C.2 bijlage Ontwerp Programmabegroting 2022 RUD Utrecht.pdf
Tekst van het document
Ontwerp Programmabegroting 2022 25 maart 2021
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................................2
2.
Algemeen......................................................................................................................................3
3.
4.
5.
2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2022 ......................................................................................3
2.2.
Beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes van de RUD Utrecht voor het jaar 2022 ...........................3
2.3.
Financiële positie per 31 december 2022 ....................................................................................5
2.4.
Staat van baten en lasten over 2022..........................................................................................5
Programma’s ................................................................................................................................8 3.1.
Indicatoren..............................................................................................................................8
3.2.
Programma Handhaving ......................................................................................................... 10
3.3.
Programma Vergunningverlening ............................................................................................. 10
3.4.
Programma Bedrijfsvoering ..................................................................................................... 10
Paragrafen .................................................................................................................................. 13 4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement ............................................................................. 13
4.2.
Financiering ........................................................................................................................... 18
4.3.
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 19
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen .................................................................................................. 19
4.5.
Incidentele baten en lasten ..................................................................................................... 19
Bijlagen ...................................................................................................................................... 20 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie ..................................................................................... 20
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten ........................................................................ 21
5.3.
Begrotingswijziging ................................................................................................................ 22
5.4.
Ontwikkeling variabele bijdrage ............................................................................................... 23
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 1 van 23
1. Inleiding Voor u ligt de Programmabegroting 2022 van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht). De Programmabegroting 2022 is sluitend, evenals het meerjarenperspectief voor de periode 2021 – 2025. Er zijn echter nog wel twee ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de begroting 2022, die nog niet financieel verwerkt zijn in deze begroting. Dit betreft het traject ‘Samen op weg’ en een gedeelte van de effecten die de invoering van de Omgevingswet op de RUD Utrecht zal hebben. Bij de invoering van de Omgevingswet moet dan gedacht worden aan nieuwe of veranderde producten en diensten alsmede de verschuiving van bodemtaken. Vooral de verschuiving van bodemtaken brengt voor de RUD Utrecht en haar deelnemers een groot risico met zich mee. Onder de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag van de provincie naar de gemeenten. Over de financiering van deze taken is echter nog geen duidelijkheid gegeven vanuit het Rijk. Hiermee lopen gemeenten momenteel het risico dat zij geen, niet op tijd, of onvoldoende middelen hebben om hun bodemtaken uit te voeren. Mochten de gemeenten hierdoor onvoldoende middelen beschikbaar stellen aan de RUD Utrecht om de bodemtaken uit te voeren dan zal er voor 2022 geen sluitende begroting bestaan.
De definitieve uitkomsten van het traject ‘Samen op weg’ zijn nog niet volledig bekend en daardoor nog niet financieel door vertaald naar de ontwerp programmabegroting 2022. Daarnaast is het jaar 2022 het verwachte jaar van de invoering van de Omgevingswet. De RUD Utrecht bereidt zich hierop voor. De komst van de Omgevingswet is een uitdaging voor zowel gemeenten als provincie, maar ook de RUD Utrecht moet voldoende geëquipeerd zijn om onder de nieuwe wetgeving het werk op een goede manier uit te kunnen voeren. De invoering van de Omgevingswet is de uitgelezen kans om de eerste belangrijke stappen te zetten op het gebied van de ontwikkelrichting voortkomend uit ‘Kleur bekennen’ en het traject ‘Samen op weg’. De expertise, kennis en data die bij de RUD Utrecht aanwezig is zal steeds meer worden ingezet om beleid en keuzes van de deelnemers te ondersteunen en faciliteren. De verandering heeft zowel personele effecten (onder meer gewenste competenties en gedrag), maar stelt ook andere eisen aan ondermeer systemen en overige ondersteuning. De financiële consequenties die de invoering van de Omgevingswet op de deelnemers zal hebben is nog niet volledig inzichtelijk met betrekking tot de verschuiving van bodemtaken (Bevoegd gezag van Provincie naar gemeenten). Voor de provincie is er al wel rekening gehouden met de afname van de bodemtaken.
