Kadernota 2026 - 2029.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2026 – 2029
Gemeente Leusden
Inhoudsopgave 1.
Aanbieding .................................................................................................................................. 3
2.
Financiële uitkomsten kadernota 2026 .................................................................................... 4
3.
Financiële doorrekening bestaand beleid ............................................................................... 5
4.
5.
6.
7.
3.1.
Inleiding ........................................................................................................................... 5
3.2.
Tussentijdse begrotingswijzigingen ................................................................................. 5
3.3.
Voorjaarsnota 2025 ......................................................................................................... 5
Nieuw beleid ............................................................................................................................... 7 4.1.
Inleiding ........................................................................................................................... 7
4.2.
Domein bestuur ............................................................................................................... 7
4.3.
Domein leefomgeving ...................................................................................................... 8
4.4.
Domein samenleving ....................................................................................................... 9
4.5.
Domein ruimte ............................................................................................................... 11
4.6.
Overhead ....................................................................................................................... 12
Uitgangspunten begroting ...................................................................................................... 14 5.1.
Inleiding ......................................................................................................................... 14
5.2.
Indexering ...................................................................................................................... 14
5.3.
Spelregels begroting ...................................................................................................... 14
Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................................. 15 6.1.
Inleiding ......................................................................................................................... 15
6.2.
Algemene uitkering ........................................................................................................ 15
6.3.
Woonlasten .................................................................................................................... 17
Maatregelen .............................................................................................................................. 20 7.1.
Sluitende begroting 2026 .............................................................................................. 20
7.2.
Sluitende begroting 2027 en verder .............................................................................. 21
8.
Ontwikkelingen ......................................................................................................................... 22
9.
Conclusie .................................................................................................................................. 24
Kadernota 2026 – 2029
-2-
Aanbieding
1.
Algemeen Hierbij presenteren wij, het college van burgemeester en wethouders van Leusden, u de kadernota 2026 – 2029. Op basis van deze kadernota wordt de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 – 2029 vormgegeven. Ravijnjaar Het ravijnjaar 2026 dient zich al langere tijd aan. Bij de vorige kadernota’s (en begrotingen) heeft de gemeente er voor gekozen om nog geen maatregelen op te nemen die het tekort in 2026 en verder verkleinen. Dit was in lijn met het advies van de VNG om zo het tekort zichtbaar te maken en daarmee de lobby van de VNG voor extra middelen in het gemeentefonds te ondersteunen. Ondanks de inzet van de VNG is er (nog) geen sprake van een substantiële bijstelling van het gemeentefonds. De gemeenten hebben voor 2026 te maken met een flinke korting op hun begroting. Daarnaast is er ook sprake van een stijging van de kosten die vanuit de systematiek van de indexering van het gemeentefonds maar gedeeltelijk wordt gecompenseerd1. De gevolgen laten zich raden. We presenteren u een kadernota met een fors begrotingstekort voor de komende jaren. Ook doen we voorstellen om de begroting van 2026 structureel sluitend te maken. Hiermee willen we komen tot een begroting die voldoet aan de eisen van de provincie. De voorstellen vallen uiteen in 4 groepen van maatregelen: ▪ ▪ ▪ ▪
Bezuinigingen Inzet van de algemene reserve Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB) Verhoging van de toeristenbelasting en leges
Met dit pakket wordt invulling gegeven aan de raadsbrede motie ‘Voorbereidingen kadernota ravijnjaar 2026’ die op 3 april 2025 unaniem is aangenomen. Algemene uitkering – maatregelen van het Rijk Nog meer dan andere jaren wordt er uitgekeken naar de gevolgen voor de gemeenten uit de voorjaarsnota van het Rijk. Door gemeenten en de VNG is er veel gelobbyd voor extra middelen. Bij het schrijven van deze kadernota zijn er al wel maatregelen uitgelekt maar wat de precieze uitwerking daarvan is weten we nog niet. Dat wordt duidelijk in de meicirculaire. Anders dan vorig jaar hebben we dan ook geen prognose opgenomen van dit financieel effect. Het is één van de onzekerheden waarmee we te maken hebben in de periode tussen kadernota en de begroting.
1 Publicatie VNG – Bijzondere ledenbrief ‘Rijksbegroting 2025 en de gevolgen voor gemeenten’
Kadernota 2026 – 2029
-3-
2.
Financiële uitkomsten kadernota 2026
De financiële uitkomsten van de kadernota 2026 zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Voor alle tabellen geldt dat een negatief getal een tekort of nadeel is en een positief getal een overschot of voordeel. Tabel 2-1: Saldo Kadernota 2026 (bedragen x € 1.000) 2026 Saldo begroting 2025-2028 Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen
2027
2028
2029
-2.691
-2.011
-1.662
-1.662
-336
-336
-336
-336
Resultaat voorjaarsnota 2025
-218
-286
-340
-507
Startpositie kadernota 2026
-3.245
-2.633
-2.338
-2.505
Saldo nieuw beleid Saldo Kadernota 2026
-972
-809
-809
-744
-4.217
-3.442
-3.147
-3.249
De kadernota start met een tekort van € 4,2 miljoen in 2026 en loopt af naar een tekort van € 3,25 miljoen in 2029. Dit betekent dat er maatregelen nodig zijn om het jaar 2026 sluitend te krijgen. Het saldo wordt ook beïnvloed door tussentijdse besluiten en nieuw beleid vanaf 2026. De tussentijdse besluiten en het resultaat voorjaarsnota 2025 worden nader toegelicht in hoofdstuk 3. Het voorgestelde nieuwe beleid wordt besproken in hoofdstuk 4. In verband met de beoordeling van onze komende begroting door de provincie is het saldo hieronder gesplitst in een structureel en een incidenteel saldo. Het GTK2 stelt als voorwaarde dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Onderstaande weergave is gebaseerd op de richtlijn van de provincie. Wat het verschil is tussen structurele en incidentele posten wordt toegelicht in de ‘Notitie structurele en incidentele baten en lasten’ van de commissie BBV. Tabel 2-2: Structureel saldo Kadernota 2026 (bedragen x € 1.000) 2026 Saldo kadernota 2026 Saldo incidentele baten en lasten (incl. mutaties reserves) -/Structureel saldo Kadernota 2026
2027
2028
2029
-4.217
-3.442
-3.147
-3.249
-815
-75
-20
0
-3.402
-3.367
-3.127
-3.249
Het verwachte structureel saldo voor 2026 is een tekort van € 3,4 miljoen. Ook voor 2027 en verder is er een structureel begrotingstekort. Om voor 2026 tot een structureel sluitende begroting te komen stelt het college diverse maatregelen voor. Deze maatregelen worden toegelicht in hoofdstuk 7. Ontwikkelingen na de kadernota Bij de voorjaarsnota van het Rijk worden er mogelijk nog maatregelen genomen die invloed hebben op het begrotingssaldo voor 2026 en verder. Deze maatregelen komen tot uiting in de meicirculaire. De meicirculaire is nog niet verwerkt in deze kadernota maar maakt wel deel uit van de begroting 2026. In paragraaf 6.2 wordt nader ingegaan op de algemene uitkering. Ook in de diverse domeinen zijn er ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het saldo van de begroting 2026 en de jaren daarna. Deze worden, voor zover bekend bij het schrijven van deze kadernota, toegelicht in hoofdstuk 8.
2 Gemeenschappelijk toezichtskader. Hierin is vastgelegd hoe door de provincie invulling wordt
gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten. Kadernota 2026 – 2029
-4-
3.
Financiële doorrekening bestaand beleid
3.1.
Inleiding
Het startsaldo van de kadernota is gebaseerd op het saldo van de jaarschijven 2026 – 2028 uit de begroting 2025. Na het vaststellen van de begroting zijn er nog besluiten genomen die invloed hebben op het begrotingssaldo voor 2026 en verder. Ook de actualisatie van de begroting 2025 bij de voorjaarsnota 2025 is van invloed op de begroting voor 2026 – 2029. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste effecten toegelicht.
3.2.
