CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Kadernota 2024 RUD Utrecht.pdf

Informatieavond 1 december 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2a: RV Ontwerp Kadernota 2024 RUD Utrecht11.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerp Kadernota 2024 Algemeen Bestuur d.d. 3 november 2022

RUD Utrecht Postbus 85242

3508 AE Utrecht

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1 Inleiding

4

2 Waar we staan

5

2.1. Maatschappelijke context

5

2.2. Het VTH-stelsel

6

2.3. De RUD op weg naar 2030

9

3 Ontwikkelingen 2024

12

3.1. Versterken van de VTH-kerntaken

12

3.2. Ontwikkelen en verbreden advisering voor beleidsondersteuning

16

3.3. Randvoorwaarden

19

4 Ontwikkelingen in de deelnemersbijdrage en de benodigde ondersteuning vanuit Bedrijfsvoering

22

4.1. Bedrijfsvoering

22

4.2. Financieringsmodel

23

4.3. Financiële vertaling ontwikkelingen

24

4.4. Ontwikkeling van de bijdrage

26

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 2

Voorwoord Beste lezers,

Deze maanden kom ik samen met een aantal collega´s langs bij de gemeenteraden (in 2023 na de provinciale verkiezingen ook bij de Provinciale Staten). Op het moment dat ik dit schrijf, zijn we in het kader van ´de RUD on tour´ bij twee raden te gast geweest. Daar vertel ik op hoofdlijnen hoe de organisatie in elkaar zit, wat we voor de betreffende gemeente doen, wat er landelijk speelt en wat onze ambities en plannen voor de toekomst zijn. We zien veel nieuwe gezichten, en ontmoeten vooral veel raadsleden die geïnteresseerd zijn in de RUD en het werk dat wij voor- en met gemeentecollega’s doen. De vragen en gesprekken gaan over de financiën en de verdeling van taken en bevoegdheden, maar ook steeds meer over de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de koers die we met elkaar willen varen.

De vraag die meerdere keren werd gesteld is: hoe kunnen wij als raadsleden meer meedenken over die koers? De nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen gaat gemeenteraden en Provinciale Staten meer invloed geven. Onderzoek vooral hoe deze ruimte ingevuld kan worden. Maar ik wil opdrachtgevers – en in het bijzonder raadsleden – vooral uitnodigen om deze Kadernota goed te lezen en te reageren. Dit is het document waarin het over de toekomst gaat, over inhoud, over ontwikkeling. Naast alle rapportages die jullie ieder jaar van ons krijgen, waarin het vooral over financiën en productie gaat, zetten we in de kadernota de inhoudelijke lijnen uit. En ook op de kadernota kunnen opdrachtgevers zienswijzen indienen.

Vorig jaar zetten we in de kadernota 2023 de ambitie neer tot 2030. In deze kadernota geven we hier verdere invulling aan. Hierbij geven we ook aan welke stappen we in 2024 willen zetten om onze ambitie te realiseren. Het is nu 2022, en in de loop van de tijd kunnen we deze stappen steeds concreter maken. Daarbij nemen we graag de wensen en ideeën van jullie als eigenaren mee. Om jullie als eigenaren echt mee te nemen in wat we doen, is het niet voldoende om rapportages en kadernota’s te sturen. We nemen jullie graag mee om het feitelijk werk buiten in het veld en bij bedrijven te aanschouwen en om op kantoor te zien hoe we data en geo-informatie gebruiken om onze VTH-taken te versterken. We zullen hiervoor werkbezoeken organiseren waar raadsleden van harte welkom zijn.

Hugo Jungen

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 3

1

Inleiding

De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD) werkt voor en met elf gemeenten en de provincie Utrecht aan een gezonde, veilige leefomgeving. De RUD voert naast taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving steeds meer adviestaken uit en groeit naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst. Bijvoorbeeld door beschikbare data en informatie over geur op de kaart te zetten om dit milieuaspect inzichtelijk te maken voor de RO-collega’s bij opdrachtgevers (zie kader 3 pagina 15) of door feedback te geven op een ontwerp-omgevingsvisie. In de kadernota voor 2023 blikten we verder vooruit en legden we de ambitie voor 2030 vast:

De RUD Utrecht is het expertisecentrum voor de fysieke leefomgeving en partner bij de energietransitie.

Deze ambitie is omarmd door de gemeenteraden van de deelnemers en door Provinciale Staten. In de kadernota 2023 legden we ook vast hoe we gefaseerd naar deze ambitie toe werken. Met in 2023 de focus op het versterken van de VTH-taken, het verbreden en verder ontwikkelen van onze adviestak en het ontwikkelen van de organisatie passend bij onze nieuwe rollen en taken. In deze kadernota schetsen we op hoofdlijnen welke stappen we in 2024 gaan zetten op weg naar het geambieerde expertisecentrum en partnerschap. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij de landelijke ontwikkelingen die zijn ingezet met het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (hierna: IBP). Dit programma – dat in juli 2022 werd gelanceerd - vindt zijn oorsprong in de aanbevelingen uit het rapport van de commissie Van Aartsen. De RUD en haar opdrachtgevers namen aanbevelingen die van toepassing zijn al eerder mee in het programma ‘Samen op weg’ (vastgesteld in het AB van 1 februari 2021) en bij het vaststellen van de ambitie voor 2030. Bij het bepalen van de prioriteiten voor 2024 zijn onze ambitie en de weg die we daarvoor zijn ingeslagen met ons eigen programma Samen op weg leidend. Het IBP kan op onderdelen een belangrijke impuls geven bij het verwezenlijken van onze ambitie.

In deze kadernota identificeren wij de kansen van dit landelijke programma en inventariseren we op welke onderdelen we aan kunnen sluiten. De vooruitblik naar 2024 wordt voorafgegaan door een schets van de huidige stand van zaken en maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van milieu. Vervolgens gaan we in op de ontwikkelingen van de organisatie en de financieringsstructuur. We sluiten de kadernota af met inzichten die van invloed zullen zijn op de programmabegroting van 2024.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 4

2

Waar we staan

In dit hoofdstuk beschrijven we de context voor de beleidskeuzes voor 2024. Het gaat zowel om de stand van zaken binnen de RUD en het VTH-stelsel als de maatschappelijke context waar wij – uitvoeringsorganisatie en deelnemers – een rol in spelen.

2.1.

M aatschappelijk e contex t

Droogte, hitte, stikstofcrisis, ondermaatse waterkwaliteit: als één ding opnieuw duidelijk is geworden tijdens de zomer van 2022 is het wel dat onze leefomgeving alle aandacht nodig heeft. Niet alleen onze gezondheid, het milieu en de natuur beginnen te lijden onder uitputting en verontreiniging, er is inmiddels ook grote maatschappelijke onrust ontstaan. Energietransitie en klimaatadaptie zijn noodzakelijk, maar er moeten ondertussen ook extra woningen gebouwd worden. Tegelijkertijd constateert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat beleidsmakers bij het plannen van woningen en bedrijfsruimtes, onvoldoende rekening houden met de kwetsbaarheid van onder andere water, bodem en cultuurhistorie. De plannen passen vaak wel binnen de vastgestelde beleidskaders, maar zijn onverstandig in het licht van milieuwaarden zoals drinkwatervoorziening en biodiversiteit of toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is nadelig voor deze waarden zelf, maar ook riskant voor de woningen en bedrijven. Bijvoorbeeld door de kans op verzakkingen of overstromingen, met onder andere hoge onderhoudskosten als gevolg. 1

Pilot Planmonitor NOVI 2021, Mogelijke toekomstige woon- en werklocaties: risico’s voor kwetsbare gebieden, PBL, 22-12-2021 1

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 5

Het is dan ook noodzakelijk voor een gezonde en veilige leefomgeving dat milieuwaarden meer prioriteit krijgen bij het maken van ruimtelijke plannen en dat vergunningverlening, toezicht en handhaving effectief worden uitgevoerd. Omgevingsdiensten hebben de bouwstenen in handen om deze essentiële bijdragen te leveren. Dit geldt voor de woningbouwopgave, maar ook bij andere opgaven zoals stikstofreductie, energietransitie en circulariteit. Dit is extra van belang voor de RUD en haar deelnemers. Uit de PBL-publicatie blijkt namelijk dat in de provincie Utrecht kwetsbare gebieden nog meer onder druk komen te staan, omdat 70% van de nieuwbouwwoningen in dergelijke gebieden wordt gebouwd. 1 Daarbij wordt de noodzaak voor een sterke omgevingsdienst alleen maar groter met de invoering van de Omgevingswet. De verantwoordelijkheid voor een veilige, schone leefomgeving komt dan nog meer bij decentrale overheden te liggen. Gemeenten moeten bij het inrichten van de ruimte keuzes maken en milieuaspecten als geluid, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit hier een plek in geven. Zij moeten in staat zijn om het hele speelveld – economie, recreatie, duurzaamheid, milieu, etc. – te overzien en alle belangen integraal af te wegen. En daar stopt het niet.

