CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026.pdf

Informatieavond 20 oktober 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2f: RV Programmabegroting 2023-202635.022 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Vreemd Vermogen VP:

€ 14.905.000 (eind 2023)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Normale bedrijfsrisico’s zoals rente-, krediet-, debiteuren- en investeringsrisico’s

4. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers:

Zwolle Gemeenschappelijke regeling Vijf waterschappen en zes gemeenten, te weten Bunschoten, Dalfsen, Dronten, Nijkerk, Leusden en Zwolle.

Bestuurlijk vertegenwoordiger: Doel deelname:

Wethouder W. Vos Een efficiënte en effectieve heffing en invordering van gemeentelijke belastingen (en waterschapsbelastingen) en uitvoering van WOZ-taken op een hoog kwaliteitsniveau tegen zo laag mogelijke kosten.

Openbaar belang:

Juiste en klantgerichte uitvoering van gemeentelijke belastingverordening en kwijtscheldingsregels en waardering onroerende zaken.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemer heeft met één bestuurslid zitting in het AB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: De kwaliteit van de dienstverlening blijft centraal staan. De governance bij GBLT is toekomstbestendig gemaakt via een aanpassing van de GR die uitbreiding van het aantal deelnemers aan de regeling mogelijk maakt. De gemeente Ommen heeft bij GBLT een verzoek ingediend om per 2024 tot de regeling te mogen toetreden. Programma in begroting: Gemeentelijke bijdrage 2023:

Financieel belang in % Leusden: Financieel resultaat VP begrotingsjaar: Eigen vermogen VP:

Domein Bestuur – programma Samenwerking € 487.000 De grondslagen voor de gemeentelijke bijdrage zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen en de WOZ-basisregistratie (aantallen inwoners en WOZ-objecten). 2,46% € 0 (sluitende begroting na bijdragen deelnemers) € 0 (eind 2023)

Vreemd Vermogen VP:

€ 5.527.000 (eind 2021)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Geen bijzondere risico’s. GBLT beschikt in principe niet over eigen (weerstands-)vermogen. Financiële resultaten worden verrekend met de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling.

Financieel belang:

5. Regionale uitvoeringsdienst (RUD) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers: Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Utrecht Gemeenschappelijke regeling gevestigd te Utrecht De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht, Woudenberg, alsmede de provincie Utrecht. Wethouder W. Vos

80

Doel deelname: Openbaar belang:

Bestuurlijk belang:

Uitvoeren van milieutaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de deelnemende gemeenten. Het behartigen van de belangen van de deelnemers tezamen en van iedere deelnemer afzonderlijk op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het zorgdragen van een goede, klantvriendelijke en efficiënte uitvoering van de opgedragen milieutaken. Elke deelnemende gemeente heeft een zetel in het Algemeen Bestuur.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: De RUD Utrecht is per 2018 overgegaan op een systematiek van output financiering. In het kader van de voorbereiding op de Omgevingswet (OW, inwerkingtreding gepland 1/1/2023) is de dienstverleningsovereenkomst met de RUD Utrecht aangepast. Er is nog geen duidelijkheid over de financiering van de bodemtaken en andere wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet. Zie het raadsvoorstel inzake de Programmabegroting 2023 RUD Utrecht, L 23671. Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€ 457.000 (inclusief raming uitvoering bodemtaken, exclusief wijzigingen als gevolg van OW, toezicht bodemenergiesystemen en bodem informatiesysteem)

Financieel belang:

De gemeentelijke bijdrage is opgebouwd uit een vaste bijdrage in de overhead (o.b.v. aandeel in de RUD) en variabele kosten op basis van de dienstverleningsovereenkomst. Afrekening vindt voor het variabele deel plaats op basis van de werkelijke productie.

Financieel belang in % Leusden: Financieel resultaat VP begrotingsjaar: Eigen vermogen VP:

2,9% € 4.000 € 2.061.000 (eind 2023)

Vreemd Vermogen VP:

€ 1.721.000 (eind 2023)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Outputfinanciering (productie, kengetallen en innovatie), ziekteverzuim, bedrijfsvoering, overdracht bodemtaken, wijzigingen door OW, coronacrisis.

6. Regionale werkvoorziening Amersfoort e.o. (RWA) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm:

Amersfoort Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg. Wethouder P. Kiel Het uitvoeren van alle gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en de daarmee verband houdende voorschriften en regelingen.

Bestuurlijk vertegenwoordiger: Doel deelname:

Openbaar belang:

Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSWindicatie.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemende gemeente is in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Werk en inkomen.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: De transitie naar een mensontwikkelbedrijf ligt op koers, waarbij de kerntaak het ontwikkelen van de SWmedewerkers naar hun meest passende en duurzame plek op de arbeidsmarkt is. Voor een gezonde en haalbare toekomstige ontwikkeling van RWA wordt ingezet op Vitaliteit, Innovatie en Duurzaamheid. Programma in begroting:

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€ 142.000

81

Financieel belang:

Financieel belang in % Leusden:

De gemeente stelt het deel van het Participatiebudget, dat kan worden toegerekend aan de WSW, volledig ter beschikking aan RWA. Daarnaast draagt elke gemeente naar rato bij in een eventueel negatief exploitatieresultaat. 6,07%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

Begroot exploitatietekort € 4.752.000, gedekt door Amfors met € 2.013.000 en door gemeenten met € 2.738.000.

Eigen vermogen VP:

€ 1.800.000 (eind 2020)

Vreemd Vermogen VP:

€ 11.640.000 (eind 2020) eventueel negatief exploitatiesaldo.

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Het negatieve subsidieresultaat moet worden opgevangen door het netto resultaat van Amfors. Dit Amfors-resultaat wordt negatief beïnvloed door een afnemende productiviteit van de SW-werknemers vanwege vergrijzing. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdrage.

7. Amfors Holding BV Vestigingsplaats:

Amersfoort

Juridische rechtsvorm:

Besloten Vennootschap (met gemeentelijke deelneming) De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg.

Deelnemers: Bestuurlijk vertegenwoordiger: Doel deelname:

Wethouder P. Kiel Instandhouding van werkbedrijven waarheen werknemers van RWA gedetacheerd worden om te (leren) werken.

Openbaar belang:

Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSWindicatie. De portefeuillehouders Financiën uit de deelnemende gemeenten zijn aandeelhouder van Amfors Holding. Zij controleren begroting, jaarrekening en beleidsplannen.

Bestuurlijk belang:

Daarnaast is er een Raad van Commissarissen bestaande uit personen zonder bestuurlijke binding met de gemeenten.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: Zie verbonden partij ‘RWA’ (nummer 6).

Programma in begroting:

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€0

Financieel belang:

De gemeente Leusden bezit aandelen Amfors.

Financieel belang in % Leusden:

6,07%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

Exploitatieoverschot van € 2.013.000 en na aanzuivering tekort aan RWA met € 2.013.000 een financieel resultaat van € 0.

Eigen vermogen VP:

€ 2.500.000 (eind 2020)

Vreemd Vermogen VP:

€ 2.334.000 (eind 2020)

82

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De uitstroom van SW-medewerkers loopt niet synchroon met de afname van de rijksbijdrage. Hierdoor blijft een negatief subsidieresultaat, dat echter in de komende jaren minder negatief zal worden. Het negatieve subsidieresultaat moet worden opgevangen door een hoger netto resultaat van Amfors. Dit Amfors-resultaat wordt negatief beïnvloed door een afnemende productiviteit van de SW-werknemers vanwege vergrijzing. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdrage. Landelijke wijziging rondom het lage inkomensvoordeel en de CAO van SW-medewerkers maken hier onderdeel van uit. De gemeente is erg afhankelijk van het behalen van de operationele resultaten van Amfors, die ter aanvulling van het negatief subsidieresultaat RWA nodig is om zodoende de gemeente niet meer te laten bijdragen.

