Hessenweg 68 Toelichting.pdf
Tekst van het document
1.
Inleiding
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2. 3.
Bestaande situatie Planvoornemen
3.1 3.2 3.3
Planvoornemen Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren
4.
Beleidskader
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
5.
Randvoorwaarden
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Archeologie Cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Externe veiligheid Natuurwetgeving Geluid Geurhinder Luchtkwaliteit Water Vormvrije m.e.r.-beoordeling
6.
Juridische aspecten
6.1 6.2 6.3
Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
7.
Uitvoerbaarheid
7.1 7.2
Economisch uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen: 1. Landschappelijk inpassingsplan 2. Historisch bodemonderzoek 3. Quickscan natuurwetgeving 4. Onderzoek stikstofdepositie 5. Watertoets 6. Onderbouwing bedrijfsoppervlakte
3 3 4 5 6
9 11 11 13 15 20 26 27 30 32 32 35 39 39 40 42 47 49 49 49 51 51
|2
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het vergroten van het bouwvlak en de bouwmogelijkheden op de locatie Hessenweg 68 te Stoutenburg (gemeente Leusden). Op dit perceel is een hoveniersbedrijf gevestigd. Omwille een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is de initiatiefnemer voornemens om een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren met een oppervlakte van 302 m2. Om dit mogelijk te maken is vormverandering en vergroting van het bestemmingsvlak noodzakelijk en dient het maximaal bebouwd oppervlak te worden gewijzigd naar 712 m2. Initiatiefnemer wenst voor het nieuwe gebouw een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 meter en 9 meter, zodat de vrachtwagens inpandig kunnen lossen. Tevens wordt aan de oostzijde van het plangebied de voorbeeldtuin planologisch mogelijk gemaakt door dit deel in de bestemming ‘Groen’ te wijzigen. Op het perceel zijn voor het hoveniersbedrijf de benodigdheden voor de aanleg en het onderhoud van tuinen aanwezig. Daarnaast worden de gereedschappen, werktuigen en machines op het perceel gestald. In de bestaande situatie is onvoldoende ruimte beschikbaar voor de opslag van producten en werktuigen. Tevens liggen de (kleine) bedrijfsgebouwen verspreid over het perceel, waardoor het perceel inefficiënt en onpraktisch is ingedeeld.
De vergroting van het bouwvlak en het realiseren van één nieuw bedrijfsgebouw wordt landschappelijk zorgvuldig ingepast op basis van een landschappelijk inpassingsplan. Op 4 december 2020 heeft de gemeente Leusden per brief laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan de vergroting van het bouwperceel, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied Hessenweg 68 te Stoutenburg is gesitueerd in het buitengebied van de gemeente Leusden, ten zuidoosten van de kern Stoutenburg aan een bebouwingslint. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Stoutenburg, sectie C, perceelnummers 298, 299 en 1623 en heeft een totale oppervlakte van 10.020 m2. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Hessenweg met daarachter een woonkavel en een aannemersbedrijf. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Hessenweg met daarachter een woonkavel. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door weilanden en aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Engweg met daarachter een agrarisch bedrijf.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|4
Ligging en begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied is het bestemmingsplan “Buitengebied 2009”, vastgesteld op 10 december 2010, van toepassing.
Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2009"
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|5
Op grond van het vigerend bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming ‘Bedrijven’ met bouwvlak en nadere aanduiding ‘B2.3’. In het bestemmingsplan staat het volgende over de nadere aanduiding: Code
Nadere bestemming
Max. aantal bedrijfswoningen
Max. oppervlakte gebouwen
Max. goothoogte gebouwen
Max. hoogte gebouwen
B.2.3
Hovenier
1
500 m2
3,5 m
5,5 m
In het bestemmingsplan is opgenomen dat daar waar op de plankaart binnen een bestemmingsvlak een bebouwingsvlak is aangegeven, alleen binnen het bebouwingsvlak de gebouwen mogen worden gebouwd. Daarnaast is aangegeven dat de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, en de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen binnen het bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan in de bovenstaande tabel is aangegeven. Het geldende bestemmingsplan kent geen mogelijkheden voor het vervormen en vergroten van het bestemmingsvlak en/of het uitbreiden van de bestaande oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. In het bestemmingsplan is wel een algemene wijzigingsregel opgenomen (artikel 31), maar deze regel kan de aangegeven oppervlaktemaat slechts met maximaal 10% vergroten. Onderhavig plan omvat een grotere uitbreiding van de aangegeven oppervlaktemaat en er is een vervorming van het bestemmingsvlak noodzakelijk. Tevens kent het plangebied de bestemming ‘Agrarisch gebied’. Deze gronden zijn bestemd voor de agrarische bedrijfsvoering. Er is geen agrarisch bouwperceel aanwezig, dus er is geen bebouwing toegestaan. Derhalve is het planvoornemen in strijd met het geldende bestemmingsplan en dient een bestemmingsplanprocedure te worden gevolgd.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •
Verbeelding: op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling.
•
Planregels: in de planregels is het gebruik van binnen het plangebied aangeven gronden, opstallen en ander gebruik van gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat er binnen de bestemmingen mogelijk en/of toegestaan is.
•
Toelichting: in de toelichting zijn de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|6
1.5
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de ruimtelijke structuur en de bestaande situatie van het plangebied, waarna de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven in hoofdstuk 3. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijke niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|7
2.
BESTAANDE SITUATIE
Het plangebied is gelegen aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg in de gemeente Leusden en heeft een oppervlakte van 10.020 m2. In het plangebied bevindt zich een hoveniersbedrijf. Op het perceel is een bedrijfswoning met bijgebouw aanwezig. Naar de woning ligt een oprit, waar tevens plaats is om te parkeren. Tevens zijn op het perceel twee schuren aanwezig ten behoeve van het bedrijf en een kippenhok. De gebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 494,5 m2. Tevens is op het perceel een voorbeeldtuin aanwezig. Op het perceel is 238 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig. De bebouwing op het perceel wordt vooral gebruikt voor het stallen van de benodigdheden voor de aanleg en het onderhoud van de tuin en voor de stalling van de gereedschappen, werktuigen en machines. Doordat de bebouwing uit kleine over het terrein verspreide bebouwing bestaat, is het perceel inefficiënt en onpraktisch ingedeeld. Het ruimtegebrek heeft geresulteerd in de opslag van materiaal en materieel op het buitenterrein. In onderstaande afbeelding is de bestaande situatie (en het aantal vierkante meter per gebouw) te zien.
