Nota zienswijzen parkeerplaats Dodeweg.pdf
Tekst van het document
Nota Zienswijzen Ontwerpverklaring van geen bedenkingen en ontwerp omgevingsvergunning voor het wijzigen van de locatie van de parkeervoorziening op het perceel ‘Tussen Dodeweg 7 en 8’ te Leusden
Oktober 2021
1
1. Inleiding Op 1 juli 2021 heeft de raad besloten de (ontwerp) afgifte verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) te weigeren voor de activiteiten die betrekking hebben op het verplaatsen van de bestaande parkeerlocatie naar de voorgestelde locatie parallel aan de Dodeweg. De ontwerp-omgevingsvergunning, de ontwerp weigering vvgb met bijbehorende stukken hebben met ingang van 16 juli tot en met 26 augustus 2021 ter inzage gelegen in het kader van de uitgebreide procedure. Binnen deze termijn is er een zienswijze ingediend. De zienswijze is gericht tegen de ontwerp weigering vvgb en het gedeeltelijk weigeren ontwerpbesluit omgevingsvergunning parkeerplaats Dodeweg. De originele, geanonimiseerde zienswijze is bij deze nota gevoegd. In deze nota wordt de zienswijze samengevat en voorzien van beantwoording. Hierbij wordt de volgorde van de zienswijze gevolgd, te weten: 1. Vooraf, 2. Weigering en 3. Zienswijze op verlening resp. buiten behandeling laten aanvraag. Tot slot zal in de conclusie worden ingegaan op eventuele wijzigingen op het voorliggende besluit.
2. Beantwoording van zienswijzen 1. Vooraf: Zienswijze: Samenvatting Reclamant stelt: ‘Landgoed Den Treek Henschoten (hierna: DTH) heeft blijkens uw omschrijving van het project in het gemeenteblad van 15-07-2021: een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend “voor het verplaatsen van de bestaande illegale parkeerlocatie bij de aansluiting van de Paradijsweg op de Dodeweg, waar al decennialang “wild”, dus illegaal, geparkeerd wordt”.’ Antwoord De locatie aan de Dodeweg wordt al decennialang gebruikt om te parkeren. Op luchtfoto’s is te zien dat sinds de jaren 70/80 al geparkeerd wordt op deze locatie. Op basis van het overgangsrecht van het bestemmingsplan Buitengebied 2009, mag het gebruik dat op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan van in het plan begrepen gronden en bouwwerken in afwijking van het plan worden voortgezet en gewijzigd, mits de afwijkingen van het plan niet worden vergroot. Het bestemmingsplan Buitengebied 2009 is in december 2009 goedgekeurd en de locatie is al die jaren zodanig in gebruik geweest. Uitsluiting van het overgangsrecht is niet van toepassing omdat het gebruik als parkeerlocatie al is begonnen voor het onherroepelijk worden van het voorgaande bestemmingsplan, te weten bestemmingsplan Buitengebied 1996. Zoals hierboven aangehaald is het gebruik al begonnen in de jaren 70/80. 2
Zienswijze: Samenvatting Reclamant stelt: ‘Door een parkeerplaats te creëren die niet is toegestaan wordt thans dus behoefte gesteld en verdedigd voor de noodzaak van een nieuwe, legale, parkeerplaats, direct naast Dodeweg 7, in de buurt van de illegale wild-parkeerplaats. Daarmee wordt de situatie echter omgedraaid. De redenatie moet zijn: de illegale parkeerplaats was en is niet toegestaan, DTH had die moeten opheffen en dan is er zeker geen “noodzaak” voor een parkeerplaats in de buurt.’ Antwoord Zie hierboven, het gebruikt van de huidige locatie als parkeervoorziening is weliswaar strijdig met het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2009, maar mag voor de duur van het bestemmingsplan worden voortgezet op grond van het overgangsrecht. Zienswijze: Samenvatting Reclamant stelt: ‘De redenatie moet zijn: de illegale parkeerplaats was en is niet toegestaan, DTH had die moeten opheffen en dan is er zeker geen “noodzaak” voor een parkeerplaats in de buurt.’ Verder stelt reclamant: ’Uitgangspunt is dat er niets is. Een illegale situatie “telt immers niet mee”.’ Antwoord Zie hierboven, het gebruikt van de huidige locatie als parkeervoorziening is weliswaar strijdig met het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2009, maar mag voor de duur van het bestemmingsplan worden voortgezet op grond van het overgangsrecht.
