rapport BKK Leusden_.pdf
Tekst van het document
Bodemkwaliteitskaart Gemeente Leusden Projectteam
Auteur
: Gemeente Leusden: Martijn Sengers, Anita Vermeulen RUD Utrecht: Jeroen Kemper, Rob Tuinenburg, Oscar Groenhof : Oscar Groenhof
Datum
: 4 mei 2022
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Doelstelling
4
3. Werkwijze en resultaat 3.1 Stap 1: Definitiefase 3.2 Stap 2: Onderscheidende gebiedskenmerken 3.3 Stap 4: Indeling bodembeheergebied in deelgebieden 3.4 Stap 3: Gegevensverzameling en –verwerking 3.4.1 Selecteren beschikbare gegevens 3.4.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters 3.4.3 Het vervangen van waardes beneden de detectielimiet 3.4.4 Het opsporen van uitbijters 3.5 Stap 5: Evaluatie gebiedsindeling 3.5.1 Indeling bodemkwaliteitszones 3.5.2 Aantal waarnemingen 3.5.3 PCB in de BKK 3.5.3 Ruimtelijk spreiding 3.6 Stap 6: Verzamelen van aanvullende informatie 3.7 Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones 3.7.1 Heterogeniteit 3.7.2 Controle saneringscriterium 3.8 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 3.8.1 Bodemzoneringskaart 3.8.2 Ontgravingskaart 3.8.2 Toepassingskaart
5 5 6 7 8 8 9 9 9 10 10 11 12 12 13 13 14 15 15 15 16 16
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Begrippenlijst Specifieke uitbijters Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)
Kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Kaartbijlage 2 Kaartbijlage 3A Kaartbijlage 3B Kaartbijlage 4A Kaartbijlage 4B
Functieklassenkaart Bodemzoneringskaart Ontgravingskaart bovengrond Ontgravingskaart ondergrond Toepassingskaart bovengrond Toepassingskaart ondergrond
2
1. Inleiding In het voorliggende rapport staat beschreven hoe de BKK tot stand is gekomen, hoe de verwerking van de beschikbare onderzoeksresultaten is uitgevoerd en welke afwegingen zijn gemaakt om uiteindelijk te komen tot de indeling van het grondgebied van de gemeente Leusden in bodemkwaliteitszones. Beleidskeuzes zijn terug te vinden in de Nota Bodemkwaliteit van de gemeente Leusden. De gemeente Leusden wil graag de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk) biedt voor gebiedsspecifiek bodembeleid benutten en heeft daarom aan de RUD Utrecht opdracht gegeven om een nota bodembeheer met bodemkwaliteitskaart (hierna: BKK) op te stellen. De BKK is gericht op het grondgebied van de gemeente Leusden, hiertoe behoren de kernen Achterveld, Leusden en Stoutenburg inclusief het bijbehorend buitengebied (hierna: bodembeheergebied). Deze kaart vormt een belangrijke pijler onder het grondstromenbeleid van de gemeente Leusden dat is beschreven in de nota bodembeheer. De nota en de kaart vallen binnen het gebiedsspecifieke beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Een BKK is een kaart waarop de diffuse bodemkwaliteit (de achtergrondkwaliteit) binnen het bodembeheergebied is aangegeven. Het bodembeheergebied is daarbij verdeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit.
Binnen de te onderscheiden zones is de gemiddelde kwaliteit vergelijkbaar, terwijl tussen de zones een verschil in kwaliteit kan bestaan. De kaart geldt niet voor locaties die historisch zijn belast door puntbronnen als gevolg van bodembedreigende activiteiten. De BKK is een onderdeel van de nota bodembeheer van de gemeente Leusden. De bodemkwaliteit is bepaald voor de stoffen uit het standaardstoffenpakket (zie § 3.1). De stofgroep PFAS in niet opgenomen in deze BKK. Hiervoor maakt de gemeente Leusden gebruik van de “Bodemkwaliteitskaart PFAS provincie Utrecht”. Nadat de BKK door de gemeenteraad is vastgesteld kan deze onder de voorwaarden uit de nota bodembeheer worden gebruikt als kwaliteitsbewijs bij het ontgraven en toepassen van grond, zonder aanvullende kwaliteitsbepaling. In bijlage 1 zijn de gebruikte begrippen in dit rapport toegelicht.
3
2. Doelstelling De doelstelling van een BKK is om een actueel en dekkend beeld te realiseren van de diffuse chemische bodemkwaliteit binnen de gemeente Leusden. Daarnaast is de doelstelling van de gemeente om met de BKK gebruik te maken van de mogelijkheden die het Bbk biedt: • bij het toepassen van grond en baggerspecie op en in de landbodem; • als bewijsmiddel voor de kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven dan minder partijkeuringen te worden uitgevoerd, wat kosten- en tijdbesparend werkt bij grondverzet); • bij het minimaliseren van mogelijke knelpunten bij grond- en/of baggerverzet; • om gebiedsspecifiek bodembeleid te kunnen realiseren; • als bewijsmiddel voor de bodemkwaliteit voor onverdachte locaties.
4
3. Werkwijze en resultaat Bij het opstellen van de BKK is het stappenplan uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten1 gevolgd. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven. In de Richtlijn is aangegeven dat het niet noodzakelijk is om de stappen in chronologische volgorde aan te houden. Noodzakelijk is wel dat de elementen van de stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de BKK. Voor de totstandkoming van deze BKK is de volgende volgorde van de stappen gebruikt: 1 → 2 → 4 → 3 → 5 → 6 → 5 → 7 → 8. Stap 1: Stap 2: Stap 4: Stap 3: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:
Definitiefase. Vaststellen van onderscheidende kenmerken. Indelen van het bodembeheergebied in deelgebieden. Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Controle indeling van het beheergebied. Verzamelen van aanvullende informatie. Karakteriseren van de bodemkwaliteitszones. Opstellen ontgravings- en toepassingskaart.
De BKK voldoet aan de eisen in bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit.
3.1 Stap 1: Definitiefase De BKK is opgesteld binnen het gebiedsspecifieke beleidskader van het Bbk. De BKK geeft aan wat de verwachte ontgravingskwaliteit is en, in combinatie met de nota bodembeheer wat de toepassingsmogelijkheden zijn van grond binnen het bodembeheergebied. In de voorliggende BKK zijn de volgende technisch inhoudelijke elementen opgenomen: • • •
•
Het beheergebied van de BKK omvat het grondgebied van de gemeente Leusden. De BKK is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bovengrond (bodemlaag 0,0 – 0,5 meter minus maaiveld (m-mv)) en de ondergrond (0,5 – 2,0 mmv). De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de BKK: o Niet gezoneerde zones; Militair oefenterrein (Leusderheide), militaire begraafplaatsen en monumenten: Sovjet ereveld Leusden, Rusthof Amersfoort, Begraafplaats Maranatha en Kamp Amersfoort en stortlocatie ’t Sluisje o Puntbronnen en andere locaties met, of verdacht van, bodemverontreiniging; o Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (voor wat betreft de ontgravingskaart, zie bijlage 1); o Het grondwater. De BKK is opgesteld voor het huidige standaard NEN5740 stoffenpakket: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de
1
Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, voormalig Ministerie van VROM en van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en bijbehorende wijzigingsbladen d.d. 1 maart 2012 (sinds 1 april 2012 in werking getreden), d.d. 1 januari 2013 en d.d. 1 januari 2014.
