CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langesteeg 9 - 9a_Toelichting.pdf

Informatieavond 20 mei 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2a: RV Vaststelling Bestemmingsplan Langesteeg 9-9a12.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. De beoogde ontwikkeling omvat kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt in een zogenaamde oriëntatiewaarde vastgelegd. Als deze waarde wordt overschreden, moet het bevoegd gezag dit verantwoorden. In hoofdstuk 7 van het onderzoek van Lievense Milieu B.V. in Bijlage 6 bij deze toelichting, is ook gekeken naar risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Uit een inventarisatie van de publieke risicokaart is vastgesteld dat er geen risicovolle inrichtingen, transportleidingen of transportassen voor gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn.

Conclusie Er zijn geen risicobronnen in de omgeving van het plangebied die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.

32/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

4.8.1 Hoogspanningsleidingen De magneetveld zones rond het bovengrondse hoogspanningsnet zijn door het RIVM vastgelegd in de Netkaart. Deze Netkaart bevat de breedte van de indicatieve magneetveldzone. Indien de indicatieve zone een bestemmingsplan overlapt moet nader onderzoek plaatsvinden.

Figuur 4.7 - Afbeelding - Ligging hoogspanningslijn (blauw) t.o.v. het plangebied (rode cirkel) Conclusie Er zijn geen hoogspanningsleidingen in de omgeving van het plangebied aanwezig die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. 4.9

Flora en fauna

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Ter bescherming van de natuurwaarden is per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van regels. Gebiedsbescherming Wat betreft de gebiedsbescherming richt de Wet natuurbescherming zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Naast de bescherming vanuit de Wet natuurbescherming is in het kader van de gebiedsbescherming het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van belang. Het NNN vormt een 33/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland en omvatten bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Het NNN draagt bij aan het bereiken van de hoofddoelstelling van het Nederlandse natuurbeleid, namelijk: 'Natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving'. Hiertoe zijn de volgende uitgangspunten van belang: vergroten: het areaal natuur uitbreiden en zorgen voor grotere aaneengesloten gebieden; verbinden: natuurgebieden zoveel mogelijk met elkaar verbinden; verbeteren: de omgeving zo beïnvloeden dat in natuurgebieden een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit haalbaar is. Het plangebied heeft geen status als beschermd Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ('Veluwe') is aanwezig op circa 12 kilometer ten oosten van het plangebied. Gezien de locatie van het plangebied en de aard van de ingreep doet het voornemen geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. In hoofdstuk 5 van het onderzoek van Lievense Milieu B.V. in Bijlage 6 bij deze toelichting is wel gekeken naar het onderwerp stikstofdepostie. De grote afstand tot aan de Veluwe is geen garantie dat dit niet kan optreden.

Uit het onderzoek blijkt dat het plan noch in de gebruiksfase noch in de verbouwingsfase leidt tot een toename van stikstofdepositie in relevante Natura 2000-gebieden ten opzichte van huidige situatie. Het plangebied heeft ook geen status als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 190 meter ten zuidoosten van het plangebied. Het voornemen heeft door de locatie buiten het NNN en de aard en omvang geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Een nadere beoordeling ('nee, tenzij'-beoordeling) is niet nodig. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming is gericht op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten. Op basis van de wet zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. De Wet natuurbescherming deelt de beschermde soorten onder in twee groepen: strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden.

Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan zijn de geplande ingrepen getoetst aan de Wet natuurbescherming door middel van een quickscan ecologie. Het rapport is als Bijlage 7 bij de toelichting opgenomen. Uit het rapport blijkt dat de sloop en herontwikkeling op deze locatie kan effect hebben op de (mogelijk) aanwezige soorten. Deze effecten, zowel op korte (tijdens de uitvoering) als op de lange termijn (na de uitvoering) worden hieronder beschreven. Toetsing beschermde soorten Op basis van het literatuuronderzoek en veldbezoek wordt geconcludeerd dat er mogelijk (essentieel) leefgebied van steenuil, kerkuil en huismus in het plangebied voorkomen. Strikt beschermde planten, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, libellen en ongewervelden worden op basis van dit onderzoek niet verwacht. Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen is voor de soortgroep grondgebonden 34/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

