NvZ Bijlage 4 Zienswijze 4.pdf
Tekst van het document
Contact via: 5.1.2e
Natuur en Milieufederatie Utrecht
5.1.2e
3511 MJ Utrecht @nmu.nl www.nmu.nl
5.1.2e
Gemeente Leusden Ter attentie van de gemeenteraad, t.a.v. team Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 150 3830 AD Leusden Per e-mail verstuurd naar gemeente@leusden.nl Utrecht, 23 oktober 2025 Betreft: Zienswijze ontwerp Omgevingsvisie Leusden Geachte leden van de gemeenteraad, Graag maken wij, het Utrechts Landschap en de Natuur en Milieufederatie Utrecht, opnieuw van deze gelegenheid gebruik om schriftelijk een zienswijze in te dienen op de ontwerp Omgevingsvisie gemeente Leusden. Dit hebben wij eerder gedaan in juli 2023. Deze eerder ingebrachte zienswijze uit 2023 betrof ook aandachtspunten voor de actualisatie van de Omgevingsvisie die toen voorzien was in 2024. Dat de actualisatie van de Omgevingsvisie iets langer op zich heeft laten wachten, betekent niet dat onze eerdere input niet relevant meer is. Wij verzoeken u dan ook onze eerdere input uit 2023 te beschouwen als input die ook voor deze actualisatie van de Omgevingsvisie geldt. Onze zienswijze uit 2023 treft u aan in de bijlage.
Wij zijn positief over verschillende elementen in de ontwerp Omgevingsvisie, waaronder het gebruik van de Global Goals als handvatten voor het handelen van de gemeentelijke organisatie, het actief betrekken van bewoners bij het toekomstbestendig maken van hun woningen, en de buurtgerichte aanpak voor de energietransitie, en ook het benoemen van maatregelen zoals het aanleggen van groene daken en het vervangen van tegels door beplanting, die bijdragen aan een toekomstbestendige samenleving. Tegelijkertijd zien wij ook een aantal belangrijke aandachtspunten. Aanvullend op onze eerdere zienswijze lichten wij een aantal onderwerpen uit de huidige ontwerpOmgevingsvisie van 2025. Daarbij valt op dat een aantal van onze suggesties uit 2023 nog niet is meegenomen. 1
Natuur Algemeen Wat als eerste opvalt is dat de herziene visie slechts 1 kaart bevat. Dit vinden wij opmerkelijk omdat het zichtbaar maken, benutten en behouden van de kernkwaliteiten centraal staat bij keuzes voor de inrichting van de fysieke leefomgeving (zie paragraaf 5.1 van de visie). Het lijkt dan niet meer dan logisch dat de kernkwaliteiten goed op een kaart zichtbaar zijn. Dat is slechts beperkt gedaan in de kaart uit paragraaf 16.1:
Door de ruimtelijke keuzes te verbeelden op een meer gedetailleerde kaart, waarop in ieder geval ook de gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene Contour zijn afgebeeld, wordt zichtbaar wat waar wel of niet gerealiseerd kan worden en waar met welke onderliggende waarden rekening moet worden gehouden. Zo is bijvoorbeeld op basis van bovenstaande kaart uit paragraaf 16.1 een verstedelijking (onder de noemer ‘nieuwe economische dragers’) mogelijk in het noordelijke deel van deelgebied ‘Omgeving Hessenweg’, terwijl dat op basis van bodem en water sturend, waterberging en het ruimte geven aan beekdalen ten behoeve van klimaatadaptatie en biodiversiteit helemaal niet wenselijk en verstandig is. Op basis van dit voorbeeld is duidelijk dat zonder expliciete verbeelding en keuzes de Omgevingsvisie weinig sturing zal geven aan 2
de inrichting en het gebruik van de fysieke ruimte, omdat op basis van de ontwerp Omgevingsvisie er mogelijk te weinig aanknopingspunten zijn om minder gewenste initiatieven af te remmen. Ieder initiatief kan immers wel voldoen aan één of enkele van de opgaven of ambities die de gemeente voor ogen heeft. Door veel ontwikkelingen ruimtelijk mogelijk te maken, kunnen de belangrijke kernkwaliteiten natuur en biodiversiteit geschaad worden. We adviseren de gemeente daarom een goede visiekaart te maken, waarop de ruimtelijke keuzes en bijbehorende randvoorwaardelijke gebieden (zoals het NNN) afgebeeld zijn. Op een dergelijke kaart kan ook de beoogde bebouwingsvrije zone langs het Valleikanaal, zoals beschreven in paragraaf 9.4.5, worden weergegeven. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De beschrijving en afbeelding van het NNN in de Omgevingsvisie ontbreekt. Zie voor de ligging onderstaande afbeelding afkomstig van de provinciale Atlas.
