Quickscan F&F__120423__.pdf
Tekst van het document
Flora en fauna onderzoek parkeerplaats Dodeweg te Leusden
Eqosens-nl ecologisch advies Lathum
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Colofon: © 2020 Eqosens-nl ecologisch advies, Lathum Advies en veldwerk: W.C. Knol Foto’s: W.C. Knol Opdrachtgever: Schoutenhuis BV, Woudenberg Contactpersoon: Mevr. L. Haver Droeze Projectnummer: 2020-01
2
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Inhoudsopgave 1 Inleiding............................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding..................................................................................................................................... 5 1.2 Doel en opdracht .......................................................................................................................... 5 1.3 Wettelijk kader natuurwetgeving ................................................................................................. 6 1.3.1 Soortenbescherming ............................................................................................................. 6 1.3.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................... 7 2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen................................................................................................ 9 2.1. Planlocatie ................................................................................................................................... 9 2.2 Natuurbeheerplan 2020 .........................................................................................................
11 2.3 De omgeving van de planlocatie ................................................................................................. 11 2.3. Voorgenomen ingrepen............................................................................................................. 12 3 Werkwijze .......................................................................................................................................... 13 4 Resultaten ......................................................................................................................................... 15 4.1 Beschermde gebieden ................................................................................................................ 15 4.2 Soorten van de Vogelrichtlijn ..................................................................................................... 15 4.3 Soorten van de Habitatrichtlijn .................................................................................................. 16 4.4 Overige wettelijk beschermde soorten ...................................................................................... 17 5 Toetsing en beoordelen effecten ......................................................................................................
20 5.1 Natura 2000................................................................................................................................ 20 5.2 Natuurnetwerk Nederland ......................................................................................................... 20 5.3 Beschermingsregime van soorten van de Vogelrichtlijn ............................................................. 22 5.4 Beschermingsregime van soorten van de Habitatrichtlijn .......................................................... 23 5.5 Beschermingsregime andere soorten ......................................................................................... 23 6 Conclusies.......................................................................................................................................... 25 7 Bronnen ............................................................................................................................................. 26 Bijlage 1 Vrijgestelde soorten in de provincie Utrecht ......................................................................... 27
3
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
4
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Tussen de gemeente Leusden en het Landgoed Den Treek – Henschoten zijn afspraken gemaakt over de herinrichting van de parkeerplaats aan de Dodeweg. De huidige parkeerplaats steekt ver het bos in; daardoor is er weinig sociale controle en grotere kans op ongewenste situaties. Ook de inrit ligt dicht op de bestaande fietsbrug en is daardoor voor verkeer weinig overzichtelijk. Om deze situatie verbeteren, zijn door het Landgoed plannen uitgewerkt om de huidige parkeerplaats in het bos te verplaatsen (kwartslag te draaien) en de oude locatie te saneren en te vergroenen. In deze flora en faunacheck wordt beschreven welke wettelijk beschermde soorten op en rond de planlocatie voorkomen en in hoeverre de voorgenomen werkzaamheden van invloed zijn of kunnen zijn op deze beschermde soorten of op beschermde gebieden (NNN/EHS en N2000). Omdat de locatie binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt, voorheen Ecologisch Hoofdstructuur (EHS), is het plan bovendien getoetst aan het ‘nee, tenzij’ beginsel. De plannen voor het verplaatsen deze parkeerplaats dateren al uit 2016. Hiervoor is in 2017 reeds een quickscan flora- en fauna uitgevoerd (Regelink, 2017). De resultaten daarvan zijn hier gebruikt, aangevuld met veldwerk in 2019 en 2020.
Nadien is er een kleine aanpassing in de planlocatie geweest, waardoor de in te richten parkeerplaats niet langer in de volledige lengte langs de Dodeweg wordt aangelegd , maar direct aansluitend op de bestaande fietsbrug in compacte vorm wordt gerealiseerd.
1.2 Doel en opdracht In juli 2019 is door landgoed Den Treek-Henschoten opdracht gegeven onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van beschermde plant- en diersoorten op en rond de planlocatie en op de effecten van het plan op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Deze flora en faunacheck is een actualisatie van de eerdere check voor het geval zich na 2017 mogelijk nog beschermde soorten op en rond de planlocatie hebben gevestigd waarmee rekening moet worden gehouden in het kader van de Wet natuurbescherming. Het doel van dit onderzoek is het toetsen van de effecten van de ingreep op eventueel aanwezige beschermde soorten. De volgende vragen zijn geformuleerd: 1. Komen op de planlocatie wettelijk beschermd plant- en diersoorten voor? 2. Zijn de voorgenomen plannen voor een parkeerplaats verenigbaar met de doelen en ligging van het NatuurNetwerk Nederland en andere beschermde gebieden (N2000)? 3. Zijn er mogelijke (significant) negatieve effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten en de kwaliteit van het NNN? 4. Op welke wijze zijn eventuele negatieve effecten op beschermde waarden door de voorgenomen ingreep te beperken, te voorkomen of eventueel te mitigeren of compenseren?
5
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
5. Is een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk en zo ja, voor welke soorten en onder welke voorwaarden?
1.3 Wettelijk kader natuurwetgeving 1.3.1 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming (Wn) beschermt een aantal kwetsbare plant- en diersoorten en is de juridische basis hiervan. De doelstelling van deze wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. De Wn maakt onderscheid tussen soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn en soorten, die bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Beide categorieën vallen onder een strikt beschermingsregime. Daarnaast voorziet de wet in een algemener beschermingsregime voor andere (nationale) soorten (bijlage A van de Wet natuurbescherming). Daarnaast kunnen provincies een eigen lijst aanleggen van beschermde soorten. Ieder beschermingsregime kent een eigen afwegingskader waarmee wordt bepaald of een activiteit vergunningplichtig is. De zorgplicht zoals die geldt op grond van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten in hun directe leefomgeving.