Als deze afweging vastligt in omgevingsvisies en omgevingsplannen, moeten de afspraken en ambities voor het milieu worden waargemaakt en gewaarborgd door een effectieve uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD kan zowel aan de voorkant, wanneer belangen worden gewogen, als bij de uitvoering, als het milieu daadwerkelijk beschermd en versterkt moet worden, een cruciale rol spelen. Als het aankomt op het milieu heeft de RUD toezichthouders, vergunningverleners en juristen in huis, met veel gespecialiseerde vakkennis en vaak jarenlange ervaring met de lokale situatie. Zij vullen zo de kennis bij de gemeenten en de provincie aan.

2.2.

Het VTH-stelsel

Een goed functionerend VTH-stelsel was de basisgedachte bij het oprichten van de omgevingsdiensten. Naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de ramp in Moerdijk, heeft de commissie Mans gerapporteerd over misstanden op het gebied van handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Hierin constateerde de commissie dat het aantal overtredingen fors is en de samenwerking tussen de overheden voor een gedegen bestuurlijke en strafrechtelijk aanpak beperkt is. Om deze praktijk te verbeteren adviseerde de commissie om omgevingsdiensten op te richten, waarbij de deelnemers wettelijk verplicht werden de VTH-taken voor in ieder geval de ‘complexere’ milieuinrichtingen over te dragen. Inmiddels voeren de omgevingsdiensten alweer een aantal jaren de VTH-taken uit op het gebied van milieu. In die tijd zijn er verschillende evaluaties en onderzoeken gedaan. Hieruit blijkt dat omgevingsdiensten zich ontwikkelen, maar dat er problemen zijn die niet opgelost kunnen worden met verdere doorontwikkeling binnen het huidige VTH-stelsel. In opdracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft de adviescommissie VTH, onder leiding van Jozias van Aartsen, in 2021 de mogelijkheden in kaart gebracht om het VTH-stelsel effectiever en slagvaardiger maken.

Deze commissie van Aartsen concludeerde dat het stelsel weliswaar verbeterd is door de invoering van omgevingsdiensten, maar dat verdere verandering noodzakelijk is. De commissie gaf hierbij aanbevelingen voor aanpassingen van het stelsel.

Pilot Planmonitor NOVI 2021, Mogelijke toekomstige woon- en werklocaties: risico’s voor kwetsbare gebieden, PBL, 22-12-2021 1

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 6

De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen zijn uitgewerkt in het Interbestuurlijk programma 'versterking VTH-stelsel’ (IBP). Binnen dit programma werken Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten samen om concrete stappen te zetten ter verbetering van het stelsel. Het is voor het eerst dat omgevingsdiensten een plek aan deze bestuurlijke tafel hebben. Doel van het IBP is om te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. De deelnemende partijen onderschrijven dat omgevingsdiensten hierin een essentiële rol moeten spelen. Dit geldt niet alleen voor de uitvoering van de VTH-taken, maar ook voor de aanpak van grote maatschappelijke transitieopgaven als energietransitie, stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit. Een stevige positie van de omgevingsdiensten is dan ook de basis voor het IBP. In het programma staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is.

Ontwikkelpijlers van het programma zijn onder andere de financiering van omgevingsdiensten, informatie-uitwisseling, kennisinfrastructuur en de waarborging van onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving. In kader 1 “Het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel” op pagina 8, gaan we uitgebreider op de inhoud van het IBP in.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 7

Kader 1: Het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP)

Doel Een sterke rol van omgevingsdiensten is de basis voor het IBP. In dit programma staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. Daarbij is het de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten in staat zijn om naast de huidige taken een essentiële rol te vervullen in de grote transitieopgaven waar Nederland voor staat. Dit is in lijn met de ambities van de RUD.

Uitw erking Het programma bestaat uit zes pijlers (tussen haakjes staat de ‘trekker’ van de pijler. Deze trekker draagt in organisatorische zin de verantwoordelijkheid voor de gehele pijler): 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Robuuste omgevingsdiensten en financiering (VNG) Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging (JenV) Informatie-uitwisseling en datakwaliteit (IenW) Kennisinfrastructuur (inclusief arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel) (OD-NL) Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving (IPO) Monitoring kwaliteit milieutoezicht (IenW/ILT en/of BZK)

Looptijd en financiering Het programma heeft een looptijd van 2 jaar (2022 – 2024) waarbij in 2023 de projecten worden vormgegeven, inclusief de bijbehorende financiële middelen. De uitvoering staat gepland voor 2024. De beschikbare middelen en financiering van het IBP zijn vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ (2021). Dit akkoord reserveert structureel 18 miljoen euro per jaar voor de versterking van het VTH-stelsel. Ook is over een periode van 3 jaar naar 6 miljoen euro oplopend bedrag voorzien voor de versterking van VTH bij ILT (dit bedrag wordt aangewend voor de versterking van de aanpak van de milieucriminaliteit). Deze middelen komen op de begroting van IenW en worden langs de lijn van de aanbevelingen van de commissie van Aartsen besteed aan landelijk overkoepelende onderwerpen.

I P B en am bities R UD Omdat het IBP op veel vlakken aansluit bij de ambitie van de RUD voor 2030, doen er zich kansen voor om het programma als vliegwiel te gebruiken om de eigen ambities (versneld) te realiseren, waarbij ook nauwe samenwerking met de deelnemers is gewenst. De RUD zorgt ervoor dat het in 2023 op meerdere fronten, ambtelijk en op bestuurlijk/directieniveau is aangesloten bij onderdelen van het programma. Om een bijdrage te leveren, stelt de RUD medewerkers ter beschikking die op een specifiek terrein deskundig zijn. Participatie van de RUD in specifieke pilots en projecten van het IBP waarmee relevante interne ontwikkelingen versneld kunnen worden verwezenlijkt en (gedeeltelijk) gefinancierd, is daarbij een mooie bijkomstigheid.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 8

2.3.

