Ontwerp 25-04-2024 akte van statutenwijziging Stg. Voila.pdf
Tekst van het document
Ref:2024.000400.01/KJB Spek & Van den Beld Notariaat Hamersveldseweg 65 3833 GL Leusden Tel. 033-4945945
ONTWERP 25 april 2024 STATUTENWIJZIGING
Blad 1 Wilt u dit ontwerp zorgvuldig doorlezen en eventuele wijzigingen tijdig voor het ondertekenen telefonisch doorgeven?
Op # verscheen voor mij, Mr. Marcel Robert Ernest Marie Magnée, notaris, gevestigd en kantoorhoudend te Leusden: mevrouw Akke Maria WIERSMA, te dezen handelende in haar hoedanigheid van enig lid van het college van bestuur van de stichting: Stichting Verschillend Onderwijs in Leusden Achterveld (VOILA), statutair gevestigd te Leusden, kantoorhoudende aan 't Erf 1 te 3831 NA Leusden, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 32155751, hierna te noemen: "de stichting", en als zodanig de stichting rechtsgeldig vertegenwoordigende overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 lid 2 van de statuten.
INLEIDING De verschenen persoon, handelende als gemeld, verklaarde: dat het college van bestuur van de stichting met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig waren, heeft besloten tot wijziging van de statuten van de stichting, zulks met goedkeuring van de raad van toezicht van de stichting in een vergadering van die raad waarin minimaal één openbaar, één katholiek en één protestants-christelijk lid aanwezig waren die allen tot de meerderheid van de stemmen behoorden; dat ten aanzien van het besluit van het college van bestuur mitsdien is voldaan aan het bepaalde in artikel 17 lid 1 van de statuten en ten aanzien van het besluit van de raad van toezicht aan het bepaalde in artikel 14 lid 9 van de statuten van de stichting; dat de statuten van de stichting zijn vastgesteld bij de akte van oprichting van de stichting, op tien juli tweeduizend negen verleden voor Mr A. Helmig, destijds notaris te Haarlem, welke statuten niet anders zijn gewijzigd dan: bij en blijkens akte van statutenwijziging op één augustus tweeduizend elf verleden voor Mr J.Th.M.
van den Beld, ambtsvoorganger van mij, notaris; bij en blijkens akte van statutenwijziging op zes januari tweeduizend zestien verleden voor mij, notaris; bij en blijkens akte van statutenwijziging op drieëntwintig januari tweeduizend achttien verleden voor mij, notaris; alsmede laatstelijk: bij en blijkens akte van statutenwijziging op dertig augustus tweeduizend drieëntwintig verleden voor mij, notaris; dat door het college van bestuur is besloten om de verschenen persoon aan te wijzen tot het doen verlijden en ondertekenen van de akte van statutenwijziging; dat van gemelde besluiten blijkt uit de betreffende besluiten van het college van bestuur en van de raad van toezicht van de stichting, welke beide besluiten aan deze akte zullen worden gehecht;
Blad 2 -
dat de krachtens artikel 17 lid 6 van de statuten voor het wijzigen van de artikelen 2, 3, 4 en 12 lid 4 van de statuten vereiste voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Nederlandse Katholieke Schoolraad te Utrecht is verleend, blijkens brief van #.... , van welke brief met bijlage een kopie aan deze akte zal worden gehecht; dat de krachtens artikel 17 lid 7 van de statuten vereiste instemming van de gemeenteraad van de gemeente Leusden, aangezien de stichting alleen openbare scholen in stand houdt die in de gemeente Leusden zijn gelegen, waarvan blijkt uit het Raadsbesluit van #....., waarvan een kopie eveneens aan deze akte zal worden gehecht. STATUTENWIJZIGING Ter uitvoering van gemelde besluiten verklaarde verschenen persoon, handelend als gemeld, dat als gevolg van die wijziging van de statuten van de stichting die statuten komen te luiden als volgt. STATUTEN. Begripsbepalingen. In deze statuten wordt verstaan onder: a. de gemeente: de gemeente Leusden; b. de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Leusden; c. de scholen: de scholen voor primair onderwijs in de gemeente, voor zover deze scholen onder het bestuur van de stichting staan; d.
denominatie: de identiteit/het levensbeschouwelijk karakter van een of meer scholen die onder het bestuur van de stichting staan; in deze statuten wordt uitgegaan van openbaar onderwijs, katholiek onderwijs, protestantschristelijk onderwijs, interconfessioneel (rk/pc) en algemeen bijzonder onderwijs; ingeval van een fusie tussen een katholieke en een protestants-christelijke school, waarbij een interconfessionele school ontstaat, zal geen afzonderlijke denominatie ontstaan; Voor de tekst van deze statuten zijn er dus vier (4) verschillende denominaties: openbaar, katholiek, protestants-christelijk en algemeen-bijzonder; e. Wpo: de Wet op het primair onderwijs; f. GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; g. NKSR: de Nederlandse Katholieke Schoolraad te Utrecht. Naam, zetel en duur. Artikel 1. 1. De stichting draagt de naam: Stichting Verschillend Onderwijs in Leusden Achterveld (VOILA). 2. De stichting is gevestigd in de gemeente Leusden. 3. De stichting is op tien juli tweeduizend negen opgericht voor onbepaalde tijd, maar zal voor ten minste vijf (5) jaren bestaan. Doel en denominaties.