Voor de gemeenten is echter nog geen hogere uren afname ingerekend, omdat het nog niet duidelijk is om hoeveel uren het per gemeente zal gaan. Gemeenten moeten er dus wel rekening mee houden dat zij in 2022 nog bodemtaken zullen gaan afnemen bij de RUD Utrecht. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de RUD-gemeenten in principe hun bodemtaken (basis en plustaken) die van de provincie overkomen bij de RUD zullen gaan beleggen. Daarnaast heeft de RUD de intentie om op het gebied van bodemtaken meer samen te gaan werken met de OdrU. Op basis van de laatste gesprekken hebben we wel een niet bindende inschatting kunnen maken van hoeveel bodemtaken onze deelnemers zullen gaan afnemen na invoering van de Omgevingswet. Hiernaast is het ook nog niet volledig duidelijk hoe het (basis)takenpakket er per deelnemer uit zal gaan zien onder de Omgevingswet. Zowel binnen het programma Omgevingswet als het traject ‘Samen op weg’ is de RUD druk bezig druk bezig om dit in samenwerking met alle deelnemers uit te werken. Gedurende 2021 zal het toekomstig takenpakket onder de Omgevingswet steeds verder uitgekristalliseerd gaan worden. De effecten die dit zal gaan hebben op de variabele en vast bijdrage van onze deelnemers zal duidelijk moeten worden uit toekomstige begrotingswijzigingen.
Bij dit alles blijft de doelstelling dat opdrachtgevers, bedrijven en bewoners optimaal kunnen profiteren van het bundelen van de krachten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De RUD Utrecht wil een betrouwbare partner zijn die meer kwaliteit levert en eenvoudiger werkt dan met twaalf afzonderlijke afdelingen mogelijk was, en zo een structurele bijdrage blijven leveren aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 2 van 23
2. Algemeen 2.1.
Uitgangspunten van de begroting 2022
In deze programmabegroting zijn in hoofdstuk 2.2 de beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes van de RUD Utrecht voor het jaar 2022 opgenomen. Deze waren voorheen opgenomen in een kadernota, maar er is in 2022 eenmalig gekozen geen kadernota op te stellen in verband met de vele onzekerheden die er op dat moment bestonden. Inmiddels is minder onzeker en kan meer worden vertaald naar de begroting. Er zijn een tweetal onderdelen die echter nog teveel onzekerheid kennen om financieel vertaald te worden in deze begroting: - uitkomsten van het traject ‘Samen op weg’ - Verschuiving bodemtaken van provincie naar gemeenten (waarvan een deel aangesloten zijn bij de OdrU. De belangrijkste financiële uitgangspunten zijn: - De voor 2022 gehanteerde financieringssystematiek is beperkt veranderd conform de evaluatie outputfinanciering; - De uren zoals vastgelegd in de op dit moment geldende DVO’s (en uitvoeringsplannen 2021) zijn het uitgangspunt voor de verdeling van de vaste bijdrage en de basis voor de opgenomen variabele bijdragen; - Er is nog geen rekening gehouden met eventuele aanvullende opdrachten, danwel mogelijke wijzigingen in de DVO's voor het jaar 2022; - Er wordt gebruik gemaakt van een tweetal tarieven, één voor handhaving:€ 61,75 (2021: € 60,00) en één voor vergunningverlening: € 68,00 (2021: € 67,00).