Tussentijdse begrotingswijzigingen
De tussentijdse begrotingswijzigingen met een meerjarig effect vanaf 2026 bestaan uit de volgende besluiten: Tabel 3-1:Tussentijdse begrotingswijzigingen (bedragen x € 1.000) S/I Gewijzigde uitvoering DOBR
S
Beëindiging actieve verkoop snippergroen
S
2026
2027
-286
Totaal
2028
-286
2029
-286
-286
-50
-50
-50
-50
-336
-336
-336
-336
Gewijzigde uitvoering DOBR Op 3 oktober 2024 heeft de raad het raadsvoorstel ‘Dagelijks onderhoud buitenruimte (DOBR)’ aangenomen. Hierbij zijn er structureel extra middelen beschikbaar gesteld. Het raadsvoorstel ‘Aanbesteding onderhoud buitenruimte’ van 6 maart 2025 is door de raad verworpen. De extra middelen die in dit raadsvoorstel werden gevraagd zijn daarom ook niet meegenomen in deze kadernota. Zie hiervoor ook hoofdstuk 8. Beëindiging actieve verkoop snippergroen Op 12 december 2024 is er een raadsbesluit genomen over het beëindigen van de actieve verkoop van snippergroen.
3.3.
Voorjaarsnota 2025
In de Voorjaarsnota 2025 zijn de begrote meerjarige uitgaven en inkomsten voor het bestaand beleid geactualiseerd. Dit betreft de financiële vertaling van tussentijdse raads- en collegebesluiten en de effecten van autonome ontwikkelingen. De Voorjaarsnota 2025 geeft een structurele verslechtering voor alle begrotingsjaren in deze kadernota, oplopend van € 218.000 in 2026 tot ruim € 500.000 in 2029. In de Voorjaarsnota 2025 worden deze ontwikkelingen toegelicht. Tussentijdse raming december 2024 In december 2024 is een tussentijdse raming gegeven over het resultaat van de voorjaarsnota 2025 voor de jaren 2026 – 2029. Destijds werd een veel gunstiger resultaat voor de voorjaarsnota voorzien. De belangrijkste redenen waarom de voorjaarsnota slechter uitpakt zijn: Bijstelling algemene uitkering Bij de tussentijdse raming waren de effecten van de september- en de decembercirculaire van 2024 opgenomen. In de voorjaarsnota zijn behalve deze 2 circulaires ook de effecten van de WOZ-korting op de algemene uitkering verwerkt. De stijging van de WOZ-waarden geeft een negatieve bijstelling van € 365.000 voor 2026 oplopend tot ruim € 500.000 in 2029. Rentebaten De rente op de geldmiddelen die we van het Rijk ontvangen bedroeg in het 3e kwartaal van 2024 nog ruim 3,5%. Ondertussen is de rente gedaald en rekenen we voor 2026 met een percentage van 2%.
Kadernota 2026 – 2029
-5-
Op een saldo van ca. € 30 miljoen geeft 1 procent lagere rente een effect van € 300.000. Daardoor is het extra rentevoordeel dat we in december nog hebben ingeschat op € 600.000 gedaald naar € 170.000. Formatie organisatiedirecteur In de raming van december was het schrappen van de formatie van organisatiedirecteur meegenomen. Deze maatregel is op verzoek van de raad onderdeel geworden van de maatregelen (zie ook hoofdstuk 7).
Kadernota 2026 – 2029
-6-
4.
Nieuw beleid
4.1.
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft nieuw beleid per domein en het budget dat hiervoor wordt gevraagd. Zoals in hoofdstuk 2 is weergegeven is het structureel begrotingssaldo voor de jaren 2026 en verder negatief. We zijn daarom terughoudend met het invoeren van nieuw beleid om de tekorten niet onnodig nog groter te maken. Toch vinden we het nodig om in deze kadernota nieuw beleid voor te dragen. Veranderde omstandigheden vragen om aanpassing van het bestaand beleid. Dit leidt tot een verslechtering van het begrotingssaldo waardoor extra maatregelen nodig zijn om de begroting sluitend te maken. Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het voorgestelde nieuw beleid per domein weer. Tabel 4-1: Financiële effecten nieuw beleid per domein (bedragen x € 1.000) Domein
FTE
2026
2027
2028
2029
Bestuur
1,55
-141
-141
-141
-141
Leefomgeving
1,00
-197
-222
-222
-202
Samenleving
1,45
-332
-229
-229
-229
-130
-45
-45
0
Ruimte Overhead
1,22
-172
-172
-172
-172
Totaal
5,22
-972
-809
-809
-744
Opsplitsing van het saldo in structurele en incidentele effecten geeft het volgende beeld: Tabel 4-2: Financiële effecten nieuw beleid structureel en incidenteel (bedragen x € 1.000) 2026
2027
2028
2029
Effect op structurele baten en lasten
-696
-789
-789
-744
Effect op incidentele baten en lasten
-276
-20
-20
0
Totaal
-972
-809
-809
-744
4.2.
Domein bestuur
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein bestuur weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-3: Financiële effecten nieuw beleid domein bestuur (bedragen x € 1.000) FTE
S/I
Veiligheid
Bestuur
0,55
S
-57
-57
-57
-57
Burgerzaken
1,00
S
-69
-69
-69
-69
S
-15
-15
-15
-15
-141
-141
-141
-141
Borging wet digitale toegankelijkheid Totaal
2026
1,55
2027
2028
2029
Veiligheid Binnen de huidige formatie van team Veiligheid (2,7 fte) is er te weinig ruimte om te investeren in beleid op het gebied van ondermijning. We merken steeds meer dat onverwachte veiligheidsvraagstukken veel tijd en capaciteit vragen. Als gemeente moeten we hier op acteren waarbij we merken dat het inzetten van bestuursrechtelijke maatregelen vaak een langlopend traject is. Veel van de preventieve of reguliere taken blijven door deze verschuiving van capaciteit liggen, vooral op het gebied van ondermijning. Dit terwijl recente incidenten laten zien dat het nodig is om hierop te blijven inzetten in de vorm van de uitvoering van controles. Het heeft ook een preventieve werking als de gemeente ondermijningsbeleid heeft vastgesteld.
Kadernota 2026 – 2029
-7-
De gemeente vervult een belangrijke regierol in de aanpak van ondermijning. Wij hebben aanvullende capaciteit (0,55 fte) nodig om ondermijning langdurig, integraal en preventief aan te kunnen (blijven) pakken. Burgerzaken Binnen gemeente Leusden hebben we te maken met een sterk gegroeid en nog steeds groeiend aantal bezoekers en digitale aanvragen. Om de dienstverlening in termen van kwaliteit (specialismen) en kwantiteit op peil te houden en om meer stabiliteit in het team te waarborgen, is er naast de huidige formatie (2,8 fte) aanvullende formatie nodig (1 fte). Borging wet digitale toegankelijkheid Iedereen moet informatie en diensten van de overheid kunnen bereiken en gebruiken. Dat geldt ook voor digitale informatie en diensten. Daarom moeten alle websites en apps van overheidsorganisaties voldoen aan toegankelijkheidseisen. In 2025 werkt de gemeente aan het verbeteren van de digitale toegankelijkheid en het voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor www.leusden.nl. Daarna volgt inspanning om alle websites zoveel als mogelijk te laten voldoen. Hiervoor is structureel extra budget noodzakelijk vanaf 2026.
4.3.