zoogdieren geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig; Om verstoring van het foerageergebied te voorkomen dient een aangepaste verlichting te worden gebruikt, zodat de functie behouden blijft. Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen is voor de soortgroep vleermuizen geen nader onderzoek en geen ontheffing van de Wnb benodigd; Voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor de soortgroep amfibieën geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb; Het plangebied is in potentie geschikt als broedlocatie van algemene broedvogels, de steenuil, kerkuil en huismus. Bij de sloop van de stallen gaan mogelijk nestplaatsen en (essentieel) leefgebied van de steenuil, kerkuil en huismus verloren. Om vast te stellen of er daadwerkelijk nest(en) en (essentieel) leefgebied van deze soorten in het plangebied bevinden dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd. Negatieve effecten op broedvogels kunnen niet zonder meer worden uitgesloten. Naar aanleiding van de Quickscan Ecologie is een Nader onderzoek Ecologie uitgevoerd, zie Bijlage 8 bij de toelichting. Het doel van dit nader onderzoek is vaststellen of de betreffende ontheffingsplichtige soorten (met bijbehorende functie(s) in het plangebied) daadwerkelijk voorkomen en/of de geplande ontwikkelingen strijdig zijn met de Wet natuurbescherming.

Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de planontwikkeling een negatief effect heeft op de vaste- rust en verblijfplaatsen in het leefgebied van de strikt beschermde huismus en kerkuil. De steenuil is tijdens het onderzoek niet aangetroffen. Negatieve effecten op deze soort door de geplande ontwikkeling kan worden uitgesloten. Als verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied van huismus en kerkuil worden aangetast, is een ontheffing op grond van de Wnb noodzakelijk. Verlies aan verblijfplaatsen en/of aan essentieel foerageergebied moet bij aantasting worden gecompenseerd conform de hiervoor geldende eisen uit de Kennisdocumenten (BIJ12) van deze soorten. Hiermee wordt voorkomen dat de gunstige staat van instandhouding van deze soorten in het geding komt. Het aanvragen van een ontheffing voor kerkuil en huismus is noodzakelijk. De verwachting is dat een dergelijke ontheffing kan worden verleend. De aanvraag Wet natuurbescherming (zie Bijlage 9) is derhalve 30 april 2020 reeds bij de Provincie Utrecht ingediend. Op het moment van terinzage legging van het plan heeft de Provincie echter nog geen besluit op deze aanvraag genomen. Dit aspect staat nu derhalve de uitvoerbaarheid van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging niet in de weg.

Mocht de Provincie Utrecht wel een besluit hebben genomen voordat de gemeenteraad van Leusden een besluit neemt omtrent de vaststelling van dit bestemmingsplan, zal het besluit van de Provincie alsnog worden toegevoegd aan dit plan. Conclusie Het onderdeel 'gebiedsbescherming' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Voor het onderdeel 'soortenbescherming' geldt dat een ontheffing nodig is voor de verstoring van de huismus en de kerkuil. Deze ontheffing is reeds aangevraagd, kan naar verwachting worden verleend en vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. Voor de fysieke uitvoering moet deze ontheffing zijn verkregen.

35/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

4.10

Waterhuishouding

Het voorliggende bestemmingsplan maakt het omzetten van een voormalige bedrijfswoning tot reguliere woning, het slopen van een voormalige bedrijfswoning en de herbouw van een reguliere woning en het realiseren van drie extra woning mogelijk. In de nieuwe situatie neemt de verharding echter af. Als gevolg van de ruimte voor ruimte regeling worden vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt in combinatie met een groot deel van het bijbehorend erf. In de huidige situatie is sprake van een gezamenlijk verhard oppervlakte (gebouwen en erf) van ruim 4.730 m2. In de nieuwe situatie wordt deze teruggebracht naar ongeveer 2.630 m2 (gebouwen en toegangswegen). De afvoer van overtollig hemelwater zal plaatsvinden door middel van infiltratie in de bodem. Voor de riolering kan niet zonder meer worden aangesloten op het aanwezige drukriool. Een en ander is aflhankelijk van het aanlegpeil van de woningen, de capaciteit van de pomp en het benodigde afschot. In ieder geval moet er rekening gehouden worden met het vergroten van de buffercapaciteit bij storingen aan het gemaal en dus moet er een stuk vrijvervalriolering worden aangelegd metéén of meerdere bufferputten. Een en ander in overleg met de rioolbeheerder. Uit de digitale watertoets blijkt dat het voorliggende plangebied binnen het beïnvloedingsgebied van de bestaande wetering ligt.