Ligging NNN en Groene Contour
Het NNN is één van de dragende krachten achter de kernkwaliteit die de gemeente terecht benoemt: ‘Groen nabij – landgoederen, bossen, groenstructuren’. Om deze kernkwaliteit te behouden moet zeer terughoudend worden omgegaan met het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in het NNN. Feitelijk is dit ook al benoemd in de Omgevingsvisie in paragraaf 5.2 (Hoofdlijn: Een vitale gemeente in een gezonde groene leefomgeving): “Ons buitengebied en de biodiversiteit dienen beschermd en versterkt te worden wanneer het landschap aan veranderingen onderhevig is als gevolg van economische ontwikkeling, schaalvergroting in de landbouw, verstedelijking, ontwikkeling van infrastructuur en de energietransitie”.
3
Om een eenduidige invulling te geven aan deze hoofdlijn, verzoeken wij de gemeente het NNN op te nemen in de Omgevingsvisie en daarbij te beschrijven dat aantasting van het NNN voorkomen moet worden. Wel willen wij opmerken dat we blij zijn dat de gemeente het beschermen en versterken van de biodiversiteit heeft benoemd als een van de hoofdlijnen voor de koers voor de fysieke leefomgeving. Daarbij hebben wij nog wel de volgende opmerkingen: - Het gaat ook om veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving, zoals een intensiever gebruik door recreanten. Ook recreatie kan immers een forse impact hebben op de kwaliteit van het buitengebied en de biodiversiteit: denk aan parkeerdruk (o.a. schade aan wortels van bomen, achteruitgang landschappelijke kwaliteit), verstoring van soorten (bijvoorbeeld verstoring van grondbroeders of vogels die opvliegen van het nest omdat zij verstoord worden door fysieke aanwezigheid van mensen, geluid, licht, etc), zwerfafval, illegale betreding, loslopende honden, etc.; - Gezien de achteruitgang van de biodiversiteit, zoals deze terecht is beschreven in paragraaf 4.7, is het onvoldoende slechts bij veranderingen in het landschap de biodiversiteit te beschermen en te versterken.
Wij roepen de gemeente op om ook andere maatregelen te treffen die de biodiversiteit versterken, bijvoorbeeld door het opstellen van een Biodiversiteitsprogramma, zoals de gemeente Amersfoort dat op 24 juni 2025 heeft vastgesteld1. Of door overal in de gemeente de Basis Kwaliteit Natuur2 te realiseren. Valleilint en ecologische verbinding Utrechtse Heuvelrug - Veluwe Wij zijn blij dat de ecologische verbinding Utrechtse Heuvelrug – Veluwe benoemd is in de Omgevingsvisie. Dit sluit goed aan bij de voorgenomen actualisatie van de Omgevingsvisie van de provincie. Met het dichten van het gat in het Groene Valleilint wordt hier al deels op voorgesorteerd. Toch is het belangrijk om de verbinding duidelijker op kaart te vermelden zodat niet alleen gefocust wordt op het gat in het Valleilint bij de Langesteeg (zoals beschreven in paragraaf 9.4.3 van de Omgevingsvisie): Er moet overal in het Groene Valleilint worden voorkomen dat toekomstige ontwikkelingen deze verbinding aantasten. Kansen om de verbinding te realiseren liggen vooral op de Groene Contour-percelen en de nog niet ingerichte NNN-percelen (samen afgebeeld als ‘zoekgebied NNN’, zie onderstaande afbeelding afkomstig van de provinciale Atlas).
1 2
deelomgevingsprogramma-biodiversiteit.pdf en Biodiversiteit | Gemeente Amersfoort Beleid | Deltaplan Biodiversiteitsherstel
4
Ligging zoekgebieden NNN, waaronder ook de Groene Contour (afgebeeld als roze met een groene rand)
Wij verzoeken de gemeente de Groene Contour op te nemen in de Omgevingsvisie en daarbij te beschrijven dat aantasting van de Groene Contour voorkomen moet worden. Dat betekent dus dat terughoudend moet worden omgegaan met het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden. Biodiversiteit In paragraaf 4.7 worden enkele oorzaken van de achteruitgang van biodiversiteit vermeld (verlies van leefgebied, versnippering, verzuring, vermesting). Er ontbreekt een aantal belangrijke oorzaken: - Verstoring van soorten en ecosystemen (o.a. fysieke aanwezigheid van mensen en hun huisdieren, licht- en geluidverstoring) als gevolg van menselijke activiteit zoals bewoning, verkeersbewegingen en recreatie is een van de oorzaken van de vermindering van biodiversiteit. Dit kan beperkt en beheerst worden door een zonering van recreatie en natuur te realiseren. Dat betekent dat de intensiteit van recreatie moet worden afgestemd op de draagkracht van de natuur. Drukkere gebieden met meer voorzieningen waar dat kan, en rustigere gebieden waar dat nodig is voor het behoud van de natuurwaarden en biodiversiteit. - Verdroging: Hoewel het onderwerp verdroging kort is aangestipt in de Omgevingsvisie, wordt dit nog onvoldoende als belangrijke oorzaak van de achteruitgang van biodiversiteit erkend. Oplossingen zijn o.a. het langer vasthouden van water en het verhogen van de peilen.