Domein leefomgeving
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein leefomgeving weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-4: Financiële effecten nieuw beleid domein leefomgeving (bedragen x € 1.000) Leefomgeving
FTE
I/S
1,00
S
-87
Invasieve exoten
I
-20
-20
-20
Klimaatadaptatie
S
-55
-115
-115
-115
Inzet voor dossier wolf
I
-35 -107
-107
-87
Sportaccommodaties
Totaal
2026
1,00
2027
-142
2028 -87
2029 -87
-87
Sportaccommodaties Onderhoud en monitoring van de technische staat van sportaccommodaties is bij de afdeling Inrichting en beheer openbare ruimte (IBOR) belegd. Voor de buitensportaccommodaties wordt dit nu gedaan door de specialist groen. Hij gaat zich voortaan enkel richten op het grote groenareaal van de gemeente Leusden. Dat houdt in dat er een beheerder sportaccommodaties (1 fte) nodig is die naast het beheer ook meewerkt aan diverse projecten ter vervanging/vernieuwing van het zwembad en buitensportaccommodaties. Invasieve exoten Een belangrijke bedreiging voor de biodiversiteit vormen de invasieve exoten. Dit zijn planten en dieren die uit exotische gebieden komen en invasief de inheemse flora en fauna bedreigen. Beruchte voorbeelden zijn Japanse duizendknoop, Grote berenklauw en Springbalsemien. Deze soorten zijn bestreden in de openbare ruimte van Leusden maar het is van belang dat we het goed beheren en blijven bestrijden. Dit budget is bedoeld om de continuïteit van de bestrijding te garanderen en bestrijdingsinspanningen van eerdere jaren af te ronden. Dit is in 2028 afgerond. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie staat hoog op de Leusdense politieke agenda en is een wettelijke plicht. Hiermee maken we onze gemeente robuuster bij het veranderd klimaat.
We zorgen dat ook bij hittegolven, extreme plensbuien en lange droogteperioden Leusden een fijn dorp blijft om te wonen, werken en recreëren. We willen het huidige kwaliteitsniveau behouden en waar mogelijk verbeteren. Leusden pakt klimaatadaptatie op meerdere manieren aan. Als we de openbare ruimte aanpakken, dan verwijderen
Kadernota 2026 – 2029
-8-
we bijvoorbeeld overbodige verharding en plaatsen kwalitatief groen en zorgen voor schaduwplekken. We spannen ons in om water schoon te houden door de aanleg van regenwaterstelsels en verminderen instroom van vies water in onze stedelijke wateren. We helpen bewoners om hun huis en tuin hitte-proof en waterbestendig te maken door hierover te communiceren en wellicht ook subsidiëren. In het nog op te stellen omgevingsprogramma zal een mix aan maatregelen met de daarbij behorende kosten worden aangeboden aan het college en raad. De genoemde bedragen zijn een inschatting. Er volgt dit jaar besluitvorming over het programma klimaatadaptatie. Het programma bestrijkt meerdere domeinen; ruimte, samenleving en leefomgeving. De bedragen zijn bedoeld voor: ▪ communicatie om bewoners en bedrijven te verleiden tot klimaat adaptieve keuzes: € 30.000; ▪ kosten voor mogelijke subsidieregelingen: € 50.000 (voor 2026 zit dit bedrag al in de begroting); ▪ onderzoek effecten en bijstellen maatregelen vanwege cyclus Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie: € 30.000. Mogelijke investeringen op het vlak van klimaatadaptatie zullen als werk-met-werk opgenomen worden in bijvoorbeeld de renovatie van de openbare ruimte. Tevens wordt € 5.000 gevraagd omdat de huidige functie beleidsadviseur water en klimaatadaptatie niet (meer) past bij het regisseren van het programma klimaatadaptatie.
Inzet voor dossier wolf Het dossier wolf vraagt veel inzet van meerdere disciplines binnen de gemeentelijke organisatie. In 2025 wordt dit opgevangen met de bestaande formatie. Dit vraagt om keuzes in de jaarplannen voor 2025. Daarnaast is het dossier wolf een nieuw dossier met nog onbeantwoorde vragen en onzekerheid over het vervolg. Dit geldt voor de gemeente Leusden maar ook voor andere gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug. Hoewel het primaat ligt bij de provincie Utrecht heeft de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) aangeboden om haar specialisten (ecologen, handhavers, wolvenexperts, juristen) in te zetten ten dienste van de gemeenten. Hierdoor kan efficiënter worden geopereerd dan wanneer de gemeenten hier zelf mee aan de slag gaan. Daarmee zijn de gemeenten veel minder tijd kwijt aan het dossier wolf en het schaalvoordeel leidt tot minder kosten.
4.4.
Domein samenleving
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein samenleving weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-5: Financiële effecten nieuw beleid domein samenleving (bedragen x € 1.000) Samenleving
FTE
Zwemveiligheid Jeugdzorg
0,45
Budgetbeheer Inburgering (incidenteel)
I/S
2026
2027
S
-25
I
-40
S
-35
2028
2029
-25
-25
-25
-35
-35
-35
I
-96
S
-77
-77
-77
-77
POH Jeugd GGZ
S
-59
-92
-92
-92
Interventiemaatregelen Sociaal Domein
I
0 -229
-229
-229
Inburgering (structureel)
Totaal
1,00
1,45
-332
Zwemveiligheid De raad heeft op 16 december 2024 besloten zwemlessen voor volwassenen met een kleine beurs mogelijk te maken en daarover nadere afspraken te gaan maken met SRO en daarnaast om Swim
Kadernota 2026 – 2029
-9-
Experience te behouden. De raad besloot de structurele voortzetting van de budgetten hiervoor vanaf 2026 te betrekken bij de integrale afweging van nieuw beleid bij de Kadernota 2026. Jeugdzorg Vanwege de landelijke en regionale ontwikkelingen in de jeugdzorg zoals de Hervormingsagenda Jeugd, Richtinggevend Kader Lokale teams en de regionale inkoop van MetMaya is de druk op het beleidsveld jeugd groot. Er moet veel gebeuren om samen met de uitvoeringspartners de jeugdzorg uitvoerbaar en betaalbaar te houden. Binnen het team Sociaal Domein proberen we al door interne verschuivingen hier extra op in te zetten, maar er is nog extra tijdelijke capaciteit (0,45 fte) nodig om deze opgave verder te kunnen brengen. Budgetbeheer Eind 2022 heeft gemeenteraad besloten tot een driejarige pilot budgetbeheer ter hoogte van € 90.000. Dit in de veronderstelling dat inzet op budgetbeheer een besparing zou opleveren op de kosten van bewindvoering (bijzondere bijstand). Op basis van de eerste anderhalf jaar van de pilot zien we een teruggang in het aantal cliënten bewindvoering maar zijn de kosten hiervan wel gestegen. Wanneer we budgetbeheer niet opnemen in ons instrumentarium verwachten wij dat het aantal cliënten en de kosten flink zullen stijgen. Daarom stellen we voor de pilot op te nemen in ons regulier instrumentarium.
Inburgering Gemeenten hebben sinds 1 januari 2022 de wettelijke taak om statushouders, naast begeleiding naar werk en participatie, ook goed kwalitatief inburgeringsonderwijs en begeleiding bij de inburgering te bieden. Met de toegenomen instroom en de huidige hoge caseload van 140/150 inburgeraars is niet alleen formatie-uitbreiding nodig, maar zijn er ook extra uitvoeringskosten bij externe partijen. Naast deze volumestijging speelt de herinrichting van de uitvoering een rol, waartoe het college in juni 2024 heeft besloten dat de individuele begeleiding wordt sinds september 2024 niet meer door Integratiewerk uitgevoerd, maar door Arbeidsintegratie, Lariks en Vluchtelingenwerk. De dekking voor 2024 en 2025 bestond deels uit incidentele middelen; voor het jaar 2026 en verder zou een structureel financieel plaatje worden opgesteld in het eerste kwartaal van 2025. Door de onzekerheid vanuit het kabinet rondom asielbeleid is het zoeken naar structurele middelen nu niet opportuun. Het is wel van belang om in afwachting van de kabinetsplannen in ieder geval voor 2026 voldoende dekking te vinden. Tevens is er uitbreiding van de formatie van ‘regievoerder inburgering’ (0,45 fte) nodig.