Zienswijze: Samenvatting Reclamant merkt op: ‘Hetgeen niet vermeld wordt als reden maar wel een feit is, is dat DTH heeft besloten haar “hoofdparkeerplaats”, gelegen aan de Treekerweg nabij huize Den Treek, (voorheen hotel-restaurant) en startpunt voor themawandelingen, te sluiten en parkeerders te verwijzen naar de illegale, “wild” parkeerplaats als eerste alternatief. Terwijl op de grootste bestaande parkeerplaats van DTH, “Treekerpunt”, gelegen aan de Treekerweg en goed bereikbaar vanaf de Doornseweg, sprake is van overcapaciteit. Ze creëert daardoor nodeloos behoefte op een andere locatie, ongeveer in de achtertuin van cliënte. DTH kiest er ook voor haar grootste parkeerplaats, het “Treekerpunt” niet te promoten. En verder zijn er ook nog parkeerplaatsen langs de Doornseweg, de Waterlooweg en de Paradijsweg (ingang vanaf de Treekerweg). Antwoord De gemeente gaat ervan uit dat reclamant met ‘hoofdparkeerplaats gelegen aan de Treekerweg nabij huize Den Treek’, bedoelt de parkeergelegenheid nabij Treekerweg 11/11a. Treekerweg 11/11a betreft een dienstwoning van DTH. De parkeergelegenheid nabij de dienstwoning is op eigen terrein van DTH. Deze parkeergelegenheid had een openbaar karakter en bood plaats aan circa 6 – 8 auto’s. DTH heeft deze parkeerplaats opgeheven omdat het op deze parkeerplaats steeds drukker werd, waardoor onoverzichtelijke en soms 3
zelfs gevaarlijke situaties ontstaan. Om de almaar toenemende drukte op het Landgoed en de bijbehorende verkeersstromen in goede banen te leiden, is door DTH een nieuw parkeerbeleid opgesteld. Het sluiten van de parkeerplaats aan de Treekerweg 11 is een onderdeel van dit beleid. Op hun site worden bezoekers verwezen naar zes parkeerplaatsen, o.a. aan de Dodeweg. Zienswijze: Samenvatting Reclamant merkt op: ‘… DTH maar doorgaat met het ontplooien van nieuwe activiteiten, zoals het aanleggen van een geheel nieuw mountainbikepad. Voor een paardenroute verwijst DTH nu op haar website actief voor wat betreft parkeren naar de parkeerplaats aan de Dodeweg. Met andere woorden DTH verwijst actief, voor parkeren, naar een illegale parkeerplaats. Dat is haar keuze. Als daardoor nog meer behoefte aan parkeren van auto’s, al dan niet met aanhangers of trailers en campers ontstaat had DTH dat moeten regelen voordat ze die behoefte creëerde. Of die behoefte niet creëren.’ Antwoord Volgens de website van DTH wordt verwezen naar twee parkeerplaatsen, deze twee parkeerplaatsen bieden een directe aansluiting op de Treeker MTB-route. De ene parkeerplaats ligt aan de rand van het Treeker Punt langs de Doornseweg van Amersfoort naar Maarn aan de overzijde van Pannenkoekenhuis Bergzicht. De andere parkeerplaats ligt langs de Dodeweg in Leusden.