De RUD op w eg naar 2030

Parallel aan de landelijke evaluaties en onderzoeken werkt de RUD met de deelnemers aan de doorontwikkeling van de organisatie. Met als doel: een robuuste, deskundige en vernieuwende dienst voor zowel de VTH-uitvoeringstaken als (milieu)advisering bij ruimtelijke opgaven. Het bestuurlijke traject ‘Kleur bekennen’ en het ambtelijke programma ‘Samen op weg’ hebben hier invulling aan gegeven. Hiermee hebben de gemeenten en provincie een duidelijke ontwikkelrichting voor de RUD bepaald, namelijk de doorontwikkeling naar een technisch adviserende uitvoeringsorganisatie. In de kadernota 2023 is deze ambitie verder uitgewerkt met oog op de maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, stikstofreductie en klimaatadaptatie die steeds meer op het bord van gemeenten en provincie komen te liggen. Om de opdrachtgevers hierin zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen ontwikkelt de RUD zich tot ‘het expertisecentrum voor de fysieke leefomgeving en partner bij de energietransitie’. Deze ambitie is omarmd door de Raden van de deelnemende gemeenten en Provinciale Staten en sluit naadloos aan bij de doelstelling van het IBP. Sinds het vaststellen van de kadernota 2023, heeft de RUD samen met de opdrachtgevers onder andere de volgende stappen gezet op weg naar deze ambitie: •

Expertisecentrum De RUD als expertisecentrum verbindt en levert kennis, betrouwbare data, integrale adviezen (strategisch, tactisch en operationeel rekening houdend met technische-, juridische- en omgevingsaspecten) om deelnemers te ondersteunen bij de besluitvorming en het opstellen van beleid en regelgeving. Daarnaast worden kennis en data ingezet voor de efficiënte uitvoering van de VTH-taken gericht op een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen. Zo kunnen gegevens over (de impact van) overtredingen helpen bij het maken van handhaafbaar beleid en om de beschikbare handhavingscapaciteit gericht in te zetten. Kennisontwikkeling bij de RUD levert bovendien voordeel voor alle deelnemers op. Wat we bijleren door bijvoorbeeld omgevingswetproof geluidsbeleid voor één gemeente te maken, is beschikbaar voor alle gemeenten. De samenwerking met de ODRU zorgt voor belangrijke kennisontwikkeling binnen beide omgevingsdiensten. Daarom breiden we deze samenwerking uit. Zo werken ODRU en RUD samen met de provincie aan soortenbescherming bij het saneren van asbestdaken. Een gezamenlijke procesmanager stimuleert verdere samenwerking op de werkvloer en neemt eventuele drempels weg, zodat projecten door kunnen gaan. De RUD groeit daarnaast ook op het gebied van technisch advies over de individuele milieuaspecten naar integraal adviseur.

Waar we eerder al integraal milieuadvies gaven bij concrete initiatieven, hebben we inmiddels het eerste integrale advies op een omgevingsvisie geleverd. Een goed voorbeeld van technisch advies over bodem leest u op pagina 11 in kader 2. Ook op het gebied van data en geo-informatie groeit de RUD door. Zo kunnen luchtvaartbedrijven sinds kort in één oog opslag zien of hun melding of ontheffing om vluchten uit te voeren wel of niet haalbaar is. Het beleid van de provincie is in de kaarten geïntegreerd, bijvoorbeeld over vluchten in weidevogelgebieden of in de buurt van woningen. Omdat alle toegekende ontheffingen en de meldingen meteen in de kaarten worden opgenomen is ook meteen duidelijk hoeveel vluchten er nog op een bepaalde locatie mogelijk zijn. Een ander voorbeeld van de mogelijkheden van data en geo-informatie ter ondersteuning van het maken van ruimtelijk beleid vindt u op pagina 15 in kader 3.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 9

•

Partner in de energietransitie Als ‘partner in de energietransitie’ wil de RUD de denk- en uitvoeringskracht van gemeenten en provincie aanvullen om samen de complexe opgave van energietransitie realiseren. Aan de slag gaan met de energietransitie vraagt om pionieren, samenwerken en het uitwisselen van kennis en ervaring. En met name het nemen van ingrijpende beslissingen over de verdeling van de schaarse ruimte. Bij het inpassen van de energietransitie in de leefomgeving gaat veel aandacht uit naar planologie en ruimtelijke ontwikkeling. Hier zijn gemeenten goed in. De RUD kan de kennis over onder andere de bodem, grondwater en de ondergrond toevoegen. Dit helpt bijvoorbeeld om bodemenergie langdurig effectief te kunnen gebruiken. De energietransitie heeft ook een sterke regionale component. Hierin kan de RUD een verbindende rol spelen. Wij werken immers voor elf gemeenten en de provincie en kennen het hele gebied. De RUD heeft al ervaring met bodemenergie, zowel als adviseur voor gemeenten en provincie als in de uitvoering van de VTH-taken. Voor energiebesparing bij bedrijven voeren we momenteel de VTH-taken uit. Inmiddels is er een eerste verkenning gedaan met betrekking tot aanvullende producten en diensten op het gebied van energietransitie die nog ontwikkelt kunnen worden om onze opdrachtgevers beter te ondersteunen.

Deze verkenning wordt verder uitgewerkt, waaruit een concreet voorstel komt voor de uitbreiding van onze energietaken.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 10

Kader 2: Opruimen oude bodemverontreiniging schept kansen voor de toekomst Vlak naast het centraal station in Amersfoort, in de buurt van het Mondriaanplein, ligt het Vetgasterrein. Hier stond vroeger een fabriek die gas uit kolen haalde voor de verlichting van stoomtreinen. Het restproduct dat hierbij overbleef was teer. Het teer werd tot de jaren ’50 opgeslagen in bassins zonder afdichting en kon zo onbelemmerd de bodem inzakken. Nu staan er 280 filters die het restproduct, teer, heel veel teer, langzaam maar zeker uit de bodem oppompen. Over vijf jaar is de klus geklaard en kan het terrein worden ontwikkeld. Het is niet de eerste keer dat het Vetgasterrein wordt gesaneerd. In 2003 werden er damwanden en bioschermen met persluchtfilters geplaatst, in de vorm van een trechter. Deze trechter moest de verontreiniging op z’n plek houden. Het risico is dat het smalste deel van de trechter verstopt, waardoor het teer er omheen gaat lopen. Een ander risico is dat het teer verder naar beneden zakt. “De klei van de Eemlaag houdt het teer nu nog tegen, maar het moet niet verder zakken. Dan komt het in het tweede watervoerend pakket (diepe grondwater) en gaat het zich verspreiden.”

Kauwgom Toezichthouder Ludo Meijer is sinds 2018 bij de sanering van de voormalige Vetgasfabriek betrokken. Hij legt uit waarom deze verontreiniging om zo’n langdurige en zorgvuldige aanpak vraagt. “Teer is als kauwgom. Het lost niet op. We kunnen het dus niet oppompen met het grondwater. Het zit tot 12 meter diep, daardoor is ontgraven ook niet geschikt. Dat is veel te duur.” Tijdens de voorbereidingen die twee jaar duurden, werden onder andere explosieven uit de Tweede Wereldoorlog opgeruimd. “Tijdens deze werkzaamheden kwamen we kleine verontreinigingen tegen, die zijn nu opgeruimd. De kwaliteit van de bovenste meter grond is bekend en gesaneerd, dat maakt het aanleggen van kabels en leidingen makkelijker als straks het terrein daadwerkelijk wordt ontwikkeld.”

Langzaam afvoeren Tijdens de voorbereiding is ook een buizenstelsel aangelegd en zijn er tien filters getest. Ludo: “Alle filters hebben sensoren. Omdat de weerstand van water en van teer anders is, herkent een sensor wat het is. Is het teer, dan doet de pomp een paar slagen en komt het teer in de buizen terecht waar het langzaam wordt afgevoerd.” Het lage tempo is noodzakelijk om te voorkomen dat de teer breekt; er moet zoveel mogelijk aan één stuk uit de bodem komen.

Monitoren Nu de pompen hun werk doen, is het werk van Ludo nog niet gedaan. “We bespreken elk half jaar de voortgang en het grondwater wordt jaarlijks gemonitord. En het teer moet natuurlijk worden afgevoerd.” De belangrijkste gesprekspartner is de gemeente Amersfoort. De gemeente is als eigenaar van het terrein beschikkinghouder en verantwoordelijk voor de sanering.

Geen blauwdruk De collega’s van de gemeente en Ludo als toezichthouder hadden niet altijd dezelfde belangen, maar wel hetzelfde doel: een schone bodem waar na de sanering veilig gebouwd kan worden. Ludo: “We doen het goed, of we doen het niet. Dat is het uitgangspunt.” Dankzij deze houding en de jarenlange gezamenlijke inspanningen wordt de complexe, grootschalige verontreiniging nu gesaneerd. Is de methode Vetgasfabriek een blauwdruk voor alle teerverontreinigingen? “Er zijn gelukkig niet veel teerverontreinigingen en elke locatie is uniek.”