Het uitgangspunt van de zorgplicht is dat burgers, ondernemers en overheden alle handelingen die een nadelig effect zouden kunnen hebben op dieren en planten achterwege laten. Degene die een bepaalde handeling wil verrichten moet zich daarom vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvan voor zijn handelen. De zorgplicht dient (mede) als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wn geen specifiek verbod geldt. De verbodsbepalingen zijn neergelegd in artikel 2.7 (Natura 2000), 3.1 (Vogelrichtlijn), 3.5 (Habitatrichtlijn) en 3.10 (nationale soorten) Wn. In de wet is ook bepaald in welke gevallen GS ontheffing of vrijstelling kunnen verlenen. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn zijn in de wet de toetsingsgronden overgenomen uit die richtlijnen. Voor die soorten kan ontheffing of vrijstelling uitsluitend worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a- er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b- de ontheffing is nodig in het kader van een groot maatschappelijk belang, waarbij voor soorten uit de Habitatrichtlijn ook ontheffing mogelijk is vanwege redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn is dat niet mogelijk; c- er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 6
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Voor de algemene soorten geldt een lichter beschermingsregime en kan ook ontheffing worden verleend in het kader van onder meer ruimtelijk inrichting of ontwikkeling van gebieden. Gelet op de mogelijke geschiktheid van het plangebied voor vleermuizen wordt hier expliciet bij stilgestaan. Alle vleermuizen vallen onder het zwaarste beschermingsregime van de Wet natuurbescherming (strikt beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn). Ze mogen niet worden gedood, gevangen, opzettelijke verstoord of verwond. Ook zijn onder andere hun vaste voortplantings -of rustplaatsen wettelijk beschermd, en deze mogen niet worden aangetast of vernietigd. De reden van dit strenge regime ligt onder meer in de trage voortplanting van vleermuizen, de zeldzaamheid van sommige soorten en de kwetsbaarheid van specifieke functies die verblijfplaatsen kunnen hebben. Te denken valt aan massale winterverblijven of (grote) kraamkolonies. Onder het begrip ‘voortplantingsplaatsen en vaste rustplaats’ worden ten aanzien van vleermuizen de volgende functieplekken of -gebieden verstaan: • • • • • •
overwinteringsplaats voortplantingsplaats (kraamkolonie) vaste zomer- of tussenverblijfplaats paarplaats belangrijke functionele vliegroute belangrijke functioneel foerageergebieden
De genoemde vaste rust- of verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, dus ook in de periode(n) van het jaar dat vleermuizen er geen gebruik van maken. Wel geldt dat de plaatsen met enige regelmaat door de vleermuizen moeten worden gebruikt. Een plaats die eenmalig door een vleermuis is gebruikt, wordt niet gezien als vaste rust- of verblijfplaats. 1.3.2 Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt volledig binnen het Natuurnetwerk Nederland. Overigens worden de termen Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door elkaar gebruikt, maar hebben dezelfde betekenis. Het NNN dient twee belangrijke doelen: 1. de rijkdom aan soorten - de biodiversiteit - te behouden en te herstellen. Hiervoor is het noodzakelijk dat natuurgebieden worden uitgebreid, verbeterd, en met elkaar worden verbonden in een samenhangend netwerk. Dit netwerk moet functioneren in ruimte en tijd, waardoor planten en dieren een duurzame, robuuste en klimaatbestendige leefomgeving krijgen; 2. ruimte bieden aan de groeiende behoefte aan rust en ruimte, waardoor inwoners en bezoekers de natuur kunnen beleven en het draagvlak voor natuurbeleid gewaarborgd is.
Binnen het NNN geldt het zogenoemde ‘nee, tenzij-beginsel’; dat wil zeggen dat er geen ruimtelijke ingrepen mogen worden toegestaan, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken of tot een significante oppervlakte vermindering of samenhang van die gebieden, tenzij: a- er sprake is van een groot openbaar belang; b- er geen reële alternatieven zijn, en 7
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
c- de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de Provinciale Ruimtelijke Structuur Visie (PRS) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en de bijbehorende herzieningen, is het NNN begrensd en zijn regels gesteld ter bescherming hiervan. De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) bepaalt dat een ruimtelijk plan geen nieuwe bestemmingen en regels mag bevatten die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting, oppervlaktevermindering of samenhang van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en er geen reële andere mogelijkheden zijn. Er zijn 6 toetsingsaspecten waaraan een ontwikkeling moet worden getoetst: 1. bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem, inclusief de vereiste omgevingsfactoren (donkerte, bodem, water en milieu) 2. de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN; 3. de aanwezigheid van bijzondere soorten; 4. de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; 5. behoud van oppervlakte; 6. behoud van samenhang.
Uit de toelichting op het PRV blijkt dat wanneer binnen het NNN andere functies aanwezig zijn dan natuur (de zogenaamde ingesloten functies) dan worden de potentiële waarden niet tot de wezenlijke waarden gerekend. De bescherming richt zich hier alleen op actuele waarden. Bij gebruiksvormen met een medebestemming natuur, zoals bos met natuurwaarden, dienen de potentiële waarden wel beschermd te worden, omdat hier de beoogde natuurkwaliteit wel moet kunnen worden bereikt. De aanwezige natuurelementen (bijv. bos) dienen een (mede) natuurbestemming te krijgen. Het verdient de voorkeur de ingesloten functies scherp te begrenzen, zodat overal waar daadwerkelijk natuur aanwezig is, deze de volledige bescherming krijgt die deze verdient.
