CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel_verzamelbesluit_bevoegdheden_omgevingswet.pdf

BOB-avond beeld- en oordeelsvormende sessies 13 februari 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4: Evaluatie Verzamelbesluit Omgevingswet – beeldvormend (20:30 - 21:15)1.923 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer Datum raadsvergadering Portefeuillehouder

L273013 1 juli 2021 W.R. Vos

Onderwerp

Verzamelbesluit bevoegdheden Omgevingswet

Voorstel Het college stelt u voor: 1. het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van b&w in de volgende situaties: a) het aanpassen van het omgevingsplan conform een verleende omgevingsvergunning; b) het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van een door de gemeenteraad of college vastgesteld beleidsstuk; c) het aanpassen van het omgevingsplan voor zover het binnen bestaande vastgestelde beleidskader past; d) het aanpassen van het omgevingsplan voor gevallen die voorkomen op de kruimelgevallenlijst (besluit omgevingsrecht, bijlage ii, artikel 4); e) het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van door het rijk of de provincie opgelegde instructieregels; f) het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat onder de wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was. 2. vast te stellen dat in de volgende situaties een bindend advies wordt gevraagd aan de gemeenteraad: in het geval dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning de situatie voorkomt dat: a) het initiatief niet past in het omgevingsplan én b) het initiatief niet past binnen geldende beleidskaders. Geen bindend advies behoeft te worden gevraagd in gevallen die voorkomen op de kruimelgevallenlijst; 3. dat participatie verplicht is in alle buitenplanse, vergunningsplichtige gevallen; 4.

deze besluiten uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van de omgevingswet te evalueren; 5. deze besluiten treden in werking op het moment dat de omgevingswet in werking treedt.

Aanleiding Met de invoering van de Omgevingswet (beoogd 01 juli 2022) vervalt een aantal eerder genomen besluiten op het gebied van bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college. Deze bevoegdheidsverdeling wijzigt in de Omgevingswet, waardoor het noodzakelijk is nieuwe besluiten te nemen over deze bevoegdheidsverdeling. Omdat er is gekozen voor een beleidsneutrale invoering van de Omgevingswet, zijn de voorstellen zo ingestoken dat zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij de huidige manier van werken.

Doel / Effect Met het nemen van deze besluiten kunnen de gemeenteraad en het college na invoering van de Omgevingswet (voorzien op 01 juli 2022) werken met de verschillende bevoegdheden van de Omgevingswet. Praktisch gezien maakt dit het mogelijk om te kunnen blijven werken zoals we dat nu ook al doen. Hiermee leren we eerst de verschillende bevoegdheden goed kennen voordat er inhoudelijke veranderingen doorgevoerd worden. Argumenten 1.1 Het vaststellen van het Omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad, maar kan dit deels delegeren aan het college. De gemeenteraad is het bevoegd gezag voor het wijzigen van het Omgevingsplan. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid (voor een deel) delegeren aan het college. De grondslag hiervoor ligt in artikel 2.8 Omgevingswet. Ook onder de huidige wetgeving heeft de gemeenteraad bevoegdheden gedelegeerd. Deze lijn wordt doorgezet. De opgesomde gevallen zijn al eerder van een advies van de gemeenteraad voorzien of zijn van erg kleine wijzigingen voorzien. Daarmee wordt voorkomen dat de gemeenteraad met elke wijziging belast wordt door daar een besluit over te moeten nemen.

1.2 Het voorstel sluit aan bij een beleidsneutrale invoering Bij een eerder besluit (Overdracht bevoegdheden Wabo en WRO - 2011) heeft de gemeenteraad besloten dat een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is indien een initiatief past binnen bestaande beleidskaders en er geen sprake is van een vast te stellen exploitatieplan. Daarmee is aangegeven wanneer de gemeenteraad het niet nodig vond om een initiatief te beoordelen (en daarmee die gevallen eigenlijk overlaat aan het college). Onder de Omgevingswet moet er besloten worden over de gevallen die de gemeenteraad delegeert aan het college. Met de onder beslispunt 1 benoemde gevallen zijn de verschillende situaties benoemd, die onder de huidige manier van werken ook bij het college liggen. Daarmee sluit dit voorstel aan op een beleidsneutrale invoering. 2.1 De gemeenteraad krijgt een bindend adviesrecht Binnen de huidige wetgeving mag het college slechts een omgevingsvergunning voor een plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad geeft dan een ‘verklaring van geen bedenkingen’ af. De gemeenteraad heeft eerder besloten in welke gevallen dat niet nodig is. Deze verklaring komt te vervallen. Met de Omgevingswet wordt daarvoor in de plaats het adviesrecht voor de gemeenteraad geïntroduceerd. Dat advies is bindend voor het college.

2.2 De gemeenteraad dient aan te geven in welke gevallen men gebruik wil maken van het adviesrecht Als de gemeenteraad geen besluit neemt over de gevallen waarin zij gebruik wenst te maken van het adviesrecht, komen alle initiatieven ter beoordeling bij het college te liggen. Als gemeenteraad de controlerende taak wil uitoefenen, moet zij de situaties aanwijzen waarin zij een bindend advies aan het college wenst uit te brengen. 2.3 Het voorstel sluit aan bij een beleidsneutrale invoering

Zaaknummer L273013

Pagina 2

Het eerdergenoemde besluit uit 2011 laat de huidige manier van werken zien: als een initiatief binnen de bestaande beleidskaders past, is het niet nodig om het aan de gemeenteraad voor te leggen. Dat principe wordt in stand gehouden, maar wordt omgedraaid: De gemeenteraad brengt wel een bindend advies uit over gevallen die niet binnen het Omgevingsplan én niet binnen bestaande beleidskaders passen. Daarmee is dit besluit beleidsneutraal. 2.4 Toevoeging kruimelgevallen beperkt druk op gemeenteraad Omdat het principe over wel en niet adviseren omgedraaid wordt, kunnen er ook gaten ontstaan. Bijvoorbeeld bij de buitenplanse afwijkingen op basis van besluit Omgevingsrecht, Bijlage II, artikel 4, de zogenaamde kruimelgevallenlijst. Deze gevallen kunnen aan de voorwaarden voldoen dat ze niet in Omgevingsplan passen en niet binnen bestaande beleidskaders. Het gaat echter om dusdanig kleine zaken, dat het de gemeenteraad onnodig zou belasten om daar advies over uit te moeten brengen. 3.1 Participatie wordt gezien als belangrijk onderdeel van de Omgevingswet Participatie is binnen de Omgevingswet belangrijk. Voor het bevoegd gezag is het zelfs verplicht. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat alle belanghebbenden hun mening hebben kunnen geven over een plan. Om dit te borgen wordt er door de gemeenteraad nieuw participatiebeleid vastgesteld.

De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om ook aan initiatiefnemers van een plan een participatieverplichting op te leggen. De gemeenteraad wijst met dit besluit de gevallen (buitenplanse omgevingsplan activiteiten) aan waarbij participatie verplicht is. Initiatiefnemers moeten dan aantonen hoe zij participatie vorm hebben gegeven en wat zij met de resultaten daarvan gedaan hebben. Hierbij zijn zij niet gebonden aan het door de gemeente vastgestelde participatiebeleid. De verwachtingen die wij van initiatiefnemers hebben, komen in een apart beleidskader aan bod. 3.2 Het voorstel sluit aan bij een beleidsneutrale invoering Momenteel is alleen het bevoegd gezag verplicht om participatie toe te passen. Dat is geregeld in de Inspraakverordening, vastgesteld in 2005. In de praktijk vraagt het college bij ruimtelijke initiatieven van derden in de voorbereiding expliciet om participatie en het betrekken van belanghebbenden. Door dat nu ook zo vast te leggen, formaliseren we de huidige werkwijze en is dat in de praktijk beleidsneutraal. 4.1 Evaluatie om effecten te controleren Het delegatiebesluit, het adviesrecht en de participatieplicht zijn nieuwe bevoegdheden waar we mee gaan werken. Het besluit om de invoering van de Omgevingswet beleidsneutraal te laten verlopen, biedt de kans om eerst te leren werken met deze bevoegdheden voordat we ook aan de inhoud gaan sleutelen.

Het is daarom belangrijk om in de gaten te blijven houden of de besluiten ook echt zo beleidsneutraal uitpakken als we nu verwachten. Een evaluatie naar de werking van de instrumenten is dan ook op zijn plaats. In ieder geval uiterlijk na een jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, maar daar waar nodig eerder. Als bijvoorbeeld in de praktijk blijkt dat de gemeenteraad voorstellen krijgt over ontwikkelingen die ook gedelegeerd kunnen worden of het adviesrecht tot onnodige

Zaaknummer L273013

Pagina 3

complexiteit binnen de omgevingsprocedure leidt. Dan kan dat aanleiding zijn om het genomen besluit eerder te evalueren en aan te passen. Daarmee krijgen we de nieuwe bevoegdheden goed onder knie en kunnen we als gemeente werken volgens de Omgevingswet. 1.1 Zonder Omgevingswet geen geldige besluiten De besluiten in dit raadsvoorstel worden genomen ter voorbereiding van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De besluiten treden dan ook pas in werking op het moment dat de Omgevingswet zelf in werking treedt.

Tegenargument / Alternatieve scenario’s 1.1 Geen delegatie betekent extra druk voor de gemeenteraad Als alternatief zou de gemeenteraad ervoor kunnen kiezen om geen of minder gevallen te delegeren aan het college, maar in dat geval zouden die situaties dus allemaal aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd. Dat leidt tot een langere proceduretijd voor initiatiefnemers en geeft een extra druk op de agenda van de gemeenteraad geven. 2.1 Uitgebreide toepassing van het adviesrecht betekent extra druk voor de gemeenteraad en proceduretijd. Als alternatief zou de gemeenteraad ervoor kunnen kiezen om in meer gevallen gebruik te maken van het adviesrecht. Net zoals bij minder delegatie, geeft dat een extra druk op de agenda en de frequentie van vergaderingen van de gemeenteraad. Het besluit over het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning dient in de basis binnen 8 weken genomen te worden. Deze termijn is eenmalig met 6 weken te verlengen. Als er veel gebruik gemaakt wordt van het adviesrecht, wordt het moeilijk om op tijd de ambtelijke voorbereidingen af te ronden en de gemeenteraad om advies te vragen. Dit zou zelfs tot extra vergaderingen van de gemeenteraad kunnen leiden.

Eventueel zou het college ervoor kunnen kiezen om op deze gevallen een uitgebreide procedure van toepassing te verklaren, mits er veel zienswijzen verwacht worden en/of het initiatief aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving kan hebben. Daarmee wordt de beslistermijn maximaal 26 weken. Het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure is, naast een aantal in de Omgevingswet verplicht gestelde gevallen, een bevoegdheid van het college, waarbij het college aan de wet (Omgevingswet, Artikel 16.65, lid 4) gebonden is dat het moet gaan om activiteiten waarbij sprake is van aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving én waartegen naar verwachting verschillende belanghebbende bedenkingen zullen hebben. 3.1 De Omgevingswet stelt geen voorwaarden aan de vorm van participatie De Omgevingswet maakt het mogelijk dat de gemeenteraad de gevallen aanwijst waarin participatie voor initiatiefnemers (niet zijnde de gemeente) verplicht is. De manier waarop dat moet gebeuren laat de wet echter in het midden. Daarvoor is aanvullend participatiebeleid nodig. Dat zal separaat aan de gemeenteraad worden aangeboden.

Zaaknummer L273013

Pagina 4

Risico’s Bevoegdheden pakken anders uit dan verwacht Door met nieuwe bevoegdheden te gaan werken, bestaat altijd de mogelijkheid dat deze anders uit zullen pakken dan verwacht. Met dat risico heeft elke gemeente in Nederland te maken bij de invoering van de Omgevingswet. Om dat risico te minimaliseren, is er gekozen voor een beleidsneutrale invoering en is aan dit voorstel specifiek een evaluatiemoment toegevoegd.

Plan van aanpak / Tijdsplanning Naar verwachting zal de Omgevingswet op 01 juli 2022 ingevoerd worden. De huidige voorbereidingen van het programmateam in Leusden gaan daar ook vanuit. Met het vaststellen van dit verzamelbesluit voor de zomer van 2021, hebben we na de zomer nog de tijd om alle besluiten door te voeren in de verschillende processen om zo op 01 juli 2022 klaar te zijn. Zoals aangegeven zal er na uiterlijk een jaar na invoering van de Omgevingswet (en eerder indien nodig) een evaluatie plaatsvinden naar de werking van de bevoegdheden.

Communicatie Met het oog op de beleidsneutrale invoering van de Omgevingswet en de besluiten uit dit voorstel, zal er geen externe communicatie opgezet worden. Bijlagen Geen

Het college van de gemeente Leusden,

Digitaal ondertekend door Willemien de Graaf op 02-06-2021

Digitaal ondertekend door Gerolf Bouwmeester op 02-06-2021

H.W. de Graaf – Koelewijn directeur-secretaris

G.J. Bouwmeester burgemeester

Zaaknummer L273013

Pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4206/documents/45105