Ontwerpbegroting 2025 versie voor zienswijze.pdf
Tekst van het document
Primair verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstelling en beheersing van risico’s van het proces is het lijnmanagement (eerste lijn). Een ander onderdeel van het model is het (intern) uitvoeren van verbijzonderde interne controles (VIC's) en audits. Dit zijn respectievelijk de tweede en derde lijn. Toezichthouders zoals de accountant en de Waarderingskamer kunnen gezien worden als vierde (externe) lijn. Risicoposten in de begroting De ontwikkelingen en doelen benoemd in het programma kennen op onderdelen nog financiële onzekerheden die gedeeltelijk in de begroting 2025 zijn opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende posten: •
De ontwikkeling van de proceskosten is onzeker. Door de aangepaste nieuwe proceskostenvergoedingen voor WOZ-zaken wordt uitgegaan van een behoorlijke daling ten opzichte van 2023 en die daling is ook als zodanig verwerkt in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2029. Het zal echter in de komende jaren moeten blijken in hoeverre de proceskosten daadwerkelijk dalen. Extra risico hierbij vormt het advies van de advocaat generaal aan de Hoge Raad, dat begin 2024 is uitgebracht, waarbij wordt gesteld dat de aangepaste nieuwe proceskostenvergoeding het discriminatieverbod schendt. Hiermee wordt mogelijk de nieuwe proceskostenvergoeding alsnog doorgehaald, waardoor de oude regeling van toepassing is.
•
De rentebaten en het gehanteerde percentage zijn afhankelijk van veel externe factoren. Daarmee bevat deze bate een risicofactor.
•
De invorderopbrengsten zijn afhankelijk van externe ontwikkelingen en vormen daarmee een risicopost voor de baten. De bate is tevens afhankelijk van de wijze waarop deze vastgesteld moet worden. Het met de accountant afgestemde prognoseprotocol moet binnenkort herijkt worden. Dit kan incidenteel zorgen voor een trendbreuk.
•
Prijsindexatie, inclusief cao, is afhankelijk van externe factoren. Voor de prijsindexatie hebben we aansluiting gezocht bij het streefdoel van de Europese Centrale Bank. Dit percentage ligt iets lager dan de prijsindexatie in de macro economische verkenning (februari 2024).
25
Bestemmingsreserves en voorzieningen GBLT verdeelt jaarlijks alle lasten over de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling en vormt derhalve geen eigen vermogen. Ook voor begrotingsjaar 2025 en in de meerjarenraming zijn geen bestemmingsreserves opgenomen. In de begroting 2025 en het meerjarenperspectief zijn enkele voorzieningen opgenomen: -
Ambtsjubilea;
-
Uitkering voormalig personeel;
-
Proceskosten;
De jaarlijkse mutaties in de voorzieningen zijn niet materieel. De onttrekking (en dotatie) aan de voorziening van de proceskosten is afhankelijk van externe ontwikkelingen die niet of nauwelijks zijn in te schatten. Uitgangspunt is dat deze voorziening per saldo niet muteert. Voor een overzicht van de mutaties wordt verwezen naar de balansen, zowel voor de begroting 2025 en het meerjarenperspectief.
Kengetallen Bij de uiteenzetting van de financiële positie behoren ook meerdere kengetallen conform de BBVW. -
Weerstandsvermogen
-
Nettoschuldquote
-
EMU-saldo
-
Wendbaarheid van de begroting
-
Lastendruk
In het onderdeel weerstandsvermogen en risicobeheersing is reeds aangegeven dat GBLT geen weerstandsvermogen aanhoudt. Dit kengetal is daarmee niet van toepassing. Aangezien GBLT geen externe financiering heeft is eveneens het kengetal nettoschuldquote niet van toepassing. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. Om inzicht te geven in het verwachte EMU-saldo van de lokale overheid is onderstaande tabel opgenomen voor begrotingsjaar 2025.
26
bedr agen in €
1
Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
0
2
Invloed Investeringen - netto investeringsuitgaven + verkoop materiële en immateriële vaste activa
0 0
+ afschrijvingen 3
4
5
341.352
Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v.exploitatie
0 0
- onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening
-15.000
Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v.exploitatie
0 0
- onttrekkingen rechtstreeks uit reserves
0
Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies
0 0
E MU Sa ld o
3 2 6 .3 5 2
De wendbaarheid van de begroting geeft de verhouding tussen de totale kapitaallasten en de totale bruto exploitatiekosten. De kapitaallasten van GBLT zijn nihil, waardoor deze ook geen beperkende invloed hebben op de wendbaarheid van de begroting. Het kengetal lastendruk is bij GBLT niet van toepassing. De lastendruk voor de huishoudens volgt uit het beleid en de verordeningen dat door de deelnemende waterschappen en gemeenten wordt bepaald.