8
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen 2.1. Planlocatie De voorgenomen parkeerplaats (figuur 1) ligt pal aan de Dodeweg ter hoogte van de fietsbrug over de A28 en bestaat uit opgaand bos dat grenst aan de huidige parkeerkeerplaats (figuur 2). Het gaat om droog voedselarm bos met een functie voor houtproductie. Gemiddeld wordt hier eens in de vier jaar hout geoogst.
Figuur 1. Ligging van de planlocatie Vanuit de aangrenzende parkeerplaats wordt het bos vervuild, is er afvalstort, worden er kuilen gegraven, honden losgelaten en is er illegale inloop. Langs de Dodeweg staat een raster met schapengaas en prikkeldraad en aan de oostzijde zijn er delen afgezet met fijnmazig groen gaas waardoor er voor de grotere fauna barrièrewerking kan optreden zoals bij dassen of reeën. Het bos van de planlocatie (figuur 3) bestaat uit een menging met hoog opgaande grove den, Larix, Douglasspar, wat fijnspar, zachte berk, enkele zomereiken, tsuga en een dikke tamme kastanje. In de struiklaag wordt vooral opslag aangetroffen van jonge larix, wat lijsterbes, jonge douglas, Amerikaanse vogelkers, wat hulst en soms een enkele vuilboom. De kruidlaag ontbreekt in grote delen, maar op wat lichtere plekken bestaat deze uit wat bochtige smele en incidenteel wat brede stekelvaren. Delen van het perceel hebben mostapijten met o.a. laddermos en haarmos. Er is geen staand dood hout en er zijn geen bomen aangetroffen met (nest)holtes. Ecologisch is het een betrekkelijk jong bos.
9
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Figuur 2. De huidige parkeerplaats op een doordeweekse dag
Figuur 3. Bosbeeld van de planlocatie pal langs de Dodeweg
10
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
2.2 Natuurbeheerplan 2020 Op 29 april 2019 hebben GS het Natuurbeheerplan provincie Utrecht 2020 vastgesteld. Op grond van het Natuurbeheerplan is het beheertype voor de planlocatie en de directe omgeving het type N16.03: droog bos met productie. Voor de huidige parkeerplaats is geen natuurbeheertype aangegeven, maar deze ligt wel binnen het NNN.
Figuur 4 ligging van de planlocatie (rood) en de huidige parkeerplaats (blauw)
2.3 De omgeving van de planlocatie Het plangebied maakt deel uit van het 2200 hectare grote landgoed Den Treek-Henschoten. Dit gebied omvat een groot areaal met gevarieerde en meest drogere en voedselarmere bossen, droge en natte heidevelden, oude lanen, oude boskernen, hakhout, schrale en intensieve graslanden, akkers en kleinschalige landschapselementen. In figuur 4 zijn de planlocatie en huidige parkeerplaats aangegeven. Rondom de planlocatie komt droog voedselarm bos met productie voor. Aan de noordzijde ligt de zeer drukke A28 met een hoge geluidsbelasting (>110.000 auto’s per etmaal: bron RWS) en lichtvervuiling. De snelweg is ter plekke circa 60 meter breed en kent hoge aaneengesloten betonnen geluidschermen. Deze fungeren ecologisch als extreem sterke barrière voor overstekende dieren. Hierdoor is er, behalve voor vogels, praktisch geen uitwisseling mogelijk met het noordelijk gelegen bosgebied Nimmerdor. Ten oosten en westen van de planlocatie liggen grotere gebouwencomplexen (voormalige Don Bosco terrein en ISVW) met veel verharding, verlichting en aanzienlijke parkeerfaciliteiten. De planlocatie is daardoor een ecologisch doodlopend gedeelte van het NNN, maar maakt daar wel deel vanuit. De huidige parkeerplaats met aanliggend fietspad wordt dagelijks druk gebruikt (figuur 2).
Deze parkeerplaats is tevens in gebruik als ontsluitingsroute voor het beheer van het landgoed en voor zwaar transport (bosbouw) naar het achterliggende bosgebied. De parkeerplaats is met een fietsbrug over de A28 verbonden met het bosgebied ten noorden van de A28 (Nimmerdor). Op circa 400 meter ten zuidwesten van de planlocatie ligt een groot complex natte en vochtige heide; het Hazenwater en omgeving. 11
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
2.3. Voorgenomen ingrepen Voor de verplaatsing van de parkeerplaats zijn de volgende maatregelen voorzien:
12
•
Kappen van bestaand bos
•
Inrichten van de nieuwe parkeerplaats
•
Saneren en vergroenen van de huidige parkeerplaats
•
Verplaatsen van het fietspad en de ontsluitingsroute naar het achterland
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
3 Werkwijze Voor het plangebied en wijdere omgeving is nagegaan of er waarnemingen bekend zijn van wettelijk beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor zijn verschillende databases (waarnemingen.nl; NDFF) en publicaties gebruikt zoals soortenatlassen. Ook is de signaleringskaartenscan van de provincie Utrecht gebruikt ter oriëntatie. Deze scan is onderdeel van de NNN-wijzer. Op 23 augustus en op 21 september 2019 is de planlocatie en het gebied rondom (figuur 5) nauwkeurig onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten, of sporen daarvan, inclusief de directe omgeving. Er is speciale aandacht besteed aan het voorkomen van vleermuizen op en rond de planlocatie. Voor onderzoek naar vleermuizen is gebruik gemaakt van de batdetector Peterson D240x, recorder en de analyse software Batsound. Op beide dagen was het respectievelijk 26 en 25 graden Celsius zonder neerslag. Op 30 januari 2020 is het gebied nogmaals bezocht op het voorkomen van nestbomen en boomholten omdat er geen blad meer aan de bomen zat. Vrijwel alle grotere bomen zijn individueel beoordeeld met een verrekijker. In 2019 en in 2020 is via een ochtend/middag een veldbezoek gebracht met het accent op marterachtigen, eekhoorns, vogels en reptielen. Daarbij is gekeken naar groeiplaatsen, holen, nesten, uitwerpselen, vraatsporen en eventuele graaf of krabsporen.