Blad 3 Artikel 2. 1. De stichting heeft de maatschappelijke opgave goed onderwijs te verzorgen voor alle kinderen. Dit betekent onderwijs van hoge kwaliteit, dat jonge mensen voorbereidt op deelname aan onze samenleving en dat aantoonbaar aansluit op de behoeften van leerlingen en de bredere omgeving van de school. 2. De stichting stimuleert onderwijs op haar scholen waarin alle leerlingen uitgenodigd worden op een zelfbewuste en nieuwsgierige wijze hun positie in te nemen in de samenleving, in de groep en in hun leven. Hieronder wordt verstaan burgerschapsonderwijs zoals door de overheid verplicht gesteld. Elke school verbindt deze opdracht met de (levensbeschouwelijke) kernwaarden die voor haar richtinggevend zijn. 3. De stichting heeft ten doel het geven van onderwijs op scholen vanuit een openbaar karakter of een katholieke, protestants-christelijke, interconfessionele (rk/pc) of algemeen bijzondere identiteit (al dan niet als informele samenwerkingsschool) in de gemeente Leusden, waarbij wordt gehandeld vanuit het identiteitsdocument van de specifieke (gezamenlijke) denominatie. 4. Het onderwijs aan de openbare scholen wordt gegeven met inachtneming van het bepaalde in artikel 46 van de WPO. Het openbaar onderwijs gaat uit van de kernwaarden van het openbaar onderwijs: gelijkwaardigheid, ontmoeting en vrijheid. 5.
Het onderwijs aan de katholieke scholen wordt gegeven vanuit de katholieke grondslag. De stichting handelt daarbij ten aanzien van de katholieke scholen volgens de regelingen betreffende het katholiek onderwijs die op grond van het gezamenlijk overleg in de NKSR zijn vastgesteld, alsmede volgens het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. De katholieke scholen staan open voor alle leerlingen indien wordt voldaan aan hetgeen wordt gesteld in het toelatingsbeleid, dat daarvoor binnen de stichting met goedkeuring van de raad van toezicht is vastgesteld door het college van bestuur. 6. Het onderwijs aan de protestants-christelijke scholen gaat uit van eigentijds onderwijs vanuit een christelijke levensovertuiging gebaseerd op een protestants-christelijke grondslag, zoals dat tot ons komt vanuit de Bijbel#. 7. Het onderwijs aan de interconfessionele scholen (rk/pc) wordt gegeven op interconfessionele grondslag. Zij gaat daarbij uit van de christelijke beginselen, waarden en traditie, zoals het tot ons komt vanuit de Bijbel # 8. Het onderwijs aan de algemeen bijzondere school wordt gegeven op algemeen bijzondere grondslag. Een algemeen bijzondere school is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 9. De stichting beoogt onderwijs te (laten) geven, afgestemd op het
Blad 4 ontwikkelingsniveau van het individuele kind. 10. De stichting beoogt onderwijs te (laten) geven, gericht op de emotionele, verstandelijke en levensbeschouwelijke ontwikkeling van het individuele kind, te weten het verwerven van noodzakelijke kennis, sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden en het ontwikkelen van creativiteit. De stichting beoogt daarmee bij te dragen aan een persoonlijke identiteit in ontwikkeling. 11. De stichting dient ook het publieke belang en heeft als doel het doen geven en bevorderen van primair onderwijs in de zin van de Wpo en/of andere onderwijswetten in de regio Eemland. 12. De stichting heeft ten doel bij te dragen aan een dekkend onderwijsaanbod in de regio. 13. Om haar maatschappelijke opgave te kunnen realiseren werkt de stichting samen met relevante (onderwijs)partners. Nadere uitwerking grondslag en openbaar karakter. Artikel 3. 1. In het schoolplan en de schoolgids wordt per school aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het openbare karakter van de openbare scholen en de identiteit van de katholieke, de protestantschristelijke, de interconfessionele (rk/pc) en de algemeen bijzondere scholen. De vaststelling van een schoolplan geschiedt door het college van bestuur.