8. Vitens NV Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers: Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Zwolle Naamloze Vennootschap Vitens heeft honderdtien aandeelhouders, die gezamenlijk voor € 5.777.247 aandelen bezitten. Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Zeggenschap op basis van het aantal aandelen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Openbaar belang:

Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf in Nederland en verzorgt de levering van drinkwater aan haar 5,7 miljoen klanten waaronder de gemeente Leusden. Vitens wil daarbij op duurzame basis een uitstekende kwaliteit drinkwater leveren met de daarbij behorende dienstverlening. drinkwaterbedrijven.

Bestuurlijk belang en bestuurlijke vertegenwoordiger:

De gemeente is aandeelhouder. Wethouder W. Vos is aandeelhouder namens de gemeente Leusden.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: Door veranderende externe omstandigheden neemt het risicoprofiel van Vitens de komende jaren toe (klimaatextremen, drukte in de ondergrond en fysieke- en cyberbeveiliging). De komende jaren worden, op basis van het Investeringsplan, hogere investeringen verwacht die noodzakelijk zijn om de effecten van klimaatverandering op te kunnen vangen en om aan de vraag te kunnen blijven voldoen. In totaal wordt in de planperiode 2021-2030 ruim 1,8 miljard geïnvesteerd door Vitens. Om dit te kunnen realiseren wordt het financieel beleid aangescherpt met als uitgangspunt het waarborgen van de continuïteit. Vanwege het hoge investeringsniveau in combinatie met de (knellende) regulering vanuit de Rijksoverheid is het de komende jaren niet mogelijk om dividend uit te keren. Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerken

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€0

Financieel belang:

€ 25.902. Gemeente Leusden heeft sinds 2006 een aandelenportefeuille van 25.902 aandelen Vitens met een nominale waarde van € 1,00 per stuk. Ongeveer 0,5% € 19.400.000 (rekening 2021)

Financieel belang in % Leusden Financieel resultaat VP:

De verwachte solvabiliteit blijft naar verwachting ook in 2023 onder de 30%. Op basis van de in de AVA vastgestelde financiële beleidsregels van Vitens wordt in dat geval in beginsel geen dividend aan de aandeelhouders uitgekeerd. Eigen vermogen VP: Vreemd Vermogen VP: Risico’s voor financiële positie gemeente:

€ 600.300.000 (rekening 2021) € 1.378.800.000 (rekening 2021) De financiële risico’s zijn zeer beperkt. Er is geen verplichte afdekking van een eventueel tekort; aandeelhouders van een NV zijn niet aansprakelijk voor de schulden van een NV.

83

9. Centrumregeling afvalwaterketen en grondwater Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers:

Apeldoorn Regeling zonder meer College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, Baarn, Barneveld, Brummen, Bunschoten, Ede, Epe, Eemnes, Ermelo, Harderwijk, Leusden, Nijkerk, Putten, Renkum, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg. En College van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Samen met de gemeenten en het waterschap, krijgen we inzicht in het functioneren in de afvalwaterketen zodat deze duurzaam en goed functioneert. De UVO voert deze taken al sinds 2012 uit en door een centrumorganisatie op te richten wordt de UVO robuust en toekomstgericht. Meten, monitoren, databeheer, analyse is een onmisbare basis voor goed (afval)waterbeheer en is een basis voor onderbouwde klimaatadaptatiemaatregelen. Door deskundig en betrouwbaar beheerde gegevens kunnen deze aan de partners beschikbaar worden gesteld.

Algemeen belang:

Voor een relatief kleine gemeente als Leusden zijn we afhankelijk van onze buurgemeentes en hebben we er baat bij om kennis en ervaring over riolering en (grond-)water te delen binnen onze waterschapregio. De uitvoeringsorganisatie c.q. Centrumregeling helpt ons bij het op peil houden van onze kennis, het zicht houden op ons eigen stelsel met complexe technieken en analyses en houdt onze kosten en de belasting van onze organisatie laag.

Bestuurlijk belang:

De Centrumregeling doet niets toe of af aan de bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de deelnemende gemeenten en het waterschap. De uitvoering van de taken wordt belegd bij het waterschap maar de verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten. Het is dus van belang voor iedereen, gemeenten én waterschap.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

n.v.t.

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving – programma Water, riolering en klimaatadaptie

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€ 5.704 (rekeingstand 2021)

Financieel belang:

Het Waterschap betaalt 1/3 deel en de deelnemende gemeenten betalen 2/3 deel, waarbij iedereen een vast basisbedrag betaalt van € 2.000 en de rest wordt verdeeld naar rato van inwoneraantallen. De bijdrage van Leusden aan de kosten van het basispakket bedraagt ca. 3%. De Centrumregeling sluit uit dat problemen ontstaan m.b.t. mededinging/markt en overheid. Met het inzetten van het uitvoeringsteam worden specialistische (snipper)taken efficiënt uitgevoerd en kunnen betere investeringsbeslissingen genomen worden. Bovendien wordt kennis opgebouwd van het gebied en de werking van het afvalwatersysteem waardoor de kwaliteit toeneemt en kwetsbaarheid, door onvoldoende technisch personeel, afneemt. Inhoudelijk en financieel geeft een Centrumregeling weinig verschil voor de individuele gemeenten ten opzichte van de voorgaande samenwerkingsovereenkomst. De voorgestelde Centrumregeling is met betrekking tot toe- en uittreding even flexibel als de huidige samenwerkingsovereenkomst. In deze regeling wordt één centrumorganisatie aangewezen die namens de samenwerkingspartners de bevoegdheden uitoefent. Er wordt geen nieuw lichaam en bestuur opgericht. Deze regeling is geschikt voor het gemeenschappelijk organiseren van uitvoerende taken.

Financieel belang in % Leusden Financieel resultaat VP:

Eigen vermogen VP: Vreemd Vermogen VP:

€0 €0

84

Risico’s voor financiële positie gemeente:

10.

De financiële gevolgen zijn beperkt. De gemeente Leusden levert vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een bijdrage aan deze centrumregeling.

VvE Atlas

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving, accommodaties

Doel:

De gemeente Leusden is eigenaar van de scholen, de gymzaal en de BSO ruimte in MFC Atlas. De Vereniging van Eigenaren is opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

Betrokkenen:

Gemeente Leusden, Woningstichting Leusden (WSL) en gebruikers waaronder Voila, Cordeo en Human Kind.

Openbaar belang:

Het beheren en exploiteren van de gemeenschappelijke delen van VvE Atlas.

Bestuurlijk belang:

Het behartigen van de belangen van de gemeente Leusden als gedeeltelijke eigenaar van het complex. De VvE wordt bestuurd door Woningstichting Leusden. De concerncontroller is door het college van B&W gemachtigd om namens de gemeente het stemrecht in de VvE uit te oefenen.

Aandelen belang:

In de splitsingsakte is vastgelegd dat de gemeente voor 52% eigenaar is (appartementsindex 1: onderwijs, gymzaal en BSO) en de Woningstichting Leusden 48% (appartementsindex 2: woningen).