Voor reptielen zijn ook mogelijke schuilplekken bekeken (onder dood hout, afval e.d.) Op beide data in 2019 is er ook een avondbezoek gebracht waarbij in en na de schemer gezocht is naar vleermuizen op en rond de planlocatie.
Figuur 5 Onderzochte gebied (blauw) en planlocatie (rood)
13
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
14
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
4 Resultaten 4.1 Beschermde gebieden
N2000 gebieden In de wijde omgeving van de planlocatie komen geen N2000 gebieden voor. Ze liggen op minimaal 820 kilometer afstand, zoals polder Arkemheen, de uiterwaarden van de Nederrijn en de Vechtplassen. Ze hebben geen ecologische relatie met het plangebied en worden er niet door beïnvloed. Theoretisch zou er een effect kunnen zijn van stikstofuitstoot op gevoelige N2000 gebieden. Hiervoor is met de Aerius calculator een berekening uitgevoerd.
Nationaal Natuurnetwerk (NNN) De planlocatie ligt aan de rand van het NNN, maar binnen de begrenzing en wordt in het noorden begrensd door de brede en drukke A28 (figuur 6).
Figuur 6. Ligging van het NNN (groen) en de planlocatie (rood). Bron provinciale kaartenatlas 2020)
4.2 Soorten van de Vogelrichtlijn De planlocatie is alleen geschikt voor vogels van bossen. Van deze groep zijn vooral relevant de (bos)soorten met een jaarrond beschermd nest. Omdat er geen nestholten zijn waargenomen, en die soorten tijdens de veldbezoeken ook niet zijn waargenomen, is het onwaarschijnlijk dat in het plangebied voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van spechten, boomklevers en ander holenbroeders voorkomen. Van andere soorten (oa roofvogels) met jaarrond beschermde nesten zijn 2 nabijgelegen nesten van de Havik waargenomen net buiten de planlocatie, vlak langs de oostgrens van het eigendom (locatie 155.15x460.40). Een van beide nesten was in 2019 bewoond. Er lagen botresten en vogelringen. 15
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
4.3 Soorten van de Habitatrichtlijn
Zoogdieren Vleermuizen In tabel 1 staan de vleermuissoorten vermeld die op basis van bronnenonderzoek ter plekke of in de omgeving voorkomen en soorten die in het veld zijn aangetroffen in 2019. De waarnemingen uit de omgeving (NDFF) hebben allemaal betrekking op het bosgebied Nimmerdor ten noorden van de A28. Alleen de gewone Dwergvleermuis en Rosse vleermuis zijn incidenteel in de directe nabijheid van de planlocatie aangetroffen. De Rosse vleermuis is een hoog vliegende soort makkelijk grote afstanden aflegt en kan zijn overgevlogen. Het bosgebied van Nimmerdor is vanwege het grote aandeel oud loofhout zeer geschikt voor vleermuizen. De reden dat deze soorten niet op en rond de planlocatie zijn aangetroffen, hangt samen met de ongeschiktheid van dit bosgebied (geen boomholten en vooral naaldhout) en de ligging van de brede A28 die voor de meeste vleermuizen waarschijnlijk als belangrijke barrière optreedt. Rond de planlocatie werd 1 keer een Laatvlieger waargenomen die langs de bosrand langs de Dodeweg voorbijkwam vliegen. De waarnemingen van de Dwergvleermuis hadden betrekking op dieren die langs de bosrand van de huidige parkeerplaats foerageerden. Omdat op de planlocatie geen boomholten of andere geschikte vleermuisplekken werden waargenomen, is het onwaarschijnlijk dat het gebied van betekenis is als verblijf-, paar- of voortplantingsplek.
Vanwege de invloed (geluid en licht) van de A28 en de Dodeweg heeft het gebied waarschijnlijk een marginale betekenis als migratieroute en foerageergebied voor beide soorten en dan met name langs de bestaande bosranden. Voor de overige uit de omgeving bekende vleermuissoorten is het niet waarschijnlijk dat de planlocatie permanent onderdeel is van hun migratieroute of foerageergebied gezien het marginale habitat en de ligging langs de A28 en Dode weg. Tabel 1. Beschermde vleermuizen die volgens bronnen in het verleden zijn waargenomen in de zeer wijde omgeving en de soorten die daadwerkelijk in het veld zijn aangetroffen (actueel). Nederlandse naam Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Franjestaart Gewone grootoorvleermuis
Wetenschappelijke naam Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Nyctalus noctula Pipistrellus nathusii Myotis daubentonii Myotis nattereri Plecotus auritus
Bronnen planlocatie Ja Nee Ja Nee Nee Nee Nee
Bronnen Omgeving Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Aangetroffen Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Tabel 2 Aangetroffen vleermuizen lang de planlocatie Nederlandse naam Gewone dwergvleermuis Laatvlieger
16
Wetenschappelijke naam Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus
28-8-2019 2 1
21-9-2019 1 Geen
20-1-2020 Geen Geen
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Overige zoogdieren Er zijn geen waarnemingen of sporen andere beschermde zoogdieren waargenomen die onder de Habitatrichtlijn vallen. Van de Boommarter is bekend dat deze wijd verspreid op het landgoed voorkomt, maar van de planlocatie zijn geen waarnemingen bekend noch sporen gezien. Het kan niet worden uitgesloten dat de boommarter incidenteel van de planlocatie gebruik maakt als jachtgebied (200-400 hectare). De geïsoleerde planlocatie, zo dicht langs de snelweg, kan niet worden gezien als essentieel foerageergebied. Reptielen en amfibieën Tijdens de diverse veldbezoeken zijn op de planlocatie geen (sporen van) reptielen waargenomen. Hoewel de Zandhagedis elders op het landgoed voorkomt, is er op en rond de planlocatie geen geschikt habitat aanwezig. Gelet op de aard en de inrichting van het gebied en het intensieve gebruik is het niet aannemelijk dat hier reptielen voorkomen die onder de Habitatrichtlijn vallen. Doordat water ontbreekt, is de planlocatie ongeschikt als leefgebied voor amfibieën. Ongewervelden Er zijn geen ongewervelden (vlinders, libellen, kevers en andere beschermde soorten) aangetroffen die onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn vallen. Ook het habitat is hier ongeschikt voor deze soorten. Planten Er zijn geen plantensoorten aangetroffen die onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn vallen.
