Kadernota 2022 L272958 080621 def.docx.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2022
Juni 2021
Inhoudsopgave
1. Inleiding .......................................................................................................................................... 3 2. Financiële uitkomsten Kadernota 2022 ....................................................................................... 4 3. Financiële doorrekening bestaand beleid................................................................................... 4 4. Kaders begroting 2022 .................................................................................................................. 7 5. Algemeen financieel beeld ......................................................................................................... 11 6. Financiële doorrekening nieuw beleid 2022 ............................................................................. 16 7. Risicoparagraaf ........................................................................................................................... 18 8. Doorkijk naar 2023....................................................................................................................... 21 9. Toekomstige beschouwingen .................................................................................................... 23 10. Conclusie ................................................................................................................................... 25 11.
Voorstel besluiten ..................................................................................................................... 26
Bijlagen 1. Toelichting nieuw beleid
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 2
1. Inleiding We constateren dat deze kadernota onder bijzondere omstandigheden tot stand is gekomen. Het is lastig om een goed meerjarenperspectief te schetsen, vanwege de grote hoeveelheid onzekerheden over de Rijksinkomsten. De uitkomsten van het regeerakkoord zijn van groot belang om toekomstige ambities of bezuinigingen te kunnen vormgeven. Helaas is het regeerakkoord er nog niet. Het meerjarenperspectief geeft op dit moment een somber beeld. De kosten nemen toe en de baten blijven achter. De zorgkosten krijgen we steeds meer beheersbaar. Desondanks worden in deze kadernota verruimingen van de zorgkosten voorgesteld. Voor 2022 bieden wij de begroting sluitend aan. Dit wordt mogelijk door een aantal structurele maatregelen en een bescheiden stelpost met betrekking tot “Rijksinkomsten Jeugdzorg/WMO abonnementstarief” op te nemen. Op dit moment hebben wij als gemeente Leusden nog geen pasklaar antwoord op de vraag hoe we de begroting vanaf 2023 sluitend krijgen. Hiervoor zal het nodig zijn een plan te maken met concrete ombuigingsmaatregelen. In het laatste jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn wij terughoudend met nieuw beleid en ook met ombuigingen die niet makkelijk zijn terug te draaien. Met deze kadernota willen wij een transparant beeld schetsen over de financiële (on)-mogelijkheden voor de toekomst.
Ook schetsen wij relevante maatschappelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. In hoofdstuk 2 worden de uitkomsten voor de Kadernota 2022 weergegeven. Het bestaand beleid wordt in hoofdstuk 3 financieel doorgerekend. In hoofdstuk 4 worden de kaders voor de begroting voorgelegd, inclusief een aantal maatregelen. Hoofdstuk 5 geeft antwoord op de vraag, hoe lang gemeente Leusden kan blijven steunen op haar reserves. Het nieuw beleid komt in hoofdstuk 6 aan de orde. In hoofdstuk 7 benoemen we risico’s die relevant zijn voor de komende begroting. Een doorkijk naar 2023 met toekomstige beschouwingen schetsen we in hoofdstuk 8 en 9. Wij sluiten af met een conclusie in hoofdstuk 10 en het voorstel tot besluiten in hoofdstuk 11.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 3
2. Financiële uitkomsten Kadernota 2022 De financiële uitkomsten van de Kadernota 2022 zijn in de onderstaande tabel weergegeven:
Startpositie kadernota Saldo nieuw beleid Saldo maatregelen Stelpost: Rijksinkomsten jeugdzorg/WMO abbonnementstarief Saldo kadernota (incl. nieuw beleid & maatregelen)
2022
2023
2024
2025
-497 -40 355 182 -
-820 -40 405 182 -273
-1.265 -40 455 182 -667
-1.380 -40 505 182 -733 x € 1.000
Tabel 2.1 Uitkomsten Kadernota 2022
De uitkomsten van deze Kadernota 2022 zijn het eerste jaar sluitend. De onzekerheden vanuit het Rijk vormen nog geen onderdeel van de cijfers. De uitkomsten vanuit het Rijk kunnen zowel positief als negatief uitvallen. Het is lastig hierop te anticiperen. In hoofdstuk 7 gaan we in op de risico’s die we hierbij voorzien.
3. Financiële doorrekening bestaand beleid In de Voorjaarsnota 2021 zijn de begrote meerjarige uitgaven en inkomsten voor bestaand beleid vanaf 2021 geactualiseerd. Dit betreft de financiële vertaling van door college en raad genomen besluiten en de effecten van autonome ontwikkelingen. De actualisatie van het bestaand beleid in deze Kadernota is € 933.000 nadelig voor 2022. Daarmee komt het begrotingssaldo exclusief nieuw beleid op € -497.000 negatief in 2022. Financiele doorrekening huidige begroting
2022
2023
2024
2025
Begroting 2022-2025 Vastgestelde begrotingswijzigingen tussentijds Startpositie Voorjaarsnota Ontwikkelingen Voorjaarsnota
494 -58 436 -933 -497
191 -85 106 -926 -820
-374 -83 -457 -807 -1.265
-374 -83 -457 -924 -1.380
Startpositie kadernota inclusief bestaand beleid
x € 1.000
Tabel 3.1 Financiële doorrekening bestaand beleid
De Voorjaarsnota geeft een structurele verslechtering voor alle begrotingsjaren. Dit ontstaat voor een groot deel door het verhogen van de nieuwe zorgkosten Jeugdzorg & WMO. De toename is tweeledig. Ten eerste betreft dit het structurele voordeel dat vervalt door een wijziging in de regionale risicoverevening specialistische jeugdzorg, zijnde € 460.000. Dit wordt specifiek toegelicht in de voorjaarnota 2021 op pagina 12. Ten tweede zijn, ondanks een bescheiden afvlakking van de volumegroei, de begrote budgetten nog niet voldoende om de verwachte Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 4
toekomstige zorgkosten op te vangen. Het verschil ontstaat met name door de in werkelijkheid procentueel hogere volume- en prijsstijgingen ten opzichte van het percentage waar het Rijk rekening mee houdt. De verwachting is dat vanaf 2024 de zorg wel binnen de percentages van het Rijk haalbaar is. De effecten per domein zijn als volgt:
