OmgevingsvisIe Leusden vaststelling.pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 3 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 4 van 21
in het buitengebied. Voor nieuwvestiging van bedrijven zijn mogelijkheden voorzien in het bestemmingsplan en sluiten wij aan bij provinciaal beleid. 1.2 Betrek cumelabedrijven bij de opgaven van de landbouwtransformatie. Indiener geeft aan dat cumulabedrijven voor een groot deel zorgen voor het beheer en productie van de landbouwgronden en aanleg, onderhoud en beheer van overige gronden in de gemeente. Vanuit dit oogpunt stelt de indiener dat het realiseren van een transformatie in de landbouw niet kan zonder de inbreng en participatie van cumelabedrijven. Reactie: Zie reactie 1.1, het belang van cumelabedrijven in de opgaven in het buitengebied wordt erkend. Zij zijn dan ook zeker een stakeholder bij de verdere ontwikkeling van de gemeentelijke ambities naar uitvoering(programma’s). 1.3 Verplaats cumelabedrijven niet naar een industrieterrein. Indiener geeft aan de vestigingsplaats van de cumelabedrijven in het buitengebied een belangrijk kenmerk is.
Gesteld wordt dat de bedrijven niet passen op industrieterreinen, omdat de ontsluitingswegen vaak niet berekend zijn op de benodigde machines, en zij dan onnodige verkeersbewegingen moeten maken naar hun werkgebied (het buitengebied). Reactie: Zie reactie 1.1, ten aanzien van de vestigingsmogelijkheden gaan we uit van bestaande mogelijkheden/beleid, de voorliggende omgevingsvisie is daarbij een beleidsneutrale samenvoeging van de twee bestaande omgevingsvisies (te weten de Omgevingsvisie Stedelijk gebied en de Omgevingsvisie Landelijk gebied, vastgesteld in 2018). Er worden geen nieuwe beleidsuitspraken opgenomen in deze omgevingsvisie. 1.4 Cumelabedrijven nemen hun verantwoordelijkheid, o.a. op het gebied van natuur, energie, duurzaamheid en circulariteit. Indiener geeft aan dat zij haar verantwoordelijkheid neemt aangaande o.a. natuur, biodiversiteit en energie, alsmede circulariteit. De cumelasector kan volgens indiener dan ook een bijdrage leveren aan gemeentelijke ambities op dit gebied. Met de transitie naar een circulaire economie is de sector volgens indiener al druk doende.
Wat als bedrijfsmatig effect heeft dat er meer ruimte nodig is voor het opslaan van potentiële grondstoffen, die eerder als ‘waardevol afval’ werd gezien. Reactie: Wij zijn verheugd dat indiener haar verantwoordelijkheid neemt en zich inzet op diverse ambities ten aanzien van duurzaamheid (in de breedste zin) en een circulaire economie. Naast onze ambities in de omgevingsvisie zijn dit thema’s die verdere uitwerking/invulling krijgen in Omgevingsprogramma’s. Het ligt voor de hand dat Cumela daarbij een stakeholder is die wordt betrokken bij de totstandkoming van het uitvoeringsbeleid. 1.5 Stel de omgevingsvisie gewijzigd vast. Door indiener wordt verzocht om de omgevingsvisie, op grond van de in de zienswijze genoemde aspecten en in samenspraak met de gedachtenrichting ja, mits, gewijzigd vast te stellen. Dan wel de genoemde de aspecten te betrekken in het bestemmingsplan (onder de Omgevingswet: omgevingsplan). Reactie: De keuze is gemaakt om deze omgevingsvisie beleidsneutraal vast te stellen, in het kader van de samenvoeging van de twee bestaande visies. Deze omgevingsvisie dient als basisdocument voor
verdere actualisatie van de omgevingsvisie, naar de bedoeling van de Omgevingswet. De werkwijze ja, mits wordt in onze werkwijze reeds zoveel mogelijk toegepast en heeft ook een plek gekregen in het hoofdstuk ‘Postionering en werkwijze’. 1.6 Kijk met ons naar reële mogelijkheden om het buitengebied veiliger, mooier en beter te maken. Door indiener wordt aangeboden, om als belangrijke sector te gaan kijken naar reële mogelijkheden om het buitengebied / grondgebied van de gemeente Leusden veiliger, mooier en beter te maken. Reactie: Het aanbod van indiener wordt positief ontvangen, en wij betrekken hen graag bij de verdere uitwerking/uitvoering van de beleidsvorming. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvisie te wijzigen. Gelet op de opgave van het verder actualiseren, en volmaken, van de omgevingsvisie wordt Cumela als stakeholder erkend en betrokken in het vervolgproces. Ook zien wij Cumela als stakeholder/partner bij uitwerking van de ambities naar uitvoeringsbeleid in omgevingsprogramma’s.
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 5 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 6 van 21
2. Zienswijze 2, Stedin In haar zienswijze geeft Stedin aan dat de in de omgevingsvisie gestelde ambities consequenties heeft voor het elektriciteits- en gasnet van Stedin. Dat is voor Stedin aanleiding geweest om een zienswijze kenbaar te maken. In de zienswijze wordt ingegaan op de benodigde ruimtebehoefte voor stations, bijbehorende kabel- en leidingtracés en de noodzaak van goede én tijdige afstemming. 2.1 Reserveer ruimte voor ontwikkelingen en de energietransitie. Indiener stelt dat de huidige transportstations (elektra) in en rond de gemeente vol zitten. Om de gemeentelijke energie ambities te kunnen realiseren is ruimte nodig voor uitbreiding van en/of nieuwe transportstations, maar is ook ruimte nodig voor de aanleg van kabels. Indiener geeft aan dat er in de omgevingsvisie wel aandacht is voor de energietransitie, maar geen aandacht is voor de ruimte die de energieopgave (boven- en ondergronds) vraagt. Het verzoek is om expliciet ontwikkelruimte op te nemen voor de energie gerelateerde initiatieven. Reactie: Wij herkennen de stelling dat er sprake is van een gebrek aan capaciteit op het energienetwerk. De keuze is gemaakt om deze omgevingsvisie beleidsneutraal vast te stellen, in het kader van de samenvoeging van de twee bestaande visies als basisdocument voor de verdere actualisatie van de omgevingsvisie.
