CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Huisvestingsverordening Leusden 2025 - verordening vastgesteld - GETEKEND.pdf

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 14: RV Huisvestingsverordening Leusden 202512.907 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Huisvestingsverordening Leusden 2025 De raad van de gemeente Leusden; Gelezen het voorstel van college nr. 232173 van 23 april 2025; Besluit: vast te stellen de Huisvestingsverordening Leusden 2025.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ............................................................................................... 3 Paragraaf 1.1 Algemeen ...................................................................................................................3 Artikel 1.1.1. Begripsbepalingen ...................................................................................................3 Hoofdstuk 2. Huisvestingsvergunning voor woonruimte ................................................................. 4 Paragraaf 2.1. Vergunningplicht ........................................................................................................4 Artikel 2.1.1. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte ...............................................................4 Paragraaf 2.2. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning ...................................5 Artikel 2.2.1. Aanvraag van de huisvestingsvergunning ...................................................................5 Artikel 2.2.2. Woningzoekenden die in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning.............5 Artikel 2.2.3. Beslissing op de aanvraag om een huisvestingsvergunning .........................................6 Artikel 2.2.4. Inhoud van de huisvestingsvergunning .......................................................................6 Paragraaf 2.3.

Woonruimte van woningcorporaties.............................................................................6 Artikel 2.3.1. Reikwijdte van deze paragraaf ...................................................................................6 Artikel 2.3.2. Aanvullende begripsbepalingen ................................................................................6 Artikel 2.3.3. Te huur aanbieden van woonruimte ...........................................................................7 Artikel 2.3.4. Bekendmaken van het aanbod van woonruimte .........................................................7 Artikel 2.3.5. Digitaal platform voor woningzoekenden ...................................................................8 Artikel 2.3.6. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning ............................................8 Artikel 2.3.7. Voorrang op basis van woningtypen ...........................................................................9 Artikel 2.3.8. Voorrang vanwege economische en maatschappelijke gebondenheid ....................... 10 Artikel 2.3.8a Voorrang voor vitale beroepsgroepen ...................................................................... 10 Artikel 2.3.9. Algemene volgordebepaling .................................................................................... 10 Artikel 2.3.10.

Volgordebepaling bij seniorenwoning .................................................................... 10 Artikel 2.3.11. Volgordebepaling op basis van urgentieduur en inschrijfduur .................................. 10 Artikel 2.3.12. Volgordebepaling bij woonduur ............................................................................. 11 Artikel 2.3.13. Experimenten ...................................................................................................... 11 Artikel 2.3.14. Hardheidsclausule ............................................................................................... 11 Paragraaf 2.4. Nieuw te bouwen particuliere sociale huurwoonruimte ............................................... 12 Artikel 2.4.1. Reikwijdte van deze paragraaf ................................................................................. 12 Artikel 2.4.2. Aanvullende begripsbepalingen .............................................................................. 12 Artikel 2.4.3. Te huur aanbieden van woonruimte ......................................................................... 12 Artikel 2.4.4. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning .......................................... 13 Artikel 2.4.5. Volgordebepaling ................................................................................................... 13 Artikel 2.4.6.

Verslaglegging over het verloop van de aanbiedingsprocedure .................................. 14 Artikel 2.4.7. Hardheidsclausule ................................................................................................. 14 Paragraaf 2.5. Nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte ............................................... 14 Artikel 2.5.1. Reikwijdte van deze paragraaf ................................................................................. 14 Artikel 2.5.2. Aanvullende begripsbepalingen .............................................................................. 14 Artikel 2.5.3. Te koop aanbieden van woonruimte ........................................................................ 14 Artikel 2.5.4. Digitaal platform voor woningzoekenden ................................................................. 15

Huisvestingsverordening Leusden 2025

1

Artikel 2.5.5. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning .......................................... 15 Artikel 2.5.6. Voorrang op basis van woningtypen ......................................................................... 16 Artikel 2.5.7. Algemene volgordebepaling .................................................................................... 16 Artikel 2.5.8. Volgordebepaling bij seniorenwoning ...................................................................... 17 Artikel 2.5.9. Verslaglegging over het verloop van de aanbiedingsprocedure .................................. 17 Artikel 2.5.10. Hardheidsclausule ............................................................................................... 17 Paragraaf 2.6. Nieuw te bouwen middeldure huurwoonruimte .......................................................... 17 Artikel 2.6.1. Reikwijdte van deze paragraaf ................................................................................. 17 Artikel 2.6.2. Aanvullende begripsbepalingen .............................................................................. 18 Artikel 2.6.3. Te huur aanbieden van woonruimte ......................................................................... 18 Artikel 2.6.4. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning .......................................... 18 Artikel 2.6.5.

Volgordebepaling ................................................................................................... 19 Artikel 2.6.6. Verslaglegging over het verloop van de aanbiedingsprocedure .................................. 20 Artikel 2.6.7. Hardheidsclausule ................................................................................................. 20 Hoofdstuk 3. De urgentieverklaring voor woonruimte van corporaties ............................................20 Paragraaf 3.1. Aanvraag, verlening en weigering van de urgentieverklaring ......................................... 20 Artikel 3.1.1. Aanvraag van de urgentieverklaring ......................................................................... 20 Artikel 3.1.2. Algemene weigeringsgronden ................................................................................. 20 Artikel 3.1.3. Specifieke weigeringsgronden ................................................................................. 21 Artikel 3.1.4. Inhoud van de urgentieverklaring ............................................................................. 22 Artikel 3.1.5. Werking van de urgentieverklaring ........................................................................... 23 Artikel 3.1.6. Intrekken en wijzigen van een urgentieverklaring ...................................................... 23 Artikel 3.1.7.

Specifieke gronden voor intrekking en wijziging van een urgentieverklaring................. 24 Paragraaf 3.2. Urgentiecategorieën ................................................................................................. 24 Artikel 3.2.1. Uitstroom naar zelfstandig wonen ........................................................................... 24 Artikel 3.2.2. Mantelzorg ............................................................................................................. 25 Artikel 3.2.3. Ernstige chronische medische problematiek ........................................................... 25 Artikel 3.2.4. Deelname aan overheidsprogramma ....................................................................... 26 Artikel 3.2.5. Vergunninghouders ................................................................................................ 26 Artikel 3.2.6. Sociale problematiek ............................................................................................. 27 Artikel 3.2.7. Relatiebeëindiging ................................................................................................. 27 Artikel 3.2.8. Stadsvernieuwing ................................................................................................... 28 Artikel 3.2.9.