Bestuur Voorziening pensioen wethouders Indexatie bezoldiging B&W Rij- en reisdocumenten Gemeenterraadverkiezingen en uitbreiding VRU Verkiezingen waterschap Totaal mutaties bestuur Leefomgeving Meerkosten bestrijding eikenprocessierups RUD gemeentelijke bijdrage Hart van Leusden minder kapitaalslasten Autonome ontwikkelingen bijstelling areaal Totaal mutaties leefomgeving Samenleving Saldo toename zorgkosten Bijdrage SAVE/veilig thuis Uitvoeringskosten Werk en Inkomen GGDrU Vrijval stelpost BBZ RWA begroting Totaal mutaties samenleving Ruimte Buitenreclame Vrijval kap.lasten mobiliteit Totaal mutaties ruimte Overhead Samenwerking BLNP HvL schoonmaken Afrek. Gebr.kosten werkplekapparatuur Lokale inclusie agenda Totaal mutaties overhead Alg. dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemene uitkering Stelposten Bijstelling OZB Dividend Vitens monitor bezuinigingen; besp.verlies Bijdrage GBLT jaarrek 2020 Totaal mutaties algemeen Totaal mutaties bestaand beleid
2022
2023
2024
2025
-14 5 -42 -25 -76
-14 -7 -38 -25 -21 -105
-115 -14 112 -38 -45
-115 -14 99 -38 -45
-100
-113
-40 -11 15 -15 -52
-40 -11 15 -55 -92
-40 -11 15 -59 -96
-40 -11 15 -87 -124
-883 -31 -62 -32 41 60 -907
-948 -31 -62 -32 41 51 -981
-969 -31 -62 -32 41 54 -999
-969 -31 -62 -32 41 56 -997
34 45 79
34 45 79
34 135 169
-
-49 -20
-49 -20
-49 -20
-49 -20
-3 -72
-3 -72
-3 -72
-3 -72
41 135 -9 -63
178 133 3 -63
160 133 4
218 133 23
-9 95 -933
-7 244 -926
-7 290 -807
-7 367 -924
14 14
x € 1.000 Legenda
Plus Min
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 5
Tabel 3.2 Mutaties bestaand beleid per domein
Een toelichting op deze posten kunt u vinden in de voorjaarsnota 2021. Jaarrekeningresultaat 2020 De jaarrekening sluit met een negatief resultaat van € 0,35 miljoen (exclusief het positieve resultaat van het grondbedrijf ad € 0,5 miljoen). Bij tussentijdse rapportages en andere raadsbesluiten is in 2020 per saldo € 0,8 miljoen aan de algemene reserves onttrokken en per saldo € 0,15 miljoen aan de reserve sociaal domein. Het feitelijke tekort op de exploitatie van de algemene dienst in 2020 bedraagt derhalve € 0,9 miljoen voor begrotingsaanpassingen in de voorjaarsnota en najaarsnota. In de jaarrekening 2020 vindt u de factoren die van invloed zijn geweest op het resultaat. Realisatie bezuinigingen uit 2020 In de programmabegroting 2020-2023 en de Kadernota 2020 is een pakket aan bezuinigingsmaatregelen opgenomen. Het totaal aan bezuinigingsmaatregelen sluit in meerjarenperspectief op een bedrag van € 1,7 mln. De voortgang en realisatie van de maatregelen wordt jaarlijks tweemaal via een monitor als bijlage bij de Voor- en Najaarsnota verstrekt. In onderstaande tabellen wordt de stand van zaken weergegeven.
Tabel 3.3 Realisatie bezuinigingsmaatregelen begroting 2020-2023
Nog te realiseren taakstellingen
1.1 Besparing op zorgkosten 2.2 Afschaffen consignatiedienst 2.7 Elektriciteitskosten bij standplaatsen 2.8 Faciliteren ruimtelijke initiatieven Extra verhogen OZB Accomodatiebeleid Totaal
2021
2022
2023
2024
p.m. -
111 20 6 p.m. 60 -
112 20 6 p.m. 120 32
113 20 6 p.m. 120 32
-
197
290
-
291 x € 1.000
Tabel 3.4 Nog te realiseren bezuinigingen uit begroting 2020-2023
Een groot gedeelte (83%) van de door de raad vastgestelde maatregelen uit 2020 is inmiddels per april 2021 gerealiseerd. Een deel is niet haalbaar, structureel € 80.000. Deze structurele aframing betreft de inkomstenverhogende maatregel waarbij leges in rekening worden gebracht voor vragen over vergunningsvrij bouwen. Per 2024 blijft er nog een taakstelling van € 291.000 over. Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 6
4. Kaders begroting 2022 Bij het opstellen van de begroting worden de volgende uitgangspunten voorgesteld: Prijsstijgingen Aan de inkomstenkant van de begroting worden de tarieven van de belastingen en heffingen in 2022 met een inflatiecorrectie van 2% verhoogd. Dit percentage is gebaseerd op cijfers van het Centraal Planbureau. Voor de jaren 2020 en 2021 werd als bezuinigingsmaatregel besloten om aan de uitgavenkant van de begroting de nullijn te hanteren voor prijsstijgingen. De nullijn houdt in dat prijsstijgingen binnen de bedrijfsvoering-budgetten moeten worden opgevangen en dat subsidies niet worden geïndexeerd. Budgetten voor verbonden partijen en de zorgkosten Jeugd en WMO vallen hier buiten, omdat deze onvermijdelijk zijn. Wij stellen voor om deze maatregel ook in de begroting 2022 toe te passen. Met het doorvoeren van deze maatregel wordt in 2022 een voordeel van € 169.000 gerealiseerd. De inflatiecorrectie is op basis van de septembercirculaire 2020 als volgt berekend:
Afbeelding 4.1 Rekenmodel indexering
OZB In de begroting 2020-2024 is een extra opbrengststijging van de OZB opgenomen, te weten een gefaseerde verhoging (€ 60.000 - € 120.000 - € 180.000) gedurende 2021 t/m 2023. In 2021 is de eerste stap van € 60.000 doorgevoerd. Het in 2022 en in 2023 verder doorvoeren van deze maatregel is afhankelijk gesteld van de ontwikkeling van de begrotingspositie. Gelet op het begrotingstekort is ook de tweede stap nodig. Wij stellen daarom voor de reeds ingeboekte OZBopbrengst voor 2022 en 2023 met € 60.000 per jaar te handhaven. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Deze worden becijferd op basis van de reinigingsbegroting die voor 2022 nog moet worden opgesteld. Daarom kan hier nog niet worden vermeld hoe de tarieven zich ontwikkelen. Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 7
Wel is duidelijk dat het in 2022 voor het eerst sinds 2015 weer mogelijk is om een overschot in de egalisatievoorziening in de vorm van tariefsverlaging aan de inwoners terug te geven. Dit is te danken aan het positieve resultaat van € 333.000 bij de reiniging in de jaarrekening 2020. Een van belang zijnde ontwikkeling hierbij is dat de raad op 18 maart 2021 bij de vaststelling van het Grondstoffenbeleidsplan 2021-2025 heeft besloten een bedrag van € 51.900 ten laste van deze voorziening te brengen (L253756). In de voorziening resteert daardoor op dit moment circa € 281.000. Daarnaast heeft de raad de minimumnorm van de egalisatievoorziening vastgesteld op € 100.000 als buffer voor het opvangen van tegenvallers. Per saldo kan er € 181.000 worden teruggegeven. Tot 2015 was het gebruikelijk om het overschot boven de minimumnorm in twee stappen via tariefverlaging terug te geven: 2/3e deel in het eerstvolgend jaar en 1/3e deel in het daaropvolgend jaar. Voor het komende jaar stellen we voor om de € 181.000 in één keer via tariefsverlaging terug te geven. De eenmalige tariefdaling bedraagt circa € 14 per huishouden. Hiermee worden de inwoners optimaal beloond voor de daling van de aangeboden hoeveelheid kilo’s restafval in 2020 (‘boter bij de vis’).