Wij kunnen ons voorstellen dat er in de omgevingsvisie expliciet wordt benoemd dat de energietransitie een ruimteclaim vormt. Hierover zullen wij in de tekst van de voorliggende omgevingsvisie een aanvulling doen. In het vervolg proces (van de verdere actualisering) van de omgevingsvisie komt dit meer nadrukkelijk terug. 2.2 Neem ruimte voor een nieuw onderstation op in de omgevingsvisie. Aan de hand van de zienswijze wil indiener nogmaals aandacht vragen voor een nieuw transportstation. Naar mening van indiener is er een geschikte locatie achter de gemeentewerf (tussen de Driftakkerweg en de Randweg) voor de bouw van het station. Indiener is verbaasd dat in de omgevingsvisie geen ruimte is opgenomen voor het realiseren van dit station. Indiener stelt dat voor de ambities uit de visie een nieuw station noodzakelijk is. De beoogde locatie van het nieuwe station past volgens indiener binnen het Entreegebied Leusden. De haalbaarheid van de beoogde toekomstige doelen en ambities, waaronder de verdere (bedrijfs-) ontwikkeling wordt volgens indiener – zonder een nieuw station – niet uitvoerbaar. Indiener verzoekt om in de omgevingsvisie ruimte te reserveren voor de realisatie van het station nabij de gemeentewerf in Leusden.
Reactie: Op dit moment worden er gesprekken gevoerd over een mogelijk locatie voor de realisatie van een nieuw onderstation en wij erkennen de noodzaak daarvan, de genoemde locatie wordt als kansrijk beschouwd. De keuze is gemaakt om deze omgevingsvisie beleidsneutraal vast te stellen. De omgevingsvisie geeft de strategische ambities voor de fysieke leefomgeving weer. Wij zien (naast de beleidsneutrale opgave die geldt voor de voorliggende omgevingsvisie) geen aanleiding om het transportstation gedetailleerd op te nemen binnen de omgevingsvisie. 2.3 Reserveer ruimte in de ondergrond. De indiener vraagt aandacht voor de ondergrondse kabel- en leidingtracés. Indiener geeft daarbij aan dat vanuit veiligheid en betrouwbaarheid het belangrijk is dat 24/7 toegang is tot deze tracés. Indiener stelt daarbij als uitgangspunt dat tracés in openbare grond worden gerealiseerd met voldoende werkruimte boven- en ondergronds. Verder wordt gesteld dat (af-)gesloten verharding boven kabels en leidingen niet zijn toegestaan en terughoudend te zijn met het gebruik van verhardingen. Indiener erkent dat keuzes gemaakt worden in het kader van de ambities voor
klimaatadapatie, maar zien daarbij risico’s en knelpunten van verharding en bijvoorbeeld boomwortels in nabijheid van kabels en leidingen. Indiener vraagt bij dit soort ontwikkelingen expliciet aandacht voor de aanleg en beheer van kabels en leidingen. Reactie: Zie reactie bij 2.1, hoe om te gaan met de tracés in relatie tot aanleg van verharding en groen in de openbare ruimte krijgt een plek in uitvoeringsbeleid, in het Omgevingsprogramma (dan wel handboek inrichting openbare ruimte) en/of als regel in het op te stellen omgevingsplan. Werkafspraken/-proces maken onderdeel uit van het uitvoeringsbeleid, waar het betrekken van indiener onderdeel van uitmaakt. 2.4 Slim samenwerken is essentieel voor uitvoering van de energietransitie. Door indiener wordt gesteld dat de ruimte schaars is, en dit betreft ook de ruimtebehoefte in de ondergrond. Volgens indiener vereist het slim samenwerken om de gewenste energietransitie betaalbaar te houden, door ruimte te reserveren voor ‘net’-infrastructuur wordt bijgedragen aan de doelen in de omgevingsvisie. Indiener roept daarbij op ook rekening te houden met regionale aspecten/invloeden. Indiener geeft de noodzaak weer om zo vroeg mogelijk betrokken te worden in planvorming. Reactie: Dat de ruimte boven- en ondergronds schaars is herkennen en erkennen wij.
Wij zien ook het belang om de netbeheerder zo vroeg mogelijk bij planvorming en ontwikkelingen te betrekken, wij zien de netbeheerder als volwaardig partner in de planontwikkeling en zullen die in die hoedanigheid ook betrekken bij ontwikkelingen. Zie hierover ook onze reactie bij 2.3. 2.5 Overige zaken Indiener verzoekt om een aantal zaken: • Om bij het ontwikkelen met name voor de thema’s wonen, werk, bodemdalingsbeleid en groenbeleid rekening te houden met de voorwaardelijke werkzaamheden van de netbeheerder. Meer in samenhang en integraal te kijken naar de verschillende thema’s en (gebieds-) ontwikkelingen, waarbij mogelijke koppelkansen kunnen worden meegenomen, dan wel waar het mogelijk is om elkaar te versterken, bijvoorbeeld door afstemming te zoeken met (buur) gemeentes en de netbeheerder. • Om bij herontwikkeling van gebieden nabij het bestaande transportstation rekening te houden met kwetsbare objecten, dan wel geluidsgevoelige objecten. • Om noodzakelijke systeemefficiënte keuzes, door de doorlooptijden voor het aanpassen van bestemmingsplannen en het afgeven van vergunning te minimaliseren. Om de energietransitie sneller en zo betaalbaar mogelijk te maken. Reactie: Wij zien de netbeheerder als volwaardig partner in de planontwikkeling en zullen die in die hoedanigheid ook betrekken bij ontwikkelingen.
2.6 Goede afstemming. Indiener geeft als belang aan dat ze tijdig inzicht krijgt waar welke ontwikkeling gaan plaatsvinden, gelet op de energietransitie, zodat tijdig de juiste en efficiënte beslissingen genomen kunnen worden. Gevraagd wordt aandacht te blijven houden op de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur en de ruimtelijke uitvoerbaarheid bij diverse plannen, waarbij de maatschappelijk kosten laag én beheersbaar blijven. Reactie:
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 7 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 8 van 21
Zie reactie 2.5. Conclusie De omgevingsvisie is tot stand gekomen aan de hand van de beleidsneutrale samenvoeging van de twee omgevingsvisie uit 2018,. Vanuit dat oogpunt herkennen wij de constatering van indiener dat bepaalde punten ontbreken in de voorliggen de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt de komende jaren geactualiseerd en verrijkt, zodat deze alle thema’s bevat die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving (naar de bedoeling van de Omgevingswet). Ter verduidelijking van de impact van de energietransitie nemen we in de voorliggende visie op dat dit ook uitwerking heeft op de infrastructuur (kabels en leidingen) boven- en ondergronds, en dus een ruimtevraag is. Wij zien een oproep tot samenwerking en vroegtijdig betrekken van indiener bij ontwikkelingen. Wij zien daarin de indiener reeds als belangrijker partner en zullen binnen onze werkprocessen daar nader aandacht voor vragen. Op een tekstuele aanvulling na ten aanzien het de ruimtevraag voor de energietransitie leidt deze zienswijze niet tot een wijziging van de omgevingsvisie.