5
•
• • •
stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). De BKK is niet opgesteld voor de stofgroep PFAS (PFOA, PFOS en PFAS Overig). De toepassingsvoorwaarden voor PFAS-houdende grond zijn beschreven in de Beleidsnota PFAS provincie Utrecht, te vinden op www.rudutrecht.nl/het-toepassenvan-pfas-houdende-grond De gegevens van de BKK zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken en in-situ partijkeuringen. De bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld op basis van de gemiddelde gehalten. Daarnaast zijn van elke bodemkwaliteitszone statistische kentallen (percentielwaarden, kortweg P-waarden) berekend (zie bijlage 3). De berekende kentallen zijn getoetst aan de normen uit het Bbk.
3.2 Stap 2: Onderscheidende gebiedskenmerken Aan de basis van de gemeentelijke BKK ligt de identificatie van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt verondersteld dat de algemene bodemkwaliteit homogeen is (van vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik is een deelgebiedenkaart gedefinieerd. Huidige inrichting Het grondgebied van de gemeente bestaat in hoofdlijnen uit de kernen Achterveld, Leusden en Stoutenburg. Het dorp Leusden is verder opgesplitst in Leusden Woonkern en LeusdenZuid waarbij ook de omgeving Treekerweg/Buurtweg is gerekend. Het industriegebied ‘Paardenmaat’ ligt tussen Leusden en Leusden-Zuid. Aangrenzend aan het noordwesten van de Leusden Woonkern bevindt zich het industriegebied Randweg. In het oosten van de gemeente Leusden ligt de woonkern Achterveld met aan de oostzijde het industriegebied ‘De Fliert’. De woonkern Stoutenburg bevindt zich in het noorden van de gemeente. In samenspraak met de gemeente Leusden is de lintbebouwing aan de Schutterhoeflaan ook als woonkern gedefinieerd voor de bodemkwalitieitskaart. Voor deze bodemkwaliteitskaart is de bebouwing aan de Schutterhoeflaan tevens als woonkern gedefinieerd.
De niet-gezoneerde gebieden omvatten de Leusderheide (militair oefenterrein) in het zuidwesten van de gemeente en de meerdere begraafplaatsen tussen Leusden en Amersfoort. De voormalige stortlocatie ’t Sluisje wordt tevens als niet-gezoneerd gebeid beschouwd. Voor deze locaties is ofwel bodemverontreiniging door puntbronnen aannemelijk ofwel grondverzet onwenselijk. Het buitengebied is in gebruik als natuurgebied (bos) en voor landbouwdoeleinden (hoofdzakelijk grasland). Verspreid in het buitengebied staan woningen en boerderijen. Langs doorgaande wegen komt plaatselijk lintbebouwing voor. Historie Leusden dateert al van voor het jaar 777, in dat jaar is de nederzetting Lisiduna door Karel de Grote geschonken aan de Stichting Maartenskerk in Utrecht. In de eeuwen daarna hebben Leusden en de nieuw ontstane buurtschappen zoals Achterveld voornamelijk een agrarisch karakter. Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw heeft er veel uitbreiding met 6
woonwijken plaatsgevonden binnen de gemeente, voornamelijk in Leusden. Leusden zelf is een samenvoeging van de zuidelijke woonkern Leusbroek en de noordelijke woonkern Hamersveld. Het gebied Leusden-Zuid (voorheen Leusbroek) bestond tot 1950 voornamelijk uit lintbebouwing langs de Arnhemseweg. In de decennia daarna is de bebouwing geleidelijk uitgebreid in de noordoostelijke richting van Leusden-Centrum (Hamersveld), richting de spoorlijn (”het Ponlijntje”) en in 2005 is begonnen met de bouw van de wijk ‘Tabaksteeg’. Het industriegebied ‘Paardenmaat’ bestaat uit het raccordement van de spoorlijn AmersfoortKesteren sinds 1966 en de vestigingen van de auto-importeur PON. Het voormalige Hamersveld (nu woonkern Leusden-Centrum) had tot aan de 2de wereldoorlog slechts enkele boerderijen, woonhuizen en een kerk. Sinds de jaren vijftig zijn vooral de Hamersveldseweg, Zwarteweg en Burg. de Beaufortlaan sterk bebouwd en zijn de voormalige kernen Leusbroek en Hamersveld samengevoegd tot wat nu Leusden heet. De woonkern Achterveld is begonnen als parochie aan het einde van de 17de eeuw. In de jaren zestig van de vorige eeuw is Achterveld sterk uitgebreid met meer gezinswoningen aan de Hessenweg, Jan van Arkelweg en de Verjaagde Ruiterweg. Het eerste bedrijf gevestigd in industriegebied ‘De Fliert’ stemt van 1991.
De woonkern Stoutenburg is ooit begonnen als landgoed en kasteel Stoutenburg. Vanaf de mid-jaren dertig van de vorige eeuw is er lintbebouwing ontstaan aan de Hessenweg en Horsterweg. De lintbebouwing aan de Arnhemseweg en de Schuttershoeflaan stamt al uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Vanaf de jaren vijftig zijn er vooral aan de noordzijde meerdere woningen bijgebouwd. De Leusderheide is een groot niet-gezoneerd gebied in het westen van de gemeente dat sinds de 19de eeuw mede als militair oefenterrein in gebruik is, eerst door de Fransen, en later, vooral tijdens de Koude Oorlog, ook door de Nederlandse overheid zelf. In de jaren zestig zijn meerdere tankbanen aangelegd om de natuur in de omgeving te ontzien. Deze locatie is uitgesloten van de BKK vanwege het vermoeden van bodemverontreiniging door puntbronnen ter plaatse. Daarnaast zijn er meerdere militaire begraafplaatsen tussen Leusden en Amersfoort, waaronder het Sovjet ereveld Leusden, Rusthof en Kamp Amersfoort en Begraafplaats Maranatha tevens niet-gezoneerde gebieden aangezien grondverzet daar onwenselijk is. ’t Sluisje is een voormalige gemeentelijke stortlocatie tussen de straat ’t Sluisje en het Valleikanaal waar het vermoeden van bodemverontreiniging door puntbronnen ter plaatse zeer aannemelijk is. Deze locatie wordt derhalve ook beschouwd als een uitgezonderd gebied.
