Concept Uitnodigingskader Zon en Wind.pdf
Tekst van het document
T P E
C N CO
-
Uitnodigingskader zon en wind | Leusden
Samenvatting De gemeente Leusden wil zijn verantwoordelijkheid nemen in het aanpakken van het klimaatprobleem. Daarom heeft de gemeente de ambitie om energieneutraal te worden. Dat wil zeggen dat we dan jaarrond net zoveel energie in de gemeente duurzaam opwekken als we gebruiken. Dat doel willen we in 2040 bereiken. In 2030 willen we halverwege zijn. Dat is in lijn met de (inter)nationale klimaatdoelstelling om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten. Om die doelen te halen zetten we in op zowel energie besparen als het opwekken van energie. De prioriteit ligt daarbij in het bebouwd gebied. Hier worden dan ook al volop acties op ingezet. Als we onze doelen voor besparen en opwekken in bebouwd gebied realiseren, blijft er echter een restant aan energiebehoefte over. Daarvoor zullen we buiten de bebouwde kom zonneenergie moeten opwekken op gebouwen en bij de snelweg, aangrenzend aan de kernen en (agrarische) bebouwing en in het buitengebied. Hoe we dat gaan doen, daarover gaat het uitnodigingskader. In het uitnodigingskader staat welke vorm van duurzame opwek, waar, onder welke voorwaarden buiten de bebouwde kom mogelijk wordt.
2
Laatst gewijzigd: 10/11/2021 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
De opgave voor opwek van duurzame energie Om in 2030 halverwege de doelstelling te zijn om energieneutraal te worden moeten we volgens de huidige berekeningen 516 Terrajoule aan energie opwekken met hernieuwbare energiebronnen. Voor de korte termijn zoeken we locaties voor windmolens en zonnepanelen. Op langere termijn hopen we op nieuwere en betere technieken en methodes om energie op te wekken. In dit uitnodigingskader zetten we een eerste stap om het doel voor 2030 te kunnen halen.
Deze eerste stap betreft de opgave voor de komende twee jaar. Daarvoor stellen we ruimte voor maximaal 20 hectare aan zonne-energie. Omdat de mogelijkheden voor windmolens zeer beperkt zijn, onderzoeken we alleen een locatie langs de A28 en de mogelijkheid voor kleine windmolens op agrarische erven. Betrokkenheid van inwoners De energietransitie kan de gemeente niet alleen realiseren. De inbreng van en samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners is hiervoor cruciaal. Ook zijn er moeilijke keuzes nodig. Keuzes waarvan we willen dat die begrepen en zoveel mogelijk geaccepteerd worden. Daarom is de betrokkenheid van inwoners bij het opstellen van het uitnodigingskader voor de gemeente heel belangrijk. Uit het participatietraject blijkt dat veel inwoners de energietransitie belangrijk vinden. Tegelijkertijd maken ze zich zorgen over de impact van die energietransitie op de kwaliteit van het landelijk gebied. Veel inwoners vinden dat de gemeente eerst volop moet inzetten op het halen van de doelen in het bebouwd gebied. Ook heeft men een voorkeur uitgesproken voor minder kwetsbare locaties buiten de bebouwde kom. Bovendien hebben inwoners veel input geleverd om voorwaarden te kunnen stellen aan de inrichting van zonnevelden. Dat is vertaald in de opzet van de zonneladder, het stellen van een maximale omvang van zonnevelden en het opstellen van voorwaarden.
De Zonneladder Om tot een goede afweging van locaties te komen hebben we de zonneladder opgesteld. De zonneladder bestaat uit verschillende treden, waarbij locaties op de bovenste trede de grootste voorkeur hebben en op de onderste de minste. Door voor de eerste periode te streven naar 15 hectare op minder kwetsbare locaties
(daken, parkeerterreinen, langs de snelweg en de randen van bedrijventerreinen) en maximaal 5 hectare in het buitengebied hoopt de gemeente snelheid te houden in de energietransitie maar wel met behoud van de kwaliteit van het buitengebied. Omvang van zonnevelden We kiezen voor een combinatie van kleinschalige en middelgrote velden. Kleinschalige velden geven de mogelijkheid om functies te koppelen en ook een combinatie te vinden met projecten voor zon op dak en op het bouwblok van (agrarische) bedrijven. De combinatie van zon op dak (van bedrijfsgebouwen), op het bouwblok en direct aansluitend op de erven wordt hiermee gestimuleerd. Tegelijk vinden we dat middelgrote velden (tussen 3 en 10 hectare groot) in bepaalde gebieden en onder voorwaarden goed inpasbaar zijn. Door het realiseren van bijvoorbeeld houtwallen en singels kunnen deze velden op lange termijn bijdragen aan een schaalverkleining van het landschap. We stellen eisen aan en hanteren beoordelingscriteria voor de inrichting van zonnevelden We kiezen voor kwaliteit. We willen dat er zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan en dat ook na de beëindiging van het zonneveld er een goede functie kan worden uitgeoefend, of dat nu landbouw is of natuur.
Daarom stellen we eisen en hanteren we beoordelingscriteria ten aanzien van onder andere de landschappelijke inpassing, de bodemkwaliteit, de hoogte en de mogelijkheid voor dubbelgebruik. De eisen zijn bij elk zonneveld verplicht. Van de beoordelingscriteria moet de initiatiefnemer aantonen in welke mate hij daaraan tegemoet kan komen en beargumenteren als dit niet kan.
Inhoudsopgave 1
1.1 1.2 1.3
2 4
Inleiding
7
Wat is het doel en de functie van een uitnodigingskader?
9
Het proces: wie hebben we gesproken (tijdlijn)
10
Wat is er in de verschillende processtappen ingebracht en hoe is dit vertaald in het vervolg? 12
Opgave
19
2.1
Opgave
19
2.2
Verbruik
19
2.3
Welke opgave ligt er nog open?
24
2.4 Hoe gaan we om met kleinschalige initiatieven?
25
3
Waarde/kwaliteiten Leusden
buitengebied
van 27
3.1
Thematische omgevingskwaliteiten
27
3.2
Omgevingskwaliteiten per deelgebied (deelgebieden van Leusden)
30
4
41
7
7.1
Inleiding, achtergrond en opgave voor wind 67
Windenergie
67
4.2 Ja, graag
42
7.2
Onderzoek naar windmolens langs de A28
67
4.3
Ja, mits
46
7.3
Onderzoek naar mogelijkheden erfmolens en verruimen van maximale hoogte
68
4.4 Nee, tenzij
50
4.5
Nee, nooit
51
Vervolg
71
Omvang van zonnevelden
53
4.1
5
Zonneladder
Principe van de Zonneladder
41
5.1
Hoe werkt het aansluiten van een zonneveld op het energienetwerk? 54
5.2
De omvang van een veld voor de opwek van zonne-energie 56
6
Inrichting, inpassing van en (financiële) participatie in een zonneveld 59
6.1
Hoe ziet een zonneveld eruit?
60
6.2 Hoe werkt het als een initiatief binnenkomt? 62 6.3
Eisen
62
6.4 Beoordelingscriteria
64
6.5
65
Evaluatie
8
5
6
1 Inleiding Voor u ligt het uitnodigingskader voor de opwek van zonne-energie en windenergie van de gemeente Leusden. Het uitnodigingskader is allereerst een uitnodiging aan inwoners, ondernemers en organisaties om met initiatieven te komen voor de duurzame opwek van energie. Daarnaast is het een set aan voorwaarden die gelden voor het aanleggen van een zonneveld. Een zonneveld of windmolen kan niet overal en op elke manier worden opgericht. De gemeente wil dat de inpassing zorgvuldig gebeurt en wil ook gebieden uitsluiten. In het uitnodigingskader staat welke vorm van duurzame opwek, waar, onder welke voorwaarden buiten de bebouwde kom mogelijk wordt. Niet alleen voor initiatiefnemers wordt hiermee dus duidelijk op welke manier een windmolen of een zonneveld kan worden gerealiseerd, maar ook voor inwoners. Het opstellen van het uitnodigingskader was niet eenvoudig. De gemeenteraad heeft de ambitie uitgesproken om energieneutraal te willen worden in het jaar 2040. In de routekaart die de gemeenteraad in maart 2021 heeft vastgesteld geeft de raad aan dat voor de komende jaren gezocht moet worden naar locaties voor de opwek van zonne-energie en/ of windenergie. Tegelijkertijd hecht de gemeente aan de kwaliteit van het landschap en werkt ze met diverse partners al jaren aan het versterken van die kwaliteit.
Daarnaast worden er ruimteclaims op het buitengebied gedaan voor woningbouw, natuur en recreatie die ten koste gaan van de grond die boeren
hard nodig zeggen te hebben voor een duurzame en toekomstbestendige manier van landbouw bedrijven. Hoe passen we zonnevelden en windmolens zodanig in het landschap in, dat de kwaliteit overeind blijft en er ook nog voldoende gronden over blijven voor landbouw en natuurontwikkeling? Deze vragen stonden ook centraal bij een groot deel van de inbreng, die inwoners hebben geleverd. Veel inwoners vinden dat de gemeente moet bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering en het realiseren van een duurzame wereld. Dat bleek o.a. uit de eerste enquête die de gemeente over dit thema in de zomer van 2020 heeft uitgezet. Tegelijk zijn veel inwoners heel betrokken bij de kwaliteiten en (bestaande) functies in het buitengebied. Voor veel inwoners is dit dan ook een ingewikkeld dilemma. Wél willen bijdragen, maar tegelijkertijd vindt men veel gebieden binnen de gemeente ongeschikt om energie op te wekken. De opwek van energie in de bebouwde omgeving kent veel draagvlak. Voor de duurzame opwek van energie in het buitengebied zijn de meningen zeer wisselend en er is een groep die zeer uitgesproken tegenstander is van de opwek van energie door zonnepanelen in -velden en door windenergie. Ook vindt een deel van de inwoners dat de energietransitie op een ander schaalniveau moet worden opgelost. Zij zien meer in andere oplossingen of vinden dat b.v.
het Rijk locaties moet zoeken die minder kwetsbaar zijn.
7
Met deze inbreng hebben we gezocht naar een goede afweging van al die belangen waarbij de gemeentelijke klimaat en energiedoelen haalbaar blijven.
8
Zo is de zoektocht naar mogelijke locaties voor windenergie beperkt tot een klein gebied langs de A28, ten noorden van de Leusderheide. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor kleinere windturbines bij agrarische bedrijven. Een belangrijke stap, die tijdens het participatietraject is gezet is om niet nu al ruimte te geven voor het totaal aan zonnevelden dat we, met de kennis van nu, denken in 2030 nodig te hebben. We gaan een eerste stap zetten door in de komende twee jaar vooral in te zetten op locaties, die het minst invloed hebben op de kwaliteit van het landschap of het functioneren van de agrarische sector. Na die twee jaar evalueren we de voortgang en stellen we onze doelen zo nodig bij. Ook hebben we veel gesprekken gevoerd om met inwoners na te gaan hoe we de energietransitie in bebouwd bebouwd gebied kunnen versterken en versnellen. We hebben nog een hele weg te gaan, maar we zetten er maximaal op in om met onze inspanningen in bebouwd gebied en dit uitnodigingskader een aantal belangrijke stappen te zetten naar onze bijdrage aan een meer duurzame wereld. Leeswijzer In dit hoofdstuk vindt u meer informatie over het doel en het doorlopen proces van dit uitnodigingskader. In hoofdstuk 2 staat de ‘opgave’ voor de gemeente Leusden centraal.
Hoeveel energie moeten we opwekken om in 2040 energieneutraal te kunnen zijn, en hoeveel om in 2030 halverwege dit doel te zijn? Energieneutraal wil zeggen, dat we jaarrond in Leusden evenveel energie duurzaam opwekken, als we
gebruiken. Ook beschrijven we onze inspanningen om dit zoveel als mogelijk in bebouwd gebied te realiseren. In hoofdstuk 3 geven we een korte beschrijving van de kwaliteiten van ons buitengebied. De hoofdstukken 4 tot en met 6 gaan over de opwek van zonne-energie. In hoofdstuk 4 staat de zonneladder beschreven, die een antwoord geeft op hoeveel ruimte voor zonnepanelen we willen geven en op welke locaties. Hoofdstuk 5 gaat over de omvang van zonnevelden. Hoofdstuk 6 beschrijft de voorwaarden waaraan onder andere de inrichting en opzet van een zonneveld moet voldoen. In hoofdstuk 7 gaan we in op een onderzoek naar de locatie van grote windturbines (minimaal 100 meter masthoogte) en de mogelijkheden die we onderzoeken voor de oprichting van kleinere windmolens op erven van (agrarische) bedrijven.
een zonneladder. Daarnaast heeft de gemeenteraad al van tevoren vastgelegd dat sprake moet zijn van financiële participatie door de samenleving.
1.1 Wat is het doel en de functie van een uitnodigingskader?
In het uitnodigingskader legt de gemeente vast: • Waar er ruimte zal worden geboden voor projecten om zonne-energie of windenergie op te wekken en waar niet. • Hoeveel hectare zonnepanelen in de eerste periode van twee jaar wordt nagestreefd en maximaal mag worden gerealiseerd. • Wat het oppervlak van zonnevelden mag zijn. • Aan welke voorwaarden een zonneveld moet voldoen.
Het doel van het uitnodigingskader is om de realisatie van projecten voor de opwek van zonne-energie en windenergie op een zorgvuldige manier te laten gebeuren. De gemeente is zich ervan bewust dat het buitengebied veel bijzondere kwaliteiten en waarden kent en dat deze door veel inwoners hoog worden gewaardeerd. Tegelijk weten we dat alleen het inzetten op zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven onvoldoende is. Ook als alle daken volgelegd kunnen worden komen we nog een groot deel tekort om onze klimaat en energiedoelen te halen. Opwek van energie in het buitengebied is nodig om op tijd een start te maken met het opwekken van energie en daarmee de uitstoot van CO2 al op korte termijn te verminderen. Om tot een zorgvuldige afweging van locaties te komen en projecten goed in te passen, wordt in het uitnodigingskader gebruik gemaakt van
Belangrijk om te weten is dat de gemeente niet zelf zonnevelden aanlegt. We zijn voor de energietransitie afhankelijk van initatieven van inwoners en ondernemers. We nodigen iedereen uit om met initiatieven te komen, die binnen dit uitnodigingskader passen. De eigenaar van de grond moet dus het initiatief indienen of hierbij betrokken zijn. Door de betrokkenheid van inwoners en maatschappelijke organisaties bij het opstellen van het uitnodigingskader hoopt de gemeente dat het voorgestelde kader zoveel mogelijk wordt begrepen en geaccepteerd.
In principe richt het uitnodigingskader zich op projecten op gebouwen in het buitengebied en bij de snelweg, aangrenzend aan kernen en (agrarische) bebouwing en in het buitengebied. Omdat de opwek van energie in het bebouwd gebied en landelijk gebied met elkaar samenhangen, beschrijven we wel de samenhang met alle inspanningen in het bebouwd gebied.
9
1.2 Het proces: wie hebben we gesproken (tijdlijn) De gemeenteraad heeft opdracht gegeven om het uitnodigingskader in nauwe samenspraak met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties op te stellen. We hebben daartoe het proces opgedeeld in vier stappen: 1. Analyse kwaliteiten (januari – april) 2. Zoekgebieden en koppelkansen (april – juni) 3. Varianten voor de plaatsing van zonnevelden en randvoorwaarden (juli – oktober) 4. Opstellen uitnodigingskader (oktober - november) In elke stap hebben we verschillende groepen in de lokale samenleving gesproken. Met als doel zoveel mogelijk belangen en argumenten in beeld te brengen om op een zo zorgvuldig mogelijke manier hier een afweging in te kunnen maken. 10
In de eerste stap (februari) hebben we met enkele partijen interviews gehouden om te spreken over de kwaliteiten in het landelijk gebied. Ook hebben we in deze stap de denktank opgestart die heeft meegedacht over het proces. In de tweede stap hebben we bewonersbijeenkomsten georganiseerd. Als gevolg van de coronamaatregelen vonden de bijeenkomsten digitaal plaats. In totaal hebben 110 inwoners aan deze bijeenkomsten deelgenomen. In deze stap zijn inwoners benaderd en uitgenodigd om actief een vragenlijst in te vullen. Hier hebben meer dan duizend inwoners gebruik van gemaakt. In de derde stap hebben zeven bijeenkomsten met stakeholders plaatsgevonden. Met de stakeholders, waaronder bewonersgroepen, energiecoöperaties, Tijdlijn van het proces
vertegenwoordigers van de agrarische sector, provincie, netbeheerder Stedin, grondeigenaren en belangengroepen tegen windenergie, hebben we de varianten en randvoorwaarden doordacht en aangescherpt. Als slot van de derde stap zijn we op drie manieren met inwoners in gesprek gegaan om zoveel mogelijk mensen de kans te geven hun mening en argumenten te geven over de varianten en de randvoorwaarden voor het opstellen van het uitnodigingskader: • Twee inloopbijeenkomsten, één in de Korf in Leusden en één in de Roskam in Achterveld en een debatavond over klimaatverandering en de energietransitie. • Een online enquête over ideeën om de energietransitie in bebouwd gebied te versnellen, de zonneladder, de mogelijke varianten voor de plaatsing van zonnevelden en de voorgestelde voorwaarden voor de inrichting en opzet van zonnevelden. • Straatgesprekken in de winkelgebieden en de markt en een gesprek met jongeren.
11
1.3 Wat is er in de verschillende processtappen ingebracht en hoe is dit vertaald in het vervolg?
Internetconsultatie in inrichtingsvoorwaarden)
stap
2
(locaties
en
In de internetconsultatie is gevraagd naar de mening van inwoners naar locaties, inrichtingsvoorwaarden en de wenselijkheid van lokale participatie. De belangrijkste conclusies staan hieronder.
12
Mogelijke locaties voor zonnevelden of windmolens? Deze vraag is door 1349 respondenten ingevuld. • 539 respondenten (40%) zien nergens mogelijkheden voor zonnevelden of windmolens • 810 respondenten zien wel mogelijkheden (60%). De meeste daarvan denken aan locaties langs bedrijventerreinen en de snelweg (22% van de respondenten) of plekken die geen overlast geven (23%). Welke argumenten hebben inwoners om gebieden uit te sluiten? Respondenten gaven aan, dat zij liever geen zonnevelden zien in de mooie landschappen in Leusden en gebieden met een hoge ecologische waarde. De meest genoemde argumenten om gebieden uit te willen sluiten zijn: de landschappelijke kwaliteit, het leefgebied van dieren- en plantensoorten, zicht vanuit de woningen of recreatieroutes, overlast (geluid) en het feit dat de landbouw voldoende grond kan behouden. Voorwaarden aan de realisatie van zonnevelden? Meerdere vragen gingen in op mogelijke voorwaarden die inwoners willen stellen. De meest genoemde voorwaarden zijn:
• Afstemming met de omgeving (dialoog). • Inpassing van het zonneveld. In de reacties gaven veel mensen aan dat zonnevelden omgeven moeten zijn door groen en zoveel mogelijk uit het zicht moet blijven. • Bodemkwaliteit en ecologische kwaliteit. Dat betekent dat de bodem, na het verwijderen van de zonnepanelen, geschikt moet zijn voor de toekomstige functie. In de reacties kwam terug dat een zonneveld natuurinclusief moet zijn. • Meervoudig grondgebruik. Zo zien veel inwoners graag dat zoveel mogelijk landbouwgrond behouden blijft.
Conclusies voor het uitnodigingskader • We hebben een inventarisatie gemaakt van locaties die respondenten als mogelijke locaties aangaven, dus langs bedrijventerreinen en de snelweg en gemengde zones rond de dorpen. Deze krijgen in de zonneladder de voorkeur boven gebieden, die inwoners hoog waarderen. • De argumenten om gebieden uit te sluiten en de voorwaarden die inwoners belangrijk vinden hebben ervoor gezorgd dat we de mogelijkheden voor zonnevelden in de hooggewaardeerde landschappen zo klein mogelijk houden en vol inzetten op de locaties die inwoners hebben aangegeven. Dit is vertaald in de zonneladder (zie hoofdstuk 4). Daarnaast hebben we aan de hand van deze uitkomsten een lijst opgesteld met eisen en beoordelingscriteria.
20
AP
M
021
PR
MEI
De online sessies in stap 2 (zoekgebieden en koppelkansen) In mei 2021 hebben we een tweetal online sessies georganiseerd, met in totaal 110 deelnemers (inwoners en maatschappelijke partners). Centraal stonden de vragen wat inwoners de belangrijkste kwaliteiten vinden en of en onder welke voorwaarden men zonnevelden zou willen toelaten. De uitkomsten van deze online werksessies gaven een bijzonder gevarieerd beeld. Voor elk van de vijf onderscheiden deelgebieden zijn allerlei kwaliteiten benoemd. Voor elk deelgebied waren er inwoners, die vonden dat zonnevelden niet passen en teveel ten koste gaan van de kwaliteit van het landschap. Anderzijds waren er inwoners, die vonden dat dit wel kon mits gezorgd wordt voor een goede inpassing. De belangrijkste inrichtingsvoorwaarden kwamen overeen met de resultaten uit de internetconsultatie. Voor elk gebied zijn door inwoners inrichtingsvoorwaarden benoemd, waaronder de vestiging van een zonneveld zorgvuldig zou kunnen. Naast voorwaarden ten aanzien van de landschappelijke inpassing, werden voorwaarden genoemd als financiële participatie, het instandhouden van het bodemleven en het voorkomen van vervuiling.
Conclusies voor het uitnodigingskader • De kwaliteiten die inwoners per deelgebied hebben ingebracht zijn opgenomen in de gebiedsbeschrijving (hoofdstuk 3) en de inrichtingsvoorwaarden, die we willen stellen aan een zonneveld (hoofdstuk 6) • We gaan op 1 plek onderzoek doen naar mogelijkheden om windmolens te plaatsen. Ook na de verschillende participatiemomenten, rest er nog slechts 1 gebied (langs de A28), waar onderzoek wordt gedaan (hoofdstuk 7).
Op de vraag wat inwoners de gemeente willen meegeven voor het vervolgproces zijn de volgende reacties het meest genoemd: • Veel meer inzet op het halen van resultaten in het bebouwd gebied van de gemeente. Veel inwoners ervaren dat veel daken van huizen en bedrijven nog leeg zijn. • Waken voor projectontwikkelaars en investeerders, die buiten inwoners om werken. • Veel oproepen om betrokken te blijven. • Houdt aandacht voor de gezondheid van inwoners (speelt met name bij locatiekeuze van windmolens). • Minder snel inzetten van het buitengebied om energie op te wekken. Een veelgemaakte opmerking was dat de gemeente met het uitnodigingskader te snel gaat. Veel inwoners spraken hun hoop en/ of verwachting uit dat er betere technieken zullen komen en maken zich zorgen over het mogelijke afval dat na gebruik van zonnepanelen over zal blijven. Of zoals een inwoner zei: ‘dan zitten wij met de rotzooi’. Daarnaast vond een substantieel deel van de deelnemers dat de gemeente wel ruimte moet bieden, omdat ze een bijdrage willen leveren aan de energietransitie. • De gemeente heeft na deze input besloten om voor de opgave voor opwek van duurzame energie buiten de bebouwde kom nu een eerste stap te zetten en deze na twee jaar te evalueren. Daarmee ontstaat ruimte om nieuwe en betere technieken en oplossingen op te nemen.
Dit is onderwerp van gesprek geworden met de stakeholders in september. • We nemen ‘lokaal eigendom of lokale participatie’ bij energieprojecten als harde eis op. We werken hiertoe nog een aantal mogelijkheden uit, zodat initiatiefnemers en inwoners samen kunnen kiezen wat het beste past.
13
Gesprekken met stakeholders stap 3 (varianten en randvoorwaarden) We hebben zeven bijeenkomsten met stakeholders gehouden, waaronder bewonersgroepen, energiecoöperaties, vertegenwoordigers van de agrarische sector, provincie, netbeheerder Stedin, grondeigenaren en belangengroepen tegen windenergie. Met hen hebben we de varianten en randvoorwaarden doordacht en aangescherpt. Enkele conclusies uit deze gesprekken staan hieronder.
Tempo Tegelijkertijd zijn er ook belanghebbenden die hun zorgen uitten over het klimaat en of de gemeente wel voldoende ruimte biedt voor duurzame opwek en of projecten snel genoeg gerealiseerd worden. En of er wel snel genoeg en op de juiste plek in het energienetwerk wordt geïnvesteerd. Conclusies voor het uitnodigingskader
14
Bebouwde komgebied De gesprekken met zoveel belanghebbenden hebben duidelijk gemaakt dat er een breed gedeelde behoefte is aan meer zekerheid over en zichtbaarheid van de inzet die de gemeente pleegt om een zo groot mogelijk deel van de energietransitie te realiseren binnen de bebouwde kom. Met de inzet van bestaande en nieuwe technieken. Voor besparing en opwek. Impact op buitengebied Een deel van de belanghebbenden heeft zorgen uitgesproken over de impact van een grote hoeveelheid zonnevelden op het buitengebied; de opgave is groot en het is moeilijk te overzien wat dat op de lange termijn voor het buitengebied betekent. Gaan we niet te snel als we nu te veel ruimte bieden? In meerdere gesprekken is ervoor gepleit om de opgave op te knippen in kortere periodes. Dan ontstaat meer ruimte om alternatieven een kans te geven. Ook over windmolens bestaan zorgen. De gemeente onderzoekt een locatie langs de A28, maar een deel van de stakeholders vraagt zich af of dat wel past en wat het zou betekenen voor omwonenden en de natuur.
De opmerkingen die tijdens de gesprekken zijn gemaakt hebben tot een groot aantal aanpassingen en aanvullingen geleid. Dit zijn de belangrijkste: • We hebben besloten om voor het opwekken van duurzame energie buiten de bebouwde kom nu alleen ruimte te bieden voor de eerste stap in de komende twee jaar. Ons voorstel is om de komende twee jaar maximaal 20 hectare ruimte te bieden aan zonnepanelen op gebouwen buiten de bebouwde kom en bij de snelweg, aangrenzend aan kernen en (agrarische) bebouwing en buiten de bebouwde kom. We bieden dus nog geen ruimte voor het realiseren van de totale opgave met zonnevelden die we voor 2030 hebben berekend. • We stellen voor deze 20 ha te verdelen over de verschillende treden van de zonneladder zodat we voorkomen dat een te groot deel terecht komt op de plekken die de minste voorkeur hebben. Bovendien hebben we opties voor grote zonnevelden laten vallen. We nemen alleen mogelijkheden voor kleine en middelgrote velden op. • We stellen voor om als eis op te nemen dat zonnepanelen de bodemkwaliteit niet mogen aantasten en dat ze na gebruik duurzaam verwijderd moeten worden.
2021
• We gaan een extra inspanning plegen om meer daken van agrarische bedrijfsgebouwen voor zonneenergie te kunnen benutten. We willen samen met agrariërs en Stedin een taskforce opzetten die drempels moet weghalen en voorbeeldprojecten mogelijk gaat maken. • We maken duidelijker welke deel van de opgave we in bebouwd gebied willen gaan realiseren en vragen mensen daar ook met ideeën en eigen inzet aan bij te dragen. • We gaan ons inzetten om in gesprek met de provincie de mogelijkheden voor kleine erfmolens op verantwoorde wijze en passend bij het landschap, te verruimen zodat een hogere ashoogte (is nu max 25meter) wordt toegestaan, mits een dergelijke erfmolen gecombineerd wordt met zon-op-boerendak of een klein zonneveld op de huiskavel en nodig is om de businesscase hiervoor sluitend te krijgen.
15
SEP
Inwonersparticipatie randvoorwaarden)
stap
3
(varianten
en
Zoals gezegd zijn we in oktober op drie verschillende manieren met inwoners in gesprek gegaan over windturbines en de varianten voor het toelaten van zonnevelden, de grootte van de velden en de inrichtingsvoorwaarden. Hieronder staan de belangrijkste conclusies uit elk van deze gesprekken. Inwonersavonden in de Korf (Leusden) en de Roskam (Achterveld)
16
Bij de inwonersavonden, met name in Achterveld, waren veel tegenstanders van zonnevelden aanwezig. Zij vinden dat eerst ingezet moet worden op bebouwd gebied, dat het net van Stedin op orde moet zijn en men wijst op alternatieven die er zijn of worden verwacht. Om die reden hebben weinig inwoners in deze bijeenkomst een voorkeur opgegeven voor één van de varianten. Als argumenten voor de zonneladder is ingebracht dat hiermee eerst bebouwd gebied wordt opgepakt. Argumenten tegen zijn, dat het ten nadele komt van het landschap. Anderen geven juist aan dat de ontwikkeling door de zonneladder te langzaam gaat. Maar zij waren deze avond sterk in de minderheid. Op de eisen en is een aantal aanvullingen gedaan: meer afstand tot woningen, neem een opruimplicht op (bij schade of beëindiging), borg betrokkenheid van de buurt, leg een keurmerk vast en maak geen vruchtbare grond kapot. Internetconsultatie In totaal hebben 180 mensen gebruik gemaakt van de
internetconsultatie om hun mening te geven. In de internetconsultatie van oktober stonden drie varianten opgenomen voor de omvang van zonnevelden. Variant 1 betrof kleinschalige velden, gekoppeld aan een functie (agrarisch bedrijf, natuurontwikkeling of snelweg). Variant 2 betrof middelgrote velden van minimaal 3 hectare groot, die goed ingepast en aan het zicht onttrokken zijn. Variant 3 betrof een combinatie van beiden. Voor variant 1 en 2 zijn meerdere voor- en nadelen ingevuld (zie de separate bijlage inwonersparticipatie). Veel inwoners gaven aan variant 3 het beste te vinden, omdat je dan per gebied en locatie kunt kijken wat de beste oplossing is. Ten aanzien van de zonneladder gaf een kleine meerderheid aan dat deze goed is opgesteld. Iets minder dan de helft van de respondenten gaf aan, dat zonnevelden niet wenselijk zijn of dat de zonneladder moet worden aangepast. De meeste genoemde argumenten voor aanpassing zijn: • De beoordelingscriteria moeten ook eisen worden. • Zet nog meer in op trede 1 en 2 (daken, randen van bedrijventerreinen en snelweg) of doorloop de tredes in volgorde, d.w.z. eerst de minst kwetsbare plekken. • Geef alleen ruimte op onvruchtbare gronden. Bij de inrichtingseisen is een aantal aanvullingen op de bestaande eisen gedaan: • Maak de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het opruimen bij beëindiging van de vergunningsperiode of bij schade.
• Toon aan dat de panelen veilig zijn voor mens en dier. • Geef de mogelijkheid om af te wijken van de hoogte van 1,5 meter als een dubbelfunctie wordt gerealiseerd.
20
OK
021
KT
Straatgesprekken De straatgesprekken waren vooral veel korte gesprekken met inwoners. Een deel van de inwoners gaf aan de internetconsultatie in te vullen, ongeveer 120 inwoners hebben ter plekke een reactie gegeven op 1 of enkele vragen. Uit deze gesprekken kwam naar voren, dat: • Een klein deel van de respondenten achter alle voorstellen staat en ze nodig acht voor de energietransitie. • Bijna iedereen vindt de inspanningen voor energiebesparing en opwek in bebouwd gebied heel belangrijk en vindt dat dat steviger moet worden ingezet. • Een groot deel van de respondenten vindt de locaties in trede 1 en 2 (zie hoofdstuk 4) acceptabel. • Een groot deel van de respondenten vindt dat locaties in trede 3 niet wenselijk zijn. Een deel van hen ziet ze als uiterste oplossing. • Een kleiner deel van de inwoners geeft aan dat we moeten kijken naar andere technieken (waarbij kernenergie veel werd genoemd) of de oplossing op een hoger schaalniveau moeten zoeken.
Conclusies voor het uitnodigingskader • Op basis van alle gesprekken zijn de eisen en beoordelingscriteria aangevuld. Voor de beoordelingscriteria geldt bovendien dat een initiatiefnemer in principe op alles in moet gaan. Een mindere score op het ene criterium mag gecompenseerd worden met een hogere score op het andere. De gemeente maakt de afweging of het totaalbeeld goed is (zie hoofdstuk 6). • We zetten komende jaren vol in op duurzame energie in bebouwd gebied en de minst kwetsbare delen buiten de bebouwde kom (trede 1 en 2, zie hoofdstuk 4). Daarvoor gaan we extra inspanningen doen als gemeente. • We kiezen op basis van de inbreng voor een combinatie van kleine en middelgrote velden, zodat per locatie en gebied maatwerk mogelijk is.
17
18
2 Opgave 2.1 Opgave We gebruiken met z’n allen heel veel energie, vaak ongemerkt. Om onze huizen te verwarmen, te koken en om onze apparaten en lampen stroom te geven. Die energie kwam de laatste 100 jaar uit kolen, olie en gas. Dat zorgt voor CO2-uitstoot, waardoor de aarde te veel en te snel opwarmt. Daarom moet die uitstoot omlaag. Dat is nodig om klimaatverandering te stoppen. Overstappen naar een leven met op schone energie is de volgende grote uitdaging.
Ambitie In 2040 wil Leusden energieneutraal zijn. Dit betekent dat we over 20 jaar net zoveel energie duurzaam opwekken als we gebruiken. In 2030 willen we halverwege dit doel staan. Daarmee lopen we in de pas met de internationale en nationale klimaatafspraken. Dat lijkt nog ver weg, maar de opgave is groot.
19
2.2 Verbruik Hoeveel energie gebruiken we in Leusden? We hebben berekend dat het totale jaarlijkse verbruik aan energie in Leusden op dit moment ongeveer evenveel is als wat 1.000 hectare zonnepanelen of 55 grote windmolens kunnen opwekken. Deze energie gebruiken we voor allerlei activiteiten. Het grootste deel, ongeveer 42%, gaat op aan het verwarmen van woningen en bedrijven. Een bijna even groot deel van de gebruikte energie is nodig voor onze mobiliteit (exclusief vliegen). In totaal is 18% van ons totale energieverbruik bedoeld voor elektriciteit. Het overgrote merendeel van de energie die we benutten halen we nu dus niet uit onze stopcontacten.
Elektriciteit 18%
Verwarming 42%
Mobiliteit 40%
Hoeveel energie moeten we opwekken? De grootste opgave binnen de energietransitie is het besparen van energie. Want energie die je niet nodig hebt (voor apparaten, je auto of om je huis te verwarmen) hoef je ook niet duurzaam op te wekken. Wij zetten er dan ook op in om zoveel mogelijk energie te besparen. Dat realiseren we vooral door wijk voor wijk aan de slag te gaan met het isoleren van woningen en door het elektrisch rijden te bevorderen. Samen met de effecten van allerlei andere keuzes en ontwikkelingen zetten we in op een energiebesparing van 39% in 2030 en 50% in 2040.
20
Daarnaast willen we zoveel mogelijk zonnepanelen op daken. Want, zoals een inwoner tegen ons zei, elk paneel op het dak erbij, is er een minder in de wei. De potentie van daken in Leusden is door verschillende partijen onderzocht. Op basis van deze onderzoeken (aan de hand van luchtfoto’s, gebouwgegevens etc.) gaan we ervan uit dat we 65.000 panelen op utiliteitsgebouwen kunnen realiseren. Dat is 58% van de totale beschikbare dakpotentie van utiliteitsgebouwen. Helaas kan niet de totale potentie (100%) worden benut omdat niet alle daken sterk genoeg zijn, er aansluitbeperkingen zijn en we afhankelijk zijn van de bereidheid van eigenaren om hun dak al dan niet in te zetten voor zonnepanelen. Het verschil tussen 100% en 58% dakpotentie is een oppervlakte van ca. 7,5 ha zonneveld. Daarnaast zijn we als gemeente ambitieuzer dan de standaard uitgangspunten van het model voor wat betreft zonnepanelen op woningen. We zetten er op in dat er op alle woningen in Leusden gemiddeld ruim 5 zonnepanelen worden geplaatst. Dat zijn in 2040 65.000 panelen op woningen. Samen met de utiliteitsgebouwen betekent het dat we 130.000
Restant duurzaam op te wekken 38%
Maximaal haalbaar zonnepanelen op en bij bedrijven: 65.000
Besparen 50%
Maximaal haalbaar zonnepanelen op woningen: 65.000
panelen op daken denken te kunnen halen. Op dit moment liggen er al zo’n 31.000 panelen op bedrijven en 25.000 panelen op woningen. Er is berekend hoeveel energie er met deze maatregelen in de toekomst wordt bespaard, gebruikt en hoeveel er duurzaam wordt opgewekt in bebouwd gebied. Dat is nog onvoldoende om in Leusden in 2030 de internationaal beoogde CO2-uitstoot-reductie van 49% te halen of het doel om energieneutraal te zijn in 2040. Hiervoor is de inzet nodig van het opwekken van meer duurzame energie. Op dit moment zijn hiervoor alleen zonne- en windenergie beschikbaar. Andere technieken hebben zich nog niet op voldoende grote schaal bewezen of zijn in Leusden niet (voldoende) beschikbaar (denk bijvoorbeeld aan waterkracht). Daarom zullen we vooralsnog gebruik moeten maken van zonne- en windenergie om onze doelen te kunnen halen.
Om in 2030 halverwege de doelstelling te zijn om energieneutraal te worden moeten we volgens de huidige berekenignen 516 Terrajoule aan energie opwekken met hernieuwbare energiebronnen. Dat komt overeen met de energie die je kunt opwekken met bijvoorbeeld 8 grote windmolens (met een masthoogte van 130 meter) én ruim 100 hectare aan zonnepanelen. Dit voorbeeld wil niet zeggen dat we ook daadwerkelijk zoveel zonnevelden of windmolens willen plaatsen. We zoeken nadrukkelijk naar andere manieren om energie op te wekken. In dit uitnodigingskader zetten we een eerste stap om om het doel voor 2030 te kunnen halen. Hierover in de volgende paragrafen meer. Maar eerst gaan we wat verder in op onze (gemeentelijke) inspanningen om energie te besparen en op te wekken in het bebouwde gebied.
130.000 zonnepanelen op en bij bebouwing Restant duurzame opwek Na 2030?
Besparen 50%
21
Tot 2030 511 Tj
Evenveel als opwek van 100 ha zonneveld én 8 windturbines
Wat gebeurt er al in bebouwd gebied? Om de energie-opgave te realiseren kijkt de gemeente in eerste instantie naar oplossingen in bebouwd gebied. Zo wordt ingezet op besparing van energie door betere isolatie van woningen, zonnepalen op daken van woningen en bedrijven en verwacht de gemeente dat alle autokilometers in 2040 CO2neutraal zijn.
22
Energie besparen • Woningen isoleren. Allereerst richten we ons op het besparen van aardgas door te isoleren. Samen met de buurt maken we een besparingsaanpak. Na 2035 kijken we hoe we op een verstandige manier van het aardgas af kunnen. • Energieloket en energiegidsen. Het Energieloket en de energiegidsen helpen Leusdenaren die vragen hebben over bijvoorbeeld isoleren of zonnepanelen op eigen dak. • Elektrisch rijden. Het aantal laadpalen voor elektrische auto’s in onze gemeente is in 2020 verdubbeld. In 2021 komen er nog 14 laadpalen bij. Dat brengt het totaal op 60. Gemeentelijke gebouwen, installaties en inrichting • Gebouwen van de gemeente. De gemeente is eigenaar van 23 gebouwen. Deze moeten in 2040 natuurlijk ook energieneutraal zijn. Daarvoor maken we voor elk gebouw een plan. In de tussentijd voeren we al maatregelen uit. Bijvoorbeeld: zonnepanelen op het dak van sportzaal MFC Antares, vervangen van de klimaatinstallatie in De Til en nieuwe energiezuinige buitenverlichting op de Milieustraat. Dit zijn investeringen die we binnen een aantal jaar terugverdienen.
• Huis van Leusden: A++++. Het Huis van Leusden heeft energielabel A++++. De hoogst mogelijke score. Het gemeentehuis haalt het grootste gedeelte van de elektriciteit uit zonnepanelen en gebruikt een duurzame energiebron (warmte- en koudeopslag). In de publiekshal hangt een tvscherm waarop u het verloop van de opgewerkte en verbruikte energie kunt volgen. • Elektrisch wagenpark. Als onze auto’s aan vervanging toe zijn, vervangen we ze door schonere, elektrische voertuigen. Het wagenpark van de gemeente bestaat nu uit 2 elektrische scooters en 4 elektrische auto’s. Volgend jaar komen er nog 2 elektrische auto’s bij. Energie opwekken in bebouwd gebied • Zonnepanelen op woningen. Er liggen nu 25.000 zonnepanelen op daken van huiseigenaren en woningen van woningcorporaties. In 2040 moeten dat er minstens 65.000 zijn. • Zonnepanelen op en bij bedrijven. Er liggen nu 31.000 zonnepanelen op en bij bedrijven, boerderijen, et cetera. In 2040 moeten dat er minstens 65.000 zijn. Er moeten ook zonnepanelen bij parkeerplaatsen en langs wegen komen. We onderzoeken hoe we dit het beste en betaalbaar kunnen doen. • Totaal naar de 130.000 panelen. In totaal denken we dan uit te kunnen komen op 130.000 zonnepanelen op en bij bebouwing. Met de huidige regels lijkt dat het maximaal haalbare aantal.
Er is wel meer ruimte op daken, maar niet ieder dak is geschikt te maken voor plaatsing van zonnepanelen. En sommige daken zijn wel sterk genoeg, maar daar is het nu nog te duur om de panelen aan te sluiten op het elektriciteitsnet.
• Warmte uit bodem en energie uit water. Samen met de buurgemeenten onderzoeken we de mogelijkheden om warmte (diep) uit de bodem te halen en hoeveel energie we kunnen halen uit oppervlaktewater en rioolwater. • Duurzame stroom en straatverlichting. De gemeente koopt 100 procent groene stroom in. Deze stroom is opgewekt met wind uit Nederland. Alle straatverlichting is voorzien van energiezuinige ledlampen. Dat scheelt 50 procent minder elektriciteit. • Inkopen van spullen. Van kantoorartikelen tot gazonmaaiers, we proberen zo lokaal en duurzaam mogelijk in te kopen. Het afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld het gereedschap vervangen voor elektrische uitvoeringen. • Voorbereiden op klimaatverandering. Vanwege klimaatverandering moeten we ons voorbereiden op grilliger weer. Daarom nemen we maatregelen om droogte, hitte en wateroverlast te beperken. Voorbeelden zijn het afkoppelen van regenwater en meer groen in de tuinen. De gemeente heeft bij de herinrichting van de Hessenweg twee leidingen onder de straat gelegd. Eén voor het afvalwater en één die het regenwater naar de sloot afvoert. Bij volgende rioleringsprojecten volgen we dezelfde aanpak.
23
2.3 Welke opgave ligt er nog open? Als de gemeente alle mogelijke opties in het bebouwd gebied weet te benutten, blijft er, met de kennis van nu, toch nog een restant over van 38% van de energiebehoefte die in 2040 nodig is, en die niet in bebouwd gebied opgelost kan worden. Hiervoor wordt gezocht naar andere vormen van energie-opwekking. Voor de komende jaren gaat de gemeente uit van de opwek via zonnepanelen en windmolens buiten de bebouwde kom. Dat is wat we met de huidige bewezen en grootschalig toepasbare technieken voor de korte termijn als enige oplossing beschouwen.
24
De mogelijkheden om windmolens te plaatsen zijn binnen Leusden echter zeer beperkt. Daarom onderzoeken we alleen of een locatie voor grote windmolens langs de A28 geschikt kan zijn en de mogelijkheid voor kleine molens bij agrarische erven (zie hoofdstuk 7). Daarnaast zoeken we ruimte voor de opwek van zonne-energie. In dit uitnodigingskader zetten we een eerste stap voor de opwek van zonne-energie buiten de bebouwde kom. Voor de komende twee jaar willen we ruimte geven voor maximaal 20 hectare voor de opwek van zonne-energie. Na twee jaar vindt een evaluatie plaats en bepalen we wat nodig is voor de jaren erna. De voortgang in bebouwd gebied, politieke ontwikkelingen op nationaal niveau, de ruimte op het elektriciteitsnet of kennis over nieuwere of betere technieken om de energie-opgave aan te pakken kunnen zo invloed hebben op onze opgave voor de opwek van zonne-energie en windenergie buiten bebouwd gebied.
2.4 Hoe gaan we om met kleinschalige initiatieven? Kleinschalige initiatieven voor de opwek van zonneenergie of windenergie Naast grotere initiatieven voor de opwek van zonneenergie en windenergie komen er ook veel kleinschalige initiatieven voor. Zo zijn er kleine windmolens (van 5 a 10 meter masthoogte) en windwokkels of groepjes zonnepanelen voor eigen gebruik, binnen en aansluitend op de kavels. Deze initiatieven vallen buiten het uitnodigingskader, maar hebben uiteraard ook impact op het buitengebied. De gemeente zal hier los van het uitnodigingskader waar nodig versneld beleid voor ontwikkelen, waarbij de impact op het landschap wordt afgezet tegen de bijdrage die deze initiatieven kunnen leveren aan de opgave om energie op te wekken. Ook de voorwaarden waar dit soort kleinschalige initiatieven aan moeten voldoen worden in regels vastgelegd.
25
26
3 Waarde/kwaliteiten buitengebied van Leusden Het buitengebied van Leusden is een prachtig buitengebied. En dat vinden niet alleen de inwoners van Leusden. Ook veel recreanten genieten van de landgoederen, de bossen, het heidegebied en het boerenlandschap. Niet voor niets heet de omgevingsvisie voor het landelijk gebied van Leusden ‘Kwaliteit en vitaliteit voorop’. De ambitie om de gestelde energie en klimaatdoelen te halen, legt ontegenzeggelijk een ruimtelijke claim op dit landelijke gebied. Dit uitnodigingskader voor zonne- en windenergie is bedoeld om de opwek van duurzame energie in het landelijke gebied zodanig te sturen, dat de kwaliteiten en waarden van dit landelijk gebied zo goed mogelijk behouden blijven en/of versterkt worden. We beschrijven in dit hoofdstuk de kwaliteiten en waarden aan de hand van overkoepelende thema’s en aan de hand van de verschillende deelgebieden.
3.1 Thematische omgevingskwaliteiten Onder thematische omgevingskwaliteiten verstaan we kwaliteiten die passen bij een specifiek voor het buitengebied van Leusden kenmerkend thema. Deze thema’s zijn: • Landgoederen en buitenplaatsen • De natuurgebieden • Het bekensysteem Hieronder geven we een toelichting op elk van deze thematische omgevingskwaliteiten.
27
28
Kaart met indicatieve ligging van de landgoederen, situatie kan op details afwijken
3.1.1 Landgoederen en buitenplaatsen Het buitengebied van Leusden is rijk aan landgoederen en buitenplaatsen. Een groot deel van het grondgebied van Leusden is dan ook in eigendom van landgoedeigenaren. De twee grootste landgoederen zijn: Den Treek - Henschoten en De Boom. Landgoed Den Treek – Henschoten Dit is een eeuwenoud familielandgoed van totaal circa 2.200 ha waarvan het grootste deel op Leusdens grondgebied is gelegen, bestaande uit bossen, heidevelden, landerijen, zandverstuivingen, vennen en drassige gebieden. Zowel cultuurhistorisch als vanuit de natuur is Landgoed ‘Den Treek’ zeer waardevol. Landgoed De Boom Dit landgoed is een goed bewaard cultuurlandschap. Het bestaat uit bos en agrarische landerijen. Het is een afwisselend en gaaf gebleven coulissenlandschap en omvat zowel delen in het kampenlandschap als het slagenlandschap. Het landgoed is ongeveer 1.050 ha. en omvat zo’n 20 boerderijen en meerdere woningen en andere historische gebouwen, waaronder Hoeve Groot Zandbrink. Buitenplaats De Heiligenberg Deze buitenplaats is onderdeel van Landgoed De Boom. De Heiligenberg dankt zijn naam aan een 12 meter hoge rivierduin waarop rond het jaar 1000 een klooster is gesticht. Landgoed Lockhorst In 1927 was het Lockhorsterbos de eerste aankoop van het pas opgerichte Utrechtse Landschap. Het
grenst aan De Heiligenberg. Landgoed Stoutenburg Dit landgoed is circa 12 hectare groot en ligt aan een eikenlaan die Stoutenburg met Hoevelaken verbindt. Tot het landgoed behoren naast het landhuis en het bijbehorende koetshuis, nog enkele boerderijen en een arbeiderswoning (op Amersfoorts grondgebied). De ruimtelijke kwaliteit van de kernen van de landgoederen en buitenplaatsen is zodanig hoog, dat eventuele zonnevelden deze kwaliteit nu te veel aan zouden tasten. De ruimtes rondom de hoofdgebouwen en de kerngebieden van de landgoederen sluiten we daarom uit van de plaatsing van zonnevelden. Als er mogelijkheden zijn, is dat hoogstwaarschijnlijk in de agrarische landerijen. 3.1.2 De natuurgebieden Leusden ligt op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug naar de Gelderse Vallei en omvat grote en kleinschalige bos- en natuurgebieden en watergangen die als ecologische verbindingszone functioneren. De ambities van de provincie voor de versterking van de natuur zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie en -verordening. De provincie onderscheid hierbij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene Contourgebieden. NNN vormt de ruggengraat van de natuur en wordt gevormd door bestaande bos- en natuurgebieden en agrarische gronden. De provincie heeft subsidies beschikbaar om de agrarische gronden naar natuur om te zetten, dit op basis van vrijwilligheid.
De provincie biedt geen ruimte voor realisatie van zonnevelden in NNN omdat zij op een veel kortere termijn dan de levensduur van zonnevelden de natuurdoelstelling wil realiseren. De Groene Contourgebieden bestaan uit agrarische
29
gronden die de provincie graag ziet omvormen naar natuur ter ondersteuning van het NNN, ook weer op basis van vrijwilligheid. Voor het maken van natuur in de Groene Contour biedt de provincie minder financiële middelen. Zonnevelden kunnen hier onder voorwaarden worden ingezet als financieringsbron om natuur mogelijk te maken. De natuurgebieden binnen de NNN zijn uitgesloten van de plaatsing van zonnevelden. In de groene contourgebieden kunnen zonnevelden onder voorwaarden worden ingezet als financieringsbron om natuur mogelijk te maken.
30
3.1.3 Het bekensysteem Binnen de gemeente Leusden zijn drie grote stroomgebieden van beken: • De Luntersebeek /Heiligenbergerbeek. Deze beek ligt op de grens van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Het beekdal vormt een kwelgebied. De beek en het beekdal zijn een belangrijke ecologische verbindingszone tussen de landgoederen en de natuurgebieden. De Heiligenbergerbeek loopt door tot aan het centrum van Amersfoort als een groene long. • De Barneveldsebeek. Ten noorden van het gehucht Stoutenburg stromen de Esvelderbeek en de Hoevelakense Beek in de Barneveldse Beek. • De Moorster/Modderbeek. De Modderbeek is een zijbeek van de Barneveldsebeek. De Modderbeek begint ten westen van Barneveld en stroomt ten zuiden van het dorp Achterveld, waarna de beek uitmondt in het Valleikanaal. Het dal van de Modderbeek heeft afgelopen jaren een metamorfose ondergaan met grootschalig natuurherstel, de hermeandering van delen van de beek en de aanleg van wandelpaden.
De landbouwgronden binnen de beekdalen zijn vaak heel open. Daarnaast vormen delen van de beekdalen natuurgebieden. Het is ongewenst om zonnepanelen in de beekdalen te leggen, omdat ze de openheid verstoren. Als de panelen echter worden gekoppeld aan natuurontwikkeling of een waterbergingsopgave kan de aanleg ervan een koppelkans betekenen.
3.2 Omgevingskwaliteiten per deelgebied (deelgebieden van Leusden) In de omgevingsvisie landelijk gebied zijn op basis van het oorspronkelijke landschapstype en het gebruik en de herkenbaarheid in het huidige landschap vijf deelgebieden onderscheiden: • De Leusderheide • Landgoederenzone met deel Centraal Buitengebied • Randzone met slagenlandschap • Zuidoostelijk kampenlandschap • Omgeving Hessenweg Hoewel de verschillen tussen deze landschappen in de loop van de tijd meer diffuus zijn geworden zijn ze in grote lijnen nog herkenbaar. Bovendien streeft de gemeente naar een versterking van de oorspronkelijke kenmerken en contrasten in het landschap (Omgevingsvisie Buitengebied). Hieronder beschrijven we per landschapstype de belangrijkste kwaliteiten.
Aanwezige landschapstypen 1880 (uit het LOP).
Nog aanwezige landschapstypen (uit het LOP).
31
Gebiedsindeling buitengebied gemeente Leusden
3.2.1 Leusderheide De Leusderheide is een militair oefenterrein, waar onder andere geoefend wordt in het rijden met zware voertuigen en met helikopters. Het gebied is afgesloten voor publiek en vanaf de omringende wegen ook amper tot niet beleefbaar. Het gebied heeft een afwisselend karakter. Het bestaat uit heidevelden, zandverstuivingen en bos. Het militair oefenterrein behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Wel zijn er ecologische waarden aanwezig in dit gebied.
32
In de (Concept) RES 1.0 was de Leusderheide (defensieterrein) in beeld als zoekgebied voor 14 windmolens. Defensie heeft onder andere omwille van het trainen met helikopters aangegeven dat windenergie alleen bespreekbaar is in de randen van het gebied. Dit militair oefengebied ligt relatief ver weg van de woonbebouwing. Aan de rand van de Leusderheide langs de Doornseweg (N227) zien we echter kansen voor zonnevelden, gekoppeld, mits deze geen lang lint vormen, maar doorkijkjes in stand houden en afgeschermd zijn door bosschages.
3.2.2 Landgoederenzone met deel Centraal Buitengebied Tot de 16e eeuw was dit gebied nog uitgestrekt heide – en stuifzandgebied. Op de overgang van hoger naar lagergelegen gronden vestigden zich rijke stedelingen in riante buitenplaatsen en landgoederen. Vanuit deze landgoederen begon men bossen aan te planten; enerzijds om de zandverstuivingen tegen te gaan en anderzijds voor de houtproductie en de jacht. De flanken werden gebruikt als bouwlanden. Doordat de gronden in bezit waren/zijn van de landgoedeigenaren zijn veel cultuurhistorische en natuurwaarden goed bewaard gebleven en/of ontwikkeld. In het noordelijk deel van dit deelgebied vinden we buitenplaats De Heiligenberg, landgoed De Lockhorst en de afwisseling van open en gesloten groene kamers. Dit gebied wordt het Centraal Buitengebied genoemd en vormt de groene entree vanaf de snelweg. Het westelijk en zuidelijk deel van dit deelgebied bestaat uit gronden van Landgoed Den Treek. Dit gebied is uitgestrekter dan het Centraal Buitengebied, maar kent naast bos eveneens een afwisseling tussen open en besloten akkers en weiden. De boerderijen in het gebied zijn grotendeels eigendom van het landgoed. De ruimtelijke en historische kwaliteiten zijn bijzonder hoog. De kerngebieden van de landgoederen en de delen van de NNN in dit gebied sluiten we als gemeente uit van de plaatsing van zonnevelden.
Als zonnevelden goed worden ingepast en uit het zicht worden gehouden zijn zonnevelden daarbuiten in dit deelgebied eventueel mogelijk. Aan de zuidkant van het gebied kunnen zonnevelden als deze worden omzoomd met houtwallen de bosrand verbreden.
33
3.2.3 Randzone met slagenlandschap Het oorspronkelijk laaggelegen veengebied is vanaf de middeleeuwen geleidelijk ontgonnen vanaf de hogere dekzandruggen en stuwwal (Utrechtse Heuvelrug). Voor de ontginning was een goede ontwatering noodzakelijk. Zo ontstonden de smalle, langgerekte kavels omringd door sloten. In dit deelgebied liggen bebouwingslinten die als ontginningsassen ontstaan zijn op de dekzandruggen. Deze dekzandruggen staken boven het veenmoeras uit. De Leusbroekerweg is zo’n ontginningsas/bebouwingslint. Bij de Schoolsteeg is een afwisseling tussen bos en openheid. Wat meer naar het zuiden (Langesteeg) is het gebied heel open. Het oorspronkelijke ontginningspatroon is in een deel van het gebied verdwenen door de ontwikkelingen in de landbouw (ruilverkaveling). Hierdoor is het slagenlandschap ten oosten van het Valleikanaal en ten zuiden van de Moorsterbeek diffuus. 34
Binnen deze zone bevindt zich de Grebbelinie. Dit is een verdedigingslinie, die loopt van de Grebbeberg tot aan het IJsselmeer (Spakenburg). Deze waterlinie ligt in de laagte van de Gelderse Vallei. In 1744 werd begonnen met de aanleg van de Grebbeliniedijk en de keerkades, waaronder de Asschatterkeerkade. Zo kon het gebied controleerbaar onder water gezet worden. Belangrijkste kwaliteiten en waarden van de Grebbelinie zijn: • het stelsel van dwarsdijken, kazematten, sluizen, bunkers en voorwerk • de openheid van de inundatievelden • de ecologische waarden (Valleikanaal is ook een ecologische verbindingszone)
Zonnevelden zijn in dit deelgebied inpasbaar als ze aansluiten bij het kenmerkende ontginningspatroon en bij voorkeur het slagenlandschap te versterken. Dit kan op verschillende manieren: aansluiten bij de structuur van een bebouwingslint, het aanleggen van de kenmerkende singels en bomenrijen langs de langgerekte kavels, aanplant van bosjes. Het is belangrijk dat daarbij rekening wordt gehouden met zichtlijnen. Het open landschap van de inundatie velden is belangrijk in de beleving van de Grebbelinie. Er moet rekening gehouden worden met zichtlijnen vanuit en naar de Grebbelinie toe vanaf de verschillende routes. De ecologische waarden mogen niet verslechteren en worden bij voorkeur verbeterd. Hier dient rekening mee gehouden te worden. Gebieden die horen tot het kerngebied van de landgoederen of de NNN worden wel uitgesloten.
3.2.4 Zuidoostelijk kampenlandschap Bij de ontginningen in dit gebied was geen sprake van grote akkercomplexen, maar van kleine individuele ontginningen: de kampen. Zo ontstond er een kleinschalig patroon van akkers en verspreide bebouwing. Het golvende dekzand met grillige patroon van beken leidde tot een onregelmatige blokverkaveling en een grillig verloop van de wegen. De kampen werden omzoomd met houtwallen, houtsingels en/of andere vormen van natuurlijke inpassing e.g. meidoornhagen. In een deel van het kampenlandschap is deze structuur meer diffuus geworden door ontwikkelingen in de landbouw (ruilverkaveling). Het gebied rondom de Oude Moorsterbeek is het nog meest gave kampenlandschap. Zonnevelden zijn in dit deelgebied inpasbaar als ze goed worden ingepast in het kenmerkende onregelmatige, kleinschalige verkavelingspatroon en met houtwallen of singels aan het zicht worden onttrokken. In dit deelgebied liggen een aantal gebieden waar zonnevelden niet of nauwelijks tot de mogelijkheden behoren, omdat de ruimtelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden dermate hoog zijn. Het gaat in ieder geval om de NNNgebieden. In de Groene Contourgebieden liggen juist kansen om deze waarden te verhogen. Zonnevelden kunnen hierbij de motor zijn.
35
36
37
3.2.5 Omgeving Hessenweg De omgeving van de Hessenweg behoort van oorsprong tot het kampenlandschap. Het oude kampenlandschap is hier echter grotendeels verdwenen. In de omgevingsvisie buitengebied Leusden is ervoor gekozen het een apart deelgebied te maken. Het is een langgerekt gebied met als ruggengraat de Hessenweg en als begrenzing de Barneveldsche Beek in het noorden en de Modderbeek in het zuiden.
38
Kenmerkend is de hogere ligging van de Hessenweg op een dekzandrug en de lagere ligging van de beekdalen. Ook de Emelaerseweg ligt op een smalle dekzandrug. Beide wegen zijn bebouwingslinten met boerderijen. Doordat de Hessenweg lang een belangrijke handelsroute is geweest, liggen de erven/ functies veelal langs de Hessenweg. Een deel van de erven ligt op de rand met het beekdal. De erven worden met stevige (eiken)lanen verbonden aan de Hessenweg. Landgoed Stoutenburg en natuurgebied De Schammer zijn bijzondere plekken in dit deelgebied met hoge ruimtelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Zonnevelden zijn in dit deelgebied het beste inpasbaar als ze zijn gekoppeld aan een functie of erf. Op plekken wat verder van de weg af, zijn velden die worden omzoomd door houtwallen ook denkbaar. Op die manier worden de panelen aan het zicht onttrokken en kunnen bijdragen aan een schaalverkleining van het landschap. Rond De Schammer liggen eventueel mogelijkheden om het natuurgebied door een combinatie van zonnepanelen
en natuurontwikkeling te vergroten. Bovendien ligt De Schammer vlak bij de A28, waardoor een combinatie met het maken van een geluidswal een kans kan zijn. Rond Landgoed Stoutenburg zijn de aanwezige waarden hoog en is de inpasbaarheid van zonnevelden lastig.
39
minimaal 12 ha realiseren in bebouwd gebied
JA, GRAAG
o Daken, huizen en bedrijven buitengebied, incl. zonnepanelen binnen het bouwvlak o Overdekte parkeerplaatsen (buitengebied) o Geluidsschermen/-wallen of overkappingen bij snelweg
2022 - 2023 Streven naar 5 hectare
JA, MITS
TREDE 2
DOEL
TREDE 1
Duurzame opwek in bebouwd gebied: - panelen op huizen - panelen op gebouwen - parkeerplaatsen overdekken
40
o Aan de rand van bedrijventerreinen (buiten de bebouwde kom) o Zones rond de kernen met menging van functies (volkstuinen, sportvelden, bedrijven etc.) o Kleine zonnevelden direct aansluitend op een agrarisch bouwblok, aanvullend op zon op dak en erf
TREDE 3
NEE, TENZIJ
TREDE 4
NEE, NOOIT
o Goed ingepaste locaties in het overige buitengebied buiten de NNN en de kernen van landgoederen, maar incl. groene contour.
o Natuur Netwerk Nederland(NNN) o Kernen van de landgoederen met de historische landhuizen 49a16f
Streven naar 10 hectare
Maximaal 5 hectare
Uitgesloten
Zonneladder bestaande uit vier treden. Locaties in de bovenste trede hebben de grootste voorkeur. Naast de zonneladder staat een kader waarin de ambitie voor bebouwd gebied staat genoemd.
4 Zonneladder In het vorige hoofdstuk hebben we de waarden en kwaliteiten van het buitengebied van Leusden thematisch en per deelgebied behandeld. Daarbij hebben we steeds aangegeven hoe we met deze waarden en kwaliteiten om willen gaan gaan bij het al dan niet ruimte bieden voor zonne-energie. In dit hoofdstuk behandelen we de voorkeursvolgorde voor de plaatsing van zonnepanelen.
4.1 Principe van de Zonneladder We willen dat de zonnepanelen op plekken komen, die zo min mogelijk de kwaliteit van het bestaande landschap beïnvloeden en zo min mogelijk ten koste gaan van landbouw en andere functies. Daarom gebruiken we een zonneladder. Een zonneladder bestaat uit verschillende treden, waarbij de locaties op de bovenste trede de grootste voorkeur hebben en op de onderste trede de minste. Door te bepalen hoeveel ruimte er per trede beschikbaar wordt gesteld, kunnen we erop sturen dat de meeste zonnevelden terecht komen op plekken die de grootste voorkeur hebben. Toch hebben we ook locaties nodig, die in trede 3 (nee, tenzij) vallen. Dit omdat de opgave nu eenmaal zo groot is, dat we het niet met alleen trede 1 en 2 (ja graag, mits) redden. Omdat de opgave ook urgent is zullen we voor de drie bovenste treden tegelijkertijd ruimte bieden. De gebieden die onder trede 4 vallen (nee, nooit), sluiten we uit. Voor trede 3 stellen we een maximum in en voor trede 1 en 2 een
streefgetal. Naast de zonneladder voor het gebied buiten de bebouwde kom, is er ook een ambitie voor bebouwd gebied, ter grootte van minimaal 12 hectare aan zonnepanelen. Zoals in hoofdstuk 2.5 is toegelicht zetten we nu een eerste stap met het bieden van ruimte voor duurzame opwek. Dat is nodig om de energie en klimaatdoelen te halen. Dit houdt in dat de streefgetallen en het maximumgetal die nu in de zonneladder staan, gelden voor de komende twee jaar. We streven naar 5 hectare zonnepanelen in de trede ‘Ja, graag’ en 10 hectare in de trede ‘Ja, mits’. Voor de trede ‘Nee, tenzij’ zetten we het maximum op 5 hectare zonnepanelen. In de periode tot en met 2023 willen we dus graag 15 tot 20 hectare zonnepanelen realiseren. Een initiatief telt pas mee als Stedin heeft aangegeven het ook op het net aan te kunnen sluiten en er toestemming is gegeven vanuit de gemeente. Als een initiatiefnemer wacht met een goedgekeurd initiatief, omdat hij/zij niet kan terug leveren op het netwerk, telt dit initiatief niet mee in opgave tot en met 2023. Dit initiatief doet mee in de volgende tranche(s)/tijdvak(ken).