Ook achten wij teruggaaf in één keer gewenst om hiermee de woonlastenstijging van de rioolheffing in 2022 (zie hierna) op te vangen, en de gevolgen van het raadsbesluit om de structurele meerkosten van het grondstoffenplan ad € 37.600 vanaf 2022 te dekken via verhoging van de afvalstoffenheffing. Dit besluit stemt overeen met afgerond € 3 per huishouden. Rioolheffing In het kader van de prioriteitstellingsdiscussie is bij de analyse van de rioleringskosten gebleken dat de overhead vanuit de algemene dienst niet voor 100% is toegerekend. Er kan nog € 136.000 aan de riolering worden doorbelast, waardoor de begrotingspositie met dit bedrag verbetert. Bij de riolering wordt een kostendekkende heffing beoogd. Om dit te bewerkstelligen stellen wij voor deze ombuiging door te voeren. Uitgaande van 13.500 eenheden stijgt het tarief in 2022 met circa € 10.
Tabel 4.1 Saldo voor- en nadelen binnen de woonlasten in 2022
Hondenbelasting Bij de behandeling van de Kadernota 2019 is een motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen voorbereidingen te treffen om de hondenbelasting vanaf 2019 in maximaal 10 jaar gefaseerd af te schaffen. Er is geen financiële dekking aangewezen voor de afschaffing van de hondenbelasting. Dit leidt er toe dat jaarlijks bij de Kadernota wordt afgewogen of verdere afschaffing in het komende begrotingsjaar financieel mogelijk is. Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 8
In 2019 is de eerste tranche van de afschaffing van de hondenbelasting uitgevoerd waarbij de tarieven met 10% zijn verlaagd. Bij de Kadernota 2020 heeft de raad een amendement aanvaard om de tweede stap van de gefaseerde afschaffing voor 2020 uit te stellen, en zolang de meerjarenbegroting het niet toelaat de gefaseerde afschaffing voor de periode 2021-2023 uit te stellen. Als gevolg hiervan zijn de tweede stap en derde stap van de afschaffing van deze belasting in 2020 en 2021 niet doorgevoerd. Gelet op de begrotingspositie stellen wij voor om ook de vierde stap in 2022 uit te stellen, en de tarieven met inflatiecorrectie aan te passen. Financiële ruimte voor nieuw beleid in de begroting Van nieuw beleid is sprake als er nieuwe politieke ontwikkelingen of nieuwe (wettelijke) regelgeving wordt uitgewerkt of bij intensivering van bestaand beleid. In de huidige situatie wordt er jaarlijks in de begroting als financiële ruimte voor nieuw beleid begroot: o Incidenteel nieuw beleid: € 50.000 o Structureel nieuw beleid: € 50.000 per jaar cumulatief (gedekt uit begrotingsruimte) o Post onvoorziene uitgaven: € 65.000 Wij stellen voor de raming van nieuw beleid vanaf de begroting 2022 als volgt te wijzigen: o De begrotingspost voor incidenteel nieuw beleid van € 50.000 over te hevelen naar de post onvoorzien.
Deze neemt hierdoor toe van € 65.000 naar € 115.000; o De begrotingspost voor structureel nieuw beleid van € 50.000 per jaar (cumulatief) te laten vervallen. Hierdoor daalt het begrote uitgavensaldo met € 50.000 in 2022, meerjarig oplopend naar € 200.000 in 2025. Per saldo is er financieel gezien geen verschil. De dekking van nieuw beleid was altijd al gelinkt aan de beschikbare begrotingsruimte, waar het budget van € 50.000 onderdeel van was. Hiermee blijft de begrotingsruimte, die elk jaar wel of niet beschikbaar is, het financieel kader voor structureel nieuw beleid. De integrale afweging van nieuw beleid door de raad blijft elk jaar plaatsvinden bij de Kadernota. Algemene Uitkering Ten aanzien van de circulaires die het ministerie van BZK uitbrengt over de ontwikkeling van het Gemeentefonds stellen wij voor deze als volgt te verwerken: o de september- en decembercirculaire worden verwerkt bij de eerstvolgende Voorjaarsnota; o de meicirculaire wordt verwerkt bij de eerstvolgende Najaarsnota en/of begroting. Vele jaren heeft Leusden de septembercirculaire niet in de eerstvolgende begroting verwerkt die in november wordt vastgesteld. Ook bij andere gemeenten gebeurt dat niet, de circulaire verschijnt hiervoor in de tijd gezien simpelweg te laat. In het najaar 2019, bij het afronden van de begroting 2020, is van deze lijn afgeweken.
De septembercirculaire 2019 leverde een structurele meevaller op waarmee een dreigend begrotingstekort kon worden afgewend. Afgesproken werd toen om de meevaller via een stelpost in de begroting 2020 te verwerken. De provincie Utrecht verlangt in het kader van het financieel Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 9
toezicht echter dat de gemeente er een consistent beleid op nahoudt voor het verwerken van de septembercirculaire. Verwerken op een stelpost in de begroting betekent niet alleen dat de voordelen direct worden verwerkt, maar ook de nadelen mocht daar sprake van zijn. Dit laatste kan dus ook een (onvoorzien) begrotingstekort opleveren vlak voorafgaand aan de begrotingsvaststelling. We stellen daarom voor, zoals vanouds en ook gebruikelijk is bij andere gemeenten, de septembercirculaire alsook de decembercirculaire voortaan bij de eerstvolgende Voorjaarsnota te verwerken. De meicirculaire zal worden verwerkt bij de eerstvolgende begroting en Najaarsnota. Hiermee zetten we een (gebruikelijke) consistente lijn in, die de instemming van de provincie heeft en die voor financiële rust en efficiency zorgt bij het bestuur en de ambtelijke organisatie. Wat niet wijzigt is dat de raad tussentijds over de Gemeentefondscirculaires wordt geïnformeerd. Dat zal gebeuren via de raadsinformatiebrieven. Rente Het percentage voor de rentebaten in de begroting wordt afgestemd op het meerjarig te verwachten rendement op beleggingen. De rente is op dit moment nog steeds laag met het vooruitzicht dat een voorzichtige stijging tot de mogelijkheden behoort. Voor 2022 gaan we evenals in 2021 uit van een rendement van 0,5%. In meerjarenperspectief handhaven we het rendement op 1%.
De voorgestelde maatregelen zijn in onderstaande tabel financieel vertaald. 2022
Ombuiging 1. : verhoging rioolheffing max. kostendekkend Structureel budget nieuw beleid vervalt Geen indexering budgetten en subsidies in 2022 Saldo maatregelen
136 50 169 355
2023
136 100 169 405
2024
136 150 169 455
2025
136 200 169 505 x € 1.000
Tabel 4.2 Saldo maatregelen kadernota 2022
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 10
5. Algemeen financieel beeld Inleiding In de kadernota 2021 is vorig jaar een hoofdstuk “algemeen financieel beeld” toegevoegd. De aanleiding hiervoor was het tekort op de algemene dienst in 2018 van € 1,6 miljoen en in 2019 € 2,7 miljoen. Bij de kadernota 2021 werd inzicht gegeven in met name het structureel financieel evenwicht, de tekorten die tussentijds incidenteel werden bijgeraamd en de ontwikkeling in het vreemd vermogen. In deze kadernota wordt dit beeld geactualiseerd en staat de vraag centraal “Hoe lang kan gemeente Leusden nog blijven steunen op haar reserves”. Terugblik De externe omstandigheden zijn erg gewijzigd. Meer taken, minder middelen. Weinig ruimte voor lokale ambities. Dat maakt besturen lastig, schept beperkingen en geeft onzekerheden. De financiële cijfers van de afgelopen jaren laten (mede daardoor) een minder financieel solide beeld zien dan we zouden willen. Beperkte stortingen in de reserves en forse onttrekkingen. Werkelijke structurele inkomsten en uitgaven blijken achteraf niet voldoende in evenwicht, ondanks een aanvankelijk sluitende begroting. De inkomsten vanuit het Rijk lijken steeds onvoorspelbaarder te worden. In deze omstandigheden is het logisch te steunen op reserves uit het verleden. Desondanks ontstaat wel de vraag wat huidige keuzes gaan betekenen voor de toekomst.
