CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026.pdf

Informatieavond 20 oktober 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4: RV Begroting35.022 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

60

verlenen van APV-vergunning zoals voor een collecte waarvan de opbrengst bestemd is voor een ideëel doel, het verlenen van een kapvergunning. In deze gevallen ligt voor de hand om tarieven beneden de kostprijs vast te stellen, ook ter beperking van het risico dat de betreffende vergunning niet meer zal worden aangevraagd. Voor de tariefstelling van reisdocumenten en rijbewijzen wordt aangesloten bij de wettelijke voorschriften voor maximaal toegestane tarieven. Dit vormt eveneens een beperking om dekkende tarieven vast te stellen. De leges omgevingsvergunningen (bouwactiviteit) zijn geraamd o.b.v. een meerjarig gemiddelde. Overschotten en tekorten die op jaarrekeningbasis in de opbrengst ontstaan worden verrekend met de egalisatiereserve.

61

Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen.

Beleidskader Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de Algemene dienst en die van het Grondbedrijf.

Risico’s en benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst (exclusief sociaal domein). Voor 2023 is het benodigde weerstandsvermogen hiermee in eerste instantie genormeerd op € 5.740.000, tenzij de financiële kwantificering van de risico’s hoger is dan dit bedrag. Zie onderstaande tabel. De belangrijkste risico’s zijn in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario, het pessimistisch scenario en het midden scenario. De norm zetten wij af tegen de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario om te bepalen of de norm niet te laag gesteld. Dit jaar is de norm van 10% lager dan de uitkomst uit de financiële kwantificering van de risico’s . Hiervoor zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst meerjarig in beeld gebracht en wordt in relatie gebracht met het berekende benodigde weerstandsvermogen op basis van onderstaande financiële kwantificering. bedragen x € 1.000 Risico 1 Algemene uitkering 2 Jeugdzorg 3 Verbonden en gerelateerde partijen 4 WMO 5 Bedrijfsvoeringrisico's 6 Grote projecten en onderhoud kapitaalgoederen 7 Werk, inkomen & participatie 8 Pensioenen & wachtgelden wethouders 9 Fiscale risico's 10 Leningen en garanties Overige risico’s Totaal

2023 350 467 375 230 360 230 210 180 150 100 100 2.752

2024 350 762 375 310 360 250 210 180 150 100 100 3.147

2025 350 1.065 375 340 360 250 210 180 150 100 100 3.480

2026 1.954 1.481 375 370 360 250 210 180 150 100 100 5.530

Ontwikkeling risicoprofiel Het risicoprofiel in de deze begroting is hoger dan de voorgaande begrotingen. Enerzijds komt dit door onzekerheden vanuit het Rijk. Vooral bij de Algemene Uitkering en de herijking daarvan, maatregelen en inmenging van het Rijk binnen het Sociaal domein en nog steeds de onzekerheid over de Rijksbijdrage voor de energietransitie die wel is aangekondigd, maar niet is toegezegd. Anderzijds hebben we te maken met externe ontwikkelingen die veel impact gaan hebben op onze bedrijfsvoering. Dit betreft vooral de arbeidsmarkt, de inflatie en daarbij in het bijzonder de hogere energieprijzen. Investeringen en onderhoud in gebouwen, civiel en infra zullen onvoorspelbaar duurder worden. Het tekort aan medewerkers kan de realisatie van de begroting vertragen. Grootste bedreiging op het moment van schrijven is de ontwikkeling van de gasprijs. Dit kan financieel fors gaan doorwerken en consequenties hebben voor de ambities en prioriteiten. Het hogere risicoprofiel vertaald zich ook in een hoger gewenst weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve (basisdeel). Het (begrote) beschikbare weerstandsvermogen voor 2023 bedraagt € 8.780.000.

Dit betreft de geprognotiseerde stand van de algemene reserve; basisdeel per 31 december 2023.

62

Naast dit deel is voor het opvangen van risico’s in het sociaal domein een afzonderlijke reserve sociaal domein is ingesteld. De geprognotiseerde stand van deze reserve bedraagt per 31 december 2023: € 698.000.

Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met een ondergrens van 0,8. Komt de ratio onder de ondergrens dan wordt binnen een jaar door het college een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De ratio wordt als volgt berekend: Beschikbare weerstandsvermogen ---------------------------Benodigd weerstandsvermogen

8.780.000 _________

1,53

5.740.000

Conclusie: De ratio van 1,53 valt boven de ondergrens. Het weerstandsvermogen is toereikend. Risico’s Grondbedrijf In de actualisatie 2022 van de diverse grondexploitaties zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties. Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Voor 2023 is het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 865.000. Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De geprognotiseerde omvang van deze reserve bedraagt per 31 december 2023: € 475.000. Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met een ondergrens van 0,8. Komt de ratio onder de ondergrens dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De ratio wordt als volgt berekend: Beschikbare weerstandsvermogen ---------------------------Benodigd weerstandsvermogen

475.000 ____________

0,55

865.000

Conclusie: De actuele weerstandsratio van het grondbedrijf is 0,55 Dit valt onder de ondergrens van 0,8, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Conform de nota weerstandsvermogen heeft het college een jaar de tijd om te zorgen dat de ratio weer binnen de bandbreedte komt. Zoals beschreven in de paragraaf grondbeleid verwachten wij dat in begrotingsjaren 2025 en 2026 de ratio weer binnen de bandbreedte zal vallen. Om te voldoen aan de nota weerstandvermogen zal bij de voorjaarsnota 2023 de reserve grondbedrijf worden aangevuld vanuit de algemene reserve naar de minimale ratio van 0,8. De algemene reserve is voldoende toereikend om de risicoreserve grondbedrijf aan te vullen.

63

Kengetallen financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichts-kader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Signaalwaarden kengetallen

Categorie A Categorie B Categorie C

Kengetallen: Netto schuldquote

< 90 %

90 -130 %

> 130 %

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90 %

90 -130 %

> 130 %

Solvabiliteitsratio

> 50 %

20 – 50 %

< 20%

Grondexploitatie

< 20%

20 – 35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

>0 %

0%

<0 %

Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 – 105 %

> 105 %

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan. Kengetallen:

Jaarrekening

Begroting

Begroting

MJR

MJR

MRJ

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

14% 10%

18% 17%

31% 28%

32% 29%

24% 21%

22% 20%

Solvabiliteitsratio

52%

44%

47%

48%

52%

52%

Grondexploitatie

1%

3%

1%

1%

0%

0%

Structurele exploitatieruimte

0%

1%

1,2%

1,5%

2,4%

-3,1%

Gemeentelijke belastingcapaciteit

93%

91%

84%

84%

84%

84%

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van Leusden neemt in meerjarenperspectief toe omdat onze door een aantal investeringsprojecten waar we mogelijk financiering voor moeten aantrekken. Toch blijft onze netto schuldpositie laag en financieel gezond. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.