Multiproblematiek .................................................................................................. 28 Artikel 3.2.10. Hardheidsclausule ............................................................................................... 28 Hoofdstuk 4. Standplaatsen voor woonwagens .............................................................................29 Paragraaf 4.1. Huisvestingsvergunning voor standplaatsen ............................................................... 29 Artikel 4.1.1. Reikwijdte van dit hoofdstuk ................................................................................... 29 Artikel 4.1.2. Aanvullende begripsbepalingen .............................................................................. 29 Artikel 4.1.3. Vergunningplicht .................................................................................................... 29 Paragraaf 4.2. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning voor standplaatsen ... 29 Artikel 4.2.1. Aanvraag van de huisvestingsvergunning ................................................................. 29 Artikel 4.2.2. Woningzoekenden die in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning........... 29 Artikel 4.2.3. Beslissing op de aanvraag om een huisvestingsvergunning ....................................... 30 Artikel 4.2.4.

Inhoud van de huisvestingsvergunning ..................................................................... 30 Paragraaf 4.3. Inschrijving van woningzoekenden en bekendmaken van het aanbod ........................... 30 Artikel 4.3.1. Inschrijving van woningzoekenden .......................................................................... 30 Artikel 4.3.2. Bekendmaken van het aanbod ................................................................................ 31 Paragraaf 4.4. Volgorde waarin woningzoekenden voor een standplaats in aanmerking komen ........... 31 Artikel 4.4.1. Voorrang vanwege economische en maatschappelijke gebondenheid ....................... 31 Artikel 4.4.2. Algemene volgordebepaling .................................................................................... 31 Artikel 4.4.3. Specifieke volgordebepaling ................................................................................... 32

Huisvestingsverordening Leusden 2025

2

Hoofstuk 5. Overige bepalingen ....................................................................................................32 Paragraaf 5.1. Bestuurlijke boete ..................................................................................................... 32 Artikel 5.1.1. Bestuurlijke boete .................................................................................................. 32 Paragraaf 5.2. Slotbepalingen ......................................................................................................... 33 Artikel 5.2.1. Overgangsrecht huisvestingsvergunning en urgentieverklaring .................................. 33 Artikel 5.2.2. Intrekking vorige huisvestingsverordening ................................................................ 33 Artikel 5.3.3. Inwerkingtreding en citeertitel ................................................................................. 33 Bijlage 1 ......................................................................................................................................34

Verordening Raadswerk 2023 De raad van de gemeente Leusden; gelezen het voorstel van het presidium van 3 oktober 2023 nummer 130684;

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 1.1 Algemeen Artikel 1.1.1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. basisregistratie personen: de basisregistratie bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen; b. bruto-vloeroppervlakte: bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580; c. economisch gebonden: economisch gebonden als bedoeld in artikel 14, tweede en vierde lid, van de wet; d. gemeente: gemeente Leusden; e. herkomstgemeente: de gemeente waar de aanvrager van de urgentieverklaring om indeling in de in artikel 3.2.1 bedoelde urgentiecategorie woonachtig was, direct voorafgaand aan zijn verblijf in de in dat artikel bedoelde voorziening, accommodatie, gesloten accommodatie of inrichting; f. huishouden: i. een alleenstaande, met of zonder kinderen; of ii. twee of meer personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren waarbij er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde periode samen te wonen; g. huurtoeslaggrens: huurtoeslaggrens: de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; h.

inschrijfduur: de aaneengesloten periode dat een woningzoekende is ingeschreven in het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform, voor zover van

Huisvestingsverordening Leusden 2025

3

toepassing met inbegrip van de inschrijfduur als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid, onder d; i. maatschappelijk gebonden: maatschappelijk gebonden als bedoeld in artikel 14, tweede en vierde lid, van de wet, of voor ten gedurende de voorafgaande twintig jaar ten minste tien jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de gemeente Leusden; j. mate van toegankelijkheid: de mate waarin woonruimte toegankelijk is voor mensen met een zorgvraag, waaronder in ieder geval wordt verstaan a) in hoeverre de woonruimte toegankelijk is voor gebruikers van een rolstoel, rollator of ander loophulpmiddel, b) op welke verdieping de woonruimte gelegen is, c) indien de woonruimte niet op de begane grond gelegen is of niet vanaf aansluitende maaiveld te betreden is, of de woonruimte bereikbaar is met een lift; k. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen afsluitbare toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; l. passende woning: woonruimte die voldoet aan het in een urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel; m. regiogemeente: een gemeente die deel uitmaakt van de woningmarktregio; n.

studentenwoonruimte: woonruimte bestemd voor verhuur aan studenten als bedoeld in artikel 7:274d van het Burgerlijk Wetboek en promovendi als bedoeld in artikel 7:274e van het Burgerlijk Wetboek, die op basis van een campuscontract gehuurd kan worden; o. toezichthouder: een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet; p. urgent woningzoekende: de houder van een urgentieverklaring; q. urgentieverklaring: een door burgemeester en wethouders afgegeven beschikking waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12 van de wet; r. vergunninghouder: de vergunninghouder als bedoeld in artikel 1 van de wet; s. werkdag: een dag die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet is; t. wet: de Huisvestingswet 2014; u. woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; v. woningmarktregio: de woningmarktregio die bestaat uit het grondgebied van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest, en Woudenberg; w. woonduur: de aaneengesloten periode dat een woningzoekende woonachtig is in zijn of haar huidige woonruimte.