Grote schuur, 144 m2 Bedrijfswoning, 151 m2
Houthok/ schuurtje, 94 m2
Kippenhok, 60 m2
Bijgebouw bij de woning, 45,5 m2
Voorbeeldtuin
Bestaande situatie plangebied
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|8
Aanzichten plangebied
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|9
3.
PLANVOORNEMEN
3.1
Planvoornemen
De initiatiefnemer is voornemens om het kippenhok en de kleine schuur aan de westzijde van het plangebied (deels) te slopen en een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren voor de opslag van materialen, gereedschappen, werktuigen en machines. Om het nieuwe bedrijfsgebouw mogelijk te maken, dient het bouwvlak en de bouwmogelijkheden te worden vergroot. Het bouwvlak krijgt in de beoogde situatie een oppervlakte van 2.491 m2, met een maximale oppervlakte van 712 m2 aan bebouwing. Onderhavig plan bestaat uit de uitbreiding van de totale oppervlakte bedrijfsbebouwing van 517 m² naar 712 m². De oppervlakte van bebouwing ten behoeve van het hoveniersbedrijf (excl. bedrijfswoning en bijgebouw bij de woning) wordt vergroot van 311 m² naar 506 m². Noodzaak bedrijfsontwikkeling De bestaande bedrijfsbebouwing is ten behoeve van het hoveniersbedrijf in gebruik, maar biedt onvoldoende ruimte. Voor de aanleg en het onderhoud van tuinen dient materiaal op te worden geslagen op het perceel. In gevolge van ruimtegebrek is in de bestaande situatie ook materiaal en materieel op het buitenterrein opgeslagen. Dit zorgt voor een ruimtelijk onwenselijke situatie en komt de levensduur van gereedschappen, werktuigen, machines en andere benodigdheden niet ten goede.
Het nieuwe bedrijfsgebouw biedt daarom ruimte om de voorraden deugdelijk op te slaan en om de gereedschappen, werktuigen en machines te kunnen stallen. Onder de voorraden van het hoveniersbedrijf van cliënt vallen graszoden, meststoffen, vlonders, schuttingen, aanbindpalen, grind en split, worteldoek, tensar matten, materieel tbv fertigatie, lijm en voegmateriaal etc. Het nieuwe bedrijfsgebouw maakt het mogelijk om grotere voorraden op te kunnen slaan en hierdoor klanten op een kortere termijn te kunnen bedienen. Daarnaast wordt verspilling tegengegaan doordat cliënt overgebleven producten niet afvoert maar opslaat en elders gebruikt. Het nieuwe bedrijfsgebouw maakt het verder ook mogelijk om niet winterharde beplanting vorstvrij te kunnen stallen. Daarnaast is voor het verrichten van de hovenierswerkzaamheden allerlei gereedschap benodigd. Daaronder vallen o.a. minikranen, minishovel, (rups)dumper, trilplaat, verticuteermachine, gazonwals, kettingzaag, palenrammer, stobbenfrees, houtkloofmachine, houtversnipperaar, bosmaaier, etc. Het stallen van gereedschap in een bedrijfsgebouw biedt meerdere voordelen. Niet alleen wordt de levensduur verlengd, ook is minder onderhoud benodigd en bespaart dit zodoende tijd en geld.
Het stallen van gereedschappen, bedrijfsauto’s en aanhangwagens in het nieuwe bedrijfsgebouw draagt tevens bij aan het voorkomen van diefstal van gereedschap en inbraak in de bedrijfsauto’s. Vandaar dat de eigenaar beoogd om een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren. Het nieuwe bedrijfsgebouw biedt ruimte om de voorraden deugdelijk op te slaan en om de gereedschappen, werktuigen en machines te kunnen stallen. Tevens maakt het nieuwe bedrijfsgebouw het mogelijk om grotere voorraden op te kunnen slaan, waardoor klanten op een kortere termijn kunnen worden geholpen.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|10
In bijlage 6 is een onderbouwing van de accountant opgenomen voor de economische noodzaak van de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. Nok- en goothoogte Initiatiefnemer is voornemens om materialen inpandig te lossen. Dit voorkomt eventuele overlast. Om dit mogelijk te maken dient de maximaal toegestane nok- en goothoogte te worden aangepast. Hierbij is aansluiting gezocht bij de maximaal toegestane nok- en goothoogte van andere hoveniersbedrijven in het buitengebied van de gemeente Leusden. Tevens is voor het lossen van goederen (inpandig) een doorrijhoogte van 4 meter benodigd, waardoor een goothoogte van 4,5 meter wordt beoogd. De benodigde maximale bouwhoogte bedraagt 9 meter. De maximaal toegestane nok- en goothoogte blijft hierdoor ondergeschikt aan de bedrijfswoning. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de omgeving niet geschaad wordt, blijft de huidige noken goothoogte van de bestaande gebouwen gehandhaafd. Alleen de nieuwe bedrijfsloods krijgt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 meter en 9 meter. Dit is gewaarborgd met een specifieke bouwaanduiding. Voorbeeldtuin Tevens wordt aan de oostzijde van het plangebied de voorbeeldtuin beoogd. De voorbeeldtuin zal de bestemming ‘Groen’ krijgen. Ter plaatse van de voorbeeldtuin is het niet mogelijk om te bouwen.