- Verontreiniging: er komen veel schadelijke stoffen in het milieu terecht, denk aan schadelijke gewasbeschermingsmiddelen of bestrijdingsmiddelen, PFAS3, Bestrijdingsmiddelen en PFAS zitten bijvoorbeeld ook in producten uit tuincentra en vlooienbandjes voor katten waar op dit moment nog ruim gebruik wordt gemaakt. 3
5
medicijnresten, microplastics, etc. Dit leidt o.a. tot een forse sterfte onder (wilde) bijen, vervuiling van grondwater en drinkwater en een achteruitgang van de vitaliteit van ecosystemen. Ontwikkeling van bufferzones rondom beken en andere watergangen kan het effect van verontreiniging beperken. Overweeg ook het instellen van een verbod op het gebruik van schadelijke middelen. Wij verzoeken deze belangrijke oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit toe te voegen aan paragraaf 4.7 van de Omgevingsvisie. Tevens verzoeken we u zorgvuldig in te gaan op het beheersen en waar mogelijk verminderen van de effecten van deze factoren, bijvoorbeeld door: - in paragraaf 7.3 in te gaan op de noodzaak van het afstemmen van recreatie op de draagkracht van de natuur; - door zonering recreatie en natuur te benoemen als opgave in paragraaf 7.3.5; - te beschrijven of en hoe de gemeente binnen de gemeentelijke organisatie en bij inwoners, ondernemers en agrarische bedrijven4 het gebruik van schadelijke middelen heeft beperkt of wil beperken. Biodiversiteit laten meegroeien In paragraaf 5.7 en hoofdstuk 12 is beschreven dat een aantal voorzieningen evenwichtig meegroeit met ontwikkelingen die gerealiseerd worden in de gemeente. Wij missen bij de opsomming van deze voorzieningen de natuur en wij verzoeken u dit toe te voegen in paragraaf 5.7 en hoofdstuk 12.
Juist door het verder ruimtelijk ontwikkelen van de gemeente zal de behoefte aan natuur stijgen, niet alleen voor de mens die de natuur nodig heeft voor ontspanning, gezondheid en welzijn, maar juist ook voor de natuur zelf. Immers, wanneer er een intensiever (recreatief) gebruik van de natuur ontstaat, wordt het nog belangrijker dat er ook gebieden zijn die 100% voor de natuur bedoeld zijn. Hier kunnen soorten ongestoord rusten, foerageren, broeden, voortplanten en overwinteren. Deze gebieden zijn nodig om populaties vitaal te houden en natuurwaarden in de gemeente te behouden. De toegenomen recreatiedruk in de wel opengestelde gebieden maakt de noodzaak van voldoende rustgebieden nog groter. Het is belangrijk om de recreatiedruk in de rustige gebieden niet verder te intensiveren. Leusderheide De Leusderheide is het belangrijkste heidegebied van de provincie en brongebied voor veel beschermde en zeldzame soorten. De grootte, aaneengeslotenheid, de natuurkwaliteit en
Wat betreft gewasbeschermingsmiddelen: Ter ondersteuning verwijzen wij naar de handleiding ‘’Regulering bestrijdingsmiddelen’’ van Natuur & Milieu en Urgenda. Deze handleiding bevat een praktische gereedschapskist voor gemeenten die het gebruik van bestrijdingsmiddelen of bepaalde intensief bespoten teelten willen reguleren, begrenzen of verbieden. 4
6
de huidige beperkte mate van verstoring maken dit gebied het meest waardevolle heideterrein van de provincie Utrecht én het grootste rustgebied voor natuur in de provincie. Het gebied draagt daardoor ook nadrukkelijk bij aan het functioneren van het NNN. In paragraaf 16.6 van de Omgevingsvisie wordt beschreven dat bij (her)ontwikkelingen van de Leusderheide door de gemeente wordt ingezet op recreatieve en ecologische meerwaarde. In de Omgevingsvisie van de provincie (paragraaf 4.7.1) staat over de Leusderheide letterlijk: “Voor het systeem van de Heuvelrug zijn de natuurwaarden op de militaire terreinen Leusderheide en Vlasakkers van belang. Vandaar dat we deze terreinen aanduiden als militair oefenterrein met bijzondere natuurwaarden. Als het militaire gebruik op termijn eindigt, voegen we beide terreinen toe aan het NNN”. Wij willen u er op wijzen dat het transformeren naar een recreatieve functie van de Leusderheide in strijd is met de provinciale Omgevingsvisie (zie hiervoor ook bladzijde 13 van onze eerdere zienswijze uit 2023) en wij verzoeken u deze voorgenomen toekomstige functie van de Leusderheide te verwijderen uit de Omgevingsvisie.
Investeren in landschap, natuur of recreatie In paragraaf 16.2 (Omgeving Hessenweg) schrijft de gemeente: “Bij economische meerwaarde van een ontwikkeling worden afspraken gemaakt [over] het investeren van een deel van die economische meerwaarde in het landschap, natuur of recreatie”. Wij vinden dit een mooi uitgangspunt maar hebben hierbij de volgende vragen: - Wanneer voldoet een ontwikkeling aan ‘economische meerwaarde’? Met andere woorden: wanneer worden de bedoelde afspraken gemaakt? - Waarom worden deze afspraken alleen gemaakt voor ontwikkelingen in dit deelgebied? Het lijkt ons heel zinvol bij iedere ontwikkeling in de gemeente die een economische meerwaarde heeft afspraken te maken om een deel van die economische meerwaarde in het landschap, natuur of recreatie te investeren. - Maken deze afspraken onderdeel uit van een vergunning, BOPA, OPA, of anderszins? In hoeverre zijn de afspraken inzichtelijk voor derden en handhaafbaar? - Wij verzoeken u dit voornemen ook op te nemen onder de opgaven zoals die aan het einde van paragraaf 16.2 zijn beschreven.
Landschap In paragraaf 7.3.5 van de Omgevingsvisie wordt onder meer gesproken over het belang van landschapskwaliteit en het voorkomen van ‘’verrommeling’’ van het landschap. Wij vragen ons af wat er precies bedoeld wordt met de term ‘’verrommeling’’. Wij willen erop wijzen dat juist landschappelijke diversiteit – dus variatie in inrichting, beheer, landschapselementen en overgangen - een belangrijke factor is voor het bevorderen van biodiversiteit. 7
Wij verzoeken de gemeente om de term ‘’verrommeling’’ nader toe te lichten en hierbij expliciet rekening te houden met het ecologisch belang van landschappelijke variatie. Landbouw Multifunctioneel platteland In paragraaf 10.4.3 van de Omgevingsvisie wordt ingezet op een platteland dat steeds multifunctioneler wordt, met een hoofdrol voor de grondgebonden veehouderij. Bij deze ambitie past ook het toelaten van gemengde landbouwbedrijven, bijvoorbeeld in de vorm van agroforestry of multifunctionele gemeenschapslandbouw (denk aan initiatieven zoals Herenboeren). De gemeente kan hierin een belangrijke rol spelen door ondernemers te ondersteunen bij het ontwikkelen van innovatieve, gemengde bedrijfsstrategieën die bijdragen aan duurzaamheid en biodiversiteit. De volgende maatregelen kunnen agroforestry stimuleren: • Verlaag de leges voor vergunningaanvragen. De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft bijvoorbeeld de leges voor Kleine landschapselementen teruggebracht tot nul. • Wijs een vaste contactpersoon aan binnen de gemeente die met agrariërs meedenkt over hoe agroforestry past binnen het landschap en het omgevingsplan (zoals de contactpersoon die is aangesloten bij het Platform GBDA). Ook het Agroforestry Netwerk Utrecht kan hierin ondersteunen – neem hiervoor contact op met 5.1.2e : 5.1.2e @nmu.nl • Bied perspectief voor koplopers op de lange termijn.
Voor koplopers is het van groot belang dat er beleidszekerheid bestaat. Dit kan door agroforestry expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie en door een duidelijke visie op agroforestry binnen de gemeente te ontwikkelen: waar past het, op welke manier, en onder welke voorwaarden? Ook hierbij kan het Agroforestry Netwerk actief meedenken. Wij adviseren de gemeente om bovenstaande maatregelen expliciet in de Omgevingsvisie op te nemen. Dit geeft duidelijkheid voor koplopers die de landbouw toekomstbestendig willen maken. Daarnaast wordt in dit onderdeel gesteld dat "Een bepaalde schaalgrootte is nodig om mee te kunnen veranderen met maatschappelijke en economische ontwikkelingen". Wat ons betreft is dit een misleidend frame. Er zijn inmiddels tal van melkveehouders die juist door bewuste schaalverkleining en kostenverlaging meer regie en toekomstbestendigheid hebben opgebouwd. Experts als 5.1.2e (‘’Boeren binnen gezonde grenzen’’) en 5.1.2e kunnen hierin de weg wijzen.