Voor het vaststellen van de tarieven is gekeken naar de CAO-stijging die in de Septembercirculaire provinciefonds 2020 door de Rijksoverheid voor 2022 is vastgesteld (+1,5%). Verder is de som van de individuele stijgingen in relatieve salarispositie van de medewerkers hierin meegenomen (+0.6%). Gemiddeld stijgen de tarieven met 2,1%. Voor aanvullende opdrachten wordt op basis van de kosten (inhuur of eigen medewerkers) een voorstel gedaan aan de opdrachtgever. Dit uurtarief is minimaal € 68,00, maar kan (aanzienlijk) hoger zijn indien specialistische kennis moet worden ingehuurd; - Op moment van opstellen van de begroting is de Provincie Utrecht nog in gesprek met de RUD over de Spoedlocaties. De Spoedlocaties zullen in ieder geval weer middels een aanvullende opdracht ingerekend worden in plaats van in het uitvoeringsplan. - Er is geen rekening gehouden met de uitkomsten van het traject ‘Samen op weg’; - Er is nog geen rekening gehouden met de wijzigingen aan producten en diensten die voort zullen vloeien uit de overgang naar de Omgevingswet; - Er is nog geen rekening gehouden met de toename van bodemtaken bij gemeenten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet. - Er is nog geen rekening gehouden met hoe het pakket van basistaken zal gaan veranderen onder de Omgevingswet en welke effecten dat zal hebben op de afname en bijdrage van deelnemers.
Wijziging van de DVO alsmede ontwikkelingen met betrekking tot de hier boven genoemde onzekerheden zullen zowel een effect gaan hebben op de variabele als vaste bijdrage van onze deelnemers. Deelnemers zijn ook afhankelijk, met betrekking tot de hoogte van hun vast bijdrage, van de keuzes die andere deelnemers maken.
2.2.
Beleidsmatige ontwikkelingen en keuzes van de RUD Utrecht voor het jaar 2022
Omgevingswet en Samen op weg
2022 wordt een uitdagend jaar voor de RUD Utrecht. Als alles volgens planning verloopt, treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Dit betekent niet alleen dat wij moeten kunnen werken met de juridische uitgangspunten van de wet. Wij moeten ook kunnen werken naar de bedoeling van de wet. Dit vraagt een integrale manier van werken waarbij wij samen met onze deelnemers en ketenpartners sneller besluiten. Deze andere manier van werken werkt niet alleen door in onze vergunningverleningstaken. Ook voor toezicht en handhaving heeft dit impact. Daarnaast verandert ook de advisering. De nadruk komt nog meer te liggen op integraal, gebiedsgericht, ‘aan de voorkant’ adviseren, waarbij wij onze specialistische kennis, onze data, informatie en onze gebiedskennis combineren om te komen tot integrale adviezen over nieuwe initiatieven of bijvoorbeeld de ruimtelijke inpassing van nieuwe thema’s zoals de energietransitie. Naast de komst van de Omgevingswet loopt het programma Samen op weg. Dit programma is ingegeven vanuit de wens om de kwaliteit en de effectiviteit van de RUD als uitvoeringsorganisatie voor de toekomst te borgen, waarbij de RUD Utrecht toegroeit naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst. Dit is een groeitraject waar zowel de RUD als haar deelnemers een bijdrage aan moeten leveren.
Voor de RUD Utrecht ligt de nadruk enerzijds op het ontwikkelen en in de organisatie inbedden van zogenaamde ‘rode’ competenties zoals procesvaardigheid, bestuurlijke sensitiviteit, een ondernemende- en oplossingsgerichte houding of juist een innovatieve of creatieve aanpak. Dit naast de zogenaamde ‘ blauwe’ competenties die al binnen onze organisatie goed ontwikkeld zijn. Anderzijds komt de nadruk te liggen op technische advisering over milieuthema’s zoals geluid, trillingen, lucht, etc. Beide trajecten leggen de nadruk op een RUD die zich meer in de breedte ontwikkeld. Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 3 van 23
En daarmee in staat is kwalitatief goede producten te leveren en zo ook in de toekomst in belangrijke mate bij te kunnen dragen aan een veilige en gezonde leefomgeving voor onze deelnemers.