Hoofdstuk 2. Huisvestingsvergunning voor woonruimte Paragraaf 2.1. Vergunningplicht Artikel 2.1.1. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

Huisvestingsverordening Leusden 2025

4

1. Het is ingevolge artikel 8 van de wet verboden de volgende categorieën woonruimte in gebruik te nemen of te geven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend: a. woonruimte van woningcorporaties met een huurprijs van ten hoogste de huurtoeslaggrens; b. nieuw te bouwen woonruimte met een huurprijsgrens van ten hoogste de huurtoeslaggrens, die onderdeel zijn van projecten van ten minste 3 nieuw te bouwen woonruimte, niet zijnde woonruimte van woningcorporaties; c. nieuw te bouwen middeldure huurwoonruimte, die onderdeel zijn van projecten van ten minste 3 nieuw te bouwen woonruimte; d. nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste € 405.000,–, die onderdeel zijn van projecten van ten minste 3 nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte; 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; b. onzelfstandige woonruimte; c. woonwagens; d. studentenwoonruimte; e. woonruimte aangewezen in Bijlage 1 3. Indien de wettelijke koopprijsgrens overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, vierde lid, van de wet bij ministeriele regeling met ingang van een kalenderjaar is aangepast, geldt met ingang van dat kalenderjaar in plaats van het in het eerste lid, onder d, genoemde bedrag, de voor dat kalenderjaar geldende wettelijke koopprijsgrens.

Paragraaf 2.2. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning Artikel 2.2.1. Aanvraag van de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Zij kunnen een (digitaal) aanvraagformulier vaststellen. 2. Bij de aanvraag worden tenminste de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager en de leden van diens huishouden; b. de omvang van het huishouden dat de woonruimte in gebruik gaat nemen; c. de beoogde datum waarop het huishouden van aanvrager de woonruimte in gebruik gaat nemen; en, d. het huishoudinkomen van het huishouden van aanvrager. Artikel 2.2.2. Woningzoekenden die in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning 1. Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning voldoet een woningzoekende aan de volgende voorwaarde: het huishouden van de woningzoekende heeft tenminste één lid dat niet minderjarig als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is. 2. Indien de huisvestingsvergunning wordt aangevraagd voor het in gebruik nemen van een in artikel 2.1.1, eerste lid, onder c, bedoelde woonruimte, voldoet een Huisvestingsverordening Leusden 2025

5

woningzoekende tevens aan de volgende voorwaarde: de woningzoekende heeft een middeninkomen als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de wet. Artikel 2.2.3. Beslissing op de aanvraag om een huisvestingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders beslissen tot verlening, weigering, wijziging en intrekking van de huisvestingsvergunning. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de wet weigeren burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning in ieder geval indien: a. de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of het bepaalde in artikel 2.2.2 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of, b. verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 % van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn. Artikel 2.2.4. Inhoud van de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; en d. de voorwaarde dat de houder van de huisvestingsvergunning de woonruimte binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik dient te nemen. 2.

Burgemeester en wethouders kunnen aan een binnen hun gemeente werkzame woningcorporatie het mandaat verlenen om namens hen te beslissen op aanvragen om een huisvestingsvergunning. Het mandaat beperkt zich tot aanvragen die betrekking hebben op woonruimte die verhuurd wordt door de gemandateerde woningcorporatie.

Paragraaf 2.3. Woonruimte van woningcorporaties Artikel 2.3.1. Reikwijdte van deze paragraaf Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op woonruimte van woningcorporaties zoals bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a. Artikel 2.3.2. Aanvullende begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. aanbodmodel: methode voor de verdeling van woonruimte waarbij beschikbare woonruimte overeenkomstig de artikelen 2.3.3 en 2.3.4 te huur wordt aangeboden en de volgorde waarin woningzoekenden voor de aangeboden woonruimte in aanmerking komen, wordt bepaald overeenkomstig het artikel 2,3.9, eerste lid, en voor zover van toepassing de artikelen 2.3.10 tot en met 2.3.12; b. bindingsgroep: woningzoekenden die in aanmerking komen voor de in artikel 2.3.8 opgenomen voorrang bij de verlening van huisvestingsvergunningen; c. directe bemiddeling: het door de verhuurder toewijzen van woonruimte aan een woningzoekende anders dan door toepassing van het aanbodmodel of het lotingmodel;

Huisvestingsverordening Leusden 2025

6

d. ingangsdatum: de datum waarop een urgentieverklaring in werking treedt; e. nieuwbouw: woonruimte die nog niet eerder bewoond is geweest; f. jongerenwoning: woningen geschikt voor de leeftijdsgroep tot 23 jaar of de leeftijdsgroep tot 28 jaar; g. lotingmodel: methode voor de verdeling van woonruimte waarbij de volgorde waarin woningzoekenden voor de aangeboden woonruimte in aanmerking komen, wordt bepaald door loting; h. seniorenwoning: woonruimte in een complex dat door de opzet en de ligging in het bijzonder geschikt is voor woningzoekenden van minimaal 55 jaar oud; i. voorrangsgroep: een voorrangsgroep genoemd in de tabel van artikel 2.3.7, behorende bij een in die tabel genoemd woningtype; j. zoekprofiel: het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. Artikel 2.3.3. Te huur aanbieden van woonruimte 1. Woningcorporaties bieden woonruimte te huur aan op één of meer van de volgende wijzen: a. het aanbodmodel; b. directe bemiddeling; c. het lotingmodel. 2. Per kalenderjaar biedt een corporatie per regiogemeente ten hoogste: a. 2 % van de te huur aangeboden woonruimte via directe bemiddeling aan. Dit percentage omvat niet de directe bemiddeling van woonruimte aan urgent woningzoekenden; en b. 20 % van de te huur aangeboden woonruimte via het lotingmodel aan. 3.