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 11

3

Ontwikkelingen 2024

De afgelopen jaren is sterk ingezet op de doorontwikkeling van de RUD naar een technisch adviserende uitvoeringsorganisatie. Met de kadernota 2023 is een duidelijke stip op de horizon gezet voor 2030, waarbij de RUD het expertisecentrum is voor de fysieke leefomgeving en partner bij de energietransitie. Invulling geven aan deze ambitie vraagt een gefaseerde aanpak. Met deze kadernota concretiseren we de vervolgstappen op weg naar deze ambitie. Hierbij leggen we de nadruk op: 1. Versterken van de VTH-taakuitvoering 2. Ontwikkelen en verbreden advisering gericht op beleidsondersteuning Daarnaast zijn er een aantal randvoorwaarden waaraan invulling gegeven moet worden om daadwerkelijk vervolgstappen te zetten.

3.1.

Versterk en van de VTH-kerntaken

De druk op de fysieke leefomgeving wordt groter waarbij het steeds moeilijker wordt om verschillende functies te combineren met behoud van de kwaliteit van die leefomgeving. Een veilige, gezonde en schone leefomgeving is daarmee niet vanzelfsprekend. Een robuuste en efficiënte uitvoering van de VTHtaken kan hieraan een bijdrage leveren. Door met vergunningen en maatwerkbesluiten de kaders aan de voorkant te geven en met toezicht en handhaving toe te zien dat hieraan wordt voldaan, kan milieuschade zoveel mogelijk worden voorkomen.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 12

De afgelopen jaren hebben we belangrijke stappen gezet om de VTH-taakuitvoering verder te versterken en te verbeteren. We zijn er echter nog niet. Dit blijkt ook uit het rapport van de commissie van Aartsen, waarin wordt geadviseerd om een aantal noodzakelijk verbeteringen door te voeren. Deze adviezen zijn ook van toepassing op de RUD en sluiten grotendeels aan bij de ambitie voor 2030 van de RUD waar het expertisecentrum zowel betrekking heeft op de VTH-taken als beleidsondersteuning en de kennis die daarvoor nodig is. In 2024 is het daarom van belang dat we inzetten op verdere versterking van de VTH-taakuitvoering. Dit doen we primair vanuit onze eigen ambities, bijvoorbeeld door de inzet van de casemanager uit te breiden. Waar het IBP een kans biedt om onze ambities versneld en mogelijke (gedeeltelijke) gefinancierd te behalen, nemen we deel aan specifieke pilots en projecten.

Gezien bovenstaande ligt het accent voor 2024 op:

3.1.1.

Efficiënte uitvoering

Harmonisatie en professionalisering Als RUD zijn we continu op zoek naar hoe we ons werk slimmer en beter kunnen uitvoeren. Het harmoniseren van de basistaken in de regio en het gezamenlijk ontwikkelen van plustaken is hierin een belangrijke bouwsteen. Het is noodzakelijk dat alle deelnemers tenminste het gehele basistakenpakket hebben ingebracht. Het voornemen van de gemeente Utrecht om het volledige basistakenpakket in te brengen en mogelijk aanvullende taken die logischerwijs bij de RUD belegd kunnen worden, is daarom een belangrijke mijlpaal en biedt kansen om onze taakuitvoering verder te professionaliseren (in lijn met IBP pijler 1). Daarnaast vraagt de Omgevingswet een andere manier van werken. Hoe dit op een zo efficiënt mogelijke manier moet worden vormgegeven moet ook blijken uit de eerste ervaringen die we in 2023 opdoen bij onze taakuitvoering onder de Omgevingswet. In 2024 ligt de focus op het inpassen van de overgedragen taken en het doorvoeren van verbeteringen van de VTH-taakuitvoering onder de Omgevingswet. De regionale uitvoering- en handhavingsstrategie en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) vormen hierbij de basis van hoe wij in 2024 werken.

Data en technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen en het slimme gebruik van data bieden mogelijkheden om de efficiëntie van de VTH-taakuitvoering te vergroten. De RUD heeft hier al ruime ervaring mee opgedaan, wat onder andere heeft geresulteerd in de ontwikkeling van de risicogericht toezicht applicatie (RGT-app) waarmee op basis van verschillende vergelijkende indicatoren bedrijven worden geselecteerd voor toezicht. Ook zijn er in 2022 succesvolle proeven uitgevoerd met het inzetten van een drone bij het uitvoeren van onze toezicht- en handhavingstaken ten aanzien van weidevogels. In 2024 ligt de focus op het breder toepassen van data en digitale hulpmiddelen zoals drones en ander technologische ontwikkelingen die bijdragen aan een efficiëntere uitvoering van onze taken. Daarbij zijn het belangrijke instrumenten om een bijdrage te leveren aan de monitoring van omgevingswaarden of beleidsdoelen onder de Omgevingswet.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 13

Met het IBP stellen de ketenpartners in het VTH-stelsel zich ten doel om het informatielandschap structureel op orde te hebben. Het professionaliseren van de informatievoorziening, informatieuitwisseling en de slimme toepassing van data voor de uitvoering van de VTH-taken is een doorlopend thema binnen de RUD. Ook de integrale aansluiting van de digitale omgeving van de RUD op het volledige informatielandschap van het gehele VTH-stelsel is daarbij van belang. Hiermee worden de effectiviteit, efficiëntie en nauwkeurigheid van de uitvoering van de taken bespoedigd en geoptimaliseerd. De RUD zet in 2024 in op het verbeteren van de datakwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de ontwikkeling van tools om informatie over VTH beter te ontsluiten. Ook wordt ingezet op een verbeterde samenwerking tussen- en binnen omgevingsdiensten en ketenpartners en het stimuleren van het gebruik van bestaande tools zoals Inspectieview. Hierbij wordt in het bijzonder prioriteit gegeven aan het duurzaam en structureel organiseren van menskracht, kennis en aandacht voor de organisatie van de informatievoorziening binnen de organisatie.

3.1.2.

Strafrechtelijke handhaving

Het onderwerp strafrechtelijke handhaving bestaat bij de RUD uit twee onderdelen: groen (natuurbescherming) en grijs (milieu en bodem). Ons team groene BOA’s weet strafrecht al goed in te zetten en werkt hierin uitstekend samen met onder andere de politie en terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Onderstaande verbeteringen gaan dan ook alleen over milieu en bodem: de aanpak van milieucriminaliteit moet verbeterd worden. Alle ketenpartijen - waaronder politie, Openbaar Ministerie, Zittende Magistratuur, het Functioneel Parket en de RUD- moeten hiervoor vanuit hun eigen rol samenwerken, waarbij er voldoende prioriteit is en capaciteit beschikbaar wordt gesteld. De RUD heeft hierin nog een ontwikkeling te gaan. De verbeterslag is inmiddels ingezet met het aantrekken en opleiden van meer BOA’s. In 2024 is de RUD in staat om strafrecht effectief in te zetten om milieucriminaliteit te bestrijden. De bemensing is zowel kwaliteit als kwantitatief op orde, en systemen en processen zijn ingericht om op te schalen van bestuursrecht naar strafrecht. We zullen hierin samenwerken met de ODRU. De ODRU heeft bijvoorbeeld een app in gebruik van de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) die bij controles aangeeft wanneer strafrecht ingezet moet worden. Wij zullen op eenzelfde wijze het inzetten van flankerend beleid borgen in onze processen.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 14

Kader 3:

Geur Amersfoort in beeld gebracht

Amersfoort wilde de geursituatie in de gemeente letterlijk in kaart brengen. Atze Witteveen (GIS-specialist) en Hans Meister (senior medewerker vergunningverlening) gingen met dit vraagstuk aan de slag. Het resultaat is een instrument waarmee collega’s bij de gemeente kunnen zien waar welke ontwikkelingen mogelijk zijn als het gaat om geur. Atze: “Dit kunnen we voor alle milieuaspecten doen. De RUD heeft data, de kennis van milieu en van GIS (geografisch informatiesysteem).” Op de interactieve kaart staan alle bekende geurbronnen van bedrijven met daarom heen de contouren waarbinnen de geur naar verwachting kan worden waargenomen. Die verwachtingen zijn gebaseerd op berekeningen die bij vergunningen horen, regels uit de Wet geurhinder en veehouderij en de standaardafstanden die worden gehanteerd in het Activiteitenbesluit milieu en de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Stukje bij beetje wordt deze theoretische situatie verfijnd naar de daadwerkelijke situatie. Bijvoorbeeld in het geval van een koffiebrander. Atze: “Voor een koffiebranderij geldt een richtafstand van 500 meter tot gevoelige objecten als woningen en ziekenhuizen. Uit onderzoek bleek dat de daadwerkelijke afstand waarop een branderij in Amersfoort te ruiken was, kleiner was.