Ruimte om te leren
Onze inzet in 2022 is dan ook hier op gericht. We gaan samen met onze deelnemers werken aan een RUD die nog beter in staat is om bij te dragen aan een veilige en gezonde leefomgeving. Dit doen we als onderdeel van het programma Samen op weg en bij de uitvoering van de Omgevingswet. Voor de Omgevingswet geldt daarbij dat waar 2021 het jaar is van de voorbereiding is, 2022 het jaar is van het in praktijk brengen van de andere manier van werken. We stappen daarmee over van oefenen met praktijkcasussen naar in de praktijk de nieuwe manier van werken toepassen. Dit zal niet meteen vlekkeloos gaan. Er is ruimte nodig bij ons en bij onze deelnemers om te leren en misschien ook wel ruimte om fouten te kunnen maken.
Specifieke aandachtspunten
We zien een aantal specifieke punten onder de Omgevingswet die aandacht vragen en waar we in 2022 op in zetten: • Vroegtijdig betrokken worden Om de kortere termijnen van acht weken in plaats van 26 weken te kunnen halen wordt het nog belangrijker dat de RUD vroegtijdig worden uitgenodigd voor intake- en/of omgevingstafels. Hier blijven we ons ook in 2022 hard maken. •
Het gebruik van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) gekoppeld aan het zaaksysteem.
Het DSO is het loket waar informatie over de leefomgeving kan worden ingezien, vergunning kunnen worden aangevraagd en digitaal samengewerkt kan worden met ketenpartners. Om dit loket te kunnen laten werken is er een centrale structuur opgezet waaraan de lokale systemen van lokale overheden gekoppeld moeten worden. Voor de RUD betekent dat ons zaaksysteem gekoppeld moet worden met de centrale structuur zodat vergunningaanvragen worden ontvangen en samengewerkt kan worden met ketenpartners bij een vergunningaanvraag. Het zaaksysteem gaat een belangrijke rol spelen in het kunnen werken met de Omgevingswet. In 2021 wordt hiervoor een nieuw zaaksysteem aanbesteed, waarna dit wordt ingeregeld zodat we in 2022 daadwerkelijk klaar zijn om het DSO te gebruiken. •
Afstemming en samenwerking bij vergunningverlening en handhaving
De Omgevingswet vraagt integrale vergunningen en integraal toezicht en handhaving. Onder de Omgevingswet worden vaker vergunningen verleend waarbij samen met andere bevoegde gezagen en adviseurs betrokken zijn. Hiervoor is meer afstemming nodig met ketenpartners. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving omdat ketenpartners mogelijk ook tegelijkertijd bevoegd zijn voor een deel van het toezicht en de handhaving. Samen met onze deelnemers zullen we hier in 2022 invulling aan geven. •
Verschuiving in basistaken Er vinden een aantal verschuivingen plaats in het basistakenpakket, waaronder opname van veehouderijen, garagebedrijven en alle gesloten bodemsystemen in het basistakenpakket. Voor een aantal deelnemers voeren wij deze taken al uit en voor een deel van de deelnemers nog niet. Deze taken worden in principe toegevoegd aan het uitvoeringspakket van de RUD.