Financieel belang:

De begroting van de VvE wordt jaarlijks vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering. Op basis van de vastgestelde jaarrekening 2021 bedraagt de bijdrage van de gemeente € 13.380.

Materiële risico’s:

Geen.

Ontwikkelingen:

Er zijn geen bijzondere ontwikkelingen.

Ambtelijke benoemingen:

De concerncontroller vertegenwoordigt de gemeente tijdens de ledenvergaderingen. Twee financieel adviseurs van de gemeente Leusden vormen de kascommissie van de VvE.

11. VvE MFC Antares Programma in begroting:

Domein Leefomgeving, accommodaties

Doel:

De gemeente Leusden is eigenaar van de sportzaal in MFC Antares. De Vereniging van Eigenaren is opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

Betrokkenen:

Woningstichting Leusden (WSL) en Gemeente Leusden en gebruikers waaronder Voila, Real-gym, Leusden ZET, De Maxima’s (horeca exploitant)

Openbaar belang:

Het beheren en exploiteren van de gemeenschappelijke delen van VvE Antares.

Bestuurlijk belang:

Het behartigen van de belangen van de gemeente Leusden als gedeeltelijke eigenaar van het complex. De VvE wordt bestuurd door

85

Woningstichting Leusden. De beleidsadviseur vastgoed is door het college van B&W gemachtigd om namens de gemeente het stemrecht in de VvE uit te oefenen. Aandelen belang:

In de splitsingsakte is vastgelegd dat de gemeente voor 12,5% eigenaar is (appartementsindex 5: sportzaal) en de Woningstichting Leusden voor 87,5% (Onderwijs, Horeca, kinderopvang, commercieel en woningen).

Financieel belang:

De begroting van de VvE wordt jaarlijks vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering. De jaarlijkse bijdrage van de gemeente is € 30.905.

Materiële risico’s:

Geen

Ontwikkelingen:

De voorgenomen uitbesteding van het VvE beheer is niet gerealiseerd omdat de beoogde beheerder zich heeft teruggetrokken. In 2023 wordt opnieuw bezien of het beheer kan worden uitbesteed. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het beleid van de beoogde fusiepartner Eemland Wonen uit Baarn.

Ambtelijke benoemingen:

De beleidsadviseur vastgoed vertegenwoordigt de gemeente tijdens de ledenvergaderingen. Twee financiële adviseurs van de gemeente Leusden vormen de kascommissie van de VvE.

12. VvE Huis van Leusden Programma in begroting:

Domein Leefomgeving, accommodaties

Doel:

De gemeente is eigenaar van kantoorruimte op de begane grond en de 1e en 2e verdieping van het Huis van Leusden. De Vereniging van Eigenaren is opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

Betrokkenen:

Gooi & Eemland VvE Beheer en Advies (bestuurder en beheerder), Gemeente Leusden (appartementsrecht 1: eigenaar van kantoorruimte op de begane grond, 1e en 2e verdieping. Woningstichting Leusden: eigenaar van de stallingsruimten en bergingen in het souterrain van gebouw, (zorg)woonruimten op de 1e tot en met de 5e verdieping van het gebouw.

Openbaar belang:

Het beheren en exploiteren van de gemeenschappelijk delen van VvE Huis van Leusden.

Bestuurlijk belang:

Het behartigen van de belangen van de gemeente Leusden als gedeeltelijke eigenaar van het complex. De VvE wordt bestuurd door Gooi & Eemland VvE Beheer en Advies.

Aandelen belang:

In de splitsingsakte is vastgelegd dat de gemeente voor 27,7% eigenaar is.

Financieel belang:

Jaarlijks wordt de begroting van de VvE besproken en vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering. De bijdrage van de gemeente voor 2023 is vastgesteld op € 14.500.

Materiële risico’s:

Geen

Ontwikkelingen:

Er zijn geen bijzondere ontwikkelingen.

Ambtelijke benoemingen:

De beleidsadviseur vastgoed vertegenwoordigt de gemeente tijdens de ledenvergaderingen.

86

13. Inkoop Bureau Midden Nederland (IBMN) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers:

Doel deelname:

Openbaar belang: Bestuurlijk belang en bestuurlijke vertegenwoordiger:

Vianen Stichting Een zevental gemeenten; IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Woudenberg en Vijfheerenlanden. En daarnaast drie gemeenschappelijke regelingen; Reinigingsbedrijf Midden Nederland, RSDKRH en Avres Het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door de leden, door inkoop in te zetten als strategisch en tactisch instrument voor waarde creatie. Professionalisering inkoopproces voor deelnemende gemeenten. In het bestuur van de stichting wordt de gemeente vertegenwoordigd door de gemeentesecretaris. Voor Leusden neemt directeur-gemeentesecretaris W.H. de Graaf-Koelewijn deel aan het AB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: Geen actuele ontwikkelingen. Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerking

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€ 114.600 (o.b.v. jaarrekening IBMN 2021)

Financieel belang:

Financieel resultaat VP begrotingsjaar: Eigen vermogen VP:

Op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst wordt een vaste bijdrage en een garantieafname vergoed, daarnaast worden de meer uren op basis van feitelijke afname vergoed aan het IBMN. De gemeente Leusden draagt circa 10% bij in de totale begroting van het IBMN (begroting IBMN 2023). -/- € 3.673 (jaarrekening IBMN 2021) € 202.000 (jaarrekening IBMN 2021)

Vreemd Vermogen VP:

€ 136.000 (jaarrekening IBMN 2021)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Niet realiseren van doelstelling van kostendekkendheid organisatie IBMN (regulier bedrijfsvoeringsrisico IBMN).

Financieel belang in % Leusden:

14. Samenwerking Bedrijfsvoering BLNP Vestigingsplaats:

Bij gastgemeente (Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten), dit is wisselend afhankelijk van het onderwerp.

Juridische rechtsvorm: Deelnemers: Bestuurlijk vertegenwoordiger: Doel deelname:

Regeling zonder meer De gemeenten Bunschoten, Nijkerk, Leusden en Putten. Burgemeester G.J. Bouwmeester Doel is om op een aantal bedrijfsvoeringsgebieden (Financiën, Juridische Zaken, HRM en ICT) structureel samen te werken.

Algemeen belang:

Ondersteuning van een passende dienstverlening voor de deelnemende gemeenten.

Bestuurlijk belang:

De Regeling zonder meer heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid, bestuur en begroting. Wel kent de organisatie een stuurgroep waarin de burgemeesters zitting hebben en een regiegroep waarin de gemeentesecretarissen deelnemen.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: Zie voor een uiteenzetting hiervan de paragraaf Bedrijfsvoering in deze begroting.