Bodemopbouw en geomorfologie De westzijde van gemeente Leusden is de flank van de Utrechtse Heuvelrug, een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd zo’n 200,000 jaar geleden. De bodem wordt gekenmerkt door stuifzand, en de bodem totaan de Arnhemseweg bestaat voornamelijk uit zand. Het oostelijke gedeelte van de gemeente bestaat uit veenweidegebied.
7
3.3 Stap 4: Indeling bodembeheergebied in deelgebieden Gebaseerd op de gebiedskenmerken is voor de BKK een eerste indeling gemaakt zoals vermeld in tabel 1 en ruimtelijk weergegeven op figuur 1. Tabel 1: Eerste indeling deelgebieden Deelgebied
Omschrijving
Functieklasse
A
Buitengebied
Landbouw/natuur
B
Woonkern Leusden-Centrum
Wonen
C
Woonkern Leusden-Zuid
Wonen
D
Woonkern Achterveld
Wonen
E
Woonkern Stoutenburg
Wonen
F
Schutterhoeflaan
Wonen
G
Paardenmaat
Industrie
H
Industrie Randweg
Industrie
I
De Fliert
Industrie
J
Leusderheide
Niet gezoneerd
K
Militaire begraafplaatsen
Niet gezoneerd
L
Kamp Amersfoort
Niet gezoneerd
M
Stortlocatie ‘t Sluisje
Niet gezoneerd
De gebruiksfunctie, zoals weergegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1), is leidend bij de indeling in deelgebieden. De Leusderheide, de militaire begraafplaatsen + kamp Amersfoort en de stortlocatie ’t Sluisje zijn niet gezoneerd en uitgesloten in de ontgravingskaart van de BKK. De reden is dat binnen de begrenzing een aantal gevallen van bodemverontreiniging bekend zijn. Dit is in lijn met gegevens van terreinen met een vergelijkbaar gebruik.
8
Figuur 1: Indeling op basis van onderscheidende kenmerken
Op basis van het voorgaande zijn deelgebieden samengevoegd met de functieklasse als criterium. De indeling zoals vermeld in tabel 2 is gehanteerd voor de verdere totstandkoming van de BKK. Tabel 2: Samenvoeging deelgebieden op basis van functieklasse Samengevoegd Omschrijving deelgebied 1 Buitengebied 2 Woonkern Leusden-Centrum
Functieklasse Landbouw/natuur
Woonkern Leusden-Zuid Woonkern Achterveld
Wonen
Woonkern Stoutenburg Schutterhoeflaan 3
Paardenmaat Industrie Randweg
Industrie
De Fliert -
Leusderheide Militaire begraafplaatsen
Niet gezoneerd
Kamp Amersfoort Stortlocatie ‘t Sluisje
9
3.4 Stap 3: Gegevensverzameling en -verwerking 3.4.1 Selecteren beschikbare gegevens De dataset van de BKK is in opdracht van de gemeente Leusden samengesteld door Roxit en bestaat uit waarnemingen uit de periode vanaf 2010 tot en met 2020. De waarnemingen zijn hoofdzakelijk gedaan tijdens uitvoering van de volgende typen bodemonderzoek: • Verkennend bodemonderzoek, bijvoorbeeld in het kader van bouw, werkzaamheden aan kabels/leidingen en natuurontwikkeling; • Bodemonderzoek voor het vaststellen van PFAS-achtergrondgehalten; • In-situ partijkeuringen; • Onderzoek naar de milieukwaliteit van de ontvangende bodem bij grondtoepassingen; • Nulsituatie-onderzoeken. Om aan het vereiste aantal van 3 meetpunten per niet-aaneengesloten deelgebied te komen zijn er door adviesbureau WSP in november 2021 3 aanvullende boringen (6 in totaal) gezet in de deelgebieden woonkern Stoutenburg en de Schutterhoeflaan, waar zowel boven- als ondergrondmonsters uit zijn voortgekomen. Zie sectie § 3.5.2 voor een nadere toelichting.
3.4.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset, gebruikt voor het opstellen van de BKK, bevat zowel meng- als puntmonsters met analysegegevens. Onderzoek van de landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft aangetoond dat percentielwaardes2 die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van zowel punt- als mengmonsters vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan als gevolg hiervan geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met analysegegevens waarin zowel puntals mengmonsters zijn opgenomen. De analysegegevens van de mengmonsters zijn als één waarneming opgenomen in de dataset.
3.4.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Regelmatig komt het bij analyses voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in concentraties beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyses is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.
2
Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998.
10
3.4.4 Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve analysegegevens worden geselecteerd voor de analyse, kan er sprake zijn van uitschieters (extreem hoge of lage gehalten) in de dataset. Deze extremen kunnen een gevolg zijn van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door puntbronnen die niet als zodanig bekend zijn. Hierbij worden dan vaak bij meerdere stoffen relatief hoge gehalten of juist hele lage gehalten aangetroffen. Per bodemkwaliteitszone zijn met behulp van scatterplots en door 3 maal de interkwartiel afstand (bovenop Q3) aan te houden extreme waardes geïdentificeerd. De extreme waardes zijn nader beoordeeld. Als de uitbijters tot een puntbron, type- of meetfout waren te herleiden of als niet-representatief zijn beoordeeld in vergelijking met de andere resultaten van dat deelgebied, dan zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd. In bijlage 2 is een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters opgenomen.
3.5 Stap 5: Evaluatie gebiedsindeling 3.5.1 Indeling bodemkwaliteitszones De indeling in deelgebieden leidt tot de onderstaande bodemkwaliteitszones (zie tabel 3). Daarbij is onderscheid gemaakt tussen onder en bovengrond, omdat de ondergrond doorgaans een betere kwaliteit heeft dan (of vergelijkbare met) de bovengrond. Tabel 3: Indeling bodemkwaliteitszones op basis van deelgebieden Deelgebied- Bodemkwaliteitszone nummer1)
Functieklasse
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) 1
B1
Landbouw/natuur
2
B2
Wonen
3
B3
Industrie
Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv)
1)
1
O1
Landbouw/natuur
2
O2
Wonen
3
O3
Industrie
zie samengevoegde deelgebieden in § 3.3, tabel 2,
De situering van de bodemkwaliteitszones is weergeven in figuur 2.
