HPB Groeidocument_151776__.pdf
Tekst van het document
UITNODIGING
Denk met ons mee! WE HOREN GRAAG UW REACTIE OP DIT DOCUMENT. DAT KAN DOOR TE REAGEREN VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER. UW REACTIE VERWERKEN WIJ IN HET HANDELINGSPERSPECTIEF.
Groeidocument Op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort
Reacties vóór 7 september via het meegestuurde reactieformulier
Versie juli 2023 voor consultatie van de gebiedspartijen
Errata Aanvullingen op het Groeidocument
De schriftelijke consultatieronde van het Groeidocument (juli - september 2023) leverde een aantal opmerkingen op over inhoudelijke onjuistheden en daarnaast een veelheid aan zinvolle vragen, aanvullingen en nuanceringen. Dit laatste is als input meegenomen bij het maken van het Handelingsperspectief. Deze inhoudelijke aandachtspunten uit de consultatie zijn weergegeven in het consultatierapport. De onjuistheden vragen om correcties. Onderstaand worden de voorgestelde correcties op het Groeidocument van juli opgesomd. Enkele spellings- en taalfouten zijn ook gesignaleerd, maar de vanzelfsprekend benodigde correcties daarvan zijn in deze lijst gemakshalve weggelaten. Correcties d.d. 23/10/2023 > Pagina 4 De laatste alinea over de relatie met het UPLG in het Groeidocument (juli) wordt gewijzigd in: "Met het Handelingsperspectief geven de regiogemeenten zichzelf een kader en hun partners een richting voor uitvoering van ambities in het buitengebied." > Het Handelingsperspectief geeft bovendien richting en houvast voor de regiogemeenten in de gesprekken met de provincie over het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), dat op dit moment geschreven wordt en begin 2024 door Provinciale Staten wordt vastgesteld. > Het UPLG wordt de basis van het provinciale beleid en prioriteiten voor het landelijk gebied in de komende jaren.
> Een gelijkluidende tekst staat in bijlage 2 bij het Groeidocument (samenhangende trajecten). Daar wordt de tekst over UPLG weggelaten. > Pagina 7 Het Ontwikkelbeeld staat samen met de verstedelijkingsstrategie Utrecht Nabij van de U10 als stip op de horizon goed op het vizier van het rijk. Updaten:
het ontwikkelbeeld is v.w.b. verstedelijking inmiddels vertaald in het concept Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort. > Pagina 7 “Dit gebied is in beheer en eigendom en in gebruik door vele partijen: agrariërs, landgoedeigenaars en rentmeesters, (natuur) terreinbeheerders, bewoners, het waterschap, drinkwaterbedrijven, netbeheerders, de overheid, recreanten, ondernemers.” Verzoek om landgoedeigenaars te vervangen door landgoederen en rentmeesters weg te halen. > Pagina 10 Hier wordt gesteld dat het waterpeil verhoogd moet worden. Echter dit is feitelijk de laatste 5 jaar al gebeurd. Dit geldt ook voor het gebruik van bufferstroken welke per 01-01-2023 wettelijk verplicht zijn geworden. > Pagina 16 ‘Er staat momenteel niets tegenover het openstellen van deze paden.’ Dit is niet helemaal waar. Er staat wel degelijk iets tegenover het openhouden en onderhouden van paden. Wel varieert dit per locatie en soort pad. > Pagina 22 bij ‘grootste veranderingen’: Aangaande het vaste, concreet genoemde waterpeil in het Eemnesser grondgebied is het dringende verzoek om dit weg te halen in het definitieve stuk dat ter besluitvorming wordt voorgelegd. Het betreffende waterschap is onlangs gestart met het voorbereidende traject van het herzien van het peilbesluit.
In dit traject moeten met alle belanghebbenden afwegingen worden gemaakt, ook over flexibel waterpeil, grootte van peilvlakken en hoogtes van het waterpeil. Peilbesluiten en peilenplannen blijven altijd een resultaat van belangenafweging zoals bodemopbouw, eventuele bodemdaling en grondgebruik etc. Het is te kort door de bocht om hier -0,20 meter beneden maaiveld op te schrijven. Een hoger vast grondwaterpeil kan niet.
Peilbesluiten en peilenplannen gaan over oppervlaktewaterpeilen. Voor wat meer vaste grondwaterpeilen moet je denken aan omgekeerde, onderwater- of peilgestuurde drainage. Infiltratie bevorderlijke ingrepen in de bodem doet het Waterschap niet zelf. Dat is iets voor de eigenaren/ gebruikers van de grond. Het waterschap kan het wel stimuleren met bijvoorbeeld beheerpakketten via de collectieven etc. > Pagina 23 en verder. Over collectieven als beheerder: agrariërs en perceeleigenaren zijn de beheerders en het collectief maakt de afspraken met de agrariërs (afsluiten van de beheerpakketten), doet controle en zorgt dat de euro's worden uitgekeerd. > Pagina 25 er is geen sprake van vast winter en zomerpeil. Het waterschap werkt over het algemeen met een bandbreedte van een min/max peil waartussen het peilbeheer gedaan wordt op basis van grondwaterstanden, weersomstandigheden etc. > Pagina 29 en tabel pagina 32 “Windturbines op de heuvelrug langs de A28 zijn in 2040 noodzakelijk voor een goede energiebalans.” Onderzoek moet uitwijzen of dat zo is en of dat haalbaar is. > Pagina 51 De hier voorgestelde mogelijke verdienmodellen en verbreding vormen volgens de landbouworganisaties niet een goede toekomstgerichte basis als businesscase.
> Pagina 55 Opmerking Groen Groeit Mee: het betreft een samenwerkingsprogramma tussen de 3 regio's, provincie en waterschappen, en geen specifiek provinciaal programma. Let op: het Groen Groeit Mee pact is niet ondertekend door de agrarische organisaties. > Pagina 55 Er staat dat 7 gemeenten en de provincie en Waterschap deel uitmaken van de lichte regiosamenwerking. Waterschap en Provincie horen daar niet bij.
Inhoudsopgave 1. Groeidocument4 2. Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort6 Overzichtskaart 8
3. Druk op het buitengebied 10 4. Condities om te handelen12
Wat goed samengaat13 Wat niet goed samengaat en schuurt15
5. Ruimtelijk perspectief19
Het gebied Vroeger en Nu 20 Eemland en Arkemheen22 Utrechtse Heuvelrug28 Gelderse Vallei34
6. Financieringsmogelijkheden40
Ontwikkelpad “collectief beheren en ontwikkelen"42 Ontwikkelpad Waterreservoir Heuvelrug44 Ontwikkelpad Schone Eem46 Overheidsbijdragen50 Gebiedsgerichte verdienmodellen 50
Bijlage 1: Doelen voor de toekomst52 Bijlage 2: Samenhangende trajecten54
1. Groeidocument
Het groeidocument levert de bouwstenen voor het handelingsperspectief en is mede gebaseerd op de gebiedsateliers die georganiseerd zijn door de Regio Amersfoort. Het document wordt aangevuld en aangescherpt door de consultatieronde met de gebiedspartijen, van zowel stakeholders als overheid. Daarmee wordt het een stuk van en voor de partijen en niet alleen van de overheid.
2. Het Handelingsperspectief Buitengebied regio Amersfoort
Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort is van en voor de gebiedspartijen (stakeholders en publiekspartijen). Het geeft richting en biedt de kaders hoe er in dit buitengebied het beste gewerkt kan worden aan de transitieopgaven die op het gebied afkomen. Het handelingsperspectief wordt vastgesteld door de publieke partijen waardoor het een zelfbindende status krijgt.
3. Druk op het buitengebied
In beeld is gebracht wat het huidige ruimtebeslag is in het buitengebied en welke ruimteclaims er zijn. Niet alles kan zomaar naast elkaar een plek krijgen. Meervoudig ruimtegebruik, adaptieve inrichting en robuuste systemen zijn nodig voor een vitaal buitengebied.