Het aandeel doorgeleende gelden is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomst van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is.

64

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich binnen deze bandbreedte. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het grote aandeel van onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Dit geeft een negatief effect op de hoogte van ons solvabiliteitsratio, maar geeft wel aan dat we in staat zijn goed te voldoen aan onze financiële verplichtingen. Kengetal grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren omvat. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Voor 2025 en verder heeft het kengetal een waarde van 0 omdat de grondexploitaties langzaam aflopen.

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk en/of hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum bekend. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale lokale woonlasten. Daaronder worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Als dit percentage belastingcapaciteit laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Voor de begroting 2023 komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 84% De belastingcapaciteit ligt beneden het landelijk gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit is op basis van het landelijke gemiddelde in 2022 € 1.996.000. Dit was in 2020 nog € 801.000. De toename komt doordat de woonlasten in andere gemeenten gemiddeld meer zijn gestegen dan in de gemeente Leusden. 2022 Woonlasten per jaar

Leusden

Provincie Utrecht € 759

Verschil per jaar Percentage Onbenutte belastingcapaciteit

84%

Nederland

€ 966

€ 904

-€ 207

-€ 145

107%

100% € 1.996.000

Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie De gemeente Leusden kent een sluitende begroting en het weerstandsvermogen is toereikend waardoor er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag te noemen. Daarnaast kent Leusden ten opzichte van het landelijk gemiddelde een gematigde lokale lastendruk. De solvabiliteit neemt af, maar is nog steeds toereikend. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief neemt dit sterk af. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over ruim voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

65

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Op het gebied van kapitaalgoederen worden twee fasen onderscheiden: - het verkrijgen (aanschaf) of vervaardiging van kapitaalgoederen; - het onderhoud van kapitaalgoederen. In deze paragraaf zijn de actuele ontwikkelingen en de benodigde middelen voor de instandhouding (onderhoud en vervanging) van de aanwezige kapitaalgoederen weergegeven. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud: het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de exploitatie komen en het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste worden gebracht van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen. Evenals in voorgaande jaren zal aan het einde van de paragraaf kort worden ingegaan op de projecten met betrekking tot de kapitaalinvesteringen vanuit het GRP en de investeringen die plaatsvinden vanuit het beleidsterrein Verkeer en Vervoer.

Beleidskader Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2012 voor het eerst vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). De meest recentelijke onderhoudsactualisatie 2021-2024 is door de raad in haar vergadering van december 2021 vastgesteld. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie ‘basis’ (B) nagestreefd. De na te streven kwaliteitsmaatstaven per discipline zijn in de onderhoudsactualisatie beschreven. De beleidsvoornemen voor het vakgebied van de riolering zijn vastgelegd in het GRP 2019-2023. Het dagelijks- en het groot onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen vergt historisch gezien circa 20% van de (jaarlijkse) gemeentelijke lasten.

Kapitaalgoederen in Leusden

1.770.000 m2 wegen

22 km watergangen

1.330.000 m2 groen

27.000 m2 gebouwen

260 km riolering

Ontwikkelingen Actualisatie groot onderhoud in 2021 door de raad vastgesteld Eind 2021 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De geactualiseerde onderhoudsramingen zijn vastgesteld voor de periode 2021-2024 en financieel doorgerekend tot en met het jaar 2032. De benodigde uitgaven voor het in standhouden van de Openbare Verlichting en de vervanging van de containers voor ondergrondse afvalinzameling maken voor het eerst ook onderdeel uit van de actualisatie van de beheerplannen. In de door de raad vastgestelde onderhoudsactualisatie zijn zowel de uitgaven van groot onderhoud- als de voorziene vervangingsinvesteringen in de aanwezige kapitaalgoederen inzichtelijk gemaakt. Daarmee voldoet de begroting van de gemeente aan de BBV vereiste dat investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd en – evenals investeringen met economisch nut - afgeschreven worden overeenkomstig de verwachte levensduur. In het jaar 2023 voorziene werkzaamheden In de wijk Leusden Zuid wordt het laatste gedeelte van het vervangen van asfalt voor klinkers op de niet doorgaande wegen uitgevoerd. Tegelijkertijd wordt de regenwaterafvoer losgekoppeld van het rioolstelstel. In de wijk Hamersveld Nieuw worden enkele, niet doorgaande, wegen vervangen voor klinkers en wordt het riool waar nodig aangepakt.

Groen- en speelvoorzieningen worden waar mogelijk eveneens meegenomen. Verder wordt ook de Burgemeester de Beaufortweg volledig aangepakt. Een gedeelte van de weg wordt ook verkeerskundig herzien conform de uitgangspunten in het mobiliteitsplan. De groenvoorzieningen, paden, bruggen en speelvoorzieningen in park Princenhof zijn al langer aan onderhoud toe. Deze werkzaamheden worden in 2023 gekoppeld aan een wens om het park luxer in te richten als gevolg van de transformatie van kantoren naar woningen in dit gebied. Het reguliere onderhoud van verhardingen wordt binnen de kaders van een nieuw af te sluiten raamovereenkomst planmatig op diverse locaties uitgevoerd. Voor het jaar 2023 staat verder een toplaagvervanging van twee velden bij hockeyvereniging MHCL in de planning.

66

Actualiteit van de gemeentelijke beheerplannen Voor de beheerplannen en de financiële doorrekening die hier op gebaseerd is, geldt dat alle beheerplannen in 2021 zijn geactualiseerd. De laatste actualisatie van de beheerplannen vond plaats in 2016. Daarmee is voldaan aan de vereiste om de gemeentelijke beheerplannen binnen een termijn van vijf jaar te actualiseren. Tijdens het actualiseren van de beheerplannen is vastgesteld dat er géén sprake is van achterstallig onderhoud waarbij er sprake is van kapitaalvernietiging of onveilige situaties. Wel komt het incidenteel voor dat niet altijd op alle onderhoudsdisciplines het beoogde kwaliteitsniveau van instandhouding wordt gehaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door capaciteitsproblemen en de daaruit volgende prioritering in de werkzaamheden van gemeentelijke projectleiders en werkvoorbereiders. Van achterstallig onderhoud of kapitaalvernietiging is hierbij echter geen sprake. De lasten van groot onderhoud worden opgevangen middels de hiertoe ingestelde onderhoudsvoorzieningen. Hierbij worden de onderhoudsvoorzieningen op een dermate niveau gebracht dat het noodzakelijke geachte onderhoud voor een periode van 12 jaar (vanaf het jaar van actualisatie) plaats kan vinden. Onderhoudsdiscipline - waterbeheer - wegenbeheer - verkeersregelinstallaties - civiele kunstwerken - gebouwenbeheer - groenonderhoud