87

Paragraaf G Grondbeleid Belang en doelstelling paragraaf De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het beleid rondom de ontwikkeling van grond binnen de gemeente. Met grondbeleid wordt bedoeld de beleidsafweging aangaande de grondproductie en de keuze in het daarbij wettelijke en gemeentelijke instrumentarium. Daarbij wil de gemeente transparant zijn over haar handelen en de juiste instrumenten bieden voor de realisatie van de ruimtelijke programma’s die al zijn vastgesteld. Hoe de gemeente invulling geeft aan het grondbeleid is verder uitgewerkt in de Nota Grondbeleid 2020. Bestuurlijke samenvatting In 2023 zullen we de actualisatie van de grondexploitaties per 1 januari 2023 in mei / juni aanbieden aan de raad. We verwachten op de grondexploitaties tot en met 2025 nog ongeveer € 2,85 miljoen aan winst te kunnen nemen. We verwachten geen verdere specifieke risico’s ten opzichte van de risico’s benoemd in de Actualisatie Grondexploitaties 2022. Per 1 januari 2023 bedraagt de verwachte weerstandsratio 0,55, wat onder de vastgestelde bandbreedte van 0,8 en 1,2 ligt. Conform de nota weerstandsvermogen heeft het college een jaar de tijd om te zorgen dat de ratio weer binnen de bandbreedte komt.

Op dit moment zijn gezien de verwachte toename van de ratio in meerjarenperspectief boven de 0,8 in 2025 en 2026 nog geen maatregelen nodig om de ratio op het juiste niveau te krijgen. Grondbedrijf en planning-en-controlcyclus In de planning-en-controlcyclus wordt de gemeenteraad jaarlijks drie keer geïnformeerd over de exploitatie van grond in de gemeente Leusden. Dat is op de volgende momenten: 1. In november via de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting 2. In mei/juni via de Actualisatie Grondexploitaties 3. In juli via de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening Beleidskaders De Nota Grondbeleid 2020 geeft kaders die moeten bijdragen aan een voldoende adequaat grondbeleid. Dit gelet op de ontwikkeling van Leusden en de rol en positieneming van de gemeente Leusden in de samenleving, in het bijzonder het ruimtelijk domein. De financiële beleidskaders zijn geactualiseerd en in het najaar 2020 vastgesteld door de Raad. Deze is als onderdeel toegevoegd aan de Nota Grondbeleid 2020. Hierdoor beschikken we voor zowel het beleid als de financiële sturing over actuele beleidskaders. In onderstaand model is aangegeven in welke nota’s de kaders rondom het grondbeleid zijn vastgelegd en in welke documenten de wijze van uitvoering van het grondbeleid naar voren komt. Sturing Grondbeleid

Kaders

Nota grondbeleid 2020

Nota financiële beleidskaders Grondbeleid 2020

Kaderbrief Grondprijsbeleid

Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen (2010)

Nota Kostenverhaal 2019

Uitvoering

Paragraaf Grondbeleid / Weerstandsvermogen

Begroting en jaarrekening

Actualisatie grondexploitaties

Prijzenbrief Kostenverhaal 2019

Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken, Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording)

Grondprijzenbrief

88

Ontwikkelingen Omgevingswet In relatie tot de ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet wordt verwezen naar domein ‘Leefomgeving’ in de programmabegroting. Grondproductie Naar verwachting volgt eind 2022 dan wel begin 2023 het voorstel aan de raad om een grondexploitatie te openen behorende bij de herontwikkeling van één van de voormalige schoollocaties. Daarnaast zal er ook meer duidelijkheid komen over de regionale woningbouwopgave waarbij het grondbeleid ingezet kan gaan worden om deze opgave te kunnen realiseren. Didam Arrest De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 26 november 2021 geoordeeld dat een overheidslichaam bij de verkoop van grond gelegenheid moet bieden aan alle potentiële gegadigden om mee te dingen. Dit houdt in dat overheden in principe niet meer vrij zijn om één-op-één grond te verkopen aan een partij naar keuze. Overheden dienen een koper te selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria, zodat bij uitgifte van grond aan potentiële gegadigden gelijke kansen worden geboden. Dit betekent voor de gemeentelijke praktijk van gronduitgifte dat er zorgvuldiger moet worden omgegaan bij de verkoop van gronden. De gemeente zal invulling moeten gegeven aan de voorwaarden die in het arrest genoemd zijn.

Het vaststellen van de criteria en werkwijze van kenbaar maken dat gemeentelijk eigendom verkocht gaat worden zal onderdeel gaan worden van het gemeentelijk grondbeleid. Relatie met programma’s Het grondbeleid van de gemeente Leusden houdt nauw verband met de diverse programma’s in de begroting en jaarrekening van de gemeente Leusden. Tabel – Relatie met grondbeleid Hoofdstuk

Relatie met grondbeleid

Programma Ruimte Programma Ruimte

Met grondopbrengsten kan infrastructuur worden aangelegd. Grondexploitatie genereert nieuw uit te geven bedrijfskavels, alsmede kavels voor detailhandel. De doelstellingen op het gebied van Ruimte en Wonen houden nauw verband met grondbeleid.

Programma Ruimte

Begroting 2023 grondbedrijf De begroting 2023 van het grondbedrijf bestaat uit: • De jaarschijven 2023 uit de grondexploitaties, zoals vastgesteld bij de Actualisatie Grondexploitaties 2022. De geraamde mutaties binnen de grondexploitaties hebben geen invloed op het begrotingsresultaat (budgettair neutraal) omdat de baten en lasten direct verrekend worden met de boekwaarde op de balans onder de post voorraden. • Een raming van Algemeen beheer Grondbedrijf, bestaande uit interne doorbelaste uren van ambtelijk personeel en advieskosten derden. Deze mutaties worden verrekend met de Algemene Reserve Grondbedrijf. De raming van de Vennootschapsbelasting is niet opgenomen in de exploitatiebegrotingen. Deze maakt onderdeel uit van de begroting van de Algemene Dienst en zal, voor wat betreft het aandeel van het Grondbedrijf, worden gedekt vanuit de Algemene Reserve Grondbedrijf.

89

Actuele prognose resultaat en winstneming In deze paragraaf grondbeleid is de uitkomst van de projecten gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2022. In onderstaande overzichten is de prognose weergegeven van de balansposten en de verwachte resultaten zoals deze voortkomen uit de Actualisatie Grondexploitaties 2022. De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties zijn gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Het effect ten opzichte van de waardering op nominale waarde op de te verwachten resultaten voor zowel de negatieve als positieve grondexploitaties is hieronder toegelicht. De hieronder genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2022. Te verwachten resultaten actief grondbeleid De gemeentelijke activiteiten inzake grondexploitatie zijn te onderscheiden in zogenoemd actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid voert de gemeente zelf alle fasen van de grondexploitatie uit: van de aankoop van de gronden en eventuele opstallen, sloop, bouwrijp en woonrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van de bouwkavel. De gemeente heeft de te ontwikkelen grond in eigen bezit. Tabel - Verwachte resultaten actieve grondexploitaties (bouwgronden in exploitatie) Complex

Buitenplaats Larikslaan Hamersveldseweg Valleipark Mastenbroek II Totaal

Boekwaarde 31-12-2021

Geraamde nog te maken kosten

334 271 925 -931 478 1.077

Geraamde nog te realiseren opbrengsten

162 57 37 886 7.362 8.504

557 406 1.113 66 9.288 11.430

(bedrag x € 1.000) Geraamd resultaat (eindwaarde)

Geraamd resultaat (netto contante waarde)

61 78 151 111 1.448 1.849

Boekwaarde 31-12-2021 Nog te verwachten opbrengsten actieve grondexploitaties Nog te verwachten kosten actieve grondexploitaties

1.077 11.430 8.504

Te verwachten winstsaldo (eindwaarde 1-1-2022) (negatief = verlies)

1.849

Reeds verwerkte verliesvoorzieningen 31-12-2021 Te verwachten te nemen winst 2022 en verder