Waterbelangen van de Hoogheemraadschap worden echter niet geschaad. Dit is gebleken uit het vooroverleg met het Hoogheemraadschap (zie Hoofdstuk 7). 4.11

Verkeer en parkeren

Uitgaande van een verkeersgeneratie van 7 tot 8 autobewegingen per dag (Toekomstbestendig parkeren CROW) leiden drie extra woningen tot een extra verkeersproductie van bijna 24 autobewegingen per dag. Deze toevoeging is voor het doorgaande verkeer op de Langesteeg geen belemmering. Als gevolg van de voorliggende plannen neemt het aantal aansluitingen/inritten op de Langesteeg niet toe. Parkeren moet op eigen terrein worden opgelost. Op basis van de kencijfers uit de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' wordt daarbij voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied uitgegaan van ten minste 2,0 parkeerplaatsen per woning. Hiervoor is ruim voldoende ruimte beschikbaar. De gemeente Leusden legt de parkeernormen vast in de planregels van het voorliggende bestemmingsplan. Bij de verdere planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met deze normen.

36/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1

Inleiding

5.1.1 Verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. 5.1.2 Regels Begripsomschrijvingen Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP 2012 worden ook conform de SVBP 2012 overgenomen. Tevens is een aantal begrippen op basis van de Wabo opgenomen. Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten.

Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de bouw- of gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Specifieke gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Tevens is - ter adstructie - in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijk en van de bouw- of gebruiksregels Deze bepalingen komen in dit plan niet voor. 37/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden bepalingen komen in dit plan niet voor. Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelregel wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is geregeld dat gebouwen onderkelderd mogen worden tot een diepte van 3,0 m. Algemene gebruiksregels In het artikel ‘Algemene gebruiksregels’ is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijk getrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt. Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

38/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

5.2

Bestemmingsomschrijving

Figuur 5.2 - Afbeelding - uitsnede verbeelding Agrarisch De tuin is (deels) bestemd als Agrarisch. Binnen deze bestemming is hobbymatig agrarisch grondgebruik, uitsluitend ten dienste van de aangrenzende woonfuncties toegestaan. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor instandhouding van landschaps- en natuurwaarden. Tevens zijn waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mogen voor de voorgevelrooilijn niet meer dan 1,0 meter bedragen. Achter de voorgevelrooilijn mag de maximale hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer zijn dan 1,5 meter bedragen. Op de gronden zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 meter. Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden Deze bestemming is naast behoud en ontwikkeling van de grondgebonden landbouw gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurwaarden. Daartoe is een aanlegvergunningenstelsel opgenomen en worden ontheffingen en wijzigingsplannen getoetst aan de gevolgen voor de landschaps- en natuurwaarden. Ook op deze gronden mag de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter enzijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 meter. Verkeer - Verblijf 39/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

De ontsluitingsweg en het erf in het plangebied hebben de bestemming "Verkeer Verblijfsgebied" gekregen. Wonen De bestemming "Wonen" is opgenomen voor de woningen in het plangebied en de toegelaten bijbehorende bouwwerken (zie het kavelpaspoort). De woningen mogen uitsluitend worden gerealiseerd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Voor de realisatie van de woningen zijn in de regels bouwregels opgenomen. Bouwregels De belangrijkste bouwregels zijn die met betrekking tot het bouwen van de woning binnen het bouwvlak en de goot- en bouwhoogte van de woning. Tevens mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht binnen de functie aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bijbehorend bouwwerk' en de daarvoor opgenomen goot- en bouwhoogte van de bijbehorende bouwwerken. Werken aan huis Binnen de woonbestemming is opgenomen dat het mogelijk is om een beroep aan huis uit te oefenen. Hier vallen de vrije beroepen en aanverwante beroepen onder, zoals kapper, pedicure. De oppervlakte die gebruikt mag worden voor dit beroep aan huis mag niet meer bedragen dan 30% van de totale oppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50 m². Bedrijf aan huis Middels een omgevingsvergunning is het mogelijk om ook een bedrijf aan huis uit te oefenen. Het gaat hier om bedrijvigheid die lichte hinder kan veroorzaken.