Beheerplan Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24

Actualisatiejaar 2024 2024 2024 2024 2024 2024

Groot onderhoud ’21-‘24

2024

- buitensportaccommodaties

Beleidskader Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Bomenplan 2012-2021 Groenbeheerplan 2019-2030 Groot onderhoud ‘21-‘24 Speelruimteplan 2011-2021 Uitvoeringsplan spelen 2020-2023 Groot onderhoud ’21-‘24

Groot onderhoud ’21-‘24

2024

- riolering - openbare verlichting

GRP 2019-2023 Beleidsplan Openbare verlichting

GRP 2019-2023 Beleidsplan OVL ’15 –‘24 Groot onderhoud ’21-‘24 Groot onderhoud ’21-‘24

2023-2024 2024

- speelvoorzieningen

- ondergrondse afvalinzameling

Vervangingsplan ’20-‘30

2024

Uitvoering groot onderhoud Onderstaande tabel geeft inzicht in de totale kosten voor het groot onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De uitgaven zijn inclusief indirecte kosten en BTW, daar waar de BTW kostprijsverhogend doorwerkt in de budgetten. De onderstaande budgetten zijn gebaseerd op de groot onderhoudsactualisatie 2021-2024. In de onderhoudsactualisatie zijn de benodigde instandhoudingskosten tot en met het jaar 2032 in beeld gebracht. De uit de onderhoudsvoorzieningen bekostigde onderhoudsbudgetten zijn verder met 6% geïndexeerd ten opzichte van 2022 vanwege prijsstijgingen. De indexatie is in de onderstaande budgetten verwerkt. bedragen x € 1.000 Uitgaven groot onderhoud (incl. VAT en indexatie)

2023

2024

2025

2026

- Wegen - Civiele kunstwerken en parkeerdekken - Verkeersregelinstallaties - Waterbeheer - Groenbeheer - Speelvoorzieningen - Buitensportaccommodaties Gebouwenbeheer - verhuurde panden - algemeen gebruik - binnensportaccommodaties - cultureel / sociaal - zwembad Octopus

1.062 205 14 57 28 27 607

2.635 330 14 57 71 26 168

322 224 14 63 28 26 39

1.452 346 14 90 34 26 46

28 99 66 44 396

5 97 297 139 631

141 80 302 113 219

10 99 107 47 51

Totaal budgetten groot onderhoud

2.633

4.470

1.571

2.322

67

Hoogte van de onderhoudsegalisatievoorzieningen

Het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse voorzieningen. De voorziene stand van de onderhoudsegalisatievoorzieningen per 1-1-2023 is hieronder opgenomen. Ook de voorziene stand van de voorziening egalisatie rioolbeheer is in de tabel opgenomen. bedragen x € 1.000 Onderhoudsegalisatievoorzieningen

2023

wegbeheer deklagen: bestrating

1.551

wegbeheer, elementen

186

waterbeheer

45

gebouwenbeheer

752

groenbeheer (en speelvoorzieningen)

83

riolering buitensportterreinen Totaal voorzieningen per 1-1-2023

2.130 378 5.125

Toevoegingen aan de onderhoudsegalisatievoorzieningen Via de exploitatie worden jaarlijks middelen toegevoegd aan de diverse onderhoudsvoorzieningen. De structurele toevoeging aan de onderhoudsvoorziening (exclusief riolering) loopt in de meerjarenbegroting op naar € 3,2 mln. in het jaar 2026. Vanuit deze jaarlijkse dotatie kunnen naar huidige inzichten de in de onderhoudsactualisatie opgenomen instandhoudingsuitgaven tot en met het jaar 2032 worden bekostigd.

Vervangingsinvesteringen openbare ruimte De raad heeft in december 2021 ingestemd met de uitgaven voor groot onderhoud én de benodigde vervangingsinvesteringen voor de periode 2021-2032. De in deze rapportage voorziene onderhoudsuitgaven en vervangingskredieten zijn verwerkt in de gemeentelijke begroting. De vervangingsuitgaven worden, evenals de uitgaven voor groot onderhoud, geïndexeerd met 6% ten opzichte van het begrotingsjaar 2022. In de onderstaande tabel staan de beoogde vervangingsinvesteringen weergegeven. bedragen x € 1.000 Uitgaven vervangingsinvesteringen

2023

2024

2025

2026

Bekostiging vanuit de reserve vervangingsinvesteringen: - vervangen wegen - vervangen civiele kunstwerken - vervangen verkeersregelinstallaties - vervangen groenvoorzieningen - vervangen speelvoorzieningen - vervangen buitensportaccommodaties

429 232 352 212 267 120

381 36 212 265 -

63 212 88 -

271 90 212 88 48

Bekostiging via de exploitatie: - vervangen masten en armaturen openbare verlichting - vervangen voorzieningen ondergrondse afvalinzameling

32

33

830 125

104

1.644

927

1.318

813

Totaal vervangingsinvesteringen

Bekostiging van de voorziene vervangingsinvesteringen Voor het grootste deel van de in de openbare ruimte voorziene vervangingsinvesteringen worden vooraf in de begroting middelen gespaard/gereserveerd (zie tabel hier boven). Voor deze uitgaven wordt jaarlijks – conform de door de raad bekrachtigde onderhoudsactualisatie - een bedrag van € 725.000 toegevoegd aan de reserve voor vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte. Deze jaarlijkse toevoeging is bij de begrotingsopstelling 2023 met 6% verhoogd in verband met prijsindexatie. De reserve is naar huidige inzichten voldoende gevoed om de (afschrijvingslasten) van de voorziene vervangingsinvesteringen te kunnen dekken. Voor investeringen in de openbare verlichting en de ondergrondse afvalinzameling wordt niet vooraf in de begroting gespaard. Mutaties in de kapitaallasten van de openbare verlichting worden jaarlijks bij het opstellen van de begroting in de

68

meerjarenbegroting verwerkt. Daarnaast worden de afschrijvingslasten van de investeringen in de ondergrondse afvalinzameling jaarlijks meegenomen bij het de berekening van de hoogte van de afvalstoffenheffing.