De regievoerder inburgering coördineert inburgeringstrajecten, stelt leerroutes en PIP’s (Persoonlijk plan inburgering en participatie) op en bewaakt de voortgang en kwaliteit voor zowel statushouders als gezinsmigranten. Binnen de huidige formatie is er geen functie van een ondersteuner (0,55 fte) beschikbaar die de regievoerders en beleidsadviseur kan ontlasten bij de administratieve taken. Dit is echter wel nodig gezien de hoge caseload en werkdruk op dit terrein. POH Jeugd GGZ Een van de maatregelen die preventief werkt is de inzet van de POH (Praktijk Ondersteuner Huisartsen) Jeugd GGZ (geestelijke gezondheidszorg) bij de huisartsen. De POH Jeugd GGZ is in dienst van de huisartsen en wordt gesubsidieerd door de gemeente Leusden. Een van de thema’s in de Hervormingsagenda Jeugd (2023 – 2028) is ‘stevige lokale teams & toegang’. Een maatregel die daaronder hangt is dat lokale teams en huisartsen beter met elkaar verbonden zijn. Onderdeel van de Hervormingsagenda is de brede invoering van de praktijkondersteuner Jeugd. Deze maatregel heeft potentie tot besparingen en wordt daarom ook landelijk geadviseerd. Sinds 2020 bekostigt de gemeente Leusden 3 praktijkondersteuners specifiek voor Jeugd. Zij zijn werkzaam voor alle 9 huisartsenpraktijken in de gemeente Leusden. Een deel van de inzet van de POH's Jeugd is tot 2026 met incidentele middelen gedekt.
In de begroting is hiervoor € 125.500 opgenomen terwijl
Kadernota 2026 – 2029
- 10 -
de werkelijke kosten € 218.000 zijn. Hiermee worden de werkelijke kosten structureel in de begroting verwerkt.’ Interventiemaatregelen Sociaal Domein De afgelopen jaren is er binnen het Sociaal Domein een aantal nieuwe projecten gestart op basis van incidentele dekking. Voorbeelden zijn o.a. Buurtgezinnen, Kamers met Aandacht, Pilot jongeren schuldenvrij en OV-ambassadeurs. Deze projecten sluiten aan bij de doelen uit het Beleidskader Sociaal Domein maart 2023 – 2027 en passen ook binnen de transformatieopgaven. Deze projecten zijn de afgelopen jaren gedekt met incidentele middelen. Het gaat bijvoorbeeld om middelen behorend bij het Beleidskader, middelen Brede SPUK, NPO-middelen, en een ZonWmsubsidie. Vooraf was bekend dat voor deze projecten geen structurele middelen beschikbaar waren. We hebben inzichtelijk gemaakt voor welke projecten vanaf 2026 of 2027 geen dekking meer is. Ons voorstel is om de projecten die per 2026 zouden moeten stoppen nog een jaar door te laten lopen en incidenteel te dekken vanuit de reserve met aangewezen bestemming (bedoeld voor inzet op het terrein van 'gezondheid, bewegen en sport en cultuurparticipatie'). Het gaat hierbij om een bedrag van € 140.500. In de eerste helft van 2026 volgt er een voorstel richting 2027 en verder.
4.5.
Domein ruimte
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein ruimte weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-6: Financiële effecten nieuw beleid domein ruimte (bedragen x € 1.000) Ruimte
FTE
I/S
2026
2027
2028
2029
Opstellen Nota Parkeernormen
I
-25
Beleidsnota verkeersregelinstallaties
I
-15
Wegenlegger
I
-45
Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT)
S
-45
-45
-45
-130
-45
-45
Totaal
0
Opstellen Nota Parkeernormen Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden of er op het gebied van parkeren een acceptabele situatie is zodat wordt bijgedragen aan een prettige, veilige en leefbare woonomgeving. Op dit moment heeft de gemeente Leusden geen vastgestelde parkeernormen en wordt per project maatwerk geleverd op basis van richtlijnen en kengetallen, steeds opnieuw en dit kost veel tijd en afstemming telkens. Deze werkwijze is lastig te volgen voor ontwikkelaars en daardoor niet transparant en roept bij iedere ontwikkeling vragen op. Het voorstel is om daarom onder de Omgevingswet een dynamische verwijzing te maken naar een Gemeentelijke Nota Parkeernormen die openbaar te raadplegen is. Op deze manier hoeft niet telkens per project maatwerk op basis van richtlijnen te worden toegepast en is voor een ieder duidelijk aan welke eisen op het gebied van parkeren moet worden voldaan. Het product dat wordt opgeleverd is een beleidsnota met daarin de geldende parkeernormen. Beleidsnota verkeersregelinstallaties We willen beleid formuleren ten aanzien van het functioneren van de verkeerslichten in de gemeente. De aanleiding is dat er tot op heden belangrijke keuzes rond verkeersregelingen teveel op ad-hoc basis werden genomen. Aan de andere kant vraagt de toenemende afwikkelingsproblematiek om een adequate inzet van middelen, dus ook van verkeersregelingen.
Voor de gemeente wordt het in steeds toenemende mate belangrijk om:
Kadernota 2026 – 2029
- 11 -
verkeersregelingen optimaal af te stemmen op de verkeerssituatie; snel te kunnen anticiperen op veranderende omstandigheden; goed op de hoogte te zijn en blijven van de geïmplementeerde functies bij verkeersregelingen; efficiënt te kunnen werken aan wegbeheer van verkeersregelingen.
▪ ▪ ▪ ▪
Het product dat voor het aangevraagde bedrag wordt opgeleverd is een beleidsnota verkeersregelinstallaties, die geraadpleegd kan worden bij beslissingen die genomen moeten worden over het realiseren, verwijderen, beheren of bijwerken van de verkeersregelinstallaties. Ook vanuit de afdeling IBOR is behoefte aan deze beleidsnota voor verkeerskundig wegbeheer. De technische aspecten van verkeersregelinstallaties zijn een expertise die we niet in eigen huis hebben en daarom moet het éénmalig opstellen van deze beleidsnota verkeersregelinstallaties worden uitbesteed aan een extern bureau. Wegenlegger Elke gemeente heeft de wettelijke verplichting om een wegenlegger op te stellen en bij te houden. In de wegenlegger staat beschreven wat de juridische status is van wegen en wie verplicht is om de weg te onderhouden. De huidige wegenlegger is verouderd en nog analoog. Het voorstel omvat het actualiseren en digitaliseren van de Wegenlegger. Daarmee voldoen we weer aan de wettelijke verplichting. Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) Leusden op de kaart is één van de doelstellingen van het College uitvoeringsprogramma. Op dit moment werkt Leusden als één van de weinige gemeenten binnen de provincie Utrecht niet samen met een marketingorganisatie.
In de regio Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei is het Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) Heuvelrug & Vallei werkzaam als marketingorganisatie voor de gemeenten Soest, Baarn, Zeist, Woudenberg, Scherpenzeel, Rhenen, Renswoude en Veenendaal. Voordelen voor Leusden om ook samen te werken met het RBT: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Professionele marketingondersteuning en bereik van een grote doelgroep; Versterking van de toeristische aantrekkingskracht van Leusden; Economische voordelen voor lokale ondernemers door grotere stroom bezoekers; Profijt van gezamenlijke marketingcampagnes met omliggende gemeenten; Versterken van de samenwerking met regionale en lokale partners; Het maakt verhoging van de toeristenbelasting meer acceptabel omdat we als gemeente ook iets terugdoen.
Na drie jaar wordt de samenwerking geëvalueerd en volgt een voorstel over het al dan niet structureel voortzetten van de samenwerking met het RBT.
4.6.
