Raadsvoorstel Ontwikkelbeeld 2030 - 2040 regio Amersfoort (2).pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer Datum raadsvergadering Portefeuillehouder
L281649 11 november 2021 W.R. Vos
Onderwerp
Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort
Voorstel Het college stelt u voor 1. het Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort (pijlers, strategie en agendering uitwerking) vast te stellen als basis voor de verdere samenwerking met de partners (rijk, regio’s en provincies) op het gebied van verstedelijking, economie, bereikbaarheid, groen en leefbaarheid; 2. het Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort door te vertalen in het eigen lokale omgevingsbeleid; 3. het college te verzoeken de uitvoeringsagenda van het Ontwikkelbeeld met partners op te pakken en daarbij aandacht te besteden aan prioritering, integraliteit, planning, financiële dekking en inhoud, en de raad hierover te informeren en waar nodig najaar 2022 aanvullende voorstellen voor te leggen. 4. in te stemmen met de conceptbrief aan bureau regio Amersfoort Aanleiding Regio Amersfoort en de provincie Utrecht hebben samen het initiatief genomen om een verstedelijkingsstrategie te ontwikkelen voor de periode 2030-2040 om de groei van Regio Amersfoort voor wonen, werken, bereikbaarheid en landschap in goede banen te leiden. De integrale verstedelijkingsstrategie is het vervolg op de Regionale Ruimtelijke Visie en heeft ook tot doel om de positionering van Regio Amersfoort in nationale context duidelijk te maken.
De strategie loopt parallel aan en is afgestemd met de verstedelijkingsstrategie Groene Metropool (Arnhem-Nijmegen-Foodvalley) en hangt nauw samen met Metropoolregio’s Utrecht en Amsterdam. Tot circa 2030 is er (volgens de nu bekende prognoses) in grote lijnen voldoende (theoretische) ruimte en plancapaciteit om in de woonbehoefte te voorzien. De daadwerkelijke ontwikkeling daarvan zal nog wel forse inspanningen vergen in de uitvoering van de Woondeal. Ook de druk op de beschikbare werklocaties is groot. Door functiewijziging en transformatie en de mogelijkheden tot intensivering is het de vraag of de ruimte voor de uitbreidingsvraag (van werklocaties) voldoende is tot 2030. Voor de ontwikkeling na 2030 moeten voor alle thema’s nog keuzes worden gemaakt. Daarvoor is het nodig een visie en strategie op te stellen: het Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort. Over dit proces hebben wij u meerdere keren geïnformeerd. In december 2020 heeft u de integrale analyse en doorrekening van 2030, urgentie en opgaven en het afwegingskader als vertrekpunt voor fase 2 vastgesteld. Ook bent u over de voortgang geïnformeerd tijdens meerdere regionale raadsinformatiemomenten. Ten behoeve van het regionale Ontwikkelbeeld heeft u medio juni van dit jaar een memo opgesteld over de door u voorgestane rol en positie van Leusden in deze ontwikkeling.
Zaaknummer L281649
Pagina 1
Doel / Effect Het Ontwikkelbeeld 2030-2040 Regio Amersfoort levert een perspectief op voor de verdere ruimtelijke ontwikkeling van de Amersfoortse regio op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, leefbaarheid en landschap tot 2040 mede in relatie tot de positie van Regio Amersfoort in nationale context. Het Ontwikkelbeeld 2030-2040 behelst de ruimtelijke strategie voor de periode 2030-2040, waarbij focusgebieden centraal staan. Dit zijn gebieden waar binnen maximaal 10 minuten fietsen van bestaande stations wonen, werken en hoogwaardige openbare ruimte samenkomen. Plekken van ontmoeting en interactie tussen denkers en doeners. Onlosmakelijk deel van de strategie is het borgen van de vitaliteit van alle kernen met een sterke verbinding en meerwaarde voor het omliggende landschap Veel ontwikkelingen zijn al in gang gezet voor de periode tot 2030 en vinden hun uitwerking in regionaal programmeren wonen en werken, de Woondeal en de lokale omgevingsvisies. Met het Ontwikkelbeeld wordt beoogd de koers voor de periode na 2030 nader te bepalen, hetgeen ook kan leiden tot bijstelling van keuzes in de periode tot 2030 (no-regret maatregelen met het oog op lange termijn ontwikkelingen). Dit vindt zijn plek in de uitvoeringsagenda. Parallel en complementair aan deze uitvoeringsagenda komt dit tot uitdrukking met de actualisatie van de Omgevingsvisies van de regiogemeenten.
