maar ook als het gaat om de lage kosten per woning. In Leusden zijn bijvoorbeeld de gemiddelde kosten per woning € 2.500 en landelijk € 5.000. 5a. Incidentele middelen worden structureel De transitie gaat door na 2026. De incidentele middelen in het CUP zijn ook ná 2026 nodig voor het uitvoeren van onderzoek en faciliteren van bedrijven, mobiliteit, gebouwen van maatschappelijk organisaties en woningen. Daarom is het nodig om de incidentele middelen structureel beschikbaar te stellen. Dit betreft een bedrag van € 172.000 waarvoor na 2026 aanvullende structurele financiële dekking nodig is. 5b. Extra structurele middelen om CUP-ambitie waar te maken (exclusief wijkaanpak zie onder 7) Om de CUP-ambitie te realiseren zijn extra middelen en formatie nodig. Extra formatie is nodig voor de thema’s Gebouwde omgeving gemeentebreed, voor Bedrijven en voor communicatie met een totaal van 2,1 fte.
Dit betreft een structureel bedrag van € 210.000 vanaf 2024. Per thema is een extra structureel werkbudget nodig van € 30.000. Totaal € 120.000 voor deze werkbudgetten. Bij elkaar genomen is dit € 330.000 die ingezet gaat worden o.a. voor doelgroepspecifieke benadering voor bewustwording, gedragsverandering en het bieden van handelingspersepctief, voor het ondersteunen van VVE’s, voor het ontwikkelen van beleid voor bodemenergie en het actief vormgeven en uitvoeren van een gebiedsgerichte procesaanpak voor energiebesparing en duurzame opwek voor werklocaties De benodigde middelen zijn een inschatting en zullen regelmatig worden geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. 6. De begroting 2024 biedt geen structurele dekkingsmiddelen Bij het tussentijds verstrekken van aanvullende structurele uitgaven hoort ook een structurele dekking. Conform de vastgestelde financiële spelregels in de kadernota 2024 pagina 7 kunnen tussentijdse besluiten, die niet voldoen aan de OOO criteria, alleen worden verwerkt met een sluitende dekking. Zonder een sluitende dekking is een integrale afweging gewenst van de eerstvolgende kadernota. De enige optie hiervoor is, op dit moment, een verhoging van de OZB. Een verhoging van de OZB opbrengst van € 330.000 vanaf 2024 betekent een gemiddelde woonlastenstijging per woning € 33 per jaar. 7.
Door deze verdeling te hanteren worden niet-woningen ten opzichte van woningen minder belast. Bij een OZB verhoging kan worden gedifferentieerd naar woningen en niet-woningen. Het tarief voor niet-woningen is in gemeente Leusden relatief hoog ten opzichte van de regio. En als we spreken over een solidaire bijdrage voor de kosten van de klimaat- en energietransitie voor met name de woningen is het de vraag of we dat ook van bedrijven in gelijke mate mogen vragen. Om deze reden wordt voorgesteld de lastenstijging niet voor niet-woningen 60% versus 40% woningen, maar in een andere verhouding zijnde van 20% niet-woningen en 80% voor woningen door te belasten. 8. De begroting biedt ook vanaf 2025 geen structurele dekkingsmiddelen
Zaaknummer 125258
Pagina 4
Door het jaarlijkse opstarten van twee extra wijkprocessen lopen de kosten meerjarig op tot 2034. Vanaf 2036 nemen de kosten weer af. Dit op basis van de huidige inschattingen. Het is wenselijk deze toename van lasten en de bijbehorende dekking te verwerken in de aanstaande meerjarenbegrotingen, zodat de begroting van gemeente Leusden een realistisch beeld blijft geven. Evenals bij beslispunt 6 biedt de begroting vanaf 2025 geen structurele dekkingsmiddelen en zijn, op het moment van schrijven, toekomstige OZB verhogingen nodig om deze structurele kosten te kunnen dekken. In onderstaande grafiek wordt de beoogde financiële dekking weergegeven.
9. De begroting 2024-1001 dient aangepast te worden De financiële gevolgen van dit voorstel worden verwerkt in de begrotingswijziging met nummer 2024-1001. Tegenargument / Alternatieve scenario’s 1.1 Vasthouden aan beschikbare financiële middelen Met het huidige budget wordt het doel klimaatneutraal 2050 losgelaten. Daarmee gaan we als Leusden voorbij aan de afspraken van Parijs en het Klimaatakkoord. 1.2 Beschermen buitengebied en bewoners Een alternatief zou kunnen zijn om ook duurzame opwek in het buitengebied mogelijk te maken. Echter het buitengebied mag niet bedreigd worden door grootschalige en industriële opwek van duurzame energie. Wij staan ervoor om het leefklimaat voor onze inwoners en onze bezoekers te beschermen. De biodiversiteit, landbouw en schoonheid van dit gebied dragen bij aan de mentale en fysieke gezondheid van onze inwoners en bezoekers. 1.3 Vertraging in de energie- en warmtetransitie Het doorrekenen van andere scenario’s, buiten de kaders van het Coalitieakkoord, zorgt voor vertraging in de uitvoering en zijn mede daarom op dit moment niet aan de orde. 2. De top van de wijkaanpak te financieren met incidentele middelen
Zaaknummer 125258
Pagina 5
Het benodigd budget voor de wijkaanpak laat een duidelijke top zien. Alternatief kan zijn om de top van de berg incidenteel te financieren gedurende de jaren 2030 tot 2038 (ca 2,2 miljoen euro) waarmee de OZB constant blijft op gemiddeld € 112 per woning per jaar. Gebaseerd op de huidige inschattingen conform de financiële doorkijk in bijlage 2. Varianten hierop kunnen zijn: Periode 2029-2039, 3,1 miljoen incidenteel i.c.m. € 100 extra woonlasten per woning per jaar Periode 2028-2040, 4,2 miljoen incidenteel i.c.m. € 89 extra woonlasten per woning per jaar Voor dit alternatief is wel afstemming met de provinciaal toezichthouder nodig, omdat de aard van de kosten structureel is en in dit geval geen incidentele bekostiging mogelijk is. Anderzijds is de transitie ook eindig, ondanks ver in de toekomst. Deze keuze speelt pas vanaf 2028 en is hiermee nu nog niet aan de orde. In onderstaand plaatje zijn de incidentele kosten van 2,2 miljoen in de periode 2031-2037 oranje gekleurd.