Uitgaven vanuit het Gemeentelijke rioleringsplan (GRP) Op basis van het door de raad in 2019 bekrachtigde GRP worden groot onderhoudsuitgaven en renovatie uitgaven in de gemeentelijke begroting gebracht. Beide typen uitgaven worden (binnen de kaders van het BBV) direct in mindering gebracht op de gespaarde bedragen binnen de voorziening egalisatie rioolbeheer. In het GRP staan voor het jaar 2023 de onderstaande werkzaamheden opgenomen. Voor deze renovatie- en vervangingswerkzaamheden is op basis van het vastgestelde GRP krediet in de begroting van 2023 opgenomen. Afwijkingen ten opzichte van dit kader worden aan de raad voorgelegd middels de voorjaarsnota dan wel de najaarsnota dan wel verantwoord in de gemeentelijke jaarrekening. bedragen x € 1.000 Renovatie en vernieuwingsuitgaven GRP

2023

Noordelijk deel Leusden Zuid

425

Vervangen en renovatie divers

40

Doorvoeren verbeteringen/ambities uit het GRP

97

Vervanging gemalen

38

Totaal krediet GRP

600

Kapitaalinvesteringen beleidsplan Verkeer en Vervoer In december 2021 is het nieuwe Mobiliteitsplan ‘Leusden kijkt vooruit’ vastgesteld. Op basis van deze Mobiliteitsvisie wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. Ten tijde van het opstellen van deze begroting wordt er nog gewerkt aan deze uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda wordt eind 2022, begin 2023 ter vaststelling aangeboden, met een dynamisch karakter. Daarmee wordt gestreefd naar een periodieke actualisatie van het uitvoeringsprogramma (actualisatie eens in de twee tot drie jaar) waarbij de financiële positie van de gemeente een belangrijk aandachtspunt vormt voor de beoogde hoogte van investeringen op het gebied van Mobiliteit. In de uitvoeringsagenda worden de maatregelen genoemd die nodig zijn om Leusden op langere termijn bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Daarbij wordt ook ingezoomd op het onderwerp duurzaamheid, een thema dat steeds belangrijker wordt. De uitvoeringsmaatregelen uit het nieuwe Mobiliteitsplan worden in eerste instantie gedekt vanuit de nog binnen de reserve bovenwijkse voorzieningen vrij aanwendbare middelen. Hierop aanvullend is vanuit het CUP 2018-2022 een extra investeringsvolume in de begroting opgenomen van € 3,75 mln. (€ 0,75 mln. per jaar). Nieuwe initiatieven en projecten vanuit het Mobiliteitsplan zullen vanuit de beide dekkingsbronnen worden bekostigd.

Uit oogpunt van integraliteit verdient het aanbeveling pas maatregelen te nemen/selecteren aan de hand van het uitvoeringsprogramma waarin alle projecten worden benoemd, waarmee wel kostbare tijd verloren gaat. Vandaar wordt voorgesteld om vooruitlopend op de uitvoeringsagenda in ieder geval één project op voorhand hoge prioriteit te geven. Daarbij gaat het om een project dat onmiskenbaar bijdraagt aan de in het Mobiliteitsplan genoemde ambities, waaronder het stimuleren van het gebruik van de fiets. Optimaliseren fietsinfrastructuur Hamersveldseweg-zuid Het gedeelte Hamersveldseweg tussen de Grasdrogerijweg en de Burgemeester van der Postlaan wordt door velen als onveilig ervaren en dat komt voornamelijk door het hoge aantal auto’s dat (vaak met te hoge snelheid) over deze weg rijdt. Het aanzienlijk verminderen van de hoeveelheid autoverkeer op dit weggedeelte komen de fietsveiligheid en het fietsplezier ten goede. Een van de maatregelen die hier aan kan bijdragen is de omvorming van het kruispunt Hamersveldseweg-Burg. van der Postlaan tot een rotonde, waarbij het autoverkeer gedwongen wordt om rechtsaf de Burg. van der Postlaan op te rijden. Dit houdt in dat autoverkeer de Burg. van der Postlaan niet langer kan oversteken.

Als het lukt om het autoverkeer dat hier niet echt hoeft te zijn (sluipverkeer) van deze weg te weren biedt dit kansen om dit weggedeelte als fietsstraat aan te wijzen en in te richten. En daarmee ontstaat een directe en veilige fietsverbinding tussen Tabaksteeg (en de beoogde uitbreiding daarvan) enerzijds en het centrum van Leusden anderzijds.

69

Paragraaf D Financiering Treasury-functie De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van de overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de ministeriële Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) en de Treasury verordening 2016.

Bestuurlijke samenvatting In 2023 verwachten we € 32.000 aan rentebaten te realiseren. Aan rentelasten over reeds aangetrokken leningen betalen we € 223.000. Op deze aangetrokken leningen lossen we ruim € 1.000.000 af.

Financieringsbeleid De gemeente zet overtollige geldmiddelen uit bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren). Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering met externe middelen beperkt door eerst eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn worden externe middelen in de vorm van projectfinanciering aangetrokken.

Financieringspositie De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Door de som van de boekwaarde van activa te verminderen met de aangewende financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (opgenomen leningen en voorzieningen) wordt deze financieringsbehoefte bepaald. In de primaire begroting van 2023 wordt uitgegaan van een financieringsoverschot van € 0,7 mln. X € 1.000

2023

2024

2025

2026

Boekwaarde activa

75.859

76.051

72.747

70.693

Vermogen

76.521

74.764

76.190

74.779

662

-1.287

3.443

4.086

Financieringssaldo

Bovenstaande berekening is een momentopname. De feitelijke omvang van het financieringssaldo is o.a. afhankelijk van het daadwerkelijke verloop van de geplande investeringen en de dagelijkse ontvangsten en betalingen gedurende het jaar. In de loop van het begrotingsjaar zal blijken wat de werkelijke financieringsbehoefte is.

Indicatoren Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een spreiding binnen de langlopende lening portefeuille te komen zodat het renterisico wordt beperkt. De jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De jaarlijks verplichte aflossingen van de reeds aangetrokken leningen vallen ruim binnen de gestelde norm. De aangetrokken leningen hebben een vast afgesproken rentepercentage voor de gehele looptijd, renteherziening is hierop niet van toepassing. Kasgeldlimiet Het doel van de kasgeldlimiet is om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Gemeenten mogen hun financieringsbehoeften slechts voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) financieren. In de wet FIDO is bepaald dat de gemiddelde netto vlottende schuld (looptijd korter dan een jaar) per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. De norm is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. De Gemeente Leusden heeft op dit moment geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld).