Met het Ontwikkelbeeld gaan regiogemeenten en provincie hun samenwerking verder intensiveren en via uitvoeringsprogramma’s samen aan de slag. Uiteindelijk is dit Ontwikkelbeeld ook een gezamenlijke richting die zorgt voor een eenduidig geluid uit de regio Amersfoort voor de koers op hoofdlijnen ten aanzien van toekomstige groei, zodat we gehoord worden door het Rijk en op die manier meer kansen kunnen krijgen en pakken voor de gehele regio. Met deze gezamenlijke richting staan we op de agenda van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT). Argumenten 1.1. Met het Ontwikkelbeeld wordt de basis gelegd. Bij de start van het proces zijn twee doelen geformuleerd, namelijk een gezamenlijke visie op de regionale ruimtelijke ontwikkeling en de externe positionering van de regio. Voorafgaand aan het opstellen van het Ontwikkelbeeld is gestart met het formuleren van vier theoretische scenario’s aan de hand van de in december 2020 door u vastgestelde leidende ruimtelijke inrichtingsprincipes, te weten: Eerst ontwikkelen nabij knopen; Vervolgens in bestaand bebouwd gebied; (Grote) nieuwe locaties bereikbaar per hoogwaardig openbaar vervoer (HOV); Ontwikkel klimaat adaptief en natuur inclusief; Zet in op combineren en concentreren; Ruimte bieden voor beperkte groei om dorpen vitaal te houden.
Met het, eveneens in december 2020 door u vastgestelde afwegingskader, zijn de scenario’s beoordeeld en doorgerekend aan de hand van deze ruimtelijke inrichtingsprincipes. Deze scenario’s verschillen in positionering in Nederland (Stedelijk Netwerk Nederland), mate van concentratie of spreiding, mate van inbreiding of uitbreiding,
Zaaknummer L281649
Pagina 2
mate van stedelijke of ontspannen woonmilieus en mate van intensiveren, transformeren en uitbreiden van bedrijventerreinen. Bij het opstellen, doorrekenen en afwegen van de scenario’s zijn verschillende inzichten opgedaan die de basis vormen voor het Ontwikkelbeeld: Tot 2030 vindt er verspreide groei plaats. Het autogebruik neemt toe, ook op korte afstanden; Concentreren is de oplossing voor een sterke regio en om alle ruimtevragers te accommoderen; Goede OV-locaties zijn schaars. Plekken waar capaciteit is moeten worden benut; Inzet op de fiets is het meest kosteneffectieve middel om autogroei te beperken; Grebbelinie en beken zijn ruimtelijke dragers voor natuur, recreatie en klimaatadaptatie; Aandacht voor diversiteit van woon- en werkmilieus en het belang van categorie 4 en 5 bedrijventerreinen; Nader duiden van vitaliteit is essentieel; De ruimte is beperkt. Ruimtevragers binnen en buiten bebouwd gebied hangen direct samen en vragen om slimme oplossingen. Met de opgedane inzichten uit de stappen met de scenario’s en het afwegingskader zijn zes pijlers met betrekking tot verstedelijking opgesteld: 1. Robuust maken unieke landschappelijke structuren voor de leefkwaliteit; 2. Combineren en prioriteren van ruimtevragers in buitengebied om lokale vitaliteit te waarborgen; 3. Wonen en werken in focusgebieden rondom bestaande knopen; 4.