Ontwikkeling structureel evenwicht De laatste jaren is het steeds moeilijker om een financieel structureel evenwicht te vinden tussen de inkomsten en uitgaven in de exploitatie. Hierdoor is het nodig gebleken te steunen op de vrij beschikbare reserves. Wanneer we kijken naar de grepen in de vermogenspositie van de afgelopen jaren, zien we dat dit beeld wordt bevestigd in onderstaande grafiek. De afgelopen drie jaar hebben we de algemene reserve en de reserve sociaal domein moeten inzetten om tekorten te dekken. Tekorten die bij de voor- en najaarsnota tussentijds zijn bijgesteld.
Grafiek 5.1 Saldo begrotingsbijstellingen per jaar uit vrij beschikbare reserves.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 11
Ontwikkeling vrij beschikbare reserves Het vrij besteedbare deel van het vermogen wordt gevormd door de algemene (risico) reserves. Deze reserves zijn niet bedoeld om toekomstige kosten in de exploitatie mee af te dekken, zoals de reserve kapitaalslasten of de voorziening IBOR. Onderstaand is de grafiek uit de vorige kadernota aangevuld met het jaar 2021 en een prognose tot en met 2024. Hierin zijn de resultaten uit de jaarrekening 2020, de voorjaarnota 2021 en het nieuw beleid in deze kadernota 2022 reeds verwerkt.
Grafiek 5.2 Verloop vrij beschikbare reserves.
We zien dat de algemene (risico)reserve in 2021 op niveau is gebracht om weer te voldoen aan de weerstandsratio van minimaal 1. Deze ophoging is ten koste gegaan van de algemene reserve toevoeging exploitatie. In deze reserve resteert vanaf 2023 nog een saldo van € 195.000. Deze reserve is vanaf 2019 verder gedaald door uitnames voor het CUP € 1,2 miljoen, de organisatieontwikkeling € 1,9 miljoen en om het weerstandsniveau te herstellen € 1,6 miljoen. In de algemene reserve flexibel deel resteert per 2024 nog een saldo van € 55.000. Hiermee hebben deze twee vrij beschikbare reserves nagenoeg geen saldo meer.
In onderstaande grafiek worden deze vijf reserves bij elkaar opgeteld. In het totaal van deze vijf reserves zitten meer middelen dan het benodigd weerstandsvermogen. Het benodigd weerstandsvermogen in deze grafiek is het deel voor de algemene dienst en het deel voor het grondbedrijf. Het verschil per 2024 is € 1,7 miljoen. Dit bedrag kan gezien worden als vrij beschikbare middelen binnen de algemene risicoreserves om toekomstige onvoorspelbare tekorten mee op te vangen of incidentele begrotingsposten incidenteel te bekostigen.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 12
Grafiek 5.3 Prognose saldo vrij beschikbare reserves per 2024.
Ontwikkeling liquide middelen en leningen Door de inzet van reserves om investeringen of tekorten in de exploitatie mee te voldoen ontstaat er een financieringsvraagstuk. Er zijn liquide middelen nodig om de investering of andere verplichtingen te kunnen betalen. Hierdoor neemt de liquiditeitspositie in eerste instantie af en ontstaat er op een zeker moment meer behoefte aan vreemd vermogen. Onderstaande grafiek geeft deze beweging weer. Vooralsnog betreft het huidige vreemd vermogen in beginsel projectinvesteringen in vastgoed, waar een waarde van het vastgoed op de balans tegenover staat. Hierdoor verandert de vermogenspositie niet direct. Echter er is ook sprake van het financieren van tekorten in de exploitatie. Hierdoor neemt het eigen vermogen wel af. Hier staan immers geen waarden tegenover op de balans. Voor Leusden betekent dit een kentering in haar financiële huishouding. Met andere woorden: als de begrotingen en jaarrekening meer structureel sluitend zouden zijn betekent dit ook, dat minder aantrekken van vreemd vermogen nodig is en minder afname van het eigen vermogen en de reserves. Medio 2021 wordt een nieuwe lening aangetrokken van € 6.350.000. In 2020 is de liquiditeit positief beïnvloed door de inkomsten uit het grondbedrijf en de compensatiemiddelen Corona. Dit is verwerkt in onderstaande grafiek.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 13
Grafiek 5.4 Verloop liquide middelen en leningen
Ontwikkeling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de algemene risicoreserve basisdeel. Weerstandsvermogen is nodig om risico’s op te vangen. De risico’s worden gekwantificeerd in een benodigd weerstandsvermogen. De verhouding tussen deze twee is de weerstandsratio. In onderstaande grafiek geven we de ontwikkeling van de weerstandsratio weer.
Grafiek 5.5 Verloop van het weerstandsvermogen en weerstandsratio
We zien vanaf 2015 dat de weerstandsratio onder de norm van 1 komt. Dit werd enerzijds veroorzaakt door het lagere weerstandsvermogen, maar anderzijds ook door de stijgende risico’s c.q. de omzet van onze begroting. In 2020 is besloten het weerstandvermogen te verhogen met 1,6 miljoen om de ratio 1 te herstellen. In de tussentijd is deze reserve positief beïnvloed door een incidenteel voordeel uit de Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 14
september circulaire 2020 en een incidentele afdracht uit het grondbedrijf in 2020. De weerstandsratio bedraagt op het moment van schrijven 1,15. Dat is ruim binnen de afgesproken bandbreedte van 0,8 - 1,2.
Conclusie Leusden was een gemeente met een heel sterke reservepositie. Er is de afgelopen 10 jaar sprake van een dalende trend die bij ongewijzigd lokaal- en Rijksbeleid nog verder zal doorzetten. De hoeveelheid incidentele middelen om onverwachte tussentijdse tekorten op te vangen voor 2021 en voor 2022 zijn nog haalbaar. Hierna zullen de tekorten binnen de bestaande middelen moeten worden opgevangen. Dit betekent dat er, bij ongewijzigde omstandigheden, nog enkele jaren zijn om verder te groeien naar een gezond financieel structureel evenwicht. De risicoreserves zijn momenteel voldoende op niveau. Deze kunnen in ongunstige omstandigheden ook worden aangesproken om een periode te overbruggen om tot structurele ombuigingen te komen.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 15
6. Financiële doorrekening nieuw beleid 2022 In hoofdstuk 4 “Kaders begroting’ in deze Kadernota stellen wij u voor de financiële ruimte voor structureel nieuw beleid te laten vervallen en onderdeel te laten zijn van de begrotingsruimte. Daarmee wordt bereikt dat de begrotingspositie leidend is voor de vraag of er budget kan worden uitgetrokken voor nieuw beleid. Gelet op het geschetste resultaat en financieel meerjarenperspectief constateren we dat deze financiële ruimte er niet is. Dit brengt ons er toe om terughoudend te zijn met structureel nieuw beleid. Het structureel beschikbaar stellen van middelen voor dit doel leidt immers direct tot verzwaring van de ombuigingsopgave. Desalniettemin is er elk jaar, en zo ook in 2022, sprake van nieuwe (wettelijke) regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen waar we niet omheen kunnen en invulling aan moeten geven. Daarom doen wij u een aantal voorstellen voor nieuw beleid die tijdelijk worden gehonoreerd met inzet van incidentele dekkingsmiddelen. De eventuele structurele voortzetting van dit beleid kan zodoende in de kadernota’s van komende jaren worden afgewogen. Een uitzondering hierop vormt de peuteropvang/VVE waarvoor wij u vragen vanaf 2022 structurele middelen van € 40.000 beschikbaar te stellen. De voorstellen worden in onderstaande tabel weergegeven. De toelichting per onderwerp vindt u in bijlage 1.
