CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieplan-Verkenning-Voorkeursbeslissing-Windenergie-Provincie-Utrecht.pdf

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente LeusdenBij agendapunt: 5: RV Zienswijze ontwerp NRD planMER Windenergie6.223 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PARTICIPATIEPLAN Verkenning en Voorkeursbeslissing Windenergie Utrecht

PROVINCIE-UTRECHT.NL

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE| 1

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave

2

Inleiding

3

Aanleiding

3

Doel

4

Kernboodschap

4

Gefaseerd proces windenergie

4

Betrokken Partijen

5

Organisatie

5

Aanpak

5

Proces tot nu toe

5

Uitgangspunten

6

Lokale processen worden niet doorkruist

6

Participatie passend bij de scope

6

Positie van raadsleden en statenleden en het samenspel is voor partijen duidelijk

6

Participatie per fase

7

Verkenningsfase 1: (ontwerp-) NRD

7

Verkenningsfase 2: plan MER

8

Fase 3a: voorkeursalternatief

8

Fase 3b: Voorkeursbeslissing

9

Vervolgfase projectbesluit

10

Communicatie

11

Communicatie-uitgangspunten

11

Rol van de Provincie

11

Rol van de RES regio’s en gemeenten

11

Wijze van communicatie

11

Middelen

12

BIJLAGEN

13

Bijlage 1 - projectprocedure en participatie

14

Participatie bij een projectbesluit

14

Waarom participatie bij projectprocedures?

14

De kennisgeving van participatie bij projectbesluiten

14

Motiveringsplicht voorkeursbeslissing en projectbesluit

14

Bijlage 2 - Stakeholders

15

INLEIDING Voor u ligt het ‘Participatieplan Verkenning en Voorkeursbeslissing windenergie Provincie Utrecht’. Onderdeel van het proces om tot locaties voor windenergie binnen de provincie Utrecht te komen is het participatietraject. De uitvoering van dit participatietraject loopt gelijktijdig met de verkenningsfase voor de te onderzoeken windlocaties middels een planMER en de fase van voorkeursbeslissing. Het planMER is het rapport waarin de uitkomsten van het feitelijke milieu-effectenonderzoek staan. In het planMER staan geen keuzes, maar het geeft alleen de relevante milieu-informatie. Dit planMER geeft input voor verdere besluitvorming over locaties waar windparken mogelijk gemaakt kunnen worden. Dit participatieplan richt zich op de participatie bij de Verkenning en Voorkeursbeslissing voor windenergie door de provincie Utrecht. De verkenningsfase bestaat uit twee delen: NRD fase en planMER fase. Daarna komt de fase van het voorkeursalternatief waar de participatie intensiever zal worden. Om goede inbreng te krijgen is er voor gekozen om in deze fase een tussenstap te doen met een voorkeursalternatief wat daarna zal leiden tot een (ontwerp-)voorkeursbeslissing. In dit participatieplan is aangegeven wie, wanneer op welke wijze zal worden betrokken. Per fase is daarbij aangegeven hoe de terugkoppeling van deze input meegenomen wordt in de volgende fase.

AANLEIDING In het nationaal Klimaatakkoord spraken de overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven af om de uitstoot van CO2 in 2030 met 49% te beperken. Gemeenten, provincies en het Rijk hebben zich gecommitteerd om in 2030 landelijk 35 TWh zonne- en windenergie op land op te wekken. De verantwoordelijkheid voor de realisatie daarvan is via de RES-regio's bij gemeenten, provincies en waterschappen neergelegd. In de 3 RES regio’s in de provincie is met elkaar afgesproken om bij elkaar 2,4 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Op basis van de doelstellingen in de RES regio’s is de provinciale doelstelling voor de opwek van hernieuwbare elektriciteit opgenomen in de Omgevingsvisie provincie Utrecht (55% in 2030). Conform de afspraken binnen de RES regio's en in lijn met de verzoeken van Provinciale Staten, is in juli 2022 een Tussenbalans opgesteld om te zien of de RES'en op koers liggen. Er is in veel gemeenten hard gewerkt, ook na RES 1.0. Op sommige onderdelen en locaties is goede voortgang geboekt. Zon-op-dak ligt bijvoorbeeld goed en soms zelfs voor op schema. Echter, op grootschalige opwekking van zonne-energie en windenergie op land loopt de voortgang achter op schema en is de afspraak om de ruimtelijke procedures in 2022 te starten vaak niet gehaald.

In de Tussenbalans werd ook duidelijk dat de verhouding zon-wind uit balans is met een verwacht opgesteld vermogen van 90% zon tegenover 10% wind. Een goede balans zonwind is belangrijk voor het toekomstig energiesysteem doordat er ook windenergie opgewekt wordt in de nachten en in de winter (als de zon niet schijnt). Ook de maatschappelijke kosten zijn lager wanneer zon en wind in balans zijn. Daarnaast is het ook nodig voor de netinfrastructuur, omdat met een combinatie van zonne- en windenergie 4x meer energie opgewekt kan worden op dezelfde infrastructuur dan wanneer enkel op zonne-energie wordt ingezet. Het belang van een betere balans zon-wind is door afgekondigde netcongestie urgenter geworden, waardoor een efficiëntere benutting van het elektriciteitsnet nog belangrijker is geworden. Provinciale Staten hebben daarom op 21 september 2022 een besluit genomen over de Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht. Hierin was afgesproken dat de provincie zou starten met de verkenning als voorbereiding op een projectbesluit- of inpassingsplanprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende plannen voor de opwek voor windenergie door gemeenten ingebracht zouden worden. Er is een rapportage opgesteld over de voortgang van windenergie in de provincie en hieruit blijkt dat meerdere gemeenten positief staan tegenover windenergie.

