RV bijlage advies cie Doornseweg 29b raadsbesluit.pdf
Tekst van het document
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Dossiernr. Zitting
: 0263 : 3 maart 2021
-------------------------------------------------------------------------------------------------------ADVIES van de adviescommissie bezwaarschriften, zaaksgebonden kamer: mevrouw mr. L. Otten, voorzitter de heer G.L. ter Brugge de heer drs. J. Duits, leden, bijgestaan door mr. R. van de Scheur als secretaris inzake het bezwaarschrift van: 1. de heer R. Wouters 2. de heer H.M.J. Bruijns (directeur ICTime Consulting & Training B.V.), mede namens 31 omwonenden (hierna: bezwaarden) tegen het raadsbesluit van de gemeente Leusden (hierna: de raad) van 10 december 2020, waarbij besloten is niet mee te werken aan het verzoek de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen te verwijderen zodat deze aanduiding niet meer geldt voor het perceel Doornseweg 29b.
Ontvankelijkheid Het bestreden besluit is op 11 december 2020 bekend gemaakt door toezending (mededeling) aan bezwaarde ad. 1. Het bezwaarschrift is op 14 januari 2021 ingekomen, d.w.z. overeenkomstig artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), binnen zes weken nadat de inhoud van het besluit namens de raad op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Bezwaarde ad. 1 is geadresseerde van het bestreden besluit en omwonende, waarmee hij volgens de commissie als belanghebbenden kan worden beschouwd. Nu er ook overigens geen redenen zijn die nopen tot niet-ontvankelijkheid, betekent dit, aldus de commissie, dat bezwaarde ad. 1 ontvankelijk is in zijn bezwaarschrift. De omwonenden die bezwaarden gemachtigd hebben en woonachtig zijn aan de Waterlooweg, wonen allen op een kortste afstand van 293 m of meer van het perceel Doornseweg 29b, en hebben hier vanaf hun percelen door de aanwezige begroeiing (nagenoeg) geen zicht op. Naar het oordeel van de commissie kunnen zij niet als
2
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
belanghebbenden bij het bestreden besluit worden aangemerkt. In dit verband overweegt de commissie het volgende. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, geldt als uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die een besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium "gevolgen van enige betekenis" dat reeds is vermeld in de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737, dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
Nu de woonpercelen van genoemde omwonenden aan de Waterlooweg niet aan of onmiddellijk nabij de ontsluitingsweg naar het perceel Doornseweg 29b zijn gelegen is ook niet aannemelijk dat zij gevolgen van enige betekenis zullen ondervinden van de met de camping verband houdende verkeersbewegingen. De conclusie van de commissie is dan ook dat de bezwaren van bovengenoemde omwonenden niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard De commissie heeft bezwaarde ad. 2 en de rechtspersoon waarvan hij directeur is gevraagd wat zijn concreet en actueel belang is bij het bestreden besluit; in hoeverre wordt zijn belang of het belang van de rechtspersoon waarvan hij directeur is rechtstreeks geraakt door het raadsbesluit voornoemd. Louter als gemachtigde hoeft hij geen belang te stellen, maar wel voor zover hij tevens op persoonlijke titel bezwaar maakt. Bezwaarde ad. 2 heeft geantwoord dat het bedrijf ICTime Consulting & Training B.V. door hem op 13 december 2004 is opgericht als voertuig voor het vormgeven aan zijn maatschappelijke doelstellingen en ambities. In de loop van de jaren zijn zijn persoonlijke doelstellingen en ambities veranderd en daarmee ook de doelstellingen van ICTime Consulting & Training B.V.. Die omschrijft hij nu zo: 1. Bijdragen aan de ontwikkeling van innovatieve koolstofarme energiebronnen; 2.
Opkomen voor het behoud en de uitbreiding van bosgebied (of 'houtopstand'); 3. Opkomen voor bestuurlijke kwaliteit. Bezwaarde ad. 2 stelt dat het bedrijf waarvan hij directeur is dus rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden raadsbesluit, omdat het behoud of de uitbreiding van bos/houtopstand in het geding is (doelstelling 2) en omdat er in zijn ogen een probleem is met bestuurlijke kwaliteit op het gebied van ruimtelijke ordening (doelstelling 3). Dat deze kwestie zich in Leusden afspeelt - dat is bepaald niet in de directe nabijheid van zijn woonplaats en vestigingsplaats van zijn bedrijf - acht hij niet van belang. Aan de doelstellingen van zijn bedrijf zijn geen locatiebeperkingen gekoppeld. Zijn persoonlijk belang, voor zover dat hier van belang is, is dat hij een liefhebber en genieter is van het bos op de Utrechtse Heuvelrug en dat hij graag een aaneengesloten stuk bos zou zien in dit zeer mooie deel van Leusden. Verder voelt hij
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
3
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
zich als mens betrokken bij het onrecht dat de omwonenden van het perceel in zijn ogen wordt aangedaan. Hij is sterk gemotiveerd om zich ervoor in te zetten dit ook voor hen recht te zetten. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de rechtspersoon overweegt de commissie het volgende: Uit artikel 1:2, derde lid, van de Awb volgt dat voor het opkomen in rechte ter behartiging van algemene en collectieve belangen de eis van rechtspersoonlijkheid geldt om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Voor het aanmerken van een rechtspersoon als rechtstreeks belanghebbende dient aan een aantal criteria te worden voldaan: • rechtspersoon moet zich in voldoende mate onderscheiden van anderen; • concreet collectief belang; • voldoende causaal verband tussen bestreden besluit en aantasting van haar materiële belangen. Blijkens het uittreksel uit het Handelsregister heeft de rechtspersoon voornoemd als activiteiten: Datum: 23 februari 2021 Pagina: 4/23 “SBI-code: 70221 - Organisatie-adviesbureaus - Het vestigen c.q. afsluiten van stamrechten, lijfrentes en kapitaalverzekeringen, het geven van adviezen en het verlenen van diensten op het gebied van productiviteitsverbetering mede door gebruik van ICT (Informatie en Communicatie Technologie)”. Uit genoemde activiteiten vloeit voor dat dat de rechtspersoon niet in haar eigen materieel belang wordt geraakt.