Woonruimte waaraan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 één of meer voorzieningen zijn aangebracht met een nieuwwaarde van € 15.000 of meer wordt pas te huur aangeboden nadat: a. woningcorporaties het voor verhuur beschikbaar komen van de woonruimte bij burgemeester en wethouders hebben gemeld; en, b. burgemeester en wethouders binnen uiterlijk twee maanden na ontvangst van de melding hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen het te huur aanbieden van de woonruimte. 4. In afwijking van het vorige lid kan de woningcorporatie met instemming van burgemeester en wethouders in dat lid bedoelde woonruimte via directe bemiddeling te huur aanbieden. Artikel 2.3.4. Bekendmaken van het aanbod van woonruimte 1. Dit artikel is van toepassing op het te huur aanbieden van woonruimte via het aanbodmodel en het lotingmodel. 2. Het aanbod van de in het eerste lid bedoelde woonruimte wordt gedurende minimaal drie werkdagen bekendgemaakt door publicatie op het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform. 3. De in het vorige lid bedoelde bekendmaking is voor eenieder via internet toegankelijk en bevat in ieder geval: a. de huurprijs van de woonruimte en de eventuele bijkomende kosten zoals servicekosten; b. het adres;

Huisvestingsverordening Leusden 2025

7

c. de bruto-vloeroppervlakte; d. het aantal kamers van de woonruimte en een omschrijving van die kamers; e. de mate van toegankelijkheid; f. of de woonruimte beschikt over buitenruimte zoals een tuin of een balkon en een inpandige of uitpandige opbergruimte; g. indien van toepassing, de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; h. indien van toepassing, de toepasselijke voorrangsgroep of voorrangsgroepen; i. of urgent woningzoekenden met voorrang voor een huisvestingsvergunning in aanmerking kunnen komen; j. indien van toepassing, of het lotingmodel wordt toegepast; k. de mogelijkheid voor woningzoekenden om hun belangstelling voor te huur aangeboden woonruimte kenbaar te maken. 4. De in het tweede lid genoemde termijn is de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet. Artikel 2.3.5. Digitaal platform voor woningzoekenden 1. Woningcorporaties dragen gezamenlijk zorg voor een via internet toegankelijk digitaal platform: a. waarop huishoudens zich als woningzoekenden kunnen inschrijven; b. waarop zij ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening woonruimte te huur aanbieden; c. waarop woningzoekenden hun belangstelling kenbaar kunnen maken voor de te huur aangeboden woonruimte. 2.

Woningcorporaties dragen er in gezamenlijkheid zorg voor, dat de voorwaarden die van toepassing zijn op het in het vorige lid bedoelde gebruik van het platform door woningzoekenden, tenminste regelen: a. de wijze waarop de inschrijving als woningzoekende geschiedt; b. de in verband met die inschrijving gevoerde registratie van gegevens; c. de opschorting en beëindiging van die inschrijving; d. dat een woningzoekende die zich binnen 12 maanden nadat aan hem of haar een huisvestingsvergunning is verleend, weer inschrijft als woningzoekende, 75 % van zijn of haar direct voorafgaand aan verlening van de huisvestingsvergunning opgebouwde inschrijfduur behoudt; en, e. dat de inschrijving van woningzoekenden niet vervalt in de gevallen bedoeld in de artikelen 11a, 11b en 11c van de wet. 3. De in het vorige lid bedoelde voorwaarden zijn in overeenstemming met het bepaalde in de wet en in deze verordening en worden transparant medegedeeld aan degenen die zich als woningzoekenden willen inschrijven. Artikel 2.3.6. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.1 worden bij een aanvraag om een huisvestingsvergunning tenminste de volgende gegevens verstrekt: a. het adres en naam van de woningcorporatie en huurprijs van de te betrekken woonruimte; b.

indien van toepassing, een afschrift van de geldende, aan de aanvrager verleende urgentieverklaring; en

Huisvestingsverordening Leusden 2025

8

c. de schriftelijke verklaring van de woningcorporatie dat deze bereid is de woonruimte aan aanvrager te verhuren. 2. In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 2.2 kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning weigeren indien: a. een andere woningzoekende dan aanvrager die voor de woonruimte in aanmerking wenst te komen, gelet op het bepaalde in deze paragraaf eerder dan aanvrager voor verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; b. het te huur aanbieden van de woonruimte niet overeenkomstig artikel 2.3.3 heeft plaatsgevonden; c. het bekendmaken van het aanbod van de woonruimte niet overeenkomstig artikel 2.3.4 heeft plaatsgevonden; d. het huishoudinkomen van de aanvrager hoger is dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens; of, e. de aanvrager niet als woningzoekende is ingeschreven in het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform. Artikel 2.3.7. Voorrang op basis van woningtypen 1. Als een woonruimte behoort tot een in de onderstaande tabel behorend woningtype, kan bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die behoren tot in de tabel achter dat woningtype genoemde voorrangsgroep. Woningtype Seniorenwoning Jongerenwoning

Grote woning van 4 of meer kamers Nieuwbouw

Woning met 3 kamers of minder

Voorrangsgroep Huishoudens waarvan tenminste één persoon een leeftijd heeft van 55 jaar of hoger. Huishoudens waarvan alle personen een leeftijd tot 23 jaar hebben. Huishoudens waarvan alle personen een leeftijd tot 28 jaar hebben. Huishoudens bestaande uit minimaal 2 personen. Woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet. Woningzoekenden die zelfstandige woonruimte met 4 of meer kamers van een woningcorporatie in de woningmarktregio achterlaten.

2. De woningcorporatie bepaalt bij het te huur aanbieden van woonruimte en bij het bekendmaken van het aanbod, of sprake is van een in de in het vorige lid opgenomen tabel genoemd woningtype. 3. Met uitzondering van het woningtype nieuwbouw, zijn de in de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde woningtype aangewezen als categorie woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet. Huisvestingsverordening Leusden 2025

9

Artikel 2.3.8. Voorrang vanwege economische en maatschappelijke gebondenheid 1. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen kan voorrang verleend worden aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente. 2. Toepassing van de in het vorige lid bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 % van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn. Artikel 2.3.8a Voorrang voor vitale beroepsgroepen 1. Binnen de groep van woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente kan voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die binnen de gemeente actief deelnemen aan de vrijwillige brandweer. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de voorwaarden waaraan een woningzoekende moet voldoen om voor de in het eerste lid bedoelde voorrang in aanmerking te komen.