Tegelijkertijd komt in de rapportage naar voren dat veel plannen op dit moment onvoldoende (concreet) zijn om zicht te hebben op realisatie voor 2030. De provincie Utrecht gaat daarom een verkenning uitvoeren en daarbij een planMER opstellen om inzicht te krijgen in de milieu-informatie over onderzoeksgebieden voor windenergie in de hele provincie Utrecht. Hiermee krijgen gemeenten meer informatie voor gemeentelijke processen en wordt een provinciale rol voorbereid. Afhankelijk van de datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan dit planMER als basis dienen voor een projectbesluit of provinciaal inpassingsplan. In de Omgevingswet staan de minimale eisen waaraan participatie moet voldoen bij een projectbesluitprocedure. In bijlage 1 zijn deze eisen opgenomen. Dit participatieplan voldoet aan deze eisen, maar geeft nog verdere verdieping op participatie gezien het belang van goede informatievoorziening, zorgvuldigheid bij besluitvorming en betrokkenheid van inwoners, raadsleden en andere partijen.

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 3

DOEL De provincie wil medeoverheden, maatschappelijke partners, inwoners, energiecoöperaties en bedrijven tijdig betrekken bij het planMER en het proces om te komen tot windlocaties. Het tijdig betrekken van de belanghebbenden maakt dat maatschappelijke ontwikkelingen in beeld komen, verschillende perspectieven worden gedeeld en meer kennis wordt vergaard. Door een brede verkenning van overwegingen en standpunten ten aanzien van de geschiktheid van zoekgebieden voor windenergie, worden bij de samenstelling van een voorkeursalternatief geen zaken over het hoofd gezien. Dit draagt bij aan een meer gedegen en volledig onderzoek naar de mogelijke windlocaties binnen de provincie Utrecht. KERNBOODSCHAP Om een duurzame energievoorziening te realiseren voor onze inwoners en bedrijven is het van belang om energie op te wekken met zonnepanelen én windturbines. De verhouding tussen zonnepanelen en windturbines raakt in de provincie Utrecht uit balans, daarom zijn extra windlocaties nodig. Provincie Utrecht wil de afgesproken klimaatdoelstellingen voor 2030 behalen en wil daarom helderheid scheppen in welke gebieden windenergie mogelijk is. Hiervoor wordt een Milieu Effect Rapport (MER) opgesteld. Windenergie biedt kansen voor gemeenten en inwoners. Door te werken met lokaal eigenaarschap als uitgangspunt krijgen inwoners meer zeggenschap over de opbrengsten van windenergieprojecten.

Hiermee kan lokaal gekozen worden welke maatschappelijke functies met de opbrengsten gesteund kunnen worden zoals behoud van maatschappelijke voorzieningen of het tegengaan van energiearmoede. Zo zorgen we gezamenlijk voor leefbare kernen én energie die voor inwoners en bedrijven ook in de toekomst eerlijk, betrouwbaar en betaalbaar blijft. LOKAAL EIGENDOM Lokaal eigendom van grote duurzame energieprojecten borgt financiële participatie en zeggenschap van direct omwonenden bij de realisatie en exploitatie van deze projecten. Tijdens de behandeling van het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën is het amendement Lokaal Eigendom aangenomen waarin is aangegeven dat minimaal 50% lokaal eigendom een uitgangspunt wordt bij de planvorming van windenergieprojecten. Daarnaast hebben Provinciale Staten motie 58a Iedereen kan meedoen en Motie 59 Coöperatief provinciaal eigendom aangenomen. Er wordt gewerkt aan de uitvoering van dit amendement en deze moties, waarmee geborgd zal worden dat lokaal eigendom en verschillende vormen van financiële participatie bij de realisatie van windenergie projecten opgepakt zal worden. Daarnaast wordt de ondersteuningsstructuur die er al bestond voor energiecoöperaties voortgezet.

In dit participatieplan komen de werkzaamheden rondom lokaal eigendom en de ondersteuningsstructuur niet terug aangezien de focus van dit plan ligt op procesparticipatie. Bij het lezen van dit plan is het dus belangrijk om te beseffen dat al deze acties om lokaal eigendom mogelijk te maken ook nog uitgevoerd worden gezien het belang van financiële participatie en zeggenschap van de inwoners (zie ook kernboodschap). Bij het vervolgtraject zal lokaal eigendom verder invulling gegeven worden zodat het uitgangspunt van minimaal 50% lokaal eigendom gerealiseerd zal worden. GEFASEERD PROCES WINDENERGIE De fasering van het proces om tot een voorkeursbeslissing te komen ziet er als volgt uit: Verkenningsfase 1: (ontwerp) NRD: De start van de procedure is de kennisgeving van de ontwerp-NRD (als bedoeld in art 7.9 Wm). Deze wordt tegelijkertijd met de kennisgeving voornemen en kennisgeving participatie bij de start van het proces gepubliceerd. Verkenningsfase 2: PlanMER: Tijdens de verkenning start het daadwerkelijk onderzoek naar o.a. de milieueffecten van alle opgenomen onderzoeksgebieden windenergie binnen de provincie. In het planMER zelf worden de onderzochte windlocaties enkel beoordeeld op milieueffecten. Daarnaast worden buiten het planMER ook andere effecten in deze fase in beeld gebracht, zoals lokaal eigendom, netbeheer en lokale participatietrajecten.

Fase 3: Voorkeursbeslissing Fase 3a: alternatievenafweging: Gebaseerd op de informatie uit de verkenning wordt een provinciebreed voorkeursalternatief opgesteld. Het voorkeursalternatief wordt breed afgewogen waarbij naast informatie uit de concept-planMER ook andere informatie wordt betrokken. Samen met gemeenten zal besproken worden wie de procedure verder op zal pakken.

