DEF_Leusden-Uitnodigingskader_BIJLAGE_LR.pdf
Tekst van het document
Maak er een mooi natuurpark van, met duurzame landbouw, wateropvang, recreatie (Bron: BlackRockSolar via flickr.com)
én energie opwek. Vier de transitie! De tweede aanwezige was een 15-jarige Leusdenaar die zijn vrije tijd onder andere aan natuurfotografie besteedt. Hij was vooral bezorgd over vogelsterfte door windmolens. Een soort ‘Energietuin’ waarbij zonnevelden geïntegreerd worden met natuur, en wat mogelijk een plek voor educatie over het belang van de transitie kan worden, zag hij wel zitten. Hier zouden zij beiden trouwens graag over mee denken (“maak er een oplaadpunt voor je fiets!”; “zet er een stationaire fiets waarmee je kunt vergelijken hoeveel energie de zonnepanelen opwekken en hoeveel energie jij bij elkaar fietst!” en “speel met hoogtes! Maak er kunst!”). Het betrekken van bewoners hierbij werd ook als belangrijk gezien. Aan het eind van de avond hadden we het nog even over de urgentie van het onderwerp en het betrekken van jongeren bij dit proces. Een van de dingen die naar voren kwam was dat het laagdrempelig moest zijn: wellicht was deze semiofficiële inspraakavond wat te serieus voor hen. En ook: ga naar de jongeren toe, in plaats van hen naar jou laten komen. Dus ga naar een plek waar ze al zijn (scholen bijvoorbeeld) en organiseer daar iets. Tot slot: maak het niet te ‘hip’ en te sterk gefocust op jongeren. Neem hen serieus en maak duidelijk dat hun stem ook echt gehoord wordt!
7 Straatgesprekken oktober 2021 De straatgesprekken waren veel korte gesprekken met inwoners. Een deel van de inwoners gaf aan de internetconsultatie in te vullen, ongeveer 120 inwoners hebben ter plekke een reactie gegeven op 1 of enkele vragen. Uit deze gesprekken kwam naar voren, dat: • Een klein deel van de respondenten achter alle voorstellen staat en ze nodig acht voor de energietransitie. • Bijna iedereen vindt de inspanningen voor energiebesparing en opwek in bebouwd gebied heel belangrijk en vindt dat dat steviger moet worden ingezet. • Een groot deel van de respondenten vindt de locaties in trede 1 en 2 (zie hoofdstuk 4) acceptabel. • Een groot deel van de respondenten vindt dat locaties in trede 3 niet wenselijk zijn. Een deel van hen ziet ze als uiterste oplossing. • Een kleiner deel van de inwoners geeft aan dat we moeten kijken naar andere technieken (waarbij kernenergie veel werd genoemd) of de oplossing op een hoger schaalniveau moeten zoeken.
(Bron: LOS Stadomland)
8 Internetconsultatie oktober 2021 Van 4 tot en met 22 oktober heeft de tweede internetconsultatie voor het uitnodigingskader online gestaan. De enquête is door 180 respondenten ingevuld.
8.1 Vraag 1 Heeft u ideeën of suggesties hoe we in Leusden nog meer energie kunnen besparen? Veel respondenten geven aan dat veel energie bespaard kan worden door minder energie te gebruiken als gevolg van gedragsverandering. Voorbeelden hiervan zijn: gebruik maken van energie-efficiënte apparaten, slimmer omgaan met lichtgebruik of meer de fiets of het openbaar vervoer gebruiken in plaats van de auto. Een manier om de gedragsverandering op gang te brengen is door inwoners inzicht te geven in de grote hoeveelheden energie die ze persoonlijk gebruiken. Naast minder gebruiken zou duurzaam opgewekte energie ook beter opgeslagen kunnen worden tijdens piekuren van opwekken. Hierdoor kan overtollig opgewekte energie tijdelijk opgeslagen worden en later gebruikt worden als de vraag hoger is. Een deel van de respondenten geeft aan dat verantwoordelijkheid om energieneutrale woningen (Bron: Stories, Freepik.com)
te realiseren niet bij de gemeente ligt, maar bij het Rijk of de Provincie. Op deze manier kan er meer één lijn getrokken worden, dan als een enkele gemeente het zelf gaat doen. Naast meer proberen te besparen zijn er ook respondenten die vinden dat er andere technologieën gebruikt moeten worden of afgewacht moet worden tot dat er betere alternatieven beschikbaar zijn. Er zijn 14 respondenten die aangeven dat er uiteindelijk overgestapt moet worden op waterstof in plaats van woningen aardgas vrij te maken. Negen respondenten geven aan dat er meer energie opgewekt moet worden door middel van kernenergie. Enkele respondenten geven aan dat er meer gekeken kan worden naar aardwarmte of zonnecellen in bijvoorbeeld asfalt.
8.2 Vraag 2 Heeft u ideeën of suggesties hoe er nog meer zonnepanelen in bebouwd gebied kunnen komen? Een groot deel van de respondenten geeft aan dat er wel meer zonnepanelen in het bebouwd gebied kunnen komen op daken van particulieren, maar dan zal de gemeente daarbij moeten helpen.
Dit zou kunnen door inwoners te stimuleren en te ondersteunen, zodat inwoners weten hoe ze een woning kunnen verduurzamen. Zo zou de gemeente meer duidelijkheid kunnen geven over saldering in de toekomst. Ook vinden veel respondenten dat er dan vanuit de gemeente of andere overheid financiële ondersteuning moet komen, zodat het voor alle inwoners betaalbaar wordt. Een kleinere groep respondenten vindt ook dat zonnepanelen op daken verplicht moeten worden in het stedelijk gebied.
8.4 Vraag 4
• Bij de ja mits treden zouden alleen de randen van bedrijventerreinen opgenomen moeten worden • Alleen zonnepanelen op slechte/niet vruchtbare grond • Oudere gebouwen ontzien van zonnepanelen • De treden van boven naar beneden afwerken, dus als de eerste nergens meer kan dan pas naar de volgende treden.
4a. Wat zijn uw argumenten voor deze variant? 4b: Wat zijn uw argumenten tegen deze variant? Variant 1 houdt het volgende in: Met de volgende argumenten geven respondenten Argaan umdat envariant ten te1 ggeen en goede variaoptie nt 1is: We kiezen alleen voor kleinschalige zonnevelden gekoppeld aan andere functies, bijvoorbeeld landbouw • Ruimtelijk niet wenselijk of natuurontwikkeling. Dit zijn velden tot maximaal 2 • Niet efficiënt a 3 hectare groot. • Meer plekken nodig 7% • Nog steeds vrij grote velden Argumenten tegen variant 1
Respondenten denken ook dat meer plekken in de openbare ruimte geschikt zouden zijn voor zonnepanelen die al door een andere functie gebruikt worden, naast daken van woningen of bedrijven. Dit zouden parkeerplaatsen, boven wegen of bushokjes kunnen zijn.
21%
Ruimtelijk niet wenselijk Niet efficiënt
21%
Ruimtelijk niet wenselijk Niet efficiënt
54%
Meer plekken nodig
Meer plekken nodig
54%
Nog steeds vrij grote velden
Nog steeds vrij grote velden
18%
Met de volgende argumenten geven respondenten 18% aan dat variant 1 een mogelijke optie is: • Minder storend en goed inpasbaar • Weinig impact op natuur en leefomgeving • Beter te integreren met andere functies • Interessant voor landeigenaren
8.3 Vraag 3 Vindt u de gebieden die per trede op de ladder staan Goede indeling zonneladder goed gekozen? Een kleine meerderheid (51%) van de respondenten geeft aan dat de zonneladder een goede indeling heeft. Als respondenten het niet eens zijn met de zonnelader Goede indeling zonneladder komt dat voor een groot deel, omdat ze vinden dat er überhaupt geen zonnepanelen buiten het stedelijk gebied geplaatst moeten worden. Daarnaast zijn er ook opmerkingen over bepaalde treden gegeven of over het gebruik van de ladder in het algemeen. Respondenten geven de volgende opmerkingen mee: • De nee tenzij trede moet ook nee 49% 49%nooit worden • Ja graag treden mag meer hectares bevatten als 51% 51% minimum • Nee tenzij treden zou minder hectares moeten bevatten
7%
Argumenten voor variant 1
Argumenten voor variant 1
3%
25%
3%
4c: Heeft u nog ideeën of suggesties voor deze variant? De volgende ideeën en suggesties geven respondenten mee voor variant 1: • Omwonenden laten meedoen in de opbrengsten • Alleen werken met duurzame materialen • Geen buitenlandse investeerders S•ugInzetten gestiesopvfunctiecombinatie oor variant 1 • Landschappelijk inpasbaar • Duidelijk kaders voor investeerders 5%
Minder storend en goed Minder storend en goed inpasbaar
25%
41%
Wei nig impact30% op natuur en Wei nig impact op natuur en leefomgevi ng leefomgevi ng
Ja Ja
5%
Nee
Alleen werken met duurzame materialen
Alleen werken met duurzame materialen
18%
Interessant voor voor Interessant landeigenaren landeigenaren 31%
Omwonenden laten meedoen in opbrengsten
12% 30%
Beter Beter te integreren met met te integreren andereandere functies functies
Nee
Omwonenden laten meedoen in opbrengsten
12%
inpasbaar
41%
Suggesties voor variant 1
18%
Geen buitenlandse investeerders
Geen buitenlandse investeerders Inzetten op functiecombinatie
Inzetten op functiecombinatie
Landschappelijk inpasbaar
31%
35%
35%
Landschappelijk inpasbaar
4%
4d: Wat zijn uw argumenten voor deze variant? Variant 2 houdt het volgende in: We kiezen alleen voor middelgrote locaties van minimaal 3 hectare. Deze locaties worden goed ingepast en aan het zicht onttrokken. Dan hebben we op minder plekken een zonneveld nodig dan wanneer we kiezen voor kleinschalige zonnevelden.
4e: Wat zijn uw argumenten tegen deze variant? Met de volgende argumenten geven respondenten aan dat variant 2 geen goede optie is: • Ruimtelijk niet wenselijk • Meer verzet van bewoners • Te groot voor particulier eigenaarschap • rgVallen meer A umen ten op tegdan en kleinere variantvelden 2 • Veel lokale opslag nodig 2%
8%
2%
Ruimtelijk niet wenselijk
Meer verzet van bewoners Meer verzet van bewoners
2%
3%
3% Te groot voor particulier
Teei genaarschap groot voor particulier eiVall genaarschap en meer op dan k leine
8%
aan dat variant 3 een mogelijke optie is: • Geeft meer flexibiliteit en inpasbaarheid • Zorgt voor de meeste haalbaarheid
Ruimtelijk niet wenselijk
15%
Suggesties voor variant 3
ArgumMet entdeenvolgende voor vargumenten ariant 3 geven respondenten
Argumenten tegen variant 2
15% 2%
4g: Wat zijn uw argumenten voor deze variant? 4i: Heeft u nog ideeën of suggesties voor deze variant? Variant 3 houdt het volgende in: De volgende ideeën en suggesties geven respondenten We kiezen voor en combinatie van varianten 1 enS2.ugge mee stivoor es vvariant oor v3:ariant 3 • Per situatie de inpassing laten variëren • Inzetten op functiecombinatie • Landschappelijk inpasbaar
Per situatie de inpassing laten variëren Per situatie de inpassing laten variëren
50% 42%
Argumenten voor variant 3
42%
24%
50%
Inzetten op Inzetten op functiecombinatie functiecombinatie Landschappelijk inpasbaar
Landschappelijk inpasbaar
velden
Vall en meer op dan k leine Veel lokale opslag nodig velden
78%
Met de volgende argumenten geven respondenten Arguaan medat ntvariant en vo2oeen r vmogelijke ariant 2optie is: • Grotere velden zijn efficiënter • Minder gebieden hoeven opgeofferd te worden Argumenten voor variant 2
36% 36%
64%
Geeft meer flexibilitei t en inpasbaarheid
Veel lokale opslag nodig
78%
Geeft meer flexibilitei t en inpasbaarheid Zorgt voor meeste haalbaarheid
4f: Heeft u nog ideeën of suggesties voor deze variant? De volgende ideeën en suggesties geven respondenten mee voor variant 2: • Landschappelijke inpasbaarheid • Rekening houden met opslagcapaciteit Su•ggGemeenschappelijk esties voor varieigenaarschap ant 2 mogelijk maken • Inzetten op functiecombinatie
Grotere velden zijn Grotere velden zijn efficiënter efficiënter
76%
Zorgt voor meeste haalbaarheid
76%
argumenten Argum4h: enWat tenzijn teuw gen varianttegen 3 deze variant?
Met de volgende argumenten geven respondenten aan dat variant 3 geen goede optie is: • Geeft rommelig karakter • Ruimtelijk niet wenselijk
Suggesties voor variant 2
Argumenten tegen variant 3
29%
Landschappelijk inpasbaar
Rekening houden met opslagcapaciteit
26%
Rekening houden met opslagcapaciteit
50%
Geeft rommelig karak ter
Gezamenli jk eigenaarschap mogelijk maken 14% 7% 14%
7%
26%
Landschappelijk inpasbaar
29%
Minder gebieden hoeven Minder gebieden hoeven opgeofferd te worden opgeofferd te worden
50%
24%
Gezamenli jk eigenaarschap mogelijk maken Inzetten op
Geeft rommelig karak ter
Ruimtelijk niet wenselijk
Ruimtelijk niet wenselijk
functiecombinatie
Inzetten op functiecombinatie
74%
74%
8.5 Vraag 5 Vindt u de harde eisen goed gekozen? Zo niet, welke wijzigingen stelt u voor? Respondenten hebben aangegeven dat het voor hen voornamelijk belangrijk is dat de volledige gebruikscyclus van een zonneveld meegenomen wordt als een initiatiefnemer een zonneveld realiseert. Dit houdt voor inwoners in dat de eigenaar van een zonneveld ook verantwoordelijk is voor het op een verantwoordelijke manier opruimen van een zonneveld op het moment dat de vergunning afloopt. Ook vinden meerdere respondenten dat een eigenaar ook verantwoordelijk is voor het zonneveld tijdens de periode dat het veld actief is. De eis dat een zonneveld maar 1,5 meter hoog mag zijn zou juist niet altijd van kracht moeten zijn, omdat respondenten denken dat bij een hogere opstelling een zonneveld gecombineerd kan worden met andere
functies, zoals landbouw. Het is voor respondenten ook erg belangrijk dat er voldoende mogelijkheden zijn voor lokaal eigenaarschap, zodat inwoners ook financieel kunnen mee profiteren van een zonneveld in hun omgeving. Naast deze opmerkingen zijn de volgende opmerkingen geplaatst: • Afspraken voor inpasbaarheid en zichtbaarheid van zonnepanelen op daken en andere plaatsen • Hoe wordt handhaven bodemkwaliteit gemeen/ vastgesteld? • Hoe borgt de gemeente dat deze zonnepanelen niet uit landen komen waar kinderarbeid aan te pas komt? • De complete duurzaamheid dient aangetoond te worden incl. CO2 en stikstof productie gedurende de voorgenoemde periode in vergelijking met windmolens en kernenergie • De omgeving moet voor 100% instemmen anders mogen ze er niet komen. • Plek voor opslag zodat overschot tijdelijk opgeslagen kan worden. • Eerst bewijzen dat zorg gedragen kan worden voor duurzame veiligheid (incl. gezondheid) voor mens en dier. • De eigenaar komt uit onze gemeente en inwoners en bedrijven moeten profiteren. 5b: Vindt u de zachte eisen goed gekozen? Zo niet, welke wijzigingen stelt u voor? De enige wijziging die veel respondenten meegeven is dat de zachte eisen ook harde eisen worden, omdat respondenten bang zijn dat anders initiatiefnemers onder de zachte eisen uit komen en daar niks mee gedaan wordt. Daarnaast geven respondenten ook
nog wat andere wijzigingen mee: • Respondenten vragen zich af hoe recreatie en andere functies met zonnevelden gecombineerd kunnen worden. • Niet kijken naar soort partij lokaal/ niet lokaal, maar naar efficiëntie, zodat niet telkens een apart traject opgestart hoeft te worden.
8.6 Vraag 6 Wat vindt u van belang als we de mogelijkheid van hogere erfmolens in Leusden gaan onderzoeken? De meeste respondenten zijn tegen de komst van windmolens in de gemeente, en dus ook kleinere varianten in het buitengebied. Volgens deze groep respondenten zal een onderzoek niet plaats hoeven te vinden. Er zijn ook respondenten die suggesties meegeven om rekening mee te houden tijdens een vervolgonderzoek. De volgende suggesties worden gedaan: • Een veel ruimere afstand tot bebouwing dan de standaard in Nederland gehanteerde normen. • In alle voorstellen dient door de gemeente de gehele levensduur beschouwd te worden van grondstofwinning tot en met recycling. • Een maximumaantal windmolens in een gebied en hoe deze ingepast moeten worden. • Hoe omwonenden betrokken worden. • De eigenaren van een erf moeten akkoord gaan met de plaatsing van hogere erfmolens.