Het natuurlijk voorkomen hiervan is ook onwaarschijnlijk omdat het natuurlijk milieu voor deze soorten op de planlocatie ontbreekt.
4.4 Overige wettelijk beschermde soorten Zoogdieren De planlocatie wordt gebruikt door reewild. Hiervan zijn sporen aangetroffen waaronder prenten en enkele veegplekken(figuur 7). De indruk bestaat dat het plangebied beperkt gebruikt wordt door reewild, mede vanwege loslopende honden die vanaf de huidige parkeerplaats komen. Het ontbreekt vrijwel aan ligplekken. Gebieden met veel ligplekken van reeën kenmerken zich door geringe verstoring door recreatie.
17
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Hoewel de soort zich in Nederland sterkt uitbreidt, zijn er geen sporen van steenmarters aangetroffen. Het is ook niet direct een geschikt leefgebied voor steenmarters. In en direct rond het plangebied worden ook geen burchten of sporen van dassen gezien. Als foerageergebied is het plangebied vanwege de voedselarme bodem marginaal geschikt. Bovendien staan er tal van daswerende rasters rond de planlocatie. Dassen komen wel wat zuidelijker in het bosgebied voor op circa 1,5 kilmeter afstand. Ook in het talud van de fietsbrug werden geen graafsporen van dassen, vossen of konijnen aangetroffen. Evenmin als in de wat oudere door kinderen uitgegraven diepe kuilen en door hen opgeworpen, grote zandhopen. Uit bronnen is bekend dat ten zuiden van de planlocatie af en toe een Eekhoorn wordt waargenomen. De aanwezigheid van een bewoonde havikshorst in de nabijheid maakt het gebied niet aantrekkelijk voor eekhoorns. Er zijn in het plangebied geen eekhoornnesten aangetroffen. Ook de kegels van sparren die op de grond lagen, bleken niet door eekhoorns aangevreten. Reptielen Op grond van de aanwezige habitats en de verspreiding kunnen hier drie soorten reptielen voorkomen: Hazelworm, Ringslang en Levendbarende hagedis. Hazelwormen komen in bijna alle bossen op de Utrechtse Heuvelrug voor. Ze zijn hier niet waargenomen.
Er is nog specifiek gekeken onder plankjes en allerhande afval in het bos als mogelijke schuilplaats (plaatjesmethode). Hazelwormen zijn wel 500 meter zuidelijker waargenomen maar niet in het plangebied zelf. Het is onwaarschijnlijk dat ze in het plangebied voorkomen omdat het terrein er momenteel niet geschikt voor is (nauwelijks dekking en zon op de bodem). Bovendien is er veel auto- en fietsverkeer rond de planlocatie waardoor het risico op doodrijden groot is. Ook komen er veel loslopende honden voor. Het plangebied is ongeschikt voor Levendbarende hagedissen. Daarvoor is er te weinig voedsel en zon en ontbreekt geschikt habitat. Er is een waarneming van een Ringslang bekend bij de fietsbrug. Mogelijk een zwervend exemplaar. Er is geen water in de omgeving, evenmin zijn er broeihopen of rustige zonnige plekken. Ringslangen komen regelmatig een kilometer zuidelijker voor waar wel water en geschikt leefgebied aanwezig is. Ongewervelden Er zijn geen beschermde dagvlinders, libellen of andere ongewervelden waargenomen die onder dit beschermingsregime vallen. Het droge voedselarme bos is hiervoor ook ongeschikt. Plantensoorten Er zijn geen wettelijk beschermde plantensoorten waargenomen.
18
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Figuur 7 Veegschade duidt op territoriale reeën.
19
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
5 Toetsing en beoordelen effecten 5.1 Natura 2000 Vanwege de grote afstand tot N2000 gebieden 8-20 kilometer, zijn ecologische effecten van het plan op gevoelige N2000 gebieden uitgesloten. Het is in feite een vervanging van de bestaande situatie. De mogelijke uitstoot van extra stikstof bij aanleg heeft volgens berekening door de Aerius calculator een effect kleiner dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie: Er is dan ook geen overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden.