11
Figuur 2: Indeling in bodemkwaliteitszones
3.5.2 Aantal waarnemingen De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt aan het aantal waarnemingen per bodemkwaliteitszone de volgende (minimale) eisen: • Voor alle stoffen zijn ten minste 20 waarnemingen beschikbaar. • De waarnemingen liggen voldoende verspreid over de bodemkwaliteitszone: o Voor aaneengesloten bodemkwaliteitszones bij een systematische indeling in 20 vakken zijn er in tenminste 10 vakken één of meer waarnemingen beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een bodemkwaliteitszone zijn ten minste 3 waarnemingen beschikbaar. Na het samenstellen van de dataset voor de BKK (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4) en de gebiedsindeling (§ 3.4.1) bleek dat niet alle bodemkwaliteitszones voldoen aan de voornoemde minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Er zijn derhalve additionele boringen gezet in de zones woonkern Stoutenburg en Schutterhoeflaan, zoals ook omschreven in sectie § 3.4.1. Het totale aantal waarnemingen na zowel de toevoeging van de aanvullende waarnemingen als verwijdering van de uitbijters is weergegeven in tabel 4.
12
Tabel 4. Aantal waarnemingen per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitszone
Aantal waarnemingen1)
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) B1
344/180
B2
328/152
B3
124/44
Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv)
1)
O1
160/86
O2
182/64
O3
89/35
weergegeven is het hoogste en het laagste aantal waarnemingen per stof
3.5.3 Ruimtelijke spreiding Figuur 3 geeft inzicht in hoe de waarnemingen ruimtelijk zijn verdeeld over het grondgebied van de gemeente Leusden.
Figuur 3: Situering waarnemingspunten
Geanalyseerd is of binnen de bodemkwaliteitszones een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Hiervan is sprake bij een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat voor PAK, behalve in bodemkwaliteitszone O2, de variatiecoëfficiënt boven de 2 uitvalt. 13
Vastgesteld is dat binnen de bodemkwaliteitszone geen ruimtelijke clustering voorkomt. Er is daarom geen aanleiding tot verdere splitsing van bodemkwaliteitszones.
3.6 Stap 6: Verzamelen van aanvullende informatie Bij de indeling van bodemkwaliteitszone zoals beschreven in § 3.5 voldoet de dataset aan de gestelde eisen. Er is daarom geen aanleiding voor het verzamelen van aanvullende informatie.
3.7 Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones Uit de data-analyse volgt dat in alle bodemkwaliteitszones de gemiddelde bodemkwaliteit als schoon kan worden aangemerkt (klasse AW2000). Voor de volledigheid: het gaat hierbij om de bodemkwaliteit van terreindelen die niet zijn verontreinigd door lokale (bedrijfs-) activiteiten, de zogenaamde puntbronnen. De bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone is weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteits- Functieklasse zone
Bodemkwaliteitsklasse
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) B1
Landbouw/natuur AW2000
B2
Wonen
AW2000
B3
Industrie
AW2000
Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) O1
Landbouw/natuur AW2000
O2
Wonen
AW2000
O3
Industrie
AW2000
3.7.1 Heterogeniteit De heterogeniteit van de gemeten gehalten is per bodemkwaliteitszone berekend volgens de onderstaande formule. Heterogeniteitindex =
(P95 – P5) (Waarde Klasse Wonen of Industrie – Waarde klasse Landbouw/Natuur)
In bijlage 3 is per bodemkwaliteitszone en per stof de heterogeniteitsindex weergegeven. De betrouwbaarheid van het berekende gemiddelde gehalte in een zone is kleiner naarmate de diffuse bodemkwaliteit sterker heterogeen is verdeeld. Uit de berekeningen volgt dat in de zones van het bodembeheergebied sprake is van geen of lage heterogeniteit, met uitzondering van de bodemkwaliteitszone B2. Hier zijn de gehalten minerale olie, lood en zink aangemerkt als (sterk) heterogeen. In deze zone zijn echter ruim
14
voldoende waarnemingen bekend om het gemiddelde gehalte, en daarmee de bodemkwaliteit, goed te bepalen. De heterogeniteit is daarom geen aanleiding om aanvullend onderzoek te eisen voorafgaand aan grondtoepassingen.
3.7.2 Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde (P95) boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een toetsing aan het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. In de gemeente Leusden komt deze situatie niet voor. In bijlage 3 is per bodemkwaliteitszone en stof vermeld wat de statistische kentallen zijn
3.8 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart De BKK bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. De bodemzoneringskaart 2. De ontgravingskaart 3. De toepassingskaart In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. Conform bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit moet een kaart waarop puntbronnen (uitgesloten locaties) zijn vermeld, onderdeel uitmaken van de BKK. Voor zover dat grotere aaneengesloten gebieden betreft is dat gedaan. Voor kleinere puntbronnen en bekende bodemverontreinigingen niet, omdat dit dynamisch is en vanwege de schaalgrootte. Voorafgaand aan de toepassing van grond moet de ligging van deze locaties volgen uit het vooronderzoek conform NEN 5725 dat de initiatiefnemer van grondverzet voorafgaand aan een grondtoepassing moet uitvoeren (zie hfdst. 7 van de nota bodembeheer).
3.8.1 Bodemzoneringskaart Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart wordt gebruik gemaakt van zones. Dit is een verzameling van gebieden waar op basis van de gebruikshistorie, grondslag en bebouwingsgeschiedenis vergelijkbare bodemkwaliteit verwacht kan worden. Voor de gemeente Leusden zijn 3 zones onderscheiden: Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie. Per zone is een onderverdeling gemaakt in bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv). Een aantal zones vallen buiten de zone-indeling. In § 4.3 van de nota bodembeheer is dit toegelicht. De bodemzoneringskaart is opgenomen in kaartbijlage 2.
15
3.8.2 Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van grond op een, niet voor bodemverontreiniging verdachte, locatie. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit in een zone kan vallen in de ontgravingsklassen Landbouw/natuur (achtergrondwaarden AW2000), Wonen, Industrie of niet-toepasbaar. De ontgravingskaarten voor de boven- en ondergrond zijn opgenomen in kaartbijlage 3.
3.8.3 Toepassingskaart Op de toepassingskaart is weergegeven welke kwaliteit grond mag worden toegepast in een bepaalde zone van het bodembeheergebied. Bij de totstandkoming van de toepassingskaart is rekening gehouden met de functie, ontgravingskwaliteit en gebiedsspecifiek beleid. Het resultaat is opgenomen in de kaartbijlage 4. De gebiedsspecifieke toepassingskaart geeft weer in welke zones gebiedsspecifieke toepassingseisen gelden. Deze kaart moet naast de ontgravingskaart worden gebruikt bij het grondverzet. Opgemerkt wordt dat de kaart niet zelfstandig te gebruiken is, maar alleen in combinatie met de tekst uit hoofdstuk 4 uit deze Nota.