70

Drempelbedrag schatkistbankieren De lagere overheden zijn verplicht overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist). Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Op dit moment is het drempelbedrag 2% van het begrotingstotaal met een ondergrens van € 1.000.000. Wij mogen in 2023 een positief rekening-courantsaldo bij de banken hebben van € 1.460.000. Om echter de negatieve creditrente van banken zoveel mogelijk te ontwijken worden alle overtollige middelen (kosteloos) bij de schatkist gestald. x € 1.000 1. Begrotingstotaal (incl. grondbedrijf) 2. Renterisiconorm 20% (van 1) 3. Verplichte aflossing leningen 4. Kasgeldlimiet 8,5% (van 1) 5. Drempelbedrag schatkistbankieren 2,0% (van 1)

2023 73.003 14.601 1.051 6.205 1.460

2024 73.245 14.649 1.051 6.226 1.465

2025 73.556 14.511 1.051 6.167 1.451

2026 72.089 14.418 1.051 6.128 1.442

Rente Rentebeleid In lijn met de BBV-richtlijnen verantwoorden we in de begroting alleen de (verwachte) werkelijk te betalen en te ontvangen rente. Op het taakveld Treasury wordt de te betalen rente over de investeringen meerjarig geraamd op basis van de aangetrokken leningen. Aan activa worden de werkelijke rentelasten van externe leningen toegerekend. In de Leusdense begroting is dit alleen het geval bij de rente van projectfinanciering (zie hierna bij ‘Betaalde rente leningenportefeuille’). Voor de overige activa zijn geen leningen aangetrokken, waardoor er geen rentelasten maar alleen afschrijvingslasten worden toegerekend. De te ontvangen rente wordt realistisch geraamd op basis van de werkelijk te ontvangen rente. Betaalde rente leningenportefeuille De actuele leningenportefeuille bestaat uit de volgende 5 leningen. Aflossing leningen x € 1.000 2015; BNG – MFC Atria 25-jarige lening € 6 mln. 2018; BNG – Hart van Leusden 25-jarige lening € 5,7 mln. 2019; BNG – IKC Berkelwijk 25-jarige lening € 4,3 mln. 2020; BNG – MFC Atria uitbr.+MKC ’tRonde 25-jr lening € 3,9 mln. 2021; NWB - IKC Groenhouten 25-jr lening € 6,35 mln. Totaal aflossing

2023 240 228 173 156 254 1.051

2024 240 228 173 156 254 1.051

2025 240 228 173 156 254 1.051

2026 240 228 173 156 254 1.051

2023 72 66 47 9 29 223

2024 68 63 44 8 28 211

2025 63 60 42 8 27 200

2026 60 56 40 8 25 189

Rentelast leningen x € 1.000 Rente BNG – MFC Atria lening € 6 mln. 1,705% Rente BNG – Hart van Leusden lening € 5,7 mln. 1,455% Rente BNG – IKC Berkelwijk lening € 4,3 mln. 1,278% Rente BNG - MFC Atria+ MKC ’tRonde lening € 3,9 mln. 0,245% Rente NWB - IKC Groenhouten lening € 6,35 mln. 0,489% Totaal rente

Renteopbrengst De rente opbrengsten worden realistisch geraamd op basis van de werkelijk te verwachten rente inkomsten. x € 1.000 1. Rente-inkomsten uitgezette leningen duurzaamheid 2. Rente-inkomsten overig 3. Totaal rente opbrengsten (totaal 1 + 2)

2023 17 15 32

2024 16 15 31

2025 15 15 30

2026 14 15 29

71

Renteschema In onderstaand schema wordt uiteen gezet hoe de rentetoerekening in de begroting 2023 plaatsvindt: a. b. c1. c2.

d1 d2 e

externe rentelasten over korte en lange financiering externe rentebaten Saldo rente lasten en rentebaten rente die aan grondexploitatie wordt doorberekend rente van projectfinanciering die aan betreffende taakvelden moet worden doorberekend Aan taakvelden toe te rekenen rente rente over eigen vermogen rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente aan taakvelden toegerekende rente Positief renteresultaat op het taakveld treasury

222.500 32.000 € 190.500 0 215.000 215.000 € 24.500 € 24.500

De externe rente lasten (a.) betreffen de rentelasten van de leningen die zijn aangetrokken voor de financiering van de projecten MFC Atria (incl. uitbreiding), Hart van Leusden, IKC Berkelwijk, MKC ’t Ronde en IKC Groenhouten. Dit betreft rente van projectfinanciering die voor het grootste deel wordt toegerekend aan de betreffende taakvelden (c2). Aangezien Leusden geen andere leningen heeft wordt er geen rente doorberekend aan de grondexploitaties (c1) en ook niet aan de overige taakvelden (e). Conform het vernieuwde rentebeleid wordt er geen rente meer berekend over reserves en voorzieningen.

72

Paragraaf E Bedrijfsvoering Doel en inleiding De paragraaf bedrijfsvoering geeft op hoofdlijnen inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens van de bedrijfsvoering in onze gemeente voor het jaar 2023. We werken er bij de gemeente Leusden hard aan om de gemeente Leusden een fijne plek te laten zijn om te wonen, te werken en te leven. Dat doen we voor onze inwoners, organisaties en bedrijven. Samen vooruitkijken, samen werken en als het kan samen besluiten. Dat is de verwachting die we waar willen maken. Met een gezonde werkbalans voor alle medewerkers van de gemeente Leusden. We werken met kracht en focus aan oplossingen die aansluiten bij de vraagstukken en ambities in de Leusdense samenleving. De gemeente Leusden, faciliteert, regelt, en organiseert. Om alle taken uit te voeren en onze plannen en ambities te realiseren is het van belang dat de organisatie goed is uitgerust. Daarvoor is een goede bedrijfsvoering nodig. Bedrijfsvoering gaat over mensen, middelen en mogelijkheden om de gemeente goed te laten functioneren en over de randvoorwaarden die onze ambities, plannen en voornemens helpen realiseren. Onderwerpen die daarbij aan de orde kunnen komen zijn: personeel, organisatie, automatisering, huisvesting, financiën enzovoorts.

1. Robuuste en slagvaardige dienstverlening aan samenleving en politiek We hebben te maken met een stapeling van complexe vraagstukken in een kritische samenleving. Het is belangrijk dat raad, college en ambtenaren elkaar vasthouden. Samen blijven werken aan haalbare en uitvoerbare plannen is daarbij erg belangrijk. Om de wettelijke taken uit te voeren en de politieke ambities waar te maken is een kwalitatief en kwantitatief goed medewerkersbestand nodig. In maart 2020 heeft de gemeenteraad akkoord gegeven op een 3 jarenplan voor de organisatieontwikkeling. De ambtelijke organisatie is van een versplinterde, zeer ad- hoc ingerichte organisatie die permanent in de overlevingsstand stond aan het ontwikkelen naar een meer gestandaardiseerde en gemanagede organisatie. Het werken aan de organisatieontwikkeling laat successen zien: het ziekteverzuim is gedaald en de werktevredenheid is gestegen. Tegelijkertijd zijn er ook nog stappen te zetten om de doelen van de organisatieontwikkeling te realiseren. Daar gaan we ook in 2023 mee door. Het richten van de organisatie voor een goede balans werk- capaciteit is daarin een belangrijk onderdeel. De afgelopen jaren met de coronapandemie en de vluchtelingencrisis hebben bij uitstek laten zien dat het huidige tijdsgewricht vraagt om een wendbare en robuuste organisatie.

