De Holm_Bijlagen bij toelichting__11180__.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan De Holm ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
De Holm ontwerp
bestemmingsplan De Holm
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Kavelpaspoorten locatie de Holm
7
Bijlage 2
Rapportage archeologisch onderzoek
25
Bijlage 3
Rapport quickscan Wet natuurbescherming
57
Bijlage 4
Bodemonderzoek
91
3
bestemmingsplan De Holm
4
bestemmingsplan De Holm
Bijlagen bij toelichting
5
bestemmingsplan De Holm
6
bestemmingsplan De Holm
Bijlage 1 Kavelpaspoorten locatie de Holm
7
de holm leusden concept kavelpaspoorten
20 oktober 2021 projectnummer: 200154
gemeente Leusden
de holm leusden Plankaart
1:500
(A3 formaat)
0
5
10
15
20
25
30 m
2
de holm leusden Ruimtegebruik en bomen
Ruimtegebruik Uitgeefbaar Nieuw - Woonpad Nieuw - Parkeren (herbestraten) Nieuw - Parkeren en/of groendepot Nieuw - Oprit Nieuw - Groen Bestaand - Rijweg Bestaand - voetpad Bestaand - Groen
465 m2 479 m2 478 m2
totaal uitgeefbaar: 3232 m2
465 m2 behoud bestaande boom
499 m2
410 m2 436 m2
kap bestaande boom
boom nieuw
1:500
(A3 formaat)
0
5
10
15
20
25
30 m
3
de holm leusden Kadastrale situatie
Huidige kadastrale perceelgrenzen
1:500
(A3 formaat)
0
5
10
15
20
25
30 m
4
de holm leusden Kavels
1 2
465 m2
3
4
479 m2 465 m2
478 m2
499 m
2
410 m2
5
1:500
(A3 formaat)
0
5
10
15
20
25
6
436 m2
7
30 m
5
de holm leusden Introductie Kavelpaspoorten
Leusden Lingewijk De bescheiden woningbouwlocatie is gelegen in een rustige woonbuurt. De buurt heeft een informeel karakter en een organische structuur. De sfeer rond de locatie kenmerkt zich als kleinschalig en lommerrijk. Daarnaast speelt de aanwezigheid van de ruime voortuinen een belangrijke rol in de sfeerbeleving. De voormalige schoollocatie is rijk aan groen. Dit bevindt zich met name langs de randen van de schoollocatie. Een groot deel van de bomen en de groene bermen die rondom de Lingewijk aanwezig zijn blijven gehandhaafd. Het resultaat is dat de kavels van de nieuwe woningen altijd gelegen zijn achter een (brede) bermstrook. De kavels worden omzoomd met een lage haag. De woningen rondom de locatie hebben allemaal een eigen expressie en vorm, geen woning is er hetzelfde. Deze woningen zijn allemaal in opdracht van de toenmalige kavelkopers (en bewoners) tot stand gekomen. De woningen hebben daardoor een eigen uitstraling en vorm. Een duidelijke verwantschap is (naast dat de woningen duidelijk in een periode zijn gebouwd) door het materiaal- en kleurgebruik. De woningen kenmerken zich door het gebruik van schoon metselwerk als basismateriaal voor de gevels waarbij ondergeschikte geveldelen anders zijn in materiaal en kleur. In dit geval veelal houten of kunststof panelen.
Ook is het toepassen van architectonische verbijzonderingen als erkers, bloemkozijnen of het aanbrengen van het terugleggen of laten uitkragen van onderdelen van het bouwvolume aan de orde. Dit maakt dat er rondom de Lingewijk een prettige afwisseling in het karakter van de woningen aan te treffen is. Overigens hebben alle woningen een kap.
Bij de herontwikkeling van deze locatie is het realiseren van een gelijkwaardige afwisseling een belangrijk doel. Dat betekent dat iedere woning een eigen expressie en vorm kan krijgen. Daarbij wordt een harmonieuze inpassing van de nieuw te bouwen vrijstaande woningen voorgestaan. Dat betekent dat de nieuw te bouwen woningen in basis zijn opgetrokken in schoon metselwerk. Daarbij kunnen ondergeschikte geveldelen of onderdelen van het gebouwvolume afwijkend worden gematerialiseerd. De woningen hebben altijd ten minste één architectonische verbijzondering in de vorm van een (overhoekse) erker of bloemkozijn, of een verspringing in het hoofvolume waardoor het geheel minder massief oogt. Alle woningen hebben een kap. Om de woningen op deze locatie een ‘eigen onderscheidende identiteit’ te geven is daarbij ook de asymmetrische opbouw van het bouwvolume een belangrijk thema (massa-opbouw en kapvorm). Om de woningbouw goed in te passen in/aan te laten sluiten op de omgeving wordt een eigentijdse vertaling voorgestaan waarbij aandacht wordt gevraagd aan het overnemen van verhoudingen, ingetogen kleurgebruik, en bovenal een individuele benadering! De kavels zijn aan de voorzijde en de langszijde (voor wat betreft het deel dat onderdeel uit maakt van de voortuin) voor zien van een lage haag.
De kavel geeft ruimte voor het realiseren van een woning met aan- en uitbouwen en mogelijke bijgebouwen. De kavel is voorzien van een voortuinstrook/ zone. De bewoners parkeren de auto op eigen terrein. Voor bezoek worden een aantal bezoekersparkeerplaatsen gerealiseerd (in aanvulling op de bestaande parkeervoorziening)
6
de holm leusden Kwaliteitsaspecten
De volgende basisregels zijn op de vrije kavels van toepassing: • De bebouwing verwijst op een eigentijdse wijze naar de omgeving • De kapvorm mag zowel dwars als langs. De nokhoogte is nader te bepalen (10 meter). Dit geeft ruimte voor een woning met één laag met kap, of 1,5 laag met een (dubbel geknikte) kap. Een woning kan voor een beperkt deel (maximaal 30%) in twee lagen met een kap worden uitgevoerd. • De woningen zijn in de basis van baksteen met optionele architectonische accenten. Kleurgebruik is vrij zodat er een gemêleerd beeld ontstaat, maar echter wel ingetogen. • De oriëntatie van de woning richt zich duidelijk op de voorzijde van de kavel bijvoorbeeld met een belangrijke leefruimte (woonkeuken of woonkamer) en grote gevelopeningen (architectonische verbijzondering. • De ligging van de (hoofd)entree van de woning mag zowel aan de voorzijde als aan de zijzijde worden gesitueerd. • Het volume van de bebouwing is eenvoudig en duidelijk herkenbaar als hoofdvolume en is asymmetrisch van opbouw. Andere bouwvolumes zijn sterk ondergeschikt in grootte en plek (kleiner en op afstand geplaatst). • De erfafscheiding grenzend aan de openbare ruimte bestaat uit lage en hoge hagen (alleen bij zijtuinen grenzend aan de openbare ruimte). Het type en de afmeting is vrij.
7
de holm leusden Regels en vrijheden
Regels en vrijheden
2. Keuze in hoofdvorm en kap Kap is een dwars- of langskap, waarbij de beoogde asymmetrie duidelijk afleesbaar is ;
De volgende regels en vrijheden zijn specifiek voor deze kavels, naast de algemene beeldkwaliteitsregels en de regels uit het bestemmingsplan. In nevenstaande kaart is de indeling van de kavel te zien, evenals bijbehorende maatvoering. 1. Kavelindeling De garage komt bij twee opstelplekken achter elkaar op minimaal 10 meter achter de voorgevellijn. Bij voorkeur zo ver mogelijk achterop de kavel zodat de auto’s minimaal zichtbaar zijn. De inrit is maximaal 3,5 meter breed. De positie van de inrit is op het kavelpaspoort aangegeven;
Goothoogte en bouwhoogte conform bestemmingsplan; Dakhelling is minimaal 20 graden en maximaal 45 graden, vergelijkbaar met omgeving.