4. Condities om te handelen
6. Financieringsmogelijkheden
5. Ruimtelijk perspectief
Bijlage 1: Doelen voor de toekomst
Inzicht wordt gegeven in wat goed samengaat en kansrijk is om te prioriteren en te combineren: gebruikszonering en clustering; natuurinclusief en bodemverbetering; arrangementen recreatief gebruik; versterken van routes en structuren; robuust watersysteem; een schone Eem; een grondbank. Er wordt inzicht gegeven wat de kwesties zijn die niet goed samengaan en die schuren: toekomstbestendige landbouw; beschikbaarheid landbouwgrond; waardering agrarisch natuurbeheer; verandering kernrandzones; energiewinning; recreatieve padenstructuur en landeigenaren; ingrepen op de flanken; onttrekken van water; oneerlijke afrekening; top down versus bottom up; wederzijds begrip tussen stedelijk- en buitengebied.
Op basis van gebiedskenmerken, bodem en water sturend en het gewenste grondgebruik is er een ruimtelijk perspectief geschetst per deelgebied: Eemland en Arkemheen, Utrechtse Heuvelrug en Gelderse Vallei. Per gebied is een karakterschets gemaakt en is aangegeven wat de grootste veranderingen zijn en wat er concreet moet gebeuren.
Onderscheid is gemaakt in autonome ontwikkelingen, dus waar al budgetten voor zijn gereserveerd en in gestuurde ontwikkelingen waarbij aanspraak gemaakt zou kunnen worden op nieuwe financieringsbronnen. Als voorbeeld is per deelgebied een ontwikkelpad geschetst waarin is aangegeven hoe je stap voor stap een ontwikkeling in gang kunt zetten. Daarbij wordt inzicht gegeven in de baathebbenden en de investeringsmogelijkheden en orde van grootte van de investeringen. Aangegeven is welke overheidsbijdragen mogelijk zijn en welke gebiedsgerichte verdienmodellen passen bij het buitengebied.
Eerste aanzet van de nu bekende kwantitatieve beleidsdoelen die relevant zijn voor het buitengebied van de regio Amersfoort.
Bijlage 2: Samenhangende trajecten
Overzicht van de verschillende beleidstrajecten die lopen in de regio Amersfoort en die van invloed zijn op de toekomst van het buitengebied.
1. Groeidocument Voor u ligt het groeidocument, op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort. Het groeidocument levert belangrijke bouwstenen voor het uiteindelijke handelingsperspectief dat eind 2023 gereed is. De inhoud is mede gebaseerd op de gebiedsateliers die in het eerste halfjaar van 2023 georganiseerd zijn door de Regio Amersfoort.
Als onderdeel van de financieringsmogelijkheden zijn er mogelijke ontwikkelpaden geschetst, waarin per stap is aangegeven welke ingreep met bijbehorende investeringen nodig zijn, wie de baathebbenden zijn en welke dekkingsmogelijkheden er zijn. Wij horen graag of deze aanpak wordt herkend en helpt om een gewenste ontwikkeling op gang te brengen.
Het heet een groeidocument omdat het stuk inhoudelijk nog verder wordt aangevuld en aangescherpt door de consultatieronde met de gebiedspartijen (stakeholders uit het gebied inclusief de overheden). De consultatie is bedoeld om de denklijnen en voorstellen te testen op realisme en bruikbaarheid. Ook is het belangrijk dat partijen zich straks in het handelingsperspectief herkennen. Daarmee is het geen stuk van de overheid die dingen oplegt aan het gebied, maar een stuk van en voor de partijen. De publieke partijen moeten het handelingsperspectief uiteindelijk wel vaststellen om het status te geven en duidelijke kaders mee te geven voor de toekomstige ontwikkeling van het buitengebied. Het is daarmee mede bedoeld voor doorvertaling in andere beleidsinstrumenten.
In de periode juli tot december wordt het groeidocument verder uitgewerkt en geconcretiseerd tot het concept handelingsperspectief. De consultatie op het Groeidocument wordt daarin meegenomen. In een aparte notitie zal worden aangegeven hoe de opmerkingen uit de consultatieronde hierin zijn verwerkt. Het ligt in de verwachting dat in dezelfde periode ook meer informatie beschikbaar komt uit andere trajecten, zoals het Uitvoeringsprogramma landelijk gebied (UPLG), het programma Groen Groeit Mee (GGM), het Gebiedskompas van A(mersfoort) tot Z(eist), de Regionale Energie Strategie (RES Regio Amersfoort en Foodvalley) en (wellicht) het nationale landbouwakkoord. Zoveel als mogelijk wordt in het definitieve handelingsperspectief het verband gelegd met deze parallelle trajecten. Zie voor een beknopt overzicht de bijlage ‘Samenhangende trajecten’.
Dit document geeft inzicht in wat er speelt en leeft in het gebied en welke kansen er liggen om met alle gebiedspartijen, inclusief de publieke partijen, samen te werken aan de toekomst. Het is een document waarin aangegeven wordt wat er zou moeten veranderen, zowel in condities als in fysieke ingrepen, om de vele ruimtevragers en transitieopgaven een plek te geven.
Met het Handelingsperspectief geven de regiogemeenten zichzelf een kader en hun partners een richting voor uitvoering van ambities in het buitengebied.
Er wordt per deelgebied een ruimtelijk perspectief voor de toekomstige inrichting van het buitengebied geschetst. Daarbij wordt er inzicht geven in verschillende financieringsmogelijkheden, met inspirerende voorbeelden vanuit andere regio’s. Wij, Bureau Regio Amersfoort, zouden graag dit document willen verrijken met voorbeelden uit het gebied zelf en roepen op om ons daarin te voorzien.
Het Handelingsperspectief geeft bovendien richting en houvast voor de regiogemeenten in de gesprekken met de provincie over het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), dat op dit moment geschreven wordt en begin 2024 door Provinciale Staten wordt vastgesteld. Het UPLG wordt de basis van het provinciale beleid en prioriteiten voor het landelijk gebied in de komende jaren.
4
Schema voorbeeld van positie van het Handelingsperspectief tussen lopende beleidstrajecten
5
Het buitengebied van de regio Amersfoort definiëren we als het grondgebied van de genoemde zeven gemeenten buiten de rode contouren van het bebouwde gebied. Het is het gebied waar de gemeentegrenzen elkaar raken. Dit gebied is in beheer en eigendom en in gebruik door vele partijen: agrariërs, landgoedeigenaars en rentmeesters, (natuur) terreinbeheerders, bewoners, het waterschap, drinkwaterbedrijven, netbeheerders, de overheid, recreanten, ondernemers. Het buitengebied kent drie karakteristieke landschappen: het Eemland, de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei, die samenkomen rond de stad Amersfoort. Hoewel de gebieden in karakter en grondgebruik zeer verschillend zijn, staan zij samen voor dezelfde transitieopgaven.
2. Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort Zoals gemeld is het groeidocument de opmaat naar het uiteindelijke handelingsperspectief. Het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort is van en voor de gebiedspartijen (stakeholders en publiekspartijen). Het geeft richting en biedt de kaders hoe er in dit buitengebied het beste gewerkt kan worden aan de transitieopgaven die op het gebied afkomen. Sommige opgaven in de regio vinden hun oorsprong, dan wel oplossing, buiten de regiogrens (bijvoorbeeld de waterkwaliteit in beekdalen). Het handelingsperspectief kijkt waar nodig over de grenzen heen en zoekt allianties.
Het handelingsperspectief wordt vastgesteld door de publieke partijen waardoor het een zelfbindende status krijgt. De Regio Amersfoort bestaat uit de zeven Utrechtse gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, en de twee Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk. De gemeenten Barneveld en Nijkerk zijn wel betrokken, maar maken geen onderdeel uit van het handelingsperspectief. Zij doen mee met de aangrenzende Regio Foodvalley waar, voor deze twee gemeenten, ook de besluitvorming plaatsvindt.
6
voor onze groeiende regio, het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040, dat in december 2021 in de raden en staten is vastgesteld. Het Ontwikkelbeeld staat samen met de verstedelijkingsstrategie Utrecht Nabij van de U10 als stip op de horizon goed op het vizier van het rijk. De pijlers van het Ontwikkelbeeld hebben wel een concretiseringsslag nodig waarbij de opgave en uitvoering centraal moet staan. Voor de pijlers in het landelijk gebied is de opdracht gegeven met het Handelingsperspectief een uitwerking te maken. Tegelijkertijd ontstond landelijk, mede ingegeven door de stikstofproblematiek, ook de behoefte aan een aanpak voor het landelijk gebied. In juni 2022 heeft het Rijk de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied gepubliceerd. Dit programma brengt de opgaven op het gebied van stikstof, natuur, water, klimaat en bodem samen en zorgt voor een gecombineerde aanpak voor een vitaal landelijk gebied. Elke provincie levert hiervoor in 2023 een gebiedsprogramma op. Het Utrechts Programma Landelijk Gebied (het UPLG) gaat de kaders omschrijven van de opgaven van het buitengebied, wat moeten we als gebruikers van het gebied doen om onze doelen te behalen. Het Handelingsperspectief gaat uit van een gezamenlijk toekomstbeeld, wat zien we voor toekomst voor ons buitengebied, welke keuzes maken we daarin en hoe willen we daar met elkaar naar toe werken.