3 Zienswijze 3, Natuur en Milieufederatie Utrecht (en Stichting Utrechts Landschap) De Natuur en Milieufederatie Utrecht heeft, samen met Stichting Utrecht Landschap, een zienswijze in gediend, die bedoeld is voor de voorliggende omgevingsvisie én de toekomstige actualisatie van de omgevingsvisie. In de zienswijze wordt aangegeven dat het grondgebied van de gemeente voor de organisaties als belangrijk wordt beschouwd, door de aanwezigheid van de Leusderheide, de grote hoeveelheid Groene Contour, Natuurnetwerk Nederland (NNN), ecoducten die een belangrijke rol spelen in het functioneren van het NNN, de aanwezigheid van mogelijkheden van waterberging en andere kansen. Daarnaast zien de organisaties nog thema’s en ontwikkelingen die nog ontbreken of aangepast moeten worden bij de actualisatie van de omgevingsvisie. De zienswijze heeft een opbouw in drie onderdelen: ‘Thematisch’, ‘Deelgebieden en kaarten’ en ‘Uitvoering: doorwerking, sturing en realisatiestrategie’. Hieronder samengevat. Thematisch 3.1 Opmerkingen vooraf Indiener geeft aan dat echte keuzes ontbreken en dat leidende principes (zoals bodem, landschap en water sturend laten zijn voor ruimtelijke ontwikkeling), circulaire samenleving en integraliteit onvoldoende worden vertaald als leidende principes.
Daarnaast mist de indiener de koppeling met het UPLG (Utrechts Programma Landelijk Gebied), welke in ieder geval voor landbouw en natuur van toepassing is op de gemeente. Het is volgens indiener essentieel dat een koppeling met UPLG terugkomt in de omgevingsvisie. Indiener vindt dat de doelen over het algemeen niet SMART zijn geformuleerd. Daarbij mist de indiener de scope in tijd van de omgevingsvisie, wanneer de ambities gerealiseerd worden. Indiener merkt op dat het lijkt dat de gemeente alles wil: meer woningbouw, recreatie & toerisme, werkgelegenheid, landschap en cultuurhistorie versterken, meer biodiversiteit etc. Volgens indiener kan dat niet allemaal tegelijk en niet overal. Daarvoor zijn volgens indiener moedige keuzes nodig en die worden door indiener niet terug gezien in de omgevingsvisie. Reactie: De keuze is gemaakt om de omgevingsvisie beleidsneutraal (samenvoegen van de twee omgevingsvisies uit 2018, zonder toevoeging van nieuw beleid of ambities) vast te stellen, het geldt daarmee als basisdocument voor verdere actualisatie van de omgevingsvisie.
Leidend voor deze omgevingsvisie zijn de beschikbare beleidsuitspraken uit de twee bestaande visies, die vraaggestuurd tot stand zijn gekomen, de omgevingsvisies uit 2018 bevatten niet alle ambities op de beleidsterreinen die op termijn in de omgevingsvisie (naar de bedoeling van de Omgevingswet) een plek gaan krijgen. Thema’s die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving, zoals circulariteit, worden meegenomen bij de actualisatie van de omgevingsvisie. Voor de volledigheid, de enige beleidswijziging die opgenomen is, is de opname van zoekgebieden voor woningbouw. 3.2 Ambitie groen, natuur en landschap Door indiener wordt gezien dat de natuur als principe in beeld is. Indiener constateert dat de omgevingsvisie weinig concreet is, en staan volgens indiener mooie ambities in maar niet hoe de gemeente dit gaat doen. Waarbij bij indiener de volgende vragen opkomen: wat verstaat de gemeente onder ecologisch beheer? Hoe wil de gemeente landschapselementen versterken? Hoe wil de gemeente biodiversiteit bevorderen?
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 9 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 10 van 21
Indiener geeft de volgende aandachtspunten mee: • Voorkom aantasting van de NNN door geen ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan in de NNN. Indiener verzoekt daarbij om de NNN, Groene Contour en contour Stedelijke gebied expliciet op de visiekaart op te nemen, op te nemen in de omgevingsvisie hoe de NNN wordt afgemaakt, de Groene Contour toe te voegen aan de NNN (met daarbij de verantwoordelijkheid en mogelijkheden om de NNN en de natuur te ontsnipperen en robuuster te maken). Realiseer de natuurverbinding via het Valleilint en ecoduct Terschuur, voor het verbinden van de Utrechtse Heuvelrug met de Veluwe. Voorgaande aandachtspunten moeten volgens indiener expliciet in de omgevingsvisie in tekst én kaart opgenomen worden. • Groen lijkt met name beschouwd te worden als belangrijk onderdeel voor een gezonde leefomgeving. Wijs ook gebieden aan met een natuurdoelstelling: waar de nadruk 100% op natuur ligt, zonder dubbel ruimtegebruik. Hiermee blijven er zones over waar soorten ongestoord kunnen rusten, foerageren, broeden, voortplanten en overwinteren. De toegenomen recreatiedruk maakt de noodzaak van voldoende rustgebieden nog groter. Het is belangrijk om de recreatiedruk in de rustige gebieden niet verder te intensiveren. • Ten aanzien van de Leusderheide, dit is het belangrijkste heidegebied van de provincie en brongebied voor veel beschermde en zeldzame soorten.