Nieuw beleid Bestuur 1. Veiligheid - extra capaciteit 2. Coördinatie buurtbemiddeling Leefomgeving 3. Biezenkamp - integrale analyse en oplossingsrichtingen 4. Energietransitie - continueren inzet programmamanagement 4. Energietransitie, uitwerking RES - uitnodigingskader 4. Energietransitie - wijkenaanpak warmtetransitie Samenleving 5. Aanbesteding alg. voorzieningen ouderen Dekking CUP middelen 6. Geldloket - voortzetten pilot met 1 jaar Dekking dec. circulaire corona 7. Lariks - uitbreiding formatie consulenten 8. Peuteropvang en VVE 9. VVE - pedagogisch beleidsmedewerker 10. Poortwachterfunctie dyslexie Dekking CUP middelen 11. Uitvoering wet schuldhulp - signalen betalingsachterstanden Ruimte 12. Leusden op de kaart, 0,5 fte formatie R&T 13. RUD - extra bodemtaken 13. RUD - bijdrage Omgevingswet 14. Beheer Schoolsteegse bosjes Overhead 15. HvL, eetwerkcafé Totaal nieuw beleid Dekking uit bestaande middelen Dekking uit algemene reserve basisdeel Saldo nieuw beleid Tabel 6.1 Nieuw beleid per domein
Kadernota 2022 (L272958)
2022
2023
2024
2025
-64 pm
pm
pm
pm
pm -52 -20 -40
pm
pm
pm
-30 30 -25 25 pm -40 -12 -10 10 -25
-20 20
pm -40
pm -40
pm -40
-43 pm pm -7
pm pm
pm pm
pm pm
-70 30
-40 -
-40 -
-40
-40
-50 -418 65 313 -40
-10 10
-40 x € 1.000
Pagina 16
Financiële doorrekening nieuw beleid In onderstaande tabel zijn de kosten van het nieuw beleid toegevoegd aan de startpositie van de Kadernota. Het structurele saldo verslechtert hierdoor met € 40.000. Financiele doorrekening nieuw beleid
2022
2023
2024
2025
Begroting 2022-2025 Vastgestelde begrotingswijzigingen tussentijds Startpositie Voorjaarsnota Ontwikkelingen Voorjaarsnota Startpositie kadernota Saldo Nieuw beleid
494 -58 436 -933 -497 -40 -537
191 -85 106 -926 -820 -40 -860
-374 -83 -457 -807 -1265 -40 -1.305
-374 -83 -457 -924 -1380 -40 -1.420
Saldo kadernota (incl. nieuw beleid)
x € 1.000
Tabel 6.2 Financiële doorrekening nieuw beleid
Effect nieuw beleid op weerstandsratio Nieuw beleid blijkt alleen mogelijk in 2022 door incidenteel gebruik te maken van de algemene reserve basisdeel. Dit heeft effect op de weerstandsratio wat hieronder wordt weergegeven. Algemene reserve; basisdeel
Bedrag
Ratio
Stand Voorjaarsnota 2021 Dekking nieuw beleid 2022 incidenteel
5.677 -313
1,15
Weerstandratio
5.364
1,08
Tabel 6.3 Effect incidentele dekking nieuw beleid op weerstandsratio
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 17
7. Risicoparagraaf Onzekerheden vanuit het Rijk nemen verder toe
Sociaal domein De decentralisatie van jeugdzorg, WMO en Participatiewet in 2015 heeft grote impact gehad op de gemeentelijke financiën. Uit diverse onderzoeken blijken de door het Rijk geraamde besparingen die gemeenten op de jeugdzorg en WMO zouden moeten realiseren niet haalbaar. Het Rijk compenseert gemeenten echter niet, of slechts gedeeltelijk en incidenteel. Op dit moment wordt stevig onderhandeld tussen VNG en het Rijk over deze issues. Binnen het Sociaal Domein zullen in 2022 nieuwe aanpassingen ontstaan binnen de jeugdzorg. De effecten zijn te verwachten in 2023. Ook de verdere decentralisering van het beschermd wonen zal vanaf 2023 plaatsvinden. Op landelijk niveau vindt dit budget neutraal plaats, echter tussen regio’s en binnen regio’s kunnen financiële mee- en tegenvallers ontstaan.
Gemeentefonds Het Rijksbeleid van de afgelopen jaren was ook buiten het sociaal domein grillig en stelt gemeenten voor grote onzekerheden omtrent de toekomst. De opschalingskorting loopt elk jaar nog steeds verder op, ondanks dat deze korting vanwege corona 2 jaar is uitgesteld. Grote onbekende blijft nog steeds de herverdeling van het gemeentefonds. Hierover is besluitvorming al een paar keer uitgesteld. Per saldo blijft de omvang en impact nog steeds onbekend; zelfs de herverdeling zelf is niet 100% zeker. Tenslotte is ook sprake van een mogelijke ophoging van het gemeentefonds. Verkiezingsprogramma’s van de meeste grote landelijke partijen pleiten voor verhoging van het gemeentefonds, variërend van heel beperkt tot € 4 miljard. Ook hier blijft het afwachten hoe dat gaat uitpakken voor gemeente Leusden.
Effecten Corona nog ongewis De pandemie heeft de onzekerheid over inkomsten en uitgaven binnen het maatschappelijk leven verder vergroot. De impact op de gemeentelijke financiën blijkt echter tot nu toe mee te vallen. Het Rijk heeft vooralsnog toereikend gecompenseerd voor tijdelijke extra taken en opgaven. Toch is deze pandemie nog niet ten einde en blijft het een bron van onzekerheid.
Impact analyse Corona Bij de jaarrekening 2020 wordt verantwoord over inkomsten en uitgaven met betrekking tot Corona in 2020. Bij de najaarsnota 2021 wordt u geïnformeerd over de inkomsten en uitgaven in 2021.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 18
Liquiditeitspositie neemt af, vreemd vermogen neemt toe In het verleden was binnen onze gemeente sprake van een gunstige liquiditeitspositie. Hierdoor ontstond de luxe tot het verkrijgen van extra (rente)inkomsten. Zoals in hoofdstuk 5 staat beschreven is er de afgelopen jaren sprake van een dalende liquiditeitspositie en een toenemend vreemd vermogen. Een gevolg hiervan is dat de rentelasten zullen toenemen. Hoewel de rentestand op dit moment nog steeds erg gunstig is, is deze ontwikkeling wel een punt van aandacht voor de toekomst.