De wederzijdse afhankelijkheid tussen beide documenten vraagt om nauwe samenwerking.
De druk op het buitengebied wordt veroorzaakt door autonome ontwikkelingen zoals bevolkingsgroei, klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, maatschappelijke behoeftes of agrarische bedrijven die worden beëindigd bij gebrek aan een opvolger. Maar ze worden ook veroorzaakt door de noodzakelijke transities die nodig zijn op het gebied van energie, bodem, water, circulaire economie en landbouw zodat er een gezond en vitaal buitengebied is voor toekomstige generaties. De ontwikkelingen in het gebied worden mede bepaald door (inter) nationale en provinciale regels, doelen en programma’s. Het Handelingsperspectief Buitengebied is één van de uitwerkingsprogramma’s uit het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort, dat in 2021 is vastgesteld. Regio Amersfoort en Provincie Utrecht hebben in 2020 samen het initiatief genomen om een verstedelijkingsstrategie te ontwikkelen voor de periode 2030-2040. Waar wonen we? Op wat voor soorten plekken werken we? Waar versterken we de natuur? Waar moeten we werken aan de bereikbaarheid? De antwoorden op deze vragen vormen een gemeenschappelijke koers
7
OVERZICHTSKAART
‘GROEIEN NAAR EEN HANDELINGSPERSPECTIEF’ Conceptversie
Eemland > >
Gelderse Vallei
Belonen agrarisch natuurbeheer Natuurlijke Eem versterken
> > >
Arkemheen > >
Versterken innovatieve landbouw Versterken beekdalen Recreeëren langs Valleikannaal
Heuvelrug & Veluwe
Belonen agrarisch natuurbeheer Meer weidevogels
> > >
Water infiltreren en vasthouden Flanken als sponslandschap Eén robuust natuurgebied
Recreatiegebied > Concentreren drukte > meer groen en gezondheid
Kernranden > Combinaties maken > Ontwikkelmogelijkheden
8
Drinkwaterbron
Zoekgebied energieopwekking
Defensieterrein
Regionaal bedrijventerrein 9
3. Druk op het buitengebied Om voor de toekomst een economisch vitaal en gezond buitengebied te garanderen moeten alle partijen bewegen, anders gebeurt er niets. Dat gaat niet vanzelf. De opgave van stikstofreductie, transitie van agrarische grond, waterberging, ruimte voor klimaatadaptatie, recreatiebehoefte van de stedelingen, gezonde bodem, herstel van biodiversiteit, het zijn allemaal opgaven die een ruimtelijke claim leggen op het buitengebied. Ruimtevragers zitten elkaar in de weg, de vraag overstijgt het beschikbare grondgebied. Dat betekent dat er soms (moeilijke) keuzes gemaakt moeten worden. En ook dan nog, kan de oplossing voor de één een probleem voor de ander betekenen. Het waterpeil is daar een duidelijk voorbeeld van. Het verhogen van het waterpeil ter voorkomen van CO2-uitstoot van de veengebieden kan belemmerend werken voor de landbouwproductie. Minder vee per hectare is een mogelijke oplossing en beperkt de stikstof- en methaanuitstoot, vanwege, minder mest. Deze extensivering is voor boeren echter het lastigste. Het betekent een kostbare omslag naar minder vee of meer grond. In het handelingsperspectief staat het buitengebied centraal. Maar een deel van de druk op het gebied wordt veroorzaakt door ‘de stad’. Tegelijkertijd kan ‘de stad’ bijdragen aan een deel van de oplossing.
Bijvoorbeeld door het zuiniger omgaan met (drink)water, voorkomen van afvallozing in de bodem of in het watersysteem, bijdragen aan verdienvermogen van de recreatieve ondernemer, verminderen van autogebruik en als afzetgebied voor de agrarische producten.
Indicatie ruimtevraag op basis van data van: CBS, POVI, Regio Amersfoort Centraal!, WUR
Hier is in beeld is gebracht wat het huidige ruimtebeslag is in het buitengebied en welke ruimteclaims er zijn. De kaart met huidig ruimtegebruik en de mogelijke ruimtevragers in de toekomst, geeft het inzicht dat niet alles zomaar naast elkaar kan. Versnippering van het gebied ligt op de loer ligt. De toekomst van het buitengebied is afhankelijk van hoe goed het ons lukt om meervoudig ruimtegebruik, adaptieve inrichting en robuuste systemen echt als basis te nemen in de ruimtelijke ordening.
Dorpen en steden hebben het buitengebied nodig en dat is wederzijds. Als de stadlandrelatie goed is, is er toekomst voor het buitengebied en voor de bebouwde omgeving.
10
Schematische weergave, van functies scheiden naar functies combineren
11
Michiel Houtzagers Programmamanager Gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied (UPLG), Provincie Utrecht
Wim van de Geest Onafhankelijk adviseur agrarische sector
Jan Kramer Wethouder Leusden
Hilde Blank BVR Adviseurs
Impressie digitale informatiebijeenkomst Raden, Staten en AB leden Link: www.youtube.com/watch?v=_ojkvHopaQU
4. Condities om te handelen Ook voor de volgende generaties willen we dat deze regio een vruchtbaar gebied blijft waar het goed ondernemen, recreëren en wonen is. Daarvoor moeten we wel met elkaar, als samenleving aan de slag met de urgente opgaven als de stikstofproblematiek en klimaatverandering. Verandering is nodig. Niet alleen in het buitengebied maar ook in de stad en de dorpen. Is er een manier te vinden om deze forse uitdagingen zo om te buigen dat ze het buitengebied sociaal, fysiek en economisch sterker maken? We hebben geleerd dat de vraagstukken in het buitengebied sterk verweven zijn. Iedereen kan een wezenlijke rol spelen richting de toekomst. Een palet aan mogelijkheden en oplossingsrichtingen is nodig waarin iedereen zijn plek kan vinden.
wordt genoemd. Prioriteren betekent: keuzes maken wat eerst moet en wat later kan, en ook wat waar wel of niet kan. Combineren betekent: ervoor zorgen dat je met ingrepen veel doelen tegelijk realiseert. Soms doet keuzes maken pijn. Maar liever zelf als regio kiezen dan gedwongen worden. Het kan zijn dat er nog nader onderzoek gedaan moet worden, beter inzicht moet komen in de verschillende onderliggende belangen of welke maatregelen er zijn om te bewegen. Het kan ook zijn dat de tijd nog niet rijp is om onderwerpen beet te pakken of dat er nu nog te veel onduidelijk is vanuit Europees en/of landelijk beleid. Dat met elkaar benoemen is ook onderdeel van het handelingsperspectief.
Op een aantal onderwerpen is het huidige beleid waarschijnlijk nog ontoereikend, zoals voor bodem en water sturend, de UPLG doelen of de energieopgave richting 2040. Het is daarom nu nodig om voor het buitengebied van Regio Amersfoort een echt nieuw toekomstperspectief te bepalen. Dat houdt keuzes in: prioriteren en combineren, zoals dat in het Ontwikkelbeeld Amersfoort Centraal!
Alles overziend en met de kennis van nu is op basis van gesprekken in de gebiedsateliers en de beschikbare info gekeken waar voldoende draagvlak voor lijkt te bestaan en voor welke onderwerpen de meningen uit elkaar lopen. Op basis daarvan wordt een voorschot genomen door te laten zien wat prioriteren en combineren kan betekenen.
12
UITNODIGING
Wat goed samengaat
Denk met ons mee!
Kansrijk: gebruikszonering en clustering Zonering van het buitengebied wordt vanuit meerdere belangen kansrijk gevonden. Er is een wens dat de overheid voor duidelijke kaders zorgt welke gebieden/zones drukker of juist luwer moeten zijn. Drukke zones lenen zich voor recreatieve functies, uitbreiding van routes en verblijfsplekken, moestuinen, herenboeren, sportprogramma en verbreding van programma voor ondernemers in het buitengebied.