16
Bijlage 1: Begrippenlijst Baggerspecie Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Bodemkwaliteitskaart De BKK bestaat volgens de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten uit de volgende drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten (verdachte) locaties en deelgebieden 2. De ontgravingskaart 3. De toepassingskaart Bodemkwaliteitsklassen In het Bbk worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie te onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: 1. Klasse Landbouw/natuur 2. Klasse Wonen 3. Klasse Industrie Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden (zie onderstaand). Voor de BKK van de gemeente Leusden is het basispakket van toepassing. Tabel B1: Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen Basispakket 16-26 27-36 37-48
Aantal toegestane overschrijdingen 2 3 4 5
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): • • •
Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De Overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij ‘Toetsingswaarden Bbk).
17
Klasse Wonen: • • •
Alle gehalten voldoen aan de klassegrens wonen met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel B1. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen.
Klasse Industrie: •
Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie, omdat er geen sprake is van deelgebieden met een gemiddeld gehalte boven de interventiewaarde.
Bodemkwaliteitszone De bodemkwaliteitszone wordt gedefinieerd als een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van eenzelfde gebiedseigen bodemkwaliteit waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. Het eventueel vaststellen van bijzondere omstandigheden moet onderdeel uitmaken van het eerdergenoemde vooronderzoek voor ontgraving en toepassen van grond binnen een kwaliteitszone.
Deelgebied Deel van een beheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het beheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als “niet-aaneengesloten deelgebieden”. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de BKK is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
18
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Bbk definieert grond als: “vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2
millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie”. Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Bbk nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. In gebiedsspecifiek beleid kunnen hieraan strengere eisen worden gesteld. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de BKK in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar menig van de gemeente een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: heterogeniteit =
(P95 − P5) Maximale waarde industrie − Achtergrondwaarde
Hierbij wordt als beoordeling van de heterogeniteitsindex aangehouden: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken van een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013).
19
Niet gezoneerd Zone Gebieden worden gezoneerd wanneer er voldoende waarnemingen beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende waarnemingen beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet meer met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het “Zone niet gezoneerd”. Een zone kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd (deel)gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de BKK (zie ook: Uitgesloten locaties/gebied). Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor gebiedsspecifiek beleid is opgenomen. In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: • • • • •
Eén of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfuncties; Een (water)bodemkwaliteitskaart Een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; De Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox; (indien van toepassing) de maximale gewichtspercentage bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie.
Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondwaterstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond. Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een BKK kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Bbk en de Regeling bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklassen Landbouw/natuur (achtergrondwaarden -AW2000), Wonen, Industrie of Niet-toepasbaar. Bij de toetsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij ‘Bodemkwaliteitsklasse’) voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden.
Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):
20
• • •
Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding lager is dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij ‘Toetsingswaarden Bbk).
Klasse Wonen: • De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: • De norm voor de klassegrens Wonen wordt overschreden. • De norm voor de klassegrens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: • De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Percentiel/percentielwaarde De waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 95-percentiel: 95% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Puntbron Puntbron is een locatie die door historisch gebruik als (potentiëel) geval van (ernstige) bodemverontreiniging kan worden beschouwd. Standaarddeviatie Ook wel “standaardafwijking” genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van waarnemingen in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en 𝑥̅ het gemiddelde van de analyseresultaten.
21
Toepassingskaart (generieke kader) Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt aan elke zone de toepassingseis vastgesteld. Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toepassingseis (generieke kader)
Overige (Landbouw/natuur)
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Overige (Landbouw/natuur)
Wonen
Landbouw/natuur
Overige (Landbouw/natuur)
Industrie
Landbouw/natuur
Wonen
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
Toetsing grondverzet (generieke kader) Om te beoordelen of grondverzet is toegestaan wordt de kwaliteit van de aan te brengen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de aan te brengen grond kan worden bepaald op basis van een BKK, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis op basis van de bodemkwaliteitszones (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet-gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond
Toepassingseis
Wonen
Wonen
Toepassing toegestaan? Ja
Industrie
Wonen
Nee
Landbouw/natuur
Wonen
Ja
Wonen
Industrie
Ja
Industrie
Industrie
Ja
Landbouw/natuur
Industrie
Ja
Wonen
Landbouw/natuur
Nee
Industrie
Landbouw/natuur
Nee
Landbouw/natuur
Landbouw/natuur
Ja
Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Bbk en de Regeling bodemkwaliteit. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven.
22
Tabel B2: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaarbodem -lutum 25%, org. Stof 10%-) Stof
Arseen Barium* Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel* Zink Som PAK Som PCB Minerale olie
Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) 20 190 0,60 55 40 0,15 50 35 140 1,5 0,02 190
Maximale waarden wonen 27 550 1,2 62 54 0,83 210 39 200 6,8 0,04 190
Maximale waarden industrie 76 920 4,3 180 190 4,8 530 100 720 40 0,5 500
* De normstelling in Bbk voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens.
Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand die niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een Zone. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens de invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de BKK of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar de gemeente niet bevoegd gezag voor het Bbk is, zoals buitendijks gebied. Terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de BKK. Maar ook terreinen die in het beheer zijn van ander organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of de SBNS (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de BKK. Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone varieert. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde).