Gewenste situatie
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|11
3.2
Landschappelijke inpassing
De vergroting van het bouwvlak en het realiseren van één nieuw bedrijfsgebouw wordt landschappelijk zorgvuldig ingepast op basis van een landschappelijk inpassingsplan (zie onderstaande afbeelding). Met het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met het streekeigen en landelijke karakter van de omgeving. Het landschappelijk inpassingsplan is door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels juridisch gewaarborgd.
Landschappelijk inpassingsplan
3.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Hessenweg. De Hessenweg gaat over in de Barneveldseweg/ Hogeweg. De Barneveldseweg/ Hogeweg sluit aan op de Wiekenweg/ Energieweg/ Hogeweg. Via de Energieweg/ Hogeweg is de A28 en E30 te bereiken. De gevolgen van de beoogde ontwikkeling op het verkeer wordt bepaald op basis van de verkeersaantrekkende werking. Bij het in kaart brengen van de verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Er wordt uitgegaan van een matig stedelijk gebied, buitengebied.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|12
Voor het hoveniersbedrijf dient uitgegaan te worden van de categorie ‘Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’. Voor deze categorie wordt een verkeersaantrekkende werking aangehouden van minimaal 3,9 en maximaal 5,7 motorvoertuigen per 100 m2 bvo. Met het planvoornemen neemt de totale oppervlakte bedrijfsbebouwing ten behoeve van het hoveniersbedrijf (excl. bedrijfswoning en bijgebouw bij de woning) toe met (331,5 m2 – 54 m2 =) 277,5 m2. Dit betekent dat het verkeer met minimaal (3,9 x 277,5 m2 =) 10,8 en maximaal (5,7 x 277,5 m2 =) 15,8 motorvoertuigen per etmaal toeneemt. Gemiddeld is dat tussen de 0,5 en 0,7 motorvoertuigen meer per uur. De (minimale) toename van het aantal verkeersbewegingen heeft geen invloed op de bestaande infrastructuur rondom het plangebied. Op basis van deze gegevens kan gesteld worden dat de bestaande infrastructuur rond het plangebied voor de beoogde ontwikkeling niet hoeft te worden aangepast. Parkeren Ten aanzien van de benodigde parkeerplaatsen is aangesloten bij de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ gebruikt. Er wordt uitgegaan van een matig stedelijk gebied, buitengebied. Voor het hoveniersbedrijf dient uitgegaan te worden van de categorie ‘Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’.
Voor deze categorie wordt een parkeernorm maximaal 1,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Voor de bedrijfswoning dient uitgegaan te worden van de categorie ‘Koop, huis, vrijstaand’. Voor deze categorie wordt een parkeernorm van maximaal 2,8 parkeerplaatsen per woning. De voorbeeldtuin zal een minimaal aantal bezoekers trekken. Tevens worden de bezoeken aan de voorbeeldtuin vooraf met de eigenaar afgesproken. Derhalve hoeft de voorbeeld tuin niet meegenomen te worden in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Functie
Parkeernorm 2
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief
(1,3 x 475,5 m bvo =) 6,2 parkeerplaatsen
Bedrijfswoning
2,8 parkeerplaatsen
Totaal
9 parkeerplaatsen
Voor onderhavig planvoornemen wordt uitgegaan van een parkeernorm van 9 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte ten aanzien van de eigenaren, werknemers en bezoekers moeten altijd op het perceel (eigen terrein) worden opgevangen. Om te voorkomen dat er te weinig parkeerplaatsen op het terrein aanwezig zijn, is de te hanteren parkeernorm juridisch verankerd in artikel 10.2.2 van de regels.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|13
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langtermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig planvoornemen, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels die zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|14
Beoordeling Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plangebied relevante bepalingen. Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ladder voor duurzame verstedelijking – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem voor ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Toetsing Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is.
Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van het Bro gedefinieerd als: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens ‘in beginsel’ bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Voor bestaande gebouwen kan naar de toename in bruto-vloeroppervlakte ten opzichte van de bestaande bruto vloeroppervlakte worden gekeken. Als een toename van de bedrijfsbebouwing met minder dan 500 m2 wordt toegestaan, hoeft er geen sprake te zijn van een substantiële toename van het ruimtebeslag en dus ook niet van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavig planvoornemen is sprake van een vergroting van een bestaand bouwvlak en bouwmogelijkheden ter plaatse van een bedrijfsbestemming waar een hoveniersbedrijf is gevestigd. Met het planvoornemen wordt 114 m2 aan bebouwing gesloopt en met de bouwmogelijkheden kan totaal 331,5 m2 aan bebouwing worden gerealiseerd. De toename aan bebouwing blijft onder de gestelde grens van 500 m2. Het planvoornemen voorziet daarmee in extra ruimtebeslag ten opzichte van de vigerende situatie.
Er is echter geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in de laddertoets. Wel is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij aandacht wordt besteed aan de behoefte van het plan. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing op het planvoornemen.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|15
Conclusie Bij het voorgenomen plan is sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Het initiatief is passend binnen deze beleidskaders.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie zijn de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die volgens planning per 1 januari 2022 in werking gaat treden. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie zijn groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang bezien. Hiermee zorgt de visie voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De Omgevingsvisie gaat uit van een adaptieve aanpak; het is een groeidocument. Zo kan de provincie flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
De provincie biedt met dit document ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten, met het principe ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’ als basis en met de nadrukkelijke wens de doelen in samenwerking te halen. Uitgangspunten voor het omgevingsbeleid zijn: •
Gebiedsgerichte, integrale en toekomstgerichte oplossingen;
•
Utrechtse kwaliteiten behouden of versterken;
•
Concentreren en combineren van nieuwe ontwikkelingen;
•
Ontwerp, innovatie en ondernemerschap stimuleren.