Paragraaf 2 - Assetmanagement GBLT beschikt in beperkte mate over kapitaalgoederen. De kapitaalgoederen zijn de activa zoals inventaris en huurdersinvesteringen. Daarnaast beschikt GBLT over software om de dienstverlening aan de deelnemers uit te kunnen voeren. De activa worden op basis van gebruikelijke grondslagen afgeschreven en onderhoud is veelal contractueel vastgelegd om de duurzaamheid van de activa te borgen. Het beleid van GBLT is er op gericht om activa tijdig te vervangen en kapitaalgoederen aan te schaffen die bijdragen aan de strategische doelstellingen en te zorgen dat de bedrijfsvoering effectief en efficiënt blijft verlopen.
Paragraaf 3 - Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van GBLT. Hiervoor is het dagelijks bestuur beleidsvormend. De stand van zaken binnen de organisatie en de (beleids)ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in het programma.
27
De toetsing van financiële rechtmatigheid en de werking van de beheersmaatregelen om risico’s te beperken, is geborgd binnen het controlejaarplan. Tot 2025 wordt de financiële rechtmatigheid in de controle en verklaring van de accountant betrokken. Vanaf 2025 wordt over de financiële rechtmatigheid verantwoording afgelegd door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur. In 2024 worden de voorbereidingen voor de wijzigingen in de rechtmatigheidsverantwoording getroffen, zodat de implementatie in 2025 kan plaatsvinden.
Paragraaf 4 – Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft. GBLT heeft de volgende verbonden partij: Vereniging werken voor waterschappen De Vereniging werken voor waterschappen (Vwvw) is sinds 2018 de werkgeversvereniging van de waterschappen en daaraan gelieerde organisaties. Vanaf 2019 is GBLT aangesloten bij de werkgeversvereniging. GBLT heeft stemrecht en betaalt een bijdrage voor de kostenvergoeding. De (financiële) impact van deze verbonden partij op de exploitatie en bedrijfsvoering, inclusief risico’s, is niet materieel.
28
Financiële begroting In de financiële begroting 2025 wordt een uitgebreide weergave gepresenteerd en toegelicht van de lasten en de baten die behoren bij het programma. GBLT kent één programma, namelijk de heffing en inning van belastingen en de uitvoering van de Wet WOZ. De totale lasten van het programma bedragen € 26.673.000. Door de deelnemers wordt hieraan een bedrag van € 20.754.000 bijgedragen. Naast de deelnemersbijdrage ontvangen we € 5.500.000 aan invorderingskosten, door te late betaling van belastingaanslagen. Tevens worden personeelsbaten ontvangen van € 80.000 en rentebaten van € 300.000. In het kort worden de gehanteerde uitgangspunten en normen benoemd. Hierbij wordt ook verwezen naar onderdeel 2.2 in de beleidsbegroting.
29
1 Uitgangspunten en normen
Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten en normen toegelicht. Naast onderstaande uitgangspunten en normen zijn ook de uitgangspunten en normen van toepassing die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting.
1.1 Autonome salarisontwikkeling en overige loonkosten Voor GBLT is de cao werken voor waterschappen van toepassing. De ontwikkeling van de cao bepaalt in hoge mate de toename van de salarissen en ook van de secundaire arbeidsvoorwaarden. De salariskosten van het eigen personeel, inclusief sociale premies, beslaan ongeveer 63,5% van de totale lasten in de begroting 2025. Voor de 2025 gaan we uit van een cao stijging van 2,5%. Daarnaast wordt in de salariskosten rekening gehouden met de ruimte die medewerkers hebben om te groeien binnen de schaal. Bij voldoende ruimte wordt uitgegaan van 2,5%. Dit is voor ongeveer 40% van de medewerkers van toepassing. Voor overige personeelslasten is uitgegaan van de algemene prijsstijging van 2%. Deze 2% is gekoppeld aan het streefdoel voor de inflatie van de Europese centrale bank. Voor de bijzondere beloning en studie en opleidingen wordt gerekend met een stijging van 3,2%.
1.2 Overige uitgangspunten en normen Voor de overige uitgangpunten en normen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting.