Risico’s De opties (bijlage 1) kunnen in de toekomst komen te vervallen omdat uit onderzoek of onderzoek elders kan blijken dat de innovatie niet werkt. Dit risico zullen we accepteren. In de financiële (bijlage 2) doorkijk gaan we ervan uit dat de rijksbijdrage van zo’n € 550.000 per jaar doorloopt na 2030 en per jaar met € 5.000 oploopt. Er is echter zekerheid tot en met 2025. Het is onzeker wat de Rijksbijdragen na 2025 zullen worden. In de financiële doorkijk gaan we ook uit van gelijke kosten en een gelijke doorlooptijd per wijk. Dat zal in de praktijk verschillen. Een jongere wijk kost minder inspanning dan een oudere wijk. Een ander aandachtspunt is het begrotingstekort van de gemeente Leusden vanaf 2026 i.c.m. met aanstaande Rijksbezuinigingen en het hoge risicoprofiel binnen het sociaal
Zaaknummer 125258
Pagina 6
domein. Een en ander kan om bijstellingen van ambities gaan vragen of verder aanvullende verhoging van lokale belastingen. Plan van aanpak / Tijdsplanning Na besluitvorming over de CUP-ambitie wordt een Programma Energie- en Warmte uitgewerkt. Het Programma en het voorstel tot het instellen van de Bestemmingsreserve “Energie en Warmte” wordt in het eerste kwartaal 2024 aan de raad voorgelegd ter besluitvorming. Communicatie Het college communiceert actief over dit voorstel. Bijlagen 1. Bijlage 1: Opties t.b.v. extra inzet op extra opwek en innovaties in opwek, transport en opslag en netcongestie, zaaknummer 125262 2. Bijlage 2: Financiële doorkijk structurele budgetten Energie- en Warmtetransitie, zaaknummer 125260
Het college van de gemeente Leusden,
R.B. van den Brink directeur-secretaris
Zaaknummer 125258
G.J. Bouwmeester burgemeester
Pagina 7
Raadsbesluit De raad van de gemeente Leusden: Besluit op basis van het voorstel van het college van 26 september 2023, nummer: 125258 b e s l u i t: 1. in te stemmen met het uitwerken van de voorgestelde actualisatie, in dit raadsvoorstel verder genoemd de CUP-ambitie, in een Programma energie- en warmtetransitie 2030 met als doel in 2050 klimaatneutraal te zijn; 2. in te stemmen met het uitwerken van innovatieopties 3, 4, 5, 6, 10 en 11 (zie bijlage 1) in het Programma; 3. in te stemmen met het opstellen van een voorstel voor de nieuw te vormen Bestemmingsreserve “Energie en Warmte” ter dekking van o.a. de innovatie opties 3, 4, 5, 6, 10 en 11; 4. de formatie voor energie- en warmtetransitie uit te breiden met 1,6 fte en dit te dekken uit de reeds beschikbaar gestelde rijksmiddelen (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid'); 5. voor de uitvoering van de Energie- en warmtetransitie een aanvullend structureel bedrag beschikbaar te stellen in 2024 van € 330.000 en vanaf 2025 in te stemmen met een toename van de structurele lasten als gevolg van de wijkaanpak, zoals vermeld in de financiële doorkijk in bijlage 2, oplopend tot € 1,6 miljoen in 2034 en daarna weer dalend. Dit totale aanvullende bedrag is inclusief: c. het omzetten van de incidentele middelen in het CUP tot 2026 van totaal € 172.000 naar een structureel bedrag van € 172.000 vanaf 2027. d.
een structureel bedrag van € 330.000 ten behoeve thema’s “Gebouwde omgeving gemeentebreed”, “Bedrijven” en “Mobiliteit” en communicatie; 6. ter dekking van beslispunt 5, de ozb opbrengst voor woningen en niet-woningen vanaf 2024 structureel te verhogen met een bedrag van totaal € 330.000; 7. bij de onder beslispunt 6 genoemde belastingmaatregel een verdeling te hanteren van 80% voor woningen en 20% voor niet-woningen; 8. de jaarlijkse toename van de structurele lasten vanaf 2025, zoals vermeld in de financiële doorkijk in bijlage 2, in de meerjarenbegroting 2025 e.v. te verwerken en te dekken via toekomstige ozb-verhogingen. Hierbij de verdeling te hanteren van 80% voor woningen en 20% voor niet-woningen; 9. de begrotingswijziging nummer 2024-1001 vast te stellen. Besloten in de openbare raadsvergadering van 9 november 2023
I. Schutte - van der Schans griffier
Zaaknummer 125263
G.J. Bouwmeester voorzitter