Aanjagen nationale betekenis van regio met unieke economische ecosystemen; 5. Inzetten op gezonde mobiliteit als volwaardig keuzealternatief; 6. Integraal aanpakken bereikbaarheid op multimodale corridors. Met het vaststellen van het Ontwikkelbeeld door de regiogemeenten en de provincie wordt de basis voor de gezamenlijke visie en de externe positionering van de regio neergelegd. 1.2. Het Ontwikkelbeeld kan alleen samen worden uitgevoerd. We willen een aantrekkelijke leefomgeving creëren door de randvoorwaarden te stellen voor het faciliteren van de groei voor wonen en werken. Daarbij hoort het maken van integrale keuzes. Een aantal opgaven overstijgt gemeente- en regiogrenzen. Andere opgaven krijgen alleen het juiste gewicht door agenda’s te bundelen. Samenwerking met partners is daarom noodzakelijk voor een aantal opgaven, zowel ruimtelijk als financieel. Hiermee wordt de impact van deze ingrepen en investeringen vergroot. 1.3. Het Ontwikkelbeeld speelt in en borgt de Leusdense ambitie. Door u is een consultatiereactie ingebracht op een eerdere conceptversie van het Ontwikkelbeeld. In bijlage 2 bij dit voorstel is een reactienota opgenomen, waarin wordt ingegaan op de verschillende reactie van de regiogemeenten, waaronder Leusden.
Daar waar u aangeeft dat Leusden, desgewenst een grotere bijdrage aan een de regionale woningvraag wil leveren dan aangegeven in de Woonvisie is hiervan kennisgenomen. In het licht van de kern van de visie is dit niet onlogisch: wonen en werken wordt primair geaccommodeerd nabij de focusgebieden en ten behoeve van de vitaliteit kunnen in de overige gemeenten ontwikkelingen plaatsvinden. De waarde van het buitengebied voor verschillende functies als landbouw, landschap, recreatie etc. wordt in het vervolgtraject uitgewerkt (Zie hiervoor de uitvoeringagenda).
Zaaknummer L281649
Pagina 3
In het Ontwikkelbeeld wordt aangegeven dat het aantal te realiseren woningen (update van de Woonvisie) en (impliciet) de locaties waar deze te realiseren (zoekgebieden voor woningbouw na 2025) worden “gehonoreerd”. In het kader van het regionaal programmeren wonen worden hierover in de tijd nadere afspraken met de provincie en de regiogemeenten gemaakt. Er is een ruimtevraag om te ondernemen in de gemeente Leusden. In het Ontwikkelbeeld is de locatie waar dit m.n. plaatsvindt aangegeven bij de knooppunten. Bij inzicht 7 is aangegeven dat er in de dorpen en kernen om redenen van vitaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn. In de uitvoeringsagenda zijn procesafspraken neergelegd, waarmee is geborgd dat deze gewenste ontwikkelingen mogelijk kunnen worden. Het Ontwikkelbeeld is overigens in lijn met het ruimtelijk beleid van de gemeente, zoals neergelegd in de Omgevingsvisies. Met het vaststellen van het Ontwikkelbeeld door uw raad, de raden van de andere gemeenten en Provinciale Staten is er een bredere verankering van de door u gewenste ruimtelijke koers voor Leusden en direct of indirect de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden op met name het gebied van mobiliteit. Uiteraard moet dat te zijner tijd nog een uitwerking krijgen in de verschillende ruimtelijke instrumenten van provincie en gemeente (Omgevingsvisie en Omgevingsplan).
Voorstellen hiervoor worden u te zijner tijd voorgelegd. Voor wat betreft de randvoorwaarden wordt ook naar het Rijk gekeken. 1.4. Het Ontwikkelbeeld bekrachtigt de meerjarige strategische samenwerking. Voor het overleg tussen Rijk en Regio is een breed gedragen en vastgesteld verstedelijkingsperspectief nodig. Met het vaststellen van dit Ontwikkelbeeld weten wij ons verzekerd van steun en partnerschap in grote ruimtelijk keuzes, ingrepen en investeringen. Een verstedelijkingsstrategie is inmiddels een vaste vorm voor integrale samenwerking tussen Rijk en Regio. Juist op deze manier wordt het mogelijk een samenhangende en kansrijke ruimtelijke agenda in te vullen met alle overheidspartners. Bovendien heeft de verstedelijking een impact die gemeentegrenzen overschrijdt; we moeten het samen doen. 2.1 Het lokale omgevingsbeleid is leidend voor uiteindelijke locatieontwikkeling. Met het vaststellen van het Ontwikkelbeeld worden de ruimtelijke inrichtingsprincipes uit fase 1, de strategie en de zes pijlers het vertrekpunt voor lokale keuzes. Het abstractieniveau van het Ontwikkelbeeld vraagt nog wel een vertaalslag naar lokale invulling van de opgaven. Met de inrichtingsprincipes en de pijlers van het Ontwikkelbeeld is een kwalitatief hoogwaardige en toekomstbestendige koers geschetst die kan worden doorvertaald naar ons omgevingsbeleid.
De Omgevingsvisie wordt te zijner tijd hierop geactualiseerd. 3.1 Het vaststellen van het Ontwikkelbeeld is het vertrekpunt voor de uitvoeringsagenda. Op het gebied van eigenheid, vitaliteit en bereikbaarheid van (delen van) de regio (gemeenten) is veel nog onduidelijk. Dit jaar is een eerste versie van een regionaal programma voor wonen en werken opgesteld. Met dit nieuwe instrument moet ervaring worden opgedaan. Ook moet er nog veel nader onderzocht worden. In de uitvoeringsagenda wordt dit nader uitgewerkt in prioritering, planning en inhoud. 3.2 Het Ontwikkelbeeld heeft een concretisering nodig. De strategieën en ambities van het Ontwikkelbeeld hebben een concretiseringsslag nodig waarbij de opgave centraal moet staan. Die opgave bepaalt ook welke partijen op welke niveaus de handen ineen moeten slaan. Voor de corridorstudie is samenwerking tussen Rijk en Regio noodzakelijk, terwijl de verdere uitwerking van een programma als Groen Groeit Mee op een ander schaalniveau kan lopen.
Zaaknummer L281649
Pagina 4
3.3 Een uitvoeringsagenda geeft duidelijkheid. Met een heldere en ambitieuze agenda voor de toekomst maken we niet alleen voor medeoverheden inzichtelijk wat we gaan doen en op welke wijze, we schetsen ook vergezichten voor partijen die kunnen investeren in onze regio. Of dat nou in bereikbaarheid, wonen, werken of groen is. 4.1.Met een brief wordt de Leusdense positie duidelijk gemarkeerd. Door u is in een consultatiedocument afgewogen en integraal aangegeven wat Leusden wil en te bieden heeft als regiogemeente. Onder 1.3. is aangegeven dat in het Ontwikkelbeeld niet op alle punten even helder is aangegeven wat de ontwikkelingsmogelijkheden voor Leusden zijn. Daarom is de behoefte dit in een brief aan de projectorganisatie (bureau regio Amersfoort) aan te geven, zodat daarover geen misverstand kan zijn. Tegenargument / Alternatieve scenario’s 1.1./1.2 Er is niet perse een regionale verstedelijkingsstrategie nodig om de Leusdense ruimtelijke ontwikkeling te faciliteren. Strikt geredeneerd hoeft er geen regionale ontwikkelingsstrategie te zijn om de Leusdense ambities mogelijk te maken. De provincie en de regiogemeenten hebben er (in samenspraak met de provincie Gelderland) voor gekozen in gezamenlijkheid tot een nadere inkleuring van de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht en Gelderland te komen.
Door het brede speelveld van het Ontwikkelbeeld spelen meerdere, soms tegenstijdige de lokale grenzen overschrijdende belangen om rekening mee te houden. Dat vraagt om nadere gezamenlijke uitwerking en een houding waarbij partijen met behoud van democratische legitimiteit gevraagd wordt om de gezamenlijk opgave centraal te stellen, én het gezamenlijke belang centraal te stellen. Wat goed is voor de regio, is goed voor Leusden. 1.3.
Voor de inpassing van de Leusdense ruimtelijke ambities hoeft formeel alleen met de provincie te worden afgestemd. In het systeem van de ruimtelijke ordening bepalen Rijk en provincie de contouren waarbinnen de gemeente zijn ruimtelijk beleid kan voeren. Ruimtelijke ontwikkelingen stoppen echter niet bij de gemeentegrens. De samenwerking met alle partners in deze verstedelijkingsstrategie maakt het mogelijk meer aandacht te vragen en te krijgen voor de ruimtelijke opgaven. Het alternatief is dat ieder gemeente afzonderlijk met provincie en Rijk in gesprek gaat de mogelijke oplossingen. Dit leidt tot veel verschillende losse afspraken en trajecten met het risico dat er weinig samenhang en mogelijk tegenstrijdige belangen ontstaan tussen sectorale onderwerpen of tussen gelijkwaardige gebieden. Tegelijkertijd zijn individuele (lokale) belangen en vraagstukken in hun aanvragen kwetsbaarder door het ontbreken van massa en uniformiteit. Voor de ruimtelijke opgaven geldt een aantal randvoorwaarden, waarvoor het Rijk van groot belang is. Dit betreft m.n. mobiliteit. Dit is alleen bovenlokaal en eigenlijk bovenregionaal op te lossen. Risico’s. Aan het vaststellen van het Ontwikkelbeeld zijn geen risico’s verbonden. Communicatie en participatie. Inwoners Het Ontwikkelbeeld 2030-2040 kent een hoog abstractieniveau dat verder weg staat van de individuele burger.
In de participatie is een eerste stap gezet om inwoners te betrekken bij de gesprekken over de ontwikkeling van wonen, werken en andere vormen van ruimtegebruik.
Zaaknummer L281649
Pagina 5
Er is gestart met het afnemen van een online enquête onder de inwoners van de Regio Amersfoort. Inwoners hebben we in de online enquête gevraagd te reflecteren op de verschillende waarden en functies die zij belangrijk vinden voor de toekomst van Regio Amersfoort. De uitkomsten van de online enquête zijn niet representatief voor wat DE inwoner van Regio Amersfoort vindt. Het geeft wel een indruk van hoe verschillende inwonersgroepen denken over wat belangrijk is voor het Ontwikkelbeeld. Het resultaat van de enquête is een eerste beeld van wat inwoners hoog waarderen wanneer er keuzes gemaakt worden rond wonen, werken, mobiliteit, klimaat, energie en natuur. Uit de enquête komen ook de belangrijkste pijnpunten voor inwoners naar voren. De opbrengst van de online enquête wordt gebruikt als basis voor de verdere uitwerking van het Ontwikkelbeeld naar de verschillende uitvoeringsprogramma’s die hieronder vallen en de verdere participatie die plaats gaat vinden binnen de uitvoeringsprogramma’s. Regionale stakeholders Met de regionale stakeholders VNO-NCW (namens bedrijvenkringen), de SWEV (namens woningcorporaties), NMU (namens natuur- en milieuorganisaties) en LTO (namens de landbouwsector) is gesproken over de urgentie en opgaven, de scenario’s, het Ontwikkelbeeld en de strategie.
De inbreng van deze partijen is, waar mogelijk, verwerkt in de definitieve versie van het Ontwikkelbeeld. Plan van aanpak / Tijdsplanning Na vaststelling van het Ontwikkelbeeld wordt de verstedelijkingsstrategie bekrachtigd in het BO-MIRT (eind november 2021). Na het BO-MIRT wordt invulling gegeven aan de uitvoeringsagenda bij het Ontwikkelbeeld. Over de prioritering, planning, financiën en inhoud van de uitwerkingsagenda wordt u najaar 2022 geïnformeerd. Zoals eerder aangegeven zijn veel ontwikkelingen al in gang gezet voor de periode tot 2030, zoals de uitvoering van de Woondeal. In samenhang met Ontwikkelbeeld en Woondeal wordt komende jaren ervaring opgedaan met regionaal programmeren wonen en werken.
Bijlagen 1. Ontwikkelbeeld 2030 - 2040 Regio Amersfoort. 2. Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort overzicht consultaties. 3. Resultaten enquête Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort. 4. Conceptbrief aan bureau regio Amersfoort Het college van de gemeente Leusden,
Digitaal ondertekend door Willemien de Graaf op 21-09-2021
Digitaal ondertekend door Gerolf Bouwmeester op 21-09-2021
H.W. de Graaf – Koelewijn directeur-secretaris
G.J. Bouwmeester burgemeester
Zaaknummer L281649
Pagina 6