Om in te kunnen springen op plotselinge veranderingen in systeem en/ of omgeving moet niet alleen voldoende strategisch vermogen en sturing in de organisatie aanwezig zijn (dat is de afgelopen 2 jaar verbeterd), maar ook ruimte bij beleids- en uitvoeringsteams om de bakens te kunnen verzetten en zich aan te passen aan de nieuwe omgeving en aangepaste prioriteiten. Op een aantal onderdelen blijkt nu dat daar nog een inhaalslag te maken is. Op een aantal andere punten constateren we dat ambities die structureel van aard zijn slechts incidenteel gedekt zijn waardoor nieuwe investeringen nodig zijn om op hetzelfde niveau te kunnen blijven presteren. Om op korte termijn niet in serieuze problemen te komen is op enkele taakvelden direct structurele investering nodig. Dit betreft werkzaamheden die verricht moeten worden. Verder uitstel van deze investering leidt tot niet- invulling van taken en/ of extra kosten externe inhuur. De betreffende (formatie)kosten zijn in deze begroting op de diverse taakvelden waar ze betrekking op hebben verwerkt.

2. Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering Per 1 januari 2017 werken de gemeente Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten samen op het gebied van bedrijfsvoering (BLNP-verband). De samenwerking is aangegaan omdat er voordelen en resultaten kunnen worden behaald op de zogenaamde 4K’s: • een betere kwaliteit van dienstverlening; • een minder kwetsbare positie bij een toenemend takenpakket en de eisen die daaraan gesteld worden;

73

• een kostenbesparing door gezamenlijke inkoop, standaardisatie en harmonisatie van werkzaamheden; • een grotere kans voor het personeel in (door-) ontwikkeling en breedte en diepte in het takenpakket. Wij zijn op onderdelen van de samenwerking tegen de begrenzing van de mogelijkheden aangelopen gelet op de AVG en de Regeling Zonder Meer. Onze Regeling Zonder Meer (die er eerder was dan de AVG) biedt onvoldoende grond om uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk te maken. In 2022 is onderzoek verricht naar een duurzame oplossing en is gekeken naar een tussenoplossing voor de korte termijn. In het 4 e kwartaal van 2022 wordt het resultaat van het onderzoek bekend. Samenwerking vindt plaats op de volgende taakvelden: Financiën In 2023 gaan we verder met het harmoniseren van processen waarbij de prioriteit met name ligt bij de basis op orde. Bij het harmoniseren van processen kijken we ook naar verbetering van processen waarbij ook bevindingen van de accountant waar mogelijk worden opgevolgd. Door processen te harmoniseren is onderlinge vervanging tussen de vier gemeenten mogelijk en zorgen we voor vermindering van de kwetsbaarheid. De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording (door het college) is binnen BLNP gezamenlijk opgepakt. De wet is inmiddels door het Parlement aangenomen maar de invoering is met een jaar uitgesteld.

Dit betekent dat de wijzigingen voor het verslagjaar 2023 van kracht zijn. We hebben het voornemen om het verslagjaar 2022 als pilot te gaan gebruiken. Het opgestelde gezamenlijke beleidskader zal in het najaar aan de werkgroep financiële verantwoording worden aangeboden. ICT In 2023 willen we binnen het taakveld ICT verder doorgroeien op de afgesproken onderdelen zoals: Gezamenlijke beleidsontwikkeling en uitwerking van een I-visie voor de 4 gemeenten. De technische implementatie van Wet Open Overheid (WOO). De steeds toenemende cybercriminaliteit noopt ons zeer attent te blijven op de digitale weerbaarheid van onze omgevingen. Dat vergt meer aandacht en ontwikkeling van kennis en bewustwording op het onderdeel veiligheid. Het beheer en gebruik van de data wordt steeds belangrijker. Dat vraag meer aandacht voor het respecteren van de persoonsgegevens als onderdeel van de data die we beheren in het kader van de AVG en de ethische aspecten die daarbij een rol spelen. In het technisch beheer gaan we door met het verder afstemmen van de technische keuzen en het toegroeien naar een uniforme architectuur. De basis moet op orde blijven ook al zijn er nieuwe technische ontwikkelingen. De werkplek wordt hybride (op meerdere plekken moet kunnen worden gewerkt). De eisen nemen toe, dat vraagt meer ondersteuning die geboden moet worden.

De focus zal de komende jaren blijven liggen op: De uitbouw van de BLNP-office 365 omgeving: De samenwerkingsomgeving wordt de centrale kolom in de samenwerking. Successievelijk worden daarbij nieuwe diensten aangeboden zoals telefonie, andere communicatiemiddelen, meer uniformiteit van opslag van bestanden, samenwerking aan bestanden en archiefmogelijkheden naar zaaksystemen. De technische ontwikkelingen die steeds sneller gaan en waarop we zullen blijven anticiperen; De beleidskeuze ‘Cloud tenzij’: De applicaties zullen meer op afstand komen en dat betekent een successievelijke afbouw van de eigen omgevingen. Naast de applicaties worden ook desktops en storage mogelijkheden vanuit de Cloud aangeboden. Dat gaat leiden tot een geleidelijke afbouw van de eigen (on premise) serverparken. HRM Ook het jaar 2023 staat in het teken van harmoniseren, zowel binnen de Personeels- en Salarisadministratie als binnen het team HR-Beleid en Advies. Een continu proces, waarbij net als in de afgelopen periode sprake is van doorontwikkeling van het e-HRM systeem dat door de vier gemeenten gebruikt wordt. De implementatie van modern HR-beleid, - instrumenten en processen heeft impact op de hele organisatie en vraagt om zorgvuldige afstemming en fasering.