Rechtspersonen die niet in hun eigen materieel belang worden geraakt, kunnen toch als belanghebbende worden aangemerkt als zij voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. de rechtspersoon behartigt statutair een algemeen belang dat rechtstreeks bij de publiekrechtelijke bevoegdheidsuitoefening is betrokken; 2. dat algemene belang moet specifiek omschreven zijn en zich voldoende onderscheiden van andere algemene belangen; 3. de statutaire belangen moeten ook daadwerkelijk behartigd worden. Ook voor een rechtspersoon met een ideële doelstelling geldt dat zij zich alleen als belanghebbende kan opwerpen als het statutaire belang concreet en direct geraakt wordt bij de uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid door het bestuur. Nu geen sprake is van een rechtspersoon met een ideële doelstelling die aan bovengenoemde voorwaarden voldoet, is de rechtspersoon an sich volgens de commissie niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de persoonlijke ontvankelijkheid van bezwaarde ad. 2 overweegt de commissie als volgt. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Persoonlijke betrokkenheid is volgens vaste jurisprudentie niet aan te merken als een rechtstreeks betrokken belang.
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
4
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Gezien de grote afstand (92,5 km) tussen de woonplaats van bezwaarde ad. 2 en het perceel Doornseweg 29b acht de commissie deze bezwaarde, voor zover hij op persoonlijke titel bezwaar mocht maken, niet-ontvankelijk nu hij niet aan het belanghebbende-begrip voldoet. Bezwaar Bezwaarden bouwen hun betoog op aan de hand van 9 punten, ontleend aan het bestreden raadsbesluit: 1. Het bestemmingsplan zou rechtmatig en rechtsgeldig gewijzigd zijn; 2. Bevoegdheid tot verwijderen ‘camping toegestaan’ zou geen verplichting zijn voor college; 3. Tekst over Perceel in Toelichting zou niet bindend zijn voor college; 4. Nieuw bestemmingsplan zou nodig zijn voor verwijderen aanduiding ‘camping toegestaan’; 5. Huidige inzichten zouden aanleiding geven tot het toestaan van een camping; 6. Een nieuwe camping zou in lijn zijn met Omgevingsvisie; 7. Een nieuwe camping zou passen bij bestemming en is toegestaan; 8. Een nieuwe camping zou in lijn zijn met Visie Recreatie en Toerisme; 9. Aanduiding ‘camping toegestaan’ zou niet verwijderd hoeven te worden, mag zelfs niet. Na punt 4 volgt een ‘intermezzo raadsvoorstel’ en na punt 9 een verhandeling over tunnelvisie, casus Doornseweg 20, aangetast vertrouwen en afsluiting. Voor het overige verwijst de commissie naar het bezwaarschrift, dat bij dit advies is gevoegd.
Verweer Namens de raad en het college (voor zover het bezwaarschrift bedoelt te stellen dat de wijzigingsbevoegdheid nog geldt en het besluit van 10 december 2020 (tevens) moet worden aangemerkt als een weigeringsbesluit van het college om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 10, lid 4 van het bestemmingsplan Buurtschappen) is ten aanzien van het bezwaarschrift ingegaan op de bezwaren tegen het bestreden besluit. De commissie gaat er van uit dat hier geen sprake is van een weigeringsbesluit tot toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, maar (slechts) van de vaststelling dat de bewuste wijzigingsbevoegdheid niet meer geldt en daarom niet kan worden toegepast. De commissie verwijst naar het verweerschrift, dat bij dit advies is gevoegd. Beoordeling Gelet op de in bezwaar gewisselde standpunten en de zich overigens in het dossier bevindende stukken overweegt de commissie als volgt. Wettelijk kader Zie de bijlage. Overwegingen
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
5
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Algemeen De Wro kent geen voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening. Het vaststellen van een beheersverordening is een besluit tot vaststelling van algemeen verbindende voorschriften. Op een dergelijk besluit is hoofdstuk 3 Awb van toepassing, met dien verstande dat afdeling 3.2 Awb ingevolge artikel 3:1, eerste lid, van de Awb alleen van toepassing is voor zover de aard van de algemeen verbindende voorschriften zich niet tegen toepassing van de in die afdeling opgenomen voorschriften betreffende zorgvuldigheid en belangenafweging verzetten. Tegen het besluit tot vaststellen van een beheersverordening kan geen bezwaar bij de gemeenteraad of beroep bij de bestuursrechter worden aangetekend (zie artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb). De beheersverordening moet conform artikel 139 Gemeentewet bekend worden gemaakt. Dit is in casu geschied op de gemeentepagina van de Leusder Krant van 4 december 2013. Een beheersverordening is een beheerregeling en heeft betrekking op een gebied waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. Een beheersverordening legt de bestaande situatie vast. De Wro geeft niet aan wat een ruimtelijke ontwikkeling is. De Minister van VROM heeft naar aanleiding van diverse vragen hierover een omschrijving van dit begrip gegeven (Kamerstukken II 2007-2008, 30218, nr, 24, p. 7).