•
Verschuivingen bodem
Door de verschuiving van het bevoegd gezag on de Omgevingswet voor de bodemtaken zal een groot deel van de taken die wij uitvoeren voor de provincie straks uitgevoerd gaan worden door de gemeenten. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de RUD-gemeenten in principe hun bodemtaken die van de provincie overkomen bij de RUD zal gaan beleggen. Daarnaast heeft de RUD de intentie om op het gebied van bodemtaken meer samen te gaan werken met de OdrU. Kortom, in 2022 komen er een aantal uitdagingen op ons af die veel van onze organisatie, onze medewerkers en de samenwerking met deelnemers gaat vragen. Door hier aandacht voor te hebben en de ruimte te bieden om te leren, worden de randvoorwaarden geschapen om grote stappen te zetten op weg naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst. De RUD zich zo goed mogelijk voor op de komst van de Omgevingswet. Tegelijkertijd weten we dat 2022 een echt overgangsjaar wordt omdat we enerzijds leren werken met de Omgevingswet. Anderzijds zorgt het overgangsrecht ervoor dat in 2022 een aanzienlijk deel van het werk wordt uitgevoerd op basis van het huidige recht waardoor de overgang geleidelijk zal worden doorgevoerd.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 4 van 23
Samenwerking met de OdrU
In de provincie Utrecht zijn een tweetal omgevingsdiensten actief te weten de OdrU en de RUD Utrecht. De laatste jaren is er vanuit de werkvloer van beide diensten samenwerking op inhoud ontstaan. De laatste maanden is er ook op directie en bestuursniveau de wens uitgesproken om deze samenwerking meer te formaliseren. Op dit moment wordt er gezamenlijk aan een bestuursovereenkomst gewerkt. Deze bestuursovereenkomst zal de basis vormen voor eventuele verdere formele afspraken. Voor de komende periode is de wens uitgesproken de samenwerking te intensiveren. Vanuit het maatschappelijk belang is het wenselijk dat er in de regio Utrecht gezamenlijk wordt opgetrokken om zo burgers en bedrijven op een zelfde manier te benaderen en een level playing field te creëren. Daarnaast is het voor de efficiëntie van beide diensten wenselijk daar waar mogelijk de samenwerking te zoeken zowel op inhoud als op bedrijfsvoering.
2.3.
Financiële positie per 31 december 2022
In deze paragraaf is de geprognosticeerde financiële positie per 31 december 2022 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2021 – 2025 wordt verwezen naar bijlage 4.1. Meerjarenperspectief financiële positie. Financiële positie per 31 december 2022 ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
31 december 2022 €
482.000
€
PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve 482.000 - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
Eigen vermogen
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
€ €
673.000 1.004.000
- Nog te ontvangen bedragen - Vooruitbetaalde bedragen
€ €
73.000 132.000
- Banksaldi
€
250.000
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar
Overlopende activa Liquide middelen
Totaal vlottende activa Totaal generaal
€
€
482.000 Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
Netto vlottende schulden met een rente 1.677.000 typische looptijd korter dan één jaar - Vooruit ontvangen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Nog te betalen bedragen
€
205.000 Overlopende passiva
€
250.000
€ €
2.132.000 Totaal vlottende passiva 2.614.000 Totaal generaal
31 december 2022 € € €
748.000 144.000 9.000
€
274.000
€ €
704.000 720.000
€
901.000
€
901.000
€
274.000
€
1.439.000
€ €
1.713.000 2.614.000
De financiële positie per 31 december 2022 In de financiële positie per 31 december 2022 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. In de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan.
2.4.