De uitwerking van grondslag en openbaar karakter geschiedt via een door het college van bestuur vast te stellen (en te onderhouden) en door de raad van toezicht goedgekeurd identiteitsdocument, dat aansluit bij het bepaalde bij de overige leden van dit artikel en de overige relevante artikelen van deze statuten. 2. Op de katholieke, de protestants-christelijke en de interconfessionele (rk/pc) scholen wordt aandacht besteed aan de godsdienstige vorming, voor wat betreft het katholiek onderwijs overeenkomstig hetgeen daarover in Algemeen Reglement voor het katholiek onderwijs is bepaald; in het onderwijsprogramma van de katholieke, de protestants-christelijke en de interconfessionele (rk/pc) scholen wordt ruimte ingebouwd voor godsdienstonderwijs. 3. In het schoolplan van de openbare scholen wordt in ieder geval opgenomen dat de openbare scholen een openbaar karakter hebben en dat het onderwijs wordt gegeven met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de verscheidenheid van die waarden. 4. In het schoolplan van de algemeen bijzondere school wordt onderwijs gegeven dat uitgaat van de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwelijke overtuigingen en maatschappelijke stromingen.
Leerlingen van de school op algemeen bijzondere grondslag worden gestimuleerd hun levensbeschouwing op te bouwen, rekening houdend met en respect hebbende voor de
Blad 5 levensbeschouwing van anderen en ontvangen, met het oog daarop, levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. 5. Het college van bestuur draagt zorg voor de instelling van één identiteitscommissie ter uitwerking en behartiging van de levensbeschouwelijke aspecten en identiteit van de scholen. Deze commissie bestaat uit maximaal elf (11) personen en is samengesteld als volgt: één (1) externe deskundige op identiteit, die fungeert als onafhankelijk voorzitter; per denominatie, mits aanwezig binnen de stichting: [openbaar, [protestants-)christelijk, katholiek, interconfessioneel en algemeen bijzonder] twee (2) leden, één (1) personeelslid en één (1) ouder, in die hoedanigheid betrokken bij een van de scholen uit die denominatie. 6. De identiteitscommissie kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan het college van bestuur. De vertegenwoordigers van een denominatie binnen de identiteitscommissie kunnen aan hen voorgelegde conceptbesluiten (voor zover deze betrekking hebben op de identiteitsaspecten voor hun denominatie) blokkeren, indien naar hun oordeel in redelijkheid van hen niet kan worden gevraagd om aan het college van bestuur een positief advies op dit conceptbesluit te geven. Indien sprake is van een dergelijke blokkade, zal het conceptbesluit worden heroverwogen en opnieuw voor advies aan de identiteitscommissie worden toegezonden.
Indien opnieuw geen positief advies wordt uitgebracht, is het college van bestuur vrij om het desbetreffende besluit te nemen. Een dergelijk besluit behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht. De verdere werkwijze van deze commissie (waaronder de wijze van benoeming en dergelijke) wordt geregeld in een reglement identiteit, dat door het college van bestuur wordt vastgesteld en door de raad van toezicht wordt goedgekeurd, gehoord hebbende de identiteitscommissie en de GMR. 7. Het college van bestuur draagt tevens zorg voor structureel overleg met het bevoegd kerkelijk katholiek gezag, waaronder de katholieke kerk en de nadere vormgeving daarvan. 8. Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de door de stichting bestuurde scholen waarin openbaar onderwijs wordt gegeven gevestigd zijn over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Dit verslag wordt bekendgemaakt. Middelen. Artikel 4. De stichting tracht haar doel langs wettige weg, zonder winstoogmerk, te bereiken door: 1. het (doen) oprichten, overnemen en als bevoegd gezag in de zin van de
Blad 6 onderwijs wetgeving besturen van verschillende scholen voor basisonderwijs met een eigen specifieke identiteit [waaronder openbaar, (protestants-) christelijk, katholiek, interconfessioneel en algemeen bijzonder]. In een aan deze statuten te hechten bijlage die daarmee een onlosmakelijk geheel vormt, worden de namen opgenomen van de thans onder de stichting ressorterende scholen, onder vermelding van hun denominatie als bedoeld in deze statuten; 2. het samenwerken met instellingen, die een gelijk of gelijksoortig doel nastreven als hierboven onder artikel 2 is omschreven; 3. alle overige rechtshandelingen die het doel bevorderen. Organen van de stichting Artikel 5. De stichting kent als organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht. College van bestuur: samenstelling, wijze van benoemen. Artikel 6. 1. Het college van bestuur bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal natuurlijke personen. Indien het college van bestuur bestaat uit meer dan één lid, benoemt de raad van toezicht de voorzitter van het college van bestuur in functie. 2. De raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur. Bij benoeming is een unaniem besluit vereist en bij een besluit tot schorsing en ontslag een meerderheid van twee/derde (2/3) der uitgebrachte geldige stemmen. 3.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, na verkregen advies van de GMR, vast te stellen openbare profielschets en werving- en selectieprocedure. 4. De leden van het college van bestuur zullen doel en grondslag van de stichting onderschrijven, de uitwerking van doel en grondslag van de stichting bevorderen en dit schriftelijk verklaren bij benoeming. 5. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur voor de duur van hun arbeidsovereenkomst. 6. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Ingeval van één of meer vacatures in het college van bestuur behoudt het college van bestuur haar bevoegdheden 7. De raad van toezicht stelt het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur vast en beoordeelt jaarlijks het functioneren van de leden van het college van bestuur. College van bestuur; schorsing en ontslag; defungeren, belet en ontstentenis.