Nu heeft dit bedrijf passende voorschriften en is de geuratlas weer een beetje beter.” Buurgemeenten Naast de gemeente zelf, is een straal van twee kilometer van de buurgemeenten meegenomen in de kaart. Geur trekt zich immers niks aan van gemeentegrenzen. Buiten de bebouwde kom vinden we vooral veehouderijen. Voor deze bedrijven gelden geurregels voor onder andere de dierverblijven en het opslaan van mest en kuilvoer. Door deze geurbronnen, de geurbelasting en de afstanden op de kaart te combineren, is het voor de gemeente inzichtelijk waar in het buitengebied bijvoorbeeld huizen gebouwd kunnen worden. Atze benadrukt wel: “De kaart is indicatief; er geldt een onderzoeksplicht als je daadwerkelijk gaat ontwikkelen.” Heel veel mooie producten Ook de geurklachten en de vermoedelijke veroorzakers van de overlast zijn op de kaart gezet. Atze: “De klachten zijn zeer verspreid, hierdoor kunnen we geen duidelijke oorzaak aanwijzen. Hier kunnen we dus niet veel mee, maar het is wel interessant.” In een andere gemeente werd de relatie tussen klachten en veroorzaker wel duidelijk door alles met punten op de kaart te zetten en werd de kaart een belangrijk instrument bij het toezicht. “GIS is key. We maken met deze geurkaart milieu weer een stukje inzichtelijker voor mensen die er niet dagelijks mee te maken hebben.

We kunnen nog heel veel mooie producten voor de gemeenten en de provincie maken.”

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 15

3.2.

Ontw ikkelen en verbreden advisering voor beleidsondersteuning

De gestelde ambitie vergt doorontwikkeling naar een omgevingsdienst die op strategisch, tactisch en operationeel niveau de deelnemers kan adviseren en kan ondersteunen bij het maken van beleid over de fysieke leefomgeving. De complexe opgaven waar gemeenten en provincies voor staan, waaronder de energietransitie, vragen ook om een omgevingsdienst die een bijdrage kan leveren aan het in samenhang wegen van de verschillende elementen van de fysieke leefomgeving. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen gemeenten meer bestuurlijke afwegingsruimte om invulling te geven aan de leefomgeving. Milieu, natuur, bodem en water maken hier ook deel van uit. Om te komen tot een weloverwogen keuze is kennis nodig over deze thema’s, geënt op de lokale situatie. Met strategische, tactische en operationele advisering kan de RUD een bijdrage leveren aan de besluitvorming en vanuit deze thema’s ondersteunen bij het opstellen van omgevingsvisies, omgevingsverordeningen en omgevingsplannen. Daarnaast willen we invulling geven aan onze ambitie om partner te zijn in de energietransitie. Voor 2024 ligt daarom de focus op:

3.2.1.

Doorontwikkeling advisering

Vooruitkijkend naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 is de RUD al in 2021 gestart met de ontwikkeling van een cluster advies en adviesvaardigheden onder medewerkers. Hiermee schuift de rol van de RUD van primair de uitvoering op naar de voorkant, gericht op beleidsondersteuning. De inzet van casemanagers en omgevingsadviseurs binnen het in ontwikkeling zijnde cluster, leidt tot kwalitatieve, effectieve en efficiënte afstemming en samenwerking met/tussen ketenpartners. De essentiële ontwikkelde adviesvaardigheden worden met name ingezet om de benodigde kennis over lokale milieueffecten aan de deelnemers te leveren ten behoeve van de lokale afwegingen in een omgevingsplan of -verordening. In 2024 staat het cluster advies er en zijn we toe aan verdere doorontwikkeling. De adviesrol van de RUD is uitgebouwd en heeft een structurele plek binnen de organisatie en bij de opdrachtopgevers. Incidentele integrale adviezen op omgevingsvisies en omgevingsplannen groeien door naar een product dat door alle opdrachtgevers wordt afgenomen. De experts van de RUD hebben zich verder ontwikkeld in hun rol en zetten hun kennis in om nieuwe, complexe vraagstukken van advies te voorzien. Onze casemanagers en omgevingsmanagers hebben een goede relatie opgebouwd met de opdrachtgevers en zijn goed aangesloten op lokale en regionale wensen en behoeften.

De RUD heeft de capaciteit om hierop in te spelen en opdrachtgevers vraag gestuurd op meerdere inhoudelijke terreinen en niveaus (van uitvoering tot strategie) te adviseren.

3.2.2.

Versterken rol bij de energietransitie

De Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht zijn ambitieus in hun energiedoelstellingen en willen actief invulling geven aan de doelen uit het klimaatakkoord. Dit betekent dat gemeenten bijvoorbeeld alle woningen van het aardgas halen of zoeken naar locaties om duurzame hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Een grote opgave. Voor bedrijven geldt dat zij hun energieverbruik drastisch omlaag moeten brengen of moeten overschakelen naar duurzamere vormen van energie, zoals groene waterstof, om zo hun bedrijfsvoering op een verantwoorde manier te kunnen continueren.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 16

Er liggen veel kansen en behoeften waarin de RUD een rol kan spelen. Een logische rol, omdat de RUD vanuit haar reguliere taken op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving over veel kennis en inzichten beschikt die van meerwaarde kunnen zijn bij het samenstellen en uitrollen van relevant beleid. Het draait dan met name om de Regionale Energie Strategieën (RES), de Regionale Structuurvisie Warmte (RSW) en de daarmee op gemeentelijk niveau samenhangende Transitievisies Warmte (TVW). Daarnaast heeft de RUD een duidelijke rol bij de verplichtingen en verantwoordelijkheden die bedrijven in toenemende mate krijgen met betrekking tot energie. Kennis en inzichten die juist ook aan de voorkant kunnen bijdragen aan goede kaders en een stevige basis voor het verder vormgeven van vervolgstappen naar RES 2.0 en de evaluatie van de TVW’s in 2026. Met de kadernota 2023 is de ambitie neergelegd om in 2030 partner bij de energietransitie te zijn. Om hier te komen zijn de afgelopen jaren al een aantal stappen gezet. Zo is er een Programma ’RUD Utrecht, partner in de energietransitie’ opgezet en is, in het kader daarvan, een inventarisatie uitgevoerd naar hoe de RUD haar deelnemers kan ondersteunen en haar rol kan vergroten. Dit wordt de komende jaren verder vormgegeven met nieuwe producten die via de Producten en diensten catalogus (PDC) worden aangeboden.

Ook in 2024 zetten we in op de (door)ontwikkeling van producten, zowel voor VTH als voor advisering.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 17

3.2.3.