Resultaten uit grondexploitaties drogen op, marge in toekomstige begrotingen gewenst Gemeente Leusden heeft vele jaren incidentele voordelen gehad uit haar grondexploitaties. Dit bood mogelijkheden om grote investeringen te bekostigen en ook om tekorten in de exploitatie mee op te vangen. De komende jaren zijn de extra inkomsten nog heel beperkt en zullen na afronding van de laatste grondexploitaties niet meer plaatsvinden. De resultaten uit de nieuw ingestelde grondexploitatie “Mastenbroek” bieden perspectief, maar zullen de komende jaren nog niet worden gerealiseerd. Dit betekent ook dat vanuit een financieel solide beleid het nodig zal zijn binnen de begroting een marge in te bouwen om tegenvallers mee op te kunnen vangen. Bijvoorbeeld dat de begroting in het eerste begrotingsjaar op minimaal 0,5% van de omzet ( +/- € 350.000) sluit in plaats van op “nul”.
Beoordeling provincie onzeker De onzekerheden vanuit het Rijk beïnvloeden deze kadernota sterk. Omdat wij niet weten wat het Rijk gaat doen met de gemeentelijke inkomsten kunnen er ook moeilijk plannen worden gemaakt voor of ambities of bezuinigingen. De signalen die er zijn laten geen eenduidig beeld zien, waardoor het vooralsnog alle kanten op kan. Een tweede onzekerheid zijn de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. In 2022 wordt een nieuw college geïnstalleerd. Als huidig college willen wij niet op de nieuwe keuzes, na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022, vooruit lopen. Deze onzekerheden vormen de argumentatie om enerzijds niet nu al het totaal nieuw beleid structureel op te nemen en anderzijds ook geen stelposten op te nemen met betrekking tot verwachte Rijksinkomsten. De provincie zal de begroting in november 2021 gaan beoordelen. Die beoordeling zal ook afhangen in welke mate in november bekend is wat het Rijk voornemens is te gaan doen als het gaat om de gemeentelijke inkomsten. Het is gezien de onzekerheden niet uitgesloten dat de provincie in het kader van financieel toezicht correcties zal uitvoeren op de begroting 2022.
In onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de onzekere kosten en onzekere Rijksinkomsten. Hierbij wordt een financiële indicatie per onderwerp gegeven. Per saldo houden deze onzekerheden elkaar financieel gezien min of meer in evenwicht. Het nieuw beleid is in hoofdstuk 6 en bijlage 1 toegelicht.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 19
Onzekere kosten (indicatief)
Incidenteel gedekt nieuw beleid PM: Coordinatie buurtbemiddeling PM: Biezenkamp PM: Larix PM: RUD bodemtaken Saldo
2022
2023
2024
2025
-25 -250 -25 -300
-446 -18 -25 -250 -25 -764
-526 -18 -25 -250 -25 -844
-526 Keuze aan nieuw college -18 Onzeker uitkomst evaluatie -25 Onzeker uitkomst onderzoek -250 Onzeker uitkomst onderzoek -25 Onzeker financieel effect -844
Toelichting
x € 1.000
Tabel 7.1 Onzekere kosten (indicatief)
Onzekerheden Rijksinkomsten (indicatief)
Acress 2022: wel of niet bevriezen Herijking gemeentefonds per 1 jan 2023 Opschalingskorting wel of niet (deels) schrappen Energietransitie Jeugdzorg extra inkomsten Rijk Jeugdzorg extra inkomsten eigen bijdrage Jeugdzorg aanpassingen stelsel vanaf 2023 Jeugdzorg woonplaatsbeginsel vanaf 2022 Abonnementstarief Beschermd wonen naar gemeente vanaf 2023 Saldo
Worst case
-200 -1.000 0 0 -415 -100 -200 -150 -2.065
Mid case
0 -500 250 150 400 200 165 0 200 0 865
Best case
Duidelijkheid in
200 Coalitieakkoord (sep 2021?) Meicirculaire 2022 850 Coalitieakkoord (sep 2021?) 300 Regeerakkoord (eind 2021?) 800 Regeerakkoord (eind 2021?) 400 Regeerakkoord (eind 2021?) 385 Regeerakkoord (eind 2021?) 100 Regeerakkoord (eind 2021?) 600 Regeerakkoord (eind 2021?) 150 Regeerakkoord (eind 2021?) 3.785 x € 1.000
Tabel 7.2 Onzekere Rijksinkomsten (indicatief)
Meerjarig tekort bij ongewijzigde omstandigheden Onderstaande tekorten zijn meerjarig aan de orde wanneer het Rijk geen extra middelen beschikbaar stelt, maar ook geen extra kortingen doorvoert. En gemeente Leusden haar beleid niet wijzigt. Dit betekent in deze situatie dat voor onderstaande bedragen concrete ombuigingsmaatregelen moeten worden gezocht.
Scenario bij ongewijzigde omstandigheden
2023
2024
2025
Saldo na maatregelen Onzekere kosten (indicatief)
-455 -764 -1.219
-850 -844 -1.694
-915 -844 -1.759
Saldo
x € 1.000 Tabel 7.3 Meerjarig tekort bij ongewijzigde omstandigheden
Toekomstig keuzes zijn onvermijdelijk Uit deze kadernota komen, ook zonder bovengenoemde effecten, structurele tekorten naar voren voor de komende jaren. Ondanks dat het lastig blijft in te schatten wat het Rijk gaat doen met betrekking tot de inkomsten lijken toekomstige keuzes onvermijdelijk. Hiertoe is inmiddels een aanzet gestart met het rapport “Verkenning Prioriteitsstellingsdiscussie” van maart jl. In dit rapport wordt een aantal thema’s benoemd om tot structurele ombuigingen te komen. Voor 2021 en 2022 ligt er de opgave behoedzaam te manoeuvreren om tekorten op te vangen in combinatie met de vele en grote onzekerheden vanuit het Rijk. Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 20
8. Doorkijk naar 2023 Zekerheid in onzekere tijden De afgelopen periode is duidelijk geworden dat de financiële afhankelijkheid van het Rijk een groot stempel drukt op de (on)mogelijkheid te komen tot een gedegen begrotingsvoorbereiding. Tegen die achtergrond is het maken van een begroting buitengewoon lastig. De onzekerheden zijn in omvang en aantal groot, zo zeer zelfs dat we kunnen stellen dat we dit nog niet eerder hebben meegemaakt in de lange periode van financiële verhouding met het Rijk. We weten tot op het moment van schrijven niet waar we met het Rijk financieel aan toe zijn. De afhankelijkheid en impact is groot: € 1 miljard meer of minder in het Gemeentefonds scheelt voor Leusden zo maar € 1,2 miljoen meer of minder Rijksinkomsten. Zorgvuldigheid in afweging Een begroting die meerjarige tekorten laat zien vraagt om het treffen van concrete maatregelen. Structurele ombuigingen of bezuinigingen en/of een hogere OZB zijn daarbij onvermijdelijk. De vraag daarbij is dan vanaf welk moment deze structurele ombuigingen of bezuinigingen in moeten gaan, het jaar 2022 of 2023. Dit eerste jaar is bovendien een verkiezingsjaar.