Dit zien we bijvoorbeeld terug in het harmoniseren van de arbeidsvoorwaarden van de vier gemeenten dat eind 2022/begin 2023 geeffectueerd dient te worden. Investeringen in modern en professioneel HRM zien we als een noodzaak én een kans om te zorgen voor een goede en concurrerende arbeidsmarktpositie en behoud van gemotiveerd personeel. Zo vraagt de huidige krapte op de arbeidsmarkt om een doelgroepgerichte en onderscheidende arbeidsmarktcommunicatie. Het verder implementeren van aanbevelingen uit een

74

afstudeeronderzoek in 2022 op dit onderwerp is een van de prioriteiten. Verder werken we aan versterking van de verzuimaanpak met de gemeenschappelijke arbodienst en vernieuwing van de gesprekscyclus tussen medewerkers en management. Zo zijn en blijven we als vier gemeenten een aantrekkelijke werkgever. Juridische Zaken Ook in 2023 zal Juridische Zaken BLNP zich inspannen om te komen tot een BLNP-brede uitvoering van de juridische dienstverlening in de 4 gemeenten zoals we dat hebben vastgelegd in het jaarplan. Voor het komende jaar leggen we daarbij o.a. de focus op de volgende onderwerpen: De standaard borging van privacyaspecten bij de start van projecten; In 2022 hebben we uitvoering gegeven aan de start en uitrol van de Wet Open Overheid, waarbij het ‘need to have’ voorrang heeft gekregen. In 2023 willen we daar een volgende stap in zetten met een verdere borging/inbedding van de Wet Open Overheid binnen de 4 organisaties; We blijven toewerken naar (verdere) uniformering en integraal gebruik van zaaksystemen; Teamontwikkeling JZ BLNP; Een goede balans behouden tussen enerzijds ad-hoc crisisinzet en anderzijds inzet van mensen en middelen op reguliere werkzaamheden en ontwikkelopgaven.

3. Informatieveiligheid In 2022 hebben we gezien hoe groot de impact van een kwetsbaarheid als Log4j (veel gebruikte software voor logging) kan zijn in verschillende gemeentelijke informatiesystemen. Ook zijn er afgelopen jaar meer gerichte phishing aanvallen geweest dan de voorgaande jaren. Hoe gaat de gemeente om met deze dreigingen? De acties en ontwikkelingen die worden uitgevoerd om maatregelen te nemen tegen dergelijke dreigingen zijn gebaseerd op de verplichte overheidsnorm voor informatieveiligheid, de Baseline Informatiebeveiliging voor de Overheid (BIO). Op basis van de BIO wordt periodiek een risicoanalyse gemaakt, op grond daarvan maakt de gemeente keuzes voor het implementeren van maatregelen. Met behulp van een actieplan en het uitvoeren van interne audits, zoals de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA), wordt de voortgang in de gaten gehouden. Door het voldoen aan de BIO-normen zal de weerbaarheid verder toenemen. Eind 2022 doorlopend naar 2023 wordt er extra ingezet op bewustwording door middel van nieuwe e-learning modules met aansprekende praktijkvoorbeelden. Er wordt verder gegaan met het vastleggen van BIOverplichtingen in beleid en het professionaliseren van processen.

In verband met het vastlopen van de gezamenlijke aanbesteding met de VNG over het aanschaffen van een netwerkmonitoring systeem (een onderdeel van GGI-Veilig), wordt er in 2023 in de BLNP-samenwerking onderzoek gedaan naar een nieuwe oplossing. Deze SIEM/SOC oplossing helpt digitale dreigingen te herkennen en zo te voorkomen. Een aandachtspunt in 2023 is het implementeren en uitvoeren van het loggingbeleid. Dit loggingbeleid beschrijft de uitgangspunten van en kaders voor logging in de BLNP-samenwerking. Daarmee wordt aangegeven hoe bepaalde maatregelen van het BIO-beleid per gemeente worden ingevuld.

75

Paragraaf F Verbonden Partijen Belang van samenwerken met andere partners De gemeente wil beoogde doelen optimaal realiseren. Een optimale borging van het publieke belang is daarbij essentieel. Soms zoeken we samenwerking met derden of beleggen we de uitvoering extern via subsidiëring of inkoop. Een specifieke vorm van externe uitvoering is de verbonden partij. Soms volgt dit uit wetgeving, bijvoorbeeld bij de Veiligheidsregio’s en de Regionale Uitvoeringsdiensten. Soms dwingen de ontwikkelingen van schaalvergroting en nieuwe gemeentelijke taken tot regionale samenwerking voor de uitvoering van deze taken.

Kenmerken van Verbonden Partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk belang en financieel belang heeft. Dit betreft enerzijds de publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen en anderzijds privaatrechtelijke deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer de financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Als de financiële relatie alleen bestaat uit gemeentelijke bijdragen in de vorm van inkomens- of vermogensoverdrachten zoals een subsidie, dan is er geen sprake van een financieel belang. Deze relaties zijn daarom niet in deze paragraaf opgenomen. Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang. De raad heeft een kader stellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de (beleids-)programma’s.

Lokale en regionale sturing op Verbonden Partijen Het laten uitvoeren van gemeentelijke taken door Verbonden Partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel. Sinds 2015 is (op initiatief van de Leusdense raad) daarom een regionale werkwijze voor de sturing en controle op verbonden partijen van kracht. Deze werkwijze is ook beschreven in de Nota Verbonden Partijen (2013). De werkwijze is in 2014 regionaal opgenomen in het Manifest Verbonden Partijen, dat is ondertekend door 10 gemeenteraden uit de regio Zuid-Oost Utrecht. De werkwijze haakt in op de aangescherpte Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) 2015. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 15 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Dit is vooral van groot belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. In de regionale werkwijze worden de verbonden partijen verzocht hun kadernota uiterlijk op 31 januari in te dienen, zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het AB van de verbonden partij de concept-begroting vaststelt.

Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst. De raad heeft per verbonden partij twee “rapporteurs” benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties. Gemeentelijk vindt geregeld overleg plaats tussen de accounthouders (beleidsadviseurs) en de financiële adviseurs. Zij toetsen het vastgestelde afsprakenkader rondom sturing en controle aan de praktijk en bespreken nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Beheersingsmethodiek voor verbonden partijen De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages, kaderbrieven, begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken. De Nota Verbonden Partijen vormt daarbij het kader.

76

Overzicht verbonden partijen en deelnemersbijdragen 2023 Naam verbonden partij

1.

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

2.

GGD regio Utrecht (GGDrU)

3.

Afval Verwijdering Utrecht (AVU)

4.

GBLT (belastingen)

5.

Regionale uitvoeringsdienst (RUD)

6.

Regionale Werkvoorziening

Programma begroting

Juridische rechtsvorm

Bijdrage 2022

Bijdrage 2023

(begroting)

(begroting)

Bestuur

gemeensch. regeling

€ 1.634.000

€ 1.684.000

Bestuur en Samenleving

gemeensch. regeling

€ 1.103.758

€ 1.127.400

Leefomgeving

gemeensch. regeling

€ 776.002

€ 793.400

Bestuur

gemeensch. regeling

€ 487.000

€ 487.000

Bestuur en Leefomgeving

gemeensch. regeling

€ 392.000

€ 457.000

Samenleving

gemeensch. regeling

€ 166.000

€ 142.000

Samenleving

vennootschap (BV)

€0

€0

Bestuur

vennootschap (BV)

€0

€0

Leefomgeving

regeling

€ 5.095

€ 5.704

Leefomgeving

vereniging

€ 12.643

€ 13.380

Leefomgeving

vereniging

€ 30.825

€ 30.905

Leefomgeving

vereniging

€ 2.800

€ 14.500

Bestuur

stichting

€ 101.550

€ 114.600

Bestuur

regeling zonder meer

€0

€0

€ 4.711.673

€ 4.869.889

Amersfoort (RWA) e.o. 7.