Kennisopbouw

Het belang van kennis zal de komende jaren alleen maar toenemen vanwege de steeds complexere integrale vraagstukken waar gemeenten en provincie voor staan. Daarbij neemt onder de Omgevingswet de behoefte aan specifieke kennis over milieu en de fysieke leefomgeving, die aansluit bij de regionale en lokale behoefte, toe. Kennis die de RUD kan inbrengen. Om aan deze behoefte invulling te kunnen geven is het belangrijk om te onderkennen dat kennis veel meer is dan het doen van een opleiding. Juist de toepassing en ontwikkeling van kennis in - en voor - de praktijk, voor uitvoering en beleidsondersteuning, moet centraal staan. Het benutten van elkaars ervaring is daarin essentieel. Dit vraagt van de RUD een investering in het vastleggen en borgen van kennis, in kennisontwikkeling van medewerkers en in kennisdeling. De vastgestelde strategische ambities voor 2030 geven richting aan de ontwikkeling van de RUD als expertisecentrum en kennisinstituut voor haar deelnemers. Om deze ambitie te realiseren moet kennis worden ontwikkeld, aangetrokken en geborgd. Hiervoor is een goed functionerende kennisinfrastructuur nodig, waarbij kennis stroomt. Dat wil zeggen dat kennis niet bij een specifieke medewerker, een deelnemer of andere kennisbronnen blijft steken, maar dat kennis voor iedereen beschikbaar is bij de taakuitvoering.

Hierin ligt ook een gezamenlijke opgave van de RUD en de deelnemers. De kennispositie van de RUD en de deelnemers kan daarbij vergroot worden door bij (nieuwe) vraagstukken niet kennis van buitenaf in te huren, maar de RUD bewust in te zetten. Zo krijgt de RUD de mogelijkheid om kennis op te bouwen en deze voor alle deelnemers beschikbaar te maken. Daarnaast komt ook specifieke kennis van de deelnemers hierdoor beschikbaar voor de RUD en alle deelnemers. De RUD kan hierdoor als een spin in het (kennis)web gaan fungeren. Een voorbeeld van de opgaven waar gemeenten en provincies voor staan, is stikstof: gemeenten en provincies wordt gevraagd uitvoering te geven aan het landelijke beleid en hebben hun eigen opgaven en vraagstukken op dit gebied. De RUD bouwt kennis en ervaring met dit onderwerp op en kan data leveren die de opdrachtgevers ondersteunen bij het maken van keuzes. We zien dat de vraag naar deze expertise toeneemt, evenals de vraag naar expertise op het gebied van energie en klimaat. We willen de benodigde kennis bundelen binnen de RUD, zodat alle opdrachtgevers hier gebruik van kunnen maken. Gezien het toenemende aantal vragen dat op de RUD afkomt, is het van belang dat de organisatie zich voorbereidt kennis- en capaciteitsuitbreiding op het gebied van onderwerpen als stikstof, energietransitie en klimaatadaptatie.

Dit betekent dat de RUD zich zal aansluiten bij landelijke kennisplatforms en de samenwerking zoekt met onderwijs- en kennisinstellingen. Tegelijkertijd zet de RUD in op het vertalen van de kennis naar de opgaven van de deelnemers. Dit betekent dat de RUD als expertisecentrum proactief ontwikkelingen vertaalt naar de uitvoeringspraktijk. Een speerpunt in de ontwikkeling van de RUD als expertisecentrum is het aantrekken van (nieuwe en ontbrekende) kennis. Hierbij zet de RUD in op de uitvoering van een professionele werving- en selectiestrategie waarin het positieve en zichtbare werkgeversmerk van de organisatie zorgt voor de aanwas van nieuw gekwalificeerd personeel, het binden en boeien daarvan en de structurele borging van deze kennis en expertise.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 18

3.3.

Randvoorw aarden

De volgende stap op weg naar de RUD als kenniscentrum voor de fysieke leefomgeving en partner bij de energietransitie kan alleen ingevuld worden als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste voorwaarden zijn eigenaarschap vanuit de deelnemers, een passende organisatiestructuur en een passende financieringsstructuur.

3.3.1.

Eigenaarschap van de deelnemers

De gestelde ambities kan de RUD niet alleen behalen. Hiervoor is nadrukkelijk de steun nodig van de deelnemers. En dan niet alleen vanuit hun opdrachtgevers rol, maar vooral vanuit hun rol als eigenaar. Dit kan vormgegeven worden door: De RUD binnen de eigen organisatie profileren als expertisecentrum voor de fysieke leefomgeving en partner bij de energietransitie;

•

De RUD als eerste leverancier van adviesopdrachten in te zetten;

•

De RUD structureel te betrekken aan de voorkant van de beleidscyclus;

•

Data beschikbaar te stellen en het delen van data mogelijk te maken;

•

Inbreng van alle basistaken;

•

Basistaken te harmoniseren;

•

Actief binnen de eigen organisatie ontwikkelde kennis met de RUD te delen zodat deze kennis beschikbaar komt voor alle deelnemers;

•

Gezamenlijk plustaken te ontwikkelen.

Deze verantwoordelijkheden zijn in lijn met eerdere afspraken.

3.3.2.

Organisatieontwikkeling

De gestelde ambities hebben niet alleen impact op de inhoud van het werk, maar heeft ook consequenties voor de wijze waarop het werk wordt georganiseerd en uitgevoerd. De afgelopen jaren heeft de voorbereiding op de Omgevingswet en de invoering van een nieuw zaaksysteem (Powerbrowser) veel van de veranderkracht van de organisatie in beslag genomen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023 ontstaat er nieuwe ruimte om te kijken hoe de doorontwikkeling van de RUD en het behalen van de ambities voor 2030 verder vormgeven kan worden. Dit vergt een uitgebreid en zorgvuldig proces dat in 2023 wordt gestart en waarvan de uitvoering en realisatie grotendeels in 2024 plaatsvindt. Het doel is een organisatie(structuur) die past bij de uitvoering van het werk. En een die rekening houdt met een aantal uitdagingen en initiatieven waar we de komende jaren in meer of mindere mate mee te maken krijgen:

Intensiveren van de samenwerking met de ODRU Binnen de gestelde kaders wordt de samenwerking tussen de RUD en ODRU geïntensiveerd, hetgeen bijdraagt aan de versterking en slagvaardigheid van de organisatie en waarmee het dienstverleningsniveau aan blijft sluiten bij de wensen en behoeften van de deelnemers.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 19

In lijn met de in 2021 gesloten samenwerkingsovereenkomst tussen de organisaties, stemmen beide MT’s veelvuldig met elkaar af, coöpereren teams op specifieke inhoudelijke expertisegebieden (onder andere op het gebied van geluid, bouwtaken, energiebesparing en bodemtaken onder de Omgevingswet) en wordt kennis uitgewisseld. Een verdere verkenning, inventarisatie en verbreding wordt in 2024 vormgegeven en maakt inzichtelijk op welke wijze en vorm(geving) voor bepaalde producten, diensten en taken samenwerken opportuun en noodzakelijk is.

Overdracht van taken en mensen vanuit de gemeente Utrecht Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert het basistakenpakket. Dit zal ertoe leiden dat de gemeente Utrecht nieuwe taken bij de RUD gaat beleggen. Mogelijk betekent dit dat medewerkers van de gemeente Utrecht overgaan naar de RUD Utrecht en zorgvuldig ingepast moeten worden in onze organisatiestructuur.

Advisering en Omgevingswet De organisatiestructuur van de RUD is primair geënt op de uitvoering van de VTH-taken. Met het ontwikkelen en versterken van advisering is het een logisch moment om te verkennen of advisering op een andere manier in de organisatie ingebed moet worden. Hetzelfde geldt voor andere werkwijzen die volgen uit de Omgevingswet. We hebben er bewust voor gekozen om eerst de Omgevingswet te implementeren en vervolgens te kijken wat dit betekent voor de organisatiestructuur. In 2024 kunnen de inzichten die zijn opgedaan met één jaar werken onder de Omgevingswet worden betrokken bij de inrichting van de organisatiestructuur.

Werving en selectie van de juiste mensen. De ambities kunnen niet waargemaakt worden zonder de juiste mensen op de juiste plek. De gestelde ambities voor 2030 stellen ons voor een uitdaging om mensen aan te trekken met een profiel dat past bij de gestelde ambities. Met een krappe arbeidsmarkt is het onontbeerlijk om een goede arbeidsmarktstrategie te hebben. Hier hebben we invulling aan gegeven door een arbeidsmarkspecialist te werven die ook voor 2024 ondersteund bij de werving van gekwalificeerd personeel.

3.3.3.

Financieringsstructuur

De huidige financieringsstructuur van de RUD is ingericht op de uitvoering van VTH-taken in opdracht van de deelnemers. De ontwikkeling en verbreding van advisering zorgt voor een grotere stroom aan adviesvragen van de deelnemers. De verwachting is dat zij zich niet voor een periode van vier jaar kunnen committeren aan de afname van adviesproducten en -diensten binnen een bepaald wetgevingsgebied of thema, hetgeen momenteel een vereiste is om taken in de DVO te brengen. Het structureel werken met aanvullende opdrachten of projecten zal leiden tot een toename van de doorlooptijd van deze opdrachten en de administratieve last voor de RUD. Dit is onwenselijk. Met behulp van een separate financieringsstroom voor adviesproducten en -diensten kan het benodigde maatwerk door de RUD worden geleverd. Om goed invulling te kunnen geven aan de adviesrol is er daarnaast differentiatie nodig in de tarieven, dienen functieschalen van RUD medewerkers aan te sluiten bij de inhoudelijke werkzaamheden en moet er ruimte worden gecreëerd voor kennis- en productontwikkeling. Dit leidt ertoe dat de advisering in 2024 uit de pilotsfeer komt en een volwaardig product zal zijn van de RUD. Deze aspecten hebben invloed op de financiering en de financieringsstructuur en zal daarop moeten aansluiten.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 20

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 21

4

Ontwikkelingen in de deelnemersbijdrage en de benodigde ondersteuning vanuit Bedrijfsvoering

De in deze kadernota omschreven ontwikkelingen in het VTH-domein hebben uiteraard ook gevolgen voor de deelnemersbijdrage van de RUD Utrecht en tevens voor de afdeling Bedrijfsvoering. Deze kadernota bevat geen begroting maar geeft wel een zo betrouwbaar mogelijke indicatie van de deelnemersbijdrage in 2024. Het gaat daarbij om zowel de vaste als de variabele bijdrage. In dit hoofdstuk lichten we de belangrijkste financiële ontwikkelingen toe.

4.1.

Bedrijfsvoering

Binnen de RUD hebben we alle ondersteunende diensten samengevoegd binnen bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan zaken als financiën, receptie, ICT en Informatievoorziening (IV), HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement. Al deze onderdelen hebben gemeen dat ze niet direct werkzaam zijn voor de vakgebieden, maar daaraan ondersteuning bieden.

Voor 2024 zijn er meerdere doelen en doelstellingen die de afdeling bedrijfsvoering wil behalen. Voor de kadernota zouden wij er drie in het bijzonder willen toelichten.

4.1.1

ICT en IV

De RUD Utrecht beschikt door de uitgevoerde werkzaamheden in het verleden (door zowel de RUD Utrecht als de voorgangers) alsmede door de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden aan een grote hoeveelheid data. Doelstelling is deze data zoveel mogelijk om te zetten in relevante informatie die bijdraagt aan de doelstellingen van de RUD Utrecht en zijn opdrachtgevers. De afdeling informatievoorziening (IV) en ICT spelen hier een cruciale rol in. Binnen de RUD is begin 2022 een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd dat ook geschikt is om te gebruiken bij de Omgevingswet. De inrichting implementatie en overgang heeft veel van onze medewerkers op de afdeling IV en ICT gevraagd, alsook van de medewerkers in het primaire proces. Hierdoor is de doorontwikkeling op diverse onderdelen van informatie gestuurd werken tijdelijk minder geweest. De data die in ons VTH-systeem worden opgeslagen geven samen met externe (openbare) bronnen meer inzicht bij de uitvoering van onze werkzaamheden en bij het adviseren van onze deelnemers. Wij gebruiken intern verschillende systemen om onze medewerkers te ondersteunen door diverse databronnen te koppelen en hiermee data te transformeren tot informatie.

Door de ontwikkelrichting van de RUD en de snel veranderende wereld om ons heen zal de afdeling ICT en IV in 2024 extra aandacht besteden om op deze onderdelen een verdere doorontwikkeling te maken ter ondersteuning van de primaire teams. De doorontwikkeling zal investeringen vragen, maar ook leiden tot effectiever en efficiënter werken.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 22

4.1.2

HRM en Arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt voor kwalitatief goed opgeleide medewerkers in het vakgebied van VTH en bijbehorende advisering is ontzettend krap. De concurrentie voor personeel is hoog, want naast de omgevingsdiensten zijn ook gemeenten en provincies op zoek naar deze medewerkers. Binnen de RUD zorgen wij allereerst middels arbeidsmarktcommunicatie voor zichtbaarheid bij de doelgroep. Daarnaast volgen wij twee sporen. Allereerst hebben wij een recruiter in dienst die specifiek zoekt naar voor ons geschikte medewerkers op openstaande en toekomstige functies. Voor starters ontwikkelen we specifiek beleid om deze ook aan ons te binden. Wij ontwikkelen in 2024 stagebeleid dat moet leiden tot stagiaires die ook bij de RUD Utrecht blijven werken en intern worden opgeleid. In 2024 zullen ook de contacten met hoge scholen en universiteiten worden geïntensiveerd om ook tijdig in beeld te zijn bij mogelijk toekomstige medewerkers.

4.1.3

Samenwerking met andere collega Omgevingsdiensten

De rijksoverheid heeft met commissie van Aartsen en daarna het Interbestuurlijk programma (IBP) een startschot gegeven voor verbetering van VTH en de keten. Eén van de onderdelen hiervan is robuustheid van de dienst. Om deze robuustheid te creëren en ook te (blijven) voldoen aan de kwaliteitscriteria is het van belang dat op specialistische deskundigheidsgebieden een samenwerking aan te gaan met collega omgevingsdiensten in de regio. Er is reeds een intentieovereenkomst tussen de beide omgevingsdiensten in de provincie Utrecht. In 2024 zal verder ingezet worden op een nauwe samenwerking waarin beide diensten elkaar versterken. Bedrijfsvoering zal ondersteunen om daar waar er ‘drempels’ zijn om samen te werken deze zoveel mogelijk weg te nemen.

4.2.

Financieringsm odel

Op verschillende gebieden ziet de RUD Utrecht een verschuiving in de costdrivers van onze dienstverlening. Waar in het verleden de voornaamste costdriver personeel (loonkosten) was zien we dat er steeds meer specialistische ‘gereedschappen’ in worden gezet voor het uitvoeren van onze taken (met steeds groter wordende investeringen en jaarlijkse kosten). Daarbij moet gedacht worden aan de terreinwagens voor onze groene buitengebied BOA’s, boot, geluidsapparatuur en drones. De huidige financieringsmethodiek is gebaseerd op uren en bijbehorende loonkosten. In 2024 verwachten wij specifiek aandacht te gaan besteden aan de methodiek en dan met name wat de impact is van de andere ‘costdrivers’ is en op welke wijze wij deze aan de methodiek kunnen toevoegen.

Daarnaast verwacht de RUD Utrecht dat er in de toekomst meer vraag zal gaan zijn naar beleidsondersteunende taken. De verwachting is hierbij dat deelnemers zich niet voor een periode van vier jaar kunnen committeren aan de afname van adviesproducten en -diensten binnen een bepaald wetgevingsgebied of thema, hetgeen momenteel een vereiste is om taken in de DVO te brengen. Het structureel werken met aanvullende opdrachten of projecten zal leiden tot een toename van de doorlooptijd van deze opdrachten en de administratieve last voor de RUD. Dit is onwenselijk. Met behulp van een aparte financieringsstroom voor adviesproducten en -diensten kan het benodigde maatwerk door de RUD worden geleverd. Om goed invulling te kunnen geven aan de adviesrol is er daarnaast differentiatie nodig in de tarieven, dienen functieschalen van RUD medewerkers aan te sluiten bij de werkzaamheden en moet er ruimte worden gecreëerd voor kennis- en productontwikkeling.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 23

4.3.