23
Bijlage 2: Specifieke uitbijters Uitbijterlijst dataset BKK gemeente Leusden Parameter + monster
Strabiscode onderzoek
Locatie
Zone
Ba (mm01 en mm02) 2x Ba (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Cd (MM3) Cd (M2) Cd (M1 en MM1) 2x Cd (mm01 en mm02) 2x Cd (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Cd (Pb 400)
AA032700548
Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700352 AA032700169 AA032700284
Bedrijfsweg 11 ’t Vliet Hamersveldseweg 1
Paardenmaat Leusden Woonkern Leusden Woonkern
AA032700548
Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700739
Buitengebied
Co (mm01 en mm02) 2x Co (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Co (Pb 400)
AA032700548
(Kamp Waterloo), Doornseweg 29B te Leusden Ambachtsweg 6-8 te Leusden
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700739
Buitengebied
Cu (MM2 en M2) 2x Cu (M1 en MM1) 2x Cu (mm01 en mm02) 2x Cu (06-1, 062, bg1, bg2, og1, 01-2, 022, 03-2, 04-2 en 05-2) 10x Cu (mm02) Hg (M1 en MM1) 2x Hg (MM5) Hg (MM5 en MM7) 2x Hg (MM3) Hg (05-1) Hg (mm01 en mm02) 2x Hg (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Pb (MM2) Pb (M1 en MM1) 2x Pb (mm01 en mm02) 2x Pb (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Pb (Mm2) m.o. (b10+b11) m.o. (MM31)
AA032700334
(Kamp Waterloo), Doornseweg 29B te Leusden 't Sluisje
AA032700284
Hamersveldseweg 1
Leusden Woonkern
AA032700548
Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700603 AA032700284
Lisidunalaan 2 te Leusden Hamersveldseweg 1
Leusden Woonkern Leusden Woonkern
AA032700166 AA032700337
Doornseweg 25 Spoor "Ponlijn"
Buitengebied Buitengebied
AA032700207 AA032700492 AA032700548
Hamersveldseweg 62 N226 te Leusden Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Leusden Woonkern Leusden-Zuid Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700404 AA032700284
Hamersveldseweg 131 Hamersveldseweg 1
Buitengebied Leusden Woonkern
AA032700548
Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700718 AA032700445
Waterlooweg 36 Leusden Ambachtsweg 17-23 te Leusden
Buitengebied Paardenmaat
AA032700432
Hessenweg 210
Buitengebied
24
Paardenmaat
Leusden Woonkern
m.o. (M1, M2, MM1 en MM2) 4x m.o. (mp10)
AA032700284
Hamersveldseweg 1
Leusden Woonkern
AA032700488
Leusden Woonkern
m.o. (mm01, mm02, 002-1, 002-2, 002-4, 003-1, 003-2 en 003-4) 8x m.o. (06-1) m.o. (06-1, 06-2, bg1, bg2 en og1) 5x m.o. (M2) m.o. (og1 tank12) m.o. (MM2) Mo (mm01 en mm02) 2x Mo (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Ni (C09-1) Ni (M1 en MM1) 2x Ni (mm01 en mm02) 2x Ni (06-1, 06-2, bg1, bg2 en og1) 5x Ni (Pb 400)
AA032700548
Hamersveldseweg 116 te Leusden Ambachtsweg 6-8 te Leusden
AA032700556 AA032700596
De Fliert 6 Achterveld nabij de Horsterbrug te Leusden
Industriegebied De Fliert Buitengebied
AA032700314 AA032700523
Kanaalweg 8 De Buitenplaats te Leusden
Buitengebied Industrie Randweg
AA032700297 AA032700548
Zwarteweg 32 Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Leusden Woonkern Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700433 AA032700284
Bavoortseweg ong. Hamersveldseweg 1
Buitengebied Leusden Woonkern
AA032700548
Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700739
Buitengebied
Ni (pb1) PAK (MM6) PAK (MM2) PAK (MM1.4)
AA032700570 AA032700344 AA032700297 AA032700431
PAK (M1 en MM1) 2x PAK (mm01, mm02, 002-4, en 003-4) 4x PAK (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x PCB (MM1.4)
AA032700284
(Kamp Waterloo), Doornseweg 29B te Leusden Bolderikhof 1 Leusden Burg. de Beuafortweg 15 Zwarteweg 32 Groene Zoom / Burg. De Beaufortweg Hamersveldseweg 1
AA032700548
Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700431
Leusden Woonkern
PCB (mm01 en mm02) 2x PCB (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x PCB (MM4)
AA032700548
Groene Zoom / Burg. De Beaufortweg Ambachtsweg 6-8 te Leusden
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700739
Buitengebied
Zn (b3+b4)) Zn (M1 en MM1) 2x Zn (M2) Zn (mm01 en mm02) 2x Zn (06-1, 062, bg1, bg2 en og1) 5x Zn (mm02) Zn (26-1-2 en 26-1-1)
AA032700445 AA032700284
(Kamp Waterloo), Doornseweg 29B te Leusden Ambachtsweg 17-23 te Leusden Hamersveldseweg 1
AA032700169 AA032700548
’t Vliet Ambachtsweg 6-8 te Leusden
Leusden Woonkern Paardenmaat
AA032700596
nabij de Horsterbrug te Leusden
Buitengebied
AA032700603 AA032700741
Lisidunalaan 2 te Leusden Emelaarseweg (naast 22) Achterveld
Leusden Woonkern Buitengebied
25
Paardenmaat
Leusden Woonkern Industrie Randweg Leusden Woonkern Leusden Woonkern Leusden Woonkern
Paardenmaat
Paardenmaat Leusden Woonkern
Bijlage 3: Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * De norm voor Barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor Barium tijdelijk buitenwerking gesteld. Streven is om voor Barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren.
Zone B1
Functieklasse Landbouw/n Ontgravingsklasse AW2000
Bovengrond 0,0-0,5 m-mv
N
Min
5P
25P
50P
75P
80P
90P
95P
Max
Gem
VC
Heterogeniteit
Gem > Ind.
P95>I.
Stoffen
Achtergrondwaarde
Max. waarde wonen
Ba*
193
10,50
14,00
14,00
24,00
41,00
43,00
54,80
86,00
310,00
32,62
0,96
Cd
337
0,12
0,14
0,14
0,28
0,28
0,28
0,28
0,35
0,56
0,24
0,34
0,06 nee
nee
Cd
0,6
1,2
4,3
13
Co
193
1,00
1,05
2,10
2,10
2,10
2,10
3,01
3,50
19,00
2,29
0,64
0,01 nee
nee
Co
15
35
190
190
Cu
344
3,50
3,50
5,10
7,80
12,00
13,00
16,00
18,85
74,00
9,56
0,76
0,10 nee
nee
Cu
40
54
190
190
Hg
342
0,01
0,04
0,04
0,07
0,09
0,10
0,14
0,17
0,93
0,08
0,87
0,03 nee
nee
Hg
0,15
0,83
4,8
36
Pb
337
3,00
7,00
11,00
17,00
27,00
30,00
43,00
51,20
120,00
22,23
0,81
0,09 nee
nee
Pb
50
210
530
530
Mo
193
0,35
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
2,52
0,98
0,31
0,00 nee
nee
Mo
1,5
88
190
190
Ni
336
2,00
2,10
2,80
3,50
4,23
4,90
5,65
7,00
16,00
3,74
0,49
0,08 nee
nee
Ni
35
39
100
100
Zn
337
3,50
11,00
14,00
29,00
42,00
48,00
65,40
87,40
190,00
34,92
0,75
0,13 nee
nee
Zn
140
200
720
720
PCB (som 7)**
179
0,00
0,00
0,00
0,01
0,01
0,01
0,01
0,01
0,10
0,01
1,49
0,01 nee
nee
PCB
0,02
0,04
0,5
1
PAK
271
0,02
0,14
0,25
0,42
1,14
1,58
2,97
6,35
140,00
2,55
4,71
0,16 nee
nee
PAK
1,5
6,8
40
40
M.O.
338
7,00
14,00
14,00
24,50
35,00
35,00
60,00
90,15
340,00
34,10
1,09
0,25 nee
nee
M.O.