5.2 Natuurnetwerk Nederland Voor het NNN geldt als algemeen uitgangspunt dat ingrepen binnen het NNN niet zijn toegestaan als deze leiden tot significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN, tenzij sprake is van een groot maatschappelijk belang én reële alternatieven ontbreken (nee, tenzij beginsel. Uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PV) volgt dat significant negatieve effecten als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen niet zijn toegestaan. De provincie heeft het nee, tenzij regime op provinciaal niveau uitgewerkt in de NNN-wijzer. Met deze toetsing wordt beoordeeld in hoeverre de plannen significant negatieve gevolgen hebben voor de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Volgens de NNN-wijzer moet bij de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN in ieder geval worden gedacht aan: a. de bestaande en potentiële waarden (alleen in bestemming Natuur) van het ecosysteem, waaronder ook begrepen worden - de vereiste omgevingsfactoren, zoals donkerte, bodem, water en milieu b. de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN; c. de aanwezigheid van bijzondere soorten; d. de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen; e. behoud van de oppervlakte; f. behoud van samenhang. Daarnaast moet worden gekeken naar de kwantiteit of oppervlakte van het NNN.
a- Worden bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem, inclusief de vereiste omgevingsfactoren (donkerte, bodem, water en milieu) aangetast? De voorgenomen maatregelen tasten de bestaande waarden niet aan. De nabije ligging van de A28 veroorzaakt enorme geluidsoverlast, lichtvervuiling en uitstoot van uitlaatgassen. Dat veroorzaakt mede een geringe ecologische waarde op en rond de planlocatie. Door aanleg van de nieuwe parkeerplaats langs de rand van het bos en opheffen en inplanten van de bestaande, dieper in het bos gelegen met inheems soorten kan de potentiële betekenis op termijn lokaal nog iets toenemen en verbeteren. Ook neemt de verstoring af en verbetert de aaneengeslotenheid enigszins. De potentiële waarden van het NNN worden door de planontwikkeling niet aangetast. De ontwikkeling van natuurwaarden van het omliggend bos wordt door de ingreep niet geschaad. Deze waarden zijn
20
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
vanwege het gebruik als productiebos meer afhankelijk van het toekomstig bosbeheer dan van de ontwikkelingen op de planlocatie zelf. Conclusie: bestaande en potentiele waarden van het ecosysteem worden door de maatregel niet aangetast. b-Wordt de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN aangetast? De robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN wordt door verplaatsing van de parkeerplaats niet verminderd wanneer de huidige parkeerplaats wordt omgevormd naar bos. Er is dan sprake van een netto compensatie. Omdat de planlocatie en huidige parkeerplaats in de periferie van het NNN wordt de aaneengeslotenheid van het NNN niet doorbroken. Lokaal zal de robuustheid van het NNN iets toenemen omdat de nieuwe parkeerplaats aan de rand van het NNN komt te liggen en de insnijding van de huidige parkeerplaats wordt opgeheven. Conclusie: de robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN worden niet aangetast of doorbroken door de voorgenomen maatregel. Er is lokaal sprake van een verbetering doordat de verstoring op de huidige parkeerplaats dieper in het NNN iets minder wordt en naar de rand van het NNN langs de snelweg gesitueerd wordt. Doordat de vrijkomende locatie wordt ingeplant blijft het oppervlak bos gelijk.
c-Wordt de aanwezigheid van bijzondere soorten aangetast? Uit de inventarisatie blijkt dat er geen bijzondere of kwetsbare soorten in het plangebied voorkomen waarvan de aanwezigheid wordt aangetast. De natuurwaarden die in de vegetatie en fauna zijn aangetroffen, hebben een zeer algemeen en ruderaal karakter. Een uitzondering daarop zijn de aangetroffen vleermuizen net buiten de planlocatie langs de bosranden. Het gaat hier om marginale foerageerplekken en mogelijk migratieroutes voor twee algemene vleermuis soorten. Na inrichting van de nieuwe parkeerplaats blijft de lengte aan bosrand bestaan en zal er niets wijzigen aan de mogelijkheid voor beide soorten om te foerageren of te migreren. Wanneer de huidige parkeerplaats wordt voorzien van een gevarieerder bostype met meer loofhout, kan op termijn de situatie er voor vleermuizen alleen maar beter op worden omdat daar minder geluidsoverlast en lichtvervuiling aanwezig is. Voor de havik geldt dat deze soort aanwezig is buiten de planlocatie en meerdere nesten gebruikt. Aanleg van de parkeerplaats op de planlocatie zal geen negatief effect op de havik hebben wanneer werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd.
Gelet op het feit dat de vaste verblijfsen voortplantingsplaatsen zich op enige afstand tot de planlocatie bevinden en in de bestaande situatie reeds gebruik wordt gemaakt van het parkeerterrein en dit gebruik niet zal intensiveren, is het aannemelijk dat de havik de huidige nesten ook in de toekomst zal blijven gebruiken. Soorten van de rode en oranje lijsten die voor het ruimere gebied bekend zijn, bevinden zich ruim buiten de invloedsfeer van de planlocatie in natte heideterreinen. Ze worden zowel fysiek als indirect niet beïnvloed (hydrologie) door werkzaamheden. Omdat de huidige parkeerplaats diep het bos inloopt, zijn er mogelijk verstorende effecten op aangrenzende natuurwaarden. Dat zal in de nieuwe situatie minder het geval zijn omdat deze parkeerplaats meer in de verstorende zone van de snelweg komt te liggen.