Indiener geeft aan dat de ambitie om de Leusderheide een maatschappelijke functie te geven geschrapt moet worden. • Verwezen wordt naar de ‘Natuurvisie’ (opgesteld door diverse organisaties, verenigd onder de noemer ‘Oostbroek’), en de volgende aanbevelingen daaruit op de nemen in de omgevingsvisie: herstel het waterbergend vermogen door beeklopen ten beschermen en meer ruimte te geven, ontwikkel brede zones met broekbossen en bloemrijke ruigten langs beken, bepaal een zoekgebied voor bossenstrategie, versterk de groenblauwe dooradering door de aanleg van kleine landschapselementen, leg robuuste verbindingszones aan tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe, stimuleer natuurinclusie landbouw, bescherm trilveen en vochtige hooilanden. • Aangegeven wordt dat een randvoorwaarde voor het verbeteren van de biodiversiteit en de basiskwaliteit natuur ligt in een gezonde bodem en schoon (grond)water. Het huidige natuursysteem staat momenteel zwaar onder druk. Het is belangrijk dat de natuurlijke watersystemen als uitgangspunt worden genomen voor ruimtelijke beslissingen. Gesteld wordt dat dit leidend principe onvoldoende terug komt in de omgevingsvisie. • Voor een succesvolle aanpak van biodiversiteit is het belangrijk dat: inwoners en groene organisaties betrekt en faciliteert in de uitvoering.
Bijvoorbeeld door bewoners te activeren om te kiezen voor minder stenen en meer groen; te sturen op autochtone en inheemse beplanting; gestuurd wordt op de aanleg en onderhoud van ecologische corridors, hoe dit in Leusden gerealiseerd gaat worden moet verduidelijkt worden; kijk ook naar gebieden buiten den beschermde natuurgebieden, die zijn van groot belang voor natuurherstel, met aanknopingspunten in Groen Groeit Mee. • Essentieel is om het groen-blauwe netwerk binnen én buiten de woonkernen te ontwikkelen en te beschermen. Door een mix van inheemse (wilde) soorten bomen, struiken en planten aan te planten of stimuleren om landschapselementen in het buitengebied aan te leggen en te beheren. En door te kijken waar de gemeente verharding kan vervangen door groen. Communicatie over een biodiverse leefomgeving en wat de gemeente daar zelf aan doet is heel belangrijk voor voldoende draagvlak en ter inspiratie van de bewoners. Ook raden we aan om particulieren en agrariërs te betrekken en te faciliteren om bij te dragen aan deze ambitie en aan aanplant en beheer van meer landschapselementen. Vanuit het project Plan Boom merken wij dat er veel wil is vanuit inwoners. Dit wordt graag terug gezien. • Leusden heeft een voedselbos waar de gemeente bij betrokken is.
De gemeente kan voedselbossen en agroforestry faciliteren door zonder legeskosten in rekening te brengen bij vergunningen en bestemmingswijzigingen te verlenen.
Het is indiener onduidelijk hoe de wateropgave concreet terugkomt in de visie. Duidelijk moet worden op welke wijze de wateropgave geborgd wordt binnen het beleid, dit is volgens indiener vereist voordat de overige ambities uitgevoerd kunnen worden. Indiener pleit ervoor het bodem- en watersysteem leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Door indiener wordt opgeroepen om bij klimaatadaptatie de betrokkenheid en samenwerking met inwoners en grondeigenaren/-beheerders steviger neer te zetten. Dit is noodzakelijk omdat het een opgave is die gezamenlijk moet worden opgepakt, en waarbij een groot deel van de ruimte eigendom is van de inwoners. Reactie: Zie reactie 3.1. Naast onze ambities in de omgevingsvisie worden thema’s verdere uitgewerkt in Omgevingsprogramma’s (waarvoor we in een transitie zitten om het bestaande uitvoeringsbeleid om te zetten naar het in de Omgevingswet geïntroduceerde instrument ‘Programma’). Wij kiezen voor een omgevingsvisie op hoofdlijnen en met beperkte uitwerkingen.
Uitwerking en duiding van ambities (waar nodig) krijgt een plek in Omgevingsprogramma’s. Ten aanzien van de door de indiener aangedragen aandachtspunten wordt het kaartmateriaal verduidelijkt en legenda en elementen toegevoegd aan de themakaart Groen. De gemaakte opmerkingen en aandachtspunten in de zienswijze worden als waardevol beschouwd en zullen worden meegenomen en meegewogen in de verdere actualisering van de omgevingsvisie en de uitwerking van het beleid, in Omgevingsprogramma’s. In deze trajecten zien wij de partijen Natuur en milieufederatie Utrecht en Stichting Utrechts Landschap als een belangrijke stakeholder. 3.3 Ambitie Wonen Door indiener wordt aangegeven dat woningbouw een belangrijk onderdeel is in de omgevingsvisie. Het is voor indiener onduidelijk of het genoemde aantal van 750 woningen slaat op de totale woningbehoefte, of alleen op de uitbreiding buiten de kernen. Volgens indiener ontbreken de argumenten dat voor blijvende groei er niet voldoende ruimte is binnen de kernen. Aangeraden wordt eerst alle inbreidingsmogelijkheden in beeld te brengen, voordat nieuwbouw in het buitengebied plaatsvind. Indiener pleit ervoor om de contouren van de Provinciale Interim Omgevingsverordening (‘Stedelijk gebied’, kernrandzone en NNN) op te nemen en te benoemen in de omgevingsvisie.
Indiener stelt dat als binnen de kernen inbreiding niet mogelijk is, de kernrandzone een logische zone is om te onderzoeken. Waarbij het essentieel is dat in de NNN in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen worden toegestaan, en in de Groene Contour ontwikkelingen slechts mogelijk zijn onder strenge voorwaarden. Opgeroepen wordt dit expliciet te benoemen en te integreren in de ‘Groene ontwikkelstrategie’. In de ‘Groene ontwikkelstrategie’ dient volgens indiener ook aandacht én ruimte te zijn voor natuur, in die zin dat het groen wordt gezien als natuur, met voorrang boven recreatieve of andere gebruiksdoelstellingen. Naast de ambities uit de woondeal regio Amersfoort (uit 2021) en het Convenant Toekomstbestendige woningbouw (uit 2022) die door de gemeente zijn ondertekend, roept de indiener op om: • Expliciet geen ontwikkelingen te realiseren in de NNN. • Buiten het ‘Stedelijke gebied’ beperkt ruimte te kiezen voor vernieuwende woningbouwconcepten die natuur, landschap en erfgoed versterken.
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 11 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 12 van 21
• • •
Investeer in kwalitatieve verbeteringen, inclusieve wijken en geef bewonersinitiatieven de ruimte. Dit levert volgens indiener duurzame en sociale wijken op. Kies voor deelmobiliteit en openbaar vervoer. Neem de randvoorwaarden van Groen Groeit Mee op in de omgevingsvisie, en zet in op financiering van groen uit opbrengsten van de grond.