Artikel 2.3.9. Algemene volgordebepaling 1. Indien meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen, als volgt bepaald: a. eerst komen de urgent woningzoekenden in aanmerking, voor zover de aangeboden woonruimte overeenkomt met het in de urgentieverklaring vermelde zoekprofiel; b. daarna komen de woningzoekenden in aanmerking, die behoren tot de toepasselijke voorrangsgroep en die, indien van toepassing, behoren tot de toepasselijke bindingsgroep; c. tot besluit komen de overige woningzoekenden in aanmerking. 2. De woningcorporatie kan bij het te huur aanbieden van woonruimte via het aanbodmodel in maximaal 5 % van de gevallen bepalen en mededelen, dat het eerste lid, onder a, niet van toepassing is. 3. Dit artikel is niet van toepassing indien een woningcorporatie woonruimte aanbiedt via het lotingmodel of directe bemiddeling. Artikel 2.3.10. Volgordebepaling bij seniorenwoning Van de woningzoekenden die behoren tot de voorrangsgroep die gelet op de tabel van artikel 2.3.7 behoren bij het woningtype ‘seniorenwoning’, komen achtereenvolgens voor de huisvestingsvergunning in aanmerking: a. huishoudens met tenminste één lid dat de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; b.

andere huishoudens, voor zover tenminste één lid tenminste de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. Artikel 2.3.11. Volgordebepaling op basis van urgentieduur en inschrijfduur

Huisvestingsverordening Leusden 2025

10

1. De volgorde waarin woningzoekenden als bedoeld in artikel 2.3.9, eerste lid, onder a, achtereenvolgens in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt bepaald op basis van de ingangsdatum van hun urgentieverklaringen en, voor zover dat geen uitsluitsel geeft, op basis van hun inschrijfduur. 2. De volgorde waarin woningzoekenden als bedoeld in artikel 2.3.9, eerste lid, onder b, of c, achtereenvolgens in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt bepaald op basis van hun inschrijfduur. 3. Bij de bepaling van de volgorde op basis van de ingangsdatum van de urgentieverklaringen, komt de woningzoekende met eerste ingangsdatum als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de meest recente ingangsdatum als laatste. 4. Bij de bepaling van de volgorde op basis van de inschrijfduur, komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de kortste inschrijfduur als laatste. Artikel 2.3.12. Volgordebepaling bij woonduur Bij urgent woningzoekenden die zijn ingedeeld in de urgentiecategorieën ‘stadsvernieuwing’ wordt voor de toepassing van artikel 2.3.11 hun woonduur gelijkgesteld met inschrijfduur. Artikel 2.3.13. Experimenten 1.

Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van in gebruik geven van woonruimte, die niet in of op grond van deze verordening is geregeld maar wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening geregeld zou kunnen worden. 2. De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. 3. Een experiment heeft een maximale duur van twee jaar. 4. Een experiment wordt georganiseerd door één of meer woningcorporaties in samenwerking met één of meer gemeenten in de woningmarktregio. Zij sluiten daartoe een experimentenovereenkomst, welke ten minste het volgende bevat: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b. het toepassingsbereik van het experiment; c. de tijdsduur van het experiment; d. de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur van het experiment; en, e. de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd wordt. 5. De resultaten van een experiment, waaronder in ieder geval de werking en de effecten van het experiment en de uitkomst van de evaluatie ervan, worden openbaar gemaakt en worden besproken in het reguliere overleg van gemeenten en woningcorporaties over de (werking van de) huisvestingsverordening. Artikel 2.3.14.

Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.3, tweede lid, of artikel

Huisvestingsverordening Leusden 2025

11

2.3.6, tweede lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Paragraaf 2.4. Nieuw te bouwen particuliere sociale huurwoonruimte Artikel 2.4.1. Reikwijdte van deze paragraaf Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op woonruimte zoals bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onder b. Artikel 2.4.2. Aanvullende begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder ‘verhuurder’: verhuurder en, indien van toepassing, de kennelijk in zijn opdracht handelende persoon of dienstverlener zoals een verhuurbemiddelaar of makelaar. Artikel 2.4.3. Te huur aanbieden van woonruimte 1. Woonruimte wordt door de verhuurder gedurende minimaal drie werkdagen te huur aangeboden op het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform. Gedurende deze termijn gaat de verhuurder niet over tot selectie van de beoogde huurder van de woonruimte. 2. Het in het vorige lid bedoelde aanbod voldoet tenminste aan de volgende vereisten: a. het aanbod wordt op het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform gedaan; b. het aanbod bevat een beschrijving van de wijze waarop met toepassing van de wet en deze verordening bepaald wordt, aan welke woningzoekende de huisvestingsvergunning verleend wordt; c. het aanbod vermeldt van de woonruimte: i. de huurprijs van de woonruimte en de eventuele bijkomende kosten zoals servicekosten; ii. het adres van de woonruimte; iii. de bruto-vloeroppervlakte van de woonruimte; iv.

het aantal kamers van de woonruimte en een omschrijving van die kamers; v. de mate van toegankelijkheid; vi. of de woonruimte beschikt over buitenruimte zoals een tuin of een balkon en een inpandige of uitpandige opbergruimte; d. woningzoekenden kunnen de aangeboden woonruimte zoeken op basis van het adres en de plaats waar de woonruimte gelegen is; e. woningzoekenden hebben op de onder a. bedoelde website de mogelijkheid hun belangstelling kenbaar te maken voor de aangeboden woonruimte en kunnen daarbij hun contactgegevens aan de verhuurder doorgeven. 3. De in het eerste lid genoemde termijn is de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet. 4. In afwijking van het eerste lid en het tweede lid, onder a, kan het aanbod op een ander dan het in die bepalingen bedoelde digitale platform worden gedaan, indien dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor wat betreft de

Huisvestingsverordening Leusden 2025

12

toegankelijk, vindbaarheid en gebruiksvriendelijkheid voor en bekendheid bij woningzoekenden tenminste gelijkwaardig is. 5. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de website waarop het aanbod wordt gedaan, de kenbaarheid en bereikbaarheid daarvan en de kenbaarheid, vindbaarheid en inhoud van het aanbod. Artikel 2.4.4. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.1 worden bij een aanvraag om een huisvestingsvergunning tenminste de volgende gegevens verstrekt: a. de schriftelijke verklaring van de verhuurder dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager te verhuren; b. de schriftelijke, naar waarheid ingevulde en ondertekende, verklaring van de verhuurder dat hij het te huur aanbieden van de woonruimte en het selecteren van de huurder overeenkomstig het in deze verordening bepaalde heeft uitgevoerd. 2. In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 2.2 kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning weigeren indien: a. een andere woningzoekende dan aanvrager die voor de woonruimte in aanmerking wenst te komen, gelet op het bepaalde in deze paragraaf eerder dan aanvrager voor verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; b. het te huur aanbieden van de woonruimte niet overeenkomstig artikel 2.4.3 heeft plaatsgevonden; of, c.