Van een ruimtelijke ontwikkeling is sprake als het gaat om ruimtelijk relevante veranderingen in het planologische toegestane gebruik van gronden en opstallen. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben betrekking op de periode na het vaststellen van de beheersverordening. Bij een beheersverordening zal het veelal om gebieden gaan die ‘af’ zijn, zoals bestaande woonwijken, bedrijventerreinen, recreatieterreinen, natuurgebieden en meren. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3.38 van de Wro (Kamerstukken II, 2005-2006, 28916, nr. 26) volgt dat het instrument van de beheersverordening is bedoeld om voor gebieden met een lage ruimtelijke dynamiek te kunnen voorzien in een passende planologische bescherming. Dit betekent niet dat er geen enkele ontwikkeling in een dergelijk gebied mag plaatsvinden, maar dat het bestaande gebruik ten tijde van de vaststelling van de beheersverordening als uitgangspunt dient en dat ten opzichte van dit gebruik geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, die niet reeds op grond van het voorheen geldende regime waren toegestaan.
De commissie overweegt onder verwijzing naar onder meer de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:741, verder dat de tekst van artikel 3.38 van de Wro niet uitsluit dat onder bestaand gebruik, naast het gebruik dat op het moment van vaststelling van de beheersverordening al dan niet in strijd met het op dat moment geldende planologische regime feitelijk plaatsvindt, tevens dient te worden verstaan het planologisch toegestane gebruik dat op het moment van de vaststelling van de beheersverordening nog niet het feitelijk gerealiseerde gebruik is. De commissie overweegt voorts dat de raad voorziene ruimtelijke ontwikkelingen onder meer kan afleiden uit gemeentelijk, provinciaal of rijksbeleid. Daarbij is van belang of er beleidsdocumenten zijn waaruit volgt dat voor het desbetreffende gebied ontwikkelingen wenselijk worden geacht en voorzien. De raad heeft volgens de commissie aan de hand van beleidsstukken aannemelijk gemaakt dat er geen nieuwe
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
6
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied zijn voorzien die niet reeds op grond van het voorheen geldende regime waren toegestaan. Het begrip ‘bestaand’ kan zowel ‘eng’ als ‘ruim’ worden uitgelegd. Bij bestaand gebruik in enge zin worden alleen de bestaande feitelijk aanwezige functies en bebouwing vastgelegd met eventuele ruimte voor kleine uitbreidingsmogelijkheden. Bij gebruik in ruime zin worden het vigerende bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken als uitgangspunt genomen. Dit kunnen dus ook ontwikkelingen zijn die ten tijde van het vaststellen van de beheersverordening nog niet zijn gerealiseerd. Daarvan is in casu sprake, getuige paragraaf 1.3 van de toelichting van de Beheersverordening. Gebruik in ruime zin kan worden uitgelegd in een beperkte en een brede variant. Deze varianten onderscheiden zich hierin dat in de beperkte variant, met het bestemmingsplan in overeenstemming zijnde bestaande gebruik en bebouwing wordt vastgelegd met daarin opgenomen (al dan niet gerealiseerde) kleine uitbreidingsmogelijkheden, terwijl in de brede variant alle nog niet gerealiseerde gebruiks- en bouwmogelijkheden van een bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. De commissie leidt uit het verweerschrift af dat in casu gekozen is voor de beperkte variant van het begrip ‘gebruik in ruime zin’.
Ingevolge artikel 3.39, eerste lid, van de Wro vervalt op het tijdstip van inwerkingtreding van een beheersverordening voor een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt, het bestemmingsplan voor zover het op dat gebied betrekking heeft. In paragraaf 1.1 van de toelichting op de Beheersverordening krijgt de beheersverordening voor Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen een tijdelijk karakter. De beheersverordening zal namelijk gevolgd worden door reguliere bestemmingsplanherzieningen, zodat het besluitgebied van nieuwe actuele bestemmingsplannen worden voorzien. Ingevolge artikel 3.1 van de Beheersverordening voornoemd zijn op de onderhavige beheersverordening de voorschriften/regels en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(en) van onder meer het bestemmingsplan Buurtschappen, alsmede de verleende vrijstellingen/ontheffingen/afwijkingen van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening. In het bestemmingsplan ‘Buurtschappen’ 2003 zijn de gronden aangewezen voor de bestemming ‘Bos met meervoudige doelstelling’.
Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de voorschriften van het bestemmingsplan Buurtschappen zijn de op de plankaart voor “Bos met meervoudige doelstelling” aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan” bestemd voor een camping met ten hoogste 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de planregels mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 1, uitsluitend worden gebouwd:
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
7
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
maximaal vier gebouwen met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 400 m² uitsluitend ten dienste van en ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan”. Ingevolge artikel 10, vierde lid, van de planregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming “bos met meervoudige doelstelling” zodanig te wijzigen dat de aanduiding “camping toegestaan” komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en b. de ter plaatse voorkomende bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd. In de plantoelichting is op blz. 16, onder ad. 2, laatste alinea, het volgende gesteld: “In het zuidelijke deel van dit bos ligt een kleine camping van de stichting VAFAMIL. VAFAMIL staat voor Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen, ofwel een besloten camping speciaal voor (oud) militairen. De camping biedt ruimte aan 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. De camping wordt in het bestemmingsplan positief bestemd door middel van een aanduiding in het bos ter plaatse van de bestaande camping. Er bestaat echter een redelijke kans dat de camping binnen de planperiode zal worden opgeheven. Gezien de landschaps- en natuurwaarden van het betreffende gebied en omgeving, wordt bij vertrek van deze camping voor een specifieke doelgroep, via wijziging de aanduiding van de plankaart gehaald”. Op 10 december jl.
heeft de raad besloten niet mee te werken aan het verzoek voornoemd. Reden voor deze afwijzing is dat de wijzigingsbevoegdheid van artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen is komen te vervallen met inwerkingtreding van de Beheersverordening in 2013. Tevens ging het om een bevoegdheid, niet om een verplichting. De toelichting bij een bestemmingsplan is niet bindend en in dit geval verwijst de toelichting bij het bestemmingsplan Buurtschappen naar een bepaling die niet meer van toepassing is. De raad is vooralsnog niet voornemens om een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen. Het bestemmingsplan Buurtschappen, waarin de wijzigingsbevoegdheid was opgenomen, dateert uit 2003. Destijds was er geen aanleiding om, na vertrek van de militairen, een camping op deze plek voort te zetten. Inmiddels zijn deze inzichten gewijzigd. In februari 2018 is de omgevingsvisie Landelijk gebied door de raad vastgesteld. Het perceel is gelegen in het deelgebied 'Iandgoederenzone'. Een kleinschalige camping met 56 plekken past binnen de kaders van de omgevingsvisie Landelijk gebied. In maart 2020 is de visie Recreatie & Toerisme vastgesteld door de raad. In de recreatievisie wordt gestreefd naar meer ruimte voor logiesaccommodatie. Een kleinschalige camping met goede en een toekomstbestendige diversiteit aan accommodaties, sluit hier goed op aan.