Aan de ene kant willen we voor de korte termijn voorkomen dat we nu ingrijpende, harde bezuinigingen doorvoeren die “overhaast’ en niet zorgvuldig zijn afgewogen en aan de andere kant moeten we er voor waken dat er geen onverantwoorde risico’s ontstaan op langere termijn; een uitgestelde “financiële hypotheek” naar de toekomst is niet verantwoord. We willen wel de financiële huishouding van Leusden goed overdragen naar de volgende coalitie, zonder onomkeerbare, ingrijpende besluiten op dit moment, wel met perspectief op weer een gezonde, structureel sluitende begroting. Dat vraagt niet nu om ingrijpende bezuinigingen en ombuigingen, maar wel straks in 2023. Hiervoor is het nu wel nodig voorbereidingen te gaan treffen. Uitvoerbaarheid in proces Ingrijpende bezuinigingen en ombuigingen moeten kwalitatief goed voorbereid worden met de nodige zorgvuldigheid in gerichtheid, diepgang en proces. Die randvoorwaarde is hard voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid. Het is belangrijk daarop nu al in te zetten en dus te starten met onderzoek en daarmee tegelijk “tijd te kopen” in 2021 en 2022 zodat de nieuwe coalitie in 2023 daarover de afwegingen kan doen en de besluiten kan nemen. Een dergelijke operatie vraagt dus tijd van bestuur en vooral van de organisatie.
Herstelplan structureel evenwicht vanaf 2023 Bij de presentatie aan de raad van het rapport “verkenning prioriteitstellingsdiscussie” in maart jl. is aangekondigd dat het college een voorstel zal aanbieden met een vervolg op dit rapport.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 21
Het blijkt helaas niet mogelijk om alle verdiepende onderzoeken per thema uit te voeren en daarna een integrale afweging te maken tussen de keuze mogelijkheden. Er zijn naar verwachting al concrete maatregelen nodig in december 2021 om de begroting 2022 sluitend te houden. Vervolgens dient de kadernota 2023 zich al aan begin 2022, waarbij ook concrete maatregelen nodig zullen zijn. Anderzijds is het organisatorisch ook niet mogelijk met de beschikbare capaciteit in de organisatie om de thema’s tegelijk te onderzoeken. Om deze redenen is een fasering en prioritering nodig. In onderstaande tabel stellen we deze fasering en prioritering voor. Een belangrijk onderscheid wordt ook gemaakt tussen de verdiepende onderzoeken onder verantwoordelijkheid van het huidige en nieuwe college. Om de aanstaande keuzes toch zo goed mogelijk te kunnen afwegen heeft het college toekomstige beschouwingen opgesteld die richting kunnen geven aan deze keuzes. De toekomstige beschouwingen worden in het hoofdstuk hierna beschreven. Als college stellen we voor de onderstaande thema’s te laten onderzoeken. Hierbij hebben we ook een beoogde prioritering en fasering opgenomen. Thema's uit onderzoek "Verkenning prioriteitstellings discussie"
Fase besluit
Jaar Periode uitvoering uitvoering
In-spanning
Huidig college 1
Taakstelling IBOR (combi met reguliere actualisatie) Onderzoek burgerzaken
1-dec-21
2021
jan-okt
Hoog
1-dec-21
2021
juli-okt
Hoog + €
Onderzoek tarief zwembad (combi met visie zwembad) Onderzoek intensivering huidige maatregelen kostenbesparing/afvlakking van de kostencurve
KN23
2021
mrt-okt
Hoog
KN23
2021
dec-feb
Hoog
5
Onderzoekopties sociaal domein: a) Ombuiging Toegang tot (maatwerk)voorzieningen b) Ombuiging Lager niveau preventieve voorzieningen c) Efficiency uitvoering (harmonisatie of zelf uitvoeren)
KN24
2022
sep-dec
6
Groene belevenis
KN24
2022
n.n.b.
Laag
7
Taakstelling energie- en warmtetransitie eigen beleid
KN24
2022
n.n.b.
Laag
8
Verhogen huur sport, incl para commerciele horeca.
KN25
2023
n.n.b.
Laag
n.t.b.
n.v.t.
n.v.t.
Laag
2 3 4
Nieuw college Hoog Hoog Hoog + €
Algemeen dekkingsmiddel (sluitpost) 9
Verhogen OZB (woonlasten naar gemiddelde provincie Utrecht)
Tabel 8.1 Voorstel prioritering en fasering concrete maatregelen
Onderstaande onderwerpen worden vooralsnog niet onderzocht, maar bieden wel keuzes mocht daar aanleiding voor zijn. Eigen beleid financieel gelijk of lager dan referentie gemeenten
a
Bibliotheek
b
Gebouwen niet zijnde sport
c
Diverse gesubsideerde instellingen
d
Diverse beleidsambities
Tabel 8.2 Overige onderwerpen voor concrete maatregelen
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 22
9. Toekomstige beschouwingen Bij bestuurlijke keuzes en afwegingen hoort ook: rekening houden met wat je weet of vermoedt dat gaat komen, maar nog niet of slechts zeer globaal in geld uit te drukken is. Over die toekomstige beschouwingen gaat dit hoofdstuk. Waar kan de volgende raad en college mee aan de slag We verwachten naast de nu al in de meerjarenbegroting genoemde zaken nog meer ontwikkelingen, opgaven, issues en taken die de gemeente zal willen of in de meeste gevallen zelfs moeten oppakken. Onderstaande opgaven die naar onze verwachting allen financiële consequenties hebben, zullen naar verwachting gaan opspelen in de komende 4-8 jaar en zullen dus in de toekomst waarschijnlijk opgenomen gaan worden in de meerjarenbegroting. In de meeste gevallen moeten nog kaderstellende besluiten genomen worden door het Rijk en/of Leusden zelf, zowel over inhoud als geld. Onderstaande tabellen geven de thema’s en een korte beschrijving weer. Thema's toekomstige beschouwing
Korte termijn 1
Nieuwe woningbouwlocaties
Transformatie fysiek 2 domein (Omgevingswet)
3
Wijkwarmteplannen + Energie opwek
4
Transitie buitengebied
5
Nieuw/achterstallig beleidskader
Kaderstelling en strategische voorbereiding voor productie na 2025 Na invoering OW en de "basis op orde", de transformatie doorzetten: - hervormen beleidscyclus (Altijd-Vers-Nooit-Af), integraal en dynamisch omgevingsbeleid - uitvoering, o.a. gemeentedekkend omgevingsplan + actueel houden Wijk na wijk isoleren en van gas af; gaat veel geld in om; rol gemeente landelijk nog n.t.b. Landelijke regelgeving en kaderstelling op komst. Uitvoering RES + routekaart 2040 kost geld. Compensatie rijk onbekend. Energieopwek, natuur, recreatie, en transitie naar kringlooplandbouw vragen allemaal ruimte. Beleid is nodig. Lokaal en regionaal lastige keuzes te maken. Diverse beleidskaders zijn nu afwezig of niet up-to-date. Dat geldt voor: dienstverlening, sportbeleid, omgevingsvisies, buitengebied, klimaatadaptatie, circulariteit, cultuur, herontwikkeling locatie de korf en de visies op de locaties Burg Buining en Jan Banninkpark.