WAT SPREEKT U AAN EN OP WELKE ONDERWERPEN HEEFT U NOG SUGGESTIES OM DE INHOUD VERDER AAN TE SCHERPEN? LAAT HET ONS WETEN VIA HET REACTIEFORMULIER
een groot positief effect op een bestendige vruchtbaarheid, het vermogen van de bodem om water vast te houden, CO2 op te nemen en de waterkwaliteit te verhogen door minder uitspoeling van voedingsstoffen. De bodemverbetering is in de handen van boeren prima belegd. Het is hun bestaan. Als iedereen dit doet gaat het de goede kant op.
Prioritering: De regio zorgt snel voor duidelijkheid en benoemt de gebieden van rust en reuring (recreatief) en de ruimtelijke structuur van het groenblauwe netwerk met daarin ook zwemwater. Clustering van recreatie en verbrede landbouw gebeurt in stad- en dorpsranden zoals in Amersfoort zuidelijke Eemvallei bij Hoogland (ten zuiden van de A1), de groene ‘wespentaille’ tussen Bunschoten en Amersfoort en de plekken rond toeristische trekpleisters als het Nationaal militair museum. Dit kan schuren omdat sommige kernrandzones kunnen gaan veranderen.
Combineren: In Eemland en de Gelderse Vallei kan de natuur- en waterkwaliteit vergroot worden door bij het landgebruik nog meer rekening te houden met de natuur, door ecologisch bermbeheer, sloot(kant)beheer, evenwichtsbemesting en het verminderen van de kunstmestgift.
Luwe zones lenen zich juist voor functies die niet gebaat zijn bij veel reuring, zoals agrarische productiegebieden en de natuurgebieden en (agrarische) natuur.
Kansrijk: arrangementen recreatief gebruik Door het landschap recreatief te ontsluiten via centrale overstaplocaties (zogenaamde hubs) op plekken rond stations of bij de snelweg wordt de overlast van auto’s (parkeren en drukte) bij natuurgebieden beperkt. Deze plekken bieden gelijk ook een kans om hier routes te laten starten en eindigen en functies toe te voegen die aanvullende inkomsten voor het gebied (landeigenaren) genereren. Vanuit deze gebiedsinkomsten kan worden bijgedragen aan beheer en onderhoud van delen van het buitengebied.
Prioritering: vasthouden van rust in de polders van Eemland ten noorden van de A1 en poldergebied van Arkemheen en in een langgerekte zone over de Heuvelrug. Het betekent dat deze gebieden niet té toegankelijk worden gemaakt voor recreanten. Kansrijk: natuurinclusief en bodemverbetering Nieuwe ontwikkelingen en het beheer van het buitengebied kunnen met relatief kleine aanpassingen meer natuurinclusief worden. Een voorbeeld is ecologisch bermbeheer en ecologisch slootkantbeheer wat een groot positief effect heeft op biodiversiteit, waterkwaliteit en bodemkwaliteit. De gebruikers van het buitengebied kunnen ook de bodemkwaliteit verbeteren door organische bemesting in plaats van kunstmest. Dit heeft
Prioriteren: Prioriteren: de regio zou krachtig moeten doorgaan met het ontwikkelen van recreatieve hubs bij OV haltes (‘groene poorten’) en toeristische knooppunten zoals langs de flanken van de Heuvelrug (gebied Lage-Vuursche), bij diverse landgoederen, bij station Soest, in de omgeving de Birkt, bij snelwegafritten, bezoekerscentra van de terreinbeheerders, het Henschotermeer, vergader- en ontmoetingslocaties in het buitengebied (nog niet compleet, nader uitwerken). 13
Kansrijk: versterken van routes en structuren De groeiende vraag naar ommetjes, recreatieve routes en bestemmingen kan worden geleid door te investeren in groenblauwe structuren door het landschap. Mits daar een reële compensatie tegenover staat en recreanten respectvol omgaan met de grond van de agrariër.
Kansrijk: een schone Eem Het verbeteren van de waterkwaliteit in de Eem ten behoeve van natuur, recreatieve functies (zwemwater en waterrecreatie) heeft ook meerwaarde voor de agrarische sector. In droge tijden hebben agrariërs het water uit de Eem nodig voor irrigatie en beregening. Momenteel is de waterkwaliteit in de Eem slechter dan het gebiedseigen water in de sloten en wordt de Eem liever niet gebruikt vanwege de slechte waterkwaliteit. De oorzaken van de slechte waterkwaliteit zijn onder andere effluentwater uit rioolwaterzuiveringen, stedelijke vervuiling en het gebruik van recreatie- en beroepsvaart en de uitgespoelde meststoffen uit de bovenstroomse landbouwgebieden.
Combineren: de voor de natuur benodigde groenblauwe dooradering van het landelijke gebied met landschapselementen zoals houtwallen, knotwilgenrijen, moerasoevers kan waar dat passend is worden gecombineerd met recreatieve paden. Logische gebieden voor routes en groenstructuren zijn: het Valleikanaal/ Grebbelinie en de Eem, het Valleilint van houtwallen en eikenlanen tussen heuvelrug en Veluwe, langs de beken, in de flankzone van de heuvelrug en de dwarsverbindingen hoog-laag.
Prioriteren: een schone Eem gaat over het hele stroomgebied van de Eem dus ook de aanvoerende beken vanuit Foodvalley. Alle partijen staan samen aan de lat om kwalitatief goed water op Valleikanaal en Eem te lozen. Dat betekent wel meer inspanning voor de zuiveringen, schonere recreatie- en beroepsvaart en aanpassing van de landbouw. Een kwestie van lange adem.
Kansrijk: robuust watersysteem Een robuust watersysteem is voor iedereen belangrijk. Of je nu inwoner, ondernemer of een dier of plant bent: water is van levensbelang. De klimaatverandering legt prioriteit bij het waarborgen en ontwikkelen van een robuust watersysteem. Maatregelen zijn nodig in het buitengebied en stedelijk gebied die bijdragen aan het aanvullen van de zoetwaterbel, het bufferen van water voor droge perioden en het verbeteren van de waterkwaliteit. Ze zorgen voor een toekomstbestendige regio. Dit zijn niet alleen maar fysieke maatregelen maar het gaat hier ook over zuinig omgaan met zoetwater (auto wassen, tuin sproeien etc).
Kansrijk: grondbank Interne ruilverkaveling is kansrijk voor het versterken/behouden van het agrarische productiegebied en interessant voor agrarische ondernemers die doorgaan en voor ondernemers die stoppen. Het handelingsperspectief moet zorgen voor behoud van de gronden die het best geschikt zijn voor voedselproductie en die versnippering van het productiegebied voorkomen. Gronden die minder geschikt zijn voor productie (vanwege bijvoorbeeld natte ondergrond of nabijheid van kwetsbare natuur) kunnen benut worden voor natuur, recreatie of ondernemers die kansen zien in andere businessmodellen, zoals agrarisch natuurbeheer. Om dit mogelijk te maken is een grondbank een kansrijk instrument, mits de regio zelf mede sturing kan geven hoe en onder welke voorwaarden gronden worden ingezet.
Prioriteren: Water is een topprioriteit. Ieder draagt bij aan een robuust, veerkrachtig en toekomstbestendig watersysteem waarin de kwelstromen in stand blijven. Dit gebeurt door hemelwater te infiltreren in de bodem en de zoetwaterbel in de Heuvelrug aan te vullen, samen water vast te houden, te bergen als er te veel is en de waterkwaliteit te verbeteren in de flanken en voet van de Heuvelrug, in sloten, beken en in het Valleikanaal/Eem en door vernatting van het veen en een slimmer en flexibeler peilbeheer waar dat kan (maatwerk).
Wat niet goed samengaat en schuurt Kwestie: toekomstbestendige landbouw Bij alle noodzakelijke veranderingen in het buitengebied is een perspectief voor de landbouw nodig. Dat perspectief hangt nog sterk af van het wel of niet te sluiten Landbouwakkoord, Kabinetsbeleid zoals op gebied van stikstof of het UPLG en de internationale afspraken. Wel kan de regio zich uitspreken over de gewenste richting binnen de nu bekende kaders en al gegeven richtingen zoals in het NPLG (2022) en Koersnotitie UPLG (juli 2023).