Bezwaarden stellen dat het bestemmingsplan Buurtschappen vigerend en actueel is, door de van toepassing verklaring ervan in de Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’. In tegenstelling tot hetgeen bezwaarden stellen, is het bestemmingsplan Buurtschappen gezien het gestelde in artikel 3.39, eerste lid, van de Wro niet meer vigerend en actueel, maar zijn de voorschriften/regels en bijbehorende
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
8
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
plankaart(en)/verbeelding(en) door de van toepassing verklaring ervan in de Beheersverordening voornoemd van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening. Blijkens o.a. de uitspraak van de ABRvS van 16-3-2016, ELCI:NL:RVS:2016:682, heeft de toelichting van een bestemmingsplan weliswaar geen bindende kracht, maar kan de toelichting wel van belang zijn om de bedoeling van de planwetgever te achterhalen. De niet bindende toelichting bij het bestemmingsplan heeft in zoverre betekenis dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven als de bestemming en de bijbehorende planregels waaraan moet worden getoetst, op zichzelf noch in samenhang duidelijk zijn. Volgens de commissie kan redelijkerwijs niet gesteld worden dat de bestemming en de bijbehorende planregels onduidelijk zijn. De bestemming is Bos met meervoudige doelstelling met de aanduiding ‘camping toegestaan’ op de plankaart. In artikel 10, vierde lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan Buurtschappen is vermeld dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming “bos met meervoudige doelstelling” zodanig te wijzigen dat de aanduiding “camping toegestaan” komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en b. de ter plaatse voorkomende bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd.
Vorengenoemd artikellid rept over een bevoegdheid, geen verplichting. Bovendien is aan de voorwaarde onder b niet voldaan. Overigens zijn ingevolge artikel 3.2 van de Beheersverordening voornoemd van de regels van de bestemmingsplannen als opgenomen in de tabel in lid 3.1 de wijzigingsbevoegdheden en de uitwerkingsregels uitgesloten. Nu de bestemming en bijbehorende planregels duidelijk zijn, kan gesteld worden dat aan de niet bindende toelichting in zoverre geen betekenis meer toe komt. Dat de planwetgever destijds mogelijk heeft beoogd om bij vertrek van camping VaFaMil de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart te halen, wat daarvan ook zij, leidt derhalve niet tot een ander oordeel. De bedoeling van de planwetgever kan volgens eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling niet afdoen aan hetgeen in de planregels ondubbelzinnig is bepaald. Hiervan is sprake als een planregel duidelijk is en niet voor meerdere uitleg vatbaar. Overigens wordt in de plantoelichting een wijzigingsbevoegdheid toegelicht die inmiddels niet meer van toepassing is. Ten aanzien van hetgeen bezwaarden in hun bezwaarschrift aanvoeren, zij het volgende opgemerkt: Ad. 1. het Bestemmingsplan zou rechtmatig en rechtsgeldig gewijzigd zijn. De raad en het college hebben niet gesteld dat het bestemmingsplan Buurtschappen is gewijzigd.
Voor wat betreft hetgeen bezwaarden stellen over de betekenis van de toelichting op het bestemmingsplan Buurtschappen zij verwezen naar hetgeen hierboven reeds is opgemerkt. Bovendien kunnen planologische inzichten van de raad in de loop der tijd aan verandering onderhevig zijn. Op grond van dit laatste heeft de raad ook nog geen gebruik gemaakt van haar bevoegdheid om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor het onderhavige gebied waarin de aanduiding ‘camping toegestaan’ van
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
9
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
de verbeelding wordt gehaald. Op het college rust evenmin een verplichting om een dergelijke bevoegdheid te initiëren. Verwezen zij tevens naar hetgeen over de status van de plantoelichting is opgemerkt. Overigens staat in de toelichting op de Beheersverordening wel dat deze gevolgd zal worden door reguliere bestemmingsplanherzieningen. Zoals hierboven al is omschreven, is met de inwerkingtreding van de Beheersverordening op 14 november 2013 de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen 2003 niet meer geldend. Deze maakt derhalve geen deel meer uit van de voorschriften van dit bestemmingsplan die in de Beheersverordening van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, , met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening. De algemene afwijkingsregels als bedoeld in artikel 18 van de Beheersverordening zijn heel wat anders dan de specifieke wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen, die op grond van artikel 3.2 van de Beheersverordening is uitgesloten. Een beheersverordening is een beheerregeling en heeft betrekking op een gebied waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. Een beheersverordening legt de bestaande situatie vast. Een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan dient altijd specifiek te zijn omschreven.