Reactie: Ten aanzien van woningbouwaantallen, onze woningbehoefte voor de periode vanaf 2025 is 105 woningen per jaar. Waarbij een groot deel daarvan buiten de bestaande kernen worden ingevuld. Op de themakaart Wonen wordt de grens van stedelijk gebied opgenomen, op basis van de Provinciale Interim Verordening, ten aanzien van de NNN wordt verwezen naar de reactie bij 3.2. Wat betreft de inbreidingsmogelijkheden, in de aanloop van de aanwijzing van de woningbouwzoekgebieden is hier zorgvuldig naar gekeken. Daarbij is geconcludeerd dat er binnen de kernen onvoldoende ruimte is om voor de (midden) lange termijn te voldoen aan onze behoefte aan nieuwe woningen. Dit met in ogenschouw dat we binnen de kernen staan voor het behoud van een robuuste groenstructuur en een prettig en gezond woon- en leefklimaat. Naar ons inziens is dit dus al voldoende onderzocht. Het is voorstelbaar dat dit bij de actualisering van de omgevingsvisie opgenomen wordt onder ‘Trends en Ontwikkelingen’.
Ten aanzien van het opnemen van actuele beleidsthema’s wordt verwezen naar de reactie bij 3.2. 3.4 Ambitie bedrijvigheid, werkgelegenheid en economie. Indiener mist in de omgevingsvisie een heldere visie op het gebied van: de circulaire samenleving; duurzame werkgelegenheid; hoe de principes van de circulaire economie wordt toegepast. Het is voor indiener onduidelijk met hoeveel bedrijventerrein of werklocatie de gemeente wordt uitgebreid. Ook is de visie volgens indiener weinig helder hoe de gemeente de economische opgaven wil oplossen. Reactie: Zie reactie 3.2, aangezien het hier gaat om ambities en uitwerkingen die geen onderdeel uitmaken van de nu voorliggende omgevingsvisie. 3.5 Ambitie Mobiliteit Het wordt door indiener als positief omschreven dat het belang van fiets en OV wordt ingezien om bereikbaarheid te verbeteren. Ten aanzien van duurzame mobiliteit worden door indiener de volgende aanbevelingen gedaan: • De constatering wordt gedaan de er geen expliciete duurzame keuzes worden gemaakt. • Gesteld wordt dat er een te grote nadruk ligt op de auto. De ambitie om het gebruik van de auto te verduurzamen wordt niet toegelicht.
Aanbevolen wordt om gratis publieke laadpalen te plaatsen op aanvraag van inwoners. • Om in te zetten op deelmobiliteit en hierin als gemeente een voorbeeld rol in te nemen, verschillende voorbeelden (regelingen) worden daarbij aangehaald. Waarmee volgens indiener meer ruimte wordt gecreëerd voor groen- of speel- of fietsvoorzieningen en de leefbaarheid in woonkernen wordt verbeterd. • Het is belangrijk dat de gemeente investeert in goede lokale fietsinfrastructuur en de aanleg van regionale fietsroutes, dit is een gemeentegrensoverstijgend belang. Met een koppeling met bereikbaarheid van regionale bestemmingen. Sluit daarbij aan bij bestaande infrastructuur om te voorkomen dat nieuwe fietsinfrastructuur ten koste gaat van NNN gebieden en natuur. • Hanteer bij nieuwbouwprojecten een lage parkeernorm, in combinatie met autodelen. Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 13 van 21
•
Stel in de woonkernen een milieuzone in, om de meest vervuilende (diesel)auto's, busjes en vrachtverkeer te weren.
Reactie: Zie reactie 3.2, de voorliggende omgevingsvisie is gebaseerd op de inhoud en keuzes uit de omgevingsvisies zoals die zijn vastgesteld in 2018. 3.6 Ambitie Agrarische en plattelandsactiviteiten Indiener wil aan de ambities binnen dit thema toevoegen dat ook de terrein beherende organisaties een belangrijke bijdrage leveren aan de beoogde ambities. Indiener pleit ervoor natuurinclusieve en biologische of anderszins duurzame landbouw actief te stimuleren en te realiseren. Op deze manier kan de landbouw op een economisch gezonde manier verduurzamen. Indiener pleit voor een beleid dat behoud van natuurgebieden, bospercelen/ boomgaarden en oude graslanden (die zeer veel koolstof (CO2) vasthouden) op 1 zet. Hierdoor ontstaat een economisch vitaal en biologisch divers landschap, waar de economische activiteit zich uitstekend leent voor verbindingen tussen stad en platteland. Indiener constateert dat de omgevingsvisie terecht signaleert dat hier kansen liggen. Het is volgens indiener wenselijk om bij landbouw in te zetten op multifunctionaliteit, zoals dit ook staat in de omgevingsvisie. Volgens indiener kan de gemeente een grote rol spelen in het benutten van kansen voor natuurrealisatie op agrarisch gebied, om bijvoorbeeld kleinschalige, gemengde landbouw met veel verschillende functies en gevarieerd landschap te ondersteunen.
Daarmee vorm je als het ware een verlenging van de Heuvelrug met veel corridors (groenblauwe dooradering). Betreft ‘vrijgekomen agrarisch grond vrij maken voor wonen of bedrijfsfuncties’ adviseert indiener om vrijkomende grond in te brengen in gebiedsprocessen. Door indiener wordt gepleit om niet elk vrijgekomen erf te benutten als bedrijfs- of woonfunctie, maar om de nieuwe bedrijfs- en woonfuncties te clusteren op 1 locatie, zodat andere vrijgekomen erven kunnen worden benut voor minder verstorende landbouw, natuur of groenblauwe dooradering. Reactie: Zie reactie 3.2, voor het beleid over vrijkomende agrarische bebouwing loopt momenteel een traject binnen de Provincie Utrecht waaraan wij actief deelnemen. De uitkomsten daarvan, zover die van strategische aard zijn, worden meegenomen in de actualisering van de omgevingsvisie. 3.7 Ambitie recreatie en toerisme Indiener is blij dat het landschap/de natuur als belangrijke waarden (als goud) wordt gezien als drager voor de fysieke leefomgeving. Indiener geeft aan dat nieuwe recreatieve functies moeten worden voorkomen in het NNN en in overige gebieden zorgvuldig moeten worden ingepast. Volgens indiener is de omgevingsvisie één van de belangrijkste documenten waarin een recreatieve zonering moet worden vastgelegd, zodat dit kan worden opgenomen in het omgevingsplan.