Kwestie: beschikbare landbouwgrond Extensivering van de landbouw vraagt meer ruimte voor dezelfde productiecapaciteit, de ruimte is al schaars en al die andere ambities (recreatie en natuur, uitleglocaties, energiewinning, bufferzones, dooradering etc.) hebben ook een ruimtevraag. Richting 2040 is de verwachting dat ca 30% van de agrarische gronden vrij zal komen door vrijwillige bedrijfsbeëindiging. Doorgaande agrarische ondernemers hebben de grond echter ook nodig om hun bedrijf te blijven runnen, bijvoorbeeld via extensivering door meer grond. Het is dus belangrijk dat zoveel mogelijk vrijkomende grond binnen de sector blijft.
Prioriteren: Het bieden van perspectief aan de landbouw heeft hoge prioriteit. Wat is de kern van dat perspectief? Misschien dit: ruimte voor rendabele duurzame agrarische bedrijven die zich in Eemland en Gelderse Vallei kunnen ontwikkelen en gericht zijn op het voedselsysteem van de toekomst. Dit met een natuurinclusieve landbouw waarin kringlopen van hulpbronnen (voeders, mest, water, energie etc.) steeds meer worden gesloten tot een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Natuur- Water- Klimaaten stikstofdoelen worden met ondersteuning van de overheid onder andere bereikt door extensivering (minder vee per hectare, minder intensieve veehouderij) en agrarisch natuurbeheer. De voedselproducten en groenblauwe diensten worden redelijk beloond zodat een gezonde bedrijfsvoering mogelijk is. Dit vraagt scherpe keuzes. Noodzakelijk is voldoende areaal voor rendabele bedrijven, een palet van keuzemogelijkheden voor de agrariërs, een aanpassing van regelgeving en een redelijk beloningssysteem inclusief langjarige zekerheden.
Prioriteren: het Handelingsperspectief moet helderheid scheppen over de gebieden waar ruimte moet blijven voor de landbouw en in de mate waarin gronden die vrijkomen binnen de sector blijven. Zo zouden we als regio bijvoorbeeld een verdeelsleutel kunnen bepalen voor de vrijkomende gronden, zoals: 80% blijft agrarisch, 10% natuur en 10% voor recreatie. Ook moet er nagedacht wat te doen met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) Combineren: door agrarisch gebruik te combineren met natuurbeheer en waterbeheer, energiewinning en recreatief medegebruik worden ruimteclaims als het ware in elkaar geschoven zodat de totale ruimtevraag kleiner wordt. Kwestie: waardering agrarisch natuurbeheer Er staat momenteel geen kostendekkende vergoeding tegenover natuurbeheer door agrarische ondernemers. Natuurbeheerorganisaties krijgen relatief meer middelen om natuurbeheer te voeren. Prioriteren: Bij agrarisch natuurbeheer liggen kansen voor realisatie van natuurdoelen, mits er voldoende financieringsbronnen worden gevonden die agrarisch natuurbeheer tot een interessante businesscase maken. Dit betekent wel dat op korte termijn een fors hoger en langjarig agrarisch natuurbeheer-budget nodig is. Het Eemland is gericht op weidevogels, de Vallei op beekdalen en kleine landschapselementen.
Prioriteren: Willen we vaart maken met vrijwillige kavelruil en het herschikken van landbouwgronden dan is het voortvarend opzetten van een grondbank belangrijk, mits met mede-sturing/ regie vanuit het gebied. 14
15
Kwestie: verandering kernrandzones De randen van steden en dorpen bieden kansen voor recreatie. In deze kernrandzones zijn ook landbouw, watersystemen en natuurwaarden aanwezig. Een combinatie van deze functies levert economisch vitale gebieden op met mogelijkheden voor recreatieve ontwikkeling, verbrede landbouw, de ontwikkeling van erven en voormalige agrarische bestemmingen en toevoeging van passende bebouwing. Het landschap kan hierdoor wel veranderen.
moet worden (en waarschijnlijk nog veel meer door de sterke elektrificatie van de samenleving), en dat daar ook ruimte voor gevonden moet worden. Een concrete vraag vanuit het rijk ligt daar nog niet. Dat betekent dat er nu nog geen gebieden aangewezen kunnen worden, maar dat we ons moeten realiseren dat die vraag gaat komen. Wel kunnen we nu al de combinatie van functies verder onderzoeken, zoals landbouw en energie, recreatie en energie, of natuur en energie.
Kwestie: onttrekken van water Drinkwaterwinning is kwetsbaar in Nederland. Waterbedrijven waarschuwen al jaren dat er tekorten dreigen. Drinkwater onttrekken uit de ondergrond heeft ook effecten in de omgeving. De grondwaterstand in de directe omgeving zakt, wat nadelige effecten heeft voor natuurgebieden en agrarische ondernemers in de omgeving. Zo wordt in de Glind (Foodvalley) een nieuwe winning voorgesteld die mogelijk effect heeft op het Utrechtse deel van de Vallei.
Combineren: De regio kan actiever inzetten op kernrandzone beleid waarin de vijf waarden van Groen Groeit Mee centraal staan: Toegankelijk groen; Duurzame landbouw; Veerkrachtige natuur: Beleefbaar landschap; Zichtbaar water. Er worden in de kernrandzones meer mogelijkheden geboden voor ondernemerschap gericht op kansrijke combinaties van functies.
Kwestie: recreatieve paden en landeigenaren Het recreatieve netwerk bestaat ook uit paden die over gebieden lopen die in particulier bezit zijn. Er staat momenteel niets tegenover het openstellen van deze paden. Onderhoud van landgoederen kost echter geld. De kosten en baten, lusten en lasten zouden in balans moeten komen.
Prioriteren: Alle Nederlanders moeten zuiniger omgaan met drinkwater. Dit vergt vooral wetgeving en beleid van het Rijk. Niet overal kan drinkwater worden gewonnen uit grondwater. Keuzes zijn nodig. Drinkwaterbedrijven zullen ook meer gebruik moeten maken van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie.
Kwestie: energiewinning In 2050 wil Nederland 100% energieneutraal zijn. Het energiesysteem van de toekomst is divers qua technieken en lokaal, met slimme uitwisseling van de collectieve vraag en het aanbod waarbij de opbrengst ten goede komt aan de inwoners. De benodigde eerste stappen zijn opgenomen in de RES en Warmtetransitievisie. Uit de Voortgangsrapportage van juni 2023 blijkt dat de realisatie van de RES-doelen in regio Amersfoort achterloopt. Actie is nodig om de urgente klimaatopgave aan te pakken. Dit vraagt daadkracht van de regio, de opgave is een collectief belang. Maar de energievraag is ook een ruimtevraag. Het deel zon op dak kan gebruik maken van het stedelijk gebied, maar voor zon op veld of windenergie is ruimte in het buitengebied nodig, net als voor de opwek van warmte en de bijbehorende energieinfrastructuur.
Prioriteren: bezoekers en bewoners zouden een jaarlijks bedrag moeten betalen voor een collectief fonds, immers wie gebruik maakt en geniet van groen en landschap draagt daar ook financieel aan bij. Kwestie: ingrepen op de flanken Willen we de flanken inzetten om de infiltratie van hemelwater te vergroten, vraagt dit om aanpassingen in het gebied. Stuwen zetten en de waterafvoer vertragen kan betekenen dat de grondwaterstand stijgt en dat kan voor agrarische ondernemers op de flanken effect hebben op de productie en heeft mogelijk gevolgen voor bebouwing. Prioriteren: Bodem en water zijn sturend Omdat het maatschappelijk belang van voldoende zoetwater hoog is, is het wenselijk dat het landgebruik op de flanken en voet van de heuvelrug verandert naar een ‘sponslandschap’, of zoals het waterschap zegt een ‘dynamisch bronnenlandschap’. Dit is een gebied wat water vasthoudt als een spons – in de bodem en in de watergangen. Ten behoeve van een robuuster watersysteem van de gehele heuvelrug.
Prioriteren: De afspraken in RES 1.0 moeten worden uitgevoerd. Maar de RES 1.0 bevat afspraken en zoeklocaties voor de opgave tot 2030 om 49% reductie in CO2 uitstoot te realiseren. Daarom is een doorkijk nodig naar 2040 en verder, vooral omdat de verwachting is dat de vraag naar duurzaam opgewekte stroom exponentieel toeneemt. Dat betekent dat na 2030 minstens nog een keer zoveel duurzame energie opgewekt
Combineren: slimme combinaties van aangepaste landbouw, bos- en natuurbeheer kunnen al veel doen in het beter vasthouden van water. 16
Kwestie: top down versus bottom up De ondernemers in het buitengebied ervaren dat er veel van bovenaf wordt opgelegd. De regels kunnen door de tijd ook flink wisselen. Dat gaat niet samen met het opbouwen van een gezonde bedrijfsvoering. De doelen die van bovenaf worden opgelegd dienen vaak het algemeen belang dat kan schuren met het individuele belang van de ondernemers. Prioriteren en combineren: doelen voor de regio en de deelgebieden zijn hard, want ze horen bij internationale verplichtingen en urgente maatschappelijke noodzaken zoals klimaatmaatregelen of natuurherstel. De manier om hiermee om te gaan is prioriteren in de tijd (wat moet nu, waar en wat kan later) en combineren van doelen in gebiedsgerichte oplossingen. Kwestie: wederzijds begrip stedelijk- en buitengebied Verstoring en vervuiling door afval van recreanten uit ‘de stad’ heeft grote nadelige gevolgen voor natuurwaarden, landbouw en gezondheid. Onbegrip tussen de verschillende gebruikers van het gebied leidt tot emotie wat een mogelijke oplossing blokkeert.
Combineren: In de toekomst is het mogelijk om dynamischer te winnen: meer uit oppervlaktewater en als terugvaloptie uit grondwater, afwisselend winnen op het plateau en de flanken afhankelijk van hoe nat het is. Zo kan drinkwaterwinning worden gecombineerd met de andere functies in de regio.
De stad is tegelijk een afzetmarkt voor agrarische producten. Korte ketenlandbouw biedt kansen voor de ondernemers in het buitengebied. De stedeling is welkom in het buitengebied. Het helpt mee als mensen van buiten beter snappen wat er gebeurt in het buitengebied. Boeren, terreinbeheerders en landgoederen laten nu al zien en vertellen wat er gebeurt in het buitengebied.
Kwestie: oneerlijke afrekening Nu worden ondernemers, ondanks goede waterkwaliteit op het perceel afgerekend op de waarde van de metingen elders. Zonder beloning loont het niet om te investeren in ingrepen die zorgen voor systeemverbetering als andere gebiedspartijen dat niet doen. Prioriteren: in de regio wordt in de toekomst meer maatwerk geleverd op doelen, onafhankelijke metingen, effectbepaling en afrekenbaarheid. Dit kost wel meer geld en tijd. Is die tijd er nog wel?
Combineren: het gebruik van het buitengebied is aan spelregels gebonden. Iedere gebruiker zou respectvol moeten omgaan met het gebied. Dat begint met kennis en beleving uitwisselen. Een mooie rol is weggelegd voor ambassadeurs van stad en land uit de regio.
UITNODIGING
Denk met ons mee! WAT SPREEKT U NIET AAN EN OP WELKE MANIER ZOU HET AANGEPAST KUNNEN WORDEN? LAAT HET ONS WETEN VIA HET REACTIEFORMULIER
17
5. Ruimtelijk perspectief De regionale ontwikkeling van het buitengebied is als samen roeien in een roeiboot. We moeten zorgen dat de boot niet lekt en dat ieder zijn of haar eigen rol kan vervullen. Als we weten waar we naartoe varen (het wat) is het een kwestie van goed samenwerken (het hoe). Waar varen we naartoe? Hierna wordt een ruimtelijk perspectief voor het buitengebied van regio Amersfoort geschetst als richtpunt. Per deelgebied is daarbij op basis van alle gesprekken en beschikbare documentatie een kansrijke balans gezocht van opgaven en belangen. Er is geprioriteerd en gecombineerd. Het is geen blauwdrukplan maar eerder een ‘moodboard’ van de gezamenlijke toekomstwensen. Dit ruimtelijk perspectief geeft richting aan de ontwikkeling van het gebied en kan dienen als basis voor de verschillende afspraken die de komende periode zullen moeten worden gemaakt.
18
19
Het gebied Vroeger en Nu Vroeger: vormende kracht van de natuur Bodem en water zijn altijd al sturend geweest in de regio Amersfoort. Het gebied is gevormd in de IJstijd. Een gletsjer maakte een vallei en stuwde aan de zijkanten de heuvelrug en Veluwe op. De vallei vulde zich met zand, klei en veen. Later vonden de beken hier hun weg. Mensen hebben het gebied ontgonnen tot het kenmerkende kleinschalige (kampen)landschap op de zandgronden en in het lage natte gedeelte de open veenweidegebieden met hun evenwijdige percelen. Het buitengebied van regio Amersfoort kreeg zo een heldere indeling met verschillende waardevolle landschappen. Het handelingsperspectief is gebaseerd op deze landschapsindeling.
Nu: één buitengebied, drie deelgebieden De regio kenmerkt zich nu in verschillende onderdelen. Er zijn hoger gelegen gebieden met bos en heide (heuvelrug en Veluwe), de flanken en voet van de heuvelrug, de beken, het Valleikanaal, de Eem, de randmeerkustzone, veenweidelandschappen, kampenlandschappen, en randen van dorpen en steden. Elk gebied (elke kleur) is anders, kent andere uitdagingen en vraagt daarom een eigen toekomstgerichte manier van handelen.
Landschappen van Nederland, jongmans et al 2013
Schets landschap Regio Amersfoort (Vroeger)
20
Schets landschap Regio Amersfoort (Nu)
21
EEMLAND EN ARKEMHEEN Karakterschets Eemland Het Eemland kenmerkt zich momenteel door een open polderlandschap waar de Eem slingerend doorheen stroomt. Dit is het gebied waar de weidevogel zich thuis voelt vanwege de uitgestrekte weiden, de openheid en de rust. Agrarische ondernemers (veelal melkveehouders) zijn trots op hun koeien en op hun weidevogels. Zij organiseren hun gronden zo dat deze bijzondere vogels hier goed kunnen leven en zich ook in de toekomst thuis blijven voelen. Vanuit de stad en de dorpen is het Eemland een geliefde bestemming voor een fietstocht door de polder. In het zuidelijk deel van Eemland, waar de Eem Amersfoort uitstroomt, wordt het buitengebied momenteel intensiever benut voor recreatie.
Grootste veranderingen
Ecologisch slootbeheer wordt de standaard, hoger vast grondwaterpeil in het veenkerngebied (bijvoorbeeld -0,20 m beneden maaiveld), flexibeler peilbeheer in het overige gebied, meer recreatie langs de Eem en in de zuidelijke Eemvallei met meer bos/ natuur, zwemwater en routes en twee nieuwe fietsbruggen over de Eem.
Wat moet er gebeuren
Vergroten van lonend natuurinclusief beheer door de collectieven, uitrol van verdienmodel boer als medebeheerder van het landschap, combinaties maken van bossenstrategie, natuurdoelen en Groen Groeit Mee in de zuidelijke Eemvallei. Afspraken over peilbeheer. Geleidelijk via een grondbank en ruilverkaveling naar een herschikking van het landbouwgebied.
Concept schets Eemland en Arkemheen in 2040
In 2040 is het gebied van Eemland en Arkemheen nog steeds een open (vrijwel boomloos) veenweidelandschap. Rond de boerderijen staan wel erfbeplantingen als koele groene oases in de open ruimte. De landbouw bestaat uit vitale natuurinclusieve melkveehouderijbedrijven. De agrarische collectieven zijn samen met de terrein-beherende organisaties (TBO’s) de hoofdbeheerders van dit landschap en worden hier fair voor beloond.
de grondbank, kavelruil en stevige financiële ondersteuning uit het transitiefonds. De agrarische collectieven werken nauw samen als landschapsbeheerders, bijvoorbeeld via voedsel-natuur-energie, gezondheidcoöperaties. Er is in 2040 beperkt ruimte voor natuurgerichte recreatie in het gebied. Dat kan vooral aan de randen van Eemland op slim gekozen plekken. De Eem heeft deels natuurvriendelijke oevers ten behoeve van biodiversiteit (de otter) en een betere waterkwaliteit. Hiervoor zijn op enkele plekken de stalen damwanden verlaagd. Dan kan in een enkele meters brede strook naast de Eem waar de natte natuur de ruimte krijgen. De randmeerkust van Eemland Arkemheen is in 2040 rustig en natuurlijk. Op een paar plekken zijn de watersportmogelijkheden zoals aanlegplaatsen en zwemlocaties geconcentreerd.
Bodem en water zijn sturend voor het gebruik van het gebied. Het kwetsbare veen wordt permanent natgehouden op een vast waterpeil om bodemdaling en CO2 uitstoot tegen te gaan. Voor het meer kleiige deel kan het peil flexibel beheerd worden: droger voor de koeien en als het gras moet groeien, natter als er droogte dreigt. Het gebied wordt in de toekomst nog meer natuurinclusief beheerd (groenblauwe dooradering zoals sloot(kant)beheer) dankzij de goede financiële beloning in 2040. In de vogel en habitat richtlijn-gebieden zijn de voorwaarden voor weidevogels versterkt (openheid, stilte, extensief grasland, hoog peil). In een ruime zone rondom dit kwetsbare natuurgebied is de landbouw nog extensiever. De extensivering is bereikt door meer grond per bedrijf en een aangepast beheer. Het vergt coördinatie via
22
Bron: www.cda.nl
Op de daken van boerderijen wordt met zonnepanelen de energie opgewekt. Het energienetwerk is in 2040 hiervoor verzwaard. Nieuwe technieken hebben een plek op de erven zoals batterijen en compacte biogasinstallaties of elektrolysers voor waterstof om lokaal de energie te bufferen. Voor nieuwe woonwijken is warmtewinning uit de Eem en het Eemmeer (aquathermie) een belangrijke duurzame bron.
23
UITNODIGING
Windturbines langs de A1 en bij bedrijventerreinen (vraag) zijn in 2040 noodzakelijk voor een goede energiebalans. In 2040 wordt daarnaast gebruik gemaakt van nieuwe technieken zoals nieuwe batterijtechniek.
randen van Amersfoort bij Hoogland (het kampenlandschap), langs de Eem én tegen de flankzones van de Heuvelrug is in een aantal zones een meer besloten recreatief gebruikslandschap te vinden, met knotwilgen, elzensingels en nat bos.
Een deel van de zuidelijke Eemvallei (ten zuiden van A1) is in het toekomstbeeld voor 2040 veranderd. Dat kan overigens op gespannen voet staan met het huidige beeld van een open agrarisch landschap. Het kerngebied van de zuidelijke Eemvallei is nog weids boerenland, maar langs de
Dat komt tegemoet aan de noodzaak om meer natuur te ontwikkelen en te herstellen, het water vast te houden en ruimte te vinden voor een gezonde leefomgeving van inwoners in de buurt. Het grondwater wordt in dit flankgebied beter vastgehouden. Het netwerk van groenblauwe recreatieve routes is versterkt (o.a. met twee extra bruggen over de Eem) en dit netwerk verbindt zwemwater, pleisterplaatsen en recreatieondernemingen. Ook in de zone tussen de groen-omzoomde kernen Amersfoort-Vathorst/Zevenhuizen en Bunschoten kent het agrarisch landschap meer recreatieve mogelijkheden.
24
Denk met ons mee! WE HOREN GRAAG UW REACTIE OP DIT DOCUMENT. DAT KAN DOOR TE REAGEREN VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER. UW REACTIE VERWERKEN WIJ IN HET HANDELINGSPERSPECTIEF.
Principe doorsnede Eemland & Arkemheen
25
EEMLAND & ARKEMHEEN Natuur-inclusieve landbouw, boomloos open en nat weide(vogel)gebied, recreatie aan de randen, natuurlijke Eem als drager
LANDSCHAPSTYPE
De Eem, stroomrug (Grebbelinie)
Flank Heuvelrug
Slagenlandschap van veen en klei
Kampen-landschap (Hoogland, zie kernrandzones)
Ecologisch slootbeheer wordt de standaard, hoger vast grondwaterpeil in het veenkerngebied (-0,20 m beneden maaiveld), flexibeler peilbeheer in het overige gebied, meer recreatie langs de Eem en in de zuidelijke Eemvallei met meer bos/natuur, zwemwater en routes en twee nieuwe fietsbruggen over de Eem.
LANDBOUW
RECREATIE
WONEN/WERKEN
Gebruik schoon Eem/ Randmeerwater is mogelijk
Hoogwaardige fiets en wandelroute, Eem-bruggen, veilig zwemmen
Emmissie-vrije, beroepsvaart
Extensieve landbouw, gemengde vormen (veeagroforestry) levendige boerensloten (beheer)
Recreatieve routes langs de flanken én haaks op hoog-laag
Weidegebied, extensieve landbouw, betere huiskavels, dooradering, evenwichtsbemestinghoge bodemkwaliteit, flexibel peilbeheer
ENERGIE (MITIGATIE)
Handelen:
Vergroten lonend natuurinclusief beheer door de collectieven, uitrol van verdienmodel boer als medebeheerder van het landschap, combinaties maken van bossenstrategie, natuurdoelen en Groen Groeit Mee in de zuidelijke Eemvallei. Afspraken over peilbeheer. Geleidelijk via een grondbank en ruilverkaveling naar herschikking landbouwgebied.
INFRA
UPLG NATUUR
Aquathermie (TEO)
Barrieres spoor en snelweg geslecht
Meer natuur-inclusieve oevers Eem, bosrijke stroomrug (ook: extra NNN)
KRW kwaliteit
waterkeringen zijn op orde
Aangepaste bouw op flankzones (ivm grondwater)
Zon op dak
Barrieres geslecht hoog-laag
Ecologische relatie hooglaag, meer bos, houtwallen en singels, dooradering, extra NNN, ecoducten
Spons- of bronlandschap: Water gestuwd op de flanken, grondwaterbeheer, aangepaste drinkwaterwinning
Afspoeling is beperkt, CO2 is vastgelegd met bos
Stiltegebieden beperkte recreatie aan de randen
Geen grootschalige woningbouw/ werklocaties in laaggelegen gebied
Wellicht kleine windmolens bij erven (25 m)?, zon op dak en eventueel zonneveld in combinatie met moeras natuurontwikkeling Evt. windmolens langs A27
Gescheiden systeem landbouwverkeer
Weidevogel-gebied, natuurrijke sloten/ kanten, natte graslanden, rietmoeras (ook: extra NNN), otterverbindingen
KRW kwaliteit, hoog vast waterpeil dikste veengebied, flexibel peil in klei-veengebied (kringlooplandschap op levende bodem)
Beperkte methaan en CO2 uitstoot dankzij slim peilbeheer
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
zie kernrandzones
extensief
Doorgaande routes langs kust, aanleg-mogelijkheden en zwemwater
Kustmoerassen, extra NNN
KRW kwaliteit
Water-keringen op orde (veilige dijken en dynamisch buitenwater)
Verbrede landbouw
Stedelijke Eem als groenbl structuur en zuidelijke Eemvallei ten zuiden van A1 en ‘wespentaille’ als gemengde recreatiezones in Agrarisch landschap+ als groene uitloop, intensieve en extensieve recreatie bij de kernranden (scheggen en verbindingen), bos en zwemwater
Bos en groenblauwe dooradering
Slootbeheer, schoon stedelijk water, afgekoppeld en infiltratie, stedelijke Eem
Klimaatbuffer met waterberging/buffering/ schaduwzones, klimaatbestendige en waterinclusieve bebouwde omgeving
Randmeerkust
Kernrandzones (Bunschoten, Eemnes, Amersfoort, Nijkerk)
Grootste veranderingen:
26
Aquathermie, eventueel (drijvend) zonneveld in combinatie met moeras natuurontwikkeling
Evt. Woningbouw, Natuurinclusieve woonomgeving. Houtbouw (licht en dus minder gewicht en reduceren inklinking)
Zon op dak en eventueel groen ingepast zonneveld, bodemwarmte Windmolens in combinatie met zonnepanelen langs A1 bij Amersfoort / Bunschoten en bij bedrijventerrein De Isselt (RES 1.0)
Barrieres geslecht: goede en extra over en onderdoorgangen, bruggen over Eem
UPLG WATER
27
UPLG KLIMAAT
UTRECHTSE HEUVELRUG Karakterschets Utrechtse Heuvelrug De Utrechtse Heuvelrug kenmerkt zich door zijn robuuste bossen en heidegebieden. De heuvelrug is een populaire trekker voor recreanten uit heel Nederland en het gebied maakt onderdeel uit van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug (NPUH). Waardoor er ook een grote druk ligt op het gebied (drukte en overlast van verkeer). Binnen NPUH wordt hecht samengewerkt volgens de Samenwerkingsagenda. Overheden, landgoedeigenaren en natuurorganisaties beheren het gebied. Diep in de ondergrond zit een grote bel met super zuiver zoetwater. Dit gezonde water komt door ondergrondse kwelstromen elders in de regio weer naar boven en is van groot belang voor de natuur, de drinkwatervoorziening en de agrarische sector.
Grootste veranderingen
Meer (loof)bos en slimmer landgebruik op de flanken (dit wordt een ‘sponslandschap’), meer zoetwater infiltreren en vasthouden in de heuvelrug, zoneren van rust en reuring: duidelijke entrees en concentratiepunten, stille delen van heuvelrug worden minder toegankelijk.
Wat moet er gebeuren
Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug versterken en samenwerkingsagenda continueren en uitvoering Blauwe agenda versnellen, beperken van toegankelijkheid van delen Heuvelrug, versterken van- / ontwikkelmogelijkheden aan recreatiepoorten zoals bij openbaar vervoer en toeristische overstap punten en het opzetten van een Heuvelrugfonds.
De Heuvelrug is in 2040 een fantastisch aaneengesloten langgerekt natuurgebied en nationaal park, van Rhenen tot aan het Gooimeer. De betrokken partijen op en rond de heuvelrug zijn verenigd in Nationaal Park Heuvelrug. Grondeigenaars en terreinbeheerders waaronder ook defensie voeren een zorgvuldig bos- en natuurbeheer. Het vervangen van kwijnend naaldbos door jong loofbos draagt bij aan het vasthouden van water.
Concept schets Utrechtse Heuvelrug in 2040
Al jaren is er een roep om een goede zonering op de Heuvelrug. Op het hoge deel van de Heuvelrug met bossen en heide is in 2040 tussen landgoed Den Treek en station Den Dolder een zone met stille natuurkernen die als een kralensnoer de ruggengraat zijn van een ecologische verbinding over de stuwwal (via de ecoducten en de Wegh der Wegen kruisend). Sommige delen zijn alleen nog buiten het broedseizoen toegankelijk en uitsluitend voor wandelaars. (Teveel) doorgaande fiets (mountainbike) en wandelpaden zijn op sommige plekken afgesloten. De cultuurhistorische Wegh der Wegen is een basisstructuur voor ontwikkeling. Windturbines op de heuvelrug langs de A28 zijn in 2040 noodzakelijk voor een goede energiebalans.
In de diepe ondergrond zit een grote zoetwatervoorraad voor de regio. In 2040 is het de bedoeling dat de zoetwaterbel langzaam weer aangroeit, dankzij een meer flexibele drinkwaterwinning, beter infiltreren van hemelwater en zuinig gebruik van drinkwater in Nederland. Dit impliceert een proactieve rol van drinkwaterbedrijven. Kwelstromen naar de Vallei worden gekoesterd. De flanken van de Heuvelrug zijn in 2040 meer bebost en de voet is een ‘sponslandschap’ waarin kostbaar hemelwater wordt vastgehouden en niet meteen wordt afgevoerd. De flanken vormen een mix van natuur, landbouw en landgoederen die samen het water goed vasthouden. Dat verandert wel het huidige landgebruik. De hydrologische wensen van gebruikers zijn ontvlochten, landgebruiksfuncties aangepast en waar nodig verplaatst. Dat kan schuren.
28
Bron: www.wandel.nl
29
UITNODIGING
In 2040 is er verschil tussen drukke en rustige gebieden. Het nationaal park heeft heldere entrees (NB nog nader duiden) en het parkeren is dan goed geclusterd op enkele concentratieplekken. OV-haltes dienen als de groene buitenpoorten van het gebied. Bij goedgekozen knooppunten in de routes is ruimte voor vertier en horeca, ook waar dat kan op de landgoederen. De samenwerking en het commitment van de vele partijen, ook de Rijksoverheid, in het nationaal park levert een iconisch gebied op.
Denk met ons mee! WE HOREN GRAAG UW REACTIE OP DIT DOCUMENT. DAT KAN DOOR TE REAGEREN VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER. UW REACTIE VERWERKEN WIJ IN HET HANDELINGSPERSPECTIEF.
Principe doorsnede Utrechtse Heuvelrug
30
31
UTRECHTSE HEUVELRUG
Grootste veranderingen:
Meer (loof)bos en slimmer landgebruik op de flanken (dit wordt een ‘sponslandschap’), meer zoetwater infiltreren en vasthouden in de heuvelrug, zoneren van rust en reuring: duidelijke entrees en concentratiepunten, stille delen van Heuvelrug minder toegankelijk.
Robuust natuurgebied en Nationaal Park, zoetwatervoorraad, drukke en rustige delen, bosrijke en natte flanken
LANDSCHAPSTYPE
LANDBOUW
Laagte van Pijnenburg
Kernrandzones (Soest, Baarn, Amersfoort, Leusden, Woudenberg)
Nationaal Park versterken en samenwerking contineren en uitvoering Blauwe agenda versnellen, beperken van toegankelijkheid van delen Heuvelrug en versterken/ ontwikkelmogelijkheden bieden van recreatiepoorten (OV, TOPs ed).
RECREATIE
WONEN/WERKEN
Rust en drukte gezoneerd, delen bosgebied zijn niet toegankelijk, Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Ontwikkelingen hebben zich gevoegd naar kernkwaliteiten en Heuvelrugprincipes (Kompas A-Z), Defensie voegt zich in robuust natuursysteem (bv ecologische verbindingen, venstertijden, gedeeltelijke openstelling, bijragen aan buitengebied)
Windmolens en zonnepanelen in cluster langs A28 (RES 1.0)
Barrieres geslecht, OV haltes als groene buitenpoorten (Soesterlijn)
Extensieve landbouw, gemengde vormen (veeagroforestry) levendige boerensloten (beheer),
Recreatieve routes langs de flanken en haaks hoog-laag (dekzandrand), Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Aangepaste bouw op flanken
Zon op dak,
Barrieres geslecht hoog-laag
Extensieve landbouw, gemengde vormen (vee en agroforestry) levendige boerensloten (beheer)
Beleving lager gebied en coulissen, routenetwerk, Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Voedselbos
Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Heide en bos, plateau en stuwwal
Hoge en lage flank
ENERGIE (MITIGATIE)
Handelen:
32
INFRA
Zon op dak, geen windturbines
Voorbeeld: 'heuvelrugtuinen'
Zon op dak en schermen
OV en fietsgebruik
UPLG NATUUR
UPLG WATER
UPLG KLIMAAT
Bosrust, gemengd bos, robuuste ecologische verbindingen (oa over stuwwal en richting randmeer, Ecoducten
De vitale blauwe motor: Zoetwatervoorraad aangevuld, continue kwelstromen naar Vallei, aangepaste drinkwaterwinning
Vitaal bos als CO2 vastlegging, risico natuurbranden is verlaagd in 2040
Ecologische relatie hooglaag, meer bos, houtwallen en singels, dooradering, extra NNN, ecoducten
Water gestuwd op de flanken, grondwaterbeheer, aangepaste drinkwaterwinning, dynamisch spons- of bronlandschap
Afspoeling beperkt, CO2 vastgelegd met bos, landgebruik met tegenstrijdige wensen hydrologisch ontvlochten, sponslandschap
Natte kruidenrijke graslanden, broekbos, singels en houtwallen
Slootbeheer, hoog peil, water wordt vastgehouden
CO2 vastlegging in bos en veen
Natuur-inclusieve woonomgeving
Hemelwater is afgekoppeld, veel infiltratie, geen vervuiling vanuit rode functies
Klimaatbos, klimaat- en waterinclusieve bebouwde omgeving
33
GELDERSE VALLEI Karakterschets Gelderse Vallei De Gelderse Vallei kenmerkt zich momenteel door een divers coulisselandschap waar meerdere beken doorheen meanderen. Deze beken stromen vanaf de Veluwe langzaam in westelijke richting naar de Eem. In dit mooie landschap wordt ook intensief geproduceerd door de vele agrarische ondernemers die hier met hun bedrijf zijn gevestigd. Door het agrarische land lopen op diverse plekken klompenpaden, die het landschap toegankelijk maken.