In een wijzigingsbepaling moet in voldoende mate en door objectieve normen worden bepaald in welke gevallen en op welke wijze hiervan gebruik kan worden gemaakt, zie o.a. ABRvS 21 april 2010, r.o. 2.7.2, (ECLI:NL:RVS:2010:BM1793) en ABRvS 2 december 2009, r.o 2.5.6, (ECLI:NL:RVS:2009:BK5082). Blijkens de bepalingen in artikel 18 van de Beheersverordening gaat het hier om een bevoegdheid voor het college om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het plan (binnenplanse afwijkings- c.q. vrijstellingsbevoegdheid). Het gaat hier dus niet om een bevoegdheid voor het college om de bestemming te wijzigen. Toepassing van een wijzigingsbevoegdheid leidt tot een wijziging van de bestemming en kan niet worden opgenomen in een beheersverordening. Concluderend is de Beheersverordening volgens de commissie rechtmatig tot stand gekomen, op grond waarvan de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen niet meer geldend is. Hetgeen bezwaarden te dien aanzien opmerken kan aan de inhoud en strekking van het bepaalde in artikel 3.2 van de Beheersverordening niet afdoen. In dit verband overweegt de commissie dat ingevolge artikel 33, eerste lid, van de toenmalige WRO structuur- en bestemmingsplannen tenminste eenmaal in de tien jaren worden herzien (dus niet verlengd zoals bezwaarde ad. 2 ten onrechte ter zitting heeft gesteld).
Van een kunstmatige verkorting van de planperiode zoals door bezwaarde ad. 2 ter zitting is gesteld, is derhalve geen sprake. Ad. 2. Bevoegdheid tot verwijderen 'camping toegestaan' zou geen verplichting zijn voor college. Verwezen zij naar hetgeen onder ad. 1 hieromtrent reeds is opgemerkt. Er geldt gezien het bepaalde in artikel 3.2 van de Beheersverordening geen wijzigingsbevoegdheid en dat betekent dat het college geen bevoegdheid, laat staan
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
10
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
een verplichting, heeft tot wijziging van de bestemming en het verwijderen van de aanduiding ‘camping toegestaan’. Gezien het bepaalde in artikel 3.39, eerste lid, van de Wro is evenmin sprake van een bestemmingsplan dat door het college moet worden uitgevoerd. Voor het perceel geldt sinds eind 2013 de Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’. Ad. 3. Tekst over Perceel in Toelichting zou niet bindend zijn voor college. Ten aanzien van hetgeen over de status van de toelichting van een bestemmingsplan is gesteld, zij verwezen naar hetgeen onder ad. 1 is opgemerkt. Dat het bestemmingsplan Buurtschappen is vastgesteld onder de vigeur van de WRO, maakt het vorenstaande volgens de commissie niet anders. Ad. 4. Nieuw bestemmingsplan zou nodig zijn voor verwijderen aanduiding 'camping toegestaan'. In paragraaf 1.1 van de toelichting op de Beheersverordening is weliswaar bepaald dat door middel van de beheersverordening de geldende bestemmingsplannen van toepassing worden verklaard, maar gezien het onder ad. 1 opgemerkte over de status van de plantoelichting kan dit niet afdoen aan hetgeen in art. 3.1 van de Beheersverordening is bepaald nu dit artikel aan duidelijkheid niets te wensen over laat (de voorschriften/regels en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(en) van het bestemmingsplan Buurtschappen zijn van overeenkomstige toepassing verklaard).
Dat de strekking van het niet van toepassing verklaring van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van bestemmingsplan Buurtschappen zou zijn dat hier de algemene wijzigingsbevoegdheid wordt bedoeld, verdraagt zich niet met de juridische opzet van een Beheersverordening. Een beheersverordening kent geen uitwerkingsplicht en wijzigingsbevoegdheid. Zoals uit paragraaf 1.1 van de toelichting op de Beheersverordening blijkt, zal de beheersverordening gevolgd worden door reguliere bestemmingsplanherzieningen, zodat het besluitgebied van nieuwe actuele bestemmingsplannen worden voorzien. Gezien het vorenstaande ligt het dus niet voor de hand dat in 2023 opnieuw een Beheersverordening wordt vastgesteld voor het onderhavige plangebied. Het college van burgemeester en wethouders bereidt het bestemmingsplan voor. De basis hiervoor ligt in artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet. Zie in het verlengde hiervan artikel 1.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Dit volgt uit artikel 3.1, eerste lid en artikel 3.8, eerste lid, onder e, van de Wro. Zolang geen nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld, kan de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen niet herleven, ook niet als een nieuwe Beheersverordening zou worden vastgesteld. Ad. 5.
Huidige inzichten zouden aanleiding geven tot het toestaan van een camping. Artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen rept over de aanduiding ‘camping toegestaan’ niet over ‘camping VaFaMil toegestaan’. Gezien hetgeen onder ad. 1 reeds is opgemerkt over de status van de plantoelichting, en de duidelijke bewoordingen van het artikellid voornoemd en de aanduiding op de
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
11
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
plankaart, behoeft het toestaan van een andere camping dan die van VaFaMil volgens de commissie geen wijziging of vernieuwing van het bestemmingsplan. Vanzelfsprekend wordt bij het opstellen van een ontwerp-bestemmingsplan gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen (artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wro). Het door bezwaarden bedoelde raadsvoorstel rept onder paragraaf 1.6, eerste alinea over het starten van de camping van De ReCreatie. Het woord ‘voortzetten is gebruikt in de eerste alinea van de preambule van het raadsvoorstel waar gesteld is dat er destijds geen aanleiding was om, na vertrek van de militairen, een camping op deze plek voort te zetten. Ad. 6. Een nieuwe camping zou in lijn zijn met Omgevingsvisie. In paragraaf 3.4.1 van de toelichting op de Beheersverordening is gesteld dat het besluitgebied niet aangewezen is als Natura 2000-gebied, de Leusderheide maakt deel uit van de EHS (sinds 2013 NNN). De gronden die binnen de Ecologische Hoofdstructuur vallen krijgen een aanvullende dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'. De Leusderheide is in tegenstelling tot de stelling van bezwaarden dus ook voorzien van de aanduiding “Waarde – Ecologie”, het onderhavige perceel ontbeert een dergelijke aanduiding (zie bijlage 4 bij de toelichting op de Beheersverordening).