Tabel 9.1 Toekomstige beschouwingen korte termijn
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 23
Thema's toekomstige beschouwing
Middellange termijn
6
Digitalisering diverse
7
Nieuwe sporthal
8
Toekomst theater De Tuin
9
Transformatie SD
Diverse grote opgaven in ’t verschiet: - Informatieveiligheid - E dienstverlening - Datasturing in SD, FD (smart-city), dienstverlening en interne zaken - Digitale crisisbeheersing - Wet open overheid Sporthal De Korf is afgeschreven; het besluit op termijn te slopen is genomen. Sportbeleid + financieel kader ontbreekt om afweging en keuze te maken over de kwantiteit, kwaliteit en (eventuele) locatie van een nieuwe sportvoorziening Huidige behuizing komt, als onderdeel van de Korf, te vervallen. Wat kan en wil de gemeente doen om De Tuin van alternatieve huisvesting te voorzien? De Tuin is een samenlevingsinitiatief; er is geen gemeentelijk beleidskader mbt theaterhuisvesting. Verwachte stelselwijzigingen en nieuw financieel kader (opgaven nieuw kabinet).
Tabel 9.2 Toekomstige beschouwingen middellange termijn
Thema's toekomstige beschouwing
Lange termijn Openbare ruimte + infrastructuur aanpassen 10 aan nieuwe vormen mobiliteit en gebruik 11 Regionalisering
E-bikes/pedelecs, deelauto’s, fietssnelwegen, en (lang termijn) zelfrijdende auto’s vragen om andere inrichting openbare ruimte en wegen. Beleidsuitwerking nodig om toekomstbestendige herinrichtingsprojecten te kunnen realiseren. Steeds meer en steeds belangrijker besluiten worden in en door de regio genomen; De lokale democratie moet methodes ontwikkelen om op regionale schaal effectief en legitiem tot besluitvorming te komen.
Tabel 9.3 Toekomstige beschouwingen lange termijn
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 24
10. Conclusie De financiële uitkomsten van de Kadernota 2022 zijn het eerste jaar sluitend. Hierbij wordt wel gebruik gemaakt van een stelpost “Rijksinkomsten jeugdzorg/WMO abonnementstarief” van € 182.000, zodat de begroting 2022 sluitend is. Met betrekking tot de jeugdzorg heeft het rijk alle enige zekerheid gegeven over 2022. Wat betreft het abonnementstarief huishoudelijke hulp is het de verwachting dat het Rijk op dit onderwerp haar beleid ook binnen een afzienbare termijn zal herzien. Dit zal voor Leusden financieel gunstig uitpakken. Voor het onderdeel “WMO abonnementstarief” komt gemeente Leusden momenteel € 600.000 te kort op de bijbehorende Rijksinkomsten, waarmee dit een bescheiden stelpost is. Voor het onderdeel jeugdzorg komen er in 2022 incidenteel extra middelen beschikbaar. Het is nog onzeker welk bedrag en ook hoe de middelen verdeeld gaan worden. Het ziet er naar uit dat vanaf 2023 zich financiële uitdagingen aandienen vanwege de meerjarige structurele tekorten op basis van de huidige situatie. Wanneer het Rijk de gemeentelijke inkomsten niet verhoogt en gemeente Leusden haar beleid niet wijzigt, zal het tekort nog hoger zijn. Zie hiervoor de risicoparagraaf. Gezien de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de uitkomsten van de arbitrage commissie is het ook mogelijk dat het saldo positief beïnvloed wordt, met name 2022 en 2023.
In onderstaande tabel wordt het beoogde saldo zichtbaar voor de begroting 2022-2025. Saldo kadernota (incl. nieuw beleid) Maatregelen: Ombuiging 1. : verhoging rioolheffing max. kostendekkend Structureel budget nieuw beleid vervalt Geen indexering budgetten en subsidies in 2022 Saldo na maatregelen Stelpost: Rijksinkomsten jeugdzorg/WMOabbonnementstarief Saldo kadernota (incl. nieuw beleid en maatregelen)
2022
2023
2024
2025
-537
-860
-1.305
-1.420
136 50 169 -182 182 -
136 100 169 -455 182 -273
136 150 169 -850 182 -667
136 200 169 -915 182 -733 x € 1.000
Tabel 10.1 Beoogd saldo begroting 2022-2025
De Begroting 2022 zal worden opgesteld met de gegevens vanuit deze nota. Vóór het opstellen van de begroting is er naar verwachting meer inzicht in de beweging die het Rijk maakt in de vergoeding voor de jeugdzorg. De definitieve financiële uitkomsten worden bekend in de september circulaire 2021. De september circulaire wordt verwerkt bij de voorjaarsnota 2022. De raad wordt over de circulaires en de ontwikkelingen in de zorgkosten tussentijds geïnformeerd via raadsinformatiebrieven. Voor wat betreft de overige onzekerheden vanuit het Rijk is het de verwachting dat deze pas bekend worden ná de begrotingsbehandeling. Dit effect treedt dan op vanaf 2023.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 25
11. Voorstel besluiten Wij stellen u voor om de Kadernota 2022 vast te stellen en daarmee in te stemmen met de volgende kaders: 1. Het beschikbaar stellen van de volgende middelen voor nieuw beleid: a. € 40.000 structureel vanaf 2022 voor peuteropvang en VVE; b. € 64.000 incidenteel in 2022 voor extra formatieve capaciteit voor veiligheid; c. € 52.000 incidenteel in 2022 voor continueren van inzet programmamanagement voor de energietransitie; d. € 20.000 incidenteel in 2022 voor uitwerking van de RES en opstellen uitnodigingskader; e. € 40.000 incidenteel in 2022 voor wijkaanpakken warmtetransitie; f. € 12.000 incidenteel in 2022 voor inzet pedagogisch beleidsmedewerker VVE; g. € 25.000 incidenteel in 2022 voor uitvoering van de wet schuldhulpverlening; h. € 43.000 incidenteel in 2022 voor 0,5 fte formatie R&T/Leusden op de kaart; i. € 7.000 incidenteel in 2022 voor beheer van perceel Schoolsteegse bosjes; j. € 50.000 incidenteel in 2022 voor het eetwerkcafé in het Huis van Leusden; k. € 25.000 incidenteel in 2022 voor de pilot met het geldloket; l. € 30.000 incidenteel in 2022 en € 20.000 in 2023 voor de aanbesteding van algemene voorzieningen voor ouderen; m. € 10.000 incidenteel in 2022 en € 10.000 incidenteel in 2023 voor de poortwachter dyslexie. 2. De onder 1. genoemde middelen als volgt te dekken: a. de structureel € 40.000 van 1a.
ten laste van het begrotingsresultaat; b. de incidenteel € 313.000 van 1b. t/m 1j. ten laste van de algemene reserve basisdeel; c. de incidenteel € 25.000 van 1k. ten laste van de egalisatiereserve corona; d. de incidenteel € 70.000 van 1l. t/m 1m. ten laste van bestaande CUP-gelden. 3. Het starten van een “Plan Maatregelen” om tot concrete structurele ombuigingen te komen voor de kadernota 2023. 4. De overige kaders voor de begroting 2022.
Kadernota 2022 (L272958)
Pagina 26