Financiële vertaling ontw ikkelingen

In deze paragraaf beschrijven wij hoe de huidige ontwikkelingen, voor zo ver mogelijk, financieel zijn verwerkt in de bijdrage per deelnemer.

4.3.1

Prijscompensatie

De RUD Utrecht heeft de verschillende materiele kostenposten in de begroting van totaal € 2.938.000 niet aangepast voor de te verwachten prijsstijging. Wel is er in de begroting een post opgenomen om de prijsstijging van deze kosten op te kunnen vangen (stelpost prijscompensatie). Uiteraard is de prijsstijging tussen 2022 (huidig jaar) en 2024 nog onzeker. De RUD Utrecht maakt voor een inschatting gebruik van de juni-circulaire van de rijksoverheid. De verwachting is dat de prijzen in 2023 met 4% zullen stijgen en in 2024 met 4,2%. Op totaalniveau verwachten we dus een prijsstijging van € 239.000. De stelpost is om deze reden verhoogd naar € 240.000.

4.3.2

Onvoorzien

De totale begroting van de RUD Utrecht is tussen 2014 (jaar van oprichting) en 2024 (jaar van deze kadernota) gestegen van 10,9 miljoen naar 17,8 miljoen Euro. Behalve in het jaar van Oprichting waarin de post onvoorzien € 329.000 bedroeg is de post onvoorzien elk begrotingsjaar ongeveer gelijk gebleven (€ 225.000). Uiteraard brengt een groeiende begroting (63% tussen 2014 en 2024) meer risico’s met zich mee. Daarnaast zien we ook dat Omgevingsdiensten de komende jaren te maken hebben met veel onzekerheden. Voorbeelden hiervan zijn de verdere ontwikkelingen van het Coronavirus (of andere infectieziekten), de komst van de Omgevingswet, de benodigde doorontwikkelingen van de organisatie en opvolging van het rapport van Aartsen en het Inter Bestuurlijk Programma (IBP). Om deze reden stelt de RUD Utrecht voor om de post Onvoorzien te verhogen naar € 325.000.

4.3.3

Ontwikkelbudget

Vanaf 2019 heeft de RUD Utrecht een ontwikkelbudget tussen de € 146.000 en € 200.000 beschikbaar gehad als onderdeel van de oorspronkelijke begroting. Door de dynamiek in het vakgebied is de RUD Utrecht in de afgelopen vier jaar echter altijd genoodzaakt geweest om de oorspronkelijke begroting te wijzigen en meer middelen beschikbaar te maken voor de doorontwikkeling van de organisatie. Ontwikkelingen in het vakgebied (zoals bijvoorbeeld de trajecten “Samen op Weg” en “Kleur bekennen”) hebben ervoor gezorgd dat er middels begrotingswijzigingen tussen de € 613.000 en € 1.107.000 ingezet moest worden om de benodigde ontwikkelingen in de afgelopen vier jaar te bekostigen. Als De RUD Utrecht kijkt naar de nabije toekomst verwacht zij dat deze trend aan zal blijven houden. De onzekerheden rondom de komst van de Omgevingswet en de opvolging van het rapport van Aartsen middels het IBP zal de komende jaren veel doorontwikkeling vragen van alle omgevingsdiensten in Nederland. Om deze doorontwikkelingen te bekostigen stelt de RUD Utrecht voor om een ontwikkelbudget te begroten voor 2024 van 2% van de totale begroting. Voor 2024 is dit € 350.000.

Het voorstel is om € 150.000 van dit bedrag toe te voegen aan de bestemmingsreserve “doorontwikkeling RUD Utrecht” zodat deze middelen over meerdere jaren ingezet kunnen worden en niet gebonden zijn aan doorontwikkelingen die in 2024 gemaakt dienen te worden.

Jaar

Oorspronkelijke Begroting

2019 € 2020 € 2021 € 2022 €

200.000 146.000 150.000 150.000

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Aangepaste begroting

€ € € €

613.000 1.087.000 747.000 1.107.000

Pagina 24

4.3.4

Arbeidsmarkt

Het voorstel is om in de begroting middelen voor arbeidsmarkt communicatie op te nemen en tevens een recruiter vast aan te stellen. De totale meerkosten ten opzichte van de begroting 2023 zijn daarmee € 134.000 op jaarbasis.

4.3.5

Omgevingswet

De huidige verwachting is dat de Omgevingswet 1 januari 2023 in zal gaan, al is dit nog wel onzeker. Het jaar 2024 is dus waarschijnlijk een jaar waarin de RUD volledig onder de Omgevingswet zal moeten functioneren. In deze kadernota zijn de financiële consequenties met betrekking tot de invoering van deze wet voor de deelnemers nog niet volledig inzichtelijk. Zo zal het bevoegd gezag van de bodemtaken gaan verschuiven van de provincie naar de gemeenten. Voor de provincie is rekening gehouden in het DVO met de afname van de bodemtaken aangezien hier afspraken over zijn gemaakt. Van verschillende gemeenten hebben we hier echter nog geen formele toezegging op. Wel is er een inschatting van de afname per gemeente gebruikt bij deze kadenota. Deze inschatting is gebaseerd op gesprekken tussen de deelnemende gemeenten en de RUD Utrecht. Aangezien de inschatting van de afname van bodemtaken nog niet definitief is voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening meer gehouden worden dat de variabele en vaste bijdragen nog zullen veranderen. Eventueel kunnen hier ook nog frictiekosten uit ontstaan als er voor de RUD een te grote daling in de afname van bodemtaken ontstaat. In 2023 zal de RUD ook voor de gemeenten die zijn aangesloten bij de ODRU de bodemtaken gaan verzorgen.

Voor 2024 is hier nog geen formele afspraak over en derhalve is daar ook financieel nog geen rekening mee gehouden. Daarnaast is de begroting behorende bij deze kadernota nog gebaseerd op de uitvoeringsplannen onder de oude wetgeving. Eind 2022 zullen de uitvoeringsplannen onder de Omgevingswet beschikbaar zijn en dit zal dan dus tot wijzigingen in de begroting leiden.

Kadernota 2024 RUD Utrecht

Pagina 25

4.4.

Ontw ikkeling van de bijdrage

De stijging van de totale bijdrage t.o.v. de begroting 2023 bestaat uit een stijging van de vaste bijdrage (€ 998.000) en een stijging van de variabele bijdrage (€ 975.000). De stijging van de vaste bijdrage wordt deels veroorzaakt door een verwachte stijging van de CAO-lonen. Uitgaand van de juni-circulaire van de Rijksoverheid zal de CAO-stijging in 2024 4,2% zijn. Voor een groot aantal medewerkers is er verder een individuele groei van 3% in de salarisschaal mogelijk. Voor Bedrijfsvoering gaat dit totaal om een stijging van ongeveer € 380.000. Zoals hier boven gesteld zou ook de prijscompensatie toe moeten nemen met € 190.000. Hiermee verwachten we de prijsstijging van de rest van de materiele lasten op te kunnen vangen. Om doorontwikkeling van de RUD te kunnen realiseren willen we voor 2024 het budget voor de Ontwikkelkosten stellen op 2% van de totale begroting. Het gaat dan om € 200.000 extra. Daarnaast stellen we voor om de post Onvoorzien met € 100.000 te verhogen. Verder zijn de communicatielasten verruimd om meer zichtbaarheid te hebben op de arbeidsmarkt; ook willen we een recruiter aannemen om effectiever te kunnen opereren op deze arbeidsmarkt. De variabele bijdrage stijgt ten opzichte van de begroting van 2023 met € 975.000. Dit komt zo goed als volledig door een verhoging van de tarieven met gemiddeld 6,8%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3146/documents/35178