Na diverse malen te zijn uitgesteld zal naar verwachting op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking treden. Op grond van deze wet dient elke gemeente een omgevingsvisie vast te stellen. Vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad van Leusden op 1 februari 2018 de Omgevingsvisie Landelijk gebied vastgesteld (de opvolger van o.a. de huidige structuurvisie uit de Wro). Het is de bedoeling om deze visie te zijner tijd te verwerken in één omgevingsvisie voor de gehele gemeente Leusden. In de omgevingsvisie legt een gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Het is de bedoeling dat de ambities uit de omgevingsvisie vervolgens doorwerken in het omgevingsplan, de opvolger van het bestemmingsplan. Een omgevingsvisie kan dus wel degelijk aanleiding vormen voor een (gewijzigde) opvatting over het ruimtelijke beleid. De Omgevingsvisie landelijk gebied gemeente Leusden (versie 19-12-2017) vermeldt op blz. 68/69 het volgende: “Het is te verwachten dat de recreatieve druk op het buitengebied van Leusden verder zal toenemen. Diverse groepen zijn bij de uitbouw van toerisme en recreatie de komende jaren van belang. Dat zijn de ouderen, de stadse bevolking (met nieuwe wensen en de behoefte aan uitloopgebied) en (buitenlandse) toeristen. Fietsen blijft, mede als gevolg van deze vergrijzing, in populariteit toenemen.
Dit wordt nog versterkt door de opkomst van e-bikes. Belangrijke trends in Nederland zijn daarnaast de toenemende aandacht voor kwaliteit, beleving, authenticiteit en kortere vakanties. Consumenten worden flexibeler in hun vrijetijdsbesteding en recreëren vaker ook dichtbij huis. Mede als gevolg van vergrijzing, ontstaat bij een groeiende groep vitale, welvarende, hoogopgeleide ouderen de groeiende behoefte naar accommodaties op het gebied van gezondheid, welzijn en vakanties. Deze trends kunnen op Leusden een grote invloed hebben door de ligging in een stedelijke regio. De groei van de stadse bevolking, waaronder dus ook die van Utrecht en de regio Amersfoort,
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
12
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
genereert extra druk op het recreatieve landschap. De groei van buitenlands toerisme voor korte dagtrips kan relevant zijn als Leusden erin slaagt de meest bijzondere kwaliteiten te vermarkten (Grebbelinie, landgoederen). We gaan aan de slag met de volgende opgaven in Leusden: • Opvangen van de (toenemende) recreatieve druk; • Versterken toegankelijkheid landelijk gebied; • Behoud beleving diversiteit van de kwaliteiten (recreatieve druk in balans houden met kwaliteiten); • Zorgen dat er meer te doen is. In onze visie bouwen we onze recreatieve kracht verder uit, passend bij en in balans met de kwaliteit van ons landschap. In onze visie is en blijft Leusden fiets- en wandelgemeente van Midden-Nederland. Daarom zetten we in op verbeteringen en aanpassingen in de routestructuren, maar ook de kwaliteit van het recreëren moet telkens omhoog om herhaalbezoek te genereren en om nieuwe doelgroepen te trekken. De routes willen we daarom beter verbinden en leuker maken. Recreëren in Leusden moet een grotere beleving worden. Recreatie ondernemingen zijn essentieel voor een (economisch) vitaal en multifunctioneel platteland. Maar de ontwikkeling van recreatie doen we in balans met de kwaliteiten van landschap en natuur en het economische belang van de landbouw”. [….] De omgevingsvisie vermeldt in paragraaf 5.5 (Landgoederenzone met centraal buitengebied) op blz.
87 het volgende: “We vinden rust en stilte in dit gebied belangrijk. We zullen de verkeersaantrekkende werking in dit gebied blijven monitoren en maatregelen nemen als de milieubelasting op het vlak van geluid, fijnstof en stikstof (als gevolg van het autoverkeer) toeneemt”. …“We gaan geen functies toestaan die een negatief effect hebben op de rust en stilte in het gebied. We stellen daarom hoge milieukwaliteitsnormen op het vlak van geluid en lucht. Functies die vrachtverkeer aantrekken staan we hier niet toe”. Gezien vorenaangehaalde citaten uit de omgevingsvisie, met name laatstgenoemd citaat, kan de vraag worden opgeworpen of een nieuwe camping in dit gebied zich zonder meer met deze omgevingsvisie verdraagt. Vanuit de doelen en ambities met betrekking tot recreatie in Leusden zoals neergelegd in deze omgevingsvisie acht de commissie met college en raad voorstelbaar dat een kleinschalige camping die gericht is op kwaliteit in balans met de kwaliteiten van het landschap en natuur de recreatieve kracht van Leusden verder kan versterken. Waar bezwaarden verwijzen naar de provinciale ontwerp-omgevingsvisie en ontwerpomgevingsverordening zij opgemerkt dat deze thans nog niet in werking zijn getreden en derhalve nog geen rechtskracht hebben. Verwijzing hiernaar is volgens de commissie derhalve prematuur.
In de ‘ontwerp Omgevingsvisie’ en ‘ontwerp Interim Omgevingsverordening’ van de provincie valt de bewuste locatie onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De aanduiding als NNN heeft tot gevolg dat de provincie regels stelt aan nieuwe ontwikkelingen. Zoals hiervoor al is aangegeven heeft het bewuste perceel sinds 2003 de aanduiding ‘camping toegestaan’ en mag sindsdien als camping worden gebruikt en is ook lange tijd als zodanig in gebruik geweest. Een camping op deze locatie is derhalve geen nieuwe ontwikkeling en valt daarom niet onder de hierboven genoemde provinciale beperkingen.