4 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

Fase 3b voorkeursbeslissing: Het gekozen voorkeursalternatief wordt vastgelegd in een provinciebrede ontwerp-voorkeursbeslissing. Bij de afweging van de voorkeursbeslissing wordt onder andere ook rekening gehouden met bestaande opwekcapaciteit en met concrete plannen en projecten van gemeenten. De afgeronde planMER zal bij de ontwerp-voorkeursbeslissing ter inzage komen te liggen. Op het moment dat de ontwerp-voorkeursbeslissing wordt genomen is ook bekend of - indien provincie bevoegd gezag blijft - er inpassingsplannen of projectbesluiten zullen worden voorbereid. Er zullen aparte plannen opgesteld worden voor de participatietrajecten die tijdens de projectprocedure (of provinciaal inpassingsplan) zullen volgen. Deze participatietrajecten vallen dus buiten dit participatieplan. BETROKKEN PARTIJEN Partijen die bij het proces zullen worden betrokken zijn erg divers en we hebben ze ingedeeld in de volgende groepen van belanghebbenden: • Mede overheden: 26 gemeenten (bestuurlijk, ambtelijk en raadsleden), RES regio’s, buurprovincies en waterschappen; • Stakeholders: netbeheerder, natuurorganisaties, landbouworganisaties, initiatiefnemers, energiecoöperatie ect.; • Inwoners; omwonenden, voor- en tegenstanders en bewonersgroepen. In bijlage 2 is een lijst van stakeholders aan dit participatieplan toegevoegd.

Uit het participatietraject kunnen gedurende het traject nog andere en nieuwe stakeholders naar voren komen. Deze lijst is dus zeker niet limitatief. Daarom zullen we ook tijdens het traject actief betrokken partijen bevragen of zij andere belanghebbenden missen, zodat deze ook benaderd kunnen worden. ORGANISATIE Met de bestuurders zijn afstemmingsmomenten afgesproken aan de bestuurstafels van de RES’en en daarnaast vindt er ook directe afstemming met gemeenten plaats. Hiervoor is een apart plan van aanpak opgesteld met input van de RES regio’s. Het projectteam van de provincie Utrecht wordt geadviseerd door een adviesteam waar de drie RES regio’s in zitten. Dit adviesteam bestaat uit vertegenwoordigers van de RES regio’s, Bosch en van Rijn en Provincie Utrecht. Daarnaast geven de communicatieadviseurs van de 3 RES regio’s ook advies over de participatie en communicatie. Ook intern binnen de provincie zijn verschillende partijen betrokken. Denk aan ambtenaren van andere afdelingen en de provinciale bestuurders. De betrokkenheid van deze partijen is vanzelfsprekend en moet goed geregeld worden. Afspraken hierover maken geen onderdeel uit van dit participatieplan. AANPAK Aan participatie geven we invulling door stakeholders bij het proces te raadplegen, te luisteren naar suggesties en door waardevolle informatie op te halen en te verwerken in het proces.

Dit plan is ter ondersteuning aan het participatietraject. Het is een document dat in de loop van het gehele proces zal worden aangevuld en aangepast. Participatie bestaat uit een traject waarbij stakeholders op verschillende momenten en op verschillende wijze worden betrokken. Daarnaast zijn er formele (wettelijk bepaalde) inspraakmomenten. Deze inspraakmomenten zijn ook in dit participatieplan opgenomen. Het participatieplan is daarom een dynamisch document dat gevoed wordt door hetgeen speelt in de omgeving. Het participatieplan wordt tegelijkertijd met de ontwerp-NRD voor het planMER windlocaties Provincie Utrecht bekend gemaakt. Iedereen kan reageren op de ontwerp-NRD door zienswijzen in te dienen. De ontwerp-NRD wordt tegelijkertijd ook voor advies toegestuurd aan de wettelijk adviseurs en aan diverse bestuursorganen, waaronder de gemeenten uit de RES regio’s. PROCES TOT NU TOE Tijdens het proces van de totstandkoming van de NRD is ook het schrijven van dit participatieplan meegenomen. In deze fase is input opgehaald bij de RES-regio’s en bij hen gecheckt hoe zij hun rol zien. Met de RES-regio’s en gemeenten is afgesproken dat er afstemming is over het gehele proces, zowel ambtelijk als bestuurlijk. De reacties vanuit de RES-regio’s zijn betrokken bij het opstellen van de conceptNRD. Na deze ronde is de concept-NRD ter inzage gelegd en het participatieplan bekend gemaakt.

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 5

UITGANGSPUNTEN Het is belangrijk dat belanghebbenden gehoord en gekend worden in elke fase van het proces. Het participatietraject is een samenspel tussen de provincie en alle belanghebbenden. Dit samenspel steunt op de volgende vier pijlers: Lokale processen worden niet doorkruist Gemeenten hebben in veel gevallen al lokale participatieprocessen lopen. In sommige gevallen gaat dit om participatie bij concrete windenergie initiatieven. In andere gevallen gaat het om bredere participatie over de energietransitie. Uitgangspunt van de participatie vanuit de provincie is dat er geen lokale participatieprocessen doorkruist worden van gemeenten die zelf proactief met windenergie aan de slag zijn. Er zal dus altijd afstemming zijn met gemeenten over participatie met inwoners en andere partijen. Hierbij is duidelijk dat de provincie met de verkenning en later voorkeursbeslissing stappen zet waar participatie voor nodig is. Het betekent dat afstemming nodig is en verwachtingen over en weer naar elkaar uitgesproken worden. We staan open voor de inbreng en informeren partijen tijdig op dat moment dat ze belang hebben bij het proces. Partijen moeten goed geïnformeerd aan participatie beginnen, en de terugkoppeling van opbrengst en afweging moet tijdig en zorgvuldig zijn.

Gemeenten die reeds gestart zijn met een windproject hebben aangegeven zelf het lokale participatietraject in te richten. In dit participatieplan is uitgelegd hoe wij als provincie Utrecht de inwoners, regionale stakeholders en maatschappelijke partners betrekken. Er zal vanuit de provincie in deze fase van het proces geen lokale participatie op projectniveau plaatsvinden. Participatie passend bij de scope Het planMER is op provinciaal niveau. De betrokkenheid van de gemeenten en RES-regio’s binnen de provincie is van cruciaal belang in verband met de afstemming over de processen die al lopen en voor projecten die als gevolg van dit planMER in de toekomst verder uitgewerkt zullen worden. Daarnaast is de fasering zodanig dat niet in elke fase iedere stakeholder even intensief betrokken wordt. Per fase wordt bepaald welke vorm van participatie past bij de fase van het proces. Dit zal gaan om informeren, raadplegen of adviseren. Dit helpt om de verwachtingen over een weer met elkaar te bespreken. Op deze wijze is ook duidelijk waarover stakeholders mee kunnen denken en welke uitgangspunten reeds vast liggen. We gaan hierbij uit van een tijdige en open communicatie. Actief betrekken van inwoners, medeoverheden en relevante stakeholders We hebben rechtstreeks contact met andere overheden en maatschappelijke partners.

Op deze wijze krijgen we input om de NRD en planMER te verrijken met zoveel mogelijk informatie. Stakeholders denken mee over de criteria waarop besluitvorming gebaseerd is en zij worden goed geïnformeerd over de uitkomsten van onderzoeken uit het planMER-proces. Inwoners worden gedurende het gehele proces goed geïnformeerd over de stappen die genomen worden en over welke wijze zij betrokken worden. Hiervoor worden zoveel mogelijk kanalen benut zoals huis-aan-huis kranten en online media. Op deze manier wordt voor hen ook duidelijk op welke momenten zij inbreng kunnen leveren in het proces. Met gemeenten kunnen afspraken worden gemaakt over het inzetten van kanalen van de gemeente. Positie van raadsleden en statenleden en het samenspel is voor partijen duidelijk Gedeputeerde Staten zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het besluit over het planMER en de voorkeursbeslissing. Dit proces wordt in samenspel met de RES-regio’s doorlopen. Provinciale Staten hebben reeds de procesmatige kaders voor participatie vastgesteld in de participatieverordening en dit zal nogmaals besproken worden bij het Startgesprek. Raadsleden hebben een eigen positie ten tijde van het instapmoment voorafgaand aan de voorkeursbeslissing. Bij de voorkeursbeslissing wordt gemotiveerd hoe het participatietraject heeft plaatsgevonden en wat met de uitkomsten hiervan is gedaan.

Het goed informeren van raadsleden en statenleden vinden we belangrijk vanwege de procesgang en de samenwerking tussen provincie en gemeenten.

6 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

PARTICIPATIE PER FASE In de inleiding zijn de fases van de verkenning en voorkeursbeslissing omschreven: 1. Verkenningsfase 1: (ontwerp-)NRD 2. Verkenningsfase 2: planMER 3. Voorkeursbeslissing a. Voorkeursalternatief b. Voorkeursbeslissing In dit hoofdstuk wordt per fase omgeschreven hoe de verschillende doelgroepen betrokken zullen worden: • Mede overheden: 26 gemeenten (bestuurlijk, ambtelijk en raadsleden), RES regio’s, buurprovincies en waterschappen; • Stakeholders: netbeheerder, natuurorganisaties, landbouworganisaties, initiatiefnemers, energiecoöperatie ect.; (zie lijst in bijlage 2) • Inwoners; omwonenden, voor- en tegenstanders en bewonersgroepen. VERKENNINGSFASE 1: (ONTWERP-) NRD Tijdens de NRD-fase wordt input verzameld voor het opstellen van het planMER. In de NRD staat beschreven welke locaties, alternatieven en milieuaspecten moeten worden onderzocht. Het participatietraject in de NRD fase is met name gericht op het toetsingskader, welke milieuonderwerpen moeten aan bod komen in het planMER en welke gebieden onderzocht moeten worden. De NRD wordt ook formeel ter inzage gelegd, waarmee iedereen de kans krijgt om een zienswijze in te dienen. Deze input (zowel formeel als informeel) zal worden betrokken bij de verdere onderzoeken in het planMER.

Mede overheden • Gemeenten, RES regio’s en buurprovincies hebben de mogelijkheid gehad om ambtelijk input te geven op de ontwerp NRD voordat deze ter inzage komt te liggen. Hiervoor is ook een digitale informatiesessie georganiseerd. • Er is een bestuurlijke consultatie geweest op de NRD via de bestuurstafels van de RES-regio’s. Hierin zijn de uitgangspunten van de ontwerp NRD besproken en zijn afspraken gemaakt over de onderlinge samenwerking in het proces. • Afstemming vindt plaats met behulp van bestaande RES-structuren. Per RES-regio wordt informatie gedeeld en worden (digitale) ambtelijke sessies georganiseerd. De eerste ronde werksessies (per regio) vindt plaats na terinzagelegging van de concept-NRD. • Het college van GS stuurt een brief naar de colleges van B&W met informatie over het proces en over de ontwerp NRD. Deze brief kan dan ook gedeeld worden met raadsleden. Stakeholders • In deze fase zullen we actief stakeholders informeren over de terinzagelegging van de NRD. Hierbij maken we gebruik van de bestaande kanalen via o.a. de RES-regio’s. In bijlage 2 is een lijst van stakeholders opgenomen. • We organiseren een (digitale) bijeenkomst rondom de ontwerp-NRD waar we input vragen op de NRD, het proces en de inhoud van het planMER. • Tegelijkertijd met de ter inzagelegging zal ook de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies op de NRD gevraagd worden.

Deze input wordt verwerkt in de planMER-fase. Inwoners • Inwoners worden, naast de officiële bekendmakingen in het provinciaal blad, actief geïnformeerd over de terinzagelegging NRD via publicaties in de lokale kranten in de provincie. • De ontwerp NRD zal ook fysiek ter inzage liggen in het provinciehuis. • Alle inwoners hebben de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerp NRD. Dit kan op alle onderdelen van de NRD: criteria voor toetsingskader, welke milieuonderwerpen aan bod komen en welke gebieden onderzocht worden. • Media worden actief geïnformeerd over de publicatie van de ontwerp NRD zodat zoveel mogelijk inwoners hiervan op de hoogte kunnen zijn.

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 7

Resultaat • Het resultaat van deze fase is een vastgestelde NRD die een goede basis biedt voor het planMER. • Na de terinzagelegging wordt alle opgehaalde informatie verwerkt in de Nota van Beantwoording. Hierin wordt per onderwerp/indiener een reactie geformuleerd en indien mogelijk wordt de ontwerp NRD aangepast. Indienende partijen ontvangen hierop een terugkoppeling. • Overige relevant informatie zal worden betrokken in de planMER-fase. • De NRD, de Nota van Beantwoording en overige relevante informatie uit deze fase zal gebruikt worden als input voor het Startgesprek met Provinciale Staten. VERKENNINGSFASE 2: PLAN MER Tijdens de planMER-fase ligt de focus op het daadwerkelijke onderzoek naar de milieugevolgen van de onderzoeksgebieden windenergie. Het participatietraject ziet op de volgende onderwerpen: • Het delen van de eerste resultaten uit de onderzoeken van onderzoeksgebieden; • Input ophalen voor het verrijken van de alternatieven. Mede overheden • Het delen van informatie loopt via de bestaande RES structuren per RES regio. Per regio wordt informatie gedeeld (via het digitale planMER) en worden (digitale) overleggen georganiseerd. • Raadsleden worden via een informatiebijeenkomst speciaal voor raadsleden geïnformeerd over het proces en de eerste inzichten van de concept-planMER.

• Afgesproken is dat de concept-planMER eerst met gemeenten besproken wordt (zowel ambtelijk als bestuurlijk) voordat het openbaar wordt. Zo wordt input meegegeven vanuit de RES-regio’s en gemeenten op de concept-MER. • Er worden afspraken gemaakt met gemeenten (ambtelijk; 1 op 1 of per RES-regio) die een eigen participatietraject windenergie hebben. Hiermee wordt input opgehaald uit deze participatietrajecten en worden afspraken gemaakt over de volgende fases. Stakeholders • Stakeholders worden geïnformeerd op de tussenresultaten van de milieuonderzoeken en uitgenodigd voor sessies om input te geven. Hierbij maken we gebruik van de bestaande kanalen via o.a. de RESregio’s. • Onderzoeksresultaten zullen daarvoor via de RES-regio’s en planMER site (digitaal) gedeeld worden. • Er worden regio sessies georganiseerd waar informatie over het planMER en het proces gedeeld zullen worden en waar input vanuit de stakeholders meegegeven kan worden. Deze input kan benut worden om de onderzoeksresultaten van het planMER te verrijken. Inwoners • Inwoners worden actief geïnformeerd over de resultaten in de concept-planMER via informatie in huis aan huis bladen en gewezen op de mogelijkheid om input mee te geven om de onderzoeksresultaten van het planMER te verrijken.

Hiervoor zal afstemming zijn met gemeenten die zelf participatieprocessen rondom windenergie hebben lopen zoals Woerden, Vijfheerenlanden, Houten, Utrecht of Amersfoort. De afstemming zal ook plaats vinden met gemeenten die mogelijk van plan zijn om met dit onderwerp aan de slag te gaan zoals Wijk bij Duurstede of Lopik. Er zullen afspraken gemaakt worden over de wijze van informeren en input ophalen bij inwoners, maar ook gekeken worden of in sommige specifieke gemeenten de provincie niet hoeft te informeren indien de gemeente dit zelf doet. • Media worden actief geïnformeerd over het onderzoek van het planMER zodat zoveel mogelijk inwoners hiervan op de hoogte kunnen zijn. • Inwoners kunnen de resultaten inzien via het digitale concept-MER. Resultaat • De digitale concept-planMER met hierin de input verwerkt die in deze fase is opgehaald. • Een terugkoppeling van hetgeen we ophalen en het participatietraject vindt digitaal plaats via de kanalen van het digitale MER. FASE 3A: VOORKEURSALTERNATIEF Nadat de milieuonderzoeken gereed zijn worden alternatieven ontwikkeld. Voor het ontwikkelen van deze alternatieven wordt input gevraagd aan medeoverheden, inwoners en stakeholders. De concept-planMER is één van de bronnen die input geven voor het voorkeursalternatief. Andere input hiervoor is o.a. informatie uit

8 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

lokale participatieprocessen, lokaal eigendom en netbeheer. Op basis van al deze inzichten stelt het bevoegd gezag, Gedeputeerde Staten, een voorkeursalternatief samen. Om dit voorkeursalternatief op een goede manier samen te kunnen stellen is het van essentieel belang dat alle partijen kunnen participeren hierin. De afweging van criteria om tot keuzes te komen moet nog uitgewerkt worden. De participatie in deze fase zal hier input voor geven. Mede overheden • Zodra de alternatieven in concept klaar zijn, wordt dit gedeeld met gemeenten (zowel ambtelijk als bestuurlijk). • Er zal een bestuurlijk gesprek gevoerd worden over dit concept aan de bestuurstafel van de RES. In dit gesprek krijgen wethouders van gemeenten de mogelijkheid om input te geven op de alternatieven. • Gevraagd wordt om een gezamenlijk advies per RES-regio over het voorkeursalternatief. Dit advies zal betrokken worden door de provincie bij de afwegingen die genomen moeten worden bij de voorkeursbeslissing in fase 3b. • Met gemeenten waar gebieden in het voorkeursalternatief opgenomen zijn zullen 1 op 1 gesprekken gevoerd worden waarin ook aan bod zal komen hoe de rolverdeling tussen gemeente en provincie in een mogelijke vervolgprocedure zal zijn. Ook zal er afstemming zijn over lokale participatietrajecten van gemeenten.

Stakeholders • De stakeholders die in eerdere fase hebben aangegeven input te willen leveren worden betrokken en gevraagd input te leveren op de criteria voor het voorkeursalternatief. Hierbij maken we gebruik van de bestaande kanalen via o.a. de RES-regio’s. • Er worden sessies per regio georganiseerd om informatie te delen over het voorkeursalternatief en input op te halen bij stakeholders. • In deze fase worden ook initiatiefnemers zoals energiecoöperaties gevraagd hun input te geven zodat de duidelijk wordt op welke locaties initiatiefnemers in beeld zijn. Inwoners • Inwoners worden actief geïnformeerd over de alternatieven via huis aan huis bladen en verschillende media. • We halen input op over de criteria die als basis gebruikt worden om een afweging te maken bij het voorkeursalternatief (bijvoorbeeld via digitale enquête). Hierin valt te denken aan vragen over welke criteria uit het planMER voor inwoners het meest belangrijk zijn bij de bepaling van locaties voor windmolens, maar daarnaast zal er ook ruimte zijn om mogelijk aanvullende criteria in te brengen. Deze input wordt benut door GS bij de keuzes voor het voorkeursalternatief. • In gemeenten waar een lokaal windenergie proces loopt zal de input via dat proces worden opgehaald of indien er al een participatieproces doorlopen is zal de informatie uit het lokale participatieproces benut worden.

Resultaat • Het resultaat is een voorkeursalternatief onderbouwd op input van medeoverheden, stakeholders en inwoners. • Terugkoppeling aan de partijen die input hebben geleverd over wat met hun input is gedaan. Dit kan schriftelijk, maar kan ook via een (digitale) bijeenkomst. FASE 3B: VOORKEURSBESLISSING Het voorkeursalternatief uit fase 3a zal in deze fase verder verdiept worden tot een ontwerpvoorkeursbeslissing. De voorkeursbeslissing omvat de locatiekeuze(s) voor te nemen projectbesluiten. De ontwerp-voorkeursbeslissing zal ter inzage gelegd worden zodat iedereen de mogelijkheid krijgt om een zienswijze in te dienen. De zienswijzen zullen worden betrokken bij de definitieve voorkeursbeslissing door GS. Voordat de ontwerp-voorkeursbeslissing door GS wordt vastgesteld worden alle partijen nogmaals actief betrokken. Hierbij zal ook het gesprek gevoerd worden met gemeenten om te bepalen wie de rol van bevoegd gezag op zich neemt. Mede overheden • Er zal een memo over de afweging voor het voorkeursalternatief en de verdieping in de voorkeursbeslissing opgesteld worden.

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 9

• •

•

•

•

In een algemene sessie wordt de concept-planMER inclusief de afweging van het voorkeursalternatief en de ontwerp-voorkeursbeslissing gepresenteerd aan de RES-regio’s. Raadsleden worden geïnformeerd via de memo over het proces om tot de voorkeursbeslissing te komen. Daarnaast zal gekeken worden of een nieuwe informatiesessie speciaal voor raadsleden georganiseerd zal worden. Provincie Utrecht brengt de uitkomst van de concept planMER / voorkeursalternatief op de bestuurstafels van de RES regio’s ter bespreking in ten behoeve van een open gesprek over wie welke volgende stap neemt. Naar aanleiding van deze sessies kunnen nog 1-op-1 afspraken worden gemaakt met gemeenten voor het verwerken van input vanuit de verschillende gemeenten. Tijdens de 1-op-1 gesprekken kunnen ook afspraken gemaakt worden over rolverdeling het vervolgproces, waaronder de bevoegd gezag rol. Raadsleden worden, via een brief aan het college, op de hoogte gesteld van de ontwerpvoorkeursbeslissing tegelijk met terinzagelegging.

Stakeholders • Stakeholders worden actief geïnformeerd over de terinzagelegging van de ontwerp-voorkeursbeslissing en gewezen op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. • Op grond van de m.e.r.-wetgeving is toetsing van het planMER door de onafhankelijke Commissie-voor de m.e.r. verplicht. Deze wordt tegelijkertijd met de terinzagelegging van het voorkeursalternatief aan de commissie voorgelegd. Inwoners • In afstemming met gemeenten zullen omwonenden een brief krijgen van de provincie met informatie over het proces en de mogelijkheden die er zijn voor inspraak. Waar nodig kunnen ook inloopbijeenkomsten georganiseerd worden indien dit lokaal nog niet heeft plaatsgevonden. Voor zowel de brief als de eventuele inloopbijeenkomsten zullen met de desbetreffende gemeente afspraken gemaakt worden. In sommige gevallen zal de provincie in de lead zijn, maar in andere gevallen zal de gemeente in de lead zijn indien dit gewenst is. • Inwoners worden, naast de officiële bekendmakingen in het provinciaal blad, actief geïnformeerd over de terinzagelegging van de ontwerp-voorkeursbeslissing via publicaties in de lokale kranten in de provincie. • De ontwerp-voorkeursbeslissing zal ook fysiek ter inzage liggen in het provinciehuis. • Alle inwoners hebben de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de ontwerpvoorkeursbeslissing.

• Media worden actief geïnformeerd over de publicatie van de ontwerp-voorkeursbeslissing zodat zoveel mogelijk inwoners hiervan op de hoogte kunnen zijn. Resultaat • Vastgestelde voorkeursbeslissing met daarin een toelichting over dit participatietraject. Hierin zal worden aangegeven hoe alle partijen bij het besluit betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn. Er komt een toelichting met daarin wat partijen hebben ingebracht en hoe dit effect heeft gehad op de planMER, het voorkeursalternatief en de voorkeursbeslissing. Hierbij gaat het ook om de in het participatietraject aangedragen oplossingen en de uitgebrachte adviezen daarover. • Nota van beantwoording van zienswijzen op de ontwerp-voorkeursbeslissing. VERVOLGFASE PROJECTBESLUIT Na vaststelling van de voorkeursbeslissing zijn de gebieden waar windenergie ontwikkeld kan worden bekend. De volgende stap is het daadwerkelijk vaststellen van het projectbesluit (of PIP). Aan het projectbesluit is ook een participatietraject verbonden. De participatie op lokaal niveau en rechtstreeks met inwoners zal bij het opstellen van het projectbesluit plaatsvinden. De initiatiefnemer van het daadwerkelijke project zal dit samen met bevoegd gezag (provincie of gemeente) oppakken. Voor projectbesluiten die de Provincie Utrecht zelf gaat nemen, blijft de provincie verantwoordelijk voor dat participatietraject.

De eisen die aan het participatietraject bij een projectbesluit gesteld worden, staan in bijlage 1 bij dit participatieplan. De participatieplannen voor dat traject worden te zijner tijd opgesteld.

10 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

COMMUNICATIE In de uitvoering werken we met een communicatiekalender. Hierin wordt opgenomen wanneer partijen zoals bestuurders, gemeenteraadsleden en regionale stakeholders worden geïnformeerd, geraadpleegd en betrokken. De communicatiekalender is dynamisch en zal in de loop van het proces verder worden aangevuld en bijgewerkt. COMMUNICATIE-UITGANGSPUNTEN - Regie op de boodschap door proactieve (gezamenlijke), transparante communicatie over het proces, randvoorwaarden en doelen. - We kiezen ervoor om de communicatie breed en toegankelijk te houden maar wel gericht op de fase van het proces waarin we ons bevinden. - Afspraken met gemeenten worden meegenomen in de communicatie. - We doorkruisen geen lokale participatie en communicatie van gemeenten die zelf windlocaties aan het ontwikkelen zijn. - We informeren actief en gaan (digitaal) in gesprek. Indien dit niet mogelijk is, informeren we alleen over het proces. - Er worden diverse middelen ingezet die per belanghebbende verschillend kunnen zijn. - We zorgen voor publicatie en terinzagelegging van de ontwerp NRD en de ontwerp voorkeursbeslissing. - We doorlopen een formeel traject. Hiervoor informeren en attenderen we alle belanghebbenden op het proces en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. - We doorlopen een informeel traject. Hierbij raadplegen we betrokken partijen.

ROL VAN DE PROVINCIE - Is verantwoordelijk voor het hele (communicatie-) proces inclusief wettelijke publicaties en informeren en raadplegen van alle belanghebbenden zoals inwoners, medeoverheden en stakeholders. - Zorgt voor publicatie in lokale kranten, persbericht aan media en publicatie op eigen website. - Zorgt voor berichten aan Provinciale Staten, raadsleden en bestuurders van RES partners. - Richt een pagina in waar alle informatie over het proces terug te vinden is. - Zorgt voor informatie aan overige stakeholders via (digitale) bijeenkomsten, enquêtes, publicaties (zoals regionale stakeholders, gemeenten, RES regio’s en buurprovincies). - Faciliteert regio’s/gemeenten met een berichten voor hun gemeenteraden. - Zorgt voor bijeenkomsten voor raadsleden om hen te voorzien van gelijkluidende informatie. - Stemt met gemeenten af waar lokale participatietrajecten specifiek over windlocaties lopen en hoe dit op elkaar kan inspelen. ROL VAN DE RES REGIO’S EN GEMEENTEN - Krijgen input voor de communicatie van de Provincie, met alle ruimte tot eigen duiding van impact onderzoeksgebied binnen eigen gemeente / RES regio. Leggen mogelijk relatie met andere lopende lokale of regionale trajecten binnen de RES en/of andere planMER trajecten.

- Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk om het gesprek met hun raden te voeren over lokale onderzoeksgebieden indien deze door een gemeente opgepakt worden. WIJZE VAN COMMUNICATIE - De provincie Utrecht is steller en afzender van de communicatie. - We zijn open over de realiteit, randvoorwaarden, doelen en stappen in het proces. - Er is sprake van empathie en tegelijkertijd eerlijkheid in alle communicatie. Belanghebbenden weten wat ze mogen verwachten van de provincie. - Er worden mogelijkheden geboden aan belanghebbenden om input te leveren op inhoudelijke stukken, formeel via zienswijzen en informeel via verschillende middelen (enquêtes, bijeenkomsten). - We communiceren breder dan bij wet geregeld is. Wettelijk hoeven we alleen de terinzagelegging te publiceren. - We zullen per fase partijen actief informeren en (digitale) bijeenkomsten organiseren.

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 11

-

Het concept participatieplan is ter kennisname gedeeld met de RES regio’s waarbij er gelegenheid is gegeven om aan te vullen. Het nieuwsbericht is gedeeld met gemeenten met gelegenheid om input hierop te geven. We faciliteren gemeenten en RES regio’s met informatie als dat gewenst is. We organiseren bijeenkomsten voor raadsleden om hen te informeren.

MIDDELEN - Er is een digitale omgeving waar alle documentatie te vinden is. - Er is een kaart met de bestaande zoekgebieden waarop de informatie voor iedereen toegankelijk is. - Er is een infographic/schema met het hele proces, de mijlpalen, de beslismomenten en de formele en informele inspraakmomenten. - Er is informatie over mandaat, democratische legitimiteit en nut en noodzaak grootschalige windopwek - Een nieuwsbericht over het proces wordt gedeeld op de corporate website van de provincie - We organiseren (digitale) bijeenkomsten voor diverse stakeholders. - We halen input op via bijeenkomsten, gesprekken en (digitale) enquêtes in verschillende fases van het proces.

12 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

BIJLAGEN

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 13

BIJLAGE 1 - PROJECTPROCEDURE EN PARTICIPATIE PARTICIPATIE BIJ EEN PROJECTBESLUIT Onder de Omgevingswet is de provincie aangewezen als bevoegd gezag voor windparken vanaf 15 MW. Voor het realiseren van deze projecten moet de projectprocedure doorlopen worden. Een provincie kan dit projectbesluit nemen, maar kan dit ook aan de gemeente overdragen. Projectbesluiten gaan over ingrijpende activiteiten in de leefomgeving. Daarom is in de Omgevingswet bepaald dat burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen vroeg op de hoogte zijn van een voorgenomen projectbesluit en hierover ook mee kunnen denken. Waarom participatie bij projectprocedures? Als participatie een deel is van de procedure van een projectbesluit, komen ieders belangen in een vroeg stadium in beeld. Ook ontstaat er samenhang in de diverse belangen. Tot slot brengt participatie de effecten van het project in beeld en zorgt het dat argumenten voor alternatieven goed worden afgewogen. Door participatie al te organiseren in de verkenningsfase van de projectprocedure, kan iedereen zelf informatie, oplossingen of koppelkansen aandragen. Hierdoor sluit het project beter aan bij maatschappelijke behoeften. De kennisgeving van participatie bij projectbesluiten De overheid doet uiterlijk bij de start van de verkenning voor een projectbesluit een ‘kennisgeving participatie’.

Hierin staat hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de verkenning worden betrokken. Het bevoegd gezag gaat in ieder geval in op: • • • • •

wie het betrekt bij de projectprocedure waarover het deze partijen raadpleegt wanneer het deze partijen erbij betrekt wat de rol van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer is bij het betrekken van de partijen waar aanvullende informatie beschikbaar is of komt

De kennisgeving participatie kan tegelijkertijd plaatsvinden met de kennisgeving voornemen projectbesluit, maar het mag ook later. Als er bijvoorbeeld meer tijd nodig is om het participatietraject in te richten. De eisen aan de kennisgeving over participatie staan in artikel 5.47, lid 4 van de Omgevingswet en artikel 5.3 van het Omgevingsbesluit. Motiveringsplicht voorkeursbeslissing en projectbesluit Zowel voor de voorkeursbeslissing als voor het projectbesluit geldt een motiveringsplicht. Dit staat voor het projectbesluit in artikel 5.51 van de Omgevingswet en voor de voorkeursbeslissing in artikel 5.5 van het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag geeft in de motivering aan hoe andere partijen bij het besluit betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn. Het gaat ook in op de aangedragen oplossingen en de uitgebrachte adviezen daarover.

14 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

BIJLAGE 2 - STAKEHOLDERS Versie januari 2023 Hieronder de tot nu toe bekende stakeholders. Deze kunnen wijzigen en ook in de loop van het proces kan hun rol veranderen. Vooralsnog hebben we verschillende stakeholders; interne, externe, bestuurlijke, ambtelijke, maatschappelijke, bedrijfsmatige, afhankelijke en waar wij afhankelijk van zijn, betrokken. Gesprekspartners • 26 gemeenten ambtelijk • 26 gemeenten bestuurlijk • 3 RES regio’s • Waterschappen o Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht o Waterschap Vallei en Eems o Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) o Waterschap Rivierenland • Buurprovincies: o Zuid-Holland o Noord-Holland o Flevoland o Gelderland • Netbeheerders Stedin / Tennet • Omgevingsdiensten o RUD (Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht) o ODRU (Omgevingsdienst Regio Utrecht) • GGD regio Utrecht • Veiligheidsregio Utrecht Bestuurlijk / intern • Gedeputeerde Staten • Provinciale Staten extern / toetsing • Commissie voor de milieueffectrapportage • Energie van Utrecht • LTO en overige landbouworganisaties • Natuurorganisaties: o Natuur en Milieufederatie Utrecht o Staatsbosbeheer o Utrechts Landschap o Natuurmonumenten o Lokale natuur/milieu organisaties • Lokale / regionale landschapsorganisaties Overheden • Aangrenzende gemeenten buiten de provincie Utrecht • Nationaal Programma Regionale Energiestrategie • Rijk o RWS, OER traject of andere) o Defensie o

EZK / BZK belanghebbenden • Inwoners van de provincie Utrecht • Inwoners van aangrenzende gemeenten buiten provincie Utrecht

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 15

• •

•

•

• • •

• • •

Bewonersorganisaties (Dorpsbelangen, dorpsraden, wijkraden, etc…) Brancheorganisaties energie: o NWEA (brancheorganisatie windenergie) o NVDE o Energie Nederland (ODE) o Hier opgewekt Belangenbehartigers o Windalarm o Extinction Rebellion o Nederlandse vereniging voor Omwonenden Windturbines (NLVOW) o Jong RES Grondeigenaren o Rijkswaterstaat o Prorail o Defensie o Staatsbosbeheer o Utrechts Landschap o Natuurmonumenten o UPG (vereniging landgoed eigenaren) o Particulieren

VNO-NCW SWEV Initiatiefnemers o Lokale energiecoöperaties o Energiemaatschappijen o Ontwikkellaars Recreatieschappen Bedrijvenverenigingen Woningcorporaties

Media / Lopen via corporate communicatie • Lokale media • Landelijke media • Vakbladen • Lokale kranten Intern (binnen de Provincie Utrecht) • Ruimtelijke Ordening • Water en Bodem • Veilige Gezonde Leefomgeving • Natuur en Landbouw • Cultuurhistorie • Recreatie

16 | PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE

Colofon Tekst hier

Provincie Utrecht Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030 25 89 111

PARTICIPATIEPLAN WINDENERGIE | 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3443/documents/36462