de aanvrager niet als woningzoekende is ingeschreven in het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform. Artikel 2.4.5. Volgordebepaling 1. Indien meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen, als volgt bepaald: a. eerst komen de woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden: i. het huishoudinkomen van de woningzoekende is niet hoger dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens; en, ii. de woningzoekende is economisch gebonden of maatschappelijk gebonden; b. daarna komen de woningzoekenden in aanmerking van wie het huishoudinkomen niet hoger is dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens; c. vervolgens komen de woningzoekenden in aanmerking die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn; en d. tot slot komen de overige woningzoekenden in aanmerking. 2. Indien gelet op het eerste lid meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor die huisvestingvergunning in aanmerking komen bepaald: a. op basis van inschrijfduur; of, b. op basis van loting waarbij alle aan de loting deelnemende woningzoekenden een gelijke kans hebben.

Huisvestingsverordening Leusden 2025

13

3. Bij de bepaling van de volgorde op basis van de inschrijfduur, komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de kortste inschrijfduur als laatste. 4. Toepassing van de in het eerste lid, onder a en onder c, bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 % van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn. Artikel 2.4.6. Verslaglegging over het verloop van de aanbiedingsprocedure 1. De verhuurder documenteert per aangeboden woonruimte: a. gedurende welke periode en op welke wijze hij de woonruimte te huur heeft aangeboden; b. hoeveel woningzoekenden hun belangstelling voor de aangeboden woonruimte kenbaar hebben gemaakt en in welke volgorde zij, gelet op het bepaalde in artikel 2.4.5, voor een huisvestingsvergunning in aanmerking kwamen; en c. hoe en op basis van welke criteria hij de beoogde huurder van de woonruimte heeft geselecteerd. 2. De verhuurder bewaart de gedocumenteerde informatie op een voor de toezichthouder toegankelijke en inzichtelijke wijze tot zes maanden na het onherroepelijk worden van de huisvestingsvergunning. Artikel 2.4.7.

Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.3, tweede lid, of artikel 2.4.4, tweede lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Paragraaf 2.5. Nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte Artikel 2.5.1. Reikwijdte van deze paragraaf Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op woonruimte zoals bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onder d, en derde lid. Artikel 2.5.2. Aanvullende begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder a. verkoper: verkoper en, indien van toepassing, de kennelijk in zijn opdracht handelende persoon of dienstverlener zoals een makelaar; b. voorrangsgroep: een voorrangsgroep genoemd in de tabel van artikel 2.5.7, behorende bij een in die tabel genoemd woningtype. Artikel 2.5.3. Te koop aanbieden van woonruimte 1. Woonruimte wordt door de verkoper gedurende tenminste 4 weken te koop aangeboden. Gedurende deze termijn gaat de verkoper niet over tot selectie van de beoogde koper van de woonruimte. Huisvestingsverordening Leusden 2025

14

2. Het in het vorige lid bedoelde aanbod voldoet tenminste aan de volgende vereisten: a. het aanbod wordt op een openbaar, voor eenieder zonder aanmelding en kosteloos toegankelijke, website gedaan; b. het aanbod bevat een beschrijving van de wijze waarop met toepassing van de wet en deze verordening bepaald wordt, aan welke woningzoekende de huisvestingsvergunning verleend wordt; c. het aanbod vermeldt van de woonruimte: i. de koopprijs van de woonruimte, met inbegrip van de bouwrente en andere transactiekosten, en de eventuele bijkomende kosten zoals servicekosten; ii. het adres van de woonruimte; iii. de bruto-vloeroppervlakte van de woonruimte; iv. het aantal kamers van de woonruimte en een omschrijving van die kamers; v. de mate van toegankelijkheid; vi. of de woonruimte beschikt over buitenruimte zoals een tuin of een balkon en een inpandige of uitpandige opbergruimte; d. woningzoekenden kunnen de aangeboden woonruimte zoeken op basis van het adres en de plaats waar de woonruimte gelegen is; e. woningzoekenden hebben op de onder a. bedoelde website de mogelijkheid hun belangstelling kenbaar te maken voor de aangeboden woonruimte en kunnen daarbij hun contactgegevens aan de verkoper doorgeven. 3. De in het eerste lid genoemde termijn is de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet. 4.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de website waarop het aanbod wordt gedaan, de kenbaarheid en bereikbaarheid daarvan en de kenbaarheid, vindbaarheid en inhoud van het aanbod. Artikel 2.5.4. Digitaal platform voor woningzoekenden 1. De verkoper draagt zorg voor een via internet toegankelijk digitaal platform: a. waarop huishoudens zich als woningzoekenden kunnen inschrijven; b. waarop hij ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening woonruimte te koop aanbiedt; c. waarop woningzoekenden hun belangstelling kenbaar kunnen maken voor de te koop aangeboden woonruimte. 2. De verkoper draagt er zorg voor, dat de voorwaarden die van toepassing zijn op het in het vorige lid bedoelde gebruik van het platform door woningzoekenden, tenminste regelen: a. de wijze waarop de inschrijving als woningzoekende geschiedt; b. de in verband met die inschrijving gevoerde registratie van gegevens; c. de opschorting en beëindiging van die inschrijving; d. dat de inschrijving van woningzoekenden niet vervalt in de gevallen bedoeld in de artikelen 11a, 11b en 11c van de wet. 3. De in het vorige lid bedoelde voorwaarden zijn in overeenstemming met het bepaalde in de wet en in deze verordening en worden transparant medegedeeld aan degenen die zich als woningzoekenden willen inschrijven. Artikel 2.5.5. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning

Huisvestingsverordening Leusden 2025

15

1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.1 worden bij een aanvraag om een huisvestingsvergunning tenminste de volgende gegevens verstrekt: a. de schriftelijke verklaring van de verkoper dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager te verkopen; b. de schriftelijke, naar waarheid ingevulde en ondertekende, verklaring van de verkoper dat hij het te koop aanbieden van de woonruimte en het selecteren van de koper overeenkomstig het in deze verordening bepaalde heeft uitgevoerd. 2. In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 2.2 kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning weigeren indien: a. een andere woningzoekende dan aanvrager die voor de woonruimte in aanmerking wenst te komen, gelet op het bepaalde in deze paragraaf eerder dan aanvrager voor verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; b. het te koop aanbieden van de woonruimte niet overeenkomstig artikel 2.5.3 heeft plaatsgevonden; c. het in artikel 2.5.4 bedoelde digitale platform niet voldeed aan de daaraan gestelde eisen; of, d. de aanvrager niet als woningzoekende is ingeschreven in het in artikel 2.5.4 bedoelde digitale platform. Artikel 2.5.6. Voorrang op basis van woningtypen 1.