Voorbeeldkavel
4. Personalisering van de woning Vrijstaande bijgebouwen zijn overeenkomstig met het hoofdgebouw (in volume dan wel in materiaal). Deze mogen slechts aan één zijde van de zijgevel worden gebouwd. Conform algemene bestemmingsplanregels;
De garage mag eventueel op 5,5 meter achter van de erfgrens worden gepositioneerd, mits de opstelplekken voor de auto naast elkaar worden gesitueerd (6,0mx5,0m). De inrit is in dat geval maximaal 4,0 meter breed; Indeling van de kavel en specifiek de plaatsing van de garage conform afbeelding is een vereiste;
Aan de woning vast gebouwde bijgebouwen worden achter de voorgevel gesitueerd. Zodoende blijven zij vanaf de straat gezien als een ondergeschikt volume. Verder conform algemene bestemmingsplanregels;
Er is sprake van een zone van één meter waarin een verplichte rooilijn dient te komen. Daarnaast geldt een verplichte oriëntatie naar de Lingewijk (voor de noordelijke en westelijke kavels) en naar het water langs de Cohensteeg (voor de zuidelijke kavels); De erfafscheiding grenzend aan de openbare ruimte bestaat uit een haag (laag aan de voorzijden en ter plaatse van de voortuin, hoog aan de zij- of achterkant van de kavel indien grenzend aan de openbare ruimte);
Massastudie conventionele vrijstaande woning (≈490 m³)
Ondergeschikt eenlaags bouwvolume t.b.v. bijvoorbeeld erker, bloemkozijn, entree tot woning voor de rooilijn mogelijk met maximale breedte van 40% van de voorgevelbreedte Toepassen van architectonische verbijzonderingen (bijvoorbeeld vergrote gevelopeningen, bloemkozijn, serre, veranda etc);
Het bouwvolume van de hoofdmassa mag een maximale inhoud bevatten van 490 m³. De inhoud van de woning in relatie tot het bouwvlak geeft zowel de mogelijk tot het realiseren van een levensloopbestendige/ seniorenwoning (waarbij het woonprogramma voor het overgrote deel op de begane grond is georganiseerd) als tot het realiseren van een meer conventionele vrijstaande woning in meerdere lagen (2) met een kap. Als voorbeeld hiervan zijn een aantal schema’s opgenomen;
3. Entree van de woning Voor- en zij-entree tot de woning mogelijk.
5. Duurzaam bouwen Conform algemene bestemmingsplanregels (beleidslijn gemeente Leusden).
Massastudie levensloopbestendige woning (≈490 m³)
6. Materialisering Baksteen met architectonische accenten, kleurgebruik vrij voor een gemêleerd en ingetogen beeld, kleurgebruik dakpan niet voorgeschreven, kleurgebruik kozijnen niet voorgeschreven.
8
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 1 (465 m2)
1
3
4
2 5
6
7
1 1
Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone Bouwvlak bijgebouwen
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
9
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 2 (465 m2)
1
3
4
2 5
1
6
7
Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone Bouwvlak bijgebouwen
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
10
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 3 (479 m2)
1
3
4
2 5
6
7
1 Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone Bouwvlak bijgebouwen
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
11
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 4 (478 m2)
1
3
4
2 5
6
7
1 2 Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone Bouwvlak bijgebouwen
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
12
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 5 (499 m2)
1
3
4
2 5
6
7
Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone 1
Bouwvlak bijgebouwen
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
13
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 6 (410 m2)
1
3
4
2 5
6
7
Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone Bouwvlak bijgebouwen
1
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
14
de holm leusden Kavelpaspoort
Kavel 7 (436 m2)
1
3
4
2 5
6
7
Bouwvlak hoofdvolume Voortuinzone Achtertuinzone
2
Bouwvlak bijgebouwen
1
(bij dubbellange oprit) )
Extra bouwvlak bijgebouwen (bij opstelplekken naast elkaar) Zone verplichte rooilijn
(dubbele oriëntatie)
1
Verplichte hoofdoriëntatierichting
2
Secundaire oriëntatie Erfafscheding verplicht lage haag (<1,2m) Erfafscheding verplicht hoge haag (<2m) Behoud en adoptie van bestaande lage haag (<1,2m) Voortzetten haag gewenst (<2m) Entree
1:200
(A3 formaat)
0
2,5
5
7,5
10
12,5
15 m
15
bestemmingsplan De Holm
24
bestemmingsplan De Holm
Bijlage 2 Rapportage archeologisch onderzoek
25
CAR
Archeologische inventarisatie (BO)
Centrum voor Archeologie car-rapport nr. 67, 2018 j
Berkelwijk Leusden
Archeologische inventarisatie (BO) Berkelwijk Leusden
2
Onderzoeksgegevens Project: Berkelwijk Leusden Onderzoek: Bureauonderzoek (BO) Meldingnummer: 4573458100 SIC: BER’17 Opdrachtgever: Mr. D. Rüter, Gemeente Leusden, Afdeling Beleid Uitvoerder: Centrum voor Archeologie (CAR), Gemeente Amersfoort Datum uitvoering: november 2017
Locatie / adres: Percelen: Gemeente: Provincie: Kaartblad:
Berkelwijk, basisscholen ’t Ronde (Uilenhoeve 39), De Heerd (Berkelweg 33 - 37) De Holm (Lingewijk 13 en Agnietenhove 51a) F5152, F5671, F6815, F7463, F7480, F7558, F7687 Leusden Utrecht
AWV
Blad nr. 32D, volgens topografische kaart 1:25.000 centrum X: 158.499 Y: 460.118; centrumcoördinaten ’t Ronde: X: 158.168 Y: 460.177; noordwest X: 158.143 Y: 460.217; centrumcoördinaten De Heerd: X: 158.294 Y: 460.130; noordoost X: 158.656 Y: 460.111; centrumcoördinaten De Holm: X: 158.608 Y: 460.074; zuidoost X: 158.656 Y: 459.927; centrumcoördinaten De Holm dependance: X: 158.633 Y: 459.966; zuidwest X: 158.142 Y: 460.125. Plangebied: circa 23.500 m²; Onderzoeksgebied: 1.583.000 m² Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied; categorie 3,4 en 5 (hoge, middelhoge en lage verwachting)
Bevoegd gezag: Toetsing: Status rapport:
Gemeente Leusden drs. M. Verhamme namens Gemeente Leusden dd. 28-11-2017 definitief en goedgekeurd
Coördinaten:
Omvang:
De originele onderzoeksadministratie en de vondsten bevinden zich in het archeologisch archief en depot van de Gemeente Amersfoort.
colofon CAR rapport 67 – Archeologische inventarisatie (BO & IVO-O) Berkelwijk, Leusden. ISSN: 1879-4289 © 2018 uitgave: Centrum voor Archeologie, Gemeente Amersfoort tekst: afbeeldingen: vormgeving: uitgave:
S. Beumer, MA Centrum voor Archeologie, Gemeente Amersfoort (tenzij anders vermeld) T. d’Hollosy Centrum voor Archeologie, Gemeente Amersfoort
De CAR-rapportenreeks is een reeks waarin het Centrum voor Archeologie van de Gemeente Amersfoort standaard eindrapportages (zoals bedoeld in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) van de door hun uitgevoerde archeologische onderzoeken publiceert. De reeks staat onder redactie en autorisatie van de stadsarcheologen van de Gemeente Amersfoort: mevr. drs. F.M.E. Snieder en dhr. drs. T. d’Hollosy.
Inhoud 3
1. Inleiding
5
2. Locatie
6
3. Beleidskader
7
4. Aardwetenschappelijke situatie
8
5. Historische omgeving
13
6. De archeologische omgeving
19
7. Conclusie en advies
21
Literatuur
22
Bijlage
24
Samenvatting 4
De Gemeente Leusden gaat samen met de Stichting Voila en de Vereniging voor Montessori Onderwijs Leusden nieuwe huisvesting voor drie basisscholen en woningbouw realiseren. Daarvoor worden drie schoolgebouwen gesloopt. Voor deze plannen is een bestemmingsplanwijziging nodig. De exacte omvang van de nieuwbouw is nog niet bekend. In het kader van deze wijziging moet in kaart worden gebracht of op de locaties van de drie scholen behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn, die door de bodemingrepen gevaar lopen.
In de directe omgeving zijn geen vindplaatsen bekend die aansluiten op deze verwachting.
Tijdens deze archeologische inventarisatie wordt aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de geomorfologie, bodemkunde, cultuurhistorie en archeologie bepaald of er sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de bodemingrepen worden bedreigd. Daarmee wordt de vraag beantwoord wat de archeologische verwachting binnen het plangebied is.
Op grond van deze resultaten wordt geadviseerd om het plangebied geheel vrij te geven voor de voorgenoemde ontwikkeling.
Op de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de Gemeente Leusden uit 2011 ligt het plangebied in een zone met een lage en een middelhoge archeologische verwachting. Het plangebied lijkt volgens zowel de geomorfologische als de bodemkaart relatief laag te liggen en in het verleden erg nat te zijn geweest waardoor onder andere veenvorming kon optreden. Meer naar het oosten begint een lage dekzandrug die wat hoger en droger was. Landschappelijk gezien lijkt het meer voor de hand dat er archeologische resten in het oosten van het plangebied zullen worden aangetroffen. Op historische gronden is het mogelijk dat in het plangebied bewoningsresten aanwezig zijn vanaf de ongeveer het midden van de 12 eeuw, wanneer het gebied wordt ontgonnen. Grootschalige bebouwing wordt niet verwacht binnen het plangebied. Wel zouden resten kunnen worden aangetroffen van gebouwen met een opslagfunctie zoals schuren of spiekers. Het is bovendien mogelijk resten uit de Tweede Wereldoorlog aan te treffen. Het gaat dan om kleine losse vondsten die met stellingen en een veldhospitaal te maken hebben. Op basis van de archeologische gegevens is er een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van resten van jagersverzamelaars (middelhoog in het oosten) en boeren.
Ter plaatse van de drie schoolgebouwen is de ondergrond tot minimaal 80 - 90cm afgegraven. Als aanvulling op de inventarisatie is tevens een bodemkundig booronderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat ook buiten de schoolgebouwen de ondergrond tot in het dekzand is afgegraven en weer is aangevuld met schoon zand. Aan de westkant is dit minder het geval, maar is de ondergrond te nat om geschikt te zijn voor bewoning.
1. Inleiding In november 2017 heeft het Centrum voor Archeologie (CAR) in opdracht van de Gemeente Leusden een archeologische inventarisatie (bureauonderzoek) uitgevoerd. 1.1 Aanleiding De Gemeente Leusden gaat samen met de Stichting Voila en de Vereniging voor Montessori Onderwijs Leusden nieuwe huisvesting realiseren waarin drie basisscholen (’t Ronde, De Heerd en De Holm) een plek krijgen. Deze nieuwe huisvesting, het IKC Berkelwijk, zal op de locatie van de huidige basisschool De Heerd komen. Op de vrijkomende locaties van de overige twee basisscholen is plaats voor woningbouw. Voor deze plannen is een bestemmingsplanwijziging nodig. De exacte omvang van de nieuwbouw is nog niet bekend. In het kader van deze wijziging moet in kaart worden gebracht of op de locaties van de drie scholen behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn, die door de bodemingrepen gevaar lopen.
(bouw)historische en archeologische kenmerken? Daaruit vloeit de vraag welke vragen uit de Lokale Onderzoeks Agenda van de Gemeente Leusden in potentie kunnen worden beantwoord na archeologisch onderzoek 1 binnen het plangebied. Op basis van de resultaten van de archeologische inventarisatie wordt een advies opgesteld in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Op basis van dit advies neemt het bevoegd gezag (Gemeente Leusden) een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0 2 (KNA 4.0). 1.3 Resultaat Dit rapport, een standaard rapport Bureauonderzoek zoals bedoeld in het KNA, bevat de resultaten van de archeologische inventarisatie.
1.2 Doel en vraagstelling De archeologische inventarisatie bestaat uit een gecombineerd onderzoek; een archeologisch bureauonderzoek met enkele bodemkundige controleboringen. Het doel van dit bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting binnen het plangebied. Er wordt aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de geomorfologie, bodemkunde, cultuurhistorie en archeologie bepaald of er sprake is (of kan zijn) van archeologische resten die door de bodemingrepen worden bedreigd. Als aanvulling daarop is tevens een inventariserend veldonderzoek verricht waarbij de geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied zijn getoetst en waar mogelijk bijgesteld. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (verkennende fase). 1
De hoofdvraag die in dit bureauonderzoek wordt beantwoord is: wat is de archeologische verwachting binnen het plangebied op basis van de landschappelijke,
Dit geldt met name tijdens een proefsleuvenonderzoek of opgraving; Beumer 2017. 2 KNA staat voor Kwaliteitseisen der Nederlandse Archeologie. Dit rapport is opgesteld volgens KNA versie 4.0 (CCvD 2016)
5
2. Locatie 6
2.1 Plangebieden De drie basisscholen ’t Ronde, De Heerd en De Holm met daarbij de pleinen en het groen inclusief de dependance en het grasland vormen het plangebied. 2.2 Onderzoeksgebied Om een goede landschappelijke, (bouw)historische en archeologische inventarisatie te maken is het nodig gegevens te verzamelen van een ruimer gebied. Het onderzoeksgebied beslaat daarom het gebied dat binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied ligt. 2.3 Huidige situatie De drie basisscholen liggen in het midden van de bebouwde kom van Leusden. Montessorischool ’t Ronde ligt aan Uilenhoeve 39. Het is een rond gebouw met daaromheen een speelplein en groen. De oppervlakte van 2 de school en het plein is samen ongeveer 5000 m . Openbare basisschool De Heerd ligt aan Berkelwijk 33. Eromheen is een speelplein met groen. Aan de westzijde staan nog twee kleinere gebouwen (nummer 35 en 37). De 2 gezamenlijke oppervlakte is circa 10.000 m . ProtestantsChristelijke basisschool De Holm ligt aan de Lingewijk 13. Ook om deze school ligt een speelplein en groen. De oppervlakte van plein en gebouw samen is ongeveer 5000 2 m . Deze school heeft ten zuiden aan de Agnietenhove 51a een dependance die ook wordt gesloopt en bij de woningbouwplannen wordt betrokken. Om de dependance ligt een grasveld die samen met het gebouw ongeveer 2 3500 m is.
Aan de zuidkant van de drie scholen en noordkant van de dependance ligt een sloot. 2.4 Toekomstig gebruik De huidige schoolgebouwen van de basisscholen ’t Ronde, De Heerd en De Holm worden gesloopt. Daarvoor in de plaats komt op de locatie van De Heerd een nieuw gebouw waarin de drie basisscholen worden gehuisvest. Ter plaatse van de scholen ’t Ronde en De Holm (inclusief dependance) worden woningen gebouwd. Zowel de plannen voor het nieuwe schoolgebouw als voor de woningen zijn nog niet concreet. De afmetingen van de nieuwbouw inclusief informatie over funderingen of eventuele kelders is nog niet bekend.
Afbeelding 1, uitsnede van de topografische kaart met daarop het plan- en onderzoeksgebied.
Afbeelding 2, uitsnede van de luchtfoto met daarop het plan- en onderzoeksgebied.
3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid In 1992 ondertekende Nederland het Europese verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed 3 ook wel het Verdrag van Malta (of Valletta). Sindsdien is het rijksbeleid dat archeologische waarden volwaardig meetellen in beslissingen over de ruimtelijke inrichting. In de ‘archeologische monumentenzorg’ (AMZ) is behoud in situ het streven; om het bodemarchief voor het nageslacht te bewaren en ook in de toekomst nog te kunnen raadplegen, wordt geprobeerd de meest waardevolle en representatieve resten van het verleden zo goed mogelijk te behouden, te ontzien en te beheren; alleen wanneer het niet anders kan, mag een vindplaats worden opgegraven. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De wet is in de plaats van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) uit 2007 en de Monumentenwet uit 1988 gekomen. De Wamz was een wijzigingswet en regelde globaal genomen drie aspecten van de archeologische monumentenzorg: de financiering, de bestuurlijke besluitvorming en de archeologische uitvoering. Samen met de in 2019 in te voeren Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het Nederlandse cultureel erfgoed mogelijk. In de Omgevingswet worden alle onderdelen rond de omgang met cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving samen gebracht.
Tot de invoering van deze wet zullen alle over te nemen delen van de Monumentenwet uit 1988 van kracht blijven. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht in de Erfgoedwet.
3.2 Gemeentelijke beleid In Nederland speelt het grootste deel van de ruimtelijke ontwikkeling zich af op gemeentelijk niveau. Daarom is er voor gekozen om gemeenten verantwoordelijk te maken voor de uitvoering van het rijksbeleid en het Verdrag van Malta. Deze verantwoordelijkheid is in 2007 vastgelegd in de Wamz. De Gemeente wordt geacht om in alle ruimtelijke besluitvormingsprocessen het archeologische belang mee te wegen. Om de gemeentelijke rol als beslissend bestuursorgaan adequaat te kunnen vervullen is een gemeentelijk archeologiebeleid met een eigen (inhoudelijk en bestuurlijk) afwegingskader noodzakelijk. Het gemeentelijke archeologiebeleid komt tot uitdrukking in de archeologische beleidskaart. Hierop staat per verschillende (verwachtings)waardezone aangegeven welke eisen de Gemeente in het kader van de Archeologische Monumentenzorg stelt. Volgens de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de Gemeente Leusden uit 2011 ligt het plangebied in een zone met een middelhoge en een lage archeologische verwachting. Dat betekent dat in een gebied met een lage 2 verwachting plangebieden groter dan 10.000 m waarbinnen bodemingrepen dieper dan 30 cm minus het maaiveld plaatsvinden een archeologisch onderzoek nodig is. In gebieden met een middelhoge verwachting ligt die 2 ondergrens op 500 m .
Het Rijk heeft middels de Monumentenwet 1988 bepaald dat archeologisch onderzoek verplicht is bij een 2 grondroerende activiteit met een oppervlakte van 100 m of meer. De wet biedt gemeenten beleidsvrijheid om haar eigen afweging te maken voor wat betreft de oppervlakte als ook voor wat betreft de diepte van de grondroerende activiteit in relatie tot de verplichting van een archeologisch vooronderzoek. Deze bepaling wordt in de toekomstige Omgevingswet overgenomen.
3
Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (herzien), Valletta, 16-01-1992.
Afbeelding 3, uitsnede uit de archeologische verwachtingsen beleidskaart Leusden 2011 (d’Hollosy 2011) met daarop het plan- en onderzoeksgebied.
7
4. Aardwetenschappelijke situatie 8
Geomorfologie 2M14, 3K14 Bodem Vz/zWz/vWz/pZg23 Watertrap GWT-II Maaiveldhoogte 2,7m - 3,0m +NAP Tabel 1, overzicht van de aardwetenschappelijke data.
Leusden ligt op de overgang van het Midden-Nederlandse stuwwallandschap in het zuidwesten naar het dekzandlandschap in het noordoosten. Aan de basis van de huidige landschappelijke kenmerken van Leusden liggen geologische processen gedurende het Midden- en het Laat-Pleistoceen (500.000 tot 11.500 jaar geleden). De stuwwal, beter bekend als de Utrechtse Heuvelrug, is tijdens de ijstijden van het Midden- en het Laat-Pleistoceen ontstaan. Met name de ijsstuwing tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (238.000 tot 128.000 jaar geleden) heeft 4 de Utrechtse Heuvelrug gevormd. De stuwwal bestaat uit gestuwd, grofzandige pleistocene rivierafzettingen afkomstig van de voorlopers van de huidige Rijn en, in mindere mate, de Maas. Op de plek van de Gelderse Vallei bevond zich een landtong die de grond aan weerszijden omhoog stuwde. De gestuwde afzettingen worden tot het 5 Laagpakket van Gieten, Formatie van Drente gerekend. Al aan het eind van het Saalien zijn de stuwwallen sterk geërodeerd door smeltwater van het gletsjerijs. Het smeltwater veroorzaakte brede, trechtervormige dalen met aan de bodem grote daluitspoelingswaaiers. Hier lag een grote hoeveelheid door het water meegenomen zand en grind die als afzettingen worden gerekend tot het 6 Laagpakket van Schaarsbergen, Formatie van Drente.
Aan het eind van het Pleistoceen, in de laatste ijstijd ofwel Weichselien (116.000-11.500 jaar geleden) ontstond aan de voet van de stuwwal een reliëfrijk landschap door de aanwezigheid van sneeuwsmeltwaterrivieren en daluitspoelingswaaiers. In diezelfde periode verplaatsten poolwinden enorme hoeveelheden zand, waarmee het bekken (de Gelderse Vallei) vol stoof. Het is in opeenvolgende stuiffasen als een dikke, vlakke deken afgezet. In dit dekzand is door de wind reliëf aangebracht
in de vorm van lange, parabole duinen (dekzandruggen) en laagten. Zo werd achtereenvolgens in het landschap het oude en het jonge dekzand afgezet, wat het dekzandlandschap ten noorden en oosten van de stuwwal heeft gevormd (Laagpakket van Kootwijk/Formatie van 7 Boxtel). Diverse beken hebben tussen de ruggen beekdalen van hooguit enkele meters diep gevormd en daarin wat beekleem afgezet. Stijgende temperaturen na de laatste ijstijd zorgden voor een stijging van het grondwater waardoor in de loop van de tijd uitgestrekte hoogvenen zijn ontstaan en de beeksystemen verder vertakt raakten. In het Holoceen (14.100 jaar geleden tot heden) was in deze streek voor het eerst uitgebreide begroeiing te zien. In eerste instantie bestond de begroeiing uit typische toendravegetatie. Vanaf het Boreaal (9000 - 8000 jaar geleden) ontwikkelde zich de eerste warmteminnende boomsoorten gevolgd door eik en andere 8 loofboomsoorten. In het Vroeg-Holoceen waren in de Gelderse Vallei nog maar weinig beken actief. Water vloeide niet meer weg uit het gebied. De combinatie van goed doorlatende zandbodems, kweldruk vanuit de omliggende heuvels, een langzame toename van neerslag en een vlak bekkengebied zorgde voor snel stijgende grondwaterspiegels. Daarbij was er eveneens sprake van 9 een zeespiegelstijging. Deze verslechterde waterhuishouding leidde tot vernatting en veengroei. Omstreeks 2900 v. Chr.
bestond het gehele (latere) Zuiderzeegebied uit één groot veenmoeras. De slechte drainage van oppervlaktewater door dit veengebied naar de kust zorgde voor ophoping van bodemwater in de achterliggende Eemvallei, waardoor de veenvorming werd 10 versterkt. Deze situatie duurde voort tot circa 1850 v. Chr. de Pas tijdens de eerste ontginningen in de 12 eeuw verdween het veen uit het landschap in Leusden. 4.1 Geomorfologie en hoogte Volgens de geomorfologische kaart uit 1977 ligt het plangebied op de overgang van een vlakte van ten dele 7
4
Berendsen 2004. 5 Mulder e.a. 2003. 6 Mulder e.a. 2003.
Mulder e.a. 2003. Jungerius et. al. 1973. 9 Scholte Lubberink e.a. 2015, 24. 10 Scholte Lubberink e.a. 2015, 26-27. 8
9
Afbeelding 4, uitsnede van de geomorfologische kaart met daarop het plan- en onderzoeksgebied (Stiboka 1977)
Afbeelding 5, uitsnede uit de bodemkaart met daarop het plan- en onderzoeksgebied (Stiboka 1965)
verspoelde dekzanden (west; 2M14 vervlakt door veen of verspoelingsmateriaal) naar een lage dekzandrug (oost; 11 3K14). De kaart uit 2008 geeft aan dat het gehele 12 plangebied in een gebied met verspoelde dekzanden ligt. Het Actueel Hoogtebestand Nederland geeft aan dat in het midden van het plangebied een lichte verhoging van het maaiveld aanwezig is. Het maaiveld ligt daar op een hoogte van circa 2,8m +NAP tot 3,0m +NAP. Aan de westen oostkant is het maaiveld ongeveer 2,7m +NAP.
Landschappelijk gezien lijkt het meer voor de hand dat er archeologische resten in het oosten van het plangebied zullen worden aangetroffen.
4.2 Bodem en grondwater De bodemkaart laat zien dat in het westen van het gebied verschillende soorten veen (Vz/zWz/vWz/) in de ondergrond aanwezig zijn, die richting het oosten overgaan naar beekeerdgronden van leemarm en zwak lemig fijn 13 zand (pZg23). De watertrap is in het gehele gebied II. Dat betekent dat de laagste waterstand tussen de 50 en 80 cm onder maaiveld ligt.
1.
4.3 Analyse bestaand kaartmateriaal Samengevat lijkt het plangebied relatief laag te liggen en in het verleden erg nat te zijn geweest waardoor onder andere veenvorming kon optreden. Meer naar het oosten begint een lage dekzandrug die wat hoger en droger was.
14
4.4 Controleboringen Om bovenstaande uitspraken over de bodemopbouw te verfijnen en de landschapsgenese te bepalen is een aantal 15 bodemkundige boringen uitgevoerd. Hierbij stonden vier onderzoeksvragen centraal:
2.
3.
4.
Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afgedekt)? In hoeverre kan aan de hand van het booronderzoek een onderscheid worden gemaakt tussen archeologisch kansarme en kansrijke zones binnen het plangebied?
Hoewel er niet gericht wordt gezocht naar archeologische indicatoren geldt in het geval dat er tijdens het boren toch archeologische indicatoren worden aangetroffen tevens de volgende vraag:
11
Stiboka 1977. Alterra 2008, via www.pdok.nl 13 Stiboka 1965/Alterra 2008, via www.pdok.nl 12
14 15
Tekst: I. de Rooze MA Uitgevoerd door I. de Rooze en S. Beumer.
10
5.
Wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied?
4.4.1 Methode en uitvoering Er is geboord met een Edelmanboor met een boordiameter van 7 cm. De boringen zijn, indien mogelijk, tot ten minste 20 cm in de C-horizont gezet. De huidige bebouwing en bestrating liet niet toe om een boorgrid te hanteren. De boorlocaties zijn verdeeld over de zones die wel beschikbaar waren. Er zijn 8 boringen gezet; van de geplande 9 boringen kon er 1 niet worden gezet vanwege 16 bestrating. De boorbeschrijving vond plaats volgens de ASB , waarbij alleen de voor dit onderzoek relevante onderdelen zijn geregistreerd. De maaiveld hoogtes zijn bepaald aan de hand van de AHN, de x- en y-coördinaten aan de hand van de digitale basiskaart. De boorkernen zijn verbrokkeld, waardoor eventuele archeologische indicatoren tevoorschijn konden komen. Aangezien het een bodemkundig booronderzoek betreft is er echter niet gericht gezocht naar archeologische indicatoren. Er zijn geen monsters verzameld. 4.4.2 Bodemopbouw Het maaiveld ligt op een hoogte van circa 2,75 à 3,00 m + NAP. De bodemopbouw bestaat vanaf het maaiveld naar beneden gezien uit: 1.
2.
Recente verstoring. Dit pakket is bij boringen 4, 5, 6, 7 en 8 waargenomen en bestaat uit geel / grijs vulzand en soms uit gemengd geel en grijsbruin zand. Hierin is ste glas en plastic uit de 20 eeuw waargenomen. Dit pakket is 60 tot 100 cm dik en kent een scherpe overgang met de onderliggende laag. De bovenkant van dit pakket bestaat uit graszoden. Bouwvoor. Deze is grijsbruin van kleur en lichtlemig van aard. Soms bevat de bouwvoor kleine
3.
4.
4.4.3 Interpretatie Op de locaties van boringen 4 tot en met 8 is in de 20ste eeuw de bovengrond verstoord. Hierbij is de bodem circa 60 tot 100 cm diep geroerd. Op twee locaties lag het vulzand direct op de C-horizont. (boring 7 en 8). Waarschijnlijk heeft de verstoring plaatsgevonden met de bouw van de scholen. Gezien de aard van het aangetroffen dekzand - namelijk geen enkele rest van uitspoelingslagen - lijkt het dekzand tot minimaal 20 cm te zijn afgegraven. Het dekzand is over het algemeen lemig van aard en wordt geïnterpreteerd als een ten dele verspoelde dekzandvlakte. Het dekzand bij boring 5, in het noordoosten van het plangebied doet, gezien de oervorming en de hoogte (2,05 m +NAP) vermoeden dat hier mogelijk de flank van een dekzandrug begint. 4.4.4 Beantwoording onderzoeksvragen De onderzoeksvragen worden op basis van de boringen als volgt beantwoord: 1.
16
Vanwege deze bestrating en het feit dat alle drie de scholen nog in gebruik zijn en dus alleen in het groen rondom de scholen mocht worden geboord, kon niet worden voldaan aan de eis minimaal 6 boringen per hectare te zetten. Het zijn er gemiddeld drie per hectare geworden.
baksteenbrokken. De bouwvoor is zo’n 40 à 75 cm dik. Dit pakket kent een scherpe overgang naar de onderliggende laag. Veraard veen. Dit pakket is alleen in boring 2 waargenomen. Het betreft een circa 45 cm dik pakket van donkerbruin zand met veen (veraard). Dit pakket kent een scherpe overgang naar de onderliggende laag. Dekzand. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als jong dekzand en is hier door de wind afgezet in het Pleistoceen. Het maakt onderdeel uit van de formatie van Boxtel en bestaat uit mineraalarm zand. Het is grijs van kleur en lemig van aard. De hoogte van het zand varieert tussen circa 1,7 m +NAP en 2,3 m +NAP. Het dekzand is het hoogst in boring 7, en het laagst in boring 6. In geen van de boorlocaties zijn resten van podzolbodems waargenomen. Het dekzand bij boring 5 vertoont oranje oer vlekjes.
Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? Het plangebied ligt in een ten dele verspoelde dekzandvlakte. De bodem bestaat uit een recente verstoring, een bouwvoor. In het midden van het
plangebied is er sprake van veraard veen. In het noordoosten lijkt de flank van een dekzandrug te zijn aangeboord. 2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?
5.
Wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? Er zijn tijdens het verbrokkelen van de boorkernen geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Omdat over vrijwel het gehele gebied de bovengrond tot ver in het dekzand recent is afgegraven lijkt het waarschijnlijk dat alle relevante bodemniveaus zijn verdwenen. Er is geen sprake van een podzolbodem en in de meeste boringen is een recente bouwvoor geconstateerd. 3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afgedekt)? Omdat over vrijwel het gehele gebied de bovengrond tot minimaal 20 cm in het dekzand recent is afgegraven lijkt het waarschijnlijk dat alle relevante bodemniveaus zijn verdwenen. Op sommige plekken is het mogelijk dat de onderkant van de diepe sporen (bijvoorbeeld waterputten) aanwezig zijn. Dat maakt dat de vindplaatsen niet meer intact zullen zijn.
4.
In hoeverre kan aan de hand van het booronderzoek een onderscheid worden gemaakt tussen archeologisch kansarme en kansrijke zones binnen het plangebied? Uit het booronderzoek komt dat de westkant van het plangebied in het verleden behoorlijk nat is geweest. Op een plek heeft daardoor veenvorming plaatsgevonden. Op deze locaties is de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen erg klein. In het oosten is mogelijk de flank van een dekzandrug aangeboord. Deze zone is kansrijker. Over het gehele plangebied is recent de bovengrond echter tot minimaal 20 cm in het dekzand afgegraven, waardoor archeologische vindplaatsen niet meer intact zijn.
Afbeelding 6a en b, locatie van de boringen (rood is afgevallen vanwege bestrating)
11
12
Afbeelding 7, boring 2 (de cijfers komen overeen met de nummering in paragraaf bodemopbouw).
Afbeelding 8, boring 6 (de cijfers komen overeen met de nummering in paragraaf bodemopbouw).
5. Historische omgeving Ontginning Oudste vermelding
Hamersveld (vanaf tweede de helft 12 eeuw) 1436 (pachtbrief kapittel Oudmunster Utrecht) Bouw- en weiland
Kadastrale minuutplan 1832 Topografische kaart circa Bouw- en weiland 1900 Tabel 2, overzicht van de historische gegevens.
De oudste vondst uit Leusden dateert uit het Midden17 Paleolithicum, ongeveer 40.000 tot 35.000 jaar geleden. Het gaat om een bladspits van de Mauern-cultuur die is gevonden op de Leusderheide. Uit het Mesolithicum zijn in de omgeving verschillende kleine, tijdelijke kampementen 18 gevonden van jagers-verzamelaars. Deze lagen vooral op de (flanken van de) dekzandruggen en het stuwwalgebied bij de Leusderheide. Bewoningssporen uit het Neolithicum zijn schaars, maar uit deze periode zijn wel grafheuvels bekend. Deze liggen met name in het heidegebied aan de zuidoostkant van de gemeente Leusden. Hetzelfde kan worden geconstateerd voor resten uit de Bronstijd. Graven in de vorm van grafheuvels en mogelijk urnenvelden zijn in het heidegebied gevonden, 19 maar nederzettingssporen zijn nog niet veel aangetroffen. In De Schammer in het noordwesten van de gemeente 20 Leusden zijn twee erven uit de Late Bronstijd gevonden. Nederzettingssporen uit de IJzertijd zijn beter bekend in de regio Leusden. Zowel bij De Schammer als bij de Leusderheide (Oud-Leusden) zijn verschillende boerderijen uit de Vroege, Midden- en Late IJzertijd gevonden. Net buiten de gemeentegrenzen bij het bedrijventerrein Wieken-Vinkenhoef in Amersfoort zijn ook vele erven uit 21 deze periodes gevonden.
nederzetting en een wachttoren. Ook bij WiekenVinkenhoef zijn boerderijen aangetroffen die in de 22 Romeinse Tijd kunnen worden gedateerd. Vlak bij de Romeinse nederzetting van Oud-Leusden is een Merovingisch grafveld en een nederzetting uit de Vroege en Volle Middeleeuwen gevonden. Deze nederzetting houdt waarschijnlijk verband met de eerste historische vermelding van Leusden. In 777 schenkt Karel de Grote de villa Lisiduna met bijbehorende boerderijen en land aan de 23 bisschoppelijke Sint Maartenskerk in Utrecht. Dit deel van de Leusden werd tot in de 12 eeuw bewoond. Door het intensieve gebruik van het droge heidegebied ontstonden er echter flinke zandverstuivingen en langzaam verschoof de bewoning naar het (noord)oosten en het (noord)westen. Meer naar het oosten lag vanaf het jaar 1000 een klooster, Hohorst. Dit klooster is door Bisschop Ansfried gesticht op een destijds geïsoleerde heuvel in een uitgestrekt moeras, de Heiligenberg. Vanuit dit klooster werd nieuw land ontgonnen. In 1050 werd het klooster verplaatst naar Utrecht (de Sint Paulusabdij) en werd het abdijcomplex op 24 de Heiligenberg een proosdij met uithof.
Het lijkt erop dat gedurende de Romeinse tijd Leusden weer minder intensief werd bewoond. De enige vindplaats uit deze periode in Leusden is gevonden tijdens de aanleg van de A28 bij Oud-Leusden. Het gaat hier om een
Al vanaf de Vroege Middeleeuwen werden op de hoger gelegen dekzandruggen en –koppen bossen ontgonnen. Zo ontstonden de eerste (geïsoleerde) boerderijen met blokverkavelingen. Resten daarvan zijn onder andere bij 25 de de De Schammer gevonden. Vanaf de 12 /13 eeuw gaf de bisschop de opdracht ook de lager gelegen gebieden te ontginnen in stroken. Zo ontstond het huidige cultuurlandschap met strook- en blokverkavelingen afgewisseld met dorpen, zoals Hamersveld, Leusbroek. De laatste ontginning in Leusdens grondgebied is de Voskuilerbroek, die in de 14 eeuw werd ontgonnen. Lange tijd is het gemengde agrarische bedrijf gangbaar op 26 de de boerderijen van Leusden. Vanaf de 17 eeuw komt een specifiek soort activiteit op: de tabaksteelt. Samen met Amersfoort werd Leusden één van de belangrijkste de productiecentra. Dit duurde tot in de 19 eeuw. Agrarische kernen als Bavoort, Achterveld en Hamersveld groeide in
17
22
18
23
Stapert e.a. 1993. Beumer 2017, 12-13. 19 Idem, 13-14. 20 Hulst e.a. 2013. 21 Beumer 2017, 15-17.
Idem, 17-19. Muller 1892, 12-14. 24 Hundertmark en Van Vliet 2010. 25 Hulst e.a. 2013. 26 Beumer 2017, 21-21.
13
14
ste
deze periode langzaam. Pas in de loop van de 20 eeuw is de landelijke bebouwing van Leusden uitgebreid met woonwijken, waarbij die van Hamersveld en Leusden-Zuid 27 het meest tot ontwikkeling zijn gekomen. de
De Modderbeek heeft vanaf de 18 eeuw eveneens een strategische functie gehad. In Leusden en Amersfoort werd deze beek gebruikt als basis voor de verdedigingslinie de Grebbelinie. Deze linie werd daadwerkelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt en is toen ingericht met 28 bunkers en loopgraven. 5.1 Plangebied en directe omgeving De drie scholen liggen in een wijk die eind jaren ’70, begin ste jaren ’80 van de 20 eeuw is gebouwd. De scholen zelf komen uit 1978 (De Heerd), 1979 (’t Ronde), 1981 (De Holm) en 1989 (gebouw dependance De Holm). Het ligt in de ontginning Hamersveld. Op een enkele boerderij na, is de woonwijk ook de eerste grootschalige bebouwing in deze ontginning. Op de oudste historische kaart van het gebied - de kadastrale minuutplan uit 1832 - is het plangebied in gebruik als gras- en bouwland afgewisseld 29 met bosstroken. Het land is in bezit van Simon Huurderman, de eigenaar van boerderij Langebeek. Er is geen historische bebouwing bekend binnen het plangebied. Ten westen van het plangebied ligt de Hamersveldseweg. Deze weg is de ontginningsas waaruit vanaf de tweede de helft van de 12 eeuw de polder Hamersveld werd ontgonnen. Hamersveld werd samen met andere lager gelegen delen in de regio op initiatief van de bisschop van Utrecht geschikt gemaakt voor landbouw en bewoning. Op last van de St.
Paulusabdij in Utrecht werd het gebied, begrensd door de Modderbeek in het noorden en de Moosterbeek in het oosten, in stroken van ongeveer 15 hectare verdeeld. Aan de zuidkant werd een kade met ernaast een sloot aangelegd (een zijdwende). De sloot zorgde ervoor dat het water uit het aangrenzende lage broekgebied werd afgewend. Aan het westelijke kant werd De Grift gegraven die het water naar het noorden afvoerde.
Op iedere strook werd aan de kant van de 30 Hamersveldseweg een boerderij gebouwd. Door de daling van het maaiveld als gevolg van de afwatering van het veen, was een tweede wetering aan de oostkant van de Hamersveldseweg nodig. Deze Hamersveldse wetering werd voor het eerst genoemd in 31 1440. Deze wetering vormt de oostelijke grens van het plangebied (het water dat langs het huidige Eempad loopt). De zuidkant van het plangebied loopt langs een oostwestelijke doorgaande route de Smoussesteeg of Jodensteeg, later Cohensteeg. Deze steeg is vernoemd naar Benjamin Cohen die veel grond in bezit had in dit gebied. De rijke Joodse koopman Benjamin Cohen kocht in 1777 het landgoed de Busaert (Busert/Busaart) van het kapittel Oudmunster (St. Salvator) te Utrecht. Hij liet het inrichten als tabaksplantage en liet aan de westzijde van de Hamersveldseweg een nieuwe boerderij met tabaksschuur bouwen, boerderij ’t Spul. Landgoed De Busaert werd voor het eerst bij naam genoemd in 1436 in een pachtbrief in de charters van Oudmunster. In 1664 werd een kaart opgemaakt door het klooster. Daaruit blijkt dat het grootste deel van de gronden uit bouwland bestond. Verder was op het landgoed, dat circa 40 hectare groot is, weiland, driesland (braakliggende grond) en bos te vinden. Bovendien waren ook enkele stukjes in gebruik als moestuin.
De bijbehorende hofstede lag ter hoogte van Hamersveldseweg nummer 86. Uit akten tijdens de verkoop blijkt dat aan de westkant van het landgoed de Grift lag. De oostelijke grens werd gevormd door de Moosterbeek. De (latere) Cohensteeg was de noordelijke de grens. Aan het begin van de 19 eeuw verkochten de erfgenamen van Benjamin Cohen het landgoed in delen. In een van de akten staat dat het gaat om ‘zwaar en best 32 tabaksland’.
27
30
28
31
Idem, 22-24. Blijdenstijn 2015, 101-113. 29 www.HisGIs.nl
Vervloet 2007, 21-28; Renes e.a. 1998, 32-35. Zelders 1971, 24. 32 Van Hoorn en Van Kooij 1977.
15
Afbeelding 9, kaart van landgoed de Busaert in Leusden. Dirk van Groenouw, 1664. Archief Utrecht. Het plangebied lag dus net ten noorden van de Busaert in het land dat toebehoorde aan Boerderij Langebeek. Boerderij Langebeek is een van de oudste boerderijen uit de buurt en dateert vermoedelijk van rond 1100. Het lag in een meander van de Moosterbeek ter hoogte van de Cohensteeg. De landerijen van de boerderij lagen tussen de Moorsterbeek en de Hamerveldseweg. Volgens een belastingregister uit 1536 was Langebeek een pachthoeve met ongeveer 7 morgens land (ongeveer 6 hectare) die voornamelijk in gebruik waren als akkerland, waarschijnlijk voor het verbouwen van granen als rogge, haver en 33 boekweit. Later werd er veel tabak verbouwd. Na de aanleg van het Valleikanaal is deze boerderij verplaatst naar een plaats aan de zuidzijde van de 34 Cohensteeg, op de hoek met de Hamersveldse Wetering. Deze boerderij staat daarmee (nog steeds)direct ten oosten van de dependance van De Holm.
Tijdens de mobilisatie voor de Tweede Wereldoorlog in 1939 heeft de Cohensteeg een belangrijke functie gehad 35 als de toevoer van de Grebbelinie. Direct ten westen van het plangebied was het commandocentrum gevestigd met daarbij een manschappenverblijf. Ten westen (langs de Hamersveldseweg) en oosten (langs de Grebbelinie) van het plangebied hebben verschillende stellingen gestaan, waaronder stellingen met zware mitrailleur en artillerie. Vanwege het hoge grondwaterpeil was het niet mogelijk om deze stellingen (half) ondergronds te bouwen. Er was daarom zand nodig. Voor de eerste stelling werd het zand te plekke uitgegraven. Later echter werd het zand uit Den 36 Treek gehaald. Ter plaatse van de dependance van basisschool De Holm heeft een hulpverbandpost gestaan, deze was circa 6 bij 12 m lang. Deze post is aan het eind van de winter (1940) gebouwd en ook hier kwam het benodigde zand uit de 37 directe omgeving. 35
33
Verduin 2001. 34 Mededeling Wout van Kooij, Historische Kring Leusden.
Huurderman 2011, 278. Idem, 282, 284-285. 37 Idem, 285. 36
16
Afbeelding 10, uitsnede van de topografische kaart uit circa 1900. Het plangebied ligt binnen de rode kaders.
Afbeelding 11, uitsnede uit de topografische kaart met de situatie tijdens WOII (met dank aan Jose Huurderman). Binnen de rode kaders ligt het plangebied.
17
Afbeelding 12, uitsnede van de Defence Overprint kaartblad GSGS377 Amersfoort gemaakt door de geallieerden op 13 april 1945. Binnen de rode kaders het plangebied. Tijdens de bezetting zijn de stellingen, de commandopost en het veldhospitaal gesloopt. Het zand van de stellingen werd gebruikt om de gracht langs de Cohensteeg 38 anderhalve meter smaller te maken. 5.2 Analyse Samengevat is het, op historische gronden, mogelijk dat in het plangebied bewoningsresten aanwezig zijn vanaf de ongeveer het midden van de 12 eeuw, wanneer het gebied wordt ontgonnen. Een pachtbrief uit 1436 geeft aan dat het gebied net ten zuiden van het plangebied in gebruik 38
Idem, 292-293.
is als bouwland, weiland, braakliggend land of bos. Het lijkt logisch dat dit ook het geval is binnen het plangebied. De kadastrale minuutplan uit 1832 geeft voor het plangebied een gebruik als bouw- en weiland aan. Het land is dan in bezit van Boerderij Langebeek. De boerderij zelf lag ten de oosten van het plangebied. In de 17 eeuw werd het land ten zuiden van het plangebied gebruikt om onder andere tabak te verbouwen. Het is zeer goed mogelijk dat ook het plangebied als zodanig in gebruik was. Grootschalige bebouwing wordt niet verwacht binnen het plangebied. Wel zouden resten kunnen worden aangetroffen van gebouwen met een opslagfunctie zoals schuren of spiekers. Het is bovendien mogelijk resten uit de Tweede Wereldoorlog aan te treffen. Het gaat dan om kleine losse vondsten die met de stellingen in de buurt en het veldhospitaal in het zuiden van het plangebied te maken hebben.
18
5.3 Mogelijke verstoringen Van de drie scholen zijn bouwtekeningen beschikbaar, zowel van de bouw van de schoolgebouwen als van de verschillende uitbouwen. Uit de bouwtekeningen blijkt dat basisschool ’t Ronde en De Heerd beide tot circa 80-90 cm zijn gefundeerd op funderingsbalken op een betonnen vloer (waardoor kruipruimte is ontstaan). Ook heeft er grondverbetering plaatsgevonden. Bij basisschool De Heerd lopen de funderingsbalken door tot 121 cm onder het maaiveld. Het maaiveld van de twee scholen is niet verhoogd of verlaagd vergeleken met de omgeving. De tekeningen van basisschool De Holm geeft helaas geen dieptes weer. Toch lijkt ook daar het gebouw op dezelfde wijze gefundeerd als bij de beide andere scholen. Er kan dan ook worden geconcludeerd dat de bodem onder de huidige bebouwing tot op een diepte van circa 90 cm onder het maaiveld is verstoord. Er is geen informatie beschikbaar over de dependance van basisschool De Holm.
Afbeelding 13,uitsnede van de bouwtekening uit 1978 van basisschool ’T Ronde. (bron: Archief Gemeente Leusden).
6. De archeologische omgeving 6.1 Bekende archeologische waarden AMK terrein of beschermd nee monument Vindplaats binnen nee plangebied (Verwachtings-)waarde Laag en middelhoog archeologische beleidskaart Tabel 3, overzicht van de archeologische gegevens. Volgens de nu nog van kracht zijnde gemeentelijke archeologische verwachtingskaart van de Gemeente Leusden is de archeologische verwachting van het aantreffen van resten van zowel de jagers-verzamelaars als de boeren laag aan de westkant van het plangebied. Aan de oostkant is de verwachting middelhoog voor het aantreffen van resten van jagers-verzamelaars en 39 boeren. Aan het eind van dit jaar zal een nieuwe verwachtings-en beleidskaart van kracht zijn. Dan schuift de grens van de lage verwachting voor jagers-verzamelaars op naar het oosten. Alleen het meest oostelijke deel heeft dan nog een 40 middelhoge verwachting.
42
vinden. Dat zelfde geldt voor Hamersveldseweg 71b. Hier was op de plaats van de huidige bebouwing de oorspronkelijke grond 20 tot 90 cm opgehoogd. Eventuele archeologische resten kunnen aanwezig zijn onder de oorspronkelijke bouwvoor. De top van dit archeologisch niveau bevindt zich tussen 40 en 100 cm minus het maaiveld (2,54m +NAP en 3,02m +NAP). Omdat ook hier de bouw niet tot deze diepte ging, is het plangebied 43 vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het laatste bureauonderzoek gaat over de uitbreiding van de begraafplaats van de St.-Jozefparochie, ten noorden van het plangebied. Dit terrein was geheel verstoord, 44 waardoor een vervolgonderzoek niet nodig was. Ten oosten van het plangebied, aan de Waterjuffer (aan de oostkant van de Cohensteeg, tegen het Valleikanaal aan), is in 1879 een bronzen beitel gevonden. Het is goed mogelijk dat deze vondst niet gerelateerd kan worden aan bewoning in de directe omgeving, maar eerder aan een
Er zijn geen archeologische waarden en vindplaatsen bekend binnen het plangebied. Binnen een straal van 500 m zijn vier archeologische onderzoeken uitgevoerd. Ten zuidwesten van het plangebied is te Clarenburg 1 na een bureau- en verkennend booronderzoek geconcludeerd dat in het plangebied de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is vanwege de verstoringen en de natte omstandigheden waarin het veen 41 gevormd is. Aan de Hamersveldseweg zijn op nummer 69 en 71b eveneens bureauonderzoeken met verkennende boringen uitgevoerd. Op nummer 69 was door de toenmalige bebouwing de bodem zodanig geroerd dat archeologische resten op een diepte vanaf 2,85m +NAP werden verwacht. De geplande fundering reikte deze diepte echter niet, waardoor er geen vervolgonderzoek hoefde plaats te
Afbeelding 14, uitsnede van ARCHIS 3 met in het roze de onderzoeken (vierkant) en de vondstmelding (cirkel) en binnen de groene kaders het plangebied.
42
39
D’Hollosy 2011. Beumer 2017. 41 Weerheijm e.a. 2016 (onderzoeksmeldingsnummer 3990639100). 40
Miedema en De Boer 2016b (onderzoeksmeldingsnummer 4000924100; 4000932100). 43 Miedema en De Boer 2016a onderzoeksmeldingsnummer 3997979100). 44 D’Hollosy 2005 (onderzoeksmeldingsnummer 28126).
19
20
ARCHIS omnr 28126
omnr 3990639100
Toponiem St.-Jozefparochie Clarenburg 1
Datum 2005 2016
Uitvoerder CAR Vestigia
Soort onderzoek Bureauonderzoek Bureau-/booronderzoek
Resultaat verstoord Verstoord en in het verleden te nat voor bewoning
omnr 3997979100
Hamersveldseweg 71b
2016
Bureau voor Archeologie
Bureau-/booronderzoek
Bouwwerkzaamheden raken archeologisch niveau niet
omnrs 4000924100; 4000932100 wnr 747
Hamersveldseweg 69
2016
Bureau voor Archeologie
Bureau-/booronderzoek
Bouwwerkzaamheden raken archeologisch niveau niet
Waterjuffer
1879
particulier
vondstmelding
Bronzen beitel
Tabel 4, archeologische onderzoeken binnen een straal van circa 500m rondom het plangebied. depositie in de Moorsterbeek, waarvan een oude meander 45 tijdens de vondst is aangesneden. 6.2 Analyse Op basis van de archeologische gegevens is er een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van resten van jagers-verzamelaars (middelhoog in het oosten) en boeren. In de directe omgeving zijn geen vindplaatsen bekend die aansluiten op deze verwachting. 6.3 Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op Zeer laag archeologische waarden Periode Nieuwe Tijd Complextypen Agrarische activiteiten, (tabaks)schuren/hooimijten, opslag, losse vondsten Tweede Wereldoorlog Stratigrafische positie Bouwvoor - top dekzand. Tabel 5, overzicht van de gespecificeerde archeologische verwachting. Op grond van de bodemkundige, historische en archeologische gegevens zouden in het plangebied resten kunnen worden aangetroffen uit het mesolithicum (in het oosten van het plangebied) en de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. •
45
De resten uit het Mesolithicum kunnen bestaan uit (vuur)steenconcentraties en eventueel (haard)kuilen. Waarnemingsnummer 747.
Deze komen in de top van het dekzand voor vanaf de B-Horizont. •
De resten uit de Late Middeleeuwen kunnen bestaan uit ontginningssloten en mogelijk sporen van agrarische activiteiten zoals schuren of spiekers. De sporen komen in de top van het dekzand voor vanaf de B-horizont. Vondsten kunnen eveneens in de bouwvoor worden aangetroffen.
•
De resten uit de Nieuwe Tijd kunnen bestaan uit sporen van agrarische activiteiten zoals (tabaks)schuren, hooimijten, spiekers of andere manieren van opslag. De sporen komen voor in de top van het dekzand vanaf de B-horizont. Vondsten kunnen eveneens in de bouwvoor worden aangetroffen. Geheel in het zuidoosten (ter plaatse van de dependance) heeft in de Tweede Wereldoorlog een noodhospitaal gestaan. Mogelijk kunnen daar ook vondsten van worden aangetroffen. Deze resten komen dan voor vanaf de top van de bouwvoor.
Op grond van het booronderzoek blijkt echter dat er geen intacte natuurlijke bodemopbouw aanwezig is in het plangebied. Op veel plekken is de bouwvoor (recent) tot in het dekzand afgegraven en voor een deel weer aangevuld met zand. Ook is ter plaatse van de schoolgebouwen een flinke verstoring aanwezig. Daarmee vervalt de verwachting voor resten uit het Mesolithicum en is er een geringe kans dat resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden aangetroffen. De resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn vergraven, alleen enkele losse vondsten kunnen worden aangetroffen.
7. Conclusie en advies 7.1 Beantwoording onderzoeksvragen De hoofdvraag die in dit bureauonderzoek wordt beantwoord, is: •
Wat is de archeologische verwachting binnen het plangebied op basis van de landschappelijke, (bouw)historische en archeologische kenmerken?
Daaruit vloeit de vraag: •
Welke vragen uit de Lokale Onderzoeks Agenda van de Gemeente Leusden in potentie kunnen worden beantwoord na archeologisch onderzoek binnen het 46 plangebied?
Op grond van de bodemkundige, historische en archeologische gegevens zouden in het plangebied resten kunnen worden aangetroffen uit het mesolithicum (in het oosten van het plangebied) en de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Op grond van het booronderzoek blijkt dat er geen intacte natuurlijke bodemopbouw aanwezig is in het plangebied. Op veel plekken is de bouwvoor (recent) tot in het dekzand afgegraven en voor een deel weer aangevuld met zand. Daarmee vervalt de verwachting voor resten uit het Mesolithicum en is er een geringe kans dat resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden aangetroffen. Ook de resten van het noodhospitaal zullen volledig zijn vergraven. De enige vraag uit de lokale onderzoeksagenda die in potentie (deels) beantwoord kan worden is vraag 15: Hoe verhouden de archeologische sporen van landgebruik zich 47 tot historische en historisch-geografische bronnen? Het beantwoorden van deze vraag zou, vanwege de zeer lage verwachting, echter gebaseerd zijn op toevalstreffers. Concluderend kan worden gesteld dat vanwege recente verstoringen en de relatief lage ligging van het plangebied en daardoor natte omstandigheden de verwachting op het aantreffen van archeologische resten zodanig laag is dat het gehele plangebied kan worden vrijgegeven voor