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
13
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Zoals vermeld is het op dit moment de bedoeling dat de Omgevingswet en onderliggende regelgeving op 1 januari 2022 in werking treedt. Momenteel geldt nog de Tweede herziening van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016). Ad. 7. Een nieuwe camping zou passen bij bestemming en is toegestaan. Bezwaarden vallen hier in herhaling. Verwezen zij naar het in het hiervoor opgemerkte. Ad. 8. Een nieuwe camping zou in lijn zijn met visie Recreatie en Toerisme. De Omgevingsvisie is met betrekking tot recreatie en toerisme verder uitgewerkt in de Visie Recreatie en Toerisme, vastgesteld door de raad in 2020. De Visie Recreatie en Toerisme wordt momenteel nader uitgewerkt. De raad heeft vooruitlopend op deze nadere uitwerking in december 2020 besloten om een camping op de bewuste locatie te blijven toestaan en dit zal ook in de nadere uitwerking van de Visie worden opgenomen. De Visie recreatie en toerisme van maart 2020 vermeldt in paragraaf 3.5 op blz. 17 het volgende: “In deze visie zetten wij vooral in op toeristen die hier minimaal 1 nacht doorbrengen, (langweekend en midweek). We zullen dus over voldoende aantrekkelijke en gevarieerde logiesaccommodaties moeten beschikken en ruimte geven aan uitbreiding van bestaande en ontwikkeling van nieuwe B&B accommodatie, kleinschalige (natuur)campings of kamperen bij de boer en groepsaccommodaties.
Een groter aanbod, capaciteit en diversiteit van logiesmogelijkheden maakt Leusden aantrekkelijker als verblijfplaats en als uitvalbasis voor het ontdekken van de regio”. En in paragraaf 4.1 op blz. 19: “We benutten de kansen in de markt: de groeiende belangstelling voor ‘gezonder leven’ en historisch erfgoed, de toenemende vraag naar meer korte(re) vakanties (weekend en midweek), het explosief gebruik van e-bikes”. “We zetten in op verblijf van minimaal 1 overnachting. Hiervoor is een groter aanbod, meer capaciteit en diversiteit van logiesmogelijkheden nodig. We laten daarom een onderzoek uitvoeren naar de exacte behoefte, rekening houden met de trends en ontwikkelingen in de markt”. Volgens de commissie is de stelling van de gemeenteraad dat een kleinschalige camping met goede en een toekomstbestendige diversiteit aan accommodaties, goed aansluit op de Visie recreatie en toerisme, gezien de aangehaalde citaten niet op voorhand onbegrijpelijk. In paragraaf 2.1 van deze visie is inderdaad gesteld dat het aantal kampeervakanties af neemt, de behoefte aan camperplaatsen neemt echter juist weer toe. Ad. 9. Aanduiding 'camping toegestaan' zou niet verwijderd hoeven te worden, mag zelfs niet. Volgens de commissie herhalen bezwaarden zich hier weer.
De conclusie van het bestreden besluit vloeit voort uit de daarvóór gegeven onderbouwende argumentatie en kan niet los daarvan worden gelezen. De raad heeft overigens niet gesteld dat de aanduiding niet mag worden verwijderd. Aangegeven is dat daarvoor een nieuw bestemmingsplan nodig is (of een nieuwe beheersverordening).
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
14
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Ad. Tunnelvisie. Bezwaarden beschrijven hier de onderhandelingen over aankoop van het onderhavige perceel en de daarbij gedane uitlatingen van de zijde van het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente. Volgens de commissie kunnen de uitlatingen van het Rijksvastgoedbedrijf, wat daar ook van zij, niet aan de gemeente toegeschreven worden. De senior contactmanager planologisch heeft terecht gesteld dat het bestemmingsplan dient te worden herzien indien het college gebruik zou willen maken van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het bestemmingsplan Buurtschappen. Zoals al eerder hierboven opgemerkt, zijn de plankaart en voorschriften leidend, alleen indien twijfel zou bestaan daarover, komt aan de toelichting in zoverre betekenis toe. Bezwaarden moet worden nagegeven dat de door het college gebruikte argumentatie om mee te werken aan de verzochte bestemmingsplanwijziging voor de bouw van 20 tiny houses tegengesteld is aan de gebruikte argumenten voor het thans bestreden besluit, maar eerstgenoemd besluit staat in deze procedure niet ter beoordeling (Overigens was het daarbij de bedoeling om met het toelaten van een gering percentage, op natuur gericht rood wonen, het terrein te vergroenen onder intrekking van de huidige recreatiebestemming).
Dat het eigenlijke wegbestemmen van de camping reeds bij de vaststelling van het bestemmingsplan Buurtschappen in 2003 zou hebben plaatsgevonden, volgt niet uit de plankaart en het gestelde in artikel 10, vierde lid, van de planvoorschriften. Waar bezwaarden reppen over mogelijke schadecompensatie aan het landgoed als eigenaar indien de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de plankaart verwijderd zou worden, valt op te merken dat dit een privaatrechtelijke kwestie betreft die hier onbesproken kan blijven. Een (omgevingsvergunning voor een) nog te bouwen nieuwe dienstwoning voor bepaalde tijd voor de campingbeheerder staat in deze procedure niet ter beoordeling. Dat deze bouw vraagtekens bij bezwaarden kan oproepen lijkt op zich voorstelbaar, gezien het gestelde in de Omgevingsvisie landelijk gebied Leusden 2017. Ad. Casus Doornseweg 20. De beweegreden van de raad om de bestemming Bos met meervoudige doeleinden niet wenselijk te achten op het achterste deel van dit perceel was, naast de staat van dit perceel (onbebouwd open- dan wel bosachtig terrein), het besluit van GS van 274-2004, en omdat deze bestemming o.a. recreatief medegebruik inhoudt, hetgeen op gronden van een particuliere woning met deze omvang en zonder zijn instemming niet gebruikelijk is.