0 1.849

61 76 148 109 1.312 1.706

Afsluiting per 31-12-2022 31-12-2022 31-12-2022 31-12-2022 31-12-2026

De huidige boekwaarde van € 1,1 miljoen zal in de toekomst terugverdiend moeten worden door het genereren van de hierboven genoemde opbrengsten. De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 1.849.000 (eindwaarde) bedraagt voor de actieve grondexploitaties. Te verwachten resultaten faciliterend grondbeleid Bij faciliterend grondbeleid is de bouwkavel in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt deze door die partij ontwikkeld. De gemeente treedt enkel c.q. vooral op als overheid, die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. Tabel - Verwachte resultaten passieve grondexploitaties (faciliterend) Complex

Plantage Groot Agteveld Mastenbroek II

Boekwaarde 31-12-2021

Geraamde nog te maken kosten

(bedrag x € 1.000)

Geraamde nog te realiseren opbrengsten

Geraamd resultaat (eindwaarde)

Geraamd resultaat (netto contante waarde)

-411 -95 8

143 46 99

359 320 111

627 369 4

590 355 4

-498

288

790

1.000

949

Afsluiting per

31-12-2024 31-12-2023 31-12-2026

90

Boekwaarde 31-12-2021 Nog te verwachten opbrengsten passieve grondexploitaties Nog te verwachten kosten passieve grondexploitaties

-498 790 288

Te verwachten winstsaldo (eindwaarde 1-1-2022) (negatief = verlies)

1.000

Reeds verwerkte verliesvoorzieningen 31-12-2021 Te verwachten te nemen winst 2022 en verder

0 1.000

De hierboven genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde passieve grondexploitaties per 1 januari 2022. De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 1,0 miljoen (eindwaarde) bedraagt voor de faciliterende grondexploitaties. De totale nog te nemen winst (eindwaarde) op alle grondexploitaties wordt geraamd op € 2.849.000 (€ 1.849.000 + € 1.000.000). Algemene reserve grondexploitatie (weerstandsvermogen) In de vorige alinea is weergegeven dat de grondexploitaties risico’s met zich meebrengen. Om mogelijke risico’s af te dekken, wordt er een buffer gevormd in de vorm van de algemene reserve grondexploitaties. Tabel – Mutaties Algemene Reserve Grondbedrijf Stand 1-12022

(bedrag x € 1.000) Geraamde toevoegingen

Geraamde onttrekkingen

Stand 31-12-2022

Algemene Reserve Grondbedrijf

513

703

741

475

Totaal reserves grondbedrijf

513

703

741

475

De beleidsuitgangspunten voor risico’s zijn omschreven in de Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2010. In de nota zijn de beleidskaders opgenomen hoe risico’s moeten worden geïdentificeerd, geanalyseerd en beoordeeld. Om eventuele risico’s op te vangen dient de gemeente, alsmede het grondbedrijf, te beschikken over een weerstandsvermogen. De wijze waarop het weerstandsvermogen wordt berekend is tevens vastgesteld in de eerdergenoemde nota. Zoals toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van deze begroting, bedraagt per 1 januari 2023 de weerstandsratio van het grondbedrijf naar verwachting 0,55. Dit ligt onder de bandbreedte van 0,8, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. De ratio zal in meerjarenperspectief weer stijgen, hieronder is de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen in meerjarenperspectief weergegeven. Tabel – Verwachte ontwikkeling weerstandsvermogen grondexploitaties Complex

2023

(bedrag x € 1.000)

2024

2025

2026

Verwachte aanwezige weerstandscapaciteit Verwachte benodigde weerstandscapaciteit

475 865

273 670

660 600

505 600

Resultaat weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen

-390 0,55

-397 0,41

60 1,10

-95 0,84

Kanttekening hierbij is dat er naar verwachting in 2022 en verder een aantal nieuwe exploitaties geopend zal worden. De effecten van deze nieuwe exploitaties zijn vanzelfsprekend nog niet opgenomen. Conform de nota weerstandsvermogen heeft het college een jaar de tijd om te zorgen dat de ratio weer binnen de bandbreedte komt. Op dit moment zijn gezien de verwachte ontwikkeling van de ratio boven de 0,8 in 2025 en 2026 nog geen maatregelen nodig om het op het juiste niveau te krijgen. We blijven de ontwikkeling van de ratio uiteraard scherp volgen en bepalen bij de eerstvolgende actualisering/ Voorjaarsnota of een aanvullende storting in de Algemene Reserve Grondbedrijf benodigd is. Voor een toelichting op de actuele ratio weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’.

91

Voorzieningen grondexploitaties Tabel - Stand voorzieningen grondexploitaties

Voorz. De Buitenplaats Voorz. Afgesloten complexen Totaal voorzieningen

(bedragen x € 1.000) Stand 1-1-2021 114 65

Stand 31-12-2021 0 38

179

38

Voorziening De Buitenplaats Deze voorziening diende ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Buitenplaats. Het saldo van de voorziening is in 2021 volledig vrijgevallen als gevolg van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2022. Voorziening afgesloten complexen Voor de afgesloten projecten Leusden-Zuid en De Biezenkamp worden naar verwachting in totaal nog € 37.500 aan kosten in de toekomst gemaakt. Hiertoe zijn middelen gereserveerd in de voorziening afgesloten complexen. Risico’s per complex Voor een nadere beschrijving van de risico’s per complex kan worden verwezen naar de Actualisatie Grondexploitaties 2022, welke in juni van 2022 ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Hierin zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van alle grondexploitaties. Vennootschapsbelasting De te betalen vennootschapsbelasting (vpb) door de gemeente wordt bepaald op het totaal van activiteiten die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Naar verwachting is de gemeente over haar grondbedrijfsactiviteiten in 2023 en 2024 vennootschapsbelasting verschuldigd, respectievelijk € 71.000 en € 85.000. Deze lasten worden gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf.

Doordat de vennootschapslast gedekt wordt vanuit de algemene reserve grondbedrijf heeft het een budgettair neutraal effect. Over de afgelopen jaren is relatief weinig vennootschapsbelasting betaald. Als gevolg van het feit dat we meer winst maken dan geraamd en het in exploitatie nemen van de winstgevende exploitatie Mastenbroek II wordt de omvang van de vpb-last de komende jaren hoger.

92

Financiële Begroting Uiteenzetting financiële positie Begrotingsresultaat 2023-2026 In onderstaande tabel geven wij u de uitkomsten van de begroting 2023-2026 waarbij als startpositie de Voorjaarsnota 2022 is genomen. bedragen afgerond op € 1.000 Begrotingsresultaat na Voorjaarsnota Budgettair effect meicirculaire 2022 Begrotingspositie na meicirculaire

2023 -258 2.557 2.299

2024 -789 3.755 2.966

2025 -593 4.356 3.763

2026 -609 375 -234

Ontwikkelingen na Voorjaarsnota: WMO en jeugd 75% Aanname: opschalingskorting loopt door na 2025 Financieel technische mutaties Begrotingspositie na ontwikkelingen

684

576

467

126 3.109

22 3.564

32 4.262

70 854 -21 669

Nieuw beleid 2023 Robuuste en slagvaardige dienstverlening Politieke ambities vanuit Coalitieakkoord 2022-2026 Strategische raadsagenda Resultaat begroting