190
190
500
5000
26
Ba*
Max. Interventiewaarde waarde (I) industrie 625
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * De norm voor Barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor Barium tijdelijk buitenwerking gesteld. Streven is om voor Barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren.
Zone O1
Functieklasse Landbouw/n Ontgravingsklasse AW2000
Ondergrond 0,5-2,0 m-mv
N
Min
5P
25P
50P
75P
80P
90P
95P
Max
Gem
VC
Heterogeniteit
Gem > Ind.
P95>I.
Stoffen
Achtergrondwaarde
Max. waarde wonen
Ba*
93
5,60
10,50
14,00
14,00
14,00
17,60
31,20
47,20
160,00
20,36
1,09
Cd
159
0,06
0,12
0,14
0,14
0,28
0,28
0,28
0,28
0,35
0,20
0,35
0,04 nee
nee
Cd
0,6
1,2
4,3
13
Co
93
0,21
1,05
2,10
2,10
2,10
2,10
3,16
4,28
6,20
2,24
0,41
0,02 nee
nee
Co
15
35
190
190
Cu
159
2,10
3,50
3,50
3,50
3,50
3,50
7,00
7,74
25,00
4,43
0,59
0,03 nee
nee
Cu
40
54
190
190
Hg
158
0,01
0,04
0,04
0,04
0,06
0,07
0,11
0,14
0,35
0,05
0,76
0,02 nee
nee
Hg
0,15
0,83
4,8
36
Pb
160
2,10
3,50
7,00
9,10
9,10
9,10
14,00
19,05
180,00
10,53
1,46
0,03 nee
nee
Pb
50
210
530
530
Mo
93
0,35
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
19,00
1,17
1,60
0,00 nee
nee
Mo
1,5
88
190
190
Ni
159
2,00
2,10
2,80
2,80
3,50
3,64
5,00
7,17
13,00
3,47
0,52
0,08 nee
nee
Ni
35
39
100
100
Zn
159
3,50
7,00
14,00
14,00
14,00
14,00
29,40
40,30
130,00
18,71
0,93
0,06 nee
nee
Zn
140
200
720
720
PCB (som 7)**
86
0,00
0,00
0,00
0,01
0,01
0,01
0,01
0,01
0,02
0,00
0,55
0,01 nee
nee
PCB
0,02
0,04
0,5
1
PAK
116
0,01
0,07
0,14
0,25
0,35
0,35
0,58
1,03
16,65
0,53
3,19
0,02 nee
nee
PAK
1,5
6,8
40
40
M.O.
164
7,00
14,00
14,00
24,50
25,40
26,60
35,00
39,85
290,00
24,83
1,02
0,08 nee
nee
M.O.
190
190
500
5000
27
Ba*
Max. Interventiewaarde waarde (I) industrie 625
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * De norm voor Barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor Barium tijdelijk buitenwerking gesteld. Streven is om voor Barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren.
Zone B2
Functieklasse Wonen Ontgravingsklasse AW2000
Bovengrond 0,0-0,5 m-mv
N
Min
5P
25P
50P
75P
80P
90P
95P
Max
Gem
VC
Heterogeniteit
Gem > Ind.
P95>I.
Stoffen
Achtergrondwaarde
Max. waarde wonen
Ba*
165
3,50
14,00
14,00
23,00
32,00
35,00
45,20
53,60
120,00
25,93
0,59
Cd
324
0,01
0,14
0,14
0,25
0,28
0,28
0,35
0,35
0,50
0,23
0,38
0,06 nee
nee
Cd
0,6
1,2
4,3
13
Co
165
1,05
1,05
2,10
2,10
2,10
2,20
3,01
3,38
12,00
2,27
0,45
0,01 nee
nee
Co
15
35
190
190
Cu
324
0,07
3,50
3,50
7,30
10,00
11,00
14,00
16,00
60,00
8,28
0,68
0,08 nee
nee
Cu
40
54
190
190
Hg
323
0,00
0,04
0,04
0,07
0,10
0,11
0,14
0,15
0,70
0,08
0,72
0,02 nee
nee
Hg
0,15
0,83
4,8
36
Pb
333
0,21
7,00
9,10
19,00
29,00
31,00
45,80
61,40
490,00
25,37
1,37
0,11 nee
nee
Pb
50
210
530
530
Mo
165
0,35
0,35
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
2,10
24,00
1,13
1,62
0,01 nee
nee
Mo
1,5
88
190
190
Ni
323
0,14
2,10
2,80
3,50
4,60
5,00
6,00
7,00
22,00
4,03
0,57
0,08 nee
nee
Ni
35
39
100
100
Zn
323
1,43
9,90
14,00
26,00
38,00
43,00
60,00
83,40
220,00
32,91
0,83
0,13 nee
nee
Zn
140
200
720
720
PCB (som 7)**
152
0,00
0,00
0,00
0,01
0,01
0,01
0,01
0,01
0,05
0,01
1,13
0,02 nee
nee
PCB
0,02
0,04
0,5
1
PAK
272
0,01
0,05
0,25
0,55
1,30
1,66
3,41
6,54
48,00
1,78
2,59
0,17 nee
nee
PAK
1,5
6,8
40
40
M.O.
328
0,24
14,00
19,38
24,50
35,00
35,00
53,60
88,25
1100,00
39,90
1,93
0,24 nee
nee
M.O.
190
190
500
5000
28
Ba*
Max. Interventiewaarde waarde (I) industrie 625
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * De norm voor Barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor Barium tijdelijk buitenwerking gesteld. Streven is om voor Barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren.
Zone O2
Functieklasse Wonen Ontgravingsklasse AW2000
Ondergrond 0,5-2,0 m-mv Ba* Cd Co Cu Hg Pb Mo Ni Zn PCB (som 7)** PAK M.O.
N
Min 70 182 70 182 182 182 70 180 182 64 97 178
3,50 0,01 0,90 1,54 0,01 2,10 0,35 1,40 3,50 0,00 0,01 7,00
5P
25P
50P
75P
80P
90P
95P
Max
Gem
10,50 0,14 1,05 3,50 0,04 3,50 0,35 2,00 3,50 0,00 0,05 12,95
14,00 0,14 2,10 3,50 0,04 7,00 1,05 2,80 7,00 0,00 0,14 14,00
14,00 0,25 2,10 3,50 0,07 7,00 1,05 3,50 14,00 0,01 0,25 24,50
14,00 0,28 2,10 3,50 0,07 9,10 1,05 3,50 14,00 0,01 0,41 35,00
14,00 0,28 2,10 3,90 0,08 9,10 1,05 3,50 15,00 0,01 0,59 35,00
35,50 0,35 2,80 7,00 0,14 15,00 1,05 5,30 22,00 0,01 0,70 35,00
48,30 0,35 3,11 7,97 0,14 23,00 1,63 6,62 31,90 0,01 1,68 50,00
56,00 0,51 4,70 46,00 0,30 287,00 94,50 12,00 130,00 0,01 6,20 140,00
17,85 0,23 2,02 4,44 0,07 11,00 2,27 3,49 14,64 0,00 0,48 27,13
29
VC 0,63 0,39 0,32 0,83 0,60 1,99 4,90 0,46 0,91 0,39 1,75 0,60
Heterogeniteit
Gem > Ind.
