CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Hessenweg 68 Bijlagen bij regels.pdf

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 5: RV Vaststellen ontwerp bestemmingsplan Hessenweg 6810.704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGE 1 BEELDKWALITEITSPLAN GREBBELINIE

BEELDKWALITEITSPLAN GREBBELINIE

ZIEN EN GEZIEN WORDEN

Beeldkwaliteitsplan GREBBELINIE Zien en gezien worden 701.00.01.01.00 april 2011

4

VOORWOORD De aanwijzing tot rijksmonument in 2011 is voor de Grebbelinie een belangrijke stap in het behoud en de bescherming van deze linie. Deze gebeurtenis maakt dat het borgen van de kwaliteiten, de herkenbaarheid en de belevingswaarde van de Grebbelinie bijzondere aandacht verdient. Met het voorliggende beeldkwaliteitsplan wordt aan deze doelen een belangrijke bijdrage geleverd. Het beeldkwaliteitsplan vormt zowel een toetsingskader als een stimuleringskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied direct gelegen rondom de Grebbelinie. De inhoud van het beeldkwaliteitsplan richt zich op de aspecten landschap, erf en bebouwing binnen de invloedssfeer van de Grebbelinie. Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit een beschrijving van de wenselijke inrichting van bebouwing en beplanting op: - agrarische percelen; - overige bedrijfspercelen, en: - woonerven. Daarnaast geeft het beeldkwaliteitsplan aan hoe men dient om te gaan met overige landschapselementen (zoals de aanleg van bospercelen). Uit deze beschrijving vloeien aanwijzingen en criteria voort die als handreiking dienen voor het beoordelen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat dan zowel om nieuwe ontwikkelingen waarvoor een planologische procedure moet worden gevoerd als voor nieuwe ontwikkelingen die planologisch al mogelijk zijn, maar nog getoetst moeten worden aan welstand.

Het beeldkwaliteitsplan zal planologisch worden verankerd via het bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan blijven bestaande rechten gehandhaafd. Verwijzend naar het beeldkwaliteitsplan wordt het wel mogelijk om bij afwijkingen en herzieningen meer rekening te houden met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden van de Grebbelinie.

5

6

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 _ Historische context Grebbelinie en doel beeldkwaliteitsplan 1.1 1.2

De Grebbelinie_historische context Ontwikkelingen en beeldkwaliteit Grebbelinie

10 - 12 13

Hoofdstuk 2 _ De Grebbelinie bezien in landschappelijke context 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

De deelgebieden van de Grebbelinie De respectzone De besloten linie De kleinschalige linie De half-open linie De open linie

16 - 19 20 - 21 22 - 23 24 - 25 26 - 27 28 - 29

Hoofdstuk 3 _ Beeldkwaliteitscriteria per deelgebied 3.1

3.2

3.3

3.4

3.5

De respectzone - beeldkwaliteitscriteria - illustratie De besloten linie - beeldkwaliteitscriteria - illustratie De kleinschalige linie - beeldkwaliteitscriteria grillige verkaveling - beeldkwaliteitscriteria strokenverkaveling - illustratie De half-open linie - beeldkwaliteitscriteria - illustratie De open linie - beeldkwaliteitscriteria - illustratie

Hoofdstuk 4 _ Uitvoeringsparagraaf 4.1 4.2

Juridische borging Voorbeelduitwerking

32 - 35

36 - 39

40 - 45

46 - 49

50 - 53

56 57

Bijlage -

Begrippenlijst_benamingen Grebbelinie-elementen 7

8

HOOFDSTUK 1 Historische context Grebbelinie en doel beeldkwaliteitsplan

9

1.1 DE GREBBELINIE_historische context zie bijlage voor een uitleg van de diverse benamingen van Grebbelinie-elementen algemeen De Grebbelinie is een militaire verdedigingslinie die als een 60 kilometer lange groene lijn door het landschap loopt van de Nederrijn tot het Eemmeer. De verdedigingswerken zijn grotendeels in de 18e eeuw aangelegd met als doel de opmars van vijanden vanuit het oosten te vertragen. De Grebbelinie is een zogenaamde waterlinie. Een waterlinie is opgebouwd uit een samenhangend verdedigingsstelsel met forten, sluizen, inundatie- en schootsvelden. Voor dit doel maakt de Grebbelinie gebruik van de natte, moerasachtige omstandigheden in het westelijke en laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. ontstaan De Grebbelinie kent een lange ontstaansgeschiedenis waarin steeds nieuwe onderdelen en structuren aan de Linie zijn toegevoegd. De eerste aanzet stamt uit de 16e eeuw toen de strategische ligging van het gebied, ter bescherming van het rijke Holland, al werd onderkend. Tussen Zuiderzee en Rijn waren vijf schansen gepland waarvan alleen die bij Woudenberg werd aangelegd. Vervolgens wordt in 1652-1664 de Slaperdijk aangelegd. In eerste instantie had deze dijk een waterkerende functie ter bescherming van de Utrechtse gronden, later in 1744-1746 wordt deze dijk meegenomen in het militaire stelsel van de waterlinie.

Dat is ook het moment dat de eerste linie wordt aangelegd. Deze bestaat uit een aarden liniewal van Veenendaal tot even voorbij Amersfoort. Langs deze liniewal worden een zevental keerkaden aangelegd. De Grebbesluis en de Zeesluis bij Spakenburg zorgden voor de waterinlaat. In de periode 1785-1794 worden de werken vervolmaakt volgens de laatste militaire inzichten. Er worden batterijen en redoutes bij de keerkaden en accessen door de liniewal aangelegd. De inundatiegebieden zijn verdeeld in kommen en kunnen nauwkeurig worden gevuld middels inlaatsluizen. Na de komst van de Fransen volgen van 1799 tot 1806 nog enkele aanpassingen die de Grebbelinie zijn uiteindelijk vorm geven. Deze aanpassingen behelzen met name de aanleg van werken bij de keerkaden en de aanleg van de Groeperkade ten westen van Renswoude.

10

In 1809 wordt de Linie opgeheven als verdedigingswerk, omdat Napoleon geen gevaar meer verwacht uit het oosten. Pas in 1846 neemt de belangstelling voor de linie weer toe met de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Arnhem. In 1860 worden de belangrijkste verdedigingslinies in het land weer verbeterd, maar de Grebbelinie moet het nu doen als voorpostenstelling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dat is uiteindelijk maar tijdelijk, want na de Eerste Wereldoorlog en de aanleg van het Valleikanaal is met de dreiging uit het oosten en het kanaal als mogelijke tankgracht de Grebbelinie weer in beeld als hoofdverdedigingslinie. Er worden in deze tijd tal van kazematten aangelegd, evenals tankversperringen. Verder worden aan beide zijden van de liniewal meerdere linies aangelegd in de vorm van loopgraven en draadversperringen. Dit mocht niet helpen en de Duitsers bezetten Nederland. Dat ook voor hun de Linie interessant is, blijkt uit het gebruik van deze linie onder de naam Pantherstellung, waarbij meerdere bunkers werden aangelegd die nu niet naar het oosten, maar naar het westen waren gericht. Veel van deze Duitse sporen zijn na de oorlog verwijderd. Als verdedigingslinie werd de Grebbelinie in 1951 opgeheven. Sindsdien leidt de Linie een slapend bestaan. De natuur kreeg de overhand en delen (met name in de steden Amersfoort en Veenendaal) verdwenen of werden gerestaureerd.

werking De Grebbelinie is een waterlinie. Daarbij werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van lage natte gebieden. Het westelijke deel van de Gelderse Vallei, tegen de flanken van de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug is zo’n gebied. Het water stroomt in principe als vanzelf naar het gebied toe. Vervolgens was het zaak dit water vast te houden en zodanig te reguleren dat het diep genoeg was om sloten en beken te maskeren, maar ook weer niet zo diep dat erover heen kon worden gevaren.

Dit reguleren vond plaats middels de liniewal waar het water aan de oostzijde tegenaan kon worden gezet (bij het Binnenveld was dit de natuurlijke verhoging van de Grebbeberg en in de Eempolder de Eemdijk). Door de aanleg van keerkaden kon het gehele inundatiegebied in verschillende kommen worden verdeeld. Deze verdeling in 11 kommen was noodzakelijk omdat het gebied van zuid naar noord afloopt en het water anders weg zou stromen naar de Zuiderzee. verdediging De nadruk lag op de verdediging door een tijdelijk veldleger. Er zijn langs de Grebbelinie dan ook geen permanente soldatenonderkomens gebouwd. Toen in 1939/1940 de Grebbelinie werd opgewaardeerd als hoofdverdediging van het land had de verdediging al een mobieler karakter gekregen. De verdediging vond toen plaats over een breed front en werd meer in de diepte ontwikkeld met de uitbreiding van een voorpostenlijn voor en een stoplijn achter de liniewal. De zwaarst verdedigde punten in de linie waren: -

-

de keerkades: daar bevonden zich de sluizen die het water opstuwden en er voor zorgden dat het inundatiegebied nat bleef; niet-inundeerbare stukken: delen die te hoog lagen om te inunderen zoals aan de voet van de Grebbeberg, rond Renswoude, de Emminkhuizerberg, spoorweg Arnhem-Utrecht en de keerkades. Voor een belager waren dat de best toegankelijke delen.

Rond deze punten zijn de grootste werken te vinden.

11

karakter van de linie De Linie wordt gekenmerkt door verschillende profielen: -

-

een langgerekt Noord-Zuid profiel van de doorgaande verdedigingslijn, met op een aantal plekken dwars daarop de keerkades die de scheiding vormen tussen de inundatiekommen; een Oost-West profiel, bestaande uit het achterland, een kade met verdedigingswerken, waterloop en een inundatiegebied.

Noord-Zuid De Grebbelinie kent relatief weinig bouwwerken. De schansen, forten en werken bestaan hoofdzakelijk uit aarden werken. De bouwwerken die er zijn, bestaan vooral uit de kazematten die in de periode 1920-1940 zijn aangelegd. De Grebbelinie is dan ook vooral een landschappelijke linie. De linie doorkruist een vijftal landschapstypen: de uiterwaarden, het veenontginningenlandschap, het broek- en heideontginningenlandschap, het kampenlandschap en het polderlandschap. Het enige feitelijk vaste element is dat langs de liniewal stromend water is gelegen. Verder varieert de beleving van de liniewal zowel binnen als tussen de verschillende landschapstypen. In het Binnenveld en het Eemland is de liniewal niet aanwezig. In het Binnenveld is dit een gevolg van de natuurlijke hoogten aan de oostzijde. In het Eemland functioneert de dijk langs de Eem als kerende kade. Omdat beide gebieden al golden als overstromingsgebieden waren hier verder geen keerkaden nodig. Oost-West In elke tijdsfase had de Grebbelinie zijn eigen verdedigingsprofiel. Kenmerkend voor alle tijden is echter dat de inundatiezijde (oostzijde) meer open van karakter was. Dit om de gebieden goed te kunnen inunderen, maar ook om een goed zicht te hebben (schootsvelden) voor de soldaten. Voor dit doel werd bebouwing en beplanting ook wel verwijderd bij mobilisaties.

Aan de westzijde (verdedigingszijde) is die openheid niet zozeer van belang. Hier moesten troepen zich snel kunnen verplaatsen en moest er een aan- en afvoer van troepen en materiaal mogelijk zijn. Op de liniewal zelf was sprake van (hoog opgaande) beplanting. Dit hakhout kon indien nodig snel verwijderd worden, maar leverde ook hout op dat gebruikt kon worden als bouwmateriaal en brandstof. 12

1.2 ONTWIKKELINGEN EN BEELDKWALITEIT GREBBELINIE De Grebbelinie is een uniek fenomeen in het Nederlandse landschap. Het is een linie die niet alleen fysieke sporen heeft achtergelaten in het landschap (zoals onder andere de liniedijk, werken en keerkades), maar ook een sterke verbondenheid heeft met de verschillende landschappen waarin het gelegen is. Dit heeft ervoor gezorgd dat de Grebbelinie niet een monotoom beeld geeft, maar een rijke variatie aan belevingen biedt. Deze variatie houdt in dat de linie zich de ene keer duidelijker manifesteert in het landschap dan de andere keer. De linie heeft dus zowel een ingetogen, verschuilend karakter, alsmede een indrukwekkend, verschijnend karakter. Er bestaat een wisselwerking tussen de Grebbelinie en het landschap, waarbij de ene keer de Grebbelinie leidend is en de andere keer het landschap.

Erf aan de Liniedijk

Deze kracht van de Grebbelinie is tevens zijn zwakte. De tijden zijn snel veranderd, waarbij de huidige ontwikkelingen in het landschap zijn weerslag hebben op de kwaliteiten van de linie. Dit kan resulteren in het geheel verdwijnen van delen van de linie, zoals bijvoorbeeld het geval is in de steden of waarbij ontwikkelingen in het buitengebied leidend zijn. Veelal zal dit ten koste gaan van het ingetogen, verschuilende karakter van de linie. Waar de Grebbelinie niet duidelijk aanwezig is, wordt deze ook snel vergeten in het afwegen van keuzes. De zichtbaarheid van linie-elementen staat echter ook onder druk. De openheid rondom linie-elementen (gekoppeld aan de voormalige inundatievelden) wordt steeds sterker opgedeeld in kleinere eenheden. Daarnaast verzwakken of verdwijnen zichtlijnen van en naar de linie-elementen.

Erf op afstand van de Liniedijk

Het is dus tijd voor wederzijds respect. Waar de Grebbelinie ooit respect heeft getoond voor het landschap, wordt het tijd dat het landschap en de ontwikkelingen die daarin spelen respect tonen voor de Grebbelinie. De Grebbelinie dient leidend te worden, daar waar unieke kwaliteiten onder druk staan. Het bkp dient ervoor te zorgen dat de linie-elementen, zoals de liniedijk, werken en keerkades hun zichtbaarheid behouden en daar waar mogelijk deze versterkt worden. Daarnaast is het open karakter van de voormalige inundatievelden (niet (fysiek) zichtbare linie-element) zeer waardevol en dient deze beschermd te worden.

Verdwenen zicht op de kazemat en de liniedijk, vanuit het landschap. Verdwenen zicht op de omgeving, vanaf de liniedijk.

Rustige uitstraling rondom de liniedijk door een open zone zonder bebouwing en hoog opgaande beplantingen. Zicht vanaf en op de liniedijk.

Zichtlijnen van/naar de Liniedijk Waardevolle open zichtrelatie tussen de liniedijk en het landschap (voormalige inundatievelden).

Dit beeldkwaliteitsplan is dan ook gericht op het zicht vanaf de Grebbelinie (zien) en het zien van de Grebbelinie (gezien worden). 13

14

HOOFDSTUK 2 De Grebbelinie bezien in landschappelijke context

15 1 5

2.1 DE DEELGEBIEDEN VAN DE GREBBELINIE De Grebbelinie doorkruist vijf landschapstypen: 1. de uiterwaarden; 2. het veenontginningenlandschap; 3. het broek- en heideontginningenlandschap; 4. het kampenlandschap; 5. het polderlandschap. De kwaliteit van de Grebbelinie is afhankelijk van deze landschappelijke context. De Grebbelinie manifesteert zich niet altijd als één doorgaande lijn (de liniedijk), maar is ook aanwezig in het landschap in de vorm van keerkaden, werken en als inundatiekom (geen vast element). Bij ontwikkelingsmogelijkheden van erven in dit landschap staan de kwaliteiten van de Grebbelinie onder druk. Met name in de delen waarbij de linie zich niet duidelijk manifesteert. Daarom is het belangrijk dat de kernkwaliteiten van de Grebbelinie meegenomen worden bij ontwikkelingen die spelen in het landschap. Deze kernkwaliteiten zijn: samenhang Grebbelinie van zuid naar noord (schets 1); contrast tussen de west- en oostkant van de liniedijk (schets 2); zichtlijnen van en naar Grebbelinie-elementen (schets 3). Veel erven zijn op korte afstand gelegen van linie-elementen, zoals de liniedijk en keerkaden. Deze erven bepalen in grote mate de zichtbaarheid van en naar de Grebbelinie. Erven die binnen een afstand van 100m tot het linie-element gelegen zijn hebben veelal een negatieve impact op het zicht vanaf en naar de Grebbelinie.

Dit geldt hoofdzakelijk voor de gebieden ten oosten van de liniedijk. De westkant van de liniedijk kent van oorsprong een meer besloten karakter. Met name bij functieveranderingen ten oosten van de liniedijk is een grote kwaliteitswinst te behalen, door bebouwing op een grotere afstand van linie-elementen te situeren.

16

Verschijningsvorm van de Grebbelinie In dit beeldkwaliteitsplan staan de kwaliteiten van de Grebbelinie centraal. Daarom wordt er niet gesproken van verschillende landschapstypen, maar van de gewenste verschijningsvormen van de Grebbelinie: de respectzone (paragrafen 2.2 en 3.1) de besloten linie (paragrafen 2.3 en 3.2); de kleinschalige linie (paragrafen 2.4 en 3.3); de half-open linie (paragrafen 2.5 en 3.4); de open linie (paragrafen 2.6 en 3.5). De respectzone Om de noodzakelijkheid van openheid en zicht rondom de Grebbelinie te waarborgen, wordt in dit beeldkwaliteitsplan de respectzone geintroduceerd (zie paragrafen 2.2 en 3.1). Hierin dienen erven afstand te houden ten opzichte van linie-elementen en waar mogelijk zichtlijnen en/of openheid te versterken (zie ook nevenstaande schetsen). Dit geldt voor een gebied van 100m rondom linie-elementen (liniedijk, keerkaden en werken), ongeacht het landschapstype waarin het erf gelegen is. De respectzone vormt dus een eigen deelgebied, met een afstand van 100m rondom linie-elementen. Openheid is hier altijd leidend, ongeacht de eigenschappen van het landschap (landschapstypen). Bij ontwikkelingen op erven is het dus gewenst afstand te nemen van de linie-elementen (waar bijvoorbeeld in het kampenlandschap meer gekeken wordt naar zichtlijnen). Het toevoegen van extra beplanting, zoals bospercelen, is tevens ongewenst.

Dit verzwakt de openheid en het contrast met de meer besloten verdedigingszijde (westkant) van de liniedijk. Van zuid naar noord zorgt de respectzone voor samenhang in de linie (net zoals de besloten linie doet) aangezien de openheid de linie-elementen volgt van zuid naar noord. Van west naar oost zorgt de respectzone voor meer contrast in de linie door een besloten westkant van de liniedijk, openheid aangrenzend aan linie-elementen en op een grotere afstand (meer dan 100m van linie-elementen) de kleinschalige, half-open en open linie.

VERSCHIJNINGSVORMEN GREBBELINIE

SCHETS 1

SCHETS 2

SCHETS 3

17

De besloten linie De besloten linie zet in op samenhang van de Grebbelinie van zuid naar noord en versterkt het contrast met de meer open oostkant van de liniedijk. De samenhang van de Grebbelinie wordt versterkt door erven ten westen van de liniedijk een stevige erfbeplanting te geven. Het groene karakter wordt hierdoor verder benadrukt, zodat de liniedijk als een groen lint van zuid naar noord over het landschap gelegen is.

deelgebieden beeldkwaliteitsplan Grebbelinie 18

de respectzone

De kleinschalige, half-open en open linie De overige deelgebieden, de kleinschalige, de half-open en de open linie reageren op de verschijningsvorm van het landschap. De landschappelijke kwaliteiten vormen het uitgangspunt voor ontwikkelingen op erven. Hierbij dient goed gekeken te worden naar het verkavelingspatroon van het landschap, de aanwezige landschapselementen en de positie van het erf. Centraal staan nog steeds de kernkwaliteiten openheid en zicht(lijnen). Echter, deze krijgen per deelgebied een andere uitwerking afhankelijk van de eigenschappen van het landschap (meer open tot kleinschalig landschap).

de besloten linie

de kleinschalige linie

de half-open linie

de open linie 19

2.2 DE RESPECTZONE doel De respectzone is een gebied dat direct grenst aan de zichtbare linie-elementen, zoals de liniedijk, werken en keerkades. Deze zone heeft tot doel om de linie-elementen ruimte te geven, waardoor deze zichtbaarder zijn en waardoor er vanaf de linie meer zicht is op de omgeving. De respectzone is in essentie dus een open strook, waarin geen opgaande elementen, zoals bebouwingen en beplantingen, voorkomen. In het huidige landschap bevinden zich al beplantingen en bebouwing in deze respectzone. De introductie van de respectzone is niet bedoeld als een dwingend instrumentarium om erven te verplaatsen of beplantingen te verwijderen. Het is primair bedoeld om bewustzijn te creëren bij initiatiefnemers, over de aanwezigheid van de Grebbelinie en dat zij invloed hebben op de algehele kwaliteit van de linie. Bij uitbreidingen en functieveranderingen van erven wordt dan ook gevraagd om afstand te houden ten opzichte van de linie en rekening te houden met zichtlijnen. gebruik Het gebied dat binnen 100m van linie-elementen gelegen is, valt onder de respectzone. Binnen de respectzone zijn 43 erven binnen een afstand van 50m van een linie-element gelegen. 74 erven zijn binnen een afstand van 100m van linie-elementen gelegen. De nevenstaande kaarten illusteren dit.

Erven die op een afstand van 50m gelegen zijn, blijven bij een functieverandering (waarbij bebouwing op afstand gehouden kan worden) op een te korte afstand van de linie-elementen liggen. De grootste kwaliteitswinst, voor de openheid van de repectzone, is dan ook te behalen bij de erven die op 50 tot 100m van de linie gelegen zijn (31 erven). Bij een functieverandering is het mogelijk deze bebouwing op een grotere afstand van de linie-elementen te situeren (en mogelijk zelfs buiten de repectzone). beleid_nieuwe landgoederen/nieuwe natuur De repectzone kan onderdeel vormen van een nieuw landgoed, indien rekening gehouden wordt met de gewenste openheid. Opgaande beplantingen en bebouwingen behorende bij het landgoed zullen een plek moeten krijgen buiten de respectzone. Rondom de linie-elementen is het gewenst zo min mogelijk bebouwing en hoog opgaande beplanting te realiseren. Nieuwe natuur is gewenst indien deze de openheid versterkt, zoals bijvoorbeeld ecologische randen en vochtige schraal graslanden. 20

De respectzone ten oosten van de liniedijk.. Het erf is aan de liniedijk komen te liggen, waardoor zicht vanaf en naar de liniedijk onmogelijk is. De beeldbepalendheid van de kazemat gaat verloren in de hoeveelheid bebouwing.

43 erven binnen 50m van Grebbelinie-elementen

74 erven binnen 100m van Grebbelinie-elementen 21

2.3 DE BESLOTEN LINIE doel De besloten linie dient het contrast tussen de open aanvalszijde (oostkant van de liniedijk) van de Grebbelinie en de besloten verdedigingszijde (westkant van de liniedijk) van de Grebbelinie te versterken. Waar aan de oostzijde de openheid en zichtlijnen leidend zijn, wordt in de besloten linie ingezet op meer groen. In de respectzone dienen erven/bebouwingen op afstand gehouden te worden. In de besloten linie is het gewenst dat de erven een rijke hoeveelheid erfbeplanting hebben, waardoor deze qua uitstraling aansluiten op de rijk aangeplantte liniedijk. Naast het versterken van het contrast tussen west en oost, zoekt de besloten linie naar meer samenhang tussen het zuiden en noorden van de Grebbelinie. De besloten linie draagt hieraan bij door de realisatie van veel erfbeplanting, waardoor de Grebbelinie sterker herkenbaar is als één doorgaande (groene) verdedigingslijn. De uitstraling van de linie is hier leidend en het landschapstype ondergeschikt. Binnen de besloten linie wordt dan ook geen onderscheid gemaakt naar landschapstypen. huidige verschijningsvorm variërende verkaveling; verspreide ligging van de erven; variërende ontwikkelingsrichting van de erven; variërende bouwrichting van de gebouwen op de erven; wisselende hoeveelheid erfbeplanting op erven.

aandachtspunten beeldkwaliteitscriteria (paragraaf 3.2) De huidige ontwikkelingen leiden naar een sterke verspreiding van de erven over het landschap met een wisselende mate van erfbeplanting op de erven. Om de samenhang van de Grebbelinie te versterken, is het gewenst meer eenduidigheid te krijgen in de uitstraling van de erven (erfbeplanting, ontwikkelingsrichting en bouwrichting). beleid_nieuwe landgoederen/nieuwe natuur Uit oogpunt van de Grebbelinie zijn in dit deelgebied nieuwe landgoederen en/of nieuwe natuur gewenst. Deze dienen het besloten karakter te versterken door met name hoog opgaande beplantingen toe te passen, zoals bospercelen. 22

De besloten linie nabij het Werk aan de Roode Haan. Door de rijke hoeveelheid groen kunnen diverse functies (waterzuivering, grootschalige erven, etc.) een plek krijgen in dit deelgebied, zonder de kwaliteiten van de Grebbelinie onder druk te zetten. 23

2.4 DE KLEINSCHALIGE LINIE doel De kleinschalige linie wordt gekenmerkt door een rijke hoeveelheid aanwezige landschappelijke beplanting, zoals houtwallen-/singels, bomenrijen en boscomplexjes. Openheid rondom de linie is dan ook alleen aanwezig binnen dit landschappeljike raamwerk en heeft dan ook een kleine maat. Voor het zicht vanaf en naar de linie-elementen zijn zichtlijnen uiterst belangrijk. Het doel van de kleinschalige linie is dan ook de ontwikkeling van het erf in te passen in het landschap, met aandacht voor zichtlijnen vanaf en naar de linie-elementen. huidige verschijningsvorm In het kleinschalige gebied rondom de Grebbelinie komen delen voor met een grillige verkaveling en delen met een strokenverkaveling: grillige verkaveling

strokenverkaveling

- reliëfrijk; - verspreide ligging van de erven; - variërende ontwikkelingsrichting van de erven; - variërende bouwrichting van gebouwen op de erven. - weinig reliëf; - lintbebouwing; - ontwikkelingsrichting van de erven in de diepte van het perceel; - eenduidige bouwrichting van gebouwen op erven.

aandachtspunten beeldkwaliteitscriteria (paragraaf 3.3) In de grillige verkaveling dreigen uitbreidingen op de erven rondom het voorerf gesitueerd te worden, waardoor de uitstraling van het voorerf verzwakt. Het erf kan hierdoor onoverzichtelijk/onrustig ogen. In de strokenverkaveling leiden ontwikkelingen naar een meer verspreide ligging van de bebouwing. Dit gaat ten koste van zichtlijnen richting linie-elementen. Naast aandacht voor zichtlijnen dient er ook rekening gehouden te worden met de rustige uitstraling van het erf richting de Grebbelinie. beleid_nieuwe landgoederen/nieuwe natuur Uit oogpunt van de Grebbelinie zijn in dit deelgebied nieuwe landgoederen en/of nieuwe natuur toegestaan, indien dit niet ten koste gaat van waardevolle zichtlijnen. 24

De kleinschalige linie nabij het Voorwerk aan de Asschatterkade. Erven (bebouwingen) vormen een samenhangend geheel met lineaire beplantingselementen, zoals houtwallen/-singels, bomenrijen en laanbeplantingen. Indien erven voor linie-elementen gelegen zijn, dan kan dit ten koste gaan van waardevolle zichtlijnen (zie foto).

25

2.5 DE HALF-OPEN LINIE doel In de half-open linie staan de openheid en zicht van en naar de linie-elementen centraal. Het gebied wordt gekenmerkt door een verspreide ligging van erven en beplantingen. De ligging van de erven beperkt zich niet alleen tot de kop van het perceel maar zijn vaak ook dieper op het perceel te vinden. Duidelijke structuren die zichtlijnen markeren, zoals houtsingels of bomenrijen, zijn over het algemeen afwezig. Hierdoor is het zicht op de linie-elementen zeer wisselend. Het doel is dan ook het erf een compacte indeling te geven waardoor deze het verlies aan openheid en zicht beperkt. huidige verschijningsvorm rechthoekige tot blokvormige verkaveling; variërende beplantingselementen_dicht tot transparant; houtsingels, bomenrijen, vrijstaande bomen, wegbeplanting, e.d. weinig reliëf; verspreide ligging van de erven; variërende ontwikkelingsrichtingen van de erven; variërende bouwrichtingen van de gebouwen op de erven; transparante erfbeplanting: rondom het gehele erf gelegen; heldere woonzone als “voorerf” met bedrijfsgebouwen daarachter. aandachtspunten beeldkwaliteitscriteria (paragraaf 3.4) Doordat de erven en de beplantingen een verspreide ligging in het gebied hebben, is het effect van de uitbreiding van één enkel erf op de openheid en het zicht van en naar de linie-elementen niet direct zichtbaar.

Echter, de totale som aan ontwikkelingen kan een grote invloed hebben op de zichtbaarheid van de linie-elementen. Juist doordat dit gebied een grootschalige openheid of duidelijk herkenbare zichtlijnen mist, is het noodzakelijk aandacht te besteden aan de aanwezige openheid en zichtlijnen. Deze dienen behouden te blijven door een compacte erfindeling na te streven en indien mogelijk, bijvoorbeeld bij een functieverandering, deze openheid en zichtlijnen te versterken. beleid_nieuwe landgoederen/nieuwe natuur Uit oogpunt van de Grebbelinie zijn in dit deelgebied nieuwe landgoederen en/of nieuwe natuur toegestaan, indien dit niet ten koste gaat van waardevolle zichtlijnen en openheid. 26

De half-open linie ten zuiden van Veenendaal. Beplantingen en bebouwingen zorgen voor een afwisseling in zicht en openheid. De foto illustreert een vrij open landschap met daarin een erf gelegen aan de bomenlaan en een erf dieper op het perceel. Belangrijk voor het zicht en de openheid is een compacte erfvorm. Het kuilvoer van beide erven dreigt een compacte erfvorm te verzwakken.

27

2.6 DE OPEN LINIE doel De open linie wordt gekenmerkt door een zeer weids, open landschap. Fysieke linie-elementen, zoals de liniedijk en keerkaden, ontbreken. Door de grootschalige openheid hebben uitbreidingen in de diepte een gering effect op het zicht op het landschap. Echter uitbreidingen aan het lint/dijklichaam kunnen het zicht op het achterliggende open landschap sterk beperken. Doel van de open linie is dan ook dichte bebouwingslinten te beperken door de erven te ontwikkelen in de diepte. huidige verschijningsvorm strokenverkaveling; uitsluitend wegbeplanting en erfbeplanting; openheid; laag en zeer nat; lintbebouwing; ontwikkeling van de erven in de diepte van het perceel; besloten erfbeplanting in de Eempolder; transparante tot open erfbeplanting in het Binnenveld; bouwrichting van de gebouwen op de erven in de diepte; heldere “woonzone” als voorerf met bedrijfsgebouwen daarachter. aandachtspunten beeldkwaliteitscriteria (paragraaf 3.5) De openheid staat niet onder druk, doordat deze een grote maat heeft. Echter het zicht vanaf en naar de ontginningsassen waaraan de erven gelegen zijn, staat wel onder druk. Voorkomen dient te worden dat de erven aan elkaar gaan vastgroeien. Dit gaat ten koste van het zicht op het achterliggende open landschap en de herkenbaarheid van het lint met individuele erven.

Met name in de Eempolder staat de leesbaarheid van het dijklichaam onder druk. beleid_nieuwe landgoederen/nieuwe natuur Uit oogpunt van de Grebbelinie zijn in dit deelgebied nieuwe landgoederen en/of nieuwe natuur toegestaan, indien dit niet ten koste gaat van waardevolle openheid en herkenbaarheid van de Eemdijk als een dijklichaam.

28

De open linie in de Eempolder. De erven zijn aan de Eemdijk gelegen. Aandachtspunt is de herkenbaarheid van het dijklichaam.

De open linie in het Binnenveld Strokenverkaveling met erven aan de ontginningsas. Hier vindt Vooral natuurontwikkeling plaats.

29

30

HOOFDSTUK 3 Beeldkwaliteitscriteria per deelgebied

31 31

3.1

DE RESPECTZONE_KANSEN VOOR DE GREBBELINIE

Openheid rondom linie-elementen_______________________________________schetsen 1-2 De respectzone heeft tot doel de invloed van bebouwing nabij linie-elementen te verminderen. De erven aangrenzend aan de linie-elementen conflicteren met het zicht vanaf en naar de Grebbelinie. De respectzone biedt weer ruimte tussen het erf en de linie-elementen door aandacht te besteden aan de plaatsing van de bebouwing ten opzicht van de linie.

keerkade

Kopgevels van bebouwing georiënteerd op de linie _________________schetsen 1-2 Voor het zien vanaf de Grebbelinie en het gezien worden van de Grebbelinie is het van belang de bebouwing met kopgevels op de linie te oriënteren. Hierdoor manifesteert het erf zich minder sterk aan de Grebbelinie, waardoor de linie meer betekenis krijgt. Tevens blijven zichtlijnen over het erf mogelijk. Zijgevels hebben een blokkerende werking van het zicht vanaf de Grebbelinie en naar de Grebbelinie. Tevens oogt het erf groter doordat het “stenige” karakter van het erf benadrukt wordt door de zijgevels.

1 ongewenst

3 ongewenst

4 gewenst

Zichtlijnen over erven_______________________________schetsen 3-4 Het plaatsen van bebouwing op het erf in één lijn, waardoor het mogelijk is om over het erf weg te kijken. Overige bedrijfsmatige elementen (zoals silo’s en sleufplaten) spelen hierbij tevens een rol en kunnen bijvoorbeeld op kopgevels geplaats worden of inpandig worden opgenomen in de bebouwing. Het in stand houden van zichtlijnen over het erf heeft de voorkeur boven het realiseren van een compact erf, indien dat ten koste gaat van de zichtlijn.

32

Compact erf Bij een functieverandering wordt een compacte erfvorm nagestreeft. Waar bij uitbreiding nog aandacht dient te zijn voor zicht over het erf, wordt bij functieverandering kwaliteitswinst behaald door de openheid rondom het erf te versterken. Hierdoor komt het erf verder van het linie-element te liggen. Bij uitbreiding van het erf, is het erf dus minder compact (door zicht mogelijkheden over het erf ) in vergelijking met de situatie bij een functieverandering.

B E E L D K W A L I T E I T S C R I T E R I A

keerkade

ALGEMEEN

1

VERSTERK DE OPENHEID AANGRENZEND AAN LINIE-ELEMENTEN DOOR BEBOUWING EN BEPLANTING OP AFSTAND TE HOUDEN

2

PLAATS BEBOUWING MET DE KOPGEVEL RICHTING HET LINIEELEMENT ZODAT HET STENIGE BEELD AAN DE LINIE BEPERKT BLIJFT EN ZICHT RONDOM EN OVER HET ERF MOGELIJK BLIJFT

UITBREIDING VAN HET ERF

3

PROBEER ZICHTLIJNEN OVER HET ERF INTACT TE LATEN OF TE VERSTERKEN DOOR BEBOUWING MET DE KOPGEVEL OP DE LINIE TE ORIËNTEREN EN VOLDOENDE AFSTAND TUSSEN DE BEBOUWING OP HET ERF TE BEWAREN

4

ONTTREK BEDRIJFSMATIGE ELEMENTEN (ZOALS SILO’S EN/ OF SLEUFPLATEN)ZOVEEL MOGELIJK AAN HET ZICHT, DOOR EEN GOEDE POSITIONERING TUSSEN GEBOUWEN OF DOOR GEBRUIK VAN EEN DICHTE ERFBEPLANTING

2 gewenst

Gemeenschappelijk erf Het is gewenst dat de invloed van de huidige erven in de respectzone afneemt, zodat de kwaliteiten van de Grebbelinie beter tot hun recht komen. Bij een functieverandering is het dan ook essentieel dat nieuwe (woon) bebouwing rondom een gemeenschappelijk erf (met één toegangsweg) gelegen is. Zonder samenhang dreigt het beeld te ontstaan van een toename van het aantal individuele erven (met elk een eigen toegangsweg). Hierdoor wordt de impact van het aantal erven in de respectzone vergroot. Een functieverandering biedt juist mogelijkheden de impact te verminderen, doordat de omvang van het erf en de bebouwing afneemt.

FUNCTIEVERANDERING VAN HET ERF

5

GEBRUIK VRIJKOMENDE GROND VOOR HET VERGROTEN VAN DE AFSTAND TUSSEN DE LINIE EN HET ERF

6

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) RONDOM EEN GEMEENSCHAPPELIJK ERF, ZODAT EEN COMPACTE ERFVORM TE REALISEREN IS.

33

DE RESPECTZONE_ILLUSTRATIE_GEWENSTE EN ONGEWENSTE ONTWIKKELINGEN OP ERVEN

ONGEWENST Ongewenste afstand van bebouwing ten opzichte van het linie-element 34

Bebouwing en beplanting op afstand van het linie-element

GEWENST 35

3.2

DE BESLOTEN LINIE_KANSEN VOOR DE GREBBELINIE

Besloten westkant Liniedijk_______________________________________________schetsen 1-2

es

eik

els

ijk ied lin

sp

1 ongewenst

re

liniedijk

ec

tz

on

e

Waar de kleinschalige, half-open en open linie reageren op de landschappelijke verschillen, richt de besloten linie zich op de continuïteit van de linie als doorgaande verdedigingslijn. De liniedijk vormt de ruggegraat van de Grebbelinie. Deze is over het algemeen stevig aangezet met beplanting. Deze beplanting versterkt de zichtbaarheid van de linie als doorgaande verdedigingslijn. De erven ten westen van de liniedijk kunnen bijdragen aan de continuïteit door middel van een rijke hoeveelheid dichte erfbeplanting.

wilg

Afstand ten opzichte van de liniedijk________________________schetsen 1-2

Het toevoegen van dichte erfbeplanting gebeurt bij voorkeur in de vorm van houtwallen/-singels en/of boscomplexjes. Hiervoor dienen gebiedseigen soorten gebruikt te worden, die aansluiten op de historische beplanting van de Grebbelinie. Deze soorten zijn: eiken, essen, elzen en wilgen.

Voor erven die aan of op korte afstand van de liniedijk gelegen zijn, is het gewenst dat deze een minimale afstand van 50m behouden. Het is ongewenst het erf aan de liniedijk te laten vastgroeien. De herkenbare lineaire vorm van de liniedijk neemt daardoor af. De erven dient rijk beplant te zijn. De erfbeplanting beperkt het stenige beeld van de bebouwing aan de liniedijk en zorgt voor een groenere, rustigere beleving vanaf de liniedijk.

liniedijk

Dichte erfbeplanting met historische beplanting

36

B E E L D K W A L I T E I T S C R I T E R I A ALGEMEEN

1

VERSTERK HET KARAKTER VAN DE DICHTE, BESLOTEN WESTKANT VAN DE LINIEDIJK DOOR MIDDEL VAN EEN RIJKE HOEVEELHEID (HISTORISCHE) GEBIEDSEIGEN ERFBEPLANTING

2

BEHOUD EEN COMPACTE ERFINDELING

3

PLAATS BEBOUWING EN ERFBEPLANTING OP EEN MINIMALE AFSTAND VAN 50m TEN OPZICHTE VAN HET LINIE-ELEMENT

on

e

UITBREIDING VAN HET ERF

ijk lin

ied

re

2 gewenst nst

sp

ec

tz

4 5

Compact erf Door het erf compact te houden, blijft het stenige beeld van het erf richting de liniedijk beperkt. Er dient in het besloten linielandschap met name ingezet te worden op de groene uitstraling van het erf.

ONTTREK BEDRIJFSMATIGE ELEMENTEN (ZOALS SILO’S EN/ OF SLEUFPLATEN)ZOVEEL MOGELIJK UIT HET ZICHT, DOOR EEN GOEDE POSITIONERING TUSSEN GEBOUWEN OF DOOR GEBRUIK VAN EEN DICHTE ERFBEPLANTING

FUNCTIEVERANDERING VAN HET ERF

6 Versterken besloten karakter erf

BEHOUD EEN COMPACTE ERFINDELING MET DICHTE ERFBEPLANTING, ZODAT HET GROENE KARAKTER VAN HET ERF BEPALEND IS VOOR DE UITSTRALING RICHITNG DE LINIEDIJK

VERSTERK DE BESLOTENHEID VAN HET ERF DOOR OP VRIJKOMENDE GROND DICHTE ERFBEPLANTING TE REALISREN, ZOALS HOUTWALLEN EN/OF BOSCOMPLEXEN

Bij functieverandering van het erf kan de continuïteit van de liniedijk als groene lijn door het landschap versterkt worden. Vrijkomende grond dient hierbij ingezet te worden voor het realiseren van meer erfbeplanting. Het erf kan hiermee stevig verbonden worden met de liniedijk of als een groen puntelement in het besloten linielandschap gelegen zijn. 37

DE BESLOTEN LINIE_ILLUSTRATIE_GEWENSTE EN ONGEWENSTE ONTWIKKELINGEN OP ERVEN

afstand van bebouwing ten opzichte van het linie-element en ONGEWENST Ongewenste ontbreken van erfbeplanting om de erven een besloten uitstraling te geven.

38

Bebouwing en beplanting op afstand van het linie-element. De erven hebben een besloten uitstraling en de liniedijk blijft herkenbaar als een groen lint in het landschap.

GEWENST

39

3.3

DE KLEINSCHALIGE LINIE_GRILLIGE VERKAVELING_KANSEN VOOR DE GREBBELINIE

Representatief voorerf____________________________________________________schetsen 1-2

1 ongewenst

3 ongewenst

lin

ied

ijk

Door de grillige erfvorm is het onderscheid tussen voorerf en achtererf minder duidelijk dan bijvoorbeeld het geval is in een strokenverkaveling. De vorm van het erf past zich aan op hoogteverschillen en landschapselementen. Echter, erven in landschappen met een grillige verkaveling (zoals een kampenlandschap) hebben veelal een representatieve zijde (het voorerf ) met de bedrijfswoning. Deze zijde is rijk beplant (met monumentale bomen) en straalt rust uit. Schaalvergroting kan er toe leiden dat deze representatieve zijde nauwelijks waarneembaar is. De schaal van de bebouwing overstijgt de schaal van het oude erf en de plaatsing van nieuwe bebouwing kan het oude erf aan het zicht onttrekken. Een rustige uitstraling, met een representatieve voorzijde, komt de kwaliteiten van de Grebbelinie ten goede.

Zichtlijnen richting de Grebbelinie Door de grillige vorm en het kleinschalige karakter van het landschap bestaan er variërende zichtlijnen op de Grebbelinie. Bij een ontwikkeling op een erf dient er goed gekeken te worden of de ontwikkeling geen blokkerende werking heeft op het zicht richting de Grebbelinie. Open ruimten behouden________________________________________schetsen 3-4 Erven in een kleinschalig landschap met een grillige verkaveling hebben veelal een sterke verbondenheid met de aanwezige landschapselementen. Het is gewenst dat het erf aan deze landschapselementen (zoals houtwallen en boscomplexen) uitbreidt, zodat open ruimten rondom het erf behouden blijven. De open ruimten bieden zicht op de Grebbelinie.

Rijke erfbeplanting

4 gewenst 40

Het kleinschalige karakter wordt grotendeels bepaald door de rijke erfbeplanting op erven. Dit geeft de erven een goede inpassing in het landschap. Door erfbeplanting toe te passen kunnen “rommelige” bedrijfsmatige elementen (bijvoorbeeld opslag van materialen) uit het zicht onttrokken worden. Een rustige uitstraling van het erf heeft een positief effect op de beleving van de Grebbelinie.

B E E L D K W A L I T E I T S C R I T E R I A ALGEMEEN

1

HOUD REKENING MET ZICHTLIJNEN RICHTING HET LINIEELEMENT

2

VERANKER HET ERF AAN LANDSCHAPSELEMENTEN (ZOALS HOUTWALLEN, BOSCOMPLEXEN OF WEGBEPLANTING), MET BEHOUD VAN OPEN RUIMTEN

lin

ied

ijk

UITBREIDING VAN HET ERF

2 gewenst

Compact erf Door de grillige erfvorm en variërende bouwrichtingen van de gebouwen op het erf is er weinig sprake van zichtlijnen over het erf. De voornaamste kwaliteitswinst voor de Grebbelinie is een compacte erfindeling. Hiermee blijft de open ruimte rondom het erf zo groot mogelijk, hetgeen het zicht van en naar de linie-elementen ten goede komt.

3

ZORG VOOR EEN HERKENBAAR VOORERF ALS EEN REPRESENTATIEVE ZIJDE VAN HET ERF

4

BEHOUD EEN COMPACTE ERFINDELING TEN BEHOEVE VAN DE OPENHEID RONDOM HET ERF

5

ONTTREK BEDRIJFSMATIGE ELEMENTEN (ZOALS SILO’S EN/ OF SLEUFPLATEN)ZOVEEL MOGELIJK UIT HET ZICHT, DOOR EEN GOEDE POSITIONERING TUSSEN GEBOUWEN OF DOOR GEBRUIK VAN EEN DICHTE ERFBEPLANTING

FUNCTIEVERANDERING VAN HET ERF

Gemeenschappelijk erf Een compacte erfindeling is wenselijk voor het zicht op de Grebbelinie. Bij functieverandering is veelal sprake van een verkleining van de bouwkavel. Dit geeft mogelijkheden om een compacte erfvorm te realiseren. Plaatsing van de nieuwe (woon)bebouwing rondom een gemeenschappelijk erf (met één toegangsweg) is dan ook gewenst.

6

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) RONDOM EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ERF, ZODAT EEN COMPACTE ERFVORM TE REALISEREN IS

7

VERSTERK OPENHEID RONDOM HET LINIE-ELEMENT DOOR OP VRIJKOMENDE GROND WEINIG HOOG OPGAANDE ELEMENTEN TE PLAATSEN (ZOALS BEBOUWING EN BEPLANTING) EN NIEUWE BEBOUWING OP AFSTAND VAN DE LINIE TE LEGGEN 41

DE KLEINSCHALIGE LINIE_STROKENVERKAVELING_KANSEN VOOR DE GREBBELINIE

liniedijk

Intact laten van de openheid tussen erven. Veelal zijn de erven aan het ontginningslint gelegen met variërende onderlinge afstanden. Van belang is om deze openheid zo groot mogelijk te laten en de erven meer in de diepte te laten ontwikkelen (zie schetsen 1 en 2). Bij sterker verspreid gelegen erven staat het zicht op en vanaf de Grebbelinie onder druk. Door erven zoveel mogelijk in één lijn te plaatsen kunnen zichtlijnen behouden blijven of verbeterd worden. Indien een erf nabij de “respectzone” gelegen is, kan dit betekenen dat het erf in de breedte ontwikkelt. Daarbij dient nog steeds aandacht uit te gaan naar de ligging van de erven in één lijn (zie schetsen 3 en 4).

liniedijk

Zichtlijnen tussen erven____________________________________schetsen 1 t/m 4

1 ongewenst

2 gewenst

Zichtlijnen over erven______________________________________schetsen 5-6

5 ongewenst

6 gewenst

Het plaatsen van bebouwing op het erf in één lijn, waardoor het mogelijk is om over het erf weg te kijken. Overige bedrijfsmatige elementen (zoals silo’s en sleufplaten) spelen hierbij tevens een rol en kunnen bijvoorbeeld op kopgevels geplaatst worden of inpandig worden opgenomen in de bebouwing. Het in stand houden van zichtlijnen over het erf heeft de voorkeur boven het realiseren van een compact erf, indien dat ten koste gaat van de zichtlijn.

Ontwikkelingsrichting van het erf in de diepte__________________schetsen 7-8 Vanuit landschappelijk oogpunt is het gewenst het erf in de diepte te ontwikkelen, evenwijdig aan de perceelsrichting van de strokenverkaveling. Voor het zicht richting en vanaf de Grebbelinie is dit eveneens gewenst. De richting van het erf kan hierbij de richting van het zicht begeleiden, met name met erfbeplanting (zoals houtsingels).

42

7 ongewenst

8 gewenst

B E E L D K W A L I T E I T S C R I T E R I A ALGEMEEN

3 ongewenst

liniedijk

liniedijk

1

4 gewenst

Kopgevels van bebouwing georiënteerd op de linie Voor het zien vanaf de Grebbelinie en het gezien worden van de Grebbelinie is het van belang de bebouwing met kopgevels op de linie te oriënteren. Hierdoor manifesteert het erf zich minder sterk aan de Grebbelinie, waardoor de linie meer betekenis krijgt. Tevens blijven zichtlijnen over het erf mogelijk. Zijgevels hebben een blokkerende werking van het zicht vanaf de Grebbelinie en naar de Grebbelinie. Tevens oogt het erf groter doordat het “stenige” karakter van het erf benadrukt wordt door de zijgevels.

UITBREIDING VAN HET ERF

2

LAAT HET ERF UITBREIDEN IN DE DIEPTE VAN HET PERCEEL

3

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW MET DE KOPGEVEL HAAKS OP HET LINIE-ELEMENT

4

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW IN DEZELFDE RICHTING ALS DE BESTAANDE GEBOUWEN (EENDUIDIGHEID)

5

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW IN ÉÉN LIJN MET AL BESTAANDE GEBOUWEN

6

PLAATS BEDRIJFSMATIGE ELEMENTEN (ZOALS SILO’S EN/OF SLEUFPLATEN), AAN OF IN ÉÉN LIJN MET KOPGEVELS VAN BEBOUWINGEN, OF NEEM DEZE INPANDIG OP IN HET GEBOUW

FUNCTIEVERANDERING VAN HET ERF

Eenduidige bouwrichting van de bebouwing Karakteristiek voor erven in een strokenverkaveling is dezelfde bouwrichting. Dit benadrukt de diepte van de percelen (en erven) en geeft ruimte voor zichtlijnen. Vanuit de Grebbelinie bezien is het gewenst een eenduidige bouwrichting aan te houden voor mogelijke zichtlijnen over het erf en een rustige uitstraling van het erf richting de linie. Een eenduidige bouwrichting geeft meer structuur, waardoor de erfvorm goed afleesbaar is. Dit geeft rust.

HOUD REKENING MET ZICHTLIJNEN RICHTING HET LINIEELEMENT, ZOWEL LANGS ALS OVER HET ERF

7

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) MET DE KOPGEVEL HAAKS OP HET LINIE-ELEMENT

8 9

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) IN ÉÉN lIJN (EENDUIDIGHEID) VERSTERK ZICHTLIJNEN RICHTING HET LINIE-ELEMENT

43

DE KLEINSCHALIGE LINIE_ILLUSTRATIE_GEWENSTE EN ONGEWENSTE ONTWIKKELINGEN OP ERVEN

ligging van de nieuwe stal. De stal is rondom het voorerf gelegen, in de zichtlijn van en naar het linie-element ONGEWENST Ongewenst gelegen en raakt geïsoleerd van landschapselementen. De samenhang tussen het erf en het landschap is verzwakt.

44

De stal is achter het voorerf gelegen waardoor het erf een rustige uitstraling heeft. Het erf behoudt zijn samenhang met het landschap, door een compact ligging aan landschapselementen.

GEWENST 45

3.4

DE HALF-OPEN LINIE_KANSEN VOOR DE GREBBELINIE

In een half-open landschap is er niet direct sprake van duidelijk gemarkeerde zichtlijnen of van een weidse openheid. In een strokenverkaveling begeleiden lineaire beplantingselementen de zichtlijnen en in een open polderlandschap geeft het gebrek aan beplanting een weids open gevoel. Het half-open landschap is divers met bebouwing en beplantingen. Ontwikkelingen op erven hebben dan ook een sterke impact op de Grebbelinie. Met ontwikkelingen kunnen namelijk zichtlijnen of openheid verdwijnen of juist behouden en versterkt worden. Er dient dan ook goed gekeken te worden of de ontwikkeling op het erf van invloed is op een zichtlijn van en naar de Grebbelinie en of de openheid aangetast wordt. De open ruimten bieden zicht op de Grebbelinie en dienen zo groot mogelijk te blijven. Het is gewenst dat zichtlijnen behouden blijven, dan wel versterkt worden.

1 ongewenstst

liniedijk

Open ruimten behouden/versterken____________________________schetsen 1-2

Compact erf_________________________________________________schetsen 1 tm 4

3 ongewenst

Door de variërende erfvormen (blokvormig tot rechthoekig) en de variërende bouwrichtingen van gebouwen op het erf, is er weinig sprake van zichtlijnen over het erf. De voornaamste kwaliteitswinst voor de Grebbelinie is een compacte erfindeling. Hiermee blijft de open ruimte rondom het erf zo groot mogelijk, hetgeen het zicht van en naar de linie-elementen ten goede komt.

Gemeenschappelijk erf_________________________________________schetsen 3-4 Een compact erfindeling is wenselijk voor het zicht op de Grebbelinie. Bij functieverandering is veelal sprake van een verkleining van de bouwkavel. Dit geeft mogelijkheden om een compacte vierkante erfvorm te realiseren. Plaatsing van de nieuwe (woon)bebouwing rondom een gemeenschappelijk erf (met één toegangsweg) is dan ook gewenst.

4 gewenst 46

B E E L D K W A L I T E I T S C R I T E R I A

2 gewenstst

liniedijk

ALGEMEEN

Kopgevels van bebouwing georiënteerd op de linie Voor het zien vanaf de Grebbelinie en het gezien worden van de Grebbelinie is het van belang de bebouwing met kopgevels op de linie te oriënteren. Hierdoor manifesteert het erf zich minder sterk aan de Grebbelinie, waardoor de linie meer betekenis krijgt. Zijgevels hebben een blokkerende werking van het zicht vanaf de Grebbelinie en naar de Grebbelinie. Tevens oogt het erf groter doordat het “stenige” karakter van het erf benadrukt wordt door de zijgevels.

1

HOUD REKENING MET ZICHTLIJNEN RICHTING HET LINIEELEMENT

2

BEHOUD DE OPENHEID RONDOM DE GREBBELINIE EN HET ERF DOOR EEN COMPACTE ERFINDELING

UITBREIDING VAN HET ERF

3

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW OP EEN WIJZE ZODAT HET ERF EEN BLOKVORMIGE, COMPACTE VORM HEEFT

4

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW MET DE KOPGEVEL HAAKS OP HET LINIE-ELEMENT, INDIEN HIERMEE EEN COMPACTE ERFVORM TE REALISEREN IS

5

ONTTREK BEDRIJFSMATIGE ELEMENTEN (ZOALS SILO’S EN/ OF SLEUFPLATEN)ZOVEEL MOGELIJK UIT HET ZICHT, DOOR EEN GOEDE POSITIONERING TUSSEN GEBOUWEN OF DOOR GEBRUIK VAN TRANSPARANTE TOT DICHTE ERFBEPLANTING

Erfbeplanting In een open tot transparant landschap zijn de daarin gelegen erven beeldbepalender. Een goede landschappelijke inpassing van de erven betekent dat de erven interactie hebben met het half-open landschap. De erfscheidingen worden dan ook vaak vormgegeven met transparante beplantingen (zoals bomenrijen). Deze erfbeplanting is essentieel om “rommelige” bedrijfsmatige elementen (bijvoorbeeld opslag van materialen) uit het zicht te onttrekken. Deze bedrijfsmatige elementen zijn vaak erg zichtbaar en geven het erf een onrustige uitstraling. Een rustige uitstraling van het erf heeft een positief effect op de beleving van de Grebbelinie.

FUNCTIEVERANDERING VAN HET ERF

6

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) RONDOM EEN GEMEENSCHAPPELIJK ERF, ZODAT EEN COMPACTE ERFVORM TE REALISEREN IS

7

VERSTERK OPENHEID RONDOM HET LINIE-ELEMENT DOOR OP VRIJKOMENDE GROND WEINIG HOOG OPGAANDE ELEMENTEN TE PLAATSEN (ZOALS BEBOUWING EN BEPLANTING) EN NIEUWE BEBOUWING OP AFSTAND VAN DE LINIE TE LEGGEN 47

DE HALF-OPEN LINIE_ILLUSTRATIE_GEWENSTE EN ONGEWENSTE ONTWIKKELINGEN OP ERVEN

ontwikkelingsrichting van de erven leidt tot een afname van de open ruimte tussen de erven. De bouwrichting van het linONGEWENST De ker erf resulteert in een niet compacte erfvorm. Zicht van en naar de Grebbelinie is in de ruimte tussen de erven onmogelijk.

48

De erven behouden een compacte erfvorm. Zicht van en naar de Grebbelinie blijft intact en de erven blijven herkenbaar als puntelementen in het landschap.

GEWENST 49

3.5

DE OPEN LINIE_KANSEN VOOR DE GREBBELINIE

Open ruimten behouden/versterken ________________________________________schetsen 1-2 In het open linielandschap is geen sprake van een liniedijk of van keerkaden die oorspronkelijk als onderdeel van Grebbelinie zijn aangelegd. In dit landschap is dan ook niet direct sprake van behoud of versterking van zichtlijnen richting linie-elementen. Wel vormt de Eemdijk een kenmerkend landschappelijk element in het open polderlandschap en verlengd deze het gevoel van een liniedijk. De Grift is een waardevol element in het Binnenveld die het natte karakter benadrukt. Beide gebieden zijn zeer open en behoren bij de Grebbelinie als onderdelen van het inundatiestelsel (de eerste kom en de laatste kom). Bij ontwikkelingen van erven is zicht op deze grote openheid dan ook wenselijk vanuit het oogpunt van de Grebbelinie.

1 ongewenst ewenst Leesbaarheid dijklichaam Eempolder behouden/versterken_______schetsen 3-4

3 ongewenst

4 ongewenst

Aan het dijklichaam in de Eempolder zijn vele erven gelegen die de doorgaande lijn van de dijk sterk onderbreken. Het is gewenst dit dijklichaam als ononderbroken, doorgaand element te ervaren. Hiervoor dienen de erven afstand te nemen ten opzichte van de dijk. Dit kan bereikt worden door uitbreidingen dieper op het perceel te plaatsen en in het geval van functieverandering het geheel aan bebouwingen een vrije ligging te geven ten opzichte van de dijk (zie schetsen 3 en 4).

Ontwikkelingsrichting van het erf in de diepte________________________schetsen 5-6 Vanuit landschappelijk oogpunt is het gewenst het erf in de diepte te ontwikkelen, evenwijdig aan de perceelsrichting van de strokenverkaveling. De openheid tussen ontginningslinten is zeer groot, waardoor een ontwikkeling van het erf in de diepte een geringe impact op de openheid heeft. Het erf komt hierdoor ook vrijer van het ontginningslint/ dijklichaam te liggen, waardoor het zicht op het open landschap toeneemt.

50

5 ongewenst

6 gewenst

B E E L D K W A L I T E I T S C R I T E R I A ALGEMEEN

1

HOUD REKENING MET OPEN, NATTE KARAKTER VAN HET OPEN LINIEGEBIED

2

PLAATS DE ERVEN/BEBOUWING OP AFSTAND VAN HET DIJKLICHAAM IN DE EEMPOLDER

UITBREIDING VAN HET ERF

3

LAAT HET ERF UITBREIDEN IN DE DIEPTE VAN HET PERCEEL

2 gewenst

4

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW MET DE KOPGEVEL HAAKS OP HET LINIE-ELEMENT

Kopgevels van bebouwing georiënteerd op het lint/dijklichaam

5

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW IN DEZELFDE RICHTING ALS DE BESTAANDE GEBOUWEN (EENDUIDIGHEID)

6

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW IN ÉÉN LIJN MET AL BESTAANDE GEBOUWEN

7

PLAATS BEDRIJFSMATIGE ELEMENTEN (ZOALS SILO’S EN/OF SLEUFPLATEN), AAN OF IN ÉÉN LIJN MET KOPGEVELS VAN BEBOUWINGEN, OF NEEM DEZE INPANDIG OP IN HET GEBOUW

Door gebouwen met de kopgevels op het lint/dijklichaam te oriënteren, manifesteert het erf zich minder sterk aan het lint/dijklichaam. Hierdoor is meer zicht richting het landschap mogelijk door zichtlijnen over het erf. Zijgevels hebben een blokkerende werking. Tevens oogt het erf groter doordat het “stenige” karakter van het erf benadrukt wordt door de zijgevels.

Eenduidige bouwrichting van de bebouwing Karakteristiek voor erven in een strokenverkaveling is dezelfde bouwrichting. Dit benadrukt de diepte van de percelen (en erven) en geeft ruimte voor zicht op de openheid. Een eenduidige bouwrichting geeft meer structuur, waardoor de erfvorm goed afleesbaar is en het erf een rustige uitstraling geeft.

FUNCTIEVERANDERING VAN HET ERF

8

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) MET DE KOPGEVEL HAAKS OP HET LINIE-ELEMENT

9

PLAATS HET NIEUWE GEBOUW(EN) IN ÉÉN lIJN (EENDUIDIGHEID) 51

DE OPEN LINIE_VOORBEELDEN_GEWENSTE EN ONGEWENSTE ONTWIKKELINGEN OP ERVEN

ontwikkelingsrichting van de erven leidt tot een afname van de open ruimte tussen de erven. Zicht vanaf de dijk richting ONGEWENST De de openheid is beperkt en de vorm van het dijklichaam is onherkenbaar. Het verkavelingspatroon is verzwakt doordat de sloot gedempt is ten behoeve van de ontwikkelingsrichting van het erf. 52

erven ontwikkelen zich in de diepte van het perceel. De open ruimte tussen de erven blijft intact, waardoor de zichtrelatie tussen GEWENST De het dijklichaam en het open landschap behouden blijft. De erven zijn herkenbaar als puntelementen in het landschap.

53

54

HOOFDSTUK 4 Uitvoeringsparagraaf

55

4.1 JURIDISCHE BORGING Het beeldkwaliteitsplan dient als beleidsregel te worden vastgesteld door de gemeenteraad en wordt gekoppeld aan het provinciale inpassingsplan voor de borging van de Grebbelinie. In dit inpassingsplan wordt een koppeling gelegd naar het beeldkwaliteitsplan in het geval er wordt afgeweken van het plan of als er een wijziging plaatsvindt. Middels het inpassingsplan wordt de werking van de planologische regeling uitgebreid tot alle gemeentelijke bestemmingsplannen in het betreffende plangebied. Bestemmingsplan In geval van een functieverandering is vrijwel altijd een verandering van de bestemming noodzakelijk. Het is van belang dat het beeldkwaliteitsplan bij de verandering van de bestemming voldoende in beeld wordt gebracht. Door aan te haken op de verandering van de bestemming komt bij een initiatiefnemer vroegtijdig in beeld dat de gemeente niet alleen kijkt naar een bouwplan, maar ook naar de inrichting van het erf en afstemming daarvan op het landschap in de directe omgeving. Om dit te kunnen toepassen zal in het inpassingsplan een voorwaarde worden gesteld in de trend van: uit een beeldkwaliteitsplan incl. een erfinrichtingsplan moet blijken dat een kwalitatief hoogwaardige invulling wordt gegeven aan de architectuur van het hoofdgebouw en de inrichting van omliggende terreinen in hun ruimtelijke samenhang.

Indien het beeldkwaliteitsplan als beleidsregel door de gemeenteraad is vastgesteld dan spreekt de raad hiermee uit dat zij bij de beoordeling van dergelijke erfinrichtingsplannen het beeldkwaliteitsplan functieverandering als richtsnoer neemt (gemotiveerd afwijken is mogelijk).

voorbeeld Ad2 Niet-vergunningvrij 56

Welstandsnota Daarnaast dient het beeldkwaliteitsplan als onderdeel van de welstandsnota te worden opgenomen. Hierdoor is gegarandeerd dat ook de uiteindelijke toetsing van het bouwplan en de aanleg van het erf wordt beoordeeld aan de hand van het beeldkwaliteitsplan. De erfinrichting is voor de ruimtelijke kwaliteit zeer bepalend. De beeldkwaliteitscriteria gelden als inspiratiebron voor initiatiefnemers en kunnen ruimte bieden aan ondernemers/agrariërs, omdat met een goede inpassing de welstandscriteria in bepaalde mate kunnen worden opgerekt. De welstandsnota doet uitspraken over vorm van de gebouwen en het materiaal- en kleurgebruik. Deze aspecten komen dan ook niet aan de orde in het beeldkwaliteitsplan. Waar het beeldkwaliteitsplan wel uitspraken over doet is de plaatsing van de gebouwen, de bouwrichting en de erfbeplanting. Privaatrechterlijke instrumenten Het is verder aan te bevelen om ook privaatrechtelijke instrumenten in te zetten, met name om bijdragen aan het landschap in een verbintenisrechtelijke overeenkomst met de initiatiefnemer vast te leggen. Dit geldt zowel voor de aanleg van landschapselementen als voor de duurzame instandhouding daarvan (beheer). Zowel het bestemmingsplan als de welstandsnota bieden onvoldoende mogelijkheden om deze onderdelen juridisch te kunnen afdwingen. Een overeenkomst kan hierin wel voorzien.

Uitgangspunt bij de overeenkomst is dat de initiatiefnemer of een bewonersvereniging verantwoordelijk zijn voor aanleg en onderhoud van de landschapselementen. Bovendien kan in de overeenkomst geregeld worden dat bij verkoop van de betrokken gronden de verplichtingen uit de overeenkomst overgaan op de nieuwe eigenaren.

4.2 VOORBEELDUITWERKING In dit hoofdstuk worden enkele voorbeelden uitgewerkt van hoe om te gaan in het geval sprake is van een nieuwe ontwikkeling binnen het invloedsgebied van de Grebbelinie. Als voorbeeld worden enkele bouwinitiatieven op het erf genomen. De volgende gevallen kunnen dan worden onderscheiden in het geval van een bouwinitiatief (uitbreiding): 1. bouwinitiatief dat valt binnen criteria voor vergunningvrij bouwen; 2. bouwinitiatief dat niet valt binnen criteria voor vergunningvrij bouwen, maar wel binnen bestaande planologische rechten; 3. bouwinitiatief dat in strijd is met het bestemmingsplan. Ad 1 Vergunningvrij In dit geval zijn de mogelijkheden om direct te kunnen sturen met het beeldkwaliteitsplan beperkt. Indien het initiatief bekend is, kan in contact met de initiatiefnemer geprobeerd worden deze te verleiden om tot een zo goed mogelijke oplossing te komen. De inspiratie daarvoor kan uit dit beeldkwaliteitsplan worden gehaald. Om de bekendheid met de waarden van de Grebbelinie in het gebied te vergroten, zou het goed zijn om bewoners en partijen met erven en/of gronden in de invloedssfeer op de hoogte te brengen van de inhoud van beeldkwaliteitsplan of ze daadwerkelijk te voorzien van dit plan.

Ad 2 Niet-vergunningvrij In dit geval is sprake van een bouwinitiatief (uitbreiding) dat past binnen de planologische regeling, maar waar wel een omgevingsgunning voor benodigd is. Op nevenstaande kaart is een voorbeeld gegeven van twee bedrijven met een bouwvlak in de directe nabijheid van een schans en keerkade. Deze bedrijven zouden in het bouwvlak de uitbreiding kunnen realiseren. Gezien de ligging nabij schans en kade is er vanuit het belang van de linie wel een voorkeursrichting. In de procedure van de omgevingsvergunning kan worden gestuurd richting de voorkeurssituatie. Om deze voorkeur duidelijk te maken zal de welstandscommissie gebruik moeten maken van de criteria die wat zeggen over de plaatsing van gebouwen binnen het erf in relatie tot het deelgebied van de Grebbelinie waarin het erf gelegen is.

In onderstaand geval is sprake van een ligging in de respectzone. In die gevallen zal de bebouwing op het erf van de linie af moeten worden geplaatst en het liefst achter de bestaande bebouwing, zodat zichten vanaf de linie niet worden doorbroken. Moraal van het verhaal is dat ondanks de planologisch ruim aanwezige bouwrechten, het wel de bedoeling is om middels het beeldkwaliteitsplan tot een erfinrichting te komen die het beste past in het linielandschap en die dus kan betekenen dat niet alle planologisch beschikbare ruimte ook zonder voorwaarde altijd benut kan worden. Dit zal moeten worden afgedwongen bij de welstandstoetsing. Ad 3 Afwijken, wijzigen of herzien bestemmingsplan In dit geval dient te worden voldaan aan de in het inpassingsplan geformuleerde regels ten aanzien van het afwijken, het wijzigen of het herzien van een bestemmingsplan. Deze regels zullen inhouden dat conform het beeldkwaliteistplan zal moeten worden uitgebreid. Afhankelijk van het deelgebied waarin het erf is gelegen, zijn de beschreven criteria van toepassing. Het is denkbaar dat tot oplossingen wordt gekomen waarin het betreffende bestemde bouwvlak wordt aangepast en wel zodanig dat deze het beste aansluit bij de aanwezige kwaliteiten van het linielandschap. Met name als een planherziening noodzakelijk is, is dit een wenselijke optie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3161/documents/34173