Overhead
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor de overhead weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-7: Financiële effecten nieuw beleid overhead (bedragen x € 1.000) Overhead
FTE
S/I
Functionaris gegevensbescherming
0,55
S
-68
-68
-68
-68
Crediteurenbeheer
0,67
S
-43
-43
-43
-43
S
-61
-61
-61
-61
-172
-172
-172
-172
ICT Totaal
1,22
2026
2027
2028
2029
Functionaris gegevensbescherming De gemeente moet invulling geven aan nieuwe wettelijke taken op gebied van gegevensbescherming en cyberveiligheid. Het gaat om taken op grond van de Wet politiegegevens (WPG), de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (WJSG), de Cyberbeveiligingswet, data-governance, toezicht op het
Kadernota 2026 – 2029
- 12 -
algoritmeregister, grip op AVG-regels bij inzet algoritmes en de toepassing van artificial Intelligence (AI) en risico's daarvan voor de gemeente. De taken worden ondergebracht bij de formatie voor de Functionaris Gegevensbescherming. Voorstel is deze formatie daartoe uit te breiden met 0,55 fte. Crediteurenbeheer In de afgelopen jaren is er gereorganiseerd binnen de gemeente Leusden, hierbij is voorgesorteerd op de BLNP samenwerking. De gereorganiseerde fte's zouden binnen de BLNP ontwikkeling opgevangen worden c.q. georganiseerd worden. De samenwerking heeft geen gestalte gekregen op dit onderdeel en ondertussen heeft de ontvlechting BLNP plaatsgevonden. In deze periode is er 1,7 fte bezuinigd. Het werk is niet minder geworden, sterker nog de werkzaamheden zijn toegenomen. Door efficiënter te organiseren en voor een aantal uur structureel in te huren worden de werkzaamheden opgevangen. Gezien de structurele onderbezetting ontstaat er frictie op de afdeling. ICT Voor twee applicaties zijn – na de ontvlechting van BLNP - de licentie-/contractkosten hoger geworden. Het betreft Engage en Topdesk, applicaties die noodzakelijk zijn voor een goede bedrijfsvoering. Voor de salarisadministratie en financiële pakket wordt vooralsnog de samenwerking voortgezet.
Kadernota 2026 – 2029
- 13 -
5.
Uitgangspunten begroting
5.1.
Inleiding
Dit hoofdstuk bespreekt de financiële uitgangspunten voor de begroting. De hoogte van de indexering en de onderbouwing staan toegelicht in paragraaf 5.2. Paragraaf 5.3 bespreekt de spelregels die bij het opstellen en het tussentijds aanpassen van de begroting 2026 – 2029 worden gehanteerd:
5.2.
Indexering
Ieder jaar wordt in de kadernota de indexering bepaald voor de begroting. De berekening vindt plaats via een vaste rekenmethode waarbij wordt gerekend met ramingen van het CPB. Behalve naar de verwachting voor volgend jaar wordt er ook gekeken naar de prognose van dit jaar en de realisatie van afgelopen jaar. Dit resulteert in een percentage van 5,0% voor 2026. Voor 2025 was dit 2%. Deze indexatie wordt toegepast bij de subsidies (tenzij anders afgesproken), lokale belastingen, heffingen en bij verhuurcontracten zonder maatwerkafspraken. Alle overige budgetten worden reëel geraamd en bijgesteld indien nodig. Het financieel effect wordt verwerkt in de begroting via de eerstvolgende voor- of najaarsnota.
5.3.
Spelregels begroting
Voor de begroting en tussentijdse besluiten hanteren we spelregels om kwaliteit van de begroting en het besluitvormingsproces met betrekking tot de effecten op het meerjarig structureel evenwicht te waarborgen. De spelregels zijn gebaseerd op BBV regelgeving en deels ook op afspraken met de provincie in verband met consequente toepassing. Doel: Realistische begroting (BBV regelgeving) ▪ Taken met een structurele aard worden structureel bekostigd. ▪ Taakstellingen of beoogde dekkingsmogelijkheden zijn concreet en met zekerheid haalbaar. ▪ Alleen incidentele budgetten kunnen worden overgeheveld bij de jaarrekening. Doel: Integrale besluitvorming bij kadernota over het financieel meerjarig perspectief ▪ Tussentijdse voorstellen die niet in de begroting zijn opgenomen zijn onvermijdelijk, onvoorzien en onuitstelbaar (“OOO”) van aard. ▪ Tussentijdse wensen (waarbij keuze mogelijk is) met structurele en incidentele lasten betreft nieuw beleid en worden behandeld bij de eerstvolgende kadernota waarbij een integrale afweging plaatsvindt. ▪ Bij tussentijdse voorstellen die niet in de begroting zijn opgenomen, met structurele lasten en die niet “onvoorzien, onontkoombaar en onuitstelbaar” zijn, hoort een sluitend structureel dekkingsvoorstel. Bijvoorbeeld via oud beleid voor nieuw beleid.
Kadernota 2026 – 2029
- 14 -
6.
Algemene dekkingsmiddelen
6.1.
Inleiding
De belangrijkste inkomsten voor een gemeente komen uit de rijksbijdragen (algemene uitkering) en de lokale belastingen en heffingen. Deze twee bronnen van inkomsten worden in dit hoofdstuk nader toegelicht.
6.2.
Algemene uitkering
Inleiding De inkomsten van de gemeente Leusden komen voor meer dan 70% van het Rijk. Het grootste deel hiervan betreft de algemene uitkering. Overige inkomsten van het Rijk betreffen specifieke uitkeringen (SPUK) waaronder de Gebundelde uitkering (BUIG)3, voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van o.a. de Participatiewet. De omvang van de algemene uitkering is voor de gemeente van groot belang voor haar totale inkomsten. De hoogte fluctueert behoorlijk en dat maakt het lastig voor het gemeentebestuur om te sturen op deze baten. In deze paragraaf bespreken we de in het voorjaar van 2025 bekende ontwikkelingen. Gemeentefonds Het Rijk stelt een totaalbudget beschikbaar voor de algemene uitkering. Dit wordt het gemeentefonds genoemd. De middelen uit het gemeentefonds worden verdeeld over alle gemeenten aan de hand van maatstaven (verdeelsleutels). Dit leidt ertoe dat een grotere gemeente meer middelen krijgt dan een kleinere gemeente maar ook dat een gemeente met meer draagkrachtige inwoners minder geld uit het gemeentefonds krijgt dan een gemeente met minder draagkrachtige inwoners. De maatstaven hebben een drukkend effect op de algemene uitkering voor de gemeente Leusden. Dit komt met name door: ▪ ▪ ▪ ▪
Goede ondergrond Goede sociale structuur Geen centrumfunctie Hoge gemiddelde WOZ-waarde
Als het volume van het gemeentefonds verandert dan heeft dat direct gevolgen voor de hoogte van de algemene uitkering voor Leusden. Aan de hand van de maatstaven en de verwachte ontwikkeling van het gemeentefonds is de hoogte van de algemene uitkering voor Leusden weergegeven in tabel 6-1. Tabel 6-1: Algemene uitkering voor Leusden (bedragen x € 1.000) 2025 Algemene uitkering
2026
52.333
50.199
2027 50.795
2028
2029
51.392
51.392
In bovenstaande tabel is te zien dat de algemene uitkering voor Leusden in 2026 daalt met ruim € 2 miljoen. De belangrijkste oorzaak is de daling van het gemeentefonds; het zgn. ravijnjaar. Hervormingsagenda jeugdzorg De Hervormingsagenda Jeugd is ingevoerd in 2023 en bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. De kosten voor de jeugdzorg zouden
3 Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten als bedoeld in art. 69 van de
Participatiewet (Pw). Kadernota 2026 – 2029
- 15 -
door de maatregelen dalen en daarom is de algemene uitkering gekort. De doelen zijn echter niet geheel gehaald waardoor er voor de gemeenten een tekort is ontstaan. Advies commissie Van Ark Een deskundigen commissie (commissie Van Ark) heeft recent een advies uitgebracht over de voortgang van de hervormingsagenda jeugd. In dit advies concludeert zij dat de hervormingsagenda nog niet rendeert. Over de jaren 2023 en 2024 is er een tekort ontstaan van ca. € 1,5 miljard waarvoor, volgens deze commissie, de gemeenten en het Rijk gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Zij adviseert dan ook om de gemeenten over deze periode incidenteel te compenseren in 2025. Voor de periode 2025 – 2028 adviseert de commissie om de vergoeding naar boven toe bij te stellen. Dit omdat de geplande besparingen niet haalbaar zijn. Dit leidt dan weliswaar tot extra inkomsten voor de gemeente maar ook de uitgaven moeten dan worden bijgesteld. Per saldo heeft dit geen voordelig effect op de begroting voor 2026 en verder. Na 2028 adviseert de commissie een ander financieringsmodel te implementeren. Wat de gevolgen hiervan zijn voor Leusden is op dit moment niet in te schatten. Meicirculaire Het advies van de commissie Van Ark aan het Rijk wordt gezien als een zwaarwegend advies. Bij het schrijven van de kadernota is het nog niet bekend of het Rijk het advies (geheel) overneemt.
Als het Rijk het advies (deels) overneemt komt dit tot uiting in de meicirculaire 2025. Herijking gemeentefonds In 2023 is het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds ingevoerd. Voor Leusden geeft het nieuwe model een nadeel van € 2,3 miljoen (€ 73 per inwoner). Conform de wettelijke bepalingen wordt een korting trapsgewijs ingevoerd. Daarnaast heeft het Rijk eerder besloten het herverdeeleffect t/m 2026 te maximeren op € 37,50 per inwoner. Dat heeft ertoe geleid dat er in onze huidige begroting een nadeel is verwerkt van € 1,2 miljoen De grote gevolgen voor een aantal gemeenten heeft ertoe geleid dat het herverdeeleffect voor 2026 is bevroren op de huidige stand. Dit geeft tijd om te kijken naar een aangepast model, met mogelijk minder grote effecten. Het is Binnenlandse zaken nog niet gelukt om met een beter model te komen. Er lopen nog wel onderzoeken. Als er voor 2027 geen nieuw model ligt dan zullen de herverdeeleffecten verder worden doorgevoerd. Vanwege de onzekerheid over de effecten hebben we deze in onze huidige begroting nog niet verwerkt. In onderstaande tabel staat op basis van de huidige berekening weergegeven wat het effect van het verder doorvoeren van de herverdeeleffecten voor het begrotingssaldo voor Leusden zal betekenen. Tabel 6-2: Saldo effect verder doorvoeren herverdeeleffecten (bedragen x € 1.000) 2025
2026
2027
2028
2029
Herverdeeleffect totaal
-2.335
-2.335
-2.335
-2.335
-2.335
Herverdeeleffect reeds doorgevoerd
-1.199
-1.199
-1.199
-1.199
-1.199
0
0
-480
-959
-1.199
Effect verder doorvoeren herverdeeleffect
Maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel De omvang van deze maatstaf vormt een substantieel deel van onze algemene uitkering. Er is onduidelijkheid over de juiste toepassing van deze maatstaf. Daarom is er een voornemen om de methodiek voor deze maatstaf vanaf 2027 aan te passen. Voor 2026 verwachten we een negatief effect van ca. € 65.000. Bij de meicirculaire zal het werkelijk effect zichtbaar worden.
Kadernota 2026 – 2029
- 16 -
Conclusie De afhankelijkheid van de algemene uitkering voor de gemeentefinanciën is groot. Voor 2026 is er een flinke korting doorgevoerd op de algemene uitkering; het zgn. ravijnjaar. Vanuit gemeenten en de VNG is er veel actie gevoerd om extra geld voor de gemeenten. Het effect hiervan is bij het schrijven van de kadernota nog niet bekend. Wel zijn er signalen dat er extra middelen komen via de voorjaarsnota van het Rijk. Bij de meicirculaire zal dit (naar verwachting) duidelijk worden. Ook voor de periode na 2026 is er nog veel onzekerheid. De gevolgen van de adviezen van de ‘commissie Van Ark’ en de ‘herijking gemeentefonds’ zijn nog niet duidelijk. In de meicirculaire verwachten we voor de korte termijn meer duidelijkheid. Voor de langere termijn blijft de onzekerheid bestaan. Dit maakt het voor het gemeentebestuur lastig om voor de lange termijn beslissingen te nemen.
6.3.
Woonlasten
Inleiding Naast de algemene uitkering vormen de lokale belastingen en heffingen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De algemene uitkering houdt rekening met deze lokale belastingen. Het gemeentefonds gaat ervan uit dat er meer inkomsten kunnen worden gehaald uit lokale belastingen als de gemiddelde WOZ-waarde van de huizen in de gemeente hoger is. Dit leidt daarmee tot een lagere algemene uitkering. In deze paragraaf maken we een vergelijking van de woonlasten in Leusden ten opzichte van de andere Utrechtse gemeenten en ten opzichte van alle gemeenten in Nederland. Voor het vergelijk gaan we uit van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een gemiddelde WOZwaarde (voor Leusden € 542.000). Het vergelijk kijkt naar de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). De gegevens zijn gebaseerd op data van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO) voor het jaar 2025. Landelijke woonlasten In vrijwel alle gemeenten zijn de lokale woonlasten vorig jaar gestegen. De gemiddelde stijging per gemeente bedroeg 6%. Dit is inclusief de inflatiecorrectie. De gemiddelde lasten in Leusden zijn met ruim 3% gestegen. De gemiddelde woonlasten per gemeente in Nederland bedragen in 2025 € 1.052 (2024: € 994). De gemiddelde woonlasten in Leusden bedragen € 976 (€ 944). Hiermee staat Leusden op de 103e plaats.
Er zijn dus 102 gemeenten in Nederland waar de gemiddelde lastendruk lager is dan in de gemeente Leusden en 239 gemeenten waar de woonlasten hoger zijn dan in Leusden. Woonlasten in de provincie Utrecht In de provincie Utrecht zijn de gemiddelde woonlasten per gemeente € 1.170 (2024: € 1.093) en daarmee bijna 11% hoger dan het landelijk gemiddelde. Onderstaande tabel geeft de lastendruk weer in alle gemeenten in de provincie Utrecht. De tabel is gesorteerd op de hoogte van de gemiddelde woonlasten in 2025. Uit onderstaande tabel blijkt dat Leusden op de 5e plaats staat wat betreft de woonlasten. In 4 Utrechtse gemeenten zijn de gemiddelde woonlasten lager. De grafiek geeft de woonlasten in Leusden (en de andere Utrechtse gemeenten) weer ten opzicht van het landelijk en het provinciaal gemiddelde.
Kadernota 2026 – 2029
- 17 -
Tabel 6-3: Gemiddelde woonlasten per gemeente in de provincie Utrecht in 2025 Gemeente
OZB
Afval
Riool
Totaal
Rang
Veenendaal
407
310
136
853
1
Renswoude
359
303
276
938
2
Bunschoten
412
353
185
949
3
Nieuwegein
358
388
205
950
4
Leusden
519
291
166
976
5
Soest
392
380
237
1.009
6
Houten
502
342
181
1.026
7
Rhenen
557
268
224
1.049
8
Vijfheerenlanden
420
486
168
1.074
9
Woudenberg
522
311
250
1.083
10
De Ronde Venen
455
388
244
1.088
11
Zeist
451
470
194
1.116
12
Amersfoort
553
401
186
1.141
13
IJsselstein
341
540
276
1.156
14
Wijk bij Duurstede
577
347
253
1.177
15
Woerden
596
323
315
1.234
16
Stichtse Vecht
501
464
290
1.254
17
Utrecht
548
477
254
1.280
18
De Bilt
661
403
226
1.290
19
Oudewater
592
298
409
1.298
20
Montfoort
582
398
322
1.302
21
Lopik
665
332
327
1.324
22
Eemnes
682
431
246
1.358
23
Baarn
541
541
286
1.367
24
Utrechtse Heuvelrug
623
372
384
1.380
25
Bunnik
783
463
278
1.524
26
Figuur 6-1: Gemiddelde woonlasten per gemeente in de provincie Utrecht
Kadernota 2026 – 2029
- 18 -
Conclusie De gemiddelde woonlasten in Leusden liggen zowel onder provinciaal als het landelijk gemiddelde. Dit ondanks het feit dat de algemene uitkering rekening houdt met een relatief hoge belastingcapaciteit (OZB) vanwege hoge WOZ-waarden, en daardoor omlaag wordt bijgesteld. Of een gemeente de hoge belastingcapaciteit benut is een lokale keuze. De werkelijke gerealiseerde OZB-inkomsten hebben geen invloed op de algemene uitkering. Het verschil in gemiddelde woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde is € 76 (2024: € 50). Het verschil in woonlasten ten opzichte van het Utrechts gemiddelde is € 194 (€ 150). De geraamde OZB inkomsten voor 2025 bedragen ongeveer € 10 miljoen, waarvan ca. € 6 miljoen voor woningen en € 4 miljoen voor niet-woningen. Het verschil ten opzichte van andere gemeenten is afgelopen jaar groter geworden. Dit komt omdat de meeste gemeenten de OZB met een hoger percentage hebben geïndexeerd (Leusden 2,0% en landelijk 3,8%) en doordat een aantal gemeenten vooruitlopend op het ravijnjaar al in 2025 een OZBverhoging heeft doorgevoerd. Tabel 6-4: Gemiddelde woonlasten in Leusden – landelijk – provincie Utrecht Leusden
Landelijk
Prov. Utrecht
Gemiddelde woonlasten
976
1.052
1.170
Verschil t.o.v. landelijk
-87
0
+118
Verschil t.o.v. Provincie Utrecht
-194
-118
0
Kadernota 2026 – 2029
- 19 -
7.
Maatregelen
7.1.
Sluitende begroting 2026
Het begrotingstekort voor 2026 bedraagt € 4,2 miljoen. Hiervan is € 3,4 miljoen structureel van aard. In de periode tussen deze kadernota en de begroting kunnen er nog ontwikkelingen zijn die invloed hebben op het (structureel) begrotingssaldo. Zo is de meicirculaire nog niet verwerkt en kunnen het dagelijks onderhoud buitenruimte en actualisatie van het MJOP (meerjaren onderhoudsprogramma) nog leiden tot extra lasten. We stellen daarom het volgende pakket maatregelen voor. Dit pakket is in lijn met de raadsbrede motie die op 3 april 2025 unaniem is aangenomen. Tabel 7-1: Maatregelen voor begroting 2026 – 2029 (bedragen x € 1.000) 2026 Bezuinigingen
2027
2028
2029
750
750
750
Bijdrage vanuit de algemene reserve
1.500
0
0
0
Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB)
1.000
1.000
1.000
1.000
Verhoging van de toeristenbelasting en leges Totaal
750
340
340
340
340
3.590
2.090
2.090
2.090
Bezuinigingen Van de voorgenomen bezuinigingen zal € 350.000 worden ingevuld door de management formatie van de ambtelijke organisatie in te krimpen. Dit omvat o.a. de functie van organisatiedirecteur die komt te vervallen. Voor de resterende € 400.000 is nog geen besluit genomen. De raad heeft met de motie ‘Voorbereidingen kadernota ravijnjaar 2026’ gevraagd om een voorstel met verschillende opties om uiteindelijk in september tot een gezamenlijk besluit te komen. In de kadernota kunnen we deze post nog wel opnemen als ‘taakstelling’. Voor de begroting is het, omwille van de goedkeuring door de provincie, van belang dat de bezuinigingen concreet en reëel haalbaar zijn. Ze moeten ook zijn verwerkt in de begroting. Daarom is het noodzakelijk om al voor het zomerreces hierover duidelijkheid te hebben. Bijdrage vanuit de algemene reserve In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen 4 van november 2023 zijn afspraken gemaakt over het benutten van de algemene reserve. Hierdoor kunnen gemeenten een deel van het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) aanwenden om het (structureel) begrotingstekort te dekken. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk is dan 20%, en dat ook blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld.
Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie. Om dit instrument in te kunnen zetten is er een prognose gemaakt van de algemene reserve per einde 2025. Deze prognose geeft een vrije reserve ten bedrage van € 19,6 miljoen en een solvabiliteit van ruim 50%. Op basis van deze analyse mag Leusden maximaal een bedrag van € 1,96 miljoen inzetten. We kiezen ervoor om niet de volledige 10% van het surplus in te zetten maar een lager bedrag. Hierbij dient ook te worden gerealiseerd dat het uiteindelijke resultaat, dat na deze maatregelen nog steeds begroot is op een tekort van € 627.000, ook ten laste komt van de algemene reserve.
4 Overleg tussen het Rijk en medeoverheden over de financiële verhoudingen
Kadernota 2026 – 2029
- 20 -
Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB) Tijdens de inwonerparticipatie ‘Leusden in Balans’ hebben veel inwoners laten weten dat ze grote waarde hechten aan de goede voorzieningen in de gemeente Leusden. Daarbij hebben ze ook aangegeven bereid te zijn om een verhoging van de woonlasten te accepteren. Daarom stellen we voor om de OZB-opbrengsten met € 1 miljoen te laten stijgen. Dit komt neer op een stijging van gemiddeld ca. € 50 per huishouden voor woningen en ca. 10% voor niet-woningen (exclusief de reguliere indexering). Hiermee blijft de OZB in Leusden onder het landelijk en het provinciaal gemiddelde. Verhoging van de toeristenbelasting en leges Toeristenbelasting De toeristenbelasting in Leusden ligt lager dan het gemiddelde in de provincie Utrecht. In de provincie ligt het gemiddelde tarief op € 3,12 per persoon per nacht. Leusden rekent in 2025 een laag tarief (camping en B&B) van € 1,26 en een hoog tarief (hotel) van € 1,88. Het voorstel is om het hoge tarief te verhogen naar € 3,12 (exclusief indexering) en het lage tarief naar € 1,34 (exclusief indexering). Aanvullend is het voorstel om de B&B’s te verplaatsen naar het hoge tarief aangezien B&B’s in toenemende mate luxe overnachtingen zijn. Hiermee komt Leusden meer in lijn met de provincie. Jaarlijks levert dit ca. € 140.000 extra op.
Een deel van deze extra inkomsten willen we gebruiken om deel te nemen aan het Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT). Dit kost € 45.000 per jaar. Deze post staat opgenomen bij nieuw beleid. Bouwleges Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bouwleges in Leusden in 2024 vergeleken met het gemiddelde van de gemeenten in de regio (Leusden, Amersfoort, Barneveld, Scherpenzeel, Woudenberg, Soest en Zeist). Tabel 7-2: Bouwleges in Leusden en de regio. Bouwkosten
Leusden
Gemiddelde regio
25.000
652
793
100.000
2.340
3.065
200.000
4.600
6.100
2.000.000
42.268
53.334
De bouwleges in Leusden liggen 20-25% onder het gemiddelde van de regio. Door de tarieven te verhogen met 20% (exclusief indexering) komen deze meer in lijn met de gemeenten in de regio. Hiermee worden onze leges ook meer kostendekkend. Het ligt in de lijn der verwachting dat de gemeenten in de regio de bouwleges ook verhogen waardoor we dan nog steeds onder het gemiddelde uitkomen. Voor inwoners zijn bouwleges een incidentele kostenpost. Je vraagt immers niet ieder jaar een vergunning aan. Voor de gemeente vormt het wel een structurele bron van inkomsten. De extra inkomsten bedragen ca. € 200.000 per jaar.
7.2.
Sluitende begroting 2027 en verder
Bovenstaande maatregelen leiden tot een sluitende begroting voor 2026. Voor de jaren daarna is er nog steeds een begrotingstekort. Om ook de begroting voor deze periode sluitend te krijgen is het nodig om te aanvullende maatregelen te treffen.
Kadernota 2026 – 2029
- 21 -
8.
Ontwikkelingen
De focus van deze kadernota ligt vooral op het sluitend maken van de begroting 2026. Dit is mede gedaan omdat de raad heeft gevraagd om de focus te leggen op het eerste jaar. Toch is de kadernota ook het document waarin we verder willen kijken. Welke ontwikkelingen zien we voor de komende jaren, of voor een nog langere periode. Besluiten die we dit jaar nemen kunnen doorwerken in de jaren daarna. In dit hoofdstuk kijken we naar deze lange(re) termijn. We kijken naar de ontwikkelingen voor de komende jaren (3 - 5 jaar) en voor de ontwikkelingen op de langere termijn (10 jaar). Verkiezingen In 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Veelal leidt dit tot een beleidsarme kadernota, gemaakt door het ‘oude’ college. In dezelfde periode zijn er coalitieonderhandelingen waarbij er bestuurlijke wensen op tafel komen. Op basis van de huidige meerjarenraming zijn hier geen middelen voor maar is er sprake van een begrotingstekort. Bij de coalitieonderhandelingen van 2023 is besloten om het college tijdelijk uit te breiden met een 4e wethouder. In de begroting is dit ook tijdelijk geraamd. In de begroting vanaf 2026 is er vanaf april ruimte voor 3 wethouders. Dagelijks onderhoud buitenruimte Eind 2024 heeft de raad een besluit genomen om het dagelijks onderhoud van de buitenruimte weer grotendeels in eigen beheer uit te gaan voeren.
Binnen dit plan was het de bedoeling om een deel aan te besteden. De kosten hiervan bleken hoger dan geraamd, waarna de raad het college heeft gevraagd om met een nieuw plan te komen voor deze werkzaamheden. Het plan is nog niet vastgesteld en er zijn daarom nog geen extra middelen opgenomen in de begroting. Als het nieuwe plan om extra budget vraagt zal hiervoor dekking gezocht moeten worden. Meerjaren onderhoudsplan Het meerjaren onderhoudsplan wordt geactualiseerd. We zien dat de kosten voor onderhoud en vervanging van de leefomgeving stijgen. Een behoorlijk deel van de leefomgeving in Leusden is ontstaan in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Deze voorzieningen zijn toe aan groot onderhoud en vervanging. Besparen op onderhoud volgens het MJOP zorgt veelal voor extra kosten voor herstel in een latere fase. Per saldo is dit geen besparing en vaak leidt het zelfs tot hogere kosten. Gemeentelijk vastgoed Net als voor de leefomgeving zien we dat ook een deel van het gemeentelijk vastgoed is gesticht in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Denk hierbij aan De Korf en het zwembad. Deze gebouwen zijn veelal betaald vanuit grondopbrengsten in deze groeiperiode. Een aantal van deze gebouwen is aan vervanging toe. In de begroting zijn niet voldoende middelen gereserveerd om al deze vervangingen te kunnen betalen.
Bij de realisatie van nieuw gemeentelijk vastgoed wordt gekeken naar het samenvoegen van functies. Hierdoor blijven de functies behouden maar daalt het aantal gebouwen. Hiermee willen we efficiënter omgaan met gemeenschapsgeld. Voor bestaand vastgoed, dat behouden blijft, geldt voor veel gebouwen de noodzaak tot verduurzaming. Dit zal leiden tot hogere lasten voor de gemeente op de (middel)lange termijn. Jeugdzorg De maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd (2023) moeten uiteindelijk tot een kostenbesparing gaan leiden. De besparing die beoogd werd vanaf 2026 is door een verlichting van de taakstelling vanuit het Rijk opgeschoven naar 2028. Dat betekent dat nog steeds maatregelen, veelal conform dezelfde uitgangspunten, nodig zijn om besparingen in de toekomst te realiseren.
Kadernota 2026 – 2029
- 22 -
De mogelijke invoering van een systematiek van eigen bijdragen door het Rijk zal een impact hebben op zowel de financiële positie van gemeenten (tegenover de inning van eigen bijdragen staat een korting op het gemeentefonds) als op de gewenste kwaliteit van de zorg waarbij het belangrijk is om de juiste zorg op de juiste plek te waarborgen. Wmo De dubbele vergrijzing zal leiden tot een toenemend aantal ouderen dat vraagt om meer ondersteuning. De nadruk op het vinden van de balans tussen maatwerk en standaardvoorzieningen of -diensten zal toenemen. De landelijke ambitie is om het aantal plekken ‘Beschermd wonen’ af te bouwen en dat met name jongvolwassenen zoveel mogelijk zelfstandig en in hun eigen omgeving kunnen (blijven) wonen. Daarbij zal begeleiding nodig zijn rondom meer zelfstandig leven en meedoen in de samenleving. De exacte definiëring over de inzet van begeleiding zal bepalend zijn voor de inzet door aanbieders en de begeleiding door Lariks. Ook hier geldt dat invoering het besluit van het Rijk om een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo in januari 2027 in te voeren impact heeft op zowel de financiering als de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Opvang vluchtelingen De huisvesting van vluchtelingen vraagt om een structurele oplossing i.p.v. tijdelijke huurcontracten.
Hier wordt naar gezocht maar er is nog geen duidelijkheid over de financiële gevolgen. Ook de begeleiding en de maatschappelijke inburgering krijgt een meer continue karakter. Nieuwbouwlocaties In het domein ruimte is er de komende jaren veel aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe wijken in Achterveld en in Leusden. Dit is een grotere uitdaging dan voorgaande jaren, omdat er nu meer eisen worden gesteld aan het bouwprogramma door de regiodeal met betrekking tot de betaalbaarheid. Deze zware eisen zorgen ervoor de grondexploitaties nagenoeg geen resultaat meer hebben of dat hierdoor zelfs de grondexploitaties niet meer tot uitvoering komen. Deze omstandigheden zullen mogelijk een andere aanpak en inspanning van de gemeente gaan vragen om toch de huisvestingsbehoefte te kunnen faciliteren. Implementatie omgevingswet De implementatie van de omgevingswet heeft een impact op de gehele organisatie, omdat het veel beleidsgebieden hieraan gekoppeld zijn. Om overzicht te houden wordt er gewerkt met 6 thema’s. Dit kan er voor zorgen dat de besluitvorming op onderdelen anders zal gaan lopen en dat het ook nodig kan zijn de jaarstukken, qua indeling, hierop aan te passen. Het is een omvangrijk project met een in eerste instantie geen grote financiële impact.
Kadernota 2026 – 2029
- 23 -
Conclusie
9.
De kadernota 2026 – 2029 toont een (structureel) begrotingstekort voor alle jaren. Het werkelijk begrotingssaldo in de begroting 2026 – 2029 is mede afhankelijk van de gebeurtenissen in de periode tussen de kadernota en de begroting. Meer dan ooit kijken we uit naar de meicirculaire in de hoop dat er extra middelen komen vanuit het Rijk. Daar tegenover staan nog lasten als gevolg van actuele ontwikkelingen die nog niet financieel zijn verwerkt in de kadernota. Denk met name aan het dagelijks onderhoud buitenruimte en het meerjaren onderhoudsplan. We doen in deze kadernota voorstellen om de begroting 2026 structureel sluitend te maken. Bij deze maatregelen gaan we uit van de motie ‘Voorbereidingen Kadernota Ravijnjaar 2026’ die op 3 april 2025 unaniem is aangenomen. De voorgestelde maatregelen zijn: ▪ ▪ ▪ ▪
Bezuinigingen Bijdrage vanuit de algemene reserve Verhoging van de onroerende-zaakbelasting (OZB) Verhoging van de toeristenbelasting en leges
De maatregelen raken onze inwoners, bedrijven en bezoekers. Met het voorstel denken we de ‘pijn’ evenwichtig te verdelen waarbij we de voorzieningen zoveel mogelijk behouden. Toch zullen de bezuinigingen van invloed zijn op onze voorzieningen. Bij het schrijven van deze kadernota is een deel van de bezuinigingen nog niet vastgesteld maar verwerkt als taakstelling. In samenspraak met de raad willen we het pakket bezuinigingen completeren tot de gestelde € 750.000. Bij het opstellen van de begroting dient het duidelijk te zijn welke bezuinigingen we willen doorvoeren om daarmee te voldoen aan de eisen uit het toezichtsregime van de provincie. Om dit goed te kunnen verwerken in de begroting is het nodig om hierover voor de zomer duidelijkheid te hebben. Voor de periode na 2026 is de meerjarenraming niet sluitend. Mede vanwege het verkiezingsjaar 2026 is het van belang dat we maatregelen treffen om ook deze jaren sluitend te krijgen. Tabel 9-1: Saldo kadernota 2026 – 2029 na maatregelen (bedragen x € 1.000) S/I
2026
2027
2028
2029
Saldo kadernota 2026 – 2029 Saldo structurele baten en lasten
S
Saldo incidentele baten en lasten
I
-3.402
Totaal saldo kadernota 2026 – 2029