21
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Conclusie: de aanwezigheid van bijzondere soorten wordt door de maatregel niet aangetast. Gezien de resultaten van de inventarisatie hoeft er geen ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Lokaal kan op termijn, na inplant, zelfs een geringe toename van bijzondere soorten worden verwacht op de huidige parkeerplaats. d-Wordt de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen aangetast? De verbindingsfunctie van het gebied wordt niet aangetast. De planlocatie heeft nauwelijks een verbindende functie vanwege de geringe ecologische waarde en de breedte en verstorende werking van de snelweg met hoge betonnen schermen. Ook de grootschalige bebouwing en verhardingen bij aanliggende bebouwing langs de Dode weg maakt het onwaarschijnlijk dat hier sprake is van een relevante ecologische verbindingsfunctie. Daarnaast is de planlocatie zelf op tal van plekken voorzien van rasters en hekwerken waardoor voor sommige soorten zoals das, ree of andere grotere zoogdieren de migratie nu en in de toekomst beperkt is en zal zijn. Conclusie: de verbindingsfunctie is zeer gering en wordt door de maatregel niet aangetast, maar op lokaal niveau zelfs verbeterd.
e-Behoud van oppervlakte; De oppervlakte van het NNN wordt niet aangetast aangezien de oppervlakte van de nieuwe parkeerplaats niet wijzigt ten opzichte van de huidige parkeerplaatsen beiden binnen de NNN liggen Conclusie: er treedt door de maatregel geen afname op van de oppervlakte van het NNN. f-Behoud van samenhang. De samenhang van het NNN wordt niet aangetast omdat de nieuwe parkeerplaats in de periferie van het NNN ligt. Door de huidige parkeerplaats opnieuw in te planten als bos zal er lokaal zelfs een wat grotere samenhang ontstaan. De diepe insnijding van de huidige parkeerplaats in het NNN wordt dan ongedaan gemaakt en vervangen door een ondiepe(re) insnijding in de schil van het NNN. Conclusie: De samenhang van het NNN wordt door de maatregel niet aangetast
5.3 Beschermingsregime van soorten van de Vogelrichtlijn De inventarisatie laat zien dat de geplande ingreep voor soorten van de Vogelrichtlijn met jaarrond beschermde nesten geen effecten heeft. De twee gevonden nesten van de havik (categorie 4) liggen buiten het plangebied en kunnen ook na de ingreep als nestlocatie blijven functioneren. De voorwaarde is wel dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden conform de periode 15 maart tot 15 juli die in de gedragscode Bosbeheer is aangegeven (RVO, 2016). Haviken hebben voldoende alternatieve nestlocaties binnen hun territorium van 400-500ha. Conclusie: Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat de maatregel geen (significante) negatieve effecten heeft op soorten van de Vogelrichtlijn mits er rekening wordt gehouden met het broedseizoen. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
22
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
5.4 Beschermingsregime van soorten van de Habitatrichtlijn
Zoogdieren Vleermuizen In het plangebied zijn geen zomer- en winterverblijven, voortplantingsplekken of geschikte paarplekken voor vleermuizen aangetroffen. De ontwikkeling van een nieuwe parkeerplaats leidt dan ook niet tot het verdwijnen hiervan. De aangetroffen vleermuizen laten zien dat de bosranden van de Dodeweg en huidige parkeerplaats incidenteel gebruikt worden als onderdeel van het foerageergebied, dan wel als migratieroute. De aanleg van een nieuwe parkeerplaats verandert daar niets aan omdat er netto niets verandert aan de lengte van de bosranden. Door geluid- en lichtvervuiling zijn deze randen al marginaal geschikt voor vleermuizen. Door geschikte inrichting van de nieuwe parkeerplaats en herbebossing van de oude parkeerplaats kan de betekenis van de planlocatie voor vleermuizen lokaal wat toenemen doordat er extra bosranden ontstaan. Door aanplant van loofhout bij de herbebossing en inrichting, waaronder beuk, ontstaan er op termijn boomholten. Hierdoor kunnen er voor vleermuizen in de toekomst potentiële verblijfplekken ontstaan die nu ontbreken. Conclusie: De maatregel leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming inzake vleermuizen. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Overige zoogdieren
Uit dit onderzoek is gebleken dat het niet waarschijnlijk is dat de planlocatie van betekenis is voor andere zoogdieren die in de Habitatrichtlijn worden genoemd. De aanwezigheid hiervan kan redelijkerwijs worden uitgesloten. De ingreep leidt voor deze soorten dan ook niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Overige soortgroepen De aanwezigheid van andere soorten die onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn vallen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Ze zijn niet aangetroffen en hier ook niet te verwachten. De ingreep leidt voor deze soorten dan ook niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
5.5 Beschermingsregime andere soorten
Zoogdieren Marterachtigen Het plangebied vormt geen leefgebied van steenmarter en das en is daarvoor ook ongeschikt. Het kan niet worden uitgesloten dat er een enkele keer een das op zwerftocht in het gebied belandt. Voor bunzing, wezel en hermelijn geldt in de provincie Utrecht dat hiervoor bij inrichting een vrijstelling geldt. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
23
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Overige zoogdieren In het gebied zijn incidenteel sporen van reeën aangetroffen, vermoedelijk onderdeel van een veel groter territorium van een reebok. Door de ingreep zullen eventueel aanwezige reeën naar nabijgelegen gebied trekken. In het gebied zijn geen sporen of nesten van eekhoorns aangetroffen. Zuidelijker van het plangebied komen ze wel voor. De ingreep leidt hierdoor voor beide soorten niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
Reptielen In het plangebied zijn geen hazelworm of levendbarende hagedis aangetroffen. Het gebied is hiervoor ook ongeschikt. Beide soorten komen wel voor ten zuiden van het plangebied in en rond de natte en droge heidegebieden. De planlocatie is daardoor redelijkerwijs niet te beschouwen als onderdeel van het leefgebied van beide soorten. Van de ringslang is een waarneming bekend nabij de planlocatie. Het gebied is ongeschikt als leefgebied waardoor het hier om een zwervend dier zal gaan dat afkomstig is uit zuidelijk gelegen natte gebieden. De ingreep leidt hierdoor voor deze soorten niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
Overige soortgroepen Uit de resultaten blijkt dat de aanwezigheid van onder dit beschermingsregime vallende beschermde soorten uit de soortgroepen amfibieën dagvlinders, libellen, overige ongewervelden en beschermde plantensoorten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De ingreep leidt derhalve niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soorten. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
24
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
6 Conclusies Beschermde gebieden - Natura 2000 De ingreep leidt niet tot effecten op of verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden. De ingreep heeft ook geen significant (verstorend) effect op de soorten waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. Berekening in de Aerius calculator laat zien dat de uitstoot naar gevoelige N2000 gebieden (Veluwe) minder bedraagt dan 0,00 mol/hectare per jaar en daardoor geen significant effect heeft. Beschermde gebieden - NNN De ingreep vindt plaats binnen het Natuurnetwerk Nederland. Hierdoor is het afwegingskader Natuurnetwerk Nederland van de provincie Utrecht van toepassing. Hiervoor zijn de stappen van de toetsingskader NNN doorlopen. Hieruit is gebleken dat de ingreep niet leidt tot significante aantasting van het NNN. Het plan leidt niet tot versnippering, verlies aan areaal of lagere robuustheid van het gebied. Op lokaal niveau is er sprake van meer samenhang van het NNN. De geplande maatregel leidt niet tot aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Het beginsel ‘nee, tenzij-beginsel’ is niet van toepassing. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Binnen de planlocatie kan het voorkomen van jaarrond beschermde nesten redelijkerwijs worden uitgesloten.