8
Vitaal en toekomstbestendig buitengebied In paragraaf 10.4.6 van de Omgevingsvisie worden verschillende opgaven benoemd voor het thema ‘’vitaal en toekomstbestendig buitengebied’’. Wat ons betreft krijgt de inzet op extensieve, natuurinclusieve landbouw onvoldoende aandacht. Veel van de oostelijke agrarische gronden liggen op relatief onproductieve zandgronden, in de nabijheid van de stikstofgevoelige Utrechtse Heuvelrug. Deze gebieden zijn zeer geschikt voor een emissiearme agrarische overgangszone, met natuurinclusief beheer, groenblauwe dooradering en teelten zoals agroforestry – als versterking van het NNN. Hier liggen veel kansen voor een toekomstbestendig buitengebied. Wat daarbij zou helpen, is het benoemen van concrete doelen, zoals ook is gedaan in de landbouw- en voedselvisie van de provincie (bijv. 15% biologische landbouw en 50% natuurinclusieve landbouw). Vrijkomende Agrarische Bedrijven (hierna ‘’VAB’s’’) In paragraaf 10.4.6 schrijft de gemeente: ‘’We onderzoeken in welke mate elk vrijgekomen erf in het buitengebied kan worden ingezet voor een bedrijfsmatige of woonfunctie. Onder vrijgekomen erven verstaan we zowel erven, waarvan de agrarische functie wordt beëindigd als die waarvan de agrarische functie in het verleden is beëindigd of waar een andere bedrijfsmatige functie wordt beëindigd of waarvan de bedrijfsmatige functie in het verleden is beëindigd’’.
Wij verzoeken de gemeente om niet alle VAB-locaties te herontwikkelen en om de VAB's die wel herontwikkeld worden, te clusteren in of bij woonkernen. Hierdoor kunnen vrijgekomen percelen worden benut voor duurzame landbouw of natuur. Voorwaarde moet wel zijn dat VAB-percelen alleen voor duurzame landbouw mogen worden gebruikt. Op die manier stimuleert en faciliteert de gemeente natuurinclusieve initiatieven en biologische boeren die bijdragen aan de UPLG doelen en andere. Koppeling met het Utrechts Programma Landelijk Gebied (hierna ‘’UPLG’’) Verschillende ontwikkelingen in de provincie en landelijk beïnvloeden het beleid in de gemeente Leusden. Echter is de link met onder meer het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) niet verder uitgewerkt terwijl dit wel een sterke stempel gaat drukken op alle gebiedsprocessen5. Het is essentieel dat de koppeling met UPLG wordt opgenomen en vertaald in alle ambities van de omgevingsvisie. Mobiliteit In paragraaf 11.2.4 van de Omgevingsvisie noemt de gemeente als opgave het behouden van de goede autobereikbaarheid en parkeerruimte. Tegelijkertijd wil de gemeente het gebruik
5
UPLG wordt slechts drie keer genoemd in het ontwerp Omgevingsvisie (paragraaf 10.4.5).
9
van de fiets, het openbaar vervoer en lopen stimuleren, en de negatieve omgevingseffecten van mobiliteit beperken door in te zetten op emissievrije verplaatsingen. Deze doelen lijken elkaar deels tegen te spreken. Als autobereikbaarheid en parkeren centraal blijven staan, wordt de overstap naar duurzamere vormen van vervoer moeilijker. Ook met elektrische auto’s blijft er veel ruimtebeslag, verkeersdruk en materiaalgebruik. Een lage(re) parkeernorm en slimme regulering kunnen duurzame mobiliteitskeuzes stimuleren. Wij vragen de gemeente om dit explicieter op te nemen in de Omgevingsvisie, en met concrete maatregelen te ondersteunen, zoals: • de realisatie van autoluwe centra; • beperken van het autogebruik, onder andere door parkeerregulering die 'gebiedsvreemde' parkeerders weert en zo de parkeerdruk vermindert en de leefbaarheid van wijken vergroot; • Het onaantrekkelijk maken van het bezit van meerdere auto’s via parkeerregulering. In paragraaf 4.8 staat dat de (elektrische) fiets steeds beter kan concurreren met de auto op de "middellange afstand". Wat bedoelt de gemeente precies met "middellange afstand"? Afstanden tot 30 km zijn goed te doen met een elektrische fiets. Wij adviseren om in te zetten op het stimuleren van fietsgebruik tot 30 km – bijvoorbeeld via de aanleg van doorfietsroutes.
Daarbij is van belang dat nieuwe fietsinfrastructuur goed aansluit op bestaande infrastructuur, zodat aantasting van NNN gebieden en natuur wordt voorkomen. Gezondheid en milieu In paragraaf 7.2.2 geeft de gemeente aan dat zij ‘’de kwaliteit van de leefomgeving op minimaal het wettelijk niveau [wil]waarborgen en waar mogelijk op een hoger niveau’’. Het gaat daarbij om bodem, water, lucht, geluid, geur en omgevingsveiligheid. Onze vraag: wat bedoelt de gemeente precies met ‘’waar mogelijk op een hoger niveau’’? Wij zouden graag zien dat de gemeente deze ambitie specifieker invult per thema, en daarbij concrete doelen en maatregelen benoemt. Hieronder doen wij enkele suggesties voor lucht, water en licht. Lucht Wij roepen de gemeente op om hierin ambitieuzer te zijn, en expliciet te streven naar het halen van de nieuwste WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit (2021). Ook werkt de EU aan strengere grenswaarden, wat gemeenten op korte termijn voor nieuwe opgaven stelt. 10
Wij vragen de gemeente daarom om: • concrete maatregelen op te nemen in de Omgevingsvisie die bijdragen aan een versnelde verbetering van de luchtkwaliteit; Denk hierbij aan het Schone Lucht Akkoord dat handvatten biedt om gezondheid centraal te stellen in beleid; • strengere lokale omgevingswaarden op te stellen dan het wettelijk niveau, door de WHOadvieswaarden uit 2021 als omgevingswaarden op te nemen in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan; • aanvullende omgevingswaarden vast te stellen waar nodig; • het luchtbeleid uit te werken in een programma met concrete maatregelen, zoals het stimuleren van schoon vervoer en het ontmoedigen van vervuilend vervoer. Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt niet genoemd in de Omgevingsvisie. Dit vinden wij een gemiste kans. Ook ontbreekt een duidelijke koppeling met de Uitvoeringsagenda Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-20271 wordt bovendien expliciet benadrukt dat ook de gemeenten een belangrijke rol hebben bij het realiseren van de KRWdoelen. De Provincie Utrecht roept gemeenten op hier actief aan bij te dragen, onder andere door KRW-vereisten te borgen in ruimtelijke ontwikkelingen en door emissies vanuit het rioolsysteem te voorkomen.
Wij roepen daarom de gemeente op om de KRW expliciet op te nemen in de visie en helder en concreet aan te geven welke maatregelen zij zal nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en te behouden. Daarnaast, vinden wij het positief dat de gemeente op voorhand rekening houdt met water en bodem bij de te maken afwegingen voor een robuuste ruimtelijke ordening en inrichting. Wij stellen echter voor om – in de lijn met het beleid van de Provincie Utrecht – het begrip ‘water en bodem sturend’ te hanteren. Dit laat duidelijker zien dat het water- en bodemsysteem echt de basis moet zijn voor keuzes in de ruimtelijke inrichting, en niet iets is waar je alleen maar rekening mee houdt. Licht Het thema lichthinder wordt niet benoemd in de Omgevingsvisie. Wij vinden dit een gemiste kans, aangezien overbodige verlichting, niet alleen leidt tot lichthinder en energieverspilling, maar ook het natuurlijke ritme van mens en dier verstoort. Wij vragen de gemeente om ook dit aspect van de leefomgeving serieus te nemen en concrete maatregelen op te nemen om overbodige verlichting te voorkomen. In dit kader 11
verwijzen wij graag naar de jaarlijkse 'Nacht van de Nacht'-campagne van de Natuur en Milieufederaties6. Warmte-en energietransitie Klimaatverandering In paragraaf 4.6 benoemt de gemeente een aantal zaken die belangrijk zijn om toe te werken naar een klimaatneutrale samenleving. We verzoeken de gemeente om hier, naast woningisolatie, ook besparing op elektriciteit toe te voegen en ‘alternatieve energiebronnen’ te specificeren. Klimaatneutraal In paragraaf 8.2.2 gaat de gemeente in op duurzame opwekking, zoals zonnevelden. Zet voor de realisatie van zonnevelden in op multifunctioneel ruimtegebruik en in het bijzonder de koppeling met natuurontwikkeling. In 2024 is de Europese Natuurherstelverordening aangenomen. Dit betekent dat we ook in Nederland flink aan het werk moeten om vóór 2050 ecosystemen te herstellen. Bij de aanleg van energieprojecten of energie-infrastructuur moeten negatieve effecten op natuur en biodiversiteit zo veel mogelijk vermeden worden. Tegelijkertijd ligt er een kans om de aanleg van energieprojecten zo goed mogelijk te benutten om natuurherstel en de aanleg van nieuwe natuur mogelijk te maken. Energieprojecten kunnen natuurpositief uitvallen, daar zijn praktijkvoorbeelden van zoals Windpark Krammer en de Energietuin in Assen-Zuid. Voor zonneparken is recent EcoCertified Solar Parks gelanceerd.