In de casus Doornseweg 29b staat het college niet onwelwillend tegen het verlenen van medewerking aan de bouw van een dienstwoning voor tien jaar. In dat geval is wèl sprake van recreatief medegebruik, maar ook van strijd met staand beleid van GS dat nieuwbouw van burgerwoningen in het buitengebied ongewenst is. Echter, hier is geen sprake van een burgerwoning maar van een dienstwoning voor bepaalde tijd. Voor het overige zij verwezen naar het hierboven opgemerkte over de status van de plantoelichting, de duidelijke bewoordingen van het artikellid voornoemd en de aanduiding op de plankaart.
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
15
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Ad. Vertrouwen aangetast. Zoals hierboven al is opgemerkt, is door inwerkingtreding van de Beheersverordening de wijzigingsbevoegdheid van artikel 10, vierde lid, van bestemmingsplan Buurtschappen niet meer aan de orde. Dit bestemmingsplan bestaat niet meer; alleen de voorschriften en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(en) zijn van overeenkomstige toepassing verklaard, met uitzondering van de uitwerkings- en wijzigingsbevoegdheid. Om de camping weg te bestemmen zal er dus een nieuw bestemmingsplan opgesteld dienen te worden, dat een titel vormt voor een verzoek om tegemoetkoming in planschade. Dat het vertrouwen van omwonenden door de opeenvolgende plannen voor het onderhavige gebied een deuk heeft gekregen is weliswaar invoelbaar, maar laat het vorenoverwogene verder onverlet. Ad. Afsluitend. Bezwaarden verzoeken om het bestreden besluit op te schorten. Dat komt de commissie in het licht van het onderhavige raadsbesluit merkwaardig voor aangezien besloten is om niet mee te werken aan het verzoek om de aanduiding camping toegestaan’ van de plankaart van het bestemmingsplan Buurtschappen te verwijderen zodat deze aanduiding niet meer geldt voor het perceel Doornseweg 29b. Er is dus nog geen omgevingsvergunning verleend die geschorst zou kunnen worden (er loopt inmiddels wel een separate aanvraag voor plaatsing van een sanitairgebouw).
Opschorting van het bestreden besluit betekent niet dat de voor het perceel geldende bestemming niet meer geldt; de aanduiding ‘camping toegestaan’ vervalt niet met een opschorting van dit besluit. Opschorting van dit besluit betekent ook niet dat de raad verplicht wordt om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Tijdens het gesprek met de heer Bruijns op 1 februari 2021 is namens de raad al aangegeven dat geen bereidheid bestaat het besluit van 10 december 2020 op te schorten. De commissie is van oordeel dat de raad een correcte belangenafweging heeft gemaakt en in redelijkheid tot het besluit van 10 december 2020 heeft kunnen komen. De conclusie van de commissie is dan ook dat bezwaarmakers deels niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaren zoals in het dictum van dit advies is aangegeven, dat de bezwaren tegen het raadsbesluit van 10 december 2020 ongegrond dienen te worden verklaard en dit besluit in stand kan blijven.
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
16
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Advies De commissie adviseert de gemeenteraad van Leusden: - de omwonenden die bezwaarden ad. 1 en ad. 2 gemachtigd hebben en woonachtig zijn aan de Waterlooweg niet-ontvankelijk te verklaren; - bezwaarde ad. 2 niet-ontvankelijk te verklaren voor zover op persoonlijke titel of namens de rechtspersoon waarvan hij directeur is bezwaar wordt gemaakt; - de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden raadsbesluit in stand te laten. Leusden,
…………………………
Voorzitter
Secretaris
Digitaal ondertekend door Linda Otten op 17-03-2021
Digitaal ondertekend door Rijk van de Scheur op 17-03-2021
mr. L. Otten
mr. R. van de Scheur
Bezoekadres: Postadres: Postreknr:
’t Erf 1, Leusden Postbus 150, 3830 AD Leusden 237295
Telefoon: Fax: Bankreknr:
14033 (033)4961500 285 004 956
17
ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Wettelijk kader Beheersverordening 'Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen' Ingevolge art. 3.1 zijn op deze Beheersverordening de voorschriften/regels en bijbehorende plankaart(en)/verbeelding(en) van o.a. het bestemmingsplan Buurtschappen (vastgesteld op 3-7-2003, goedgekeurd 27-4-2004) alsmede de verleende vrijstelligen/ontheffingen/afwijkingen van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in deze beheersverordening. Ingevolge art. 3.2 zijn van de regels van de bestemmingsplannen als opgenomen in de tabel in lid 3.1 de wijzigingsbevoegdheden en de uitwerkingsregels uitgesloten. Bestemmingsplan Buurtschappen 2003 Ingevolge art. 10, lid 1, aanhef en onder d, van de planvoorschriften zijn de op de plankaart voor “Bos met meervoudige doelstelling” aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan” bestemd voor een camping met ten hoogste 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. Ingevolge art. 10, lid 2, aanhef en onder b, van de planregels mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 1, uitsluitend worden gebouwd: maximaal vier gebouwen met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 400 m² uitsluitend ten dienste van en ter plaatse van de aanduiding “camping toegestaan”. Ingevolge art.
10, lid 3, van de planregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd, mits: - de noodzaak daarvan is aangetoond, en - de in lid 1 bedoelde waarden niet onevenredig worden aangetast, vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2, ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals schuilgelegenheden en bergingen, en brandtorens. Voor het bouwen gelden de volgende eisen: a. het aantal gebouwen mag per oppervlakte-eenheid van 100 ha van gronden als bedoeld in lid 1, ten hoogste één bedragen; b. van een gebouw mogen de oppervlakte en de goothoogte niet meer dan respectievelijk 30 m² en 2,5 m bedragen; c. de hoogte van een brandtoren mag niet meer dan 35 m bedragen. Ingevolge art. 10, lid 4, van de planregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming “bos met meervoudige doelstelling” zodanig te wijzigen dat de aanduiding “camping toegestaan” komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en b. de ter plaatse voorkomende bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd.