D.5 inspraakreactie mbt Energietransitie.pdf
Tekst van het document
Woudenberg, 2-3-2021 Betreft: RV Programmaplan, routekaart en uitnodigingskader energietransitie
Geacht College van B&W en raadsleden van gemeente Leusden
Hierbij verzoek ik u vriendelijk doch dringend om kennis te nemen van het onderstaande en dit mee te nemen in uw besluitvorming over de Energietransitie van Leusden. 1. Het Voorzorgsbeginsel: Gezondheid omwonenden waarborgen Ten aanzien van milieu en gezondheid geldt in Nederland en Europa het voorzorgsbeginsel. Dit houdt in dat de overheid beschermende maatregelen kan nemen tegen mogelijk schadelijke milieueffecten van een situatie, ook als die effecten nog niet onomstotelijk zijn bewezen. Het beginsel gaat dus over de vraag hoe te handelen bij wetenschappelijke onzekerheid.1 Provincies en gemeenten werd bijvoorbeeld geadviseerd om bij ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk te vermijden dat kinderen langdurig in de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding verbleven vanwege de aanwijzingen dat deze de kans op leukemie bij kinderen verhoogden – inmiddels is er voor deze relatie overigens voldoende bewijs. Het is tijd dat het voorzorgsbeginsel ook wordt toegepast bij de bouw van windturbines in de bewoonde omgeving, omdat ook hier ruim voldoende aanwijzingen zijn voor gezondheidsschade bij omwonenden.
2. De huidige wettelijke geluidsnorm voor windturbines is tot stand gekomen tegen het advies van TNO en RIVM in. Zij voorzagen in resp. 2008 en 2009 al gezondheidsrisico’s en slaapverstoring. Het was een politieke keuze. En sindsdien verdedigt het RIVM deze norm bij monde van de heer Frits v.d. Berg. Terwijl hij anderen verwijt niet objectief wetenschappelijk te zijn, beweerd hij stelselmatig, dat weerstand zal smelten als burgers zich maar ‘gehoord’ zullen voelen en vooral ook financieel kunnen meeprofiteren van de winst. Helaas, gezondheid is onbetaalbaar. Zie bijlage 1: PP Windalarm - Twaalf argumenten om de geluidsnorm voor windturbines aan te scherpen 2021-02-13 v1_4 In deze paper leest u wat er mis is met de Nederlandse geluidsnorm, wanneer en waarom het is misgegaan en waarom het zo belangrijk is dat deze wordt aangescherpt. In Bijlage 2 vindt u een gedegen onderbouwing van deze 12 argumenten. In Bijlage 1 wordt het voorbeeld van het windpark in de Hoekse Waard beschreven:
1 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=LEGISSUM%3Al32042
https://uitspraken.rechtspraak.nl/#zoekverfijn/zt[0][zt]=Voorzorgsbeginsel+&zt[0][fi]=AlleVelden&zt[0][ft]=Alle +velden&so=Relevance&ps[]=ps1
1
Uit de Bijlage 1 van deze paper: Casus windpark Spui (in de Hoekse Waard) ……… Van de twaalf gezinnen die het dichtst bij het windpark wonen zijn er zes in het eerste jaar verhuisd. De initiatiefnemer heeft zijn huis moeten isoleren tegen het lawaai. De getuigenissen van de omwonenden tijdens inspraaksessies zijn schrijnend. In reactie op alle klachten heeft de omgevingsdienst een controlemeting uitgevoerd en concludeert dat het windpark voldoet aan de wettelijke normen. De omwonenden staan machteloos, het bevoegd gezag en ook de Raad van State geven niet thuis en verwijzen naar het RIVM. Na alle commotie en persaandacht zijn politici intussen zelf een kijkje komen nemen en geven toe dat dit nooit had gemogen gebeuren. Tegenwoordig is Spui niet alleen een windpark, maar ook een attractiepark waar raads- en statenleden rondleidingen kunnen krijgen van bewoners om met eigen ogen te kunnen zien hoe het NIET moet. Provinciale oppositiepartijen SP en Denk, maar ook coalitiepartners GroenLinks en ChristenUnie/SGP zijn inmiddels tot inkeer gekomen en willen de huidige normen aanscherpen. Gedeputeerde Potjer is verzocht om de 10H vuistregel te onderzoeken, die in Beieren en Polen is ingesteld. De afstand tot woningen zou minimaal 10 x de tiphoogte van een windturbine moeten zijn.
Voor een windturbine van 200 meter hoog is dat 2 kilometer in plaats van de huidige 600 meter bij windpark Spui. …………………
3. De huidige Wettelijke geluidsnorm is er op gebaseerd dat 9% omwonenden ERNSTIGE HINDER zal ondervinden, bijna 1 op de 10! Dat vond de wetgever destijds acceptabel en normaal. https://www.tweedemonitor.nl/kamervraag/2020D06323 Antwoord van minister Wiebes op vraag 8: De keuze voor de 47 Lden en 41 Lnight normen is gebaseerd op onderzoek van TNO, waarin de hinder bij verschillende geluidsbelastingen beschouwd is op basis van de beschikbare studies. Bij de normwaarde van 47 dB Lden wordt verwacht dat ongeveer 9 procent van de omwonenden ernstige hinder zal ondervinden. Een dergelijk niveau van ernstige hinder is goed vergelijkbaar met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd. Voor nachtelijk geluid (Lnight) is nadrukkelijk gekeken naar de relatie met de door de WHO vastgestelde advieswaarde voor de nacht. Aangezien de als toelaatbaar beschouwde hinder aansluit bij andere bronnen van geluidhinder, zie ik geen noodzaak om uitsluitend voor windmolens verder onderzoek te doen of uit voorzorg de gehanteerde norm te verlagen. Dus windmolens inpassen binnen de huidige wettelijke normen betekent dat in elk geval bijna 1 op de 10 omwonenden binnen een straal van 1500 – 2000 meter in het ongeluk worden gestort (en een veel groter percentage ‘veel hinder’ zal hebben).
En dan gaat het alleen nog maar over decibellen, nog zónder rekening te houden met het effect van de lage frequenties van het geluid en het effect dáárvan! 2
Het RIVM geeft in haar Factsheet Laagfrequent Geluid aan onder het kopje “Juridisch kader”: Er bestaat geen specifieke wet- en regelgeving voor LFG in Nederland. Voor geluid in het algemeen is de Wet geluidhinder (Wgh) in 1979 opgesteld. Deze wet moet de toename van geluidblootstelling beperken. Gemeenten kunnen voor specifieke situaties maatwerkvoorschriften of vergunningsvoorschriften voor LFG opstellen. https://www.rivm.nl/sites/default/files/2020-09/Factsheet%20laagfrequent%20geluid.pdf Overheden verwachten blijkbaar dat een wet van ruim 40 jaar oud voldoende bescherming biedt aan omwonenden tegen de huidige industriële turbines.
4. Windmolens maken wel degelijk ziek Zie onderstaand zeer leesbare artikel in het gerenommeerde Nederlandse medisch vakblad: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijkziek.htm Bijlage 2
5. Expertmeeting gemeenteraad Amsterdam, 02-02-2021 Terug te zien op: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/823337/Expertmeeting%20Windturbines%200202-2021 Of samengevat:
https://youtu.be/76G9gsnGKds
Daar spraken in het blokje ‘Gezondheid’ : De heer Dr. Ir. Jan A.P.M. de Laat, klinisch-fysicus-audioloog Audiologisch Centrum (KNO), LUMC, Leiden: Uit onderzoek blijkt:
De laagfrequente geluiden tot zelfs die onder de gehoorgrens (< 50 Hz) worden wèl opgevangen door het binnenoor en evenwichtsorgaan. Dat denkt dat je in beweging bent, terwijl je ogen en gevoel denken van niet >> soort zeeziekte, misselijk, duizelig, etc.
Achter het evenwichtsorgaan zit het limbisch systeem, dat spanningen en emoties regelt. Langdurige blootstelling aan die lage frequenties werkt ontregelend.
De normwaarde van 47 dB zou naar beneden moeten naar een max van 35 dB
Om overlast en gezondheidsschade te voorkomen, rekening houdend met de nieuwe technieken van meer aerodynamische wieken: Pas de 10H-regel toe: 10 x de masthoogte (voorheen de tip-hoogte) Deze norm wordt al in o.a. Duitsland en Denemarken gehanteerd Zie ook een rapport van hem en collega’s van Universiteit Leiden. Bijlage 3: De hinder van laagfrequent geluid afkomstig van het te realiseren windmolenpark Hiddum-houw - Jan A P M de Laat - juli 2018 De heer Feenstra, emeritus KNO-heelkunde, Erasmus MC Knipperlichten 3
De heer M. de Jong, Natuurmonumenten Op turbines hoger dan 149 meter moeten verplicht waarschuwingslichten aangebracht worden voor het vliegverkeer: rode onregelmatig knipperende lichten en witte waarschuwingslampen. Ze zijn zo ontworpen, dat ze aandacht trekken. I.t.t. geluid, waar nog discussie over is, is iedereen het er over eens, dat deze waarschuwingslichten superirritant zijn en op afstanden van 20-30 km te zien! Hij adviseert om in elk geval geen masten hoger dan 149 meter te plaatsen
6. Duurzaam zijn en toch zonder windturbines, het kàn: Tientallen gemeentes in o.a. Noord-Holland, Zeeland, Groningen, Friesland en Drenthe hebben in hun RES-aanbod geen windturbines aangeboden of deze alsnog na protest van de bevolking uit hun bod gehaald! Friesland heeft alle molens in het IJsselmeer gezet en Zeeland op of bij de afsluitdijken die de eilanden verbinden in dun bevolkte gebieden. Desondanks schreef Monitor PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) 1-2-21: “Het PBL heeft berekend dat de optelsom van de regionale plannen leidt tot een bod van 52,5 TWh. De realisatie van de regionale plannen is echter met de nodige onzekerheid omgeven.” https://www.pbl.nl/nieuws/2021/monitor-pbl-geeft-meer-inzicht-in-bod-energieregios-voorelektriciteitsproductie-uit-zonne-en-windenergie Oftewel, er is nog ruimte! Doel was 35TWh. Echter, het planbureau van de leefomgeving gaat uit van CBS-cijfers die de ontwikkelingen in 2020 niet meegenomen hebben. Dr. Ir. Martien Visser, lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool, (en manager strategie bij Gasunie en de ‘ongekroonde cijferkoning van de Nederlandse energietransitie’), houdt alle data real time bij en heeft ook de data over 2020 verwerkt in de berekeningen.
Aangezien er in 2020 redelijk veel zijn vergund / gestart, èn al rekening houdend met dat er nog 50% wordt afgeblazen, komt hij tot de conclusie dat er nu reeds voor 33,2 TWh is gerealiseerd. Dan hoeft er dus door de RES-regio’s nog slechts 35 - 33,2 = 1,8 TWh te worden aangeboden (zon + wind).
4
Bovenstaande overzicht van Martien Visser wordt door hem nader toegelicht in de podcast van Studio Energie: S28: Martien Visser over doorrekening RES’sen: “Doel 2030 nu al bijna gehaald” https://pca.st/episode/b172f0da-3359-4475-b237-57e4b4ad9f09
7. Huidige beleid leidt tot onwenselijke situatie In het advies ‘Via Parijs’ van het college van Rijksadviseurs wordt een ontwerpverkenning gepresenteerd naar een klimaatneutraal Nederland. https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/binaries/college-vanrijksadviseurs/documenten/publicatie/2019/10/17/viaparijs/20191014_ViaParijs_Leesversie_lowres.pdf Hierin worden vier scenario’s geschetst voor windenergie (Zie bijlage 4, pagina 68). Hiervan is het minst gewenste scenario het confettiscenario, waarbij alle windturbines in kleine clusters verspreid komen te liggen over het land. Precies het resultaat van het RES-beleid. Omwonenden wordt gevraagd met continue hinder en gezondheidsrisico’s te leven zodat een in ogen van experts onwenselijke ruimtelijk situatie kan worden gerealiseerd. Dit zorgt niet voor draagvlak.
8. Nederland energieneutraal: JA! Maar op gemeente- of zelfs Provinciaal-niveau hòeft dat niet Feit is (zie punt 6) dat het huidige RES-doel voor energie-op-land eind 2020 al voor 95% gerealiseerd of vergund is, gewoon omdat er in sommige delen van Nederland meer ruimte is. Bovendien liggen er inmiddels al plannen op de tekentafel om de reeds ingeplande windturbines op zee 400m hoog te maken i.p.v. 200m.
Dat levert veel meer (en goedkopere) energie op dan waarmee gerekend werd toen de RES (Regionale Energie Strategie) -procedure werd gestart.
Op die hoogte waait het permanent, dus is er minder zonne-energie nodig om ‘windstille periodes’ op te vullen.
Er kan tussen gevist worden omdat deze molens een onderling grotere afstand hebben
Ze worden stil gezet als er trekvogels aan komen
Zeevogels vliegen niet zo hoog, omdat ze aan het eten of slapen zijn. Bij molens vanaf 10 MW vliegen de vogels al onder de wieken door Zie ook: www.universiteitvannederland.nl/college/waarom-zijn-kabeljauwen-zo-dol-op-windmolens
Wij nodigen u uit om moedig te zijn en te zeggen: ik was toen iets te enthousiast, laten we realistisch zijn en er samen voor zorgen dat we in 2050 energieneutraal zijn als land. Natuurlijk gaan we alles op alles zetten om in de eigen gemeente op een verantwoorde manier bij te dragen: zon op daken, maximaal isoleren, warmtenet ontwikkelen etc. en zonnepanelen en windmolens op land voor zover daar draagvlak voor is.
5
Breng dat in als bod in de RES. Als dan blijkt dat binnen de RES de taakstelling niet wordt gehaald, stuur dan als RES de boodschap naar het NP RES en het Rijk: “We halen het niet.” Neem ‘Via Parijs’ serieus. Doe meer op zee en haal desnoods duurzame energie uit het buitenland. 9. Dreigementen? Er wordt geschermd met ‘dreigementen’ dat als een gemeente niet meedoet of niet levert, dat dan het Rijk of de provincie met behulp van het RO-instrumentarium locaties zullen afdwingen. Maar….. Je mag als gemeente ook windmolens weigeren. Àls de overheid dan al locaties zou gaan aanwijzen (wat volgens het PBL waarschijnlijk niet nodig is), dan zal dat zeker in clusters komen, op afgelegen gebieden. En zeker niet zo versnipperd als nu dreigt te gebeuren. Het kan toch niet zo zijn, dat bepaalde gebieden door Natuurorganisaties worden uitgesloten, omdat de turbines daar dieren zouden beschadigen. En dat daardoor de turbines ergens worden geplaatst waar ze wel mensen zullen beschadigen…..! De RES is een vrijwillig instrument van onderop om afstemming tussen de plannen van de gemeentes te krijgen. Lokaal draagvlak is een belangrijk kenmerk. Als gemeenteraad kunt u zich niet verschuilen achter dwang van boven. De hele RES is juist opgetuigd om geen dwang van boven meer te krijgen omdat dit in Drenthe zo is misgegaan.
Conclusie en verzoek aan B&W en de Raadsleden: We hechten veel waarde aan duurzaamheid, klimaat en milieu. Maar de Energietransitie van Leusden, zoals die nu ter besluitvorming voorligt, gaat ten koste van de gezondheid van mensen! We zijn Geen NIMBY’s, we klagen niet over aantasting van ons uitzicht of het landschap (al
zouden we dat natuurlijk héél erg jammer vinden). Maar we vragen bescherming van onze gezondheid. Helaas zijn de huidige landelijke plannen èn normen tot stand gekomen met veel lobbywerk en speelden financiële belangen een grote rol. Aan de klimaattafels zaten wel de windmolenbouwers en natuurorganisaties, maar geen vertegenwoordigers van de burgers. Bij windmolens op land zit een subsidie van 12% winst op investeringen, die door de bouwers wordt opgestreken (en door ons betaald). En natuurorganisaties worden betaald om o.a. voor dieren op te komen. Dus wordt nu de gezondheidsschade bij de burgers gelegd….. Wetenschappers en medici melden nu al, dat de geluidsnormen zo krap zijn gesteld, dat er zelfs gezondheidsschade op zal treden bij 30% van de mensen die wonen binnen een straal van 10x de masthoogte van de molen. Dus, afhankelijk van de grootte van de molen, binnen een straal van 1,5 2,5 km. In o.a. Duitsland en Denemarken wordt die norm van 10x de hoogte al gehanteerd. 6
Dat heeft een reden. Ook provincies gaan hier verschillend mee om. De huidige wettelijke geluidsnorm gaat veel schade berokkenen aan inwoners van Leusden en omliggende gemeentes. U bent als gemeente bevoegd om daarvan af te wijken en uw eigen norm vast te leggen! Veel gemeentes zijn u daarin al voorgegaan. U heeft uzelf als doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn Met de kennis van nu, laat dat doel geen dogma worden! Het doel heiligt niet alle middelen, niet als het ten koste kan gaan van de gezondheid van 30% van de omwonenden binnen een straal van 10x de hoogte van een windturbine. Daarom verzoeken wij B&W en de Raad zich te beroepen op het voorzorgsbeginsel en met de kennis van nu, in uw Uitnodigingskader, bestemmingsplannen, windladder en in alle andere benodigde stukken als voorwaarde vast te leggen:
De afstand van windmolens tot omliggende woningen moet altijd minimaal 10x de masthoogte van de turbine zijn
Bijvoorbeeld aan het Raadsvoorstel toevoegen, waar staat onder het kopje Doel/Effect de (resterende) energievraag wordt duurzaam opgewekt in een optimale mix en gelet op alle belangen in en van het buitengebied, inclusief de gezondheid van omwonenden d.m.v. een minimale afstand tot woningen van 10x de masthoogte van windturbines In de routekaart voor 2030 en 2040 en ‘Programmadoel 2040, onder ‘Restant duurzaam opgewekt’ toevoegen: *** MITS voor windmolens de 10xH-regel kan worden gehanteerd als minimale afstand tot woningen
VRAGEN Mocht u dit niet willen, dan verzoeken wij u onderstaande vragen te beantwoorden: 1. Als onafhankelijke medici / wetenschappers zorgen hebben over de mate waarin de huidige normen bewoners beschermen tegen de gezondheidsrisico’s van windturbines, vindt u dan dat we deze zorgen serieus moeten nemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze? 2. Hoe kijkt u naar het voorzorgprincipe gegeven de wetenschappelijke discussie over geluidshinder, de gevolgen van Laagfrequent Geluid en de slechte ervaringen met andere windparken dichtbij bewoning? 7
3. Is het u bekend dat de overheid tot 2019 het aantal windparken beperkt heeft (vandaar de eerdere roep om windparken op land) vanwege het voorzorgsprincipe dat men toepaste aangaande het effect op vogels. Dit effect bleek na grondige studies mee te vallen en door het hoger worden van de molens ook te mitigeren (de zeevogels vliegen nu onder de wieken door en als er trekvogels aan komen kunnende molens worden stilgezet). Vandaar dat er nu voldoende ruimte op zee is ontstaan. Waarom geldt dit voorzorgsprincipe wel voor vogels en niet voor mensen gezien de vele signalen rondom windmolens en gezondheid en de wetgeving rondom afstand in het buitenland? 4. Indien de gemeente haar bevolking niet beschermd tegen gezondheidsrisico’s die voortvloeien uit overheidsbeleid, wie moet dat dan doen? Of bent u van mening dat inwoners van Leusden e.o. geen bescherming tegen gezondheidsrisico’s voortvloeiend uit overheidsbeleid nodig hebben? 5. Hecht u waarde aan de natuur in de gemeente Leusden, en aan het bijzondere en gevarieerde landschap? Zo ja, is er beleid van de gemeente waaruit dat blijkt? 6. Kunnen er naar uw mening windturbines in dit landschap worden geplaatst, zonder dat dit een negatieve impact heeft op deze gebieden? Zo ja, kunt u dat uitleggen? Zo nee, welke effecten verwacht u? 7.
Kunt u uitleggen in hoeverre de negatieve effecten zoals bedoeld in vraag 6 tegenstrijdig zijn aan eventueel beleid uit vraag 5? 8. Deelt u de mening dat met de implementatie van de RES een verdeling van windturbines gaat ontstaan die vergelijkbaar is met het ‘confettimodel’, zoals in het rapport ‘Via Parijs’? En zo niet, waarom niet? 9. Bent u het ermee eens dat het realiseren van windturbines in Leusden geen absolute noodzaak is om de landelijke doelstelling van 2030 te halen. Zo nee, kunt u uitleggen waarom niet? Bij voorbaat dank voor uw moeite om bezorgde inwoners van Leusden en haar buurgemeenten serieus te nemen.
Met vriendelijke groeten, Mede namens een aantal omwonenden, woonachtig binnen de gevarenzone van de zoekgebieden genoemd in de Energietransitie-stukken, zowel binnen als buiten Leusden,
Hendrine Swellengrebel Klein Moorst 10 3931ND Woudenberg
Bijlagen: 1. PP Windalarm - Twaalf argumenten om de geluidsnorm voor windturbines aan te scherpen 2021-02-13 v1_4 , met voorbeeld Hoekse Waard 2. Windmolens maken wel degelijk ziek, artikel uit Medisch Contact 3. De hinder van laagfrequent geluid afkomstig van het te realiseren windmolenpark Hiddumhouw - Jan A P M de Laat - juli 2018 4. ‘Via Parijs’, ontwerpverkenning van het college van Rijksadviseurs, pagina 68 8
De hinder van laagfrequent geluid afkomstig van het te realiseren windmolenpark Hiddum-Houw Dr.ir. Jan A.P.M. de Laat, klinisch-fysicus – audioloog, AC/KNO, Leids Universitair Medisch Centrum
Op basis van literatuuronderzoek zijn de nadelige gezondheidseffecten in kaart gebracht die het laagfrequente geluid, al dan niet hoorbaar (5-100 Hz), afkomstig van het te realiseren windmolenpark Hiddum-Houw ten gevolge zullen hebben.
Het betreft een kortdurend onderzoek, waarbij ruim 50 relevante referenties, m.n. ook recente publicaties, bestudeerd zijn, zie aangehechte literatuurlijst. In het prille verleden toen windturbines gebouwd werden die niet hoger waren dan 110 meter (tiphoogte) met ’n vermogen onder 1 MW werden nog maar weinig klachten gehoord, behalve heel dichtbij de turbine. Hierover werd door het RIVM gerapporteerd in 2015 en 2017. In Hiddum-Houw gaat het om windturbines met ’n tiphoogte van 145-188 meter en ‘n vermogen van 3-4 MW. Voorlopige conclusie: het risico op het regelmatig voorkomen van “ziekteverschijnselen” zoals tinnitus, duizeligheid, misselijkheid, abnormaal hoge bloeddruk wordt over het algemeen laag ingeschat. Daarentegen is er wel degelijk sprake van te hoog risico op het voorkomen van slapeloosheid, concentratieverlies, druk op de oren c.q. het hoofd, hoofdpijn, spanningen (stress), soms lijkend op zeeziekte, als niet aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Dit laatste hangt vaak samen met de stroom van klachten die bewoners van huizen in de nabije omgeving van zo’n windmolenpark zullen melden als niet voldaan wordt aan verschillende criteria t.a.v. de locatie van de windturbines.
De WHO is bezig met het formuleren van “guidelines”, maar is daar nog niet mee klaar. In dergelijke “guidelines” zal rekening gehouden worden met verschillende lokale omstandigheden, zoals te verwachten windsnelheden (klasses, 1-25), molens op het land of in de zee, bodemgesteldheid, enz. Over het algemeen zal er in die “guidelines” sprake zijn van ’n bufferzone rondom de windturbines, waarbinnen geen woningen (c.q. woonkernen) mogen voorkomen om ervoor te zorgen dat het risico op gezondheidsklachten zo laag mogelijk is.
Hoogstwaarschijnlijk zullen deze “guidelines” strenger zijn dan de regels die gelden voor geluid afkomstig van verkeerslawaai: het gemiddelde geluidsniveau, buitenshuis gemeten, mag buiten de bufferzone niet boven 33 dB(A) uitkomen (fluisterniveau, zie onderstaande figuren), om ervoor te zorgen dat bewoners ’s nachts zonder problemen met open ramen kunnen slapen. Zie onderstaande figuren. Voor hoge krachtige windturbines geldt ’n veilige bufferzone met ’n straal van 10 x de tiphoogte van de molen, d.w.z. voor Hiddum-Houw heeft die bufferzone ’n straal van 1450-1880 meter rondom elke windturbine. Omdat het bovenstaande alleen het resultaat is van recent literatuuronderzoek naar de huidige bevindingen aangaande hinderlijk geluid afkomstig van hoge windturbines en de consequenties daarvan, is aanvullend onderzoek naar de specifieke situatie m.b.t. de realisatie van het windmolenpark Hiddum-Houw noodzakelijk.
LITERATUURLIJST (nog aan te vullen, zie printscreen op volgende pagina)
Twaalf argumenten om de Nederlandse geluidsnorm voor industriële windturbines aan te scherpen
Position paper Windalarm
Twaalf argumenten om de Nederlandse geluidsnorm voor industriële windturbines aan te scherpen
Position paper Windalarm www.windalarm.org Met dank aan het werk van dhr. F. Jansen
Versie 1.4 13 februari 2021 (document is continu in ontwikkeling)
1
Inleiding De huidige Nederlandse geluidsnormen voor windturbines zijn te ruim gesteld. In 2009 werd door het RIVM al gewaarschuwd voor de geluidsoverlast bij de huidige norm. Desondanks is met deze waarschuwing niets gedaan door de minister van VROM. Dit is niet alleen voor omwonenden desastreus, maar ook voor het bevoegd gezag dat, vertrouwend op bescherming door de wettelijke norm, plannen voor industriële windturbines op land doorzet en turbines van 200 meter hoogte of meer laat plaatsen op nog geen 400-500 meter afstand van woonhuizen en later in de problemen komt. Indien u de problematiek van Windpark Spui nog niet kent, is het aan te bevelen om eerst in de bijlage de casus van dit windpark te lezen. Een treffend voorbeeld van hoe burgers het slachtoffer worden van een overheid die blind vertrouwd op haar eigen wettelijke norm. Inmiddels wordt, in het kader van de RES, in veel gemeenten de spaarzame ruimte binnen de gemeentegrenzen gebruikt om industriële windturbines te plannen. De RES is hierdoor een clusterbom van geluidsoverlast en gezondheidsschade. Realiseert u zich wat de potentiële impact zal zijn van windturbines op 500 meter afstand van dichtbevolkte woonwijken in bijvoorbeeld Amsterdam. Of van al die turbines, die nu versnipperd geplaatst dreigen te worden op het platteland.
Duizenden mensen zullen hinder ervaren en daardoor gezondheidsproblemen krijgen als stress, slaaptekort, chronische vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen. Burgers die in verzet komen tegen plannen om windparken of solitaire windturbines binnen afstanden van 1500 meter te plaatsen zijn geen nimby’s, maar hebben simpelweg gelijk! Het voorzorgsbeginsel moet van toepassing worden verklaard: er geldt een algemeen aanvaardt inzicht dat windturbinegeluid leidt tot gezondheidsschade. Het RIVM wees onze overheid hier ook al op in 2009 en adviseerde een lagere norm van 40dB Lden. Helaas is dit advies niet opgevolgd. Nederland staat alleen: de Nederlandse geluidsnorm behoort tot de slechtste van Europa en andere Europese landen erkennen de gezondheidsrisico’s wel. De enige bewezen therapie tegen windturbineoverlast is het vergroten van afstand. Maar het zijn de aangedane omwonenden die moeten verhuizen, terwijl ze zouden moeten kunnen vertrouwen op voldoende bescherming door de overheid! Voorheen gold wellicht een maatschappelijk logica om de norm zo te stellen dat windenergie op land mogelijk zou zijn. Toen was wind-op-land tot 3 keer goedkoper dan wind-op-zee, maar nu is wind-opzee goedkoper. Verder is de RES doelstelling van 35TWh hernieuwbaar op land ook al bijna gehaald, zonder dat er nieuwe windmolens worden bijgeplaatst.
Kortom: wind-op-land is geen noodzaak (meer) en omwonenden worden er ziek van. Het is tijd om de geluidsnorm te herzien! Windalarm is voorstander van de energietransitie en niet tegen windturbines, maar pleit voor een redelijke geluidsnorm van 35dB, vergelijkbaar met een afstandsnorm van 10x de ashoogte van een industriële windturbine. Bij de huidige zeer grote, maar wat stillere windturbines, betekent dit een afstand van 1500 meter of meer tot woonhuizen. In deze paper leest u wat er mis is met de Nederlandse geluidsnorm, wanneer en waarom het is misgegaan en waarom het zo belangrijk is dat deze wordt aangescherpt.
Windalarm 13 februari 2021
2
Twaalf argumenten om de Nederlandse geluidsnorm voor industriële windturbines aan te scherpen De argumenten worden onderbouwd in bijlage 2 van dit document.
1. De huidige geluidsnorm voor windturbines is een verruiming van de oude norm De oude norm (vóór 2011) hield rekening met omgevingsgeluid. Daarom is de nieuwe norm vooral in landelijke gebieden een verruiming. Dat werd ook erkend in de beantwoording van Kamervragen door de minister. Maar omdat de indruk bestond dat het bevoegd gezag in de praktijk de ruimere norm voor industriegebieden en drukke woonwijken hanteerde heeft het ministerie van VROM destijds aangehouden dat wijziging van de geluidsnorm beleidsneutraal was. Dit is onjuist en doet geen recht aan de bezwaren van omwonenden in met name landelijke gebieden. De staatssecretaris ontkende nog op 30 oktober 2020 in de beantwoording op Kamervragen dat er een verruiming heeft plaatsgevonden.
2. De huidige geluidsnorm is het resultaat van een belangenafweging tussen windenergiepotentieel en gezondheid en is doorgeslagen naar energiebelangen In een rapport van het RIVM uit 2009 en een presentatie van het ministerie van IenW uit 2013 wordt onmiskenbaar duidelijk dat de huidige geluidsnorm het resultaat is van een afweging, tussen gezondheid en energiebelangen, waarbij de norm zo is gekozen dat er 34GW windenergiepotentieel op land mogelijk werd gemaakt. Volgens IenW tegen – net – aanvaardbare gezondheidsrisico’s. In 2009 was wind-op-land tot 3 keer goedkoper dan wind-op-zee. Nu is wind-op-zee goedkoper en is het tijd om de geluidsnorm te herzien.
3. Het RIVM adviseerde in 2009 een strengere geluidsnorm vanwege voorziene gezondheidseffecten Het RIVM adviseerde uit gezondheidsoverwegingen in 2009 een lagere voorkeurswaarde van 40dB Lden en een maximale waarde van 45dB Lden. Dit zou 7GW windenergiepotentieel ontsluiten. Voldoende voor het energieakkoord van 2013. Dit advies is destijds helaas genegeerd door het ministerie van VROM. Sindsdien heeft het RIVM dit advies niet meer herhaald, terwijl andere landen om ons heen de normen hebben aangescherpt.
4. TNO voorzag in 2008 al ernstige hinder en slaapverstoring bij de huidige geluidsnorm TNO heeft onderzocht dat de huidige geluidsnorm zou leiden tot 7-9% ernstig gehinderden binnenshuis en 20% ernstig gehinderden buitenshuis. Daarnaast werd slaapverstoring verwacht bij ongeveer 25% van de omwonenden.
5. De Nederlandse geluidsnorm behoort tot de slechtste van Europa De windturbine industrie in Nederland wil graag laten geloven dat de Nederlandse geluidsnorm vergelijkbaar is met buitenlandse normen. Echter, het jaargemiddelde van Lden en Lnight norm is niet zondermeer vergelijkbaar met de absolute waarden van andere landen. Een calculatie uit 2015 van Nieuwenhuizen en Kohl toont namelijk aan dat de Nederlandse norm 2 maal soepeler is dan andere Europese landen. In Beieren, Finland, Polen en Frankrijk worden zelfs afstandsnormen gehanteerd van 1500 tot 2000 meter bij het huidige formaat windturbines.
3
6. Windturbinegeluid is 3x hinderlijker dan geluid van weg- of railverkeer Het is een hardnekkig misverstand dat windturbinegeluid te vergelijken is met weg- en railverkeer wat betreft hinderlijkheid. In de toelichting bij de wijziging milieuregels windturbines stelt de minister van VROM in 2010 dat windturbinegeluid even hinderlijk is als het maximale geluid van weg- en railverkeer. In de praktijk geldt echter geen maximale geluidsnorm bij aanleg van een weg of spoorrails, maar een voorkeurswaarde. Die voorkeurswaarde is er niet voor windturbines. De minister vergelijkt dus appels met peren, wat een misleidend beeld geeft. Indien de hinder van weg- en railverkeer op de voorkeurswaarde (2-3%) wordt vergeleken met de hinder bij de huidige geluidsnorm van windturbines (7-9%), blijkt dat windturbinegeluid drie keer hinderlijker wordt ervaren. Bij een geluidsbelasting van 58dB Lden, destijds de maximale waarde voor wegverkeer, zou 45% van de omwonenden van windturbines ernstige hinder ervaren!
7. De Lden / Lnight methodiek is ongeschikt en niet bedoeld voor windturbines Windturbines zijn momentane geluidsbronnen met een impulskarakter. De Lden en Lnight methodiek gaan uit van jaargemiddelden en houden geen rekening met de geluidspieken (de zwoep, het impulskarakter) en periodes van veel wind. De Europese richtlijn, waarin Lden en Lnight worden uitgewerkt, adviseert dan ook absolute grenswaarden bij geluidsbronnen die vergelijkbaar zijn met windturbines.
8. De Lden / Lnight methodiek leidt tot forse periodieke overschrijdingen en overlast Uit metingen blijkt dat de Lnight norm bij periodes met veel wind met 5 à 6 dB wordt overschreden. Ondanks deze overschrijdingen kan een windpark toch aan de geluidsnorm voldoen, omdat er wordt gecompenseerd met windstille periodes. Vergelijk het met wonen naast een nachtclub: gemiddeld is het redelijk stil, maar elke vrijdag en zaterdag ligt u er wakker van.
9. De Lden / Lnight methodiek is in de praktijk niet handhaafbaar Omdat de emissie niet via metingen is te controleren, wordt er eenmalig- bij toelating van een windturbine tot de Nederlandse markt – een meting uitgevoerd. De gegevens van deze basismeting worden gebruikt bij vergunningverlening en handhaving. Elke specifieke windturbine heeft echter een eigen geluidssignatuur. Daarnaast is vanwege het jaargemiddelde karakter handhaving zinloos. Alleen na een jaar kan worden vastgesteld of er wel of niet aan de norm is voldaan. Handhaving is daarmee een wassen neus en dit brengt de omwonende burger in een uiterst kwetsbare en rechtsonzekere positie.
10. Het huidige RIVM standpunt dat gezondheidseffecten door hinder zijn weg te nemen door participatie is onhoudbaar en onethisch De adviezen van het RIVM zijn gebaseerd op analyses van epidemiologische data en dus de betekenis van verbanden en effecten op populatieniveau. Het RIVM lijkt alleen data die hooguit 1 standaardafwijking van de norm zijn gescoord als betekenisvol te beschouwen. Dat betekent dat er onterecht veel te weinig aandacht is voor de betekenis van data die meer dan +1 SD van de norm afwijken. Daardoor wordt een aanzienlijk grote groep mensen die hoger scoren, bijvoorbeeld vanwege een hogere gevoeligheid, als volledig irrelevant beschouwd. Blijkbaar voelt de overheid zich voor hen niet verantwoordelijk . Het RIVM maakt vervolgens de aanname dat de hinder wordt veroorzaakt door een negatief beeld van windturbines, ook wel het nocebo effect genoemd (het tegenovergestelde van placebo). Er wordt daarom - als remedie tegen de hinder - de nadruk gelegd op het creëren van een positief beeld van windturbines door participatie. Een voorstel dat wellicht goed wordt ontvangen door de opdrachtgevers van het RIVM, maar het RIVM zou beter aandacht kunnen besteden aan bescherming van de omwonenden die er echt last van hebben.
Gezien de terechte waarschuwingen van het RIVM in 2009 voor de huidige norm en het feit dat er voldoende casuïstiek is waaruit blijkt dat er een serieus probleem speelt, is het onbegrijpelijk en onacceptabel dat het RIVM de aandacht 4
verlegt naar het nocebo effect. Dit zou daarom beschouwd kunnen worden als moedwillig onjuiste voorlichting aan omwonenden, initiatiefnemers, bevoegd gezag én Raad van State. Het is de vraag of dat ethisch aanvaardbaar is.
11. Er is voldoende casuïstiek én overtuigend wetenschappelijk bewijs dat windturbines tot gezondheidsschade leiden. Een nationaal gezondheidsexperiment is onverantwoord! Onderzoek wijst uit dat windturbinegeluid aantoonbaar leidt tot slaapdeprivatie en daardoor vermoeidheid, concentratie- en geheugenstoornissen bij omwonenden. Dit zal binnenkort worden bevestigd in een publicatie van dr. ir. Jan de Laat van het LUMC. Negatieve effecten van geluidshinder worden ook gezien bij kinderen. Het is bekend dat verstoorde slaap en geluidsoverlast overdag bij kinderen leidt tot verlies van neuronen, geheugenfunctie en cognitief vermogen, toename van gedragsproblemen en verminderd welbevinden. Sinds enkele jaren zijn windturbines 150 meter hoog en nu zelfs 250 meter hoog. Deze windturbines draaien langzamer en genereren meer laagfrequent geluid. Ook dit laagfrequente geluid is voor een deel van de bevolking (kinderen en ouderen zijn gevoeliger voor laagfrequent geluid) goed hoorbaar en leidt tot vergelijkbare problemen. Er is echter nog erg weinig onderzoek beschikbaar naar deze ‘megamolens’. Een nationaal gezondheidsexperiment op deze schaal als gevolg van de RES is absoluut onverantwoord.
12. Het EU Hof van Justitie geeft aan dat de EU richtlijnen voor milieu worden geschonden: de Nederlandse geluidsnorm is niet MER getoetst Er worden bij windparken wel milieutoetsen gedaan, maar op basis van normen die staan in het zogenoemde Activiteitenbesluit. Dat zijn algemene, wettelijke normen en daarom hoeven deze volgens de Raad van State niet zelf te worden onderworpen aan een milieueffectrapportage. Dit is echter onjuist vindt het Europese Hof van Justitie. Bij onder meer de Raad van State, in beroepszaken tegen de planning van windturbineparken, zijn prejudiciële vragen opgeworpen aangaande de plicht tot uitvoering van de EU richtlijnen. Mogelijk dat de Raad van State gaat beslissen dat er ook in Nederland alle reden is om een MER onderzoek naar de geluidsnorm te doen. Welllicht wakker geschrokken door de toeslagenaffaire, heeft de Raad van State onlangs voor het eerst in Nederland een windturbinezaak aangehouden op deze grond.
5
Bijlage 1. Casus windpark Spui Windpark Spui in Hoeksche Waard is een goed gedocumenteerd en exemplarisch voorbeeld van wat er mis gaat met de Nederlandse geluidsnormen voor windturbines. Het windpark met 5 windturbines van 200 meter tiphoogte op afstand van ongeveer 600 meter tot de eerste woningen, is aangelegd in het kader van het energieakkoord uit 2013. De initiatiefnemer lobbyde al langer bij de politiek om windturbines op zijn land te plaatsen. De gemeente Korendijk en de omwonenden wilden niet meewerken, maar de provincie had wel interesse.
Windpark Spui Onder druk om windenergie te leveren voor het Energieakkoord 2013 heeft de provincie de regie overgenomen en een inpassingsplan opgesteld. Bij de behandeling van de zienswijzen bleek dat bijna alle zienswijzen betrekking hadden op de te verwachten geluidshinder en gezondheidseffecten. Maar het mocht niet baten: nagenoeg alle zienswijzen zijn ongegrond verklaard. In de Nota van beantwoording1 volgt de provincie de lijn van het RIVM en beantwoord onder andere het volgende: Bij de te verwachten geluidniveaus zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek geen andere gezondheidseffecten dan hinder te verwachten, bij een deel van de omwonenden. (…) Of (ernstige) hinder en slaapverstoring zullen optreden is niet alleen afhankelijk van het geluidniveau, maar ook van contextuele en persoonlijke factoren. Het voorspellen van de klachten is daarom moeilijk. Ernstige hinder kan via stress tot andere klachten leiden. Het is dan heel moeilijk te bepalen hoe groot het aandeel van de windmolens hier in is, naast andere oorzaken van stress. Het windpark leidt nu al tot veel onrust onder een deel van de bewoners. Naar verwachting zal de hinder van windturbines straks het grootst zijn onder degenen die hierdoor nu al onrust ervaren. Ernstige hinder en onrust kunnen via stressprocessen tot verdere gezondheidseffecten, zoals hoge bloeddruk leiden.
Daar uit bestaand onderzoek is gebleken dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat er daadwerkelijk sprake is van gevolgen voor de gezondheid (RIVM), voegt een nulmeting onder deze omstandigheden niets toe. Daarbij houdt de provincie de wettelijke normen aan die door het Rijk zijn gesteld.
1 Nota van Beantwoording windpark Spui 7 juni, Thema F: Woon- en leefmilieu
6
Enfin, het windpark kwam er en werd in 2019 geopend. Direct na de inbedrijfstelling kwamen de eerste klachten over geluidsoverlast al binnen en dat liep op tot 950 klachten in het eerste jaar. De klachten zijn samen te vatten onder: ernstige geluidshinder, stress en slaapgebrek. Dit zijn gezondheidseffecten waar TNO al in 2008, RIVM in 2009, vele publicaties sindsdien wereldwijd, en Jan de Laat in 2020 voor waarschuwen. Van de twaalf gezinnen die het dichtst bij het windpark wonen zijn er zes in het eerste jaar verhuisd. De initiatiefnemer heeft zijn huis moeten isoleren tegen het lawaai. De getuigenissen van de omwonenden tijdens inspraaksessies zijn schrijnend (link). In reactie op alle klachten heeft de omgevingsdienst een controlemeting uitgevoerd en concludeert dat het windpark voldoet aan de wettelijke normen (link). De omwonenden staan machteloos, het bevoegd gezag en ook de Raad van State 2 geven niet thuis en verwijzen naar het RIVM. Na alle commotie en persaandacht zijn politici intussen zelf een kijkje komen nemen en geven toe dat dit nooit had gemogen gebeuren (link). Tegenwoordig is Spui niet alleen een windpark, maar ook een attractiepark waar raads- en statenleden rondleidingen kunnen krijgen van bewoners om met eigen ogen te kunnen zien hoe het NIET moet (link).
Provinciale oppositiepartijen SP en Denk, maar ook coalitiepartners GroenLinks en Christenunie/SGP zijn inmiddels tot inkeer gekomen en willen de huidige normen aanscherpen (link). Gedeputeerde Potjer is verzocht om de 10H vuistregel te onderzoeken, die in Beieren en Polen is ingesteld. De afstand tot woningen zou minimaal 10 x de tiphoogte van een windturbine moeten zijn. Voor een windturbine van 200 meter hoog is dat 2 kilometer in plaats van de huidige 600 meter bij windpark Spui. Windpark Spui is helaas niet uniek in Nederland en het gevolg van een zoektocht naar windenergie potentieel op land, waarbij de geluidsnorm te ver is opgerekt met gezondheidsschade voor de omwonenden tot gevolg. NEE zeggen wordt niet gehoord, een gang naar de rechter vruchteloos, maar de hinder en gezondheidsschade is evident. De burger verkeert in een uiterst kwetsbare en onzekere rechtspositie.
2
https://www.raadvanstate.nl/@5905/201607636-1-r6/
7
Bijlage 2. Onderbouwing van de stellingen 1. De huidige geluidsnorm is een verruiming van de oude norm die gold vóór 2011. Voor 2011 vielen windturbines onder de regels voor industrielawaai en was het omgevingsgeluid leidend voor het bepalen van de maximale geluidsdruk. Voor industriële gebieden en drukke woonwijken was een nachtelijke grenswaarde van 40dB van toepassing. Maar in landelijke gebieden is het stiller en gold een lagere nachtelijke grenswaarde van 30 of 35 dB(A). Sinds 2011 is er één landelijke norm van 47dB Lden en 41dB Lnight3. In antwoord op Kamervragen verklaarde de minister van VROM in 2009: Centraal staat daarin een gebiedsafhankelijke normering, die voor stil landelijkgebied een nacht-LA,RT van 30 dB(A)is en voor landelijk gebied met agrarische activiteiten 35 dB(A). Het is niet eenvoudig om deze normen om te rekenen naar Lden, omdat het in dit geval nog sterker afhangt van de aannames bij de LA,RT berekening; echter veelal zal dit lager dan 47 Lden zijn. Het bevoegd gezag kan echter van dit advies afwijken. De indruk bestaat dat dit in de huidige uitvoeringspolitiek voor windturbines op vrij ruime schaal gebeurt waarbij dan veelal de norm van het Activiteitenbesluit (auteur: 40dB) wordt gehanteerd.
Vooral voor landelijke gebieden was de nieuwe norm dus een verslechtering en dat is duidelijk zichtbaar aan de hand van de geluidskaarten uit de MER van windpark Noordoostpolder bij Urk4. Zie hiernaast in figuur 1 de geluidskaarten uit deze MER waarin de geluidscontouren van de maximale variant (8x Enercon E-126) bij de Zuidermeerdijk zijn ingetekend. In deze kaart zijn de geluidscontouren van drie verschillende normen ingetekend. De buitenste twee contouren betreffen de grenswaarde van 35dB(A) (bauw) en 40db(A) (groen) norm onder de oude regeling. Het binnenste blauwe contour betreft de huidige 47dB Lden norm. Bij dezelfde windturbineopstelling met dezelfde geluidsemissie is het geluidsoppervlakte waarbinnen de norm wordt overschreden dus kleiner. In 2010 schreef minister Huizinga-Heringa aan de Tweede Kamer: “Gezien deze constateringen wil ik nogmaals benadrukken dat de norm op basis van Lden beslist geen versoepeling is van de thans in het Activiteitenbesluit vastgelegde normen”5. In 2015 herhaalt minister Schultz deze boodschap 6. En ook in Figuur 1 Geluidskaart Noordoostpolder met 2020 ontkent de minister Van Nieuwenhuizen dat er daarin zichtbaar de verruiming van de geluidsnorm. een verruiming heeft plaatsgevonden7. De verruiming van de norm is onmiskenbaar, vooral voor de landelijke gebieden .
3 voor de technici: de vergelijking met 41dB Lnight is zinloos, 47 dB Lden komt immers overeen met 40,6dB Lnight en is dus iets
strenger. Over deze normen verderop meer. 4 2352-002mer_deel7.pdf (commissiemer.nl) pagina 466 en 481 5 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31209-124.html 6 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33612-61.pdf 7 Beantwoording Kamervragen over de aanhoudende klachten rond laagfrequent geluid bij windturbines antwoord 6 en 7
8
2. De huidige geluidsnorm is het resultaat van een belangenafweging tussen windenergiepotentieel en gezondheid, die is doorgeslagen naar energiebelangen In 2009 gold wellicht een maatschappelijk logica om de normen aan te passen om zo windenergie op land mogelijk te maken. Toen was wind-op-land tot 3 keer goedkoper dan wind-op-zee. Nu is wind-op-zee goedkoper en is het tijd de normen te herzien (zie wind-op-zee position paper van Windalarm). In 2020 ontkent de minister dat er überhaupt een belangenafweging en dus ook geen verruiming heeft plaatsgevonden. Zie ook het antwoord op Kamervragen van Beckerman en Van Gerven van 30 oktober 20207. Dit is niet correct. De belangenafweging wordt toegelicht in een RIVM advies uit 2009 en op een congres in 2013 door een medewerker van het Ministerie van IenW . De belangenafweging toegelicht door het RIVM in 2009 Uit het rapport’ Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid’ van het RIVM uit 20098 wordt duidelijk dat de norm op basis van een belangenafweging tot stand is gekomen.
Figuur 2 De afweging tussen geluidsnorm en aantal GW windenergie in het RIVM rapport
In paragraaf 3.2 wordt de belangenafweging uitgebreid toegelicht door het RIVM: ‘Van de 27% beschikbare ruimte blijft bij een geluidnorm van 40 dB nog slechts 3% land over. Bij een ruimere norm van 50 dB is dit 16%. (...) Omdat per vierkante kilometer zo’n 10 MW elektrisch vermogen kan worden opgesteld, komt de beschikbare ruimte overeen met 7 MW bij 40 dB respectievelijk 50 MW bij 50 dB. De belangenafweging toegelicht door ministerie van IenW in 2013 In februari 2013 wordt een bijeenkomst over windturbinegeluid georganiseerd door de Nederlandse Stichting Geluidshinder. Op deze bijeenkomst bevestigt een medewerker van het Ministerie van IenW de belangenafweging tussen gezondheid en windenergie potentieel. Hierbij wordt dezelfde tabel aangehaald als in het RIVM rapport, maar ditmaal met de grenswaarden erbij vermeld. Uit deze grenswaarden wordt duidelijk dat ook IenW weet dat de 35dB norm die gold voor landelijke gebieden ongeveer overeenkomt met 40dB Lden. In de onderbouwing van de volgende stelling zal blijken dat het RIVM dan ook 40dB Lden heeft geadviseerd als norm.
8 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680300007.pdf
9
Figuur 3 Slide 13 van de IenW presentatie
Figuur 4 Slide 5 van de IenW presentatie
En tot slot wordt op de laatste slide van de presentatie nog expliciet vermeld dat de normering in de eerste plaats een belangenafweging is. Uit bovenstaande blijkt dat het standpunt van de minister onhoudbaar is. De geluidsnorm is op basis van een belangenafweging tussen wind-op-land en gezondheid tot stand gekomen.
3. Het RIVM adviseerde in 2009 een strengere geluidsnorm vanwege voorziene gezondheidseffecten In 2009 brengt het RIVM de “Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid 9” uit, waarin de overgang naar de nieuwe norm wordt behandeld. Hierin concluderen de auteurs het volgende: -
Een richtwaarde van ongeveer Lden 40 dB voor windturbines is wat hinderbeleving betreft vergelijkbaar met de richtwaarden bij wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai. Een grenswaarde van ongeveer 48 dB is wat hinderbeleving betreft vergelijkbaar met de grenswaarden bij weg- en railverkeerslawaai.
-
Indien nieuwe windturbines voldoen aan deze richtwaarde zal verdere toename van hindereffecten in de toekomst tot een minimum worden beperkt. Met betrekking tot het potentieel aan duurzame energie is er ongeveer 700 km2 aan plaatsingsruimte beschikbaar zonder dat deze richtwaarde hoeft te worden overschreden. Dit komt neer op ongeveer 7 GW.
-
Bij keuze voor een grenswaarde van 45 dB ontstaat meer ruimte voor toekomstige ontwikkeling van windturbines op land: 2500 km2, hetgeen een potentieel van 25 GW biedt. Een toename van de geluidhinder kan daarbij niet worden uitgesloten.
-
Een grenswaarde boven 45 dB zal leiden tot toenemende hinderbeleving bij omwonenden van nieuwe windturbineparken. Bij een geluidbelasting van 50 dB zal in 15% van de gevallen binnenshuis en in 30% van de gevallen buitenshuis sprake zijn van ernstige hinder. Bij dit niveau zijn effecten niet tijdelijk van aard, maar voortdurend aanwezig. In de nachtperiode is de kans op slaapverstoring daarbij reëel.
Het RIVM waarschuwde in 2009 al voor toenemende hinder bij de huidige norm en adviseerde een veel lagere richtwaarde van 40db Lden én een lagere maximale norm van 45dB Lden!
9 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/680300007.pdf
10
4. TNO voorzag in 2008 al ernstige hinder en slaapverstoring bij de huidige geluidsnorm In 2008 heeft TNO het onderzoeksrapport ‘Hinder door Geluid van Windturbines’10 gepubliceerd. In dit rapport doet het TNO de volgende constateringen met betrekking tot hinder en slaapverstoring: Slaapverstoring Bij een Lnight van 41dB zal volgens het TNO meer dan 20% van de omwonenden (dit percentage betreft de omwonenden in een straal van ongeveer 450-600 meter) met slaapverstoring te maken krijgen: “Vervolgens is een model opgesteld voor de relatie tussen Lnight en slaapverstoring, waarbij alleen respondenten die geen financieel profijt hebben van windturbines betrokken zijn bij de analyse. In deze groep bleek het verband tussen Lnight en slaapverstoring wel significant, ook na correctie voor bovengenoemde persoonskenmerken. De bijbehorende curve is weergegeven in Figuur 6. Bij het interpreteren van deze relatie moet echter voorzichtigheid betracht worden, aangezien belangrijke andere mogelijke determinanten van slaapverstoring, waaronder persoonskenmerken en geluidbelasting door andere bronnen, niet in het model opgenomen zijn.” Het is van belang om op te merken dat ‘respondenten met profijt’ in de vragenlijst hebben aangekruist (mede)eigenaar te zijn een windturbine. Profijt wordt hier door TNO verward met (mede)eigenaarschap. Dat zijn echter twee verschillende zaken.
Verder dient te worden opgemerkt dat het zelf-gerapporteerde slaapverstoring betreft. Denk aan een fabriekseigenaar van een lawaaiige fabriek, waarvan de eigenaar zelf niet snel zal zeggen slaapproblemen te ervaren als gevolg van het geluid, of eventuele slaapproblemen zal relateren aan de geluidsvervuiling. Het is dan ook de vraag of profijt in de vorm van een speeltuin, crossbaan of gebiedsfonds de slaapverstoring bij omwonenden kan wegnemen. Gehinderden bij 47dB Lden - Gehinderden binnenshuis - Gehinderden buitenshuis - Ernstig gehinderden binnenshuis - Ernstig gehinderden buitenshuis
: : : :
17% 34% 8% 19%
Kamerleden Jansen en Zijlstra hebben de minister in 2009 gewezen op dit rapport en Kamervragen11 gesteld. In een weblog12 (zie hier in Google cache, aangezien het artikel kort geleden is verwijderd) blijkt Paulus Jansen een voortuitziende blik te hebben en schrijft: “Minister Cramer vindt het geen probleem als een grote groep mensen uit hun slaap gehouden worden door windmolens. Volgens een onderzoek van TNO zal bij haar nieuwe geluidsnorm 9% van de omwonenden ernstige hinder ondervinden. Klaarblijkelijk beschouwt de minister dit als ‘collateral damage’ van haar beleid om wind op land te promoten. Dit blijkt uit de antwoorden van de minister op de vragen
10 https://publications.tno.nl/publication/34627549/3O8U8q/2008-D-R1051.pdf 11 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20082009-3578.pdf 12 weblog Paulus Jansen (Google cache) (kort geleden verwijderd, maar nog wel beschikbaar via Google cache)
11
die ik samen met mijn collega Halbe Zijlstra aan haar stelde. Minstens zo verontrustend vind ik dat de minister geen enkele reden ziet om actie te ondernemen om de veiligheidsnormen rond windmolens aan te scherpen, nu blijkt dat er met regelmaat wieken of zelfs hele gondels afbreken. Ik vind de reactie van de minister onder de maat en zal daarom bij een komend debat over windenergie zeker op de zaak terugkomen en zo nodig een motie aan de Kamer voorleggen. Juist als je windenergie wil bevorderen is de opstelling van de minister oliedom. Hij tast het draagvlak onder de bevolking aan, waardoor het verzet tegen een molen in je achtertuin alleen maar zal toenemen. Niet sjoemelen met geluids- en veiligheidsnormen dus.” Het TNO concludeerde in 2008 al dat een aanzienlijk deel van de omwonenden last zou krijgen van windturbines. De minister is hier expliciet op gewezen en sloeg de waarschuwingen in de wind. De overlast werd schijnbaar door IenM als collateral damage gezien. Een vergissing die het leven van vele burgers letterlijk heeft verziekt en desastreus is voor het draagvlak voor de energietransitie.
5. De Nederlandse geluidsnorm behoort tot de slechtste van Europa Hoe pakt de Nederlandse norm uit vergeleken met andere Europese normen? Het ministerie van IenW en de windturbinesector beweren stelselmatig dat ze inhoudelijk weinig van elkaar verschillen. Maar deze bewering is niet gebaseerd op feiten. Het is ook niet zondermeer mogelijk om Nederland te vergelijken met andere landen, omdat Nederland, naast Noorwegen, als enige Europees land met de Lden norm werkt voor windturbines. Maar als je de getallen gewoon naast elkaar legt, doet Nederland het slechter dan Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Vlaanderen, Zweden en tal van andere niet-Europese landen, zoals ook Arcadis heeft uitgewerkt in 201413. Een studie van Nieuwenhuizen en Köhl (International EuroNoise 2015 Conference 14) maakt aan iedere twijfel een eind; Nederland heeft de soepelste geluidsnorm van Europa. Nieuwenhuizen en Köhl berekenden hoever een bepaalde voorbeeldturbine van woningen verwijderd moet blijven volgens de normen die in Denemarken, Duitsland, Vlaanderen, Wallonië en in Nederland gelden. De resultaten laten zien dat een park van vijf van deze voorbeeldturbines op de volgende afstanden staan van woonhuizen: -
Nederland op 400 meter, Wallonië is dat 800 meter, Vlaanderen 875 meter, Duitsland ruim 900 meter, Denemarken 1050 meter.
Buiten Nederland zijn de normen wel onderling te vergelijken omdat men daar geen gemiddelde eenheid Lden gebruikt maar een gewoon rechtstreeks meetbare eenheid. In Zweden, Groot-Brittannië, Zwitserland en Tsjechië hanteert men ongeveer dezelfde of lagere normen als in de landen van het artikel van Nieuwenhuizen en Köhl. Voor alle genoemde landen geldt dus dat windturbines minstens tweemaal zover van woningen verwijderd moeten blijven als in Nederland. In Beieren heeft de federale overheid in 2016 al bepaald dat de minimale afstand tussen turbines en bewoning minstens tienmaal de tiphoogte van een windturbine moet bedragen. Ook Polen en Finland
13 http://www.ewea.org/events/workshops/wp-content/uploads/2014/12/Tech14b2-1-Koppen.pdf pagina 9 14 https://www.conforg.fr/euronoise2015/proceedings/data/articles/000575.pdf
12
respecteren die norm. Bij een turbine van 200 m hoogte moet er dus een afstand van 2 km gerespecteerd worden. In Frankrijk adviseert de Académie nationale de médecine in Parijs een minimumafstand van 1500 meter om de gezondheidsrisico’s voor de omwonenden tot op een aanvaardbaar niveau te houden.
Figuur. afstandsnormen voor Duitse deelstaten Bron: Fachagentur-Windenergie15
Volgens het ministerie komt de Nederlandse norm nagenoeg overeen met de buitenlandse normen. Maar Nieuwenhuizen en Köhl tonen echter aan dat onze norm minstens tweemaal zo soepel is als elders in Europa.
6. Windturbinegeluid is drie keer hinderlijker dan wegverkeer bij eenzelfde volume De geluidshinder van windturbines wordt vaak vergeleken met andere geluidsbronnen, zoals wegverkeer. Er wordt dan gesteld dat het percentage gehinderden even groot is bij de maximale geluidswaarden. Dit is een misleidende vergelijking. De minister over de vergelijking met wegverkeer In de toelichting bij de wijziging milieuregels windturbines stelt de minister: “Uit een vergelijking van een normwaarde van 47 dB Lden met de dosis-effect relatie blijkt dat bij deze waarde circa 9% ernstige hinder mag worden verwacht. Een dergelijk niveau van ernstige hinder is goed vergelijkbaar met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd.” Deze toelichting is dankbaar opgepakt door de windlobby en heeft ertoe geleid dat mensen denken dat de geluidshinder vergelijkbaar is. Dat is niet het geval en dat blijkt uit onderstaande grafiek van TNO.
15 In Duitsland gelden normen per deelstaat, over het algemeen rond de kilometer afstand. Zie ook: https://www.fachagentur-
windenergie.de/fileadmin/files/PlanungGenehmigung/FA_Wind_Abstandsempfehlungen_Laender_10-2017.pdf
13
•
Bij de maximale waarde voor wegverkeer van (destijds) 58dB Lden zou er 9% van de omwonenden ernstig gehinderd worden door het weggeluid. Bij eenzelfde volume van windturbines wordt ongeveer 45% ernstig gehinderd door het windturbinegeluid!
•
Bij een maximale waarde voor railverkeer van (destijds) 68dB Lden zou 10% van de omwonenden ernstig gehinderd worden door het treingeluid. Dit tegenover ~100% van de omwonenden van windturbines bij eenzelfde geluidsdruk van windturbines (de grafiek loopt zelfs uit de kaart bij deze geluidsbelasting)!
•
Bij wegverkeer en railverkeer bij een geluidsbelasting van 47db Lden (de norm voor windturbines) wordt ongeveer 2-3% van de omwonenden ernstig gehinderd, tegenover 9% door windturbines!
Windturbinegeluid is bij vergelijkbare geluidsbelasting minimaal 3 keer hinderlijker dan wegverkeer en railverkeer!
14
7. De Lden / Lnight methodiek is ongeschikt en niet bedoeld voor windturbines Overal ter wereld wordt het geluid van windturbines rechtstreeks bij de woningen van omwonenden gemeten om te controleren of ze aan de norm voldoen. In Nederland kan dat niet meer, want alleen bij ons geldt een jaargemiddelde waarde als norm (47 dB Lden / 41 dB Lnight). Hierdoor valt in principe iedere belasting binnen de norm, want periodes met teveel lawaai worden gecompenseerd met periodes waarin de turbines weinig of geen lawaai maken. Dat draagt er vermoedelijk toe bij dat mensen wanhopig van het geluid, en eerder ziek (zullen) worden van windturbines hier in Nederland dan elders.
Lden • Een gewogen jaargemiddeld geluidsniveau op een bepaalde locatie. • Het geluidsniveau wordt gemiddeld over de dag-, avond- en nachtperiode bepaald waarbij voor de avond en nacht respectievelijk +5 en +10 dB (decibel) bij de gemiddeldes worden opgeteld. De stillere periodes tellen daarmee zwaarder mee in het gemiddelde. • Dagperiode: 07:00-19:00; avond: 19:00-23:00 en nacht: 23:00-07:00 • Het gewogen gemiddelde windturbinegeluid mag niet hoger zijn dan 47 dB(A), gemeten op de gevel van de woning. Lnight • Een gewogen jaargemiddeld geluidsniveau op een bepaalde locatie gedurende de nachtperiode (23:0007:00). • Het gewogen gemiddelde windturbinegeluid in de nacht mag niet hoger zijn dan 41 dB(A), gemeten op de gevel van de woning. Bron: RVO16
In de Europese Richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai 17 wordt de norm Lden en Lnight uitgewerkt. De norm is ontwikkeld als hulpmiddel om geluidbelasting en -hinder in kaart te kunnen brengen en terug te dringen. Omdat de inventarisatie op Europese schaal plaats vindt is het handig als alle landen dezelfde eenheid gebruiken, maar deze normen zijn niet bedoeld voor vergunningverlening en handhaving van windturbines. Het neerleggen van Lden / Lnight in een vergunningvoorschrift is dan ook onjuist. Het is niet ontwikkeld, niet bedoeld en niet geschikt voor de bewaking van momentane geluidbronnen met een impulskarakter. De Richtlijn adviseert daarom ook in de Bijlage om voor bepaalde bronnen aanvullende belastingsindicatoren en bijbehorende grenswaarden te gebruiken indien (onder andere): • • • •
beschouwde geluidsbron slechts in werking is gedurende een beperkt deel van de tijd de lagefrequentiecomponent van het lawaai sterk is; relatief stille zones op het platteland; het geluid heeft een impulskarakter18.
16 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/05/Factsheet%20Geluid.PDF 17 https://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2002:189:0012:0025:NL:PDF 18 Rapport Cauberg-Huygen (2011)
Paragraaf 4.5 pagina 28
15
8.
Het jaargemiddelde Lden / Lnight leidt tot periodieke overschrijdingen en overlast Stel voor dat u naast een nachtclub woont. Elke vrijdag en zaterdag doet u geen oog dicht. Als u bij de gemeente klaagt beweert deze dat er geen probleem is, want gemiddeld voldoet de nachtclub aan de norm. Een windturbine kan worden beschouwd als een momentane geluidsbron en een norm die uitgaat van jaargemiddelden is hiervoor niet geschikt. Immers in perioden van veel wind, die soms weken kunnen duren wordt de norm overschreden. Vergelijk met wonen naast een festival terrein waar harde muziek vandaan komt. Gemiddeld over een jaar bezien valt de herrie mee, maar tijdens de festivalweken wordt geen oog dicht gedaan. Er zijn langdurige metingen nodig om te zien hoe de huidige norm uitpakt in vergelijking met de oude grenswaarden. Er bestaat één langdurige meetserie van zuiver windturbinegeluid, die van Frits van den Berg in de Hoofdplaatpolder in Zeeuws-Vlaanderen. Onderstaande figuur toont praktijkmetingen van de nachtelijke geluidsbelasting van windpark Hoofdplaatpolder, Zeeuws-Vlaanderen. De metingen zijn omgerekend voor een locatie kort achter de meet-mast, waar Lnight precies 41 dB bedraagt.