In een bijlage bij de regels zijn de verschillende typen bedrijvigheid aangegeven die hieronder vallen in een tabel opgenomen. Voor bedrijf aan huis gelden min of meer dezelfde eisen als bij een beroep aan huis plus enkele extra eisen. Beeldkwaliteitskader en Kavelpaspoort De beeldkwaliteitsbepalingen voor de te realiseren woningen op percelen Langesteeg 9/9a, zoals opgenomen de kavelpaspoorten (Bijlage 2 bij de Regels) worden als aanvullend welstandsbeleid vastgesteld bij de vaststelling van dit bestemmingsplan. Dat gebeurt op basis van artikel 12 van de Woningwet.

40/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan vindt, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op grond van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Voor dit plan heeft de gemeente met de initiatiefnemer een planschade- en realisatieovereenkomst afgesloten. In deze overeenkomst zijn de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Het besluit heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente.

Gelet op de schaal van de ontwikkeling en de eigendomssituatie (terrein is reeds in bezit van de initiatiefnemer) hoeft voor de financiële haalbaarheid van dit project niet te worden gevreesd. Het ruimtelijk plan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

41/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Onder 7.2 is de reactie van de provincie en het overleg met de omwonenden opgenomen. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 7.2

Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg

7.2.1 Reactie Provincie Utrecht op vooroverleg De Provincie Utrecht heeft middels de brief van 3 augustus 2020, met kenmerk Z-GRO_VBP-2020-0975 (Bijlage 10) gereageerd op het voorliggend plan. De Provincie geeft hierin aan dat: het plan in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid; de landschappelijke inpassing, middels een voorwaardelijke verplichting in de Regels, dient te worden geborgd; de bebouwing volgt de historische lijnen van het erf, maar verdere samenhang met het landschap wordt niet direct inzichtelijk gemaakt; de woonbestemming gaat aan de noordkant over de grens va het oorspronkelijke bouwvlak heen, waar zo'n oude lijn ligt; de deelbestemming "Tuin" opgenomen dient te worden als doorvertaling van het kavelpaspoort; conform overleg met de ervenconsulent dienen binnen de bouwvlakken de woningen en de bijgebouwen los van elkaar te liggen. Deze opmerkingen dienen in het ontwerpbestemmingsplan te worden verwerkt. Het definitief ontwerpbestemmingsplan zal bij het terinzage leggen conform afdeling 3.4 Awb wederom aan de Provincie worden aangeboden.

42/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

7.2.2 Overleg met de omwonenden De initatiefnemer heeft ten behoeve van het plan overleg gevoerd met de onwonenden van het plangebied. Onderstaand is per adres een korte samenvatting van het overleg opgenomen. Langesteeg 7A. Maakt zich druk om nieuwe bewoners, bang dat zij gaan klagen als er in de avond gewerkt wordt. Ik snap de angst, ik kan hier alleen weinig aan doen. Besproken dat er een regel in de koopovereenkomsten komt te staan dat de nieuwe bewoners zich er van bewust zijn dat er een bedrijf in de buurt gevestigd is. Tevens uitgelegd dat dit bij de rechter geen stand zal houden. Langesteeg 8. Eigenaar van de toegangsweg richting de boerderij Langesteeg 9/9a. We hebben besproken dat er een 0 meting gemaakt zal worden voor aanvang van de werkzaamheden. Mocht er wat kapot gaan, dan wordt dit voor onze rekening hersteld. Langesteeg 8a. Ook een stukje eigendom van de toegangsweg. De plannen zullen extra verkeersdruk met zich mee brengen, dat klopt omdat de boerderij niet meer in werking is. Echter zal een boerderij van deze omvang altijd meer verkeersbewegingen hebben dan een vijftal burgerwoningen. Er zal in overleg een drempel worden gerealiseerd voor onze rekening. Langesteeg 10 Deze mevrouw is vorig jaar overleden, de nieuwe bewoners weten van de ontwikkeling. Zal nog een keer met de plannen langs gaan. 7.3

Verslag zienswijzen

[...]

43/43 - ontwerp - NL.IMRO.0327.199-0301 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3093/documents/27653