Een zonering op de draagkracht van de verschillende gebieden, waarmee wordt geborgd dat er gebieden resteren waar de verstoring van natuur echt minimaal is en blijft. Dit is nodig om de natuur in de gehele gemeente te laten floreren. Voor de aanleg van wandel- en fietsroutes en voorzieningen pleit inbrenger ervoor dat die niet door het NNN gaan en aansluiten op OV bereikbaarheid. Indiener geeft aan dat om invulling te geven aan het versterken van de natuur is het essentieel dat er ook gebieden zijn met een natuurdoelstelling, zonder dat er dubbel ruimtegebruik (zoals recreatie) plaatsvindt. Reactie: Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 14 van 21
Zie reactie 3.2, de verwachting is dat bij de actualisering van de omgevingsvisie meer aandacht wordt besteed aan het thema recreatie. Daarop vooruitlopend kan geen uitspraak gedaan worden of daarbij een zonering wordt toegepast. 3.8 Ambitie Energie, water en milieu Indiener constateert dat de onderwerpen gezonde leefomgeving, klimaatverandering, milieu aspecten, energietransitie en water in summier aan bod komen. Indiener geeft aan dat dit jammer is omdat het allemaal onderwerpen zijn die de komende decennia een grote impact op de beschikbare ruimte hebben én die in samenhang / integraal moeten worden bekeken en opgelost. Indiener geeft daarom de volgende inspiratie mee: • Kies voor natuurinclusieve energietransitie, en maak er werk van. Hoe de gemeente in 2040 klimaatneutraal wilt zijn staat niet vermeld. Om de afhankelijkheid tot ongezonde fossiele brandstoffen af te bouwen moet de gemeente keuzes maken hoe ze aan haar elektriciteitsvraag en warmtevraag wil voldoen. De doelstellingen omtrent opwek moeten worden gehaald voor een gezonde leefomgeving. • Zorg voor extra stimulans tot aanleg op van zonne-energie op daken. In de mix van realistische klimaatmaatregelen zijn natuurinclusief ingepaste windturbines en zonnevelden onmisbaar. Gezien de grote ambities op het gebied van groen is het belangrijk om te bepalen welk percentage windenergie de gemeente wil realiseren.
Zoek de samenwerking op met lokale boeren zodat de energietransitie kan leiden tot een gezond verdienmodel voor boeren. • Wij adviseren om voor het aardgrasvrij maken van de gemeente in uw omgevingsvisie én omgevingsplan hierop zoveel als mogelijk te anticiperen. Inzet op natuurinclusief en biobased isolatie, het verkennen van duurzame collectieve warmtebronnen; en het faciliteren én stimuleren van bewoners die zelf aan de slag gaan met hun buurt of wijk om aardgasvrij te worden, zijn ontwikkelingen die vragen om visie en daadkracht vanuit de gemeente. De netinfrastructuur zal moeten worden veranderd en verzwaard. Dit zijn allemaal ontwikkelingen met een ruimtelijke impact. • De natuurinclusieve energietransitie én de rol die de gemeente daarin voor zichzelf ziet, willen wij concreter terugzien in de definitieve omgevingsvisie en omgevingsplan. Voor inspiratie verwijzen wij naar de kennistools op de website van NMU (www.nmu.nl). Reactie: Zie reactie 3.2, de energietransitie is een thema dat een zelfstandig (strategische en uitvoerings)traject doorloopt.
De uitkomsten daarvan, zover die van strategische aard zijn, worden meegenomen in de actualisering van de omgevingsvisie. Opmerkingen bij deeluitwerkingen, visiekaart en themakaarten 3.9 Opmerkingen bij onderdeel Deelgebieden Indiener maakt per, in de omgevingsvisie opgenomen, deelgebied opmerkingen, hieronder de door indiener gemaakte opmerkingen die onderscheidend zijn van de in de eerder in deze zienswijze gemaakte opmerkingen: d. Achterveld: indiener geeft aan dat om de (recreatieve) verkeerdruk in Achterveld te verminderen het nodig is om de frequentie van het openbaar vervoer te verhogen, met hoogwaardige haltes bij de belangrijkste stops. Eventuele extra parkeerplekken kunnen klimaatadaptief gerealiseerd worden. e. Omgeving Hessenweg - Buurtschap Stoutenburg: daarbij geeft de indiener aan dat hier geen sprake kan zijn van inbreiding, omdat het is gelegen buiten het ‘Stedelijke gebied’. - Indiener geeft aan ook aan de Barneveldse Beek te denken als het gaan om waterberging. Reactie: Zie reactie 3.2.
3.10 Visiekaart en thematische kaarten Door indiener wordt opgemerkt dat de visiekaart vrij globaal is, en onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘versterken van de (stedenbouwkundige) structuur met kleine aanpassingen’. Volgens indiener ontbreken verschillende ‘kaartlagen’ en thema’s op de visiekaart, daarnaast pleit indiener voor het opnemen van gebieden waar de nadruk voor 100% op natuur ligt. Indiener mist de legende bij thematische kaarten, wat voor verwarring zorgt en roept op om de contour ‘Stedelijk gebied’ over te nemen. Reactie: Voor de visiekaart is gekozen voor een globale weergave van de doelstelling voor de gemeente Leusden, zodat deze een eerste inzicht geeft in de ambities van de gemeente. Het toevoegen van alle thema’s op één kaartbeeld draagt in onze ogen niet bij de doelstelling van de visiekaart (namelijk een eerste zicht op kansen en beperkingen). De doelstellingen en ambities komen terug in de thema’s en deelgebieden. Zo ook ‘versterken van de (stedenbouwkundige) structuur met kleine aanpassingen’, wat onderdeel uitmaakt van het thema wonen. Op de themakaart wonen wordt dit nog nader opgenomen/geduid, door opname van meer legenda eenheden.
Ten aanzien van de overige wijzigingen aan de themakaarten Groen en Wonen, wordt verwezen naar reactie 3.2 en 3.3. Als kanttekening bij het kaartgebruik geldt dat we in een overgangsfase naar de Omgevingswet zitten, en het gebruik van de digitale ontsluiting via ‘regels op de kaart’. Dit is een meer kaart/puntgestuurde methodiek, waar uit wordt gegaan van werkingsgebieden, die zichtbaar zijn als een locatie benaderd wordt. Positionering en werkwijze 3.11 Bestuurlijke afwegingsruimte Indiener geeft aan dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de gemeente de mogelijkheid krijgt voor bestuurlijke afwegingsruimte voor een aantal milieuaspecten (zoals geur, geluid, trillingen, licht). Zo kan de gemeente binnen een bandbreedte strengere eisen stellen of krijgt het zelfs eigen afwegingsruimte (zoals bij het aspect licht). Indiener pleit ervoor in de omgevingsvisie uitspraken te doen over hoe de gemeente de bestuurlijke afwegingsruimte wil benutten. Reactie: Zie reactie 3.2, de voorliggende omgevingsvisie is nog geen omgevingsvisie die zich volledig verhoudt tot de bedoeling van de Omgevingswet. Dit krijgt een plek in de actualisering van de omgevingsvisie de komende jaren. 3.12 Omgevingswaarde Naast bestuurlijke afwegingsruimte wordt de term omgevingswaarde geïntroduceerd als instrument voor een gezonde en duurzame leefomgeving.
Voorbeelden zijn duisternis, stilte, gezonde lucht, bodemkwaliteit en schoon water. Indiener roept de gemeente op om omgevingswaarden op te stellen voor bovengenoemde milieuaspecten. Dat betekent dat deze aspecten in de omgevingsvisie als ambitie moeten worden opgenomen én een plek moeten krijgen in het nog op te stellen omgevingsplan. Reactie: Zie reactie 3.11. 3.13 Participatie
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 15 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 16 van 21
Indiener geeft aan dat het positief is te lezen dat de gemeente de nieuwe omgevingsvisie samen met de samenleving gaat opstellen. Indiener geeft aan dat het bij participatie niet alleen gaat om het afwegen van de verschillende belangen en inspraak. Volgens indiener gaat het bij participatie ook om eigenaarschap en het daadwerkelijk financieel kunnen participeren, met name bij de ontwikkelingen van energieprojecten. Reactie: Bedankt voor deze aanvulling, aan de hand van het te binnen de gemeente nog op te stellen participatiebeleid is het voorstelbaar dat het onderdeel participatie binnen de omgevingsvisie verder wordt aangepast/aangescherpt. 3.14 Planm.e.r.-beoordeling Indiener stelt dat onterecht is beoordeeld dat negatieve effecten op natuurgebieden valt uit te sluiten, omdat de drie zoeklocaties voor woningbouw een cumulatief negatief effect kan hebben en (nieuwe) recreatieve activiteiten grote milieugevolgen kunnen hebben . De indiener geeft aan dat het daarom wel noodzakelijk is om een volledige MER uit te voeren. Reactie: De omgevingsvisie heeft een relatief hoog abstractieniveau. Dat geldt daarom ook voor de planmerbeoordeling. Binnen de zoekgebieden voor woningbouw zijn in de huidige situatie voornamelijk graslanden en veehouderijen aanwezig. Dat geldt voor ieder van de 3 zoekgebieden.
De emissies (en de daarmee samenhangende stikstofdepositiebijdrages binnen Natura 2000-gebieden) die samenhangen met de bemesting van grasland en de aanwezige stallen zijn vele malen groter dan de potentiële depositiebijdrage van de maximaal 750 beoogde woningen. Significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten, zowel door mogelijke woningbouw binnen de afzonderlijke zoekgebieden als cumulatief. Het opnemen van de zoekgebieden in de omgevingsvisie vormt daarom geen reden voor het doorlopen van een m.e.r.procedure. Hiermee is geen sprake van toepassing van het doorschuifprincipe, maar de beoordeling vindt plaats van grof naar fijn. Op visieniveau zijn de potentiële effecten op hoofdlijnen beoordeeld. In het kader van de ruimtelijke plannen zullen de effecten meer in detail worden getoetst op basis van concrete programmatische en ruimtelijke uitgangspunten. Uiteindelijk zal de finale toetsing plaatsvinden op projectniveau in het kader van de noodzakelijke vergunningaanvragen. Waar het gaat om de effecten van recreatie merken wij op dat de omgevingsvisie geen ruimte biedt voor grootschalige, intensieve recreatieve ontwikkelingen. Er wordt onder andere ingezet op het verbeteren van routestructuren en vergoten van de beleefbaarheid van het landschap.
Nieuwe ontwikkelingen moeten altijd in balans zijn met kwaliteiten van landschap en natuur. Behoud van de beleving en diversiteit van de kwaliteiten van natuur en landschap staat voorop. De inhoud en keuzes van de omgevingsvisie leiden om die reden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De in de zienswijze genoemde effecten zoals recreatie buiten de paden, na zonsopgang, zwerfafval en loslopende honden hangen vooral samen met beheer en handhaving. Dit zijn geen effecten die direct samenhangen met de inhoud en keuzes uit de omgevingsvisie en vormen daarom geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Conclusie Onze complimenten voor de zorgvuldige zienswijze, het wordt gewaardeerd dat op deze manier wordt meegedacht in het behouden en versterken van de (natuur en milieu) kwaliteiten van de gemeente Leusden. Ten aanzien van de ingebrachte punten aangaande te maken beleidsafwegingen nemen wij in de deze omgevingsvisie geen standpunt in. Net zoals voor eventuele ontbrekende thema’s, geldt dat de omgevingsvisies uit 2018 bepalend zijn voor de inhoud en mate van scherpte
van beleidsuitspraken. Ook wij onderkennen dat die aandacht vraagt bij de verdere actualiseren en hiermee gaan wij aan de slag. Met andere partners treffen wij elkaar ook in de regionale overleggen over het Handelingsperspectief Buitengebied, thema’s daaruit zullen, zover van strategische aard, in de toekomst in de omgevingsvisie terugkomen. Enkele punten uit de zienswijze hebben geleid tot aanpassing van de omgevingsvisie, o.a. toevoeging van de ‘contour stedelijk gebeid’ op enkele themakaarten. Tot slot en voor de volledigheid willen wij aangeven dat wij zowel Natuur en milieufederatie Utrecht als Stichting Utrechts Landschap een belangrijke stakeholder vinden bij de vorming van ons (strategische en uitvoerende) beleid, en die waar mogelijk zullen betrekken in het totstandkomingsproces.
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 17 van 21
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 18 van 21
Planwijzigingen Hieronder staan de planwijziging die worden voorgesteld, ten opzichte van de ontwerpstructuurvisie die ter inzage heeft gelegen. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Pagina Betreft Wijziging 17 Naar aanleiding van zienswijze 3.3 wordt Opnamen in de themakaart wonen, met de contour ‘stedelijk gebied’ opgenomen vermelding in legenda: in de legenda en op de themakaart wonen. - Contour ‘stedelijk gebied’; Op basis van de Interim Provinciale Omgevingsverordening. 17 Naar aanleiding van zienswijze 3.10 wordt In de legenda van de themakaart wonen de themakaart wonen voorzien van worden de verschillende kleuren legenda eenheden die relatie hebben met aangeduid die staan voor de diverse mate de kwaliteit van de stedenbouwkundige van kwaliteit van de stedenbouwkundige structuur.
Welke een relatie heb met de structuur. noodzaak om ergens stedenbouwkundig in te grijpen, of juist niet. 24 Naar aanleiding van zienswijze 3.2 wordt Opnamen in de themakaart groen (voor voor een betere duiding van de zover nog niet opgenomen), met verschillende ‘aangewezen’ gebieden vermelding in legenda: contouren opgenomen in de themakaart - Contour ‘stedelijk gebied’; groen, en in de legenda vermeld. - Natuurnetwerk Nederland; - Groene Contour. Op basis van de Interim Provinciale Omgevingsverordening. 27 Naar aanleiding van zienswijze punt 2.1 Voetnoot bij “en de energietransitie* op te wordt onder het hoofdstuk ‘Energie, water pakken” en milieu’ wordt in de tekst een toevoeging gedaan dat onder de *) De energietransitie heeft een grote energietransitie niet alleen gaat om impact op de fysieke leefomgeving en aandacht voor bebouwing, maar ook de vraagt ons om zorgvuldig met de ruimte impact op de openbare ruimte, boven- en om te gaan.
Het gaat daarbij onder andere ondergronds. om inzet en ruimtegebruik van hernieuwbare bronnen en een ruimte claim voor boven- en ondergrondse infrastructuur om de transitie mogelijk te maken. Ambtshalve wijzigingen Pagina Betreft Wijziging 4 Nadere duiding van de relatie tussen de “Een uitzondering op de beleidsneutrale zoekgebieden woningen en het samenvoeging, is het toevoegen van de voorkeursrecht. zoekgebieden woningbouw bij Leusden en Achterveld waarop de Wet Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
Pagina 19 van 21
15
Ter verduidelijking van het woningbouw zoekgebied bij Leusden, daar ook straatnamen in de afbakening op te nemen.
Na 17
Ter verduidelijking van de ligging van de woningbouwzoekgebieden wordt hiervoor een specifieke kaart voor opgenomen.
Na 25
Ten behoeve van de duiding van het aanwezige erfgoed in de gemeente wordt een kaart opgenomen van de rijks en gemeentelijke monumenten, de Grebbelinie (dijk met inundatiegebied) en de historische as door Leusden (Hamersveldseweg/Zwarteweg).
Na 30 e.v.
Bij de verschillende deelgebieden ontbreken kaarten, ter verduidelijking van de ligging worden die toegevoegd.
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
voorkeursrecht gemeenten is toegepast.” Vervangen voor: “Een uitzondering op de beleidsneutrale samenvoeging, is het toevoegen van de zoekgebieden voor woningbouw bij Leusden en Achterveld waarop op 12 november 2020 een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 2 jo. 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten is gevestigd. Alle percelen waar destijds dit voorkeursrecht op is gevestigd, vallen binnen deze zoekgebieden.” “…één zoekgebied bij Leusden in beeld (ten zuiden van de wijk Tabaksteeg) en twee rond Achterveld…” Vervangen voor: “…één zoekgebied bij Leusden in beeld (ten zuiden van de wijk Tabaksteeg, begrensd door de Hamersveldseweg, Leusbroekerweg en Arnhemseweg) en twee rond Achterveld…” Na pagina 17 wordt een kaart opgenomen, met legenda en schaal (op basis van A3 papierformaat), waar is ingezoomd op zoekgebieden voor woningbouw. Na pagina 25 wordt een kaart opgenomen met enkele historische ruimtelijke elementen, te weten: - Gebouwde Rijksmonumenten; - Gemeentelijke monumenten; - Grebbelinie (dijklichaam en inundatiegebied) - Historische lint (Hamersveldseweg/Zwarteweg) Toegevoegde kaarten: - Entreegebied Leusden - Centrumgebieden Leusden - Wijken Leusden - Achterveld - Omgeving Hessenweg - Zuidoostelijk kampenlandschap - Randzone met slagenlandschap - Centraal Buitengebied (inclusief westelijk Groene Zoomgebied), met Landgoederenzone -
Leusderheide Pagina 20 van 21
42
Resultaat van de ter inzagelegging wordt opgenomen onder het ‘verantwoording’.
Nota van zienswijzen – Omgevingsvisie Gemeente Leusden
De omgevingsvisie heeft de procedure artikel 3.4 Awb doorlopen. De omgevingsvisie heeft van dinsdag 6 juni 2023 tot en met maandag 17 juli 2023 ter inzage gelegen en iedereen is in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen. Op de omgevingsvisie zijn drie zienswijzen ontvangen. In bijlage 4 zijn de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Ook is daarin opgenomen tot welke wijzigingen van de omgevingsvisie de zienswijzen hebben geleid.
Pagina 21 van 21
Gebruikte beelden Fotomateriaal:
Beeldbibliotheek gemeente Leusden
Afbeelding pagina 35:
Aan de slag met, ministerie van BZK
Afbeelding pagina 40:
VNG, Publicatie Plan van aanpak Omgevingstafel, april 2021
Inhoud en afbeeldingen bijlage 1 en 2: Omgevingsvisie Landelijk gebied gemeente Leusden: Kwaliteit en vitaliteit voorop” en “Omgevingsvisie Stedelijk gebied gemeente Leusden: Dynamisch dorp in een dynamische regio”, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 februari 2018 Gemeente Leusden/LOS stadomland”
Colofon Projectwethouder:
Wim Vos
Projectleider:
Paul Leijenaar
Vormgeving en eindredactie:
Rho Adviseurs
Leusden, 26 mei 2023
p 92
p 93