Als een woonruimte behoort tot een in de onderstaande tabel behorend woningtype, kan bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die behoren tot in de tabel achter dat woningtype genoemde voorrangsgroep. Woningtype Seniorenwoning Starterswoning Doorstroomwoning

Voorrangsgroep Huishoudens waarvan tenminste één persoon een leeftijd heeft van 55 jaar of hoger. Huishoudens die starten op de woningmarkt en geen woning achterlaten bij verhuizing Huishoudens die een sociale huurwoning of een middenhuurwoning in de regio achterlaten.

2. De verkoper bepaalt bij het te koop aanbieden van woonruimte en bij het bekendmaken van het aanbod, of sprake is van een in de in het vorige lid opgenomen tabel genoemd woningtype. 3. De in het eerste lid opgenomen tabel genoemde woningtypen zijn aangewezen als categorie woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet. Artikel 2.5.7. Algemene volgordebepaling 1. Indien meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen, als volgt bepaald:

Huisvestingsverordening Leusden 2025

16

a. eerst komen de woningzoekenden in aanmerking die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente; b. daarna komen de woningzoekenden in aanmerking die, indien van toepassing, behoren tot de toepasselijke voorrangsgroep; c. Vervolgens komen de overige woningzoekenden in aanmerking. 2. Toepassing van de in het vorige lid, onder a, bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 % van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn. Artikel 2.5.8. Volgordebepaling bij seniorenwoning Van de woningzoekenden die behoren tot de voorrangsgroep die gelet op de tabel van artikel 2.3.7 behoren bij het woningtype ‘seniorenwoning’, komen achtereenvolgens voor de huisvestingsvergunning in aanmerking: c. huishoudens met tenminste één lid dat de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; d. andere huishoudens, voor zover tenminste één lid tenminste de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.

Artikel 2.5.9. Verslaglegging over het verloop van de aanbiedingsprocedure 1. De verkoper documenteert per aangeboden woonruimte: a. gedurende welke periode en op welke wijze hij de woonruimte te koop heeft aangeboden; b. hoeveel woningzoekenden hun belangstelling voor de aangeboden woonruimte kenbaar hebben gemaakt en in welke volgorde zij, gelet op het bepaalde in artikel 2.5.7 of artikel 2.5.8, voor een huisvestingsvergunning in aanmerking kwamen; en c. hoe en op basis van welke criteria hij de beoogde koper van de woonruimte heeft geselecteerd. 2. De verkoper bewaart de gedocumenteerde informatie op een voor de toezichthouder toegankelijke en inzichtelijke wijze tot uiterlijk zes maanden na het onherroepelijk worden van de huisvestingsvergunning. Artikel 2.5.10. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.3, tweede lid, of artikel 2.5.5, tweede lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Paragraaf 2.6. Nieuw te bouwen middeldure huurwoonruimte Artikel 2.6.1. Reikwijdte van deze paragraaf Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op nieuw te bouwen middeldure huurwoonruimte zoals bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onder c.

Huisvestingsverordening Leusden 2025

17

Artikel 2.6.2. Aanvullende begripsbepalingen 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. verhuurder: verhuurder en, indien van toepassing, de kennelijk in zijn opdracht handelende persoon of dienstverlener zoals een verhuurbemiddelaar of makelaar. b. woonruimte: nieuw te bouwen middeldure huurwoonruimte. Artikel 2.6.3. Te huur aanbieden van woonruimte 1. Woonruimte wordt door de verhuurder gedurende minimaal drie werkdagen te huur aangeboden op het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform. Gedurende deze termijn gaat de verhuurder niet over tot selectie van de beoogde huurder van de woonruimte. 2. Het in het vorige lid bedoelde aanbod voldoet tenminste aan de volgende vereisten: a. het aanbod wordt op het in artikel 2.3.5 bedoelde digitale platform gedaan; b. het aanbod bevat een beschrijving van de wijze waarop met toepassing van de wet en deze verordening bepaald wordt, aan welke woningzoekende de huisvestingsvergunning verleend wordt; c. het aanbod vermeldt van de woonruimte: i. de huurprijs van de woonruimte en de eventuele bijkomende kosten zoals servicekosten; ii. het adres van de woonruimte; iii. de bruto-vloeroppervlakte van de woonruimte; iv. het aantal kamers van de woonruimte en een omschrijving van die kamers; v. de mate van toegankelijkheid; vi.

of de woonruimte beschikt over buitenruimte zoals een tuin of een balkon en een inpandige of uitpandige opbergruimte; d. woningzoekenden kunnen de aangeboden woonruimte zoeken op basis van het adres en de plaats waar de woonruimte gelegen is; e. woningzoekenden hebben op de onder a. bedoelde website de mogelijkheid hun belangstelling kenbaar te maken voor de aangeboden woonruimte en kunnen daarbij hun contactgegevens aan de verhuurder doorgeven. 3. De in het eerste lid genoemde termijn is de termijn bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet. 4. In afwijking van het eerste lid en het tweede lid, onder a, kan het aanbod op een ander dan het in die bepalingen bedoelde digitale platform worden gedaan, indien dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor wat betreft de toegankelijk, vindbaarheid en gebruiksvriendelijkheid voor en bekendheid bij woningzoekenden tenminste gelijkwaardig is. 5. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de website waarop het aanbod wordt gedaan, de kenbaarheid en bereikbaarheid daarvan en de kenbaarheid, vindbaarheid en inhoud van het aanbod. Artikel 2.6.4. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.1 worden bij een aanvraag om een huisvestingsvergunning tenminste de volgende gegevens verstrekt:

Huisvestingsverordening Leusden 2025

18

a. de schriftelijke verklaring van de verhuurder dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager te verhuren; b. de schriftelijke, naar waarheid ingevulde en ondertekende, verklaring van de verhuurder dat hij het te huur aanbieden van de woonruimte en het selecteren van de huurder overeenkomstig het in deze verordening bepaalde heeft uitgevoerd. 2. In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 2.2 kunnen burgemeester en wethouders een aangevraagde huisvestingsvergunning weigeren indien: a. een andere woningzoekende dan aanvrager die voor de woonruimte in aanmerking wenst te komen, gelet op het bepaalde in deze paragraaf eerder dan aanvrager voor verlening van de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; b. het te huur aanbieden van de woonruimte niet overeenkomstig artikel 2.6.3 heeft plaatsgevonden; of, c. de aanvrager niet als woningzoekende is ingeschreven in het in artikel 2.6.5 bedoelde digitale platform. Artikel 2.6.5. Volgordebepaling 1. Indien meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen, als volgt bepaald: a. eerst komen de woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden: iii.

het huishoudinkomen van de woningzoekende is niet hoger dan de in artikel 10, vierde lid van de Wet bedoelde inkomensgrens; en, iv. de woningzoekende is economisch gebonden of maatschappelijk gebonden; b. daarna komen de woningzoekenden in aanmerking die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn; c. vervolgens komen de woningzoekenden in aanmerking van wie het huishoudinkomen niet hoger is dan de in artikel 10, vierde lid, van de Wet bedoelde inkomensgrens; en d. tot slot komen de overige woningzoekenden in aanmerking. 2. Indien gelet op het eerste lid meerdere woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor dezelfde woonruimte, wordt de volgorde waarin zij voor die huisvestingvergunning in aanmerking komen bepaald: a. op basis van inschrijfduur; of, b. op basis van loting waarbij alle aan de loting deelnemende woningzoekenden een gelijke kans hebben. 3. Bij de bepaling van de volgorde op basis van de inschrijfduur, komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning, en de woningzoekende met de kortste inschrijfduur als laatste. 4.

Toepassing van de in het eerste lid, onder a en onder b, bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50 % van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn.

Huisvestingsverordening Leusden 2025

19

Artikel 2.6.6. Verslaglegging over het verloop van de aanbiedingsprocedure 1. De verhuurder documenteert per aangeboden woonruimte: a. gedurende welke periode en op welke wijze hij de woonruimte te huur heeft aangeboden; b. hoeveel woningzoekenden hun belangstelling voor de aangeboden woonruimte kenbaar hebben gemaakt en in welke volgorde zij, gelet op het bepaalde in artikel 2.6.5, voor een huisvestingsvergunning in aanmerking kwamen; en c. hoe en op basis van welke criteria hij de beoogde huurder van de woonruimte heeft geselecteerd. 2. De verhuurder bewaart de gedocumenteerde informatie op een voor de toezichthouder toegankelijke en inzichtelijke wijze tot uiterlijk zes maanden na het onherroepelijk worden van de huisvestingsvergunning. Artikel 2.6.7. Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.3, tweede lid, of artikel 2.6.4, tweede lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Hoofdstuk 3. De urgentieverklaring voor woonruimte van corporaties Paragraaf 3.1. Aanvraag, verlening en weigering van de urgentieverklaring Artikel 3.1.1. Aanvraag van de urgentieverklaring 1. De urgentieverklaring wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Zij stellen een aanvraagformulier vast. 2. Bij de aanvraag worden tenminste de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, burgerservicenummer, contactgegevens en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. de omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; en, c. een toelichting op het woonprobleem in verband waarmee de urgentieverklaring wordt aangevraagd. 3. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve een urgentieverklaring verlenen aan woningzoekenden die behoren tot de volgende urgentiecategorieën: a. vergunninghouders; b. stadsvernieuwing. Artikel 3.1.2. Algemene weigeringsgronden 1. Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde urgentieverklaring indien: a. de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of artikel 2.2.2 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of,

Huisvestingsverordening Leusden 2025

20

b. de aanvrager niet behoort tot tenminste één van de in paragraaf 3.2 bedoelde urgentiecategorieën. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring weigeren indien: a. het huishouden van aanvrager niet tenminste twee jaar woonachtig is en ingeschreven staat in de basisregistratie van de gemeente óf maatschappelijke gebonden is aan de gemeente als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet; b. het huishoudinkomen van aanvrager hoger is dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens; c. de aanvrager, nadat het huisvestingsprobleem ontstond of duidelijk werd dat het zou ontstaan, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a, aangeboden heeft gekregen en deze heeft geweigerd; d. aanvrager huurschulden heeft; of e. aanvrager of een lid van het huishouden van aanvrager woonoverlast heeft veroorzaakt. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring voorts weigeren indien naar hun oordeel: a. geen sprake is van een noodsituatie waarin het voor aanvrager noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen; b. aanvrager in staat is of is geweest om zijn of haar huisvestingsprobleem zelf te voorkomen of op te lossen; c. de aangevraagde urgentieverklaring onvoldoende geschikt is om het huisvestingsprobleem van aanvrager duurzaam op te lossen; of, d.

het huisvestingsprobleem van aanvrager sneller of adequater opgelost kan worden door het betrekken van onzelfstandige woonruimte. 4. Ter voorbereiding van hun besluit op de aanvraag, kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen adviseur. Artikel 3.1.3. Specifieke weigeringsgronden 1. Het bepaalde in dit artikel is uitsluitend van toepassing op aanvragen om een urgentieverklaring tot indeling in een van de in de artikelen 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 of 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën. Op de in de vorige zin bedoelde aanvragen is het bepaalde in artikel 3.1.2 niet van toepassing. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring van een woningzoekende die behoort tot één van de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorieën weigeren indien: a. de aanvrager niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de gemeente, voor zover het betreft een aanvraag om indeling in de in artikel 3.2.3 bedoelde urgentiecategorie; b. de aanvrager niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de woningmarktregio, voor zover het betreft een aanvraag om indeling in de in artikel 3.2.1 en 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4074/documents/47177