GR ODU - Naar één omgevingsdienst.pdf
Tekst van het document
Terugkoppeling beeldvormende vergadering GR ODU – Naar één omgevingsdienst Dossier: RUD
Datum & tijdstip: 16 januari 20.30 – 21.25 uur Locatie: Raadzaal Voorzitter: Wout van den Brink Griffier: André van Roshum Portefeuillehouder: Wethouder Wim Vos Behandelend ambtenaren: Marisa van Burken, Martijn Sengers Externen: RUD – de heer Jungen, de heer Heil, de heer Van Stijn, de heer Verkerk
Doel De sessie diende om raadsleden te informeren over het voorstel om de RUD Utrecht en ODRU samen te voegen tot één omgevingsdienst in provincie Utrecht. Het doel van deze samenvoeging is een efficiëntere, robuustere en kwalitatief betere uitvoering van milieutaken, met voordelen voor inwoners, bedrijven en gemeenten. De sessie bood ruimte voor vragen en discussie, zodat raadsleden zich een beeld konden vormen en voorbereid zijn op de besluitvorming op 30 januari. Belangrijkste inhoud van de presentatie:
Introductie door wethouder Vos - De provincie Utrecht heeft momenteel twee omgevingsdiensten. Door deze samen te voegen wordt efficiënter gewekt en ontstaat een uniforme dienstverlening in de hele regio/provincie. - Het traject heeft vrij lang geduurd, maar is noodzakelijk om in te spelen op toekomstige uitdagingen en om samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners te verbeteren. Presentatie door directeur Jungen (RUD) - Financiele situatie: De begrotingen van beide diensten zijn vergeleken. Hoewel het risico van onvoorziene kosten (‘lijken in de kast’) niet volledig uitgesloten kan worden, is de verwachting dat deze beperkt blijven. - Tarieven: Een lichte stijging van de kosten voor deelnemende gemeenten wordt voorzien, maar de nieuwe werkwijze en harmonisatie leveren op termijn voordelen op. - Dienstverlening: De samenvoeging resulteert in een hogere kwaliteit van vergunningverlening en toezicht. Directe zichtbaarheid voor inwoners blijft beperkt omdat de dienst vooral bedrijven en overheden ondersteunt.
Belangrijkste vragen en antwoorden:
CDA: “Leidt de fusie daadwerkelijk tot kostenbesparingen”? Jungen geeft aan dat dit op termijn zeker het geval kan zijn. Harmonisatie van werkprocessen en gezamenlijke inzet van personeel maken efficiëntere dienstverlening mogelijk. CU-SGP: “Wat betekent de noodzaak om projecten nu in tweevoud uit te voeren?”
Ambtenaar Van Burken licht toe dat dit met de huidige dubbele organisatie te maken heeft en dat één dienst dit probleem oplost. VVD: “Zijn de eenmalige samenvoegingskosten voldoende ingeschat?” Jungen en Heil benadrukken dat deze kosten gedetailleerd zijn berekend, met marges om eventuele afwijkingen op te vangen. CDA: “Is er wel aanleiding voor een zienswijze?” De wethouder geeft aan dat dit helpend is om het op tijd geregeld te hebben. Ook de heer Jungen vanuit RUD vindt het een logisch signaal.
Belangrijkste aandachtspunten:
Cultuurverschillen tussen RUD en ODRU: Hoewel de taken van beide diensten vergelijkbaar zijn, kunnen historische verschillen in werkwijzen enige frictie veroorzaken. Zichtbaarheid en communicatie: Inwoners merken niet direct iets van de veranderingen, maar bedrijven en overheden zullen profiteren van verbeterde dienstverlening. Financiële risico’s: Hoewel begrotingen realistisch zijn ingeschat, blijft onzekerheid over eenmalige kosten en de bijdrage van deelnemende gemeenten in 2026.
Concluderende standpunten van de fracties: Alle aanwezige fracties (CDA, CU-SGP, GL/PvdA, LeusdenVooruit, D66, VVD en LokaalBelangrijk) spreken hun vertrouwen uit in het voorstel en geven aan het als hamerstuk te willen behandelen tijdens de besluitvorming op 30 januari 2025. Er is geen oordeelsvormende vergadering nodig. Vervolg: Hamerstuk op 30 januari 2025