Zienswijze: Samenvatting Reclamant merkt op: ‘Verder merkt cliënt nog op dat er een verdienmodel achter het ontplooien van (nieuwe) activiteiten zit. MBT-ers en ruiters moeten immers een vignet resp. penning kopen. Het is een particuliere ontwikkeling, waarbij het belang is zoveel mogelijk toeloop te genereren.’ Reclamant stelt: ‘Maar dat maakt uw – onafhankelijke –toetsing aan een goede ruimtelijke ordening en of cliënt nog een goed woon- leefklimaat heeft en houdt, extra belangrijk. Er kan niet vanuit gegaan worden dat DTH dat doet, zij heeft immers commerciële belangen.’ Antwoord Het landgoed Den Treek Henschoten is een particulier landgoed. Verder maakt het landgoed deel uit van het recreatief uitloopgebied. Bij de beoordeling van het initiatief van Den Treek Henschoten (hierna: DTH) hebben wij in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld of het plan van DTH getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij hebben wij alle betrokken belangen gelijkwaardig afgewogen en het plan van DTH getoetst aan de ruimtelijk relevante (omgevings)aspecten. De enkele omstandigheid dat, zoals reclamant aanvoert, DTH commerciële belangen heeft of zou kunnen hebben bij het plan, betekent naar onze mening niet dat het plan om die reden niet overeen zou kunnen stemmen met een goede ruimtelijke ordening. Zienswijze: Samenvatting 4
Reclamant merkt op: ‘Op 3.2.2021 meldt DTH een kap van bomen bij de provincie Utrecht, precies op de locatie waarvoor ze thans omgevingsvergunning willen. De kap heeft plaatsgevonden. Er is een kale situatie maar er geldt op basis van de Wet natuurbescherming wel een herplantplicht, waaraan DTH dus nog moet voldoen.’ Antwoord Wij nemen deze opmerking voor kennisgeving aan. De provincie Utrecht is het bevoegd gezag voor wat betreft de kap en herplantplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Zienswijze: Samenvatting Reclamant merkt op: ‘Op 30.6.2021 vinden er plotseling allerlei graafwerkzaamheden plaats op landgoed DTH, direct achter Dodeweg 7. Reclamant stelt: ‘De werkzaamheden zijn te linken aan de gewenste nieuwe parkeerplaats en de bomenkap waarvoor slechts een melding is gedaan bij de provincie.’ Antwoord De werkzaamheden achter Dodeweg 7 zijn te linken aan de aan te leggen mountainbike route. 2. (Weigering): Reclamant is van mening dat de gemeente terecht voornemens is de Vvgb en de omgevingsvergunning deels, voor zover het de aanleg van de parkeerplaats betreft te weigeren. Echter; A. Reclamant meent dat onze afwijzingsgronden niet compleet zijn en dient daarom deze zienswijze in. B. Reclamant meent voorts dat er vergunning is verleend resp. buiten behandeling is gelaten, waarmee ze niet kan instemmen. A.
(Zienswijze afwijzingsgronden zijn niet compleet) Zienswijze: Samenvatting Ruimtelijke inpassing Reclamant stelt in zijn conclusie: ‘Deze door DTH gewenste parkeerplaats past niet in de omgeving. Het woon- en leefklimaat van cliënte zal verslechteren. Er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.’ Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren omdat deze in strijd is met het bestemmingsplan Buitengebied 2009 en de plannen van Rijkswaterstaat voor de A28/A1: project knooppunt Hoevelaken en het Ontwerp Tracébesluit (hierna: OTB). De aangevraagde parkeerplaats is zodanig ingetekend dat deze voor een aanzienlijk deel overlapt met het werkgebied van een te realiseren eco-recreaduct over de A28. Dit eco-recreaduct is een onderdeel van een breed maatregelenpakket voor knooppunt Hoevelaken zoals overeengekomen door Rijkswaterstaat, gemeente Amersfoort en provincie
5
Utrecht. De gemeente Leusden heeft in haar afweging rekening te houden met het OTB. De gemeente kan niet in alle redelijkheid aannemen dat het eco-recreaduct niet zal worden gerealiseerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan de gemeente het verzoek van DTH niet honoreren. Omdat wij voornemens zijn de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren hebben wij geen aanleiding gezien om het woon- en leefklimaat van cliënt mee te nemen in de beoordeling en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet in haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting Parkeerbehoefte Reclamant gaat inhoudelijk in op de door DTH aangedragen parkeeronderzoek en bestrijdt de parkeerbehoefte. Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken m.b.t. de parkeerbehoefte niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting Luchtkwaliteit Reclamant merkt op: ‘Vastgesteld kan worden dat er in de aanvraag nauwelijks en in uw ontwerpbesluiten geen aandacht is besteed aan NO2, PM10 en benzeen. Er is geen enkele berekening gemaakt, er is geen enkele inschatting gemaakt.’ ‘Cliënte, als “buurvrouw”, vreest voor NO2, PM10 en benzeen in haar directe omgeving.
Dat zal haar woon- en leefklimaat verslechteren.’ Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken m.b.t. luchtkwaliteit niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting Geluid Reclamant stelt: ‘In het kader van een goede ruimtelijke ordening (Wro) heeft de omgeving een zekere mate van bescherming tegen geluid. De hinder die een parkeerterrein veroorzaakt moet aanvaardbaar zijn. Hierbij gaat het om het geluid van het verkeer. Bijvoorbeeld de inrit van een parkeerterrein, het openen en dichtslaan van portieren, het starten van de motor en he wegrijden, etc.. Dat heeft u niet getoetst.’ ‘U ben evenmin nagegaan of DTH gezien moet worden als een “inrichting” in de zin van de Wet milieubeheer en of u bijvoorbeeld de Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ moet toepassen.’
6
Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken op geluid niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting Verkeersafwikkeling Reclamant stelt: ‘Vastgesteld kan worden dat er in de aanvraag noch in de ontwerpbesluiten enige aandacht is besteed aan de verkeersafwikkeling. Feit is dat bij realisatie van de nieuwe parkeerplaats er dagelijks vele tientallen/ honderden auto’s (al dan niet met paardentrailer, aanhanger, fietsenrek met mountainbikes) en/of campers op de Dodeweg zullen gaan afslaan naar de parkeerplaats resp. die weg vanaf de parkeerplaats moeten oprijden. De Dodeweg is echter een smalle weg, onoverzichtelijk, waardoor er verkeersonveilige situaties zullen ontstaan, direct naast de woning van cliënte. Cliënte, als “buurvrouw”, vreest voor de te ontstane verkeerssituatie in haar directe omgeving. Dat haar woon- en leefklimaat verslechteren. En is ieder geval heeft u bij uw ontwerp-besluiten niet de relevante feiten en omstandigheden vergaard om tot uw ontwerpbesluiten te komen. Waardoor u ook niet de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen kon afwegen.
En u evenmin heeft kunnen bepalen dat/ of de voor cliënt nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit de dienen doelen.’ Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken m.b.t. verkeer niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting Natuur en stikstof Reclamant stelt: ‘DTH heeft onderzoek in de vorm van een QuickScan naar flora en fauna laten verrichten en stelt op basis daarvan, kort gezegd, dat het allemaal wel mee valt.’ ‘Cliënte, als “buurvrouw”, vreest voor de aantasting van de natuur en de toename van stikstof. Dat zal haar woon- en leefklimaat verslechteren. En is ieder geval heeft u bij uw ontwerp-besluiten niet de relevante feiten en omstandigheden vergaard om tot uw ontwerpbesluiten te komen. Waardoor u ook niet de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen kon afwegen. En u evenmin heeft kunnen bepalen dat/ of de voor cliënt nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit de dienen doelen.’ Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken m.b.t.
natuur en stikstof niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting 7
Water Reclamant stelt: ‘Vastgesteld kan worden ‘Waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid zijn naar de mening van cliënt dus niet afdoende bezien.’ ‘Cliënte, als “buurvrouw”, vreest voor de ontstane situatie op watergebied in haar directe woonomgeving. Dat zal haar woonen leefklimaat verslechteren. En is ieder geval heeft u bij uw ontwerp-besluiten niet de relevante feiten en omstandigheden vergaard om tot uw ontwerpbesluiten te komen. Waardoor u ook niet de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen kon afwegen. En u evenmin heeft kunnen bepalen dat/ of de voor cliënt nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit de dienen doelen.’ Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken m.b.t. water niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Zienswijze: Samenvatting Bodem Reclamant stelt: ‘De bodemkwaliteit ter plaatse van een nieuwe ontwikkeling moet voldoende zijn voor de te realiseren functie.
Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit door aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.’ ‘Als de geldende bestemming wijzigt of via een omgevingsvergunning afgeweken wordt van het geldende bestemmingsplan, is bodemonderzoek nodig. ‘Cliënte is het vanuit de Melding bij de provincie in het kader van de Wet Natuurbescherming die DTH deed op 3.2.2021 bekend dat DTH wel onderzoek heeft laten doen naar de bodem te plaatse van de illegale parkeerplaats. Die blijkt te zijn vervuild, sanering is noodzakelijk.’ ‘Het komt cliënt voor dat door het creëren van een enigszins verharde nieuwe parkeerplaats, een nieuwe bodem verontreinigende activiteit wordt mogelijk gemaakt. ‘Cliënte, als “buurvrouw”, vreest voor de ontstane situatie op bodemverontreinigingsgebied in haar directe woonomgeving. Dat zal haar woon- en leefklimaat verslechteren. En is ieder geval heeft u bij uw ontwerpbesluiten niet de relevante feiten en omstandigheden vergaard om tot uw ontwerpbesluiten te komen. Waardoor u ook niet de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen kon afwegen. En u evenmin heeft kunnen bepalen dat/ of de voor cliënt nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit de dienen doelen.’ Antwoord De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren en heeft daarom de stukken m.b.t.
bodemkwaliteit niet nader beoordeeld en ziet ook geen aanleiding om daar inhoudelijk op in te gaan. Door de weigering wordt reclamant niet haar belangen geschaad. Conclusie: De gemeente ziet geen aanleiding het ontwerp besluit omgevingsvergunning WABO-2020099 nader te motiveren. De gemeente is voornemens de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren. Door de weigering wordt reclamant niet in haar belangen geschaad. Nu de aanvraag op andere gronden wordt geweigerd, acht de gemeente het in dit geval niet noodzakelijk om de aanvrager onderzoeken te laten uitvoeren en stukken te laten aanleveren waarvan vooraf bekend was dat die stukken de besluitvorming omtrent weigering niet zouden beïnvloeden. B. (Zienswijze verlening resp. buiten behandeling laten aanvraag): 8
Zienswijze: Samenvatting A Reclamant stelt: ‘U verleent vergunning voor het bouwen van een afsluitvoorziening, informatieborden) en voorzieningen om paarden te zadelen en te verzorgen. Cliënte ziet niet dat dit bouwen binnen het bestemmingsplan valt. Maar bovendien is het onlosmakelijk verbonden met de rest van de aanvraag, zodat u ook dit deel moet afwijzen nu u de rest van de aanvraag afwijst.’ Antwoord In de Wabo is geen limitatieve opsomming gegeven van onlosmakelijke activiteiten. Of sprake is van onlosmakelijkheid, moet per geval worden bekeken. Het criterium daarbij is of bij één handeling sprake is van meerdere activiteiten zoals bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo (de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist). Als de handeling niet kan worden uitgevoerd zonder direct meerdere activiteiten uit te voeren, dan is sprake van onlosmakelijkheid. De afsluitvoorziening, informatiebord(en) en de voorziening om paarden te zadelen en te verzorgen kunnen afzonderlijk van de parkeerplaats gerealiseerd worden en zijn dus niet onlosmakelijk verbonden met het realiseren van de parkeerplaats.
Zienswijze: Samenvatting B Reclamant stelt: ‘U laat buiten behandeling de aanvraag voor zover het gaat om een grondkering of damwand langs de Dodeweg en de oostzijde van de nieuwe parkeerplaats ter voorkoming van inschijnende koplampen van auto's omdat het geen bouwwerk zou betreffen. Cliënte merkt op dat zij meent dat een damwand wel een bouwwerk, geen gebouw zíjnde, is. Dan had de vergunningaanvraag moeten worden afgewezen op de hiervoor sub A genoemde grond.’ Antwoord De term ‘grondkering of damwand plaatsen’ komt uit het omgevingsloketonline, dit is een standaard term voor een soort aanvraag, de aanvrager heeft dit voor deze aanvraag gespecificeerd tot het realiseren van een grondwal. Het realiseren van een grondwal betreft in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen bouwwerk en is derhalve niet vergunningplichtig voor de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’. De grondwal bestaat uit aarde. Deze grondwal wordt gezien als een ‘werk’, maar niet als een ‘bouwwerk’ omdat het niet bestaat uit een constructie. Zienswijze: Samenvatting C Reclamant stelt: ‘U laat buiten behandeling het aanleggen of veranderen van een weg ter plaatse van de nieuwe parkeerplaats. Het zou niet onder de werking van art. 2.1-1. APV vallen. Cliënte merkt op dat in de bestemming Bos en Natuur er een vergunning nodig is voor het aanleggen en verharden van wegen en paden.
Dan had de vergunningaanvraag moeten worden afgewezen op de hiervoor sub A genoemde grond.’ Antwoord Voor de activiteit ‘het aanleggen of veranderen van een weg’ is de vergunningplicht geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV). Uit de APV blijkt dat het aanleggen 9
van de parkeerplaats niet vergunningplichtig is voor de activiteit ‘het aanleggen of veranderen van een weg’. In de APV is onder artikel 2:11 de vergunningplicht opgenomen voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg. 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. Als we dan naar de definitie voor weg kijken uit de APV zien we dat doorverwezen wordt naar de wegenverkeerswet. n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet. In de wegenverkeerswet wordt onderstaande definitie gebruikt: b. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; Hoe dit moeten worden gelezen, wordt bijvoorbeeld in het volgende artikel toegelicht: (https://www.dirkzwager.nl/kennis/artikelen/wanneer-is-een-weg-openbaar-in-de-zin-van-dewegenwet/). Daaruit kunnen we concluderen dat de parkeerplaats zoals aangevraagd door DTH geen weg is zoals bedoelt in de APV.
Zienswijze: Samenvatting D Reclamant stelt: ‘U verleent vergunning voor het plaatsen van straatmeubilair, zoals informatiebord, afvalbak en afsluitboom. Het zou conform het bestemmingsplan zijn. Cliënte merkt hieromtrent op dat het onlosmakelijk verbonden is met de rest van de aanvraag, zodat u ook dit deel moet afwijzen nu u de rest van de aanvraag afwijst.’ Antwoord Zie het antwoord onder samenvatting ‘A’ omtrent de onlosmakelijkheid. Het informatiebord, de afvalbak en de afsluitboom kunnen afzonderlijk van de parkeerplaats gerealiseerd worden en zijn dus niet onlosmakelijk verbonden met het realiseren van de parkeerplaats. Conclusie: De gemeente ziet in de zienswijzen geen aanleiding het ontwerpbesluit omgevingsvergunning WABO-2020-099 aan te passen.
10
Bijlage: zienswijze geanonimiseerd
11