Erfgoedverordening getekend.pdf
Tekst van het document
Besluit van de raad van de gemeente Leusden tot vaststelling van de Erfgoedverordening Leusden 2022 De raad van de gemeente Leusden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 januari 2022, nummer: 2579; gelet op artikel 3.16 van de erfgoedwet en artikel 38 van de Monumentenwet 1988; besluit vast te stellen de volgende verordening: Erfgoedverordening Leusden 2022
§ 1. Algemeen Artikel 1. Definities a. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; b. gemeentelijk erfgoedregister de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; c. gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; d. rijksmonument: Monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, een register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet; e. kerkelijk monument: een monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, met religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; f. adviescommissie ruimtelijke kwaliteit: commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet 2016, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de verordening; g.
landelijke lndicatieve Kaart van Archeologische Waarden: landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans; h. provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven; i. gemeentelijke archeologische beleids-, waarden, of verwachtingskaart: de bij deze verordening horende kaart, waarop de gebieden met archeologische waarden en verwachtingen zijn aangegeven; j. archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; k. hoge verwachtingswaarde: grote aantoonbare kans op archeologische vondsten of informatie; I. middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde aantoonbare kans op archeologische vondsten of informatie; m. lage verwachtingswaarde: kleine aantoonbare kans op archeologische vondsten of informatie; n.plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen
zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; o. programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek; p. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; q. omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht; r. activiteit: activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a of h van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; s. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; t. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; u. selectiebesluit: een archeologisch inhoudelijke afweging na een onderzoeksfase over eventuele archeologische vervolgstappen; v. archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een certificaat beschikt; w. certificaat: een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1.Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed.
§ 2. Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd, aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed. 2. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed, dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd, is toestemming van de eigenaar vereist. 3. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of over het afstand doen van de zorg daarvoor, vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. 4. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 5. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3,
eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed, waarop de aanwijzing betrekking heeft, wordt aangewezen als: a. door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b.beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 3. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
§ 3. Aanwijzing gemeentelijk monument Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch
monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Dit artikel is niet van toepassing op: a.rijksmonumenten, en b.monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. 3. Burgemeester en wethouders kunnen alleen een monument aanwijzen als gemeentelijk monument met instemming van de eigenaar.
Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing 1.Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
Artikel 7. Voorbescherming 1.De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan
artikel 5, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Leusden 2022.
2. De adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.
Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1.Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.
Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1.De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 11. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1.Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijid bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
§ 4. Bescherming gemeentelijk monument Artikel 12. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 13. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument in het belang van de monumentenzorg:
a. voorschrijven dat de aanvrager van een omgevingsvergunning nader onderzoek moet verrichten, zoals een bouwhistorisch onderzoek of een archeologisch onderzoek; b. aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden betreffende de uitvoering en materiaaltoepassing. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid. 3. Binnen vier weken na de verzending van het afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning brengt de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit een gemotiveerd advies uit aan burgemeester en wethouders.
Artikel 14. Subsidie gemeentelijk monument Op grond van de subsidieregeling gemeentelijke monumenten Leusden 2015 kan aan een eigenaar van een gemeentelijk monument een bijdrage worden toegekend in de subsidiabele instandhoudingskosten.
Artikel 15. Weigeringsgronden 1.De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
§ 5. Handhaving en toezicht Artikel 16. Strafbepaling Degene die handelt in strijd met artikel 12 of met het bepaalde krachtens artikel 13, tweede lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikel 17. Toezichthouders 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de inspecteurs Ruimtelijke Ontwikkeling. 2. Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
§ 6. Vangnet Archeologie Artikel 18. Instandhoudingbepaling archeologische terreinen 1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1 of een gebied waar aantoonbaar archeologische vondsten of waarden worden verwacht, bedoeld in artikel 1, onder j, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; a. het een verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt: -in een gebied met aantoonbaar lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2, of; -in een gebied met een aantoonbaar middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of; -in een gebied met aantoonbaar hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2. b. in het geldend omgevingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. c.
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument, waarde, of verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart; e. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: -het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of -de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of -in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. f. sprake is van voortzetting van normaal agrarisch gebruik. Voortzetting van normaal agrarisch gebruik betreft onder meer: • ploegen • woelen (verwijderen verstoorde lagen) • zaaiklaar maken • oogsten en rooien • stoppel bewerkingen • graslandwoelen • planten/poten Niet normaal agrarisch gebruik (zeldzame bewerkingen) betreft onder meer: • diepploegen • drainage aanleg Voor niet normaal agrarisch gebruik dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
3. Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat de gekozen onderzoeksmethode voor het vervaardigen van het rapport in het tweede lid sub e ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeente.
Artikel 19. Opgravingen en begeleiding 1. Indien binnen het grondgebied van de gemeente Leusden onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1, eerste lid, Erfgoedwet, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet: a. burgemeester en wethouders een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1 onder o, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek; b. de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder n van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen. 2. In de nadere regels nemen burgemeester en wethouders bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen. 3. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische monumentenzorg.
§ 6. Slotbepalingen Artikel 20. Intrekken oude verordening De Erfgoedverordening 2018 wordt ingetrokken.
Artikel 21. Overgangsrecht 1.Een krachtens de Erfgoedverordening 2018 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening 2018.
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening Leusden 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 februari 2022. De voorzitter, De griffier,