Een onafhankelijk kwaliteitslabel dat aantoont welke meerwaarde een zonnepark heeft voor natuur en biodiversiteit. Wij raden u aan om een inspanningsverplichting op te nemen voor ontwikkelaars om zonneparken te ontwikkelen naar de criteria van het kwaliteitslabel EcoCertified Solar Parks. We vragen u ook om op te nemen dat u duurzame energieopwekking stimuleert via een energiecoöperatie. Een energiecoöperatie is namelijk de enige realistische manier waarop inwoners directe zeggenschap krijgen op het project. Daarnaast vragen we de gemeente het volgende toe te voegen: “We streven daarbij naar 100% lokale zeggenschap, met een minimum van 50%. Duurzame energieprojecten kennen aan het begin van het project de ingrijpendste besluiten voor de omgeving, en daarom moet de energiecoöperatie en de inwoners vanaf het begin zeggenschap respectievelijk inspraak hebben. Tot slot moet de coöperatie voor iedereen openstaan en democratisch gecontroleerd worden, zodat iedereen kan deelnemen aan de zeggenschap.” 6
Nacht van de Nacht - Natuur en Milieufederatie Utrecht
12
Verder is het aan te raden om ‘slimmer omgaan met het overbelaste elektriciteitsnet’ iets specifieker te maken. Netcongestie in de provincie Utrecht speelt vooral op kleinverbruikersniveau wat betekent dat niet alleen bedrijven, maar juist ook huishoudens duurzame energie zo veel mogelijk zelf moeten verbruiken in plaats van dat dit allemaal op het net terecht komt. U zet in op duurzame energieopwek via de aanleg van zonnepanelen op daken ondanks netcongestie én het afschaffen van de salderingsregeling in 2027. Wij vragen u om te beschrijven hoe u bewoners en bedrijven gaat ondersteunen bij de aanleg van zon op dak. Ook is het aan te raden om aan de slag te gaan met het vergroten van het gebruik van zelf opgewekte elektriciteit én met projecten om energie tussen woonwijken en bedrijventerrein uit te wisselen. Verbruiksprofielen van bedrijven en woonwijken sluiten op elkaar aan en kunnen gezamenlijk een energiegemeenschap vormen. Bewonersinitiatieven In paragraaf 8.2.3 geeft de gemeente aan initiatieven van inwoners te willen ondersteunen. We zien in Leusden een bijzondere samenwerking tussen bewonersinitiatieven en gemeente in de isolatieaanpak. Deze samenwerking en buurtgerichte aanpak verdient een plekje in de Omgevingsvisie met daarin een doorkijkje hoe u deze samenwerking verder vorm wil geven in de warmtetransitie.
Daarnaast is het ons onduidelijk wat wordt bedoeld met het stimuleren van inwoners ‘om flexibele keuzes te maken’. Wij verzoeken de gemeente om dit nader te specificeren. Netcongestie Netcongestie7 is inderdaad een groot probleem en zet momenteel een rem op allerlei ontwikkelingen. Wij raden de gemeente aan om daarom op te nemen in de Omgevingsvisie dat zij, samen met inwoners, gaat werken aan projecten om netruimte te creëren. Opgaven voor het thema warmte-e en energietransitie In de eerste bullet van paragraaf 8.2.6 van de Omgevingsvisie wordt gesproken over een energiebesparing van 22% in 2030. Onze vraag: Gaat het hier om een besparing op elektriciteit? We zien dat graag toegelicht. In de laatste bullet stelt de gemeente dat zij in 2030 beschikt over 428 TJ elektriciteit door import/ innovatieve oplossingen. We vragen de gemeente dit te specificeren: aan welke importmogelijkheden en innovatieve oplossingen wordt hierbij gedacht?
7
Paragraaf 8.2.5 van de Omgevingsvisie.
13
2030 is al over vijf jaar, wat een betrekkelijk korte tijd is om innovaties toe te passen en later op te schalen. Woningbouw Convenant Toekomstbestendig bouwen In paragraaf 8.3.5 vermeldt de gemeente dat zij is aangesloten bij het Convenant Duurzaam Bouwen van de provincie Utrecht. Dat juichen wij toe. Wij constateren echter dat het Convenant Toekomstbestendig bouwen niet wordt genoemd, terwijl de gemeente Leusden dit convenant wel heeft ondertekend. Eind oktober 2024 is bovendien de versie 2.0 van dit convenant gepubliceerd. Het is passend om hierop expliciet aan te sluiten in de Omgevingsvisie. Verder roepen wij u op om met deze aangepaste normen te werken in uw uitvragen voor nieuwbouw. Bij praktische vragen over implementatie van de eisen uit het convenant zijn er hulptroepen, o.a. 5.1.2e van Cirkelstad. Of 5.1.2e van Holland Houtland. Of C creators. Beter benutten Wij verwelkomen het voornemen van de gemeente om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Denk hierbij aan 1. Optoppen, 2. Transformeren en 3. Splitsen. Wij verzoeken de gemeente om dit expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Wat betreft optoppen: in de visie wordt hoogbouw nu alleen genoemd bij de woningbouwontwikkeling van Tabaksteeg-Zuid. Wij geven de voorkeur aan een compacte groei en hoger bouwen (hoger dan 4 lagen), binnen de huidige bebouwingszone en waar dit passend is.
Zo blijft veel ruimte voor groen behouden. We verzoeken de gemeente om dit expliciet op te nemen als richtinggevend principe voor toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. Multifunctioneel gebruik van daken In paragraaf 7.3.4 schrijft de gemeente: ‘’Er liggen uitdagingen en kansen in een duurzame balans tussen grijs en groen. Dit betekent het vergroenen van grijze structuren zoals bijvoorbeeld het aanleggen van groene daken of het vervangen van tegels door beplanting. Multifunctioneel ruimtegebruik, waarbij infrastructuur ook ecologische of sociale functies vervult. Verder integrale gebiedsontwikkeling, waarin klimaatadaptatie, gezondheid en leefbaarheid vanaf het begin wordt meegenomen‘’. 14
Wij waarderen het feit dat de gemeente de aanleg van groene daken benoemd. Daarnaast vragen wij om ook het multifunctioneel gebruik van daken op te nemen in de Omgevingsvisie. Daken kunnen worden benut voor duurzame energieopwekking, warmtewinning uit regenwater, opslag regenwater voor toiletten, recreatieplekken, waterberging, biodiversiteit, recreatieplekken, etc. Om deze functies mogelijk te maken adviseren wij om in de Omgevingsvisie op te nemen dat daken even stevig moeten zijn als de vloer van een nieuwe verdieping. Gebiedsgericht Algemeen In paragraaf 13 licht de gemeente een aantal gebieden toe. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden ‘’binnen de kern Leusden’’ en het ‘’buitengebied’’. Onder ‘’binnen de kern Leusden’’ vallen: het Entreegebied, Tabaksteeg-Zuid, Sportpark Burgemeester Buiningpark en Jan Banninkpark en de dorpskern Achterveld, inclusief de zoeklocaties woningbouw. Wat de gemeente precies bedoelt met de termen ‘’Binnen de kern Leusden’’ en ‘’buitengebied’’ blijft echter onduidelijk. Wij pleiten ervoor om de begrenzing aan te houden van de Provinciale Omgevingsverordening: ‘’Stedelijk gebied’’, ‘’landelijk gebied’’ en ‘’kernrandzone’’ en deze te benoemen in de omgevingsvisie. Deze begrenzingen zijn immers leidend voor het (gemeentelijk en provinciaal) ruimtelijke ordeningsbeleid.
Uit de kaarten die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie (zie hierna) blijkt dat de gebieden onder ‘’binnen de kern Leusden’’ overeenkomen met het stedelijk gebied, de kernrandzone en buitengebied. Om verwarring te voorkomen, verzoeken wij de gemeente daarom om duidelijk te omschrijven wat onder deze term wordt verstaan.
Uitbreidingsmogelijkheden in Achterveld (bron: Rho Adviseurs)
15
Entreegebied De gemeente noemt als opgave voor het Entreegebied ‘’Ruimte voor innovatieve bedrijvigheid’’. Wij vragen de gemeente om in de visie expliciet op te nemen dat zij hierbij inzet op het aantrekken van bedrijven die bijdragen aan de circulaire economie. Tabaksteeg-Zuid Binnen het project Tabaksteeg-Zuid worden maximaal 940 (+50) woningen gerealiseerd. Als opgave voor Tabaksteeg-Zuid wordt in de Omgevingsvisie opgenomen: ‘’In het kader van Groen Groeit Mee het realiseren van voldoende (verbinding met) reactiegebieden en natuur’’. Door de toevoeging “(verbinding met)” blijft onduidelijk of de gemeente daadwerkelijk nieuwe recreatie- en natuurgebieden wil realiseren, of zich vooral wil richten op het verbeteren van verbindingen met bestaande gebieden. Gezien de geplande toevoeging van 990 nieuwe woningen, zal de recreatiedruk op omliggende natuur toenemen. Alleen investeren in betere verbindingen is dan onvoldoende. Wij pleiten er daarom voor om in de Omgevingsvisie expliciet op te nemen dat de gemeente inzet op de ontwikkeling van nieuwe natuur- en recreatiegebieden in en rond de nieuwe wijk, zodat bestaande kwetsbare natuur ontzien wordt. Achterveld De gemeente ziet mogelijkheden voor uitbreiding van Achterveld– naast kleinschalige inbreiding zoals bij Sina Cura – aan de noordoostkant en noordwestkant van het dorp.
Onze vraag: hoeveel woningen zijn hier concreet gepland? Daarnaast, schrijft de gemeente dat er in ‘’Achterveld kansen liggen om in te spelen op de toenemende recreatiebehoeften. De ligging in het dorpshart en tegen het buitengebied maakt het gebied rond het C.M. de Vorplein bijzonder geschikt om hier een rol in te spelen. We denken daarbij aan de combinatie van horeca, wandel- en fietsroutes en kleinschalige recreatieve activiteiten, zowel in de kern als in het buitengebied rondom Achterveld’’. Onze vraag: wat wordt precies bedoeld met ‘’ kleinschalige recreatieve activiteiten’’?
16
Tot slot In bovenstaande zienswijze hebben wij verwoord wat er ons inziens nog aan de omgevingsvisie moet worden toegevoegd, onderzocht of aangescherpt om uiteindelijk te kunnen worden vastgesteld. We lichten graag onze zienswijze nader toe in een gesprek zodat deze input in het traject voor de vernieuwde omgevingsvisie optimaal kan worden benut. Met vriendelijke groet, Mede namens het Utrechts Landschap, 5.1.2e
5.1.2e
Directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht
17
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 8, 14, 17