30
2 Overzicht van baten en lasten
In de volgende tabellen worden de lasten en de baten weergegeven. j a a rre ke ning 2023 conce p t
bedragen in € x 1.000
b e groting 2024
b e groting 2024 wij ziging
b e groting 2025
LAST E N 1 R e nte e n a fschrij vinge n 1.1 Externe rentelasten
0
0
0
0
1.2 Interne rentelasten
40
80
80
80
1.3 Afschrijvingen van activa 1.4 Afschrijvingen van boekverliezen
364 0
353 0
424 0
341 0
404
433
504
421
2.1 Salarissen huidig personeel en bestuurders
10.370
11.453
13.025
13.392
2.2 Sociale premies 2.3 Rechtstreekse uitkeringen huidig personeel en bestuur
2.945 0
3.230 0
3.463 0
3.561 0
T ota a l re nte e n a fschrij vinge n 2 P e rsone e lsla ste n
2.4 Overige personeelslasten 2.5 Personeel van derden 2.6 Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders T ota a l p e rsone e lsla ste n
491
752
767
787
2.324 28
1.579 0
634 0
483 0
16.158
17.015
17.890
18.222
0 210
21 293
21 254
21 259
3 G oe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n 3.1 Duurzame gebruiksgoederen 3.2 Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen 3.3 Energie 3.4 Huren en rechten 3.5 Leasebetalingen operational lease
7
7
11
12
364 21
370 22
381 23
388 24
3.6 Pachten en erfpachten
0
0
0
0
3.7 Verzekeringen 3.8 Belastingen
24 13
21 12
25 12
25 13
2.396
2.435
2.743
2.798
4.900 7.935
5.018 8.200
4.375 7.846
4.289 7.829
0
0
0
0
3.9 Onderhoud door derden 3.10 Overige diensten door derden T ota a l goe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n 4 Bij d ra ge n a a n d e rd e n T ota a l b ij d ra ge n a a n d e rd e n 5 T oe voe ginge n voorzie ninge n/onvoorzie n 5.1 Toevoegingen aan voorzieningen 5.2 Onvoorzien T ota a l toe voe ging voorzie ninge n/onvoorzie n 6 T oe voe ginge n b e ste mmingsre se rve s 6.1 Toevoegingen aan bestemmingsreserve T ota a l toe voe ging b e ste mmingsre se rve s T OT AAL LAST E N
31
844
0
0
0
0 844
200 200
200 200
200 200
0 0
0 0
0 0
0 0
25.341
25.847
26.440
26.673
bedragen in € x 1.000
j a a rre ke ning
b e groting
b e groting
b e groting
2023 conce p t
2024
2024 wij ziging
2025
BAT E N 0 R e sulta a t voorga a nd b oe kj a a r
0
0
0
0
1.1 Externe rentebaten
483
0
350
300
1.2 Interne rentebaten
0
0
0
0
483
0
350
300
97 97
70 70
80 80
80 80
20.933 0
21.277 0
20.510 0
20.754 0
20.933
21.277
20.510
20.754
1 Fina ncië le b a te n
T ota a l fina ncie le b a te n 2 P e rsone e lsb a te n 2.1 Baten in verband met salarissen en sociale lasten T ota a l p e rsone e lsb a te n 3 G oe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 3.6 Diensten voor derden bijdragen deelnemers 3.6 Diensten voor derden T ota a l goe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 4 Bij d ra ge n va n d e rd e n 4.1 bijdragen van overigen T ota a l b ij d ra ge n va n d e rd e n
80
0
0
0
80
0
0
0
5 Wa te rscha p s- e n ge me e nte b e la stinge n 5.1 Invorderopbrengsten
5.132
4.500
5.500
5.500
5.132
4.500
5.500
5.500
873 0
0 0
0 0
39 0
873
0
0
39
27.598
25.847
26.440
26.673
2.257
0
0
0
Toevoeging aan bestemmingsreserve
0
0
0
0
Onttrekkingen aan bestemmingsreserve
0
0
0
0
2.257
0
0
0
T ota a l wa te rscha p s- e n ge me e nte b e la stinge n 6 Inte rne ve rre ke ninge n 6.1 Onttrekkingen aan voorzieningen 6.2 Geactiveerde lasten T ota a l inte rne ve rre ke ninge n T OT AAL BAT E N To t aal saldo van bat en en last en T oe voe ginge n e n ontre kking re se rve s
Result aat
Toelichting baten en lasten Ontwikkeling totale lasten en resultaat boekjaar 2023, begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 De begroting 2025 wordt gelijktijdig (voor zienswijze) aangeboden met de begrotingswijziging 2024. De begrotingswijziging is daarbij in een afzonderlijk document opgenomen. In deze begroting 2025 is voor de volledigheid het effect van de begrotingswijziging 2024 ook in de financiële tabellen opgenomen. Daarnaast is de realisatie in 2023 gepresenteerd. De begroting 2025 laat een totaal aan lasten zien van € 26.673.000 en een deelnemersbijdrage van € 20.754.000. In de begrotingswijziging 2024 zijn de totale lasten ingeschat op € 26.440.000 en is de verwachte deelnemersbijdrage € 20.510.000.
Toelichting lasten Algemeen Bij de lasten is rekening gehouden met de prijspeilontwikkeling ten opzichte van de begroting 2024, zowel voor de goederen en diensten als alle personeelslasten. Deze staat beschreven in de
32
uitgangspunten en normen, hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting. Deze indexatie heeft een substantiële impact op de toename van de kosten. 1 Rente en afschrijvingen De begroting van de afschrijvingslasten 2025 ligt iets lager dan de lasten uit de begrotingswijziging 2024. In 2025 zijn de huurdersinvesteringen van 2014 volledig afgeschreven. Door aanschaf van laptops, telefoons en een raming van € 250.000 voor een nieuwe investering in de kantoorruimte, blijven de afschrijvingslasten in lijn met voorgaande jaren. 2 Personeelslasten Ten opzichte van de primaire begroting 2024 en de begrotingswijziging 2024 nemen de totale personeelslasten met respectievelijk € 1.208.000 en € 333.000 toe. De toename is grotendeels het gevolg van een stijging van de salarissen en sociale premies. Reden hiervoor is enerzijds de stijging van de cao die in 2024 van kracht is geworden. Anderzijds heeft een verschuiving plaatsgevonden van personeel van de frontoffice van inhuur naar vaste dienst. De stijging wordt daarmee deels gecompenseerd door lagere lasten personeel derden en overige personeelslasten. De toename ten opzichte van de begrotingswijziging is grotendeels het gevolg van de verwachte stijging van de lonen met de prijspeilontwikkeling. De cao is nog niet vastgesteld voor 2025. In de begroting wordt uitgegaan van een stijging van de cao met 2,5%.
Daarnaast is rekening gehouden met de jaarlijkse individuele doorgroeimogelijkheden van de medewerkers. Mede als gevolg van enkele besparingen stijgen de totale personeelskosten ten opzichte van de begrotingswijziging 2024 met ca. 2%. 3 Goederen en diensten van derden De lasten voor goederen en diensten van derden laten per saldo een afname zien ten opzichte van de primaire begroting 2024 van € 370.000. Het grootste deel hiervan wordt in de begrotingswijziging 2024 meegenomen. Het onderhoud door derden laat ten opzichte van de begroting 2024 een stijging zien van ruim € 360.000 en dit wordt veroorzaakt door het onderhoud automatisering. Met name de gestegen lonen in de ICT-sector zijn hiervan de oorzaak. De overige diensten door derden nemen ten opzichte van de primaire begroting 2024 met ongeveer € 730.000 af. Dit is grotendeels het gevolg van een daling van de proceskostenvergoeding (NCNP) met € 470.000. Daarnaast wordt een besparing gerealiseerd op de digitale postverwerking van ongeveer € 125.000 en een besparing door het laten vervallen van het budget voor sociaal incasseren met € 100.000. De overige besparingen betreffen voornamelijk minder uitbesteden van werk, extern advies en lagere kosten voor de accountant (€ 32.000 lager).
5 Toevoegingen aan voorzieningen en onvoorzien Op grond van een besluit van het algemeen bestuur (29 mei 2013) wordt jaarlijks een bedrag van € 200.000 in de begroting opgenomen als onvoorzien. In de begroting wordt er vanuit gegaan dat er geen toevoegingen aan overige voorzieningen nodig is. Toelichting baten 1 Financiële baten In de begroting wordt conform de gehanteerde uitgangspunten rekening gehouden met een bedrag van € 300.000 aan rentebaten, die voortvloeien uit het schatkistbankieren.
33
2 Personeelsbaten Dit zijn baten die we ontvangen vanuit onder andere het UWV bij zwangerschapsverlof, overige subsidies voor medewerkers met een arbeidsbeperking en langdurig arbeidsongeschikte medewerkers. 3 Goederen en diensten aan derden Het hier opgenomen bedrag bestaat volledig uit de begrote bijdragen van de deelnemers. 4 Bijdragen van derden In de begroting is geen rekening gehouden met bijdragen van derden. 5 Invorderopbrengsten (waterschaps- en gemeentebelastingen) Het invorderproces levert structureel een bijdrage aan de baten van GBLT, als gevolg van aanmaningsen dwangbevelkosten die bij de burger in rekening worden gebracht. In de begrotingswijziging 2024 is dit bijgesteld naar € 5.500.000 op basis van de jaarrekening 2023 en de stijging van de maximale bedragen uit de Kostenwet. Dit is een stijging van € 1.000.000 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024. Deze stijging trekken we door in 2025 en verder. 6 Interne verrekeningen/ottrekkingen aan voorzieningen Voor 2025 wordt geraamd dat voor de ambtsjubilea en uitkeringen voormalig personeel een onttrekking aan de voorziening nodig is van € 39.000. Incidentele baten en lasten In de begroting zijn geen specifieke incidentele baten en lasten opgenomen die materieel zijn. Wel is sprake van enkele baten en lasten die van jaar tot jaar fluctueren en gevoeliger zijn voor externe factoren.
Dit betreffen onder andere de rentebaten en de invorderopbrengsten. Aan de lastenkant zijn dit met name de proceskostenvergoedingen als gevolg van toegekende bezwaar- en beroepsschriften. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves GBLT houdt geen reserves aan, waardoor geen sprake is van onttrekkingen en toevoegingen.
34
3 Investeringen In het begrotingsjaar 2025 zijn geen investeringen gepland boven de € 50.000. In het meerjarenperspectief zijn vervangingsinvesteringen opgenomen. Voor een overzicht van de geplande investeringen en de ontwikkeling van de activa wordt verwezen naar bijlage B en C.
35
4 Balans In onderstaande balansopstelling is de eindbalans voor 2023, de prognosebalans voor de gewijzigde begroting 2024 en de eindbalans voor de begroting 2025 opgenomen. De eindbalans moet gezien worden als de beginbalans van het daaropvolgende jaar.
J a a rre ke ning
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
2023
Be groting 2024 (ge wij zigd )
Be groting 2025
Activa
Va ste a ctiva Immateriele vaste activa
-
-
-
Materiële vaste activa
555
981
640
Financiele vaste activa
-
-
-
T ota a l va ste a ctiva
555
981
640
Vlotte nd e a ctiva Voorraden
-
-
-
Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar
3.396
1.078
1.380
Kortlopende vorderingen Liquide middelen
2.863 4
2.500 2
2.500 2
Overlopende activa
-
-
-
T ota a l vlotte nd e a ctiva
6 .2 6 3
3 .5 8 0
3 .8 8 2
T ota a l a ctiva
6 .8 1 8
4 .5 6 1
4 .5 2 2
J a a rre ke ning
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
2023
Be groting 2024 (ge wij zigd )
Be groting 2025
P a ssiva
Va ste p a ssiva Eigen vermogen Algemene reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar Voorzieningen Ambtsjubilea
-
-
-
-
-
-
2.257
-
-
204
204
Uitkering voormalig personeel
24
24
-
Proceskosten
216
216
216
2 .7 0 1
444
405
3.521
3.521
3.521
Vaste schulden T ota a l va ste p a ssiva
189
Vlotte nd e p a ssiva Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
596
596
596
T ota a l vlotte nd e p a ssiva
4 .1 1 7
4 .1 1 7
4 .1 1 7
T ota a l p a ssiva
6 .8 1 8
4 .5 6 1
4 .5 2 2
In de prognosebalans is er vanuit gegaan dat de mutaties beperkt zijn. Uitgangspunt is eveneens dat GBLT geen eigen vermogen aanhoudt. Het resultaat van het boekjaar wordt verrekend met de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.
36
Activa De uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar betreffen de uitzettingen van het schatkistbankieren. Deze uitzettingen vormen de sluitpost in de prognosebalans van de gewijzigde begroting 2024 en de begroting 2025. De kortlopende vorderingen bestaan voornamelijk uit openstaande invorderingsdebiteuren. Dit betreffen de vorderingen als gevolg van kosten voor opgelegde aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen. De voorziening voor dubieuze invorderingsdebiteuren zijn hierop in mindering gebracht. Passiva De netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar betreffen o.a. schulden aan leveranciers, te betalen belastingen en verloftegoeden personeel. De overlopende passiva hebben voornamelijk betrekking op verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen.
37
5 Meerjarenraming
De meerjarenraming heeft betrekking op de jaren 2026 tot en met 2029. Voor de meerjarenraming zijn de uitgangspunten en normen die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting eveneens van toepassing. Deze wijken niet af van begrotingsjaar 2025. Het meerjarenbeleid van GBLT wijkt niet substantieel af van de koers die we de afgelopen jaren hebben ingezet. GBLT geeft prioriteit aan kwaliteit van dienstverlening. Dit is de ontwikkelstrategie die we ook in het meerjarenperspectief vast blijven houden. De strategische ontwikkeldoelstellingen, zoals opgenomen in het programma van de beleidsbegroting, wijzigen niet in het meerjarenperspectief. Conform de nieuwe regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen (BBVW), die ingaat per 1 januari 2025, moet een toelichting worden gegeven op de meerjarenraming en ontwikkeling van de belastingopbrengsten. In de exploitatie van GBLT komen geen belastingopbrengsten voor als dekkingsmiddel van de lasten, waardoor dit onderdeel niet is opgenomen in deze meerjarenraming.
5.1 Meerjarenraming baten en lasten In de volgende tabel wordt de meerjarenraming van de baten en de lasten weergegeven. Hierin worden de hiervoor genoemde uitgangspunten van het programma vertaald voor de jaren 2026 tot en met 2029. bedragen in € x 1.000
b e groting
b e groting
b e groting
b e groting
2026
2027
2028
2029
LAST E N 1 R e nte e n a fschrij vinge n
336
247
254
286
18.845 7.903
19.197 8.069
19.787 8.238
20.395 8.410
215
218
218
218
2 7 .2 9 9
2 7 .7 3 0
2 8 .4 9 6
2 9 .3 0 8
300 80
300 80
300 80
300 80
3 G oe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n
21.419
21.850
22.611
23.417
5 Wa te rscha p s- e n ge me e nte b e la stinge n
5.500
5.500
5.500
5.500
2 7 .2 9 9
2 7 .7 3 0
2 8 .4 9 1
2 9 .2 9 7
2 P e rsone e lsla ste n 3 G oe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n 5 T oe voe ginge n voorzie ninge n/onvoorzie n T OT AAL LAST E N BAT E N 1 Fina ncië le b a te n 2 P e rsone e lsb a te n
T OT AAL BAT E N
Toelichting De toename van de lasten is hoofdzakelijk het gevolg van de jaarlijkse prijsstijgingen. Deze toename van de lasten wordt gedekt door de bijdrage van de deelnemers. Deze bijdrage is opgenomen onder de baten bij punt 3 “Goederen en diensten aan derden”. Onder punt 5 “Waterschaps- en gemeentebelastingen” zijn de invorderopbrengsten meegenomen. De hoogte van deze opbrengsten is gelijk gehouden aan de begroting 2025. Ook de rentebaten die zijn opgenomen bij de financiële baten zijn gelijk aan de begroting 2025.
38
5.2 Financiële positie De uiteenzetting van de financiële positie zoals opgenomen en toegelicht in paragraaf 1 van de beleidsbegroting is voor wat betreft de financiering, het weerstandsvermogen en de kengetallen ook van toepassing voor de meerjarenraming. De ontwikkeling van het EMU-saldo en de geprognosticeerde balans in het meerjarenperspectief worden hieronder weergegeven. EMU-saldo 2026-2029
bedr agen in € x 1.000
b e groting 2026
b e groting 2027
b e groting 2028
b e groting 2029
1
Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
0
0
0
0
2
Invloed Investeringen - netto investeringsuitgaven + verkoop materiële en immateriële vaste activa
0 0
-200.000 0
-300.000 0
0 0
+ afschrijvingen
255.577
166.838
173.912
205.667
Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v.exploitatie
15.000 0
18.000 0
18.000 0
18.000 0
- onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening
0
0
0
0
Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v.exploitatie
0 0
0 0
0 0
0 0
- onttrekkingen rechtstreeks uit reserves
0
0
0
0
Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies
0 0
0 0
0 0
0 0
2 7 0 .5 7 7
-1 5 .1 6 2
-1 0 8 .0 8 8
2 2 3 .6 6 7
3
4
5
E MU Sa ld o
39
Prognosebalans 2026-2029
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
Be groting
Be groting
Be groting
Be groting
2026
2027
2028
2029
Activa
Va ste a ctiva Immateriele vaste activa
-
-
-
-
Materiële vaste activa
384
417
543
338
Financiele vaste activa
-
-
-
-
T ota a l va ste a ctiva
384
417
543
338
Vlotte nd e a ctiva Voorraden
-
-
-
-
Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar
1.651
1.621
1.490
1.684
Kortlopende vorderingen Liquide middelen
2.500 2
2.500 2
2.500 2
2.500 2
Overlopende activa
-
-
-
-
T ota a l vlotte nd e a ctiva
4.153
4.123
3.992
4.186
T ota a l a ctiva
4.537
4.540
4.535
4.524
Be groting
Be groting
Be groting
Be groting
2026
2027
2028
2029
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0 P a ssiva
Va ste p a ssiva Eigen vermogen Algemene reserves
-
-
-
-
Bestemmingsreserves
-
-
-
-
Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar
-
-
-
191
Voorzieningen Ambtsjubilea
204
207
202
Uitkering voormalig personeel
-
-
-
-
Proceskosten
216
216
216
216
420
423
418
407
Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar
3.521
3.521
3.521
3.521
Overlopende passiva T ota a l vlotte nd e p a ssiva
596 4.117
596 4.117
596 4.117
596 4.117
T ota a l p a ssiva
4.537
4.540
4.535
4.524
Vaste schulden T ota a l va ste p a ssiva
Vlotte nd e p a ssiva
40
6 Begroting naar kostendragers
6.1 Bijdrage van de deelnemers In de begroting, inclusief meerjarenraming, zijn de kostendragers de deelnemers die de lasten van het GBLT voor hun rekening nemen. De deelnemersbijdrage voor het jaar 2025 wordt in deze begroting vastgesteld op een totaalbedrag van € 20.754.000 (afgerond). De kosten voor het heffen en innen van belastingen worden gedragen door alle deelnemers gezamenlijk, inclusief de kosten van klantencontacten en overhead. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar belastingsoorten, omdat het uniform combineren van aanslagen op één biljet beoogd wordt. De kosten voor het uitvoeren van de WOZ (waardering onroerende zaken) worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. De totale verdeling van de deelnemersbijdragen ziet er, op basis van de verdeelsleutel, in meerjarenperspectief als volgt uit: de jaarlijkse stijging van de totale bijdrage van 2025 en verder ligt tussen de 1,2% en 3,6%. De belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de prijspeilontwikkeling van 2% op basis van de uitgangspunten voor inflatie van materiële budgetten en de verwachte loonpeilontwikkeling van 2,5% meerjarig, inclusief de salarisstijging op basis van de individuele ontwikkelingen en doorgroeimogelijkheden. bedragen in € x 1.000
Be groting 2024
deelnemer
Be groting b e groting b e groting b e groting b e groting b e groting 2024
2025
2026
2027
2028
2029
wij ziging
conce p t
conce p t
conce p t
conce p t
conce p t
w aterschap Drents Overijsselse Delta
2.756
2.651
2.662
2.750
2.809
2.912
3.022
w aterschap Rijn en IJssel
2.859
2.751
2.783
2.875
2.937
3.045
3.160
w aterschap Vallei en Veluw e
4.636
4.460
4.474
4.622
4.721
4.894
5.079
w aterschap Vechtstromen
3.438
3.308
3.330
3.440
3.514
3.643
3.780
w aterschap Zuiderzeeland
1.871
1.800
1.823
1.884
1.924
1.995
2.070
gemeente Bunschoten
350
340
346
356
362
373
385
gemeente Dalfsen
506
490
504
519
527
544
560
gemeente Dronten
727
705
726
748
760
784
808
gemeente Leusden
539
522
535
551
560
577
595
gemeente Nijkerk
763
739
757
779
792
816
841
gemeente Ommen
373
361
370
381
387
399
412
gemeente Zw olle
2.460
2.383
2.442
2.514
2.556
2.634
2.715
21.278
20.510
20.754
21.419
21.850
22.615
23.427
To t ale deelnemersbijdrage
De hierboven vermelde bedragen zijn voor de gemeenten inclusief de compensabele btw. In onderstaande tabel is de compensabele btw weergegeven.
41
bedragen in € x 1.000
Be groting 2024
deelnemer
Be groting b e groting b e groting b e groting b e groting b e groting 2024
2025
2026
2027
2028
2029
wij ziging
co ncept
co ncept
co ncept
co ncept
co ncept
gemeente Bunschoten
14
13
13
13
14
14
14
gemeente Dalfsen
24
22
23
23
24
24
25
gemeente Dronten
29
27
28
28
29
29
30
gemeente Leusden
26
24
25
25
26
26
27
gemeente Nijkerk
36
33
34
34
35
36
37
gemeente Ommen
17
16
16
16
17
17
18
gemeente Zw olle
121
112
114
115
118
120
123
comp e nsa b e le BT W
267
248
254
255
262
267
273
6.2 Ontwikkeling kosten per aanslagregel In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de kosten per aanslagregel opgenomen.
Bij de gemeentelijke deelnemers valt op dat de kosten per aanslagregel in 2023 relatief flink zijn toegenomen. Dit is het voornamelijk het gevolg van de hogere proceskostenvergoeding en uitvoeringskosten vanwege de forse stijging van de ontvangen WOZ-bezwaren. De kosten per aanslagregel van de waterschappen en in totaal laat een licht opgaande lijn zien. Ondanks de prijsindexatie van de afgelopen jaren, is de prijs per aanslagregel tot en met de realisatie 2023 nauwelijks toegenomen in de afgelopen jaren.
42
Vaststellingsbesluit De deelnemende waterschappen en gemeenten zijn in de gelegenheid geweest hun zienswijze over de begroting 2025 aan het dagelijks bestuur van GBLT kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur heeft de ontvangen zienswijzen, voor zover ingediend, bij de begroting gevoegd en het geheel aan het algemeen bestuur aangeboden. Het algemeen bestuur van GBLT, •
gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 10 juli 2024.
•
gezien de zienswijzen/reacties van de deelnemers
•
overwegende dat de begroting 2025 inclusief het meerjarenperspectief 2026 tot en met 2029, na voorafgaande kennisgeving, 14 dagen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage heeft gelegen,
•
gelet op de artikelen 83 en 100 van de Waterschapswet,
besluit: 1.
de begroting 2025 vast te stellen,
2.
kennis te nemen van het meerjarenperspectief 2026 tot en met 2029,
3.
het dagelijks bestuur te machtigen voor het beheer van de inkomsten en uitgaven,
4.
het dagelijks bestuur te machtigen om onvoorziene uitgaven te doen tot maximaal € 200.000 van de jaarlijkse exploitatiekosten.
Zwolle, 11 september 2024 Het algemeen bestuur, De voorzitter,
De directeur,
B.J. van Vreeswijk
R.A.C. de Haan
43
Bijlagen
44
Bijlage A Procentuele generieke kostenverdeling Procentuele verdeling d e e lne me r
b e groting 2025
2025
2025
generiek
wat erschap
gemeent e
waterschap Drents Overijsselse Delta
17,66%
waterschap Rijn en IJssel
18,47%
waterschap Vallei en Veluwe
29,68%
waterschap Vechtstromen
22,09%
waterschap Zuiderzeeland
12,10%
Totaal Waterschappen
91,91%
gemeente Bunschoten
6,39%
gemeente Dalfsen
8,81%
gemeente Dronten
13,41%
gemeente Leusden
9,29%
gemeente Nijkerk
13,29%
gemeente Ommen
6,54%
gemeente Zwolle
42,27%
Totaal Gemeenten
8,09%
T ota le d e e lne me rsb ij d ra ge
100%
100%
100%
In bovenstaande tabel zijn de percentages opgenomen voor de verdeling van de generieke kosten, conform de kostenverdeelsleutel.
45
Bijlage B Staat van activa Omschrij ving
Afschrij vingsJ a a r va n Historisch d uur inve ste ring of inve ste ringsin j a re n a ctive ring b e d ra g
Afschrij vinge n voorga a nd e j a re n
Ba la ns p e r 3 1 -1 2 -2 0 2 4
Inve ste ringe n 2025
De sinve ste ringe n a a nscha fwa a rd e 2025
De sinve ste ringe n a fschrij ving 2025
Afwa a rd e ringe n we ge ns d uurz. wa a rd e ve rmind e ringe n 2025
Afschrij vinge n 2025
Ba la ns p e r 3 1 -1 2 -2 0 2 5
241.667
25.000
216.667
Ma te rië le va ste a ctiva
Be d rij fsge b ouwe n Verbouwing Zwolle Lubeckplein Verbouwing pand
10 10
2014 2024
1.341.390 250.000
1.341.390 8.333
6
2012
14.490
14.490
-
-
-
Kantoormeubilair Lubeckplein Zwolle Infrastructuur Lubeckplein Zwolle Schermen vergaderruimtes en lounges Laptops
10 5 5 3
2014 2014 2014 2024
347.726 176.474 79.415 278.000
347.726 176.474 79.415 61.778
0 216.222
92.667
0 123.556
Mobiele telefoons en tablets Bureaustoelen
3 10
2024 2024
182.060 140.000
40.458 4.667
141.602 135.333
60.687 14.000
80.916 121.333
5 5 5
2018 2018 2021 / 2022 2022 2023 2023
101.165 49.160 455.573 128.130 107.314 54.087
101.165 49.160 359.120 76.878 42.924 20.057
96.453 51.252 64.390 34.030
91.114 25.626 21.462 10.817
5.339 25.626 42.928 23.213
3 .7 0 4 .9 8 4
2 .7 2 4 .0 3 4
9 8 0 .9 5 0
3 4 1 .3 7 2
6 3 9 .5 7 7
Ve rvoe rmid d e le n Dienstauto's
Ove rige ma te rië le va ste a ctiva
Softwa re Waarderingsapplicatie Voormelding Belastingapplicatie Koppelingen Archief E-formulieren designer T ota le n
0
0
0
0
Bijlage C Investeringsprogramma
b ed ra gen in €
Verbouwing pand Inventaris Mobiele telefonie + tablets (per 3 jaar) Laptops (per 3 jaar)
T ota a l
Afschrij vingsd uur in j a re n
Inve ste ringe n 2024
10 10 3 3
250.000 140.000 182.000 278.000
8 5 0 .0 0 0
Inve ste ringe n 2025
Inve ste ringe n 2026
Inve ste ringe n 2027
Inve ste ringe n 2028
Inve ste ringe n 2029
200.000 300.000
0
0
2 0 0 .0 0 0
3 0 0 .0 0 0
0
48