CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

C.4 Bijlage bij e-mail Bezwaarschrift van belanghebbenden.pdf

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4: RV/RB Afhandeling ingekomen stukken16.575 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie: Dit alles overwegende komen wij tot de conclusie: •

•

•

dat de stelling van de gemeenteraad dat een nieuwe camping op het Perceel passend is binnen de bestemming, berust op een interpretatie van de gemeenteraad, waarbij hetgeen de Toelichting hierover stelt wordt genegeerd. (Dit voert terug naar punt 3 ‘tekst in de toelichting zou niet bindend zijn’.) dat als argument voor het niet van de Plankaart halen van de aanduiding ‘camping toegestaan’ wordt aangevoerd dat een camping is toegestaan, omdat op de Plankaart de aanduiding ‘camping toegestaan’ staat. Een dergelijk argument betreft een cirkelredenering en is daarom krachteloos. dat op grond van bovenstaande redenen en conclusies de argumentatie voor het Raadsbesluit op dit punt geen stand houdt. 21

DEF20210114

o

Punt 8: een nieuwe camping zou in lijn zijn met visie Recreatie en Toerisme

Argumentatie voor het Raadsbesluit: “Visie Recreatie & Toerisme In maart 2020 is de visie Recreatie & Toerisme vastgesteld door de raad. Groei van toerisme en recreatie is te zien in korte vakanties (lange weekends en midweeks). Uit deze Visie: Recreanten zijn vooral op zoek naar rust, ruimte en natuur. De belangstelling voor gezond en duurzaam leven' neemt alsmaar toe en vormt een belangrijk ingrediënt van de hedendaagse vrijetijdsbesteding. Vakantieparken verliezen aan populariteit. De komende jaren wordt geen groei verwacht voor bungalowvakanties; het aantal kampeervakanties neemt af, de behoefte aan camperplaatsen neemt juist weer toe. Kansen liggen vooral in nieuwe concepten die onderscheidend zijn, zoals bijzondere overnachtingsvormen en zaken die aansluiten bij de gebiedsidentiteit, maar ook in meer luxe en comfort. In de recreatievisie streven we naar meer ruimte voor logiesaccommodatie. Een kleinschalige camping met goede en een toekomstbestendige diversiteit aan accommodaties, sluit hier goed op aan.” Interpretatie: De gemeenteraad citeert de Visie Recreatie & Toerisme (hierna ‘Visie R&T’, URL18) als volgt: • • •

• •

Uit de het kwadrant ‘kansen in de markt’ van de SWOT-analyse op bladzijde 7: Groei van toerisme en recreatie is te zien in korte vakanties (lange weekends en midweeks). Uit Paragraaf 2.1. ‘Landelijke trends’, 2e alinea op bladzijde 5: Recreanten zijn vooral op zoek naar rust, ruimte en natuur. De belangstelling voor gezond en duurzaam leven neemt alsmaar toe en vormt een belangrijk ingrediënt van de hedendaagse vrijetijdsbesteding. Uit Paragraaf 2.1. ‘Landelijke trends’, 5e alinea op bladzijde 5: Vakantieparken verliezen aan populariteit. De komende jaren wordt geen groei verwacht voor bungalowvakanties; het aantal kampeervakanties neemt af, de behoefte aan camperplaatsen neemt juist weer toe. Kansen liggen vooral in nieuwe concepten die onderscheidend zijn, zoals bijzondere overnachtingsvormen en zaken die aansluiten bij de gebiedsidentiteit. Aan het tweede citaat is toegevoegd: maar ook in meer luxe en comfort. Uit paragraaf 3.5, 1e alinea op bladzijde 17: In de recreatievisie streven we naar meer ruimte voor logiesaccommodatie.

De afsluitende zin (“Een kleinschalige camping met goede en een toekomstbestendige diversiteit aan accommodaties, sluit hier goed op aan.) is géén citaat uit de Visie R&T maar een stelling van de gemeenteraad. Op deze stelling zijn onderstaande redenen voor bezwaar gericht, waarbij we opmerken dat het om een camping op het Perceel gaat. Redenen voor bezwaar: Wij maken bezwaar tegen de stelling van de gemeenteraad dat een kleinschalige camping op het Perceel met goede en een toekomstbestendige diversiteit aan accommodaties goed aansluit op de Visie R&T om deze redenen: •

Deze stelling van de gemeenteraad is niet terug te vinden in de Visie R&T. 22

DEF20210114

•

•

•

•

•

•

•

De stelling is ook niet direct afleidbaar van de Visie R&T. Hierin wordt zelfs opgemerkt dat de landelijke trend is, dat het aantal kampeervakanties afneemt. Zie de door de gemeenteraad geciteerde vijfde alinea op bladzijde 5 in Paragraaf 2.1. ‘Landelijke trends’ van de Visie R&T. Zelfs al zou de stelling van de gemeenteraad juist zijn dat het beginnen van een kleinschalige camping goed aansluit op de Visie R&T dan wil dat nog niet zeggen dat het beginnen van een camping op het Perceel goed aansluit. De Visie R&T geeft in Paragraaf 3.5 ‘Ontwikkeling en stimulering extra logiesmogelijkheden’ aan, dat er in 2020 onderzoek wordt gedaan: “Onderzoek naar gewenste uitbreiding van het aanbod, capaciteit en diversiteit logiesaccommodatie in het buitengebied in 2020.” Er worden nog geen conclusies getrokken, niet ten aanzien van het beginnen van een kleinschalige camping en dus ook niet op het Perceel. Ook in Paragraaf 4.1 ‘Keuzes: wat doen we wel en wat niet?’ wordt niet specifiek de wenselijkheid van een kleinschalige camping genoemd.

Wel wordt ook hier het onderzoek aangekondigd naar de exacte behoefte aan logiesmogelijkheden, waarbij als uitgangspunt is gekozen: “We richten ons niet op langdurige vakantieverblijf (zomervakanties, gezinnen).” Verder wordt in Paragraaf 4.2 “Prioriteiten: wat doen we nu wat doen we later?’ niet uitdrukkelijk gesproken over een kleinschalige camping, wel weer over het doen van onderzoek naar behoefte aan extra logies-accommodaties in 2020. Voor zover ons bekend heeft dit onderzoek nog niet tot conclusies geleid. Mocht dit onderzoek zich ook specifiek op de behoefte aan een kleinschalige camping op het Perceel richten dan zal het bestaan van twee niet ver van het Perceel gelegen campings voor groepen naar alle waarschijnlijkheid in de overwegingen worden meegenomen. Ter informatie: o Hemelsbreed op ongeveer 2 km van het Perceel bevindt zich een YMCAaccommodatie (ook wel werkend onder de naam Fun2stay) . Deze omvat een kampeercentrum met ‘negen tentenkampen rondom het kamphuis. De capaciteit is minimaal 15 personen en maximaal 500 personen.’ Een in dit kader opmerkelijk feit is, dat bij de overzichtstabel van accommodaties op bladzijde 12 van de Visie R&T in een voetnoot staat, dat de groepsaccommodatie van YMCA/Fun2stay ‘zo goed als zeker’ zal verhuizen naar het Henschotermeer. Dat zou recent ook zo besloten zijn.

o Hemelsbreed op ongeveer 1 km van het Perceel bevindt zich camping ‘Den Treek, Leusden’ van de Nederlandse Toeristen Kampeer Club (NTKC). Dit is een kleinschalige, zeer eenvoudige, natuurcamping voor NTKC-leden. o Hemelsbreed op ongeveer 4 km van het Perceel bevindt zich het Henschotermeer. In de omgeving hiervan zijn meerdere campings en vakantiepark te vinden.

Conclusie: Dit alles overwegende komen wij tot de conclusie: • • •

•

dat de stelling van de gemeenteraad dat een kleinschalige camping in lijn is met de Visie R&T geen grond heeft in de Visie R&T zelf en daar ook niet direct uit afleidbaar is. dat de Visie R&T nader onderzoek naar verblijfsaccommodatie aankondigt, waarbij het beginnen van een kleinschalige camping (ook op het Perceel) niet tot de a priori keuzes behoort en in het onderzoek ook geen prioriteit krijgt. dat als het onderzoek zich richt op ‘of en waar’ van een kleinschalige camping en het Perceel wordt overwogen, aangenomen mag worden dat het bestaan van twee campings in de nabijheid van het Perceel en iets verder weg van recreatiegebied Henschotermeer wordt meegenomen in de overwegingen. dat op grond van bovenstaande redenering en conclusies de argumentatie voor het Raadsbesluit op dit punt geen stand houdt. 23

DEF20210114

o

Punt 9: aanduiding ‘camping toegestaan’ zou niet verwijderd hoeven te worden, mag zelfs niet

Argumentatie voor het Raadsbesluit: “Conclusie Er is een locatie waar op grond van het vigerende bestemmingsplan een camping is toegestaan. Een kleinschalige camping past binnen de omgevingsvisie Landelijk gebied en de visie Recreatie & Toerisme. Gelet hierop is de raad vooralsnog niet voornemens een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen en het bestemming op het perceel Doornseweg 29b te herzien.” Interpretatie: De gemeenteraad herhaalt het door haar gestelde bij punt 7, namelijk dat een camping op het Perceel past bij de bestemming en is toegestaan, ook als dit de niet de besloten, niet-commerciële camping specifiek voor (oud) militairen van de stichting Vafamil is, als genoemd in het vigerende Bestemmingsplan. De gemeenteraad herhaalt het door haar gestelde bij de punten 5, 6 en 8, namelijk dat het binnen de recente gemeentelijke visies (lees ook: huidige inzichten) zou passen een nieuwe camping op het Perceel te beginnen. De gemeenteraad herhaalt het door haar gestelde bij de punt 4, namelijk dat een nieuw bestemmingsplan nodig zou zijn voor het verwijderen aanduiding ‘camping toegestaan’.

De gemeenteraad laat na de conclusie te trekken waar de hele argumentatie op gericht is, namelijk dat de gemeenteraad dit alles overwegende het verzoek om uitvoering te geven aan het Bestemmingsplan en de bestemming ‘camping toegestaan’ van de Plankaart te halen niet honoreert, als besloten in de raadsvergadering van 10 december 2020. De gemeenteraad laat na de zwaarwegende punten 1, 2 en 3 te herhalen, namelijk: 1. het Bestemmingsplan zou gewijzigd zijn. 2. bevoegdheid tot verwijderen ‘camping toegestaan’ zou geen verplichting zijn. 3. tekst over Perceel in Toelichting zou niet bindend zijn. Redenen voor bezwaar: Wij maken bezwaar tegen de – vreemd genoeg in haar conclusie niet verwoorde - stelling/conclusie van de gemeenteraad, dat de dat aanduiding ‘camping toegestaan’ op de Plankaart niet verwijderd zou hoeven worden en zelfs niet verwijderd kan worden om deze redenen: •

•

Bij elk van de eerdere 8 punten in de argumentatie van de gemeenteraad voor het Raadsbesluit hebben wij redenen aangegeven voor het maken van bezwaar en geconcludeerd dat het betreffen punt in de argumentatie geen stand houdt. Voor een puntsgewijs overzicht van de argumentatie van de argumentatie van de gemeenteraad voor het raadsbesluit en onze redenen voor bezwaar per punt verwijzen we hier naar de inleidende opmerkingen in dit bezwaarschrift.

24

DEF20210114

Conclusie: Dit alles overwegende komen wij tot de conclusie: • • • •

•

dat géén van de 8 onderbouwende punten in de argumentatie van de gemeenteraad voor het Raadsbesluit van 10 december 2020 stand houdt. dat de argumentatie wordt afgesloten met de conclusie, punt 9. dat de gemeenteraad nalaat in haar conclusie drie in de Brief genoemde, zwaarwegende, punten (1, 2 en 3) te noemen. dat de gemeenteraad in de conclusie van de Brief nalaat de uiteindelijke conclusie te verwoorden, namelijk dat de beschreven argumentatie heeft geleid tot het Raadsbesluit om het verzoek het Bestemmingsplan uit te voeren en de aanduiding ‘camping toegestaan’ bij het Perceel van de Plankaart te halen niet te honoreren. dat op grond van bovenstaande redenering en conclusies de argumentatie voor het besluit van de gemeenteraad, inclusief de conclusie (niet verwoord) dat het Raadsbesluit gerechtvaardigd zou zijn, geen stand houdt.

Tunnelvisie In het inleidend deel van dit bezwaarschrift merkten we al op dat het erop lijkt dat het college en de gemeenteraad argumenten hebben gezocht ter rechtvaardiging van een tevoren vaststaande conclusie. Er lijkt sprake van een tunnelvisie, waarbij geen ruimte meer is voor een andere conclusie. Hoe zou een dergelijke tunnelvisie met betrekking tot het Perceel ontstaan kunnen zijn? Om deze vraag te beantwoorden beschrijven we hieronder de ontwikkelingen rondom het Perceel. Het Perceel maakte deel uit van een in 1939 gebouwd uitgebreid militair kamp, Kamp Waterloo. Volgens een tekening uit 1984 werd het Perceel destijds deels gebruikt deels als ‘Heide en Sportterrein’ en deels als terrein voor de stichting Vakantiefaciliteiten Militairen (Vafamil). Op het terrein waren die gebouwen aanwezig: een kantine, een wasgelegenheid en een woongelegenheid. Het ten Noorden van het Perceel gelegen deel van Kamp Waterloo is begin negentiger jaren als AZC in gebruik genomen en later, overeenkomstig de in het Bestemmingsplan benoemde natuurwaarden voor het gebied aan de natuur teruggegeven. In 2003, ten tijde van het vaststellen van het Bestemmingsplan, had het Perceel geen andere militaire functie meer dan het gebruik door de stichting Vafamil.

Overeenkomstig de voor dit gebied geldende natuurwaarden was het gewenst ook het Perceel aan de natuur terug te geven, maar door het bestaan van de Vafamil camping kon dat niet onmiddellijk. In de Toelichting werd bepaald dat teruggave aan de natuur na vertrek van deze camping diende plaats te vinden. De Plankaart en de Voorschriften werden zo opgesteld dat zowel het voortbestaan van de Vafamil camping als teruggave aan de natuur werden gefaciliteerd. In oktober 2014 maakte het Ministerie van Defensie een einde aan de subsidiering van de stichting Vafamil, inclusief het ‘gratis’ ter beschikking stellen van terreinen, waaronder het Perceel. Dat betekende het einde van Vafamil en van de camping op het Perceel. Volgens het Bestemmingsplan zou het college dan zorg moeten dragen voor teruggave aan de natuur als bedoeld en mogelijk gemaakt door het Bestemmingsplan. Die verantwoordelijkheid heeft het college tot op de dag van vandaag niet genomen. Het Perceel werd niet meer als camping gebruikt; de gebouwen werden onder vastgoedbescherming gesteld. De natuur probeerde zijn gang te gaan, daarbij ernstig gehinderd door de zware prikkeldraad omheiningen en versperringen die het Perceel omgeven, die 25

DEF20210114

voor meerdere reeën dodelijk zijn gebleken. Voor het Ministerie van Defensie werd het Perceel een ‘verweesd’ stuk grond met geen ander gebruik dan vastgoedbescherming. Na het vertrek van Vafamil werd besloten het Perceel te verkopen en in 2018 startte het Rijksvastgoedbedrijf een verkoopprocedure via openbare inschrijving van “de voormalige camping (Kamp Waterloo) gelegen aan Doornseweg, Plaatselijk bekend Doornseweg 29b, 3832 RM te Leusden”. Uit de gebruikte benaming van het Perceel moge al duidelijk zijn dat aan de bestemde teruggave aan de natuur niet gedacht werd. Er werd een camping verkocht en niet een stuk bosgrond van bijna 5 hectaren belast met de verplichting bebouwing en verhardingen te verwijderen. Een realistische taxatiewaarde van een dergelijk stuk grond bedraagt zeker minder dan € 200.000,-. In plaats daarvan werd het Perceel zo omschreven, zie de website van het biedboek (URL19): Omschrijving en ligging Het terrein van de VaFaMil-camping (voormalige Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen) aan de Doornseweg in Leusden, ook wel Kamp Waterloo genoemd ligt op de grens van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei en grenst aan Amersfoort. Het perceel is in volle eigendom van de Staat en staat kadastraal bekend als gemeente Leusden, sectie B, nummer 765, groot 49.510 m2.

Het voormalig campingterrein met vier gebouwen biedt plaats aan maximaal 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans. Er is ruime parkeergelegenheid op eigen terrein. Op het verkochte zijn enkele gebouwen aanwezig waaronder een toiletgebouw, een kleine vakantiewoning, een kantine en een berging. De bebouwing is in totaal groot circa 395 m2 BVO. Bestemming De huidige bestemming is “Bos met meervoudige doelstelling”. Een groot deel van het perceel is voorzien van de aanduiding "Camping". Voor meer informatie over het bestemmingsplan wordt verwezen naar de gemeente Leusden of de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Alleen door zorgvuldige bestudering van niet alleen de Plankaart en de Voorschriften, maar vooral de Toelichting, kon men ontdekken wat de werkelijke bestemming van het Perceel na vertrek van de Vafamil camping is. Een oplettende geïnteresseerde in de aankoop van het Perceel heeft het klantcontactcentrum van de gemeente Leusden geattendeerd, dat het Bestemmingsplan aangeeft, “dat de campingbestemming er bij de eerst mogelijke gelegenheid afgehaald gaat worden.” Zie bijlage 7: Emailwisseling tussen bieder en gemeente over bestemming Perceel - juli tot september 2018. Hiermee refereerde hij naar hetgeen in de Toelichting op pagina 16 bij ‘ad 2’ staat over het Perceel staat.

Het antwoord van het klantcontactcentrum was: “In de toelichting bij het bestemmingsplan (p16 ad) is aangegeven dat bij vertrek van deze camping via een wijziging de aanduiding van de plankaart zou worden gehaald. De camping is al geruime tijd niet actief in gebruik. Tot op heden heeft dat niet geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan en er wordt op dit moment ook geen aanleiding voor gezien.” Dat antwoord was bevreemdend, omdat er wél een duidelijke aanleiding was, namelijk het vertrek van de Vafamil camping en, omdat de Toelichting duidelijk is over waarom de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de Plankaart gehaald moet worden: teruggeven aan de natuur. Dat verklaart ook waarom in de Voorschriften een wijzigingsbevoegdheid van het college was opgenomen voor het van de Plankaart halen van de aanduiding ‘camping toegestaan’. 26

DEF20210114

Voor degenen die een bieding op het Perceel overwogen was deze kwestie van groot belang, omdat de waarde van het Perceel voor het grootste deel wordt bepaald door het al dan niet toegestaan zijn van een camping en daarmee het behoud van de bebouwing, verhardingen en andere infrastructuur. In de ‘vraag & antwoord’ rubriek van het Biedboek gaat de verkopende partij, het Rijksvastgoedbedrijf hierop in: “Vraag: 14. Kan het Rijksvastgoedbedrijf de garantie geven dat de toevoeging aan de bestemming 'camping toegestaan' op het Object gehandhaafd blijft, aangezien het Object thans niet in gebruik is als camping? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het vermelde in het biedboek pagina 7, paragraaf 3.5. In de voorschriften van het bestemmingsplan onder artikel 10 staat dat Burgemeester en wethouders bevoegd zijn de bestemming 'bos met meervoudige doelstelling' zodanig te wijzigen dat de aanduiding 'camping toegestaan' komt te vervallen, mits vaststaat dat: a. het gebruik als camping is of zal worden beëindigd, en b.

de ter plaatse voorkomende bebouwing en verharding zullen worden verwijderd Aangezien de bebouwing en verharding niet is verwijderd, is de gemeente thans niet bevoegd de aanduiding te laten vervallen.” Hier beweert het Rijksvastgoedbedrijf dat het college niet bevoegd zou zijn de aanduiding te laten vervallen, omdat de bebouwing en verhardingen niet verwijderd zijn. Dat komt niet overeen met de Voorschriften, waarin staat dat het college de aanduiding zal laten vervallen, als vaststaat dat bebouwing en verhardingen zullen worden verwijderd. Verwijderen is ook nodig om uitvoering te kunnen geven aan wat in de Toelichting beoogd is: teruggeven aan de natuur. Het college zal dus eerst een afspraak moeten maken met de eigenaars van het Perceel over verwijdering, voordat de aanduiding wordt verwijderd. Het Rijksvastgoedbedrijf wekt met zijn antwoord ten onrechte de indruk dat het bestaan van bebouwing en verhardingen een garantie biedt tegen het verwijderen van de aanduiding ’camping toegestaan’. Toekomstige eigenaars zouden kunnen denken, dat zolang zij de bebouwing en verhardingen niet verwijderen, de aanduiding ‘camping toegestaan’ niet verwijderd kan worden.

De oplettende geïnteresseerde voelde zich echter niet gerustgesteld door het antwoord van het Rijksvastgoedbedrijf en heeft hiermee opnieuw het klantcontactcentrum van de gemeente Leusden geconfronteerd, met de vraag (Bijlage 3):

“Hier wordt dus heel stellig gezegd dat de gemeente niet bevoegd is om de aanduiding camping te laten vervallen zolang er nog bebouwing en verharding op het terrein aanwezig is. U gaf mij eerder aan dat de gemeente wél wijzigingsbevoegd is maar van deze bevoegdheid voorlopig geen gebruik zal maken. Kunt u nogmaals met de jurist checken of de gemeente nu wél of niet wijzigingsbevoegd is hiervoor?” Het antwoord hierop van de senior contactmanager planologisch van de gemeente was: “In het bestemmingsplan staat de wijzigingsbevoegdheid. Dat betekent dat het college bevoegd is om het bestemmingsplan te wijzigen.

27

DEF20210114

Als het college hiervan gebruik zou willen maken moet het bestemmingsplan worden gewijzigd met een uitgebreide bestemmingsplanprocedure. Dan moet er ook overeenstemming zijn over het daadwerkelijk beëindigen van de camping en het verwijderen van de bebouwing en verhardingen zoals in de voorschriften staat genoemd. Zoals mijn collega al heeft aangegeven is daar door het college geen gebruik van gemaakt en er is ook geen reden en aanleiding om dit nu wel te doen.” De stelling van het Rijksvastgoedbedrijf dat de gemeente (lees: het college) thans niet bevoegd is de aanduiding te verwijderen, wordt door de gemeente tegengesproken. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft potentiële kopers dus niet juist geïnformeerd. De senior contactmanager sluit af met de opmerking dat het college geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid en er “ook geen reden en aanleiding is dit nu wel te doen”. Ervan uitgaande dat wat hij schrijft het gemeentelijke beleid weergeeft en in lijn is met de opvattingen van het college, zien we dat op dit cruciale moment het college, op de hoogte zijnde van wat er in de Toelichting over het Perceel staat, ervoor kiest geen uitvoering te geven aan het Bestemmingsplan en potentiële kopers samen met het Rijksvastgoedbedrijf in de waan laat dat het behoud van de aanduiding ‘camping toegestaan’ is gegarandeerd.

Overigens is opmerkelijk dat bij deze uitgebreide en belangrijke gedachtewisseling over de wijzigingsbevoegdheid van het college als vastgelegd in Artikel 10.4 van de Voorschriften helemaal niet naar voren wordt gebracht, dat deze bevoegdheid vervallen zou zijn vanwege bepalingen in de Beheersverordening, terwijl dat in de argumentatie in de Brief als eerste punt genoemd wordt ter rechtvaardiging van het Raadsbesluit. Dit bevestigt ons beeld van een tunnelvisie: bij een tevoren vaststaande conclusie is naar bijpassende argumenten gezocht. Uit het bovenstaande komt duidelijk naar voren dat het college geen aanleiding heeft gezien de aanduiding ‘camping toegestaan’ wel te laten vervallen. We vragen ons af of het college misschien wel aanleiding had deze aanduiding niet te laten vervallen. Een aanwijzing hiervoor is mogelijk dat door het niet laten vervallen van de aanduiding de verkoopprijs zeer sterk omhoog is gedreven. Als eerder opgemerkt is de taxatiewaarde van een kleine vijf hectare bosgrond (bestemming ‘Bos met meervoudige doelstelling’ zonder aanduiding camping toegestaan), belast met de mogelijke verplichting bebouwing en verhardingen te verwijderen, zeker niet meer dan € 200.000,-. Met de aanduiding erop is de prijs een veelvoud daarvan. De prijs waarvoor het Rijksvastgoed het Perceel uiteindelijk aan Landgoed Den TreekHenschoten N.V.

(hierna ‘Landgoed’) heeft verkocht bedraagt zelfs € 805.000,- (zie URL19), een verschil van tenminste € 600.000,-. Het Rijksvastgoed heeft dus door het niet verwijderen van de aanduiding een zeer aanzienlijk bedrag extra ontvangen. Je zou kunnen zeggen dat de subsidies die het rijk verstrekt heeft aan de besloten camping voor (oud) militairen van de stichting Vafamil, een goede investering zijn gebleken! Een andere aanwijzing is de opmerkelijk hoge prijs die het Landgoed in nauw overleg met zijn rentmeesters voor het Perceel heeft betaald. Rentmeesters van landgoederen staan niet bekend om het nemen van grote ondernemersrisico’s. Zij worden geacht het kostbare bezit van hun opdrachtgevers op een duurzame manier te beheren of uit te breiden. Dat zij zouden meewerken aan het aankopen van het Perceel voor een veelvoud van de bosprijs zonder zekerheid over het behoud van de waardebepalende aanduiding ‘camping toegestaan’ is nauwelijks voorstelbaar. Nota

28

DEF20210114

bene: er waren ook andere bieders die, rekening houdend met de onzekerheid over het behoud van de aanduiding, weliswaar hoog, maar toch aanzienlijk lager dan het Landgoed hebben ingezet. De eigendomsoverdracht van het Perceel aan het Landgoed heeft op 24 januari 2019 plaatsgevonden (URL19) en al op 30 januari 2019 heeft het Landgoed samen met de Vereniging Tiny Waterloo bij het college ter attentie van wethouder Van Beurden een principeverzoek ingediend voor een bestemmingsplanwijziging om de bouw van 20 kleine huizen op het perceel mogelijk te maken3 (URL20, agendapunt 2.a bij vergaderstukken, of URL27). Op 10 juli 2019 heeft het college met als portefeuillehouder wethouder Van Beurden een raadsvoorstel aan de gemeenteraad voorgelegd (URL21), waarin het college voorstelt: “geen bedenkingen te geven over het door het college in behandeling nemen van een door initiatiefnemers verder uit te werken principeverzoek voor het omzetten van de camping aan de Doornseweg 29b naar een natuur- en woonbestemming voor klein(schalig) wonen (Tiny Houses)” In het raadsvoorstel worden de volgende argumenten aangevoerd voor het zonder bedenkingen in behandeling nemen van het principeverzoek door het college: “1.1. In het geldende bestemmingsplan is de voorkeur uitgesproken de camping weg te bestemmen.

In het geldende bestemmingsplan ‘Buurtschappen’ is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de camping weg te bestemmen. Hiermee is door de raad uitgesproken dat de voorkeur uitgaat naar het opheffen van de camping op deze locatie. 1.2. Door het wegbestemming van de camping krijgt de natuur de kans. Het merendeel van het terrein kan en mag gebruikt worden als camping. Een camping met alle drukte daaromheen draagt niet bij aan de doelstellingen uit de omgevingsvisie. Om onze doelen te kunnen bereiken is het belangrijk dat de camping wordt weg bestemd. 1.3. Dit initiatief uit de Samenleving kan een bijdrage leveren aan de doelen uit de Omgevingsvisie Landelijk gebied en sluit aan bij de kernwaarden ‘maatwerk en inleving’. In de Omgevingsvisie voor het landelijk gebied staan voor het gebied ‘landgoederenzone’, voor zover van toepassing, de volgende doelen omschreven: • • • •

Behoud en versterken van de ecologische kwaliteiten van de bossen, heides en landerijen van Den Treek; Behoud van de kwaliteiten rust en stilte; Versterken van mogelijkheden voor recreatief medegebruik en verhogen van maatschappelijke betrokkenheid bij het instandhouden van het landschap; Verbeteren van ecologische verbindingen.”

Opmerkelijk is dat deze door het college aangevoerde argumenten, vrijwel tegengesteld zijn aan de argumenten die de gemeenteraad aanvoert in haar Brief aan ten aanzien van het Raadsbesluit om de aanduiding ‘camping toegestaan’ niet van de Plankaart te halen: de wijzigingsbevoegdheid is geldig en volgt uit de ‘voorkeur’ (lees in het Bestemmingsplan opgenomen bedoeling) van de gemeenteraad 3

Uit dit concept principeverzoek van het Landgoed: “Om de natuur en rust te borgen, wijzigen we de bestemming van Waterloo, zodat er geen camping meer is toegestaan.”

29

DEF20210114

(zie punt 1); door de aanduiding te verwijderen krijgt de natuur de kans (zie punt 1); niet toestaan van een camping sluit aan bij de Omgevingsvisie (zie punt 6). Kortom dit raadsvoorstel ondersteunt meerdere van de redenen die wij als bezwaar tegen het Raadbesluit hierboven hebben aangevoerd. Opmerkelijk is ook het gebruik van de woorden: “Door het wegbestemming van de camping krijgt de natuur de kans.” Er is niet zozeer sprake van ‘wegbestemmen’ maar van het uitvoeren van een wijziging, waardoor het Perceel zijn beoogde bestemming krijgt. Het eigenlijke ‘wegbestemmen’ heeft al plaatsgevonden bij het vaststellen van het Bestemmingsplan in 2003! In het raadsvoorstel van het college wordt ook een risico gesignaleerd: Bij de uitwerking moet worden verkend of de meerwaarde van het initiatief een legitimatie kan vormen voor bouwen buiten de rode contour binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit vraagt om overleg met en goedkeuring door de provincie Utrecht. Uiteindelijk moet een goede ruimtelijke onderbouwing worden geleverd. Klaarblijkelijk is het college (en dus de gemeenteraad ook via dit raadsvoorstel) zich ervan bewust dat het Perceel behoort tot het gebied van Natuurnetwerk Nederland en dat daardoor ook de belangen van de provincie Utrecht in het geding zijn. In de argumentatie van de gemeenteraad in haar Brief wordt dit onvermeld gelaten (zie punt 6).

Het op dit raadsvoorstel ‘Herontwikkeling van de camping aan de Doornseweg naar natuur en kleinschalig wonen’ gebaseerde raadsbesluit is door de gemeenteraad unaniem verworpen (URL22, vergaderstukken). Bij het verwerpen van het raadsbesluit door de gemeenteraad zal ook een rol gespeeld hebben dat de omwonenden ernstig bezwaar hadden gemaakt tegen de komst van een dergelijk woonwijkje grenzen aan hun erven en waarbij de toegangsweg tot de wijk ook nog over het erf van één van de omwonenden zou lopen. Niet lang daarna zijn de omwonenden uitgenodigd om kennis te nemen van het plan om van het Perceel met opstal een kleine, onderscheidende vergaderfaciliteit te maken met naast een hoofdgebouw zes decentrale vergaderlocaties. Het onderscheidende zat in de combinatie met outdoor sportactiviteiten, met name mountainbiken. Dit plan is als een nachtkaars uitgegaan, vermoedelijk omdat het financieel niet haalbaar bleek, waarbij bedacht moet worden dat het Landgoed op zoek is naar rendement van de aanzienlijke investering die zij gedaan heeft door aankoop van het Perceel. Vervolgens heeft de gemeente Leusden het Landgoed gewezen op de mogelijkheid om maximaal 56 vakantiehuisjes vergunningsvrij op het Perceel te bouwen.

Nadat de buren hadden laten weten “woedend en verbijsterd” te zijn over deze door de gemeente naar voren gebrachte mogelijkheid en een advocaat hadden ingeschakeld om de rechtsgeldigheid van de bouw van tot wel 56 vakantiewoningen te betwisten, kwam de gemeente hierop terug, na advies te hebben ingewonnen bij SOURCE, ESB Legal B.V. (URL23) Op 27 augustus 2019 wordt de ontstane situatie samengevat door het college in een memo aan de gemeenteraad (URL24). Drie door het Landgoed aangedragen initiatieven voor gebruik van het Perceel worden genoemd: outdoor buitensportbedrijf, camping met sta- en kampeerplaatsen, 40-50 verblijfsaccommodaties. Ook de door omwonenden aangedragen vierde optie, namelijk teruggeven aan de natuur wordt genoemd. Het college schrijft hierover: “Tenslotte bevat de brief van de omwonenden en hun raadsman de eis dat de gemeente de bestemming “camping” uit het bestemmingsplan verwijdert. Wij wijzen u erop dat de 30

DEF20210114

mogelijkheid hiertoe wel geopend is in het in 2003 vastgestelde bestemmingsplan, maar dat daaraan nooit invulling is gegeven. Ten tijde van de besluitvorming over het Tiny Houses project, is nogmaals door uw raad bevestigd dat u de geldende bestemming (‘bos met kamperen’) op deze locatie wil handhaven.” De gemeenteraad heeft inderdaad het raadsvoorstel “waarin wegbestemming van de camping” gekoppeld was aan het omzetten “naar een natuur- en woonbestemming voor klein(schalig) wonen (Tiny Houses) niet overgenomen (URL21 en URL22). Het op dit voorstel gebaseerde raadsbesluit is door de gemeenteraad unaniem verworpen. Het is niet juist dat het college daaruit afleidt dat de gemeenteraad “de geldende bestemming (‘bos met kamperen’) op deze locatie wil handhaven”. Daar ging het besluit niet over. Verder wordt de gemeenteraad erop gewezen dat het verwijderen van de aanduiding ‘camping toegestaan’ zoals door de omwonenden verzocht, volgens het college “niet zonder een schadecompensatie aan het landgoed als eigenaar kan worden gerealiseerd”. Het is voor ons een raadsel hoe het mogelijk is dat de uitvoering van het sinds 2003 bestaande Bestemmingsplan nu niet zonder schadecompensatie zou kunnen. Van planschade kan geen sprake zijn. Als er al schade is berokkend dan zou dit rechtstreeks met het handelen van het Rijksvastgoedbedrijf of de gemeente te maken moeten hebben.

Wat betreft de drie door het Landgoed aangedragen initiatieven, na verwerping van het Tiny Houses plan door de gemeenteraad, bleef alleen het ‘conform Bestemmingsplan’ beginnen van een camping over. Hiervoor werd door het Landgoed een beoogde exploitant gepresenteerd, het bedrijf De ReCreatie (URL25 en URL26). Dit bedrijf heeft uitgebreid de gelegenheid gekregen zijn plannen aan de gemeenteraad te presenteren, inclusief het plan voor het bouwen van een nieuwe woning op het Perceel, hetgeen volgens het Bestemmingsplan, de Beheersverordening (aanvullende dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie') en de Omgevingsverordening uitgesloten is. Niettemin geeft het college in het Raadsvoorstel, waarin de plannen van De ReCreatie ook uitgebreid worden beschreven niet onwelwillend te zijn “om medewerking te verlenen aan de oprichting van een dienstwoning voor een termijn van 10 jaar.” Dit is de situatie waarin wij het Rijksvastgoedbedrijf, de Vereniging Tiny Waterloo, het Landgoed, het campingbedrijf De ReCreatie, het college en de gemeenteraad van Leusden plus hun talrijke adviseurs erop wijzen, dat volgens het Bestemmingsplan het Perceel teruggegeven dient te worden aan de natuur. Als zoveel partijen elkaar min of meer bevestigen is het voorstelbaar dat de tunnelvisie dat een camping is toegestaan op het Perceel ontstaat.

Er worden dan, argumenten gezocht bij de reeds vaststaande conclusie dat een camping op het Perceel was, is en blijft toegestaan, tenzij de het college iets aan de bestemming zou willen veranderen. En dat laatste wilde het college niet. En als het gaat om het stichten van een volgens het Bestemmingsplan niet toegestane woning, staat het college daar niet onwelwillend tegenover en probeert het ook de gemeenteraad zover te krijgen hier zijn medewerking aan te verlenen. Er is jurisprudentie waaruit is gebleken dat dit tot grote problemen kan leiden: Casus Doornseweg 20.

Casus Doornseweg 20 Ten Noorden van het Perceel ligt dichtbij een vergelijkbaar maar kleiner stuk grond, aangeduid met Doornseweg 20. Hiervoor is een afzonderlijk bestemmingsplan vastgesteld. Zie toelichting (URL28), voorschriften (URL29) en plankaart (URL30). Binnen het Bestemmingsplan had dit perceel de 31

DEF20210114

bestemming: Woondoeleinden (uit te werken). Hieraan heeft Gedeputeerde Staten haar goedkeuring onthouden; er diende een nieuw bestemmingsplan vastgesteld te worden. Gedeputeerde Staten wijst er in haar brief aan de gemeenteraad d.d. 27 april 2004 op, verwijzend naar de in het Bestemmingsplan genoemde bestemming (bijlage bij voorschriften, URL28): “Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft de raad de consequente houding uit het verleden echter verlaten en een amendement aangenomen dat voorziet in een wijziging van de bestemmingsregeling ten behoeve van de realisering van 5 vrijstaande villa's. Het gehele perceel heeft daartoe een globale woondoeleinden-bestemming gekregen (artikel 3a), nader uit te werken voor maximaal 5 vrijstaande woningen op minimaal 1000 m2 eigen grond. Wat betreft de motivering verwijst het amendement naar de vigerende planologische regeling in het "Uitbreidingsplan in hoofdzaken" uit 1959, waarin het perceel een bestemming "bouwen" zou hebben. De raad is in meerderheid van oordeel dat de eigenaar hiermee het recht heeft om op het perceel te kunnen bouwen. Verder stelt de raad bij vernieuwing van bestemmingsplannen te hechten aan de handhaving van verworven rechten.” Hierbij moet worden opgemerkt dat de eigenaar van het perceel zich bijzonder heeft ingespannen om de gemeenteraad van zijn bouwrechten op het perceel te overtuigen en met succes.

Gedeputeerde Staten achtten het toekennen van de bestemming ‘Wonen’ aan het hele perceel in strijd met het geldende provinciale beleid. De motivering van de gemeenteraad voor het toekennen van deze bestemming werd als ‘niet deugdelijk’ aangemerkt. Bouwen achter de bestemmingsgrens tussen de erven van de woningen aan de Doornseweg en gebied met bestemming ‘Bos met meervoudige doelstelling’ wordt niet acceptabel gevonden. De redenen hiervoor worden in genoemde brief van GS aan de gemeenteraad die als bijlage is toegevoegd aan de toelichting van het voor Doornseweg 20 vigerende bestemmingsplan uitvoerig toegelicht. Overigens wordt in het bestemmingsplan Doornseweg 20 onder de kop ‘bebouwing’ nog uitgelegd waarom het achterste, oostelijke deel van het perceel niet de bestemming ‘Bos met meervoudige doelstelling’ maar wel ‘Tuinen’ heeft gekregen: Bebouwing Op het perceel is een vrijstaande woning toegestaan. Voor wat betreft inpassing (plaats, goot- en nokhoogte, diepte woning, enz.) op het perceel is aansluiting gezocht bij de omgeving (voorstel in het ontwerpplan Buurtschappen) en het besluit van Gedeputeerde Staten (werkelijke staat van het achterste deel van het perceel). Gelijk de omgeving en het vaste beleid in de gemeente Leusden zal het perceel onderverdeeld worden in de bestemmingen "Wonen", "Erven" en "Tuinen".

De bebouwingsregels binnen iedere bestemming zijn hetzelfde als bij de overige woningen in de directe omgeving en zoals beschreven in het bestemmingsplan "Buurtschappen". Gelet op de staat waarin het achterste deel van het perceel verkeert en het besluit van Gedeputeerde Staten zal het achterste deel van het perceel niet de bestemming "Bos — met meervoudige doelstelling" krijgen maar de bestemming "Tuinen". Dit ook omdat de meervoudige doelstelling onder andere recreatief medegebruik inhoudt. Deze bestemming is op gronden van een particuliere woning met deze omvang en zonder zijn instemming niet gebruikelijk. De eigenaar van het perceel op Doornseweg 20 is door dit besluit van Gedeputeerde Staten ook in financiële zin ernstig gedupeerd. Zijn kostbare bouwgrond is omgezet in relatief laagwaardige tuingrond, ondanks uitdrukkelijke toezeggingen van de gemeenteraad, dat er gebouwd zou mogen 32

DEF20210114

worden. Van een compensatie vanwege planschade is ons niets bekend, ondanks de vergaande toezeggingen. Wat betekent deze casus in de context van de definitieve besluitvorming rondom het Perceel? Het college en mogelijk ook de gemeenteraad zijn nu van mening dat een (tijdelijke) omgevingsvergunning voor het bouwen van een huis op het Perceel met bestemming Bos met meervoudige doelstelling haalbaar is. Dit getuigt niet van kennis van de eigen historie, jurisprudentie en plannen op het gebied van ruimtelijke ordening ten aanzien van een dergelijke kwestie. Overigens getuigt het feit dat het college en de gemeenteraad ‘vergeten’ zijn dat het Perceel aan de natuur teruggegeven moet worden ook niet van kennis van het Bestemmingsplan.

Vertrouwen aangetast Wij verlangen naar rust en stilte op het Perceel en naar een mooi aaneengesloten bos (houtopstand en koolstofopslag) waar het Perceel deel van uitmaakt. Teruggave van het Perceel aan de natuur, zoals het Bestemmingsplan beoogd, is hiervoor de beste garantie, alle mooie woorden van het Landgoed, De ReCreatie en de gemeente ten spijt. Ons vertrouwen in al deze partijen is ernstig aangetast. Er is een tunnelvisie ontstaan, gericht op het borgen van rendement uit een disproportionele investering. Het uitvoeren van het Bestemmingsplan vormt hiervoor een ernstige bedreiging. Van planschade kan echter geen sprake zijn als het sinds 2003 bestaande Bestemmingsplan wordt uitgevoerd. Toch weet het college het in zijn Raadsvoorstel (Bijlage 3) zo te draaien dat planschade mogelijk wel aan de orde is: “De vaststelling van een nieuwe beheersverordening of bestemmingsplan – waarin een camping niet meer wordt toegestaan - biedt een titel voor planschade aan de eigenaar van de locatie.” Er is helemaal geen nieuwe beheersverordening of nieuw bestemmingsplan nodig om de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de Plankaart te halen! In het beste geval is hier sprake van een tunnelvisie. In het slechtste geval probeert het college hier de gemeenteraad een rad voor ogen te draaien. In beide gevallen wordt ons vertrouwen ondermijnd.

Ons vertrouwen is ook aangetast door het feit dat er al voor de bieding uitgebreid contact geweest tussen de gemeentelijke organisatie, het Landgoed en de vereniging Tiny Waterloo over het stichten van een nieuwe wijk met kleine huizen in of vlakbij het gebied grenzend aan de achtertuinen van omwonende, waarbij de toekomstige Tiny House bewoners ook nog gebruik zouden moeten maken van overpad via het erf van één van de aanwonenden. De gemeente heeft nagelaten deze plannen direct een halt toe te roepen als onverenigbaar met het Bestemmingsplan (zie ook Casus Doornseweg 20 hierboven), laat staan dat erop gewezen is dat het college de plicht heeft de aanduiding ‘camping toegestaan’ van de Plankaart te verwijderen. De uitgewisselde informatie moet van dien aard geweest zijn, dat het Landgoed in samenwerking met de Vereniging Tiny Waterloo een extreem hoge bieding heeft willen doen. Andere bieders waren niet van deze plannen en eventuele, alternatieve gebruiksmogelijkheden van het Perceel op de hoogte. Dat de gemeente zelf de mogelijkheid naar voren heeft gebracht voor het vergunningsvrij bouwen van tot wel 56 vakantiewoningen, heeft bij ons het gevoel doen ontstaan dat de gemeente geen enkel begrip heeft voor onze belangen. Men lijkt vooral bezig is met het randje van de mogelijkheden op te zoeken en is zelfs bereid daaroverheen te gaan, zoals later bleek toen deze plannen weer 33

DEF20210114

moesten worden ingetrokken, nadat de omwonenden hadden laten weten ‘woedend en verbijsterd’ te zijn en een advocaat hadden ingeschakeld. Het opzoeken van het randje is nu ook wat we zien gebeuren bij het steunen van de plannen van campingbedrijf De ReCreatie: een kampeerterrein wordt een camperterrein, de kantine krijgt een horecavergunning, standplaatsen mogen worden ingericht door jaarplaats houders, er mag een woning gebouwd worden, het lijkt erop dat de eigenaars van De ReCreatie al op het Perceel zijn gaan wonen, … . Is het vreemd dat ons vertrouwen is aangetast? Wij laten het Perceel veel liever aan de natuur dan aan partijen met ‘fantastische plannen’ die steeds op zoek zijn naar het randje om een gedane investering te laten renderen, terwijl de gemeente de geest van het Bestemmingsplan nauwelijks erkent en welwillend staat tegenover afwijkingen of ontheffingen. De gemeente blijkt niet bereid het Bestemmingsplan uit te voeren en houdt vast aan een tunnelvisie waarbij argumenten worden gezocht bij een tevoren gewenste conclusie.

Afsluitend Al het bovenstaande overwegende zijn wij van mening dat het Raadsbesluit niet in stand kan blijven. Bij de inleidende opmerkingen gaven wij al aan dat wij als burgers vertrouwen willen kunnen hebben in de lokale overheid. Een college dat niet bereid is een door de gemeenteraad vastgesteld Bestemmingsplan uit te voeren en een gemeenteraad die dat faciliteert, tast ons vertrouwen aan. Een citaat uit ‘Handreiking bezwaarschriftprocedure - Algemene wet bestuursrecht’, Boom Juridische Uitgevers, Den Haag 2004: “De bezwaarschriftprocedure van de Algemene wet bestuursrecht vormt een belangrijk moment in de gedachtewisseling tussen burgers en bestuursorganen over door het bestuur genomen besluiten. De procedure geeft de burger de gelegenheid om de juistheid van een besluit aan de orde te stellen. Het bestuursorgaan kan vervolgens op basis van het bezwaar van de burger mogelijke fouten herstellen, zonder dat daar een rechter aan te pas hoeft te komen.” In de geest hiervan hopen en vertrouwen wij erop dat het college en de gemeenteraad het eigen handelen kritisch wil onderzoeken. Hangende de behandeling van dit bezwaarschrift verzoeken wij de gemeenteraad te overwegen het Raadsbesluit op te schorten om te voorkomen, dat aanzienlijke investeringen worden gedaan die bij herroeping van het Raadsbesluit moeten worden teruggedraaid.

Mocht de gemeenteraad geen gevolg geven aan dit verzoek tot opschorting, dan overwegen wij een Voorlopige Voorziening bij de Raad van State aan te vragen. Tijdig overleg hierover met u en andere betrokken partijen achten wij wenselijk. Hierbij speelt het tempo waarin en de omvang waarmee investeringen worden gedaan een belangrijke rol.

34

DEF20210114

Uw verdere berichtgeving wachten wij, mede als gemachtigden van in de bijgevoegde machtigingen genoemde personen, af. Hoogachtend,

R. Wouters

H.M.J. Bruijns Directeur ICTime Consulting & Training B.V.

Doornseweg 30 3832 RM Leusden

President Kennedylaan 144 2343 GV Oegstgeest

+31 6 51295129

+31615519770

dolf@leusderhei.nl

henk.bruijns@outlook.com / henk.bruijns@ictime.nl

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.

Machtigingen Raadsbesluit van 10 december 2020 Raadsvoorstel Zaaknummer L257941 Brief d.d. 11 december 2020 van gemeenteraad aan de heer R. Wouters Brief d.d. 19 oktober 2020 van omwonenden aan gemeenteraad en college verzonden door de heer R. Wouters 6. Brief d.d. 30 november 2020 van ICTime aan gemeenteraad en college 7. Emailwisseling tussen bieder en gemeente over bestemming Perceel - juli tot september 2018 De bijlagen 2 tot en met 6 zijn digitaal te vinden op: Raadsvergadering 10 december 2020 20:00:00, Gemeente Leusden, onder agendapunt 5, vergaderstukken.

Definities: Raadsbesluit

Raadsbesluit van 10 december 2020 op basis van het voorstel van het college van 3 november 2020, nummer: L257941.

Raadsvoorstel

Voorstel van college aan gemeenteraad in verband met zaaknummer L257941 ter behandeling in raadsvergadering op 10 december 2020 met als portefeuillehouder wethouder P.J. Kiel over het onderwerp Doornseweg 29b.

35

DEF20210114

Brief

Brief d.d. 11 december 2020 van de gemeenteraad aan de heer R. Wouters.

Bestemmingsplan

Vigerend en actueel Bestemmingsplan Buurtschappen als vastgesteld op 03-07-2003 en geactualiseerd op 14 november 2013.

Plankaart

Plankaart van het Bestemmingsplan.

Toelichting

Toelichting van het Bestemmingsplan.

Beheersverordening

Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’ als vastgesteld op 14 november 2013.

Perceel

Het perceel op Doornseweg 29b dat als volgt bekend is: • Gemeentecode: LDN02 • Sectie: B • Perceel: 765 • Grootte: 49.510 m² • Kadastrale gemeente: Leusden.

Omgevingsvisie

Kwaliteit en vitaliteit voorop - Omgevingsvisie landelijk gebied, gemeente Leusden als vastgesteld op 1 februari 2018.

Omgevingsverordening

Ontwerp Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht als op 4 september 2020 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Naar verwachting zal in april 2021 de Interim Omgevingsverordening worden vastgesteld. De Omgevingsverordening kan in werking treden zodra de Omgevingswet van kracht wordt, naar verwachting op 1 januari 2022.

Visie R&T

Midden in het midden van het land – Een visie op recreatie en toerisme in Leusden als vastgesteld op 12 maart 2020.

Landgoed

Landgoed Den Treek-Henschoten N.V.

URLs URL1

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327000041/p_NL.IMRO.0327000041-.pdf

Plankaart

URL2

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327000041/t_NL.IMRO.0327000041-.pdf

Toelichting

URL3

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327000041/v_NL.IMRO.0327000041-.pdf

Voorschriften

36

DEF20210114

URL4

https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2018-07-01#Hoofdstuk3

Wro Hfdst 3, bestemmingsplan

URL5

https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2018-07-01#Hoofdstuk3A

Wro Hfdst 3A, beheersverordening

URL6

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327.1390401/t_NL.IMRO.0327.139-0401.html

Beheersverordening toelichting

URL7

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327.1390401/r_NL.IMRO.0327.139-0401.html

Beheersverordening regels

URL8

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327.1390401/b_NL.IMRO.0327.139-0401_tb4.pdf

Beheersverordening verbeelding gebied 1

URL9

https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/wetruimtelijke/bestemmingsplan/uitleg/

Uitleg bestemmingsplan

URL10

https://www.geonovum.nl/geo-standaarden/ro-standaarden-ruimtelijkeordening/standaard-vergelijkbare-bestemmingsplannen

Standaard bestemmingsplannen

URL11

https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2018-07-01#Hoofdstuk3A

Vaststellen beheersverordening

URL12

https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/wetruimtelijke/bestemmingsplan/uitleg/#Flexibiliteitinbestemmingsplannen

Wijzigingsbevoegdheid en -plan

URL13

https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/wetruimtelijke/bestemmingsplan/uitleg/#Opbouwbestemmingsplan

Uitleg opbouw bestemmingsplan

URL14

https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/wetruimtelijke/bestemmingsplan/uitleg/#Toelichting

Uitleg toelichting bestemmingsplan

URL15

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327.OGVBTG0401/d_NL.IMRO.0327.OGVBTG-0401.pdf

Omgevingsvisie

URL16

https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SV1612PRSVA01?s=SANMmAIEAXlMqkeEREEeSD-D_wP0beAAD bij plan selecteren: Omgevingsvisie

Provinciaal ontwerp omgevingsvisie

URL17

https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SV1612PRSVA01?s=SANMmAIEAXlMqkeEREEeSD-D_wP0beAAD bij plan selecteren: Omgevingsverordening

Provinciale Omgevingsverordening

URL18

https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Raadsvergadering/2020/12maart/20:00/RV-Visie-Recreatie-Toerisme/ agendapunt 7 bij vergaderstukken

Visie Recreatie en Toerisme Leusden

URL19

https://www.biedboek.nl/nl/realestate/view/411/doornseweg-29b-te-leusden

Biedboek voor Kamp Waterloo

URL20

https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Uitwisseling/2019/28maart/20:00/Natuur-en-kleinschalig-wonen-op-Waterloo/ agendapunt 2A vergaderstukken

Landgoed concept principeverzoek

URL21

https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Raadsvergadering/2019/10juli/20:00/RV-Herontwikkeling-camping-Doornseweg-naar-natuur-en-woningbouw-1.pdf

Raadsvoorstel 10 juli 2019

URL22

https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Raadsvergadering/2019/10juli/20:00/RV-Herontwikkeling-camping-Doornseweg-naar-natuur-en-woningbouw/ agendapunt 6 vergaderstukken

Raadsbesluit 10 juli 2019 - verworpen

37

DEF20210114

URL 23

https://gemeentebestuur.leusden.nl/Documenten/A-9-bijlage-Memo-Doornseweg-29BSource-LAW-AVG.pdf

Juridisch advies SOURCE aan gemeente

URL24

https://gemeentebestuur.leusden.nl/documenten/Ingekomen-stukken/A-9-Memo-raadinformatie-camping-DeRecreatie-Doornseweg-29b-1.pdf

Memo college 27 augustus 2019

URL25

https://www.derecreatie.nl/

Website De ReCreatie

URL26

https://www.facebook.com/derecreatie/

Facebook De ReCreatie

URL27

https://gemeentebestuur.leusden.nl/Vergaderingen/Uitwisseling/2019/28maart/20:00/20190131-concept-principeverzoek-Den-Treek-Henschoten-en-Tiny-Waterloogeanonimiseerd.pdf

Landgoed concept principeverzoek

URL28

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327000046/t_NL.IMRO.0327000046-.pdf

Doornseweg 20 toelichting

URL29

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327000046/v_NL.IMRO.0327000046-.pdf

Doornseweg 20 voorschriften

URL30

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327000046/p_NL.IMRO.0327000046-.pdf

Doornseweg 20 plankaart

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2581/documents/26434