Blad 7 Artikel 7. 1. De raad van toezicht kan slechts tot schorsing of ontslag van een lid van het college van bestuur besluiten, nadat het lid in de gelegenheid is gesteld zich tegenover de raad van toezicht te verantwoorden en zich te verklaren over het voorgenomen besluit. Het betreffende lid van het college van bestuur kan zich daarbij laten bijstaan door een raadsman. 2. Een besluit tot schorsing of ontslag van een lid van het college van bestuur dient onverwijld aan het betreffende lid schriftelijk en gemotiveerd te worden medegedeeld. 3. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, is hij niet bevoegd de aan (leden van) van het college van bestuur toegekende bevoegdheden uit te oefenen. 4. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, besluit de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 5. Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a. door zijn overlijden; b.
door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen; c. door zijn vrijwillig aftreden; d. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens herbenoeming; e. door ontslag door de raad van toezicht; f. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek; g. door het ontstaan van een onverenigbaarheid. 6. Bij ontstentenis of belet van één of meerdere leden van het college van bestuur neemt het overblijvende lid of leden de volledige taken van het college van bestuur waar. 7. Bij ontstentenis of belet van het enige of alle leden van het college van bestuur benoemt de raad van toezicht (en bij tevens belet of ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht: de gemeenteraad) onverwijld een medewerker van de stichting of een persoon buiten de stichting tijdelijk tot bestuurder. College van bestuur: taak en bevoegdheden. Artikel 8. 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. s en vormt het bevoegd gezag over de scholen die door de stichting in stand worden gehouden. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle
Blad 8
2.
3.
4.
5.
6. 7. 8.
9.
taken en bevoegdheden toe, die tot het bevoegd gezag behoren en niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. Het college van bestuur heeft volledige bevoegdheid ten aanzien van beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling en besluitvorming, met uitzondering van hetgeen statutair is onderworpen aan voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht en/of instemming van de gemeenteraad. Bij de vervulling van haar taken en bevoegdheden richt het college van bestuur zich primair naar het doel en belang van de stichting en de door haar in standgehouden scholen. Het college van bestuur is zich bewust van de maatschappelijke functie van de stichting en maakt een evenwichtige afweging van de belangen van allen die bij de stichting betrokken zijn. Het college van bestuur draagt zorg voor de horizontale dialoog/verantwoording. Het college van bestuur waarborgt de identiteit en onderscheidenlijk het openbare karakter van de onder haar bestuur staande scholen. Het college van bestuur ziet onder meer in het kader van de integrale kwaliteitszorg er op toe dat op elke school onderwijs in overeenstemming met de identiteit onderscheidenlijk het openbare karakter van die school wordt gegeven en daartoe beleid voert.
Het college van bestuur is verantwoordelijk voor de naleving van de relevante wet en regelgeving, het beheersen van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de stichting en voor de financiële continuïteit van de stichting. Het college van bestuur rapporteert hierover aan de raad van toezicht en bespreekt de opzet en resultaten van de interne risicobeheersingen controlesystemen met de raad van toezicht. Het college van bestuur heeft volledige bevoegdheid binnen de door de raad van toezicht goedgekeurde begroting. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor een adequaat functioneren van de raad van toezicht benodigde informatie. Aan de schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht zijn onderworpen de volgende besluiten van het college van bestuur: a. het vaststellen van de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant; b. het vaststellen van het identiteitsdocument, zoals genoemd in artikel 3 lid 1, een besluit als genoemd in artikel 3 lid 5 en het reglement identiteit als genoemd in artikel 3 lid 5 van de statuten.
Het college van bestuur is slechts met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bewaring van registergoederen, alsmede het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde
Blad 9 sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld aan een ander verbindt, mits het besluit wordt genomen met inachtneming van de bepalingen van de Wpo; 10. Aan de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht zijn onderworpen de volgende besluiten van het college van bestuur: a. het vaststellen en wijzigen van de bestuursvisie, het organisatie brede (meerjaren) beleidsplan met bijbehorende (meerjaren) begroting; b. het vaststellen van de jaarlijkse begroting, het investerings/financieringsplan en het treasurystatuut, met dien verstande dat het college van bestuur met de gemeenteraad overleg voert alvorens hij de begroting vaststelt; het college van bestuur en de gemeenteraad maken afspraken over de wijze van overleg en leggen dit vast in een reglement; c. het vaststellen van de organisatiestructuur van de stichting en aan haar gelieerde werkmaatschappijen of belangrijke wijzigingen daarin; d. het vaststellen van het toelatingsbeleid voor katholieke scholen als bedoeld in artikel 2 lid 5 van de statuten; e. het vaststellen en wijzigen van het identiteitsdocument, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de statuten en het vaststellen en wijzigen van Reglement identiteit (waar in onder andere is geregeld de werkwijze en de wijze van benoeming van de identiteitscommissie), zoals bedoeld in artikel 3 lid 5 van de statuten; f.
het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of (gedeeltelijke) zeggenschap in een andere rechtspersoon/organisatie en het oprichten van een andere rechtspersoon; g. het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking of een juridische fusie met andere rechtspersonen/organisaties; h. een (juridische) fusie of splitsing van de organisatie en/of de stichting; i. het oprichten, opheffen, samenvoegen (fusie) of splitsen van scholen; j. het aangaan van financiële verplichtingen van de stichting die naar aard de reguliere bedrijfsvoering te buiten gaan en/of een bedrag van tweehonderd vijftig duizend euro (€ 250.000,00) per verplichting te boven gaan, alsmede investeringen/uitgaven die niet in de begroting zijn opgenomen en niet binnen de begroting kunnen worden gedaan; k. het aangaan van alle overeenkomsten tot geldlening boven een door de raad van toezicht, gehoord hebbende het college van bestuur, vast te stellen limiet; l. het sluiten van overeenkomsten of het aangaan van rechtshandelingen met één of meer leden van het college van bestuur van de stichting; m. het beëindigen van de arbeidsovereenkomsten van een aanmerkelijk aantal medewerkers (meer dan 10%) tegelijk of binnen een kort tijdsbestek of een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of
Blad 10 arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal medewerkers, tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst; n. het vaststellen en wijzigen van de reglementen als bedoeld in deze statuten, daaronder in elk geval begrepen, het reglement van het college van bestuur en het managementstatuut (in de zin van de Wpo); o. de wijze waarop de principes van horizontale dialoog/verantwoording worden vormgegeven; p. het voeren van een gerechtelijke procedure namens de stichting, met uitzondering van procedures aangaande het college van bestuur; q. het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting als bedoeld in de artikelen 17 en 18 van de statuten en met inachtneming van het overige daaromtrent in de statuten bepaalde; r. de aanvraag van faillissement of surseance van betaling van de stichting; s. de ontbinding van de stichting en het vaststellen van de omvang en de bestemming van het liquidatiesaldo; t. het aanvaarden door een lid van het college van bestuur van het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan, bestuurs- of adviesorgaan van een andere (grote) rechtspersoon. 11.
Ten aanzien van besluiten genoemd in het voorgaande lid onder h en i geldt dat er tevens rekening gehouden moet worden met de bevoegdheid van de gemeenteraad ter zake voorgenomen besluitvorming ten aanzien van de openbare scholen conform artikel 17 van de Wpo, alsmede met de bevoegdheid van de NKSR ten aanzien van de katholieke scholen conform het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. 12. De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in de voorgaande leden zijn genoemd aan haar goedkeuring te onderwerpen. Die andere besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het college van bestuur te worden medegedeeld. 13. Het college van bestuur aanvaardt erfstellingen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving. College van bestuur: werkwijze. Artikel 9. 1. Het college van bestuur draagt collectieve verantwoordelijkheid voor de aan het college van bestuur toegekende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, alsmede voor de door het college van bestuur genomen besluiten en het gevoerde beleid, ongeacht een eventueel vastgestelde portefeuilleverdeling. 2. Bij besluitvorming binnen het college van bestuur heeft elk der leden één (1) stem. Een bestuurder meldt meteen aan de voorzitter van het college van bestuur indien hij bij de beraadslaging over een onderwerp een direct of
Blad 11 indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Indien de voorzitter van het college van bestuur of de enig bestuurder bij de beraadslaging over een onderwerp een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting meldt hij dat meteen aan de voorzitter van de raad van toezicht en hij neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over het onderwerp waarbij hij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen is de voorzitter van de wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. Deze besluiten dienen schriftelijk te worden vastgelegd, waarbij tevens de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen dienen te worden vastgelegd. Het college van bestuur streeft naar besluitvorming met eenstemmigheid. Kan het college van bestuur niet op basis van eenstemmigheid besluiten, dan keert het voorstel terug in haar eerstvolgende vergadering. Indien in deze volgende vergadering de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. . Indien het college van bestuur dan nog geen eenstemmigheid bereikt, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De overwegingen die aan het besluit ten grondslag hebben gelegen, als ook de belemmeringen voor eenstemmigheid, worden in het verslag van die vergadering opgenomen. Een bestuurder kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen. 4. De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar, tenzij het college van bestuur anders besluit. 5. De leden van het college van bestuur kunnen een portefeuilleverdeling overeenkomen. Indien een dergelijke verdeling wordt vastgesteld, dan wordt de raad van toezicht daarover geïnformeerd. 6. De voorzitter van het college van bestuur is eerstverantwoordelijke voor het functioneren van het college van bestuur als team en is eerstverantwoordelijke in de contacten met de raad van toezicht. 7. Besluiten van het college van bestuur worden schriftelijk vastgelegd. 8. Het college van bestuur is bevoegd een (bestuurs)reglement vast te stellen waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het college van bestuur (nadere) regeling behoeven. 9. De vaststelling, wijziging en beëindiging van het (bestuurs)reglement geschiedt met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Medewerkers. Artikel 10. 1. Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeuren, de onderwijsgevenden en overige medewerkers van de scholen en van de stichting.
Het bestuur kan deze taken overdragen conform het bij de stichting geldende managementstatuut.
Blad 12 2.
Bij benoeming van de aan haar scholen te verbinden medewerkers, waaronder de directeuren, zal de stichting zich ervan verzekeren dat de medewerkers de grondslag van de stichting onderschrijven en loyaal zullen meewerken aan de doelstellingen van het onderwijs, zoals die in het schoolplan zijn omschreven, waaronder bepalingen over de vormgeving van de identiteit onderscheidenlijk het openbare karakter van de school. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 3. Benoeming en ontslag van identiteitsbegeleiders aan onder het beheer van de stichting staande scholen, geschieden conform het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. College van bestuur: Vertegenwoordiging. Artikel 11. 1. Het college van bestuur vertegenwoordigt de stichting. 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan iedere bestuurder afzonderlijk. 3. Het college van bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Raad van toezicht: samenstelling; benoeming; belet en ontstentenis. Artikel 12. 1.
De raad van toezicht van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van vijf (5) tot zeven (7) natuurlijke personen. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de raad van toezicht. In een door de raad van toezicht vast te stellen reglement kunnen ter zake nadere regels worden gesteld. 3. De leden van de raad van toezicht zullen doel en grondslag van de stichting onderschrijven, de uitwerking van doel en grondslag van de stichting bevorderen en dit schriftelijk verklaren bij benoeming. 4. Bij de samenstelling van de raad van toezicht is het volgende van belang: a. ten minste één (1) lid van de raad van toezicht is katholiek en verbonden met de katholieke gemeenschap. In afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 9 worden goedkeuringsbesluiten van de raad van toezicht over aangelegenheden die de katholieke identiteit betreffen waaronder wordt begrepen: het oprichten, het opheffen, overdragen, of fuseren van katholieke scholen en het veranderen van de grondslag van een katholieke school alleen in aanwezigheid en met instemming van het katholieke lid genomen; b. één (1) lid van de raad van toezicht heeft in het bijzonder affiniteit met het openbaar onderwijs. In afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 9 worden goedkeuringsbesluiten van de raad van toezicht over
Blad 13
5.
6.
7.
aangelegenheden die het openbaar onderwijs betreffen waaronder worden begrepen: voorstellen aan de gemeenteraad over het overdragen, of fuseren van openbare scholen en het omzetten van de openbare school alleen genomen in aanwezigheid en met instemming van het in dit artikel bedoelde openbaar lid en met instemming van de gemeenteraad ter zake; c. ten minste één (1) lid van de raad van toezicht is protestants-christelijk en verbonden met de protestants-christelijke gemeenschap. In afwijking van het bepaalde in artikel 14 lid 9 worden goedkeuringsbesluiten van de raad van toezicht over aangelegenheden die de protestantschristelijke identiteit betreffen waaronder wordt begrepen: het oprichten, het opheffen, overdragen, of fuseren van protestants-christelijke scholen en het veranderen van de grondslag van een protestants-christelijke school alleen in aanwezigheid en met instemming van het protestantschristelijke lid genomen; d. de raad van toezicht als geheel staat borg voor het beheren van het aandachtsgebied identiteit, waarbij één lid van de raad van toezicht namens de raad van toezicht de contacten onderhoudt met de identiteitscommissie, zoals bedoeld in artikel 3 leden 5 en 6 van deze statuten; e. de GMR als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een voorafgaand kenbare selectieprocedure en voorafgaand openbaar gemaakte profielen. Het profiel bevat de kwaliteiten en deskundigheden waaraan een lid van de raad van toezicht dient te voldoen en zal deel uitmaken van het huishoudelijk reglement. Bij het ontstaan van een vacature kan het profiel door de raad van toezicht nader worden ingevuld. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht benoemt een daartoe door de raad van toezicht aangewezen persoon een lid van de raad van toezicht zoveel mogelijk met inachtneming van de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de leden van de raad van toezicht. Tot lid van de raad van toezicht zijn niet benoembaar werknemers van de stichting en hun naaste familieleden, noch diegenen die direct of indirect bedrijfsmatig of beroepsmatig leveranties, werkzaamheden of dienstverlening ten behoeve van de stichting verrichten. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier (4) jaar. De raad van toezicht stelt een rooster van aftreden op, zodanig dat het aftreden geleidelijk verloopt. Een tussentijds benoemd lid treedt af op het tijdstip waarop het lid in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben
Blad 14 moeten aftreden. Aftredende leden zijn maximaal één (1) maal herbenoembaar, tenzij door de tussentijdse benoeming de in lid 7 bedoelde geleidelijkheid in het gedrang komt. De raad van toezicht kan in het geval dat de in lid 7 bedoelde geleidelijkheid in het gedrang komt, besluiten een lid twee (2) maal te herbenoemen, waarbij de totale periode van benoeming niet meer dan acht (8) jaar mag belopen. 9. Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt: a. door aftreden overeenkomstig het vastgestelde rooster van aftreden dan wel tussentijds op eigen verzoek; b. door ontslag door de raad van toezicht wegens taakverwaarlozing of andere gewichtige redenen; c. door zijn ontslag door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; d. door overlijden. In geval van een ontslag als bedoeld in lid b wordt betrokkene over het voornemen daartoe geïnformeerd en wordt hij in de gelegenheid gesteld zich daarover te verweren. Het besluit van de raad van toezicht ter zake wordt gemotiveerd bij aangetekende brief aan betrokkene ter kennis gebracht. 10. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. Raad van toezicht: taken, bevoegdheden. Artikel 13. 1. De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het college van bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting en de door haar in standgehouden scholen. 2.
Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht naar het belang van de stichting en de door haar in standgehouden scholen. De raad van toezicht handelt vanuit en in het belang van de stichting, conform de doelrealisatie zoals vastgelegd in statuten, reglementen, wet en regelgeving. Daarbij toetst de raad van toezicht tevens of het college van bestuur bij zijn beleidsvorming en bij de uitvoering van de bestuurstaken oog houdt op het belang van de organisatie van de stichting in relatie tot de maatschappelijke functie van de stichting en een zorgvuldige en evenwichtige afweging heeft gemaakt van de belangen van allen die intern en extern bij de stichting betrokken zijn. 3. Elk lid van de raad van toezicht is onafhankelijk en functioneert zonder last of ruggespraak. Raad van toezicht: werkwijze. Artikel 14. 1. De raad van toezicht vergadert ten minste vier (4) maal per jaar en voorts zo vaak als de voorzitter dit nodig oordeelt. Vergaderingen worden voorts gehouden zodra twee (2) van de leden van de raad van toezicht, onder 8.
Blad 15
2.
3.
4. 5.
6.
7.
8.
opgave van redenen, de wens daartoe te kennen geven. Indien de voorzitter niet binnen drie (3) weken een vergadering bijeengeroepen heeft, zijn de verzoekers bevoegd door middel van een schriftelijke convocatie een vergadering bijeen te roepen op een termijn van ten minste acht (8) dagen, welke oproeping dient te geschieden op de wijze zoals in lid 2 bepaald. De vergaderingen van de raad van toezicht worden door of vanwege de voorzitter bijeengeroepen. Bij deze oproeping dient een termijn van ten minste (8) dagen in acht te worden genomen waarbij de dag van de oproeping en de dag van de vergadering niet worden meegerekend. De bijeenroeping van de vergadering geschiedt schriftelijk (per e-mail daaronder begrepen), onder toezending van de agenda voor deze vergadering. De voorzitter kan in spoedeisende gevallen van de regels voor bijeenroeping afwijken, indien dit naar het oordeel van de voorzitter vereist is. De vergaderingen van de raad van toezicht worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door de vicevoorzitter. Bij beider afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden.
De leden van de raad van toezicht zijn verplicht tot geheimhouding van alle informatie die zij uit hoofde van hun functie vernemen waarvan de voorzitter geheimhouding heeft opgelegd of waarvan het vertrouwelijke karakter evident is. Alle stemmingen ter vergadering over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één (1) der stemgerechtigde leden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Ongeldige en blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. De leden van de raad van toezicht stemmen hoofdelijk, tenzij de vergadering blijk geeft van algemene instemming met het aan de orde zijnde voorstel en geen der leden een hoofdelijke stemming verlangt. Indien de stemmen staken, wordt het voorstel geplaatst op de agenda voor de volgende vergadering van de raad van toezicht. Indien in deze volgende vergadering de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Elk der leden van de raad van toezicht heeft één (1) stem. De raad van toezicht besluit bij gewone meerderheid der uitgebrachte geldige stemmen, behoudens bij ontslagverlening van een lid van de raad van toezicht in welk geval een meerderheid van twee/derde (2/3) der uitgebrachte geldige stemmen vereist is.
Een lid van de raad van toezicht meldt meteen aan de raad van toezicht indien hij bij de beraadslaging over een onderwerp een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting
Blad 16 en hij neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over het onderwerp waarbij hij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen is de raad van toezicht toch bevoegd hieromtrent te besluiten. Deze besluiten dienen schriftelijk te worden vastgelegd, waarbij tevens de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen dienen te worden vastgelegd. 9. De raad van toezicht kan in beginsel alleen geldige besluiten nemen indien ten minste twee/derde (2/3) van de in functie zijnde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Mocht dit ondanks deugdelijke oproeping niet het geval zijn, dan kan na ten minste één (1) week doch uiterlijk binnen zes (6) weken een nieuwe vergadering worden belegd, welke bevoegd is, ongeacht het aantal dan aanwezigen, besluiten te nemen over onderwerpen die op de vorige vergadering niet tot besluitvorming konden leiden. Besluiten kunnen ook plaatsvinden zonder dat de raad van toezicht in vergadering bijeen komt, doch alleen met algemene stemmen op basis van schriftelijke stemverklaringen. 10.
In een vergadering waarin een besluit tot het verlenen van goedkeuring door de raad van toezicht aan de besluiten als bedoeld in de artikelen 17 en 18 (statutenwijziging, ontbinding en bestemming liquidatiesaldo) aan de orde is, dienen minimaal één openbaar, één katholiek en, één protestants-christelijk aanwezig te zijn, die allen tot de meerderheid van de stemmen dienen te behoren. 11. Mochten in de raad van toezicht, om welke reden dan ook, één (1) of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende leden dan wel vormt het overblijvende lid, niettemin een rechtsgeldige raad van toezicht. 12. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn niet openbaar, met dien verstande dat het college van bestuur de vergaderingen van de raad van toezicht als regel wel bijwoont, tenzij de raad gemotiveerd anders beslist. 13. De raad van toezicht stelt in elk geval een auditcommissie en een remuneratiecommissie in. 14. De verdere werkwijze van de raad van toezicht wordt nader geregeld in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement. Gemeenschappelijke vergadering van het college van bestuur en de raad van toezicht. Artikel 15. 1. Ten minste viermaal per jaar komen het college van bestuur en de raad van toezicht in gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid. 2.
Tot de bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn het college van bestuur en de raad van toezicht gelijkelijk bevoegd. 3. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter (en
Blad 17 bij diens afwezigheid door de vicevoorzitter) van de raad van toezicht. Boekjaar en jaarstukken. Artikel 16. 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het college van bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen. De balans en de staat van baten en lasten behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht. Daartoe worden de vastgestelde stukken binnen één (1) maand na de vaststelling aan de raad van toezicht toegezonden. De raad van toezicht zal, alvorens zijn goedkeuring te verlenen, het college van bestuur opdragen de balans en de staat van baten en lasten te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen registeraccountant, accountant/administratieconsulent dan wel een andere deskundige in de zin van artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek.
Deze deskundige brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de raad van toezicht en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring omtrent de getrouwheid van de in het vorige lid bedoelde stukken. Hij brengt zijn verslag ter kennis van het college van bestuur. Ten blijke van de vaststelling en de goedkeurig worden de stukken door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 4. Alvorens het college van bestuur de jaarrekening vaststelt, voert hij overleg met de gemeenteraad. Het college van bestuur en de gemeenteraad maken afspraken over de wijze van overleg en leggen dit vast in een reglement. 5. De raad van toezicht is bevoegd de bestuurders decharge te verlenen voor hun bestuur. 6. Het college van bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) jaren te bewaren. 7. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Blad 18 Statutenwijziging. Artikel 17. 1. Het college van bestuur is, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht (met inachtneming van het omtrent die goedkeuring in artikel 14 lid 9 van deze statuten bepaalde), bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen verlijden. 3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister. 4. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing. 5. Voor het nemen van besluiten over het oprichten van een nieuwe katholieke school, over de opheffing, samenvoeging, overdracht of verandering van richting van een onder het bevoegd gezag van de stichting staande katholieke school, alsmede juridische fusie, (af)splitsing of ontbinding van de stichting, is de voorafgaande schriftelijk goedkeuring van de NKSR vereist. 6.
Voor de wijziging van deze statuten behoeft de stichting de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de NKSR, voor zover het betreft de artikelen 1, 2, 3, 4, 8 lid 4, 10 leden 2 en 3, 12 lid 4 en 17 leden 5 en 6. 7. Wijziging van de statuten behoeft de instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare scholen die door de stichting in stand worden gehouden zijn gelegen. Goedkeuring kan slechts worden onthouden als de overheersende invloed van de overheid in (het toezicht op) het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 8. Tot de vrijwillige opheffing van een openbare school, waaronder begrepen de fusie van een openbare school met een andere school, kan slechts worden besloten met inachtneming van het bepaalde in artikel 148 van de Wpo. Ontbinding en vereffening. Artikel 18. 1. Het college van bestuur is, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht (met inachtneming van het omtrent die goedkeuring in deze statuten bepaalde) bevoegd de stichting te ontbinden. 2. Het besluit van het college van bestuur tot ontbinding moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 3. Indien het college van bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld.
Het besluit tot ontbinding en de daarvan deel uitmakende bestemming van het liquidatiesaldo behoeft de
Blad 19 voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld. 4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. 6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Slotbepalingen. Artikel 19. 1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur. 2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt. SLOT AKTE De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE is verleden te Leusden op de datum in de aanhef van deze akte vermeld. Nadat de inhoud van deze akte door mij, notaris, zakelijk aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en tevens in te stemmen met beperkte voorlezing van deze akte.
Vervolgens is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing ondertekend door de verschenen persoon en daarna door mij, notaris.