Staat van baten en lasten over 2022
In deze paragraaf is de geprognosticeerde staat van baten en lasten over 2022 opgenomen inclusief bijbehorende toelichtingen. Voor het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2021 – 2025 wordt verwezen naar bijlage 4.2. Meerjarenperspectief staat van baten en lasten.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 5 van 23
Programma 1 Handhaving
Baten
Lasten
Saldo
€
5.600.000
€
5.640.000 €
-40.000
Directe variabele kosten
€
4.535.000
€
4.574.000
€
-39.000
Directe vaste kosten
€
1.065.000
€
1.066.000
€
-1.000
2 Vergunningverlening
€
5.858.000
€
5.809.000 €
49.000
Directe variabele kosten
€
4.761.000
€
4.712.000
€
49.000
Directe vaste kosten
€
-
€
1.097.000
€
1.097.000
3 Bedrijfsvoering
€
3.619.000
€
3.619.000 €
Totaal programma's
€
15.077.000
€
15.068.000
€
9.000
Stelpost loon- en prijscompensatie
€
100.000
€
100.000
€
-
Onvoorzien
€
225.000
€
225.000
€
-
€
15.402.000
€
15.393.000
€
9.000
€
-
€
-
€
-
€
15.402.000
€
15.393.000
€
9.000
Totaal saldo van baten en lasten
-
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: Gerealiseerd resultaat
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2022 Ten opzichte van de begroting 2022 uit het meerjarig financieel perspectief in de tweede Bestuursrapportage van 2020 hebben we de begroting aangepast op basis van de nieuwste uitvoeringsplannen, aangezien dit een realistischere inschatting is voor het jaar 2022. De afname binnen de DVO-afspraken is verhoogd. Als gevolg hiervan zijn de variabele bijdragen van deze deelnemers en de daarmee samenhangende salariskosten binnen de programma's Handhaving en Vergunningverlening aangepast. Bij de berekening van de vaste en variabele bijdrage is gebruik gemaakt van de verwachte uren afname uit de DVO's 2018-2021, dan wel de DVO’s voor die deelnemers waar de DVO’s opnieuw zijn vastgesteld. In totaal is de variabele bijdrage met € 636.000 verhoogd ten opzichte van de begroting van 2021. Ten opzichte van de tweede Bestuursrapportage 2020 is de variabele bijdrage voor 2022 met € 534.000 verhoogd. In bijlage 4.4 is een analyse opgenomen van de ontwikkeling van de variabele bijdrage van de begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021. De ‘Stelpost loon- en prijs compensatie’ betreft de prijscompensatie. De looncompensatie is al doorgerekend in de programma’s. Hiermee sluiten wij beter aan bij de werkelijke kosten per programma. De post Onvoorzien is gelijk gebleven aan vorig jaar.
Wij hebben geconstateerd dat deze post mede vanwege het vroege moment van begroten ook ieder jaar vrijwel volledig is ingezet. De omvang van de RUD Utrecht neemt structureel toe, bij een grotere omvang horen ook grotere onzekerheden dus een grotere post Onvoorzien. Voorheen was het streven 2% van de totale kosten aan te houden, met deze verhoging komt de post Onvoorzien uit op 1,5% van de totale kosten en ligt daarmee nog ruim onder de 2% grens. De begrotingswijziging ten opzichte van het meerjarig perspectief zoals gepresenteerd in de tweede Bestuursrapportage 2020 is opgenomen in bijlage 4.3. Begrotingswijziging.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 6 van 23
De bijdrage per opdrachtgever voor 2022 wordt in de volgende tabel gepresenteerd:
Opdrachtgever:
Variabele bijdrage 2022:
Amersfoort
Vaste bijdrage 2022:
Totale bijdrage 2022:
Percentage Eigenaarschap:
1.114.000
733.000
1.847.000
Baarn
278.000
183.000
461.000
3,0%
Bunschoten
305.000
202.000
507.000
3,3%
Eemnes
118.000
78.000
196.000
1,3%
Houten
155.000
104.000
259.000
1,7%
Leusden
236.000
156.000
392.000
2,6%
Lopik
287.000
190.000
477.000
3,1%
Nieuwegein
202.000
135.000
337.000
2,2%
Provincie
3.832.000
2.513.000
6.345.000
41,2%
Soest
391.000
259.000
650.000
4,2%
Utrecht
1.030.000
677.000
1.707.000
11,1%
240.000
158.000
398.000
2,6%
1.108.000
718.000
1.826.000
11,8%
Woudenberg Bodemtaken na inwerking treding Omgevingswet*
12,0%
Totaal 9.296.000 6.106.000 15.402.000 100% * Overgang van bevoegd gezag van Provincie naar gemeentes. Nog onduidelijk is hoeveel van de bodemtaken naar de gemeentes zullen vloeien; deze worden daarom weergegeven als nog te verdelen taken.