Amfors Holding BV

8.

Vitens

9.

Centrumregeling afvalwaterketen en grondwater

10. VvE Atlas

11. VvE Antares

12. VvE Huis van Leusden

13. Inkoopbureau Midden Nederland

14. Samenwerking Bedrijfsvoering BLNP

TOTAAL BIJDRAGEN 2022 en 2023

77

Financieel belang In totaal zal in 2023 door Leusden een deelnemersbijdrage aan de verbonden partijen van € 4,87 miljoen worden betaald. Dit is circa 6,67% van de totale gemeentebegroting. Het grootste deel van deze bijdrage is gekoppeld aan afgenomen producten en diensten. Het resterende deel betreft een bijdrage naar rato van het aantal inwoners of woningen. Het financiële belang van de gemeente Leusden in de verschillende Verbonden Partijen varieert tussen 0,5% en 10%, afhankelijk van het aantal en de omvang van de andere deelnemers in een Verbonden Partij.

Gegevens en ontwikkelingen per verbonden partij 1. Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers:

Utrecht Gemeenschappelijke regeling Alle gemeenten in de provincie Utrecht en de Meldkamer Ambulancezorg (MKA). De politie Eenheid Midden Nederland is aan de veiligheidsregio verbonden door een convenant.

Bestuurlijk vertegenwoordiger: Doel deelname:

Burgemeester G.J. Bouwmeester Uitvoering brandweerzorg, organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening bij rampen en noodhulpverlening in de regio Utrecht.

Openbaar belang:

Adequate brandweerzorg, rampen- en crisisbestrijding.

Bestuurlijk belang:

Alle burgemeesters van de 26 Utrechtse gemeenten hebben zitting in het AB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: Geen actuele ontwikkelingen. Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Gemeentelijke bijdrage 2023:

€ 1.684.000

Financieel belang:

Jaarlijkse inwonerbijdrage op basis van verhoudingen van budgetten binnen het gemeentefonds, de zgn. “ijkpuntscores”.

Financieel belang in % Leusden: Financieel resultaat VP begrotingsjaar: Eigen vermogen VP: Vreemd Vermogen VP:

1,90% € 0, i.c. sluitende begroting na bijdragen deelnemende gemeenten € 10.542.000 (stand eind 2023) € 81.881.000 (stand eind 2023)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Formatie en/of frictiekosten door de komst van de Omgevingswet. Compensatie door het Rijk voor financiële consequenties (on)gelijke behandeling vrijwilligers brandweer.

2. GGD regio Utrecht (GGDrU) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers:

Zeist Gemeenschappelijke Regeling Alle gemeenten in de provincie Utrecht

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel.

Doel deelname:

Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeente op het gebied van openbare gezondheidszorg. De dienst voert wettelijke “basistaken” en op lokaal beleid gebaseerde “keuzetaken” uit.

78

Openbaar belang:

Invulling geven aan de wettelijke rol bij crises en rampen. Bevorderen van een goede basisgezondheid en gelijke kansen op gezondheid voor de inwoners, onder meer door preventie.

Bestuurlijk belang:

Elke gemeente is met een lid vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur en (met uitzondering van gemeente Utrecht) ook in de bestuurscommissie. Het AB benoemt het DB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: Een gezond en veilig leven voor iedereen, ook de meest kwetsbaren. Dat is de rode draad in het werk van GGDrU. De begroting 2023 is beleidsarm omdat er een nieuwe bestuursagenda 2023-2027 wordt opgesteld.De GGD regio Utrecht heeft vanuit haar wettelijke taak (Wet publieke gezondheid) op het gebied van Infectieziektebestrijding een grote rol in de bestrijding van het Corona-virus en dat zal ook in 2023 de nodige inzet vragen. De inzet mbt tot corona wordt opgenomen als regulieronderdeel. Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2023: Financieel belang:

€ 1.127.400 De kosten van de wettelijke basistaken worden bij alle deelnemers in rekening gebracht; keuzetaken/maatwerk alleen bij de gemeenten waarvoor de taken zijn uitgevoerd. Een voordelig of nadelig saldo over het begrotingsjaar wordt over de deelnemende gemeenten omgeslagen op basis van het aantal inwoners per 1 januari van dat jaar.

Financieel belang in % Leusden: Financieel resultaat VP: Eigen vermogen VP:

ca 2,67% -/- € 198.000 dekking vanuit het Eigen Vermogen € 2.647.000 (stand eind 2023)

Vreemd Vermogen VP:

€ 14.627.000 (stand eind 2023)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De verhouding tussen de vaste (inwoner)bijdrage en de maatwerkopbrengsten moet zodanig zijn, dat de GGDrU in de financieringsstructuur een eventuele daling van maatwerkinkomsten zelf kan opvangen. Afwentelen overhead als gevolg van bezuinigingen op overige deelnemers.

3. Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Vestigingsplaats: Juridische rechtsvorm: Deelnemers: Bestuurlijk vertegenwoordiger: Doel deelname:

Soest Gemeenschappelijke regeling Alle gemeenten in de provincie Utrecht Wethouder W. Vos Zorgdragen voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van door de Utrechtse gemeenten ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.

Openbaar belang:

Zorgen voor overslag, transport en hoogwaardige verwerking van huishoudelijk afval en grondstoffen; de contractvorming en het -beheer hiertoe; monitoring van de samenstelling van het huishoudelijk restafval; advisering en communicatieve (campagnes) en beleidsmatige ondersteuning van de deelnemende gemeenten.

Bestuurlijk belang:

Het AB bestaat uit één lid uit elke gemeente.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij: AVU werkt samen met Circulus-Berkel en ROVA in “CirkelWaarde”, een samenwerking waarmee de drie organisaties de circulaire economie - met name op het gebied van de circulaire verwerking van grondstoffen uit het afval - willen stimuleren. Programma in begroting:

Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid

79

Gemeentelijke bijdrage 2023: Financieel belang:

€ 793.400

Financieel belang in % Leusden: Financieel resultaat VP begrotingsjaar: Eigen vermogen VP:

Baten en lasten worden 100% aan de deelnemers doorberekend. De GR heeft een 100% belang in de NV Afvalverwijdering Utrecht (en is zo hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele omzetbelastingschulden van de NV), en een minderheidsbelang in de NV Rova Holding. 1,62% €0 € 350.000 (eind 2023)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3145/documents/34746