Net buiten de planlocatie zijn op korte afstand 2 havikhorsten binnen 1 territorium aangetroffen, waarvan in 2019 is gebruikt (categorie 4 jaarrond beschermde nesten). De ingreep heeft hierop geen effect mits de noodzakelijke kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd. Voor de havik geldt ook dat deze binnen het territorium rouleert van nest over de jaren heen. Ook voor andere broedvogels geldt dat kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart- 15 juli) moeten worden uitgevoerd. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Op de planlocatie zijn geen potentiele of actuele zomer-, kraam-, winter- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen in bomen aangetroffen. Boomholten en andere geschikte plekken zijn niet aangetroffen. Het gebied functioneert door de slechte ecologische kwaliteit zeer beperkt als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis, Rosse vleermuis en Laatvlieger en is van zeer marginale betekenis in hun hele foerageergebied. Overtreding van de verbodsbepalingen is niet aan de orde; ontheffing hoeft niet te worden aangevraagd. Beschermingsregime overige soorten Op basis van het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen wettelijk beschermde soorten in het gebied zijn vastgesteld waarmee rekening moet worden gehouden tijdens de inrichting. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden niet overtreden.
Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom niet nodig. Dat geldt ook voor compenserende en/of mitigerende maatregelen.
25
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Uitvoering van het plan leidt niet tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming; ontheffing hoeft niet te worden aangevraagd. Wel dienen met het oog op de zorgplicht ook tijdens de uitvoering van de werkzaamheden maatregelen te worden genomen ter voorkoming van schade aan de natuur en beschermde soorten. Concreet zal het kappen van het bos daarom buiten het broedseizoen dienen plaats te vinden
7 Bronnen Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997 Atlas van de Nederlandse zoogdieren, Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht, 1992 Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Regelink, 2017. Ecologische quickscan parkeerplaats Dodeweg, Landgoed Den Treek - Henschoten In het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland RVO, 2016. Gedragscode Bosbeheer Zoogdiervereniging et al, 2017. Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 27-3-2020)
Geraadpleegde internetpagina’s: www.vleermuis.net www.zoogdieratlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.zoogdiervereniging.nl www.waarneming.nl www.provincie-utrecht.nl http://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ Overige • • •
26
NDFF database Aerius calculator Provincie Utrecht: o signaleringskaartenscan van de provincie Utrecht o NNN-wijzer
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Bijlage 1 Vrijgestelde soorten in de provincie Utrecht Van de verboden als bedoeld in artikel 3.10 eerste lid, onderdelen a en b van de wet, wordt door provincie Utrecht vrijstelling verleend voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor de onderstaande soorten wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: • • •
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
• bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Amfibiëen
bruine kikker
Rana temporaria
Amfibiëen
gewone pad
Bufo bufo
Amfibiëen
kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Amfibiëen
meerkikker
Pelophylax ridibundus
Amfibiëen
middelste groene kikker/bastaard kikker
Pelophylax kl. esculentus
Zoogdieren-landzoogdieren
aardmuis
Microtus agrestis
Zoogdieren-landzoogdieren
bosmuis
Apodemus sylvaticus
Zoogdieren-landzoogdieren
bunzing
Mustela putorius
Zoogdieren-landzoogdieren
dwergmuis
Micromys minutus
Zoogdieren-landzoogdieren
dwergspitsmuis
Sorex minutus
Zoogdieren-landzoogdieren
egel
Erinaceus europeus
Zoogdieren-landzoogdieren
gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Zoogdieren-landzoogdieren
haas
Lepus europeus
Zoogdieren-landzoogdieren
hermelijn
Mustela erminea
Zoogdieren-landzoogdieren
huisspitsmuis
Crocidura russula
27
Flora en faunacheck parkeerplaats Dodeweg Leusden. Eqosens-nl
Zoogdieren-landzoogdieren
konijn
Oryctolagus cuniculus
Zoogdieren-landzoogdieren
ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Zoogdieren-landzoogdieren
ree
Capreolus capreolus
Zoogdieren-landzoogdieren
rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Zoogdieren-landzoogdieren
tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Zoogdieren-landzoogdieren
veldmuis
Microtus arvalis
Zoogdieren-landzoogdieren
vos
Vulpes vulpes
Zoogdieren-landzoogdieren
wezel
Mustela nivalis
Zoogdieren-landzoogdieren
woelrat
Arvicola terrestris
28