De provincie is opgedeeld in drie gebieden. In de Omgevingsvisie is per gebied aangegeven wat de ambities betekenen voor de keuzes per gebied. De provincie bestaat uit de regio’s U16, Amersfoort en Foodvalley.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|16
Toetsing
Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie provincie Utrecht
Het plangebied valt volgens de Omgevingsvisie onder de volgende gebieden: •
Verzilveren linie en limes
•
Transitie naar duurzame landbouw
•
Provincie Utrecht energieneutraal
•
Ontwikkeling groenblauwe en recreatieve structuur
Verzilveren linie en limes Een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan het welzijn van mensen. Daarom zetten we in op het doorontwikkelen van onze aantrekkelijke landschappen, het beschermen en benutten van historisch erfgoed en het ondersteunen van een goed cultureel aanbod. Het plangebied ligt in het landschap Gelderse Vallei met als kenkwaliteit een rijk gevarieerde kleinschaligheid, stelsel van beken, griften en kanalen, de hierin gelegen Grebbelinie en overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank). Het plangebied is gelegen in één van de vier grote voormalige waterlinies (militair erfgoed), de Grebbelinie. De provincie wil kleinschalige verstedelijking toestaan, als deze ten dienste staat van het behoud van de cultuurhistorische waarden. Met het planvoornemen is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden. Transitie naar duurzame landbouw Het beleid van de provincie biedt ruimte voor de transitie naar duurzame (kringloop)landbouw. Het planvoornemen heeft geen betrekking op duurzame landbouw en vormt daarmee geen belemmering voor het provinciaal beleid.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|17
Provincie Utrecht energieneutraal Het beleid van de provincie op het gebied van duurzame energie richt zich op het bereiken van een energie neutrale leefomgeving in 2040. Dit doet de provincie in nauwe samenwerking met medeoverheden, inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. Om dit mogelijk te maken, is het zowel belangrijk om energie te besparen, als om energie duurzaam op te wekken. Ontwikkeling groenblauwe en recreatieve structuur Er wordt ingezet op de ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs de bestaande doorgaande waterlopen. Het planvoornemen betreft de uitbreiding van een bestaand hoveniersbedrijf en vormt daarmee geen belemmering voor het provinciaal beleid. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het plan in lijn is met de ambities van de omgevingsvisie. Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten.
De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Het plangebied valt volgens de Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: •
Agrarische bedrijven
•
Bovenlokaal dagrecreatieterrein
•
Buffer luchtvaartterrein
•
CHS – militair erfgoed
•
Energie
•
Gebied dempen oppervlaktewaterlichamen
•
Gebied klein open bodemenergiesysteem
•
Gebied landschappelijke waarden
•
Gebied ligplaatsen
•
Glastuinbouw niet toegestaan
•
Houtopstanden
•
Landelijk gebied
•
Landschap Gelderse Vallei
•
Luchtvaartterrein
•
Overstroombaar gebied
•
Recreatiewoningen
•
Uitbreiding woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk
•
Uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk gebied
•
Verstedelijkingsverbod Landelijk gebied
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|18
•
Waterschap Vallei en Veluwe buiten de bebouwde kom
•
Windenergie en zonnevelden
•
Windturbines kleiner dan 20 meter
(Buffer) luchtvaartterrein De nieuwvestiging van een luchtvaartterrein voor gemotoriseerde luchtvaartuigen is verboden in het gebied Luchtvaartterrein. Dit verbod geldt tevens voor het gebied Buffer luchtvaartterrein, tenzij is gebleken dat de geluidsbelasting onder de grens, genoemd in bijlage 16 van de verordening, blijft. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op het nieuwvestigen van een luchtvaartterrein. Gebied dempen oppervlaktewaterlichamen Dit gebied heeft betrekking op het geheel of gedeeltelijk dempen van een oppervlaktewaterlichaam. Dit is niet aan de orde bij het planvoornemen en vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Gebied landschappelijke waarden Dit gebied heeft betrekking op het plaatsen van borden, spandoeken, vlaggen, informatiezuilen en vergelijkbare objecten. Dit is niet aan de orde bij het planvoornemen en vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Overstroombaar gebied Grote delen van de provincie liggen in overstroombare gebieden van de Neder-Rijn, Lek en het Eenmeer. Het is belangrijk dat vitale en kwetsbare objecten, zoals elektriciteitscentrales, ziekenhuizen, woonwijken en bedrijventerreinen, bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor individuele woningen en bedrijven.
Door een goeddoordachte locatiekeuze en inrichting kunnen de gevolgen van een overstroming flink beperkt worden. Dit is niet aan de orde bij het planvoornemen, omdat onderhavig planvoornemen geen betrekking heeft op vitale of kwetsbare objecten, en vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Landelijk gebied Binnen het Landelijk gebied kunnen bestaande stedelijke functies (anders dan wonen) worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologische regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. Met het planvoornemen wordt voorzien in de uitbreiding van een hoveniersbedrijf. Hierbij neemt het huidige bouwvlak van 2.170 m2 toe met 321 m2. Dit betekent een vergroting van 15% van het bouwvlak. De huidige bedrijfsbebouwing (311 m2) wordt met 195 m2 vergroot naar 506 m2 aan bedrijfsbebouwing. Op grond van het bestemmingsplan mag er 500 m2 bebouwing staan. Het plan gaat uit van een uitbreiding naar 712 m2. Dit is een toename van 45%. Gemotiveerd dient te worden dat er sprake is van economische noodzaak.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|19
Noodzaak bedrijfsontwikkeling De bestaande bedrijfsbebouwing is ten behoeve van het hoveniersbedrijf in gebruik, maar biedt onvoldoende ruimte. Voor de aanleg en het onderhoud van tuinen dient materiaal op te worden geslagen op het perceel. In gevolge van ruimtegebrek is in de bestaande situatie ook materiaal en materieel op het buitenterrein opgeslagen. Dit zorgt voor een ruimtelijk onwenselijke situatie en komt de levensduur van gereedschappen, werktuigen, machines en andere benodigdheden niet ten goede. Het nieuwe bedrijfsgebouw biedt daarom ruimte om de voorraden deugdelijk op te slaan en om de gereedschappen, werktuigen en machines te kunnen stallen. Onder de voorraden van het hoveniersbedrijf van cliënt vallen graszoden, meststoffen, vlonders, schuttingen, aanbindpalen, grind en split, worteldoek, tensar matten, materieel tbv fertigatie, lijm en voegmateriaal etc. Het nieuwe bedrijfsgebouw maakt het mogelijk om grotere voorraden op te kunnen slaan en hierdoor klanten op een kortere termijn te kunnen bedienen. Daarnaast wordt verspilling tegengegaan doordat cliënt overgebleven producten niet afvoert maar opslaat en elders gebruikt. Het nieuwe bedrijfsgebouw maakt het verder ook mogelijk om niet winterharde beplanting vorstvrij te kunnen stallen. Daarnaast is voor het verrichten van de hovenierswerkzaamheden allerlei gereedschap benodigd. Daaronder vallen o.a.
minikranen, minishovel, (rups)dumper, trilplaat, verticuteermachine, gazonwals, kettingzaag, palenrammer, stobbenfrees, houtkloofmachine, houtversnipperaar, bosmaaier, etc. Het stallen van gereedschap in een bedrijfsgebouw biedt meerdere voordelen. Niet alleen wordt de levensduur verlengd, ook is minder onderhoud benodigd en bespaart dit zodoende tijd en geld. Het stallen van gereedschappen, bedrijfsauto’s en aanhangwagens in het nieuwe bedrijfsgebouw draagt tevens bij aan het voorkomen van diefstal van gereedschap en inbraak in de bedrijfsauto’s. Vandaar dat de eigenaar beoogd om een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren. Het nieuwe bedrijfsgebouw biedt ruimte om de voorraden deugdelijk op te slaan en om de gereedschappen, werktuigen en machines te kunnen stallen. Tevens maakt het nieuwe bedrijfsgebouw het mogelijk om grotere voorraden op te kunnen slaan, waardoor klanten op een kortere termijn kunnen worden geholpen. In bijlage 6 is een onderbouwing van de accountant opgenomen voor de economische noodzaak van de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen en vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met het provinciaal beleid.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|20
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie buitengebied Op 1 februari 2018 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie voor het landelijk gebied vastgesteld. De visie geeft een samenhang tussen alle ruimtelijke aspecten van het gemeentelijk beleid (inclusief die uit het sociaal domein). De visie biedt tevens een kader voor het opstellen van omgevingsplannen en uitwerking in beleid op deelterreinen. Omdat voor de visie eerst en vooral bij inwoners van en betrokken bij Leusden input is opgehaald, is hiermee inhoud gegeven aan ‘de samenleving voorop’. Ook wordt met ‘uitnodigingsplanologie’ inhoud gegeven aan de Omgevingswet. Vanuit de kwaliteiten van ons landschap, de bijzondere rol van de melkveehouderij en het belang van het platteland voor alle inwoners kiest de raad in de visie voor het landelijk gebied voor de volgende strategische keuzes: •
We kiezen voor een brede economische basis van ons platteland, die bijdraagt aan de kwaliteit van onze kernkwaliteiten en een vitaal platteland.
•
Binnen deze brede economische basis zien we een hoofdrol voor de grondgebonden veehouderij. Met de grondgebonden veehouderij zoeken we een koers die toekomstbestendig en duurzaam is.
•
Het watersysteem en het landschap zijn sturend bij het realiseren of uitbreiden van functies.
•
We werken samen met bewoners en gebruikers van het platteland om in te spelen op klimaatverandering en de energietransitie.
Deelgebieden Omgevingsvisie buitengebied gemeente Leusden (plangebied = rode ster)
De visie is uitgewerkt in verschillende deelgebieden. Het plangebied valt hierbij in het deelgebied Omgeving Hessenweg. Doelen in dit gebied zijn: •
Behoud van een levendig en economisch vitaal buitengebied;
•
Versterken recreatieve uitloopfunctie voor Leusden en Amersfoort;
•
Leuker maken van recreatieve routes;
•
Versterken van de oorspronkelijke landschappelijke karakteristiek (kampenlandschap, kasteel Stoutenburg en omgeving);
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|21
•
Behoud van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat;
•
Behoud kenmerken Stoutenburg als buurtschap;
•
Behouden van voldoende ruimte voor waterberging langs het Valleikanaal en rond de Schammer.
Om de kwaliteiten te borgen worden een aantal voorwaarden gesteld: •
Extra ruimtegebruik wordt alleen overwogen als dit aantoonbaar bijdraagt aan een innovatieve en maatschappelijk gewenste functie (dialoog) en als er een extra investering wordt gedaan in ruimtelijke of maatschappelijke kwaliteit. In de basis blijven nieuwe functies beperkt tot de huidige bouwpercelen.
•
We stellen bij nieuwe functies een hoog ambitieniveau in ten aanzien van milieuaspecten
Conclusie Het planvoornemen betreft het vergroten van het bouwvlak en de bouwmogelijkheden voor de uitbreiding van een hoveniersbedrijf. Met het planvoornemen wordt voorzien in extra ruimtebeslag ten opzichte van de vigerende situatie, waarbij de nieuwe bedrijfsgebouwen ruimtelijk worden ingepast in de omgeving. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met de gemeentelijke Omgevingsvisie buitengebied. Inpassingsplan Grebbelinie De Grebbelinie is een verdedigingslinie die loopt van de Neder-Rijn bij Rhenen tot het Eenmeer bij Spakenburg. De Grebbelinie heeft een totale lengte van 60 km en doorkruist een gebied dat is ingeklemd door de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. De linie bestaat uit een samenhangend stelsel van liniekade, keerkades, forten, inundatievelden, sluizen, toegangswegen en daarbij behorende werken. Vanaf de 16e eeuw tot halverwege de 20e eeuw is aan de linie gebouwd. Op 18 april 2011 is de Grebbelinie aangewezen als rijksmonument. Deze monumentstatus betreft de Grebbeliniekade met keerkades en de daaraan gekoppelde gebouwde werken, zoals forten, schansen, kazematten en sluizen en dergelijke. De al bestaande rivierdijk langs de Eem valt daar niet onder. Naast deze (gebouwde) elementen is ook het gebied rondom de Grebbelinie van belang.
Het gaat dan om de relatief open inundatiezijde (voor het zien van de vijand) en de meer beschutte verdedigingszijde (waar men zich verschool). Deze gebieden bepalen voor een groot deel het zicht op en het zicht vanaf de Grebbelinie en zijn daarmee van groot belang voor de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van deze linie. Deze gebieden zijn echter niet aangewezen als rijksmonument. Om ook deze waarden te borgen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat handvatten aanreikt en regels stelt ten aanzien van bebouwing en beplanting in deze gebieden. Het doel van het inpassingsplan is het borgen van de waarden van de Grebbelinie bij de toepassing van afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden in vigerende bestemmingsplannen. Bij nieuwe ontwikkelingen worden zo altijd de waarden van de Grebbelinie betrokken. Via dit inpassingsplan in het geval een ontwikkeling plaatsvindt middels afwijking of wijziging in een vigerend plan ofwel door de inspanning van de gemeenten om bij hun nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de waarden van de Grebbelinie.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|22
Conclusie Het plangebied wordt landschappelijk ingepast. Hiermee is rekening gehouden met de waarden van de Grebbelinie. Het landschappelijk inpassingsplan staat beschreven in paragraaf 3.2. Welstandsnota De welstandsnota 2018 beschrijft het welstandsbeleid van de gemeente Leusden. De nota is van toepassing op bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is. De welstandcriteria zijn ingedeeld in objecten of in gebieden. Object Met het planvoornemen wordt voorzien in de vergroting van een bouwvlak en de bouwmogelijkheden voor de uitbreiding van een hoveniersbedrijf. Met het planvoornemen wordt de realisatie van twee bedrijfsgebouwen mogelijk gemaakt. Voor object ‘bedrijfsbebouwing’ gelden de volgende criteria: Algemeen •
de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting;
•
bouwaanvragen die betrekking hebben op panden die voorkomen op de Monumenten Inventarisatielijst worden voorgelegd aan de ARK ten aanzien van het aspect welstand. De beschrijving uit het Monumenten Inventarisatieproject (MIP) is uitgangspunt van de beoordeling.
Plaatsing •
De plaatsing is ondergeschikt aan het hoofdgebouw (woning).
Massa en vorm •
De hoofdvorm is enkelvoudig en rechthoekig;
•
De nokrichting is in de verkavelingsrichting van het landschap;
•
De massaopbouw op het erf is in onderlinge samenhang;
•
De gevelgeleding is horizontaal;
•
De kopgevels kennen een evenwichtige, samenhangende gevelopbouw.
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik •
De gevels worden in metselwerk uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan, mits in donkere tinten uitgevoerd en voorzien van een profiel en een zichtbare metselwerkplint;
•
De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-)profiel.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|23
Gebied
Uitsnede welstandskaart gemeente Leusden (plangebied = rode ster)
Volgens de welstandskaart valt het plangebied binnen het ‘Kampenlandschap’ (nr 17). Voor het gebied ‘Kampenlandschap’ gelden de volgende criteria: Algemeen •
De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en houden rekening met de bestaande organisatie op het perceel en gerelateerd aan de landschappelijke inrichting;
•
Bouwaanvragen die betrekking hebben op panden die voorkomen op de Monumenten Inventarisatielijst worden voorgelegd aan de ARK ten aanzien van het aspect welstand. De beschrijving uit het Monumenten Inventarisatieproject (MIP) is uitgangspunt van de beoordeling.
Massa en vorm bebouwing •
De bebouwing wordt terughoudend vormgegeven;
•
Panden hebben een individuele uitstraling;
•
De gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige opbouw.
Detaillering, kleur en materiaalgebruik •
De hoofdkleuren zijn terughoudende naturel of gedempte (aard-kleuren) en afgestemd op de omgeving.
Er wordt geen aanleiding gevonden tot een verbijzondering van de criteria voor kleinere bouwwerken en objectcriteria voor de bebouwing in dit gebied. Conclusie Met het definitieve bouwplan wordt rekening gehouden met bovenstaande welstandscriteria. Tevens wordt de bebouwing landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met het NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|24
behoud en de versterking van de landschapswaarden. Duurzaamheid Dynamische duurzaamheidsagenda Leusden De gemeente Leusden heeft in de door de gemeenteraad vastgestelde Dynamische Duurzaamheidsagenda Leusden 2016-2030 afgesproken om uiterlijk in 2040 energieneutraal te zijn. ten gevolge van deze ambitie inspireert de gemeente, eigenaren/ bouwers verder te gaan dan het huidige Bouwbesluit, zoals bijvoorbeeld: •
Een gebouw zonder gasaansluiting te realiseren, en;
•
Om een zo energiezuinig mogelijk gebouw te realiseren als bedrijfseconomisch mogelijk is.
Onderdeel duurzaam bouwen Ten behoeve van het initiatief wordt hieronder de ambitie van de gemeente Leusden vermeld voor het onderdeel duurzaam bouwen. In de gemeente Leusden gelden de Beleidsregels “Duurzame nieuwbouw – energieneutraal en circulair”, vastgesteld op 3 maart 2018. Elk gebouw dat nu wordt gebouwd, staat er nog in 2040 en moet dan energieneutraal zijn. Wij gaan ervan uit dat deze gebouwen het best direct (vanaf 2017) op het gewenste ambitieniveau van volledig energieneutraal gebracht kunnen worden. Daarmee gaat Leusden verder dan het huidige Bouwbesluit en de BENG-norm (Bijna Energieneutraal) die vanaf 2021 waarschijnlijk gaat gelden voor alle nieuw te bouwen gebouwen en bereiden we ons voor op volledige energieneutraliteit. Nieuwbouw van bedrijfspanden en andere utiliteitsgebouwen Voor de realisatie van nieuwe utiliteitsgebouwen geldt dat het gewenste ambitieniveau is dat de nieuwe gebouwen geen energie gebruiken voor zowel het gebouwgebonden deel als het gebruiksgebonden deel en dat er geen gasaansluiting komt. Voor utiliteit geldt dat er voor verschillende gebruiksfuncties verschillende prestatienormen in het huidige bouwbesluit staan. De afstand van deze minimumeisen tot het gewenste niveau van een nul-op-de-meter gebouw zal vermoedelijk in sommige gevallen nog een brug te ver zijn.
In principe wil de gemeente sturen op een maximale energieprestatie, tegelijk geldt dat de te stellen eisen ook redelijkerwijs haalbaar moeten zijn om bedrijfsvestiging mogelijk te maken. Daarom wordt de voorgestelde ambitie als volgt uitgewerkt: •
Partijen worden door de gemeente uitgedaagd om nieuwbouw energieneutraal te realiseren voor zowel gebouwgebonden energie als gebruiksgebonden energie, dat is dus Nul Op de Meter (NOM);
•
Wanneer dit niet haalbaar is geldt als te realiseren minimumprestatie dat de EPC van het gebouw maximaal de helft bedraagt van de geldende norm uit het Bouwbesluit voor de betreffende gebruikscategorie;
•
In het geval dat een bedrijfsfunctie geen EPC norm heeft, moeten minimaal die maatregelen en investeringen worden getroffen die binnen 5 jaar kunnen worden terugverdiend;
•
Wanneer bovenstaande minimumprestaties conflicteren met andere beleidsdoelen dan kan de gemeente hierop een uitzondering maken, maar zij is daartoe niet verplicht;
•
De nieuwbouw wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd. Wanneer dit aantoonbaar vanuit bedrijfseconomisch perspectief niet haalbaar is dient het gebouw voorbereid te zijn op
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|25
afkoppeling van het gasnet, door gebruik van een lage temperatuur warmteafgiftesysteem (LTV). Onderdeel actie steenbreek Om het initiatief zowel duurzaam als klimaatbestendig te maken, dient tevens voldaan te worden aan de onderstaande ambitie m.b.t. verstening. Groen en biodiversiteit worden zeer belangrijk gevonden in Leusden. De gemeente oogt groen en er zijn veel tuinenbezitters. Toch zijn er in de bebouwde kom ook versteende plekken waar mensen zich aan ergeren, zoals de winkelcentra. Lering kan worden getrokken uit deze versteende plekken, vooral op het gebied van hittestress en klimaatadaptie. Maar ook bij oplevering van nieuwbouw gaat het vaak ‘mis’ met de tuinen. Er wordt gelijk te veel bestraat bij de nieuw op te leveren huizen. Hier liggen kansen, bijvoorbeeld door nieuwe bewoners vóór oplevering te informeren over klimaat- en diervriendelijke tuinontwerpen. Onderdeel zonnepanelen op daken Omdat er sprake is van het bouwen/renoveren van panden wordt initiatiefnemer geadviseerd om het realiseren van zonnepanelen op daken binnen dit plan te onderzoeken. Conclusie Met het definitieve bouwplan wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht op de uitgangspunten van de duurzaamheidsagenda en de beleidsregels “Duurzame nieuwbouw – energieneutraal en circulair”. Conclusie Uit het bovenstaande blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijke beleid.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|26
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Archeologie
Beleidskader Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: ‘Verdrag van Malta’ regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Leusden beschikt over een archeologische beleidskaart, waarop de verschillende archeologische verwachtingswaarden te zien zijn.
Uitsnede archeologische Beleidskaart Gemeente Leusden
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|27
Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Leusden ligt het plangebied in categorie 4: Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus middelgroot. Om die reden is, voorafgaand aan het plan, een archeologisch onderzoek vereist bij projectgebieden groter dan 500 m2 waarbinnen bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld plaatsvinden. Het plangebied heeft een oppervlakte van 10.020 m 2 en er zullen in het kader van het (gedeeltelijk) slopen van twee bestaande bedrijfsgebouwen en het realiseren van één nieuw bedrijfsgebouw bodemingrepen worden gedaan. De twee te slopen gebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 114 m2 en met de bouwmogelijkheden kan totaal 331,5 m2 aan bebouwing worden gerealiseerd. Hiermee komt de totale oppervlakte, waarop bodemingrepen worden verricht, neer op 446,5 m2. Derhalve is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Om de archeologische verwachtingswaarde in de toekomst te waarborgen, is in onderhavig bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelhoge verwachtingswaarde’ opgenomen. Op deze gronden is archeologisch onderzoek vereist bij projectgebieden groter dan 500 m2 waarbinnen bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld plaatsvinden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.2
Cultuurhistorie
Beleidskader De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumetnenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor eht eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Utrecht In de provincie Utrecht dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|28
Cultuurhistorische Waardenkaart provincie Utrecht
Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Leusden De Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Leusden geeft informatie over het erfgoed zowel bovengronds als ondergronds.
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Leusden
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|29
Onderzoek Gelderse Vallei Wateroverlast heeft in het Utrechtse deel van de Gelderse Vallei geleid tot een griftenstructuur in noord-zuidrichting. Deze structuur is in de 18e eeuw geaccentueerd door de Grebbelinie met een liniewal, dwarskaden en aardwerken. Het Valleikanaal heeft de noord-zuidrichting door het gebied versterkt, evenals de opgeheven spoorlijn Amersfoort-Kesteren. In de lage kwelzone ten oosten van de Heuvelrug liggen regelmatige veenontginningen die overgaan in een meer besloten kampenlandschap. De onregelmatige verkaveling en de oude (Hessen)wegen volgen hier de overwegend oost-westrichting van het bekenstelsel vanuit de Veluwe. De rafelige grens met Gelderland getuigt van de eeuwenlange strijd tussen Het Sticht en Gelre. Op strategische plekken vinden we hier de resten van de bisschoppelijke kastelen Stoutenberg en Ter Horst. In het overgangsgebied naar de Heuvelrug meoten in de ondiepe ondergrond veel archeologische en cultuurhistorische waarden verborgen liggen. In het zuiden vormt de Cuneraweg de scherpe historische grens tussen de Heuvelrug en de veenontginningen. Naar het noorden toe is de overgang tussen Heuvelrug en Vallei getand, zoals bij Leusden. In de randzone van de Heuvelrug liggen, deels op de veenontginningen, enkele grote aaneengesloten landgoederen. Bij het Leersumsche Veld raakt het crquelépatroon van het kampenlandschap de Heuvelrug.
Even ten noorden van Veenendaal ligt de Slaperdijk uit 1652. Met de Emmikhuizerberg is deze de waterscheiding geweest tussen het overstromingsgebied van de Nederrijn en van de Eem. Heir vinden we de grootste concentratie van aarden verdedigingswerken van de Grebbelinie. Voorts liggen rond Veenendaal diverse verkavelingen en transportkanalen (wijken) van de turfwinning. Het meer oostelijk gelegen kasteel Renswoude heeft lange zichtlijnen op de Emmikhuizerberg. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de gebieden rond Veenendaal, Leusden en Amersfoort sterk verstedelijkt en doorsneden. Militair erfgoed: Grebbelinie inundatie De Gebbelinie is een militaire verdedigingslinie die als een 60 kilometer lange waterlinie, gelegen in de Gelderse Vallei tussen de voormalige Zuiderzee en de Nederrijn. De linie is vanaf het midden van de achttiende eeuw aangelegd om de vijand uit het oosten te weren. De Grebbelinie is een samenhangend verdedigingsstelsel van liniedijk, keerkaden, aarden verdedigingswerken, sluizen, waterlopen, inundatie- en schootvelden. In 1939/1940 is de linie versterkt met loopgraven, tankgrachten en kazematten om een Duitse aanval uit het oosten tegen te houden. De hoofdweerstandslijn, gevormd door het Valleikanaal met liniedijk en de Eem boven Amersfoort, werd toen uitgebreid met een voorpostenlijn en een stoplijn als achterste begrenzing.
In 1944/1945 is door de Duitse bezetter de ‘Pantherstellung’ deels op de Grebbelinie aangelegd. De verdedinging in de breedte is uniek aan deze linie. De forten markeren de plaats van de linie in het landschap, zij liggen op strategische plekken, gebouwd ter verdediging van een acces, zoals (spoor)wegen en stroomruggen. De openheid van de voormlaige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie. De Grebbelinie is nog grotendeels opgeschonden aanwezig en manifesteert zich als een groen lint door het landschap. Kampontginningen in Stoutenburg Het plangebied lag in het voormalige kampontginningenlandschap in Stoutenburg. Het terrein is aangewezen als verdwenen terrein.
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|30
Conclusie Onderhavig initiatief heeft geen consequenties op de gebiedskenmerken die gerelateerd zijn aan de Gelderse Vallei en de Grebbelinie inundatie. In het plangebied zijn voorts ook geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Bestemmingsplan Cultureel erfgoed Leusden De gemeente Leusden kent veel objecten van cultuurhistorische waarde. Een deel hiervan is aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument en wordt zo via de Erfgoedwet of de gemeentelijke Erfgoedverordening beschermd. Dit geldt niet voor andere cultuurhistorische waardevolle objecten. Via het bestemmingsplan “Parapluplan Cultureel Erfgoed”, vastgesteld op 2 juli 2020, wordt de waarde van deze objecten vastgelegd. Doel ervan is om bij plannen voor (deels) sloop van aanwezige cultuurhistorische waarden met de eigenaar in gesprek te gaan hoe het beste hiermee kan worden omgegaan. Conclusie In het plangebied zijn voorts geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleidskader De Wet milieubeheer zorgt er voor dat milieuoverlast in woongebieden zo veel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken, moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In aanvulling op een milieuvergunning worden er in voorkomende gevallen ook afstanden vastgelegd tussen bedrijven en woonbuurten. De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. De richtafstanden zijn vastgelegd in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebieden. Milieucategorie
t.o.v. rustige woonwijk
t.o.v. gemengd gebied
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
4.1
200 meter
100 meter
4.2
300 meter
200 meter
5.1
500 meter
300 meter
5.2
700 meter
500 meter
5.3
1.000 meter
700 meter
6
1.500 meter
1.000 meter
NL.IMRO.0327.271-0301
bestemmingsplan Hessenweg 68 Stoutenburg
|31
Onderzoek Het planvoornemen betreft het vergroten van het bouwvlak en de bouwmogelijkheden voor de uitbreiding van een hoveniersbedrijf. Bij de beoogde ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende milieugevoelige objecten. In de VNG publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/ rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/ rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.
Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Gezien de ligging van het plangebied in het buitengebied van Stoutenburg aan een doorgaande weg met verschillende functies (agrarisch, bedrijf, wonen) worden de richtafstanden ten opzichte van een gemengd gebied aangehouden. Op het perceel Hessenweg 68 te Stoutenburg is een hoveniersbedrijf gevestigd. Volgens de richtafstandenlijst opgenomen in de VNG-brochure is een hoveniersbedrijf aangemerkt als een categorie 3.1 bedrijf, waarbij de grootste afstand 30 meter betreft ten opzichte van gemengd gebied ten aanzien van het aspect geluid. De richtafstand geldt tussen de bouwvlakgrens en de uiterste situering van de gevel van het gevoelige object. In de omgeving van het plangebied komen de volgende milieugevoelige functies voor: Locatie
Functie
Werkelijke afstand
Hessenweg 66
Bedrijfswoning
40 meter
Hessenweg 127
Woning
115 meter
Hessenweg 129
Woning
105 meter
Hessenweg 135
Bedrijfswoning
75 meter
Hessenweg 137
Woning
60 meter
Hessenweg 139
Bedrijfswoning
45 meter
Stoutenburgerlaan 1
Woning
125 meter
Uit bovenstaande tabel blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de vereiste richtafstand van 30 meter tot milieugevoelige functies.