0,06 nee 0,01 nee 0,03 nee 0,02 nee 0,04 nee 0,01 nee 0,07 nee 0,05 nee 0,01 nee 0,04 nee 0,12 nee
P95>I.
Stoffen
nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
Ba* Cd Co Cu Hg Pb Mo Ni Zn PCB PAK M.O.
Achtergrondwaarde
Max. waarde wonen
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140 0,02 1,5 190
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200 0,04 6,8 190
Max. Interventiewaarde waarde (I) industrie 625 4,3 13 190 190 190 190 4,8 36 530 530 190 190 100 100 720 720 0,5 1 40 40 500 5000
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * De norm voor Barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor Barium tijdelijk buitenwerking gesteld. Streven is om voor Barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren.
Zone B3
Functieklasse Industrie Ontgravingsklasse AW2000
Bovengrond 0,0-0,5 m-mv
N
Min
5P
25P
50P
75P
80P
90P
95P
Max
Gem
VC
Heterogeniteit
Gem > Ind.
P95>I.
Stoffen
Achtergrondwaarde
Max. waarde wonen
Ba*
50
10,50
14,00
14,00
14,00
26,50
30,60
35,00
47,40
120,00
23,09
0,74
Cd
111
0,12
0,14
0,14
0,28
0,28
0,28
0,30
0,35
0,50
0,23
0,38
0,06 nee
nee
Cd
0,6
1,2
4,3
13
Co
50
1,40
2,10
2,10
2,10
2,10
2,10
2,82
3,36
9,40
2,40
0,47
0,01 nee
nee
Co
15
35
190
190
Cu
111
3,50
3,50
4,90
7,30
10,50
12,00
17,00
20,00
24,00
8,62
0,59
0,11 nee
nee
Cu
40
54
190
190
Hg
112
0,02
0,04
0,04
0,07
0,09
0,10
0,14
0,14
0,32
0,07
0,58
0,02 nee
nee
Hg
0,15
0,83
4,8
36
Pb
112
3,50
7,00
9,10
15,00
28,25
34,00
44,90
69,00
140,00
23,42
0,99
0,13 nee
nee
Pb
50
210
530
530
Mo
50
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
0,00
0,00 nee
nee
Mo
1,5
88
190
190
Ni
111
2,10
2,45
2,80
3,50
4,65
5,00
6,40
8,00
29,00
4,26
0,67
0,09 nee
nee
Ni
35
39
100
100
Zn
114
3,50
11,59
14,00
26,00
45,00
48,80
77,40
127,00
270,00
39,21
1,10
0,20 nee
nee
Zn
140
200
720
720
PCB (som 7)**
44
0,00
0,00
0,00
0,01
0,01
0,01
0,01
0,01
0,03
0,01
0,63
0,01 nee
nee
PCB
0,02
0,04
0,5
1
PAK
87
0,01
0,11
0,26
0,35
0,90
1,10
3,65
7,07
23,00
1,64
2,32
0,18 nee
nee
PAK
1,5
6,8
40
40
M.O.
124
7,00
14,00
24,50
24,50
35,00
35,40
60,00
98,50
810,00
43,12
1,84
0,27 nee
nee
M.O.
190
190
500
5000
30
Ba*
Max. Interventiewaarde waarde (I) industrie 625
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit * De norm voor Barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor Barium tijdelijk buitenwerking gesteld. Streven is om voor Barium binnen enkele jaren een nieuw toetsingskader te introduceren.
Zone O3
Functieklasse Industrie Ontgravingsklasse AW2000
Ondergrond 0,5-2,0 m-mv Ba* Cd Co Cu Hg Pb Mo Ni Zn PCB (som 7)** PAK M.O.
N
Min 35 74 35 75 75 75 35 74 75 31 46 88
10,50 0,10 1,40 3,50 0,04 3,50 1,05 2,10 3,50 0,00 0,01 14,00
5P
25P
50P
75P
80P
90P
95P
Max
Gem
13,10 0,12 2,10 3,50 0,04 3,50 1,05 2,10 6,94 0,00 0,01 14,00
14,00 0,14 2,10 3,50 0,04 7,00 1,05 2,80 14,00 0,00 0,09 21,88
14,00 0,21 2,10 3,50 0,04 7,00 1,05 3,20 14,00 0,01 0,25 24,50
14,00 0,28 2,10 3,50 0,07 9,10 1,05 3,50 14,00 0,01 0,30 35,00
14,00 0,28 2,10 5,38 0,07 9,10 1,05 3,50 15,20 0,01 0,35 35,00
30,80 0,35 3,40 7,00 0,14 21,80 1,05 5,00 31,20 0,01 0,36 40,00
60,20 0,35 4,03 9,93 0,14 35,80 1,05 6,42 39,90 0,01 0,89 66,50
70,00 0,39 7,40 21,00 0,19 49,00 1,05 18,00 88,00 0,01 12,00 140,00
19,04 0,22 2,43 4,71 0,06 10,89 1,05 3,64 17,40 0,00 0,50 28,97
31
VC 0,76 0,38 0,42 0,62 0,67 0,88 0,00 0,58 0,75 0,29 3,49 0,65
Heterogeniteit
Gem > Ind.
0,06 nee 0,01 nee 0,04 nee 0,02 nee 0,07 nee 0,00 nee 0,07 nee 0,06 nee 0,01 nee 0,02 nee 0,17 nee
P95>I.
Stoffen
nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
Ba* Cd Co Cu Hg Pb Mo Ni Zn PCB PAK M.O.
Achtergrondwaarde
Max. waarde wonen
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140 0,02 1,5 190
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200 0,04 6,8 190
Max. Interventiewaarde waarde (I) industrie 625 4,3 13 190 190 190 190 4,8 36 530 530 190 190 100 100 720 720 0,5 1 40 40 500 5000
Kaartbijlage 1:
32
Kaartbijlage 2:
33
Kaartbijlage 3A:
34
Kaartbijlage 3B:
35
Kaartbijlage 4A:
36
Kaartbijlage 4B:
37