CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota waarderen en afschrijven 2022_definitief.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 10: RV Nota waarderen en afschrijven 202211.819 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bijlage 1 | Afschrijvingstabel gemeente Leusden Soort actief 1.

2.

Immateriële vaste activa1 Kosten van onderzoek en ontwikkeling Bijdragen in activa van derden

5 conform afschrijvingstermijn activum derden

Materiele vaste activa met een economisch nut

Afvalinzameling Renovatie ondergrondse container Bovengrondse containers (inzamelmiddelen) Minicontainers (inzamelmiddelen) Ondergrondse containers, binnenelement 2 Ondergrondse containers, buitenput2 Automatisering Laptops & communicatiemiddelen Beeldschermen, accessoires Wifi-voorzieningen Server & storage Plotter Programmatuur (software) Gebouwen Gebouwen 1

Afschrijvingstermijn in jaren

5 10 15 10 20 4 5 5 5 7 5 t/m 8

Soort actief Renovatie Gebouwen (vervolg) Technische installaties (cv-installatie, klimaatregeling, zonnepanelen etc.) Noodlokalen Parkeergarage Inrichting serverruimte Gronden

Afschrijvingstermijn in jaren 15 t/m 25 15 t/m 25 15 40 12 geen afschrijving

Inventaris Bureaustoelen Bureaus Overig meubilair Audio visuele middelen Couponvernietiger Telefooncentrale

8 15 15 8 10 8

Markt Stroomvoorziening

10

Milieustraat Hekwerk overlaadperron Overslagdepot tuingroen Silo’s Toezichthoudershuisje Weegbrug

10 10 10 15 20

Riolering3

40

Bij voorkeur wordt immateriële vaste activa niet geactiveerd, zie hiervoor hoofdstuk 2 van deze nota. 2 Bij deze activasoorten is sprake van de componentenbenadering.

3 De eerste aanleg van riolering vindt plaats via de grondexploitaties. Vervanging loopt via de

daarvoor bestemde voorziening riolering. Derhalve zijn in de afschrijvingstabel geen specifieke afschrijvingstermijnen opgenomen.

22

Soort actief Scholen / onderwijs Speeltoestellen Meubilair (eerste inrichting) Onderwijsleerpakketten Buitensportaccommodaties Drainage Hekwerken om sportvelden Verharding, looppaden Beregeningsinstallatie Hockey, totaalrenovatie zand-ingestrooid Hockey, totaalrenovatie semi-waterveld Hockey, totaalrenovatie vol waterveld Voetbal totaalrenovatie natuurgras Honk- en softbal, totaalrenovatie Handbal, totaalrenovatie asfaltveld Totaalrenovatie velden en inrichting divers Totaalrenovatie voetbal en korfbal kunstgras Voertuigen, machines en gereedschappen Personen- en vrachtauto’s Mobiele compressorwagen Bebakeningsmateriaal Hogedruk waterreiniger Riool reinigingsmachine Zoutstrooiers Sneeuwploegen Bandtransporteur Slagboominstallatie

Afschrijvingstermijn in jaren

Soort actief 3.

10 15 8 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 36

8 15 5 8 8 8 10 10 15

Afschrijvingstermijn in jaren

Materiele vaste activa met een maatschappelijk nut

Civiele kunstwerken Betonnen bruggen Houten bruggen Stalen brug met composiet dek Kademuren (beton, metselwerk) Tunnels, duikers (beton) Steigers (hout) Geluid en grondkerende constructies (beton)

60 25 60 60 60 20 60

Groenvoorzieningen Beplanting algemeen Bosplantsoen Bomen

30 60 75

Openbare verlichting2 Masten Armaturen

50 25

Wegen

40

Verkeersregelinstallaties2 Automaten Installaties

15 30

Straatmeubilair Abri’s, bewegwijzering, straatnaamborden, verkeersborden

15

Speelvoorzieningen

10

23

Bijlage 2 | Het belang van de materiële vaste activa voor raadsleden Bron: notitie materiele vaste activa 2020 van de Commissie BBV Materiële vaste activa worden in het dagelijks leven veelal geduid als investeringen. In het BBV wordt consequent gesproken over materiële vaste activa of kapitaalgoederen als het gaat om bezittingen en de bijbehorende begrippen afschrijvingen en onderhoud. In dit hoofdstuk voor de raad geven we op hoofdlijnen aan wat materiële vaste activa zijn en welke taken en verantwoordelijkheden de raad op dit vlak heeft. We gaan ook kort in op de aandachtspunten en informatie waar raadsleden zich van bewust moeten zijn. Materiële vaste activa hebben mogelijk grote meerjarige financiële consequenties. Het is van belang dat de raad vooraf het te voeren beleid goedkeurt en via begroting en jaarrekening vaststelt dat dit beleid ook uitgevoerd wordt.

Materiële vaste activa kunnen een zeer uiteenlopende vorm hebben. Investeringen in wegen en gebouwen zijn de meest voorkomende activa, maar ook investeringen in apparatuur en machines en grond kunnen, afhankelijk van het gevoerde beleid, onderdeel uitmaken van de materiële vaste activa. Overigens is er bij investeringen niet altijd sprake van een nieuw object. Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven:  leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of  leiden tot een levensduurverlenging; en/of  aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften die invloed hebben op de waarde en de levensduur). Wanneer uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, dan is er sprake van onderhoud. Objecten die geen deel uitmaken van de materiële vaste activa zijn voorwerpen van cultuur-historische waarde en voorraden.

Objecten (bijvoorbeeld gebouwen, wegen) worden geactiveerd als deze een langere tijd (langer dan 1 jaar) mee gaan en een bepaalde waarde hebben. Als deze voor eigen gebruik zijn worden ze gezien als langlopende bezittingen ofwel vaste materiële activa op de balans. Het aanschaffen of vervaardigen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Materiële vaste activa zijn dus feitelijk de objecten die door investeringen door een gemeente worden verworven. Onder investeren wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

Het investeringen- en afschrijvingen beleid wordt uiteengezet in de financiële verordening op grond van artikel 212 Gemeentewet. In artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid vaststelt. De verordening bevat in ieder geval regels voor waardering en afschrijving van activa, de zogenaamde ‘waarderingsgrondslagen’, zoals:  afschrijvingsmethode per categorie;  moment van starten met afschrijven;  de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn;  de componentenbenadering;  restwaarde.

De investeringen worden op de balans verantwoord. De lasten voortvloeiende uit de investeringen in materiële vaste activa, zoals onderhoud, afschrijvingen, toegerekende rente en verzekeringen behoren tot de jaarlijkse exploitatielasten

In de verordening artikel 212 Gemeentewet kan de gemeente ook bepalen, dat er voor het financieel beleid, waaronder het waarderings- en afschrijvingsbeleid van activa, een afzonderlijke nota wordt opgesteld en vastgesteld.

2.1 Wat zijn materiële vaste activa?

24

Aanbeveling  De commissie BBV beveelt aan om de wijze waarop met investeringen en afschrijvingen wordt omgegaan vast te leggen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen, een nota investeringen of de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. In aanvulling hierop kan een investeringsplan voor het huidige en de komende jaren een bijlage vormen die jaarlijks geactualiseerd wordt. De notitie bevat onder meer de financiële grens die getrokken wordt waarboven objecten als investeringen worden beschouwd. Deze grens kan per gemeente verschillen. Het is niet toegestaan deze grens aan te passen met het oog op financieel evenwicht4. Elke wijziging van de grens wordt beschouwd als een stelselwijziging en heeft tot gevolg dat vergelijkende cijfers moeten worden opgesteld. Zie hoofdstuk 6.

2.2 Onderhoud vaste activa/kapitaalgoederen/investeringen Voor sommige taken waarop materiële vaste activa betrekking hebben geldt dat de gemeente wettelijk verplicht is deze te onderhouden. De gemeente moet bijvoorbeeld zorgen voor riolering en onderhoud van wegen. Achterstallig onderhoud kan leiden tot aansprakelijkheidstelling. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' de mogelijkheid kaders te stellen voor het onderhoud van infrastructuur, voorzieningen5 en gebouwen. Dat is van belang omdat: • er veel geld mee is gemoeid. Materiële vaste activa leggen blijvend een groot beslag op de gemeentelijke begroting. Een zo volledig mogelijk overzicht én onderbouwing van deze kosten zijn daarom van groot belang voor een goed inzicht in de financiële positie;

• materiële vaste activa nodig zijn om de programmadoelen van de gemeente te realiseren. Om bijvoorbeeld economische ontwikkeling te stimuleren is een goede bereikbaarheid van belang; • materiële vaste activa het ‘gezicht’ van de gemeente zijn. De raad moet zich uitspreken over de gewenste kwaliteit en het onderhoudsniveau van de openbare ruimte. Raadsleden kunnen hun kader stellende en controlerende taak bij het onderhoud van de materiële vaste activa op verschillende manieren invullen: • Algemene kaders stellen over welke materiële vaste activa de gemeente moet hebben en hoe zij met haar materiële vaste activa omgaat. • Invloed uitoefenen op afzonderlijke investeringsbeslissingen (zoals wel/niet brug bouwen). • De kwaliteit van de aanwezige materiële vaste activa bewaken en zo nodig bijsturen. Sluiten de materiële vaste activa aan bij de doelen van de gemeente? Kost het niet te veel geld? • Het beleid biedt handvatten om te kunnen sturen op de te bereiken doelstellingen en evenwichtig om te gaan met de (schaarse) ruimte.

2.3 Investeringsbudgetten De lasten die voortvloeien uit investeringen in materiële vaste activa worden in het overzicht van baten en lasten, deel uitmakende van de financiële begroting, verantwoord. Bij de vaststelling van de begroting door de raad worden niet alleen de baten en lasten vastgesteld, maar stelt de raad ook de investeringen vast. Dit betekent in dat geval dat de raad geen investeringsbudgetten meer beschikbaar hoeft te stellen. De raad kan op twee manieren (Leusden kent er drie) specifieke investeringsvoorstellen apart voorgelegd krijgen. De eerste manier is dat

4 In artikel 189 lid 2 van de Gemeentewet staat: De raad ziet erop toe dat de begroting

structureel en reëel in evenwicht is. Anders gezegd: De raad stelt een begroting vast die structureel en reëel in evenwicht is. Van de eis dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is kan de raad afwijken indien voldoende aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht uiterlijk in de laatste jaarschijf van de meerjarenraming tot stand zal worden gebracht. Als structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel

evenwicht. Dit geldt per jaarschijf van de begroting en de meerjarenraming. Reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. 5 Denk hierbij aan verkeersvoorzieningen zoals verkeerslichten

25

de raad bij de begrotingsbehandeling en –vaststelling aangeeft van welke investering(en) hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De tweede manier is dat de raad algemene regels vaststelt over (omvangrijke) investeringen die afzonderlijk ter goedkeuring aan de raad moeten worden voorgelegd. Voorts komt het voor dat er in de loop van het begrotingsjaar investeringsbudgetten noodzakelijk zijn die niet bij de vaststelling van de begroting voorzien waren. Aan de raad moet dan een voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd. Een dergelijk voorstel moet vergezeld gaan van een structureel en reëel sluitende begrotingswijziging, waarin de baten en de lasten, waaronder de kapitaallasten voortvloeiende uit de investering, zijn opgenomen.

26

Bijlage 3 | Afwegingsschema onderhoud versus investeren

groot

Is er sprake van een uitgave met meerjarig nut met een waarde die hoger is dan de activagrens?

Nee

Als last in de exploitatie verantwoorden

Ja

Betreft het iets nieuws of is er sprake van vervanging van een bestaand actief?

Vervanging

Nieuw

Is er sprake van vervanging van een onderdeel van een bestaand actief?

Is er sprake van een toevoeging aan bestaande activa?

Ja

Is het antwoord op tenminste een van de onderstaande vragen ja? 

 

Leidt de uitgaaf tot een significante kwaliteitsverbetering t.o.v. de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur? Leidt de uitgaaf tot een verlenging van de levensduur? Betreft de uitgaaf aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving?

Ja

Uitbreidingsinvestering

Ja

Nee

Nee

Onderhoud (t.l.v. voorziening)

Nieuwe investering

Nee

Is het antwoord op tenminste een van de onderstaande vragen ja? 

 

Leidt de uitgaaf tot een significante kwaliteitsverbetering t.o.v. de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur? Leidt de uitgaaf tot een verlenging van de levensduur? Betreft de uitgaaf aanpassingen om te voldoen aan wet- en regelgeving?

Ja

Vervangingsinvestering

Vervangingsinvestering

Nee

Onderhoud (t.l.v. voorziening)

27

Bijlage 4 | Onderbouwing investeringsaanvragen De raad kan alleen investeringskredieten accorderen die in voldoende mate zijn onderbouwd en gespecificeerd. Investeringsaanvragen moeten dan ook de volgende elementen omvatten: 

Specificatie van de investeringsaanvraag;

Programma waartoe de investering behoort;

Betreft het een vervanging- of uitbreidingsinvestering. Indien het een vervangingsinvestering betreft wordt aangeven of er nog een inhaalafschrijving dient plaats te vinden op het te vervangen actief;

Afschrijvingstermijn, inclusief aanvullende motivatie wanneer de termijn afwijkt van de afschrijvingstabel;

Wijze van dekking;

Jaarlijkse exploitatielasten, d.w.z. de kapitaallasten en overige exploitatiekosten;

Liquiditeitsfasering, waarin is aangegeven in welk tempo de investeringsbedragen zullen worden aangewend;

Eventueel aan te vragen subsidies;

Voor investeringen worden eventuele risico’s benoemd die met de investering samenhangen en op welke wijze het college deze risico’s (gaat) beheersen.

28

Bijlage 5 | Begrippenlijst

Rente

Investeren

De kredietvergoeding die over de resterende boekwaarde van investeringen wordt berekend.

Onder investeringen wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

Kapitaallasten

Kredieten

De som van de jaarlijkse kosten van rente en afschrijving. Deze worden ten laste van de exploitatie gebracht.

Deze term wordt bij de centrale overheden soms gebruikt om aan de raad toestemming te vragen voor het doen van uitgaven in het kader van investeringen. Deze term wordt in het BBV vermeden bij gebrek aan een eenduidige betekenis.

Activeren Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde bezit /kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd.

Waarderen De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Afschrijven Het op een methodische wijze in de boekhouding (verslaglegging en verslaggeving) tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een kapitaalgoed over een bepaalde periode.

Boekwaarde De verkrijgings- of vervaardigingsprijs minus de al afgeschreven termijnen.

Componentenbenadering De componentenbenadering houdt in dat op verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele verwachte gebruiksduur van die delen.

Groot onderhoud Uitvoering van correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Groot onderhoud dient zich in de regel aan, is daarom vaak gepland, is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object.

Klein onderhoud Preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau.

Levensduur De levensduur van een actief wordt onderscheiden in economische en technische levensduur. De technische levensduur van een actief is de maximale periode waarover dat actief een bijdrage aan de productie kan leveren. De economische levensduur is de maximale periode waarover het economisch verantwoord is van een actief gebruik te maken.

29

Bijlage 6 | Wetgeving BBV Artikel 34 In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36 In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 4. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 5. woningbouwcorporaties; 6. deelnemingen; 7. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; f.

overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.

Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen; b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g. overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;

30

d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte gronden hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs.

Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.

3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2966/documents/31062