-425 -755 -1.448 p.m. 479

-386 -741 -1.693 p.m. 744

-404 -741 -1.544 p.m. 1.573

-384 -741 -1.446 p.m. -1.903

Sociaal Domein De begroting 2023 Sociaal Domein, beslaat een bedrag van € 32 miljoen en vormt daarmee 44% van de totale gemeentelijke begroting. Binnen dit Domein is een budget van € 12,6 miljoen opgenomen voor WMO- en Jeugdzorg. Op een aantal onderdelen binnen deze taakvelden doen zich in 2022/ 2023 relevante ontwikkelingen voor die hun weerslag (zullen) hebben op deze Meerjarenbegroting: Het nieuwe beleidskader Sociaal Domein 2023-2026 zal in het voorjaar 2023 aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. De uitvoering van het beleidskader wordt gerealiseerd in samenwerking met onze inwoners en samenwerkingspartners. Voor de nog in het beleidskader te benoemen speerpunten wordt een incidenteel ontwikkelbudget van € 490.000 gevraagd (zie CUP 2022-2026). De totale benodigde middelen voor uitvoering van het nieuwe beleidskader zullen in het voorjaar van 2023 bekend zijn en onderdeel zijn van het voorstel aan de raad. Voor 2023 heeft het Rijk via de meicirculaire aanvullende middelen voor de jeugdzorg beschikbaar gesteld. De extra middelen voor 2024 en verder komen beschikbaar na het afronden van de hervormingsagenda jeugd. De provincie adviseert gemeenten om voor de jaren 2024 tot en met 2026 een stelpost in de begroting op te nemen van 100% van de extra rijksbijdragen jeugd alsmede ook de geplande bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda.

In onze meerjarenraming hebben we hier rekening mee gehouden. Voor Leusden wordt deze stelpost geraamd op € 1,5 mln. in 2023 aflopend tot € 0,9 mln. in 2026. Deze middelen worden vrijwel volledig aangewend voor de nog in de begroting af te boeken stelposten jeugd/WMO en voor de benodigde investeringen in het Sociaal (Lokaal) Team, onderdeel basis op orde. Het beleid van Leusden om gebruik te maken van de mogelijkheid om op basis van het draagkrachtprincipe een bijdrage aan inwoners te vragen leidt er toe dat met name de WMO kosten voor Huishoudelijke Hulp minder hard stijgen dan in de omliggende gemeenten. Het rijk wil, in samenwerking met gemeenten, cliënten en het CAK, vanaf 2025 weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Huishoudelijke Hulp invoeren. Voor de verwachte extra inkomsten bij gemeenten doet het Rijk nu al een uitname uit het Gemeentefonds. Voor Leusden gaat het om € 100.000 vanaf 2025.

93

In de 2e helft 2022 en 2023 wordt de selectie- en gunningsfase van het regionale inkooptraject zorg verder voorbereid en afgerond. Het aantal gecontracteerde partijen wordt daarbij sterk gereduceerd, en het beschikbare startbudget wordt volledig taakgericht aanbesteed. Aandachtspunten in de voorbereiding zijn het bepalen van de in te brengen startbudgetten (wat zetten we lokaal weg en wat doen we regionaal) en het (door) ontwikkelen van een adequaat systeem van data-analyse en monitoring. De huidige afspraken rondom de regionale risicoverevening, op de zorgkosten die zijn betrokken bij de inkoop 2023, lopen eind 2022 af. Het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein heeft de regiogemeenten gevraagd om nader te onderzoeken of voor de onderdelen LTA en Beschermd Wonen (vanaf 2024) een vorm van risicoverevening vanuit het solidariteitsprincipe nog wenselijk is. Lokaal wordt ingezet op versterking van de Sociale Basis Infrastructuur (SBI) en de transformatieopgaven. Deze zullen op termijn moeten leiden tot lagere zorgkosten. Er wordt aanvullend geïnvesteerd in het Sociaal (Lokaal) Team van Lariks, waarbij meer cliënten direct en actief worden begeleid in plaats van met een beschikking worden doorverwezen naar duurdere zorgvormen. De kosten bedragen € 240.000 in 2023 oplopend tot € 640.000 structureel vanaf 2025.

De verwachting is dat de benodigde investeringen gecompenseerd worden door een evenredige verlaging van de zorgkosten. De (zekere) kosten en verwachte (nog onzekere) dekking van dit traject zijn opgenomen in de MJR 2023-2026, onderdeel nieuw beleid. Voor de versterking van de lokale SBI zijn in deze begroting aanvullende middelen opgenomen. Daarmee kunnen een aantal projectmatig/incidenteel opgezette voorliggende voorzieningen (zoals de POH-SOH, het geldloket, verankering van wijk- en buurtverenigingen) structureel worden geborgd (Zie onderdeel nieuw beleid nr’s (3.1 t/m 3.8). De ontwikkelingen binnen het brede sociale domein en de veranderingen in het zorglandshap blijven de komende jaren onzeker en zijn onvoldoende stabiel. Het financiële risicoprofiel voor het Sociaal Domein blijft daarmee ongewijzigd hoog.

Nieuw beleid 2023-2026 In onderstaande tabel geven wij inzicht in de uitgaven voor bestaand en nieuw beleid in deze begroting. Per domein is bij ‘Wat mag het kosten?’ een overzicht gegeven van de budgetten voor nieuw beleid en CUP 20222026. Een toelichting op de budgetten nieuw beleid geven we in Bijlage A. In Bijlage B is een samenvatting van het CUP opgenomen. bedragen afgerond op € 1.000 2023

2024

2025

2026

72.906

71.909

70.872

72.188

- CUP incidenteel

776

629

480

382

- Nieuw beleid incidenteel

105 1.805

1.805

1.805

Uitgaven bestaand beleid Uitgaven nieuw beleid

- CUP structureel

1.427

- Nieuw beleid structureel

320

386

404

384

- Strategische raadsagenda

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

2.628

2.820

2.689

2.571

75.534

74.729

73.560

74.758

Totaal uitgaven begroting excl grondexploitatie

Reserves en voorzieningen De reserves en voorzieningen zijn te beschouwen als het fundament voor de Leusdense financiële positie. De stand van de reserves en voorzieningen einde boekjaar 2023 en de prognose in meerjarenperspectief is als volgt:

94

bedragen afgerond op € 1.000 einde boekjaar Algemene reserves Algemene reserve - Basisreserve - Toevoeging exploitatie

2023

2024

2025

2026

8.778

9.495

11.120

9.223

195

195

195

195

- Flexibel inzetbaar

76

76

76

76

Algemene reserve grondbedrijf

267

653

498

1.427

6.218

6.087

5.990

6.007

Bestemmingsreserves Middelen met aangewezen bestemming Reserve kapitaallasten economisch nut

5.072

4.738

4.405

4.071

Reserve kapitaallasten maatschappelijk nut

16.218

16.276

15.967

16.041

95

142

480

418

Reserve vervangingsinvesteringen openbare ruimte Reserve toekomstbestendige openbare ruimte

5.960

5.960

5.960

5.960

Reserve Sociaal Domein

698

698

698

698

Reserve bovenwijkse voorzieningen

351

351

351

721

Reserve rente starters- en duurzaamheidsleningen Reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting Reserve egalisatie COVID-19 Totaal reserves Voorzieningen Voorziening onderhoud infrastructuur Voorziening diverse complexen grondbedrijf Voorziening egalisatie reinigingsrechten