In bovenstaande tabel zijn de bodemtaken zoals deze bij de invoering van de Omgevingswet verschoven moeten worden naar de gemeenten (aangezien deze onder de Omgevingswet bevoegd gezag worden) apart weergegeven. De totale lasten van deze taak behelst € 1.826.000. Dit betreft de loonkosten (variabele bijdrage), alsmede de huisvesting, ondersteuning, systemen enz. (vaste bijdrage). Voor deze totale positie moet dekking gevonden worden vanuit de gemeenten, anders leidt dit tot structurele verliezen (en mogelijk een reorganisatie). Zoals bekend zijn een deel van de gemeenten echter geen deelnemer in de RUD Utrecht, maar in de OdrU. Op dit moment vindt met alle deelnemers van de RUD Utrecht gesprekken plaats om invulling te geven aan deze taak, waarmee een deel van deze lasten kunnen worden gedekt, maar daarmee ook leiden tot een verhoging van de bijdrage van de betreffende deelnemer. Op basis van deze gesprekken hebben we de laatste inschatting van hoeveel bodemtaken we verwachten dat onze deelnemers zullen gaan afnemen in 2022 opgenomen in de tabel hier onder. De huidige inschatting is dat de provincie in 2022 nog redelijk veel bodemtaken zal afnemen om de transitie soepel te laten verlopen. De verwachting is echter dat de hoeveelheid uren die de provincie afneemt na 2022 stevig verder zal gaan dalen.
We moeten bij de inschatting opmerken dat de er niet alleen op totaalniveau maar ook in de onderverdeling tussen handhaving en vergunningverlening frictie kan ontstaan aangezien dit voor onze organisatie echt twee aparte specialismes zijn. Opdrachtgever Gemeente Amersfoort
Uren bodem vanaf 1 januari 2022*
Uren bodem UVP 2021
Variabele bijdrage ter dekking van de bodemtaken 2022
Verschil 2021 / 2022
3.641
4.030
-389
-€ 25.285
Gemeente Baarn
980
449
531
€ 34.515
Gemeente Bunschoten
715
514
201
€ 13.065
Gemeente Eemnes
481
206
275
€ 17.875
Gemeente Houten
950
426
524
€ 34.060
Gemeente Leusden
750
325
425
€ 27.625
1.047
939
108
€ 7.020
678
420
258
€ 16.770
Gemeente Lopik Gemeente Nieuwegein Gemeente Soest
1.237
384
853
€ 55.445
Gemeente Utrecht
4.000
3.778
222
€ 14.430
967
721
246
€ 15.990
15.408
**
15.408
€ 1.126.970
30.854
12.192
18.662
€ 1.338.480
Gemeente Woudenberg Provincie Utrecht Odru Gemeenten
* Op basis van de huidige orienterende gesprekken. Er zijn nog geen DVO afspraken vastgelegd over deze uren. ** Vanuit DVO van de provincie zijn er geen uren meer voor bodem beschikbaar in 2021 (oude ingangsdatum Omgevingswet). Door het verschuiven van de Omgevingswet nemen ze echter nog wel 17338 uur af.
De vaste bijdrage bijbehorende bij de bodemtaken (€ 718.000) zal op basis van de definitieve DVO’s en uitvoeringsplannen worden onderverdeeld. Voor de gemeenten die deelnemer zijn in de OdrU zijn op dit moment twee opties in beeld. De meest wenselijke is dat middels een samenwerkingsarrangement (deze optie wordt op dit moment onderzocht) de taken gezamenlijk worden uitgevoerd, waardoor er één sterk centraal bodemloket in stand blijft. De kosten hiervan worden dan door alle gemeenten in de Provincie gedekt. De tweede optie is dat middels overgang van onderneming een deel van de bodemmedewerkers overgaan naar de OdrU. Hiermee worden de lasten aan de RUD Utrecht kant verlaagd, maar creëer je ook versnippering van kennis en komen mogelijk op onderdelