RB verordeningen nadeelcompensatie GETEKEND.pdf
Tekst van het document
Besluit van de raad van de gemeente Leusden tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie gemeente Leusden 2023 De raad van de gemeente Leusden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 januari 2023, nummer 76092; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie gemeente Leusden 2023 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade indient; b. bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden; c. belanghebbende: als belanghebbende wordt in elk geval aangemerkt: 1. degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en 2. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht; d.
adviseur: een door het bestuursorgaan aan te wijzen deskundige, die beschikt over voldoende deskundigheid om te kunnen adviseren over schadevergoeding, die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de gemeente Leusden en die niet betrokken is bij de gebeurtenis die in de aanvraag als schadeveroorzakend is genoemd; e. adviescommissie: een schadebeoordelingscommissie, bestaande uit meerdere adviseurs. Artikel 2. Toepassingsbereik 1. Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. 2. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere schadevergoedingsregeling van toepassing is. Artikel 3. Heffen recht 1. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,- geheven. 2. Het bestuursorgaan wijst de indiener van de aanvraag op de verschuldigdheid van het recht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven, wordt
1
de aanvraag buiten behandeling gelaten, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel 4. Aanvraag 1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan ter beschikking gesteld formulier. 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en, voor zover van toepassing, de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting, of b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. Artikel 5. Inschakeling van een adviseur of adviescommissie 1. Advies bij een adviseur of adviescommissie wordt slechts ingewonnen voor zover dat noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt niet ingewonnen als: a. de aanvraag kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c.
het in de aanvraag genoemde bedrag aan schadevergoeding minder bedraagt dan € 500,-- voor natuurlijke personen en € 1.000,-- voor rechtspersonen; d. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3. Een adviescommissie bestaat uit een of meer adviseurs. 4. Een adviseur of adviescommissie kan worden benoemd als: a. vaste adviseur of adviescommissie, benoemd door het bestuursorgaan voor een termijn van maximaal vier jaar met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b. tijdelijke adviseur of adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel 6. Wrakingsregeling 1. Voorafgaand aan de benoeming van de adviseur of de adviescommissie zendt het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden een mededeling over het voornemen een adviseur of adviescommissie te benoemen. 2. De aanvrager en belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van de adviseur, leden van de adviescommissie of de adviescommissie bij het bestuursorgaan indienen. 3. Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking.
2
Artikel 7. Werkwijze van de adviseur of adviescommissie 1. Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 2. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie een of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat. 3. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert een of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordigers in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te Iichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. 4. Eventuele andere betrokken bestuursorganen en belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 5. Indien dit voor het uitbrengen van het advies nodig is, wordt door de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse bezichtigd. Het tijdstip waarop deze plaatsopneming plaatsvindt, wordt bepaald door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie. 6.
Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vijfde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. 7. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan het bestuursorgaan, aan de aanvrager en aan de belanghebbenden. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen. 8. De aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren. 9. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 10. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan. Artikel 8. Beslissing op de aanvraag 1.
Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies op de aanvraag en maakt dit besluit binnen deze termijn, onder toezending van het advies, bekend aan de aanvrager en de belanghebbenden. 2. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.
3
Artikel 9. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding. Artikel 10. Intrekking oude regeling Onverminderd het bepaalde in artikel 11, eerste lid van deze verordening, wordt de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Leusden 2008 ingetrokken op het moment van de inwerkingtreding van de Verordening nadeelcompensatie gemeente Leusden 2023. Artikel 11. Overgangsbepaling 1. De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Leusden 2008 blijft van toepassing op aanvragen die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet, als bedoeld in paragraaf 4.2.7 van de Invoeringswet Omgevingswet. 2. Een aanvraag om schade die samenhangt met een oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid , van de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt overeenkomstig de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Leusden 2008 behandeld. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag waarop Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet in werking treden.
Mochten deze wettelijke regelingen op verschillende momenten in werking treden, dan geldt voor de inwerkingtreding van deze verordening de datum van de Iaatste inwerkingtreding van deze wettelijke regelingen. 2. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Leusden 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Leu februari 2023,
A.H. Schouten de griffier
van 9
G.J. Bouwmeester de voorzitter
4