782

778

775

771

895 802 46.406

871 802 47.123

847 802 48.164

829 802 47.239

3.060 38 38

1.505 38 33

2.995 38 28

3.833 38 23

1.916

2.055

2.006

1.802

Voorziening egalisatie rioolbeheer Voorziening Masterplan Princenhof Voorziening arbeidsvoorwaarden gerelateerde verplichtingen

375

375

375

375

3.183

3.182

3.180

3.179

Totaal voorzieningen

8.609

7.186

8.621

9.250

Totaal reserves en voorzieningen

55.015

54.309

56.786

56.488

95

Uit het overzicht blijkt dat de totale vermogenspositie in meerjarenperspectief fluctueert. Onderstaand een toelichting op de voornaamste mutaties: Reserves • Algemene reserve basisdeel De toevoeging is gelijk aan het begrotingsresultaat 2023-2026. De onttrekking in 2023 heeft te maken met de sloopkosten politiebureau. • Algemene reserve grondbedrijf De stijging van de reserve ontstaat doordat in de aangegeven jaren een aantal exploitaties wordt afgesloten (o.a. de Plantage en Groot Agteveld). De resultaten hiervan komen in de Algemene Reserve Grondbedrijf. Bij de jaarlijkse herziening wordt bepaald of deze reserve zo instant blijft (afhankelijk van het benodigde weerstandsvermogen in het Grondbedrijf) of dat er geld kan worden afgestort naar de Algemene Reserve. Bestemmingsreserves • Algemene reserve; aangewezen bestemming Incidentele onttrekking in 2023 voor nieuw beleid CUP 2.1 Energie- en warmtetransitie en CUP 4.1.4 Transformeren kantoren/bedrijven naar woningen voor € 0,25 mln. Structurele onttrekking voor nieuw beleid CUP 3.1 Beleidskader Sociaal Domein en CUP 4.1.1 Woonzorgvisie voor € 0,17 mln. • Dekking kapitaallasten economisch en maatschappelijk nut Investeringen met een economisch nut als ook investeringen met een maatschappelijk nut dienen te worden geactiveerd.

Gedurende de toekomstige gebruiksduur wordt de investering afgeschreven en de kapitaallasten in de exploitatie opgenomen. De dekking van de kapitaallasten vindt gedeeltelijk plaats door een onttrekking uit een reserve egalisatie kapitaallasten met economisch nut of de reserve egalisatie kapitaallasten met maatschappelijk nut.

96

Op deze wijze worden de lasten van investeringen met economisch- en een maatschappelijk nut (gedeeltelijk) gedekt uit reserves en kostenneutraal verantwoord in de exploitatie. • Reserve vervangingsinvesteringen openbare ruimte Eind 2021 is het beheerplan ‘ibor - uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen openbare ruimte 20212032’ vastgesteld, waarin een nieuw bestemmingsreserve “vervangingsinvesteringen openbare ruimte” met een startsaldo van € 1,0 miljoen is ingesteld. • Reserve toekomstbestendige openbare ruimte Eind 2021 is het beheerplan ‘ibor - uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen openbare ruimte 20212032’ vastgesteld, waarin een nieuw bestemmingsreserve “toekomstbestendige openbare ruimte” met een startsaldo van € 6,0 miljoen is ingesteld. • Reserve Sociaal Domein De reserve Sociaal Domein is ingesteld voor het tijdelijk opvangen van fluctuaties die kunnen optreden in de zorgkosten voor WMO en de jeugdzorg. Met name de kosten voor gespecialiseerde jeugdzorg kunnen sterk fluctueren. De huidige omvang van deze reserve valt binnen de door de raad aangegeven bandbreedte (tussen de € 0,6 en € 0,9 mln.). • Reserve bovenwijkse voorzieningen De reserve wordt de komende jaren nog beperkt versterkt door bijdragen vanuit de grondexploitaties.

De in de reserve resterende middelen worden aangewend voor (gedeeltelijke) dekking van majeure infrastructurele projecten. Prioritering van middelen vindt plaats middels het Mobiliteitsplan dat nog aan de raad ter besluitvorming zal worden voorgelegd. • Reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting De reserve is ingesteld om vernieuwing en uitbreidingen van schoolgebouwen, op grond van de leerlingenprognoses en de in de verordening onderwijshuisvesting vastgestelde uitgangspunten en normbedragen, uit te kunnen voeren. De onttrekking betreft de dekking van de uit de gepleegde investeringen voortvloeiende kapitaallasten. De dotatie aan deze reserve betreft de vanuit het Rijk ontvangen middelen voor onderwijshuisvesting. • Reserve egalisatie COVID-19 In 2020 is deze reserve gevormd met als doel het beschikbaar houden van de compensatiebedragen vanuit het Rijk voor een tekort aan compensatie. Hierdoor worden de baten en lasten vanwege Corona geëgaliseerd en is er dekking voor kosten waarvoor geen recht op compensatie is. De reserve heeft een tijdelijk karakter, maar zal in 2023 nog fluctueren als gevolg van aanvullende rijksmiddelen en nadere, nog te verwerken, aanwendingen voor specifieke doelen.

Voorzieningen • Voorziening onderhoud infrastructuur Eind 2021 is het beheerplan ‘ibor - uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen openbare ruimte 20212032’ vastgesteld, waarin de egalisatievoorziening groot onderhoud in overeenstemming is gebracht met het geactualiseerde beheerplan groot onderhoud 2021 – 2032. Er wordt een saldo van € 4,6 miljoen in de egalisatievoorziening groot onderhoud aangehouden. Tevens wordt een structureel budget van € 50.000 voor kleine verkeerskundige aanpassingen aangehouden. • Voorziening Masterplan Princenhof De voorziening is ingesteld als dekking van de kosten om de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls te geven zodat deze past bij een woonomgeving. De ontwikkelaars betalen een exploitatiebijdrage aan de gemeente. Omdat in de overeenkomsten met de ontwikkelaars afspraken zijn vastgelegd over de wijze van besteding en een eventuele terugbetaling kan de gemeente niet vrij over deze gelden beschikken. Conform de van toepassing zijnde voorschriften uit de BBV moeten de exploitatiebijdrages gestort worden in een daarvoor in te stellen voorziening.

Meerjarig Investeringsplan (MIP) Alle vervangingsinvesteringen worden bijeengebracht op het Meerjarig Investeringsplan (MIP). In bijlage C is een overzicht opgenomen van het complete MIP, waarbij de investeringen per programma zijn weergegeven. In de tabel hierna geven wij u een samenvatting van de geplande investeringen.

97

bedragen x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2023

Inves teri ngs l a s ten

2024

2025

2026

Structurel e l a s ten

A1. Verva ngi ngs i nves teri ngen i ct, tra ctie, i nventari s

1.001

281

431

713

0

181

216

274

A2. Verva ngi ngs i nves teri ngen openba re verl i chting

0

0

830

0

0

0

0

17

A3. Verva ngi ngs i nves teri ngen ondergronds e a fva l i nza mel i ng

32

33

125

104

0

3

7

19

B1. Inves teri ngen verkeer en vervoer

52

0

0

0

0

0

0

0

B2. Onderwi js hui s ves ting

5.420

0

0

0

0

165

164

163

B3. Verva ngi ngs i nves teri ngen bui tenrui mte

1.612

894

363

709

0

55

87

101

C1. Groot onderhoud bui tenrui mte

2.026

4.302

1.531

2.275

0

0

0

0

C2. Groot onderhoud s portterrei nen

607

168

39

46

0

0

0

0

C3. Inves teri ngen GRP

600

247

433

587

0

0

0

0

11.351

5.924

3.752

4.434

0

404

473

573

Totaa l

*) e: = investeringen met economisch nut, m = investeringen met maatschappelijk nut, o = onderhoud van kapitaalgoederen De onderdelen van het MIP lichten wij nader toe: A.

Investeringen die door middel van activering en afschrijving t.l.v. de exploitatie worden gebracht

A1.

Vervangingsinvesteringen, dit betreft geplande investeringen op basis van de diverse vervangingsplannen.

A2.

Vervangingsinvesteringen Openbare Verlichting, geplande investeringen conform het beleidsplan openbare verlichting Vervangingsinvesteringen ondergrondse afvalinzameling, dekking vanuit de afvalstoffenheffing. Investeringen uitvoeringsplan verkeer en vervoer (maatschappelijk nut), dekking uit reserve infrastructuur/ bovenwijkse voorzieningen. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op door de raad vastgestelde uitgavenprioritering binnen de reserve bovenwijkse voorzieningen. Onderwijshuisvesting, investeringen wordt hoofdzakelijk vanuit reserve onderwijshuisvesting bekostigd. Vervangingsinvesteringen buitenruimte op basis van door de raad vastgestelde onderhoudsactualisatie december 2021. Uitgaven IBOR, gebaseerd op meerjarige onderhoudsplannen voor wegen, water, groen en gebouwen dekking uit voorzieningen onderhoud infrastructuur op basis van inspecties worden de definitieve onderhoudsmaatregelen in jaarplannen verwerkt. Dekking uit de diverse onderhoudsvoorzieningen. Investeringen onderhoudsplan sportterreinen, dekking uit voorziening onderhoud sportterreinen. Investeringen Gemeentelijk Rioleringsplan, dekking uit egalisatievoorziening rioolbeheer.

A3. B.

Investeringen die t.l.v. reserves worden gebracht

B1.

B2. B3. C.

Uitgaven die t.l.v. voorzieningen worden gebracht

C1.

C2. C3.

Budgetautorisatie Ter vereenvoudiging van de besluitvorming zijn de vervangingsinvesteringen van rubriek A voor de jaarschijf 2023 functioneel in de primitieve begroting geraamd. Ditzelfde geldt voor de investeringen uit rubriek C. Hierbij wordt aangetekend dat het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) eens in de vijf jaar aan de raad ter vaststelling wordt voorgelegd. In het raadsvoorstel wordt inzicht gegeven in de ophanden zijnde investeringen in de komende planperiode. Voor investeringen uit de categorie B1 en B2 worden u afzonderlijke besluiten ter vaststelling voorgelegd. Een specificatie van de voor 2023 geraamde investeringen is opgenomen in bijlage C.

98

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Op grond van het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) is een gemeente verplicht om afzonderlijk in te gaan op de zogenoemde ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume’. Bij deze verplichtingen is het doorslaggevend of het verloop van de uitgaven gedurende een aantal begrotingsjaren - in de regel betreft dit de begrotingsperiode van vier jaar - gelijkmatig dan wel ongelijkmatig is. Bij een gelijkmatig verloop zoals bijvoorbeeld lonen, premies en vakantiegeld moeten de uitgaven in de begroting worden geraamd. Is er sprake van een sterke omvangwisseling in het uitgavenpatroon dan moeten de uitgaven ten laste van een voorziening worden gebracht. De kosten voor voormalig personeel, verlofsaldo’s en wethouderpensioenen worden gedekt uit voorzieningen omdat hier sprake is van een ongelijk volume. De hoogte van de voorzieningen (per 1 januari 2023 € 3.184.179) dient te zijn afgestemd op de achterliggende verplichtingen. Jaarlijks vindt er daarom een doorrekening plaats. Deze heeft laatstelijk plaatsgevonden bij het opstellen van de Jaarrekening 2021.

Meerjarenbalans 2021-2026 Het BBV schrijft voor dat in de begroting een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen. Met deze meerjarenbalans krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. Hieronder is de meerjarenbalans 2021-2026 opgenomen. We benadrukken dat het voor de aangegeven begrotingsjaren een prognose is. In de balans zijn de belangrijkste ontwikkelingen verwerkt zoals we die op dit moment kennen. Door toekomstige besluitvorming en (financiële) dynamiek die er nu eenmaal altijd is bij gemeenten zullen de hieronder vermelde cijfers in werkelijkheid gaan afwijken. Dit maakt dat de meerjarenbalans een behoorlijke mate van onzekerheid in zich heeft. bedragen x € 1.000 einde boekjaar Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Voorraden Uitzettingen liquide middelen Liquide middelen Overlopende activa Passiva Reserves (eigen vermogen) Voorzieningen Langlopende schulden Netto vlottende schulden Overlopende passiva

werkelijk 2021

2022

2023

306 65.632 2.469 1.080 19.918 373 1.789 91.567

280 69.281 1.861 2.620 20.250 50 2.000 96.342

260 72.930 2.133 536 19.150 50 2.000 97.059

48.398 10.836 23.418 3.721 5.194 91.567

47.450 9.120 22.188 3.700 13.884 96.342

46.775 8.609 21.137 3.700 16.838 97.059

Begroot 2024

2025

2026

240 72.667 2.044 1.100 18.050 50 2.000 96.151

230 70.504 2.010 3 17.050 50 2.000 91.847

210 68.504 1.976 3 16.050 50 2.000 88.793

47.492 7.186 20.086 3.700 17.687 96.151

48.533 8.621 19.035 3.700 11.957 91.847

47.546 9.250 17.984 3.700 10.314 88.793

EMU-saldo Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de begroting een meerjarige berekening van het EMU-saldo opnemen. Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te bepalen. De overheden mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In dit tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Het aandeel voor de gezamenlijke gemeenten is tot en met 2023 genormeerd op 0,27%. Om aan afzonderlijke gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van BZK jaarlijks een lijst met individuele referentiewaarden. Voor Leusden is in 2022 een referentiewaarde van € 2,5 miljoen vermeld. Dit bedrag is geen norm, maar geeft een indicatie voor het aandeel in de gezamenlijke tekortnorm. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar van ontvangsten en uitgaven op basis van transacties binnen een begrotingsjaar. Het ene jaar kan het EMU-saldo van de gemeente daardoor een tekort vertonen en het andere jaar een overschot. Dit komt door schommelingen in de hoogte van de investeringen en het aan- en verkopen van bouwgronden.

99

Uit de tabel blijkt dat het EMU-saldo van Leusden in 2023 de referentiewaarde overschrijdt, en vanaf 2024 beneden de referentiewaarde blijft. bedragen afgerond op € 1.000 2022 1. (+) Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 3. (+) Mutatie voorzieningen 4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5. (-) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa Berekend EMU-saldo Referentiewaarde gem. Leusden 2022 EMU-saldo blijft onder referentiewaarde EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde

2023

2024

2025

2026

-1.044 4.715 -1.716

-715 4.715 -512

717 -352 -1.422

1.041 -2.197 1.435

-926 -2.033 628

1.540

-2.084

564

-1.097

0

0 -9.015 -2.537

0 -3.858 -2.537

0 -918 -2.537 1.619

0 5.771 -2.537 8.308

0 1.736 -2.537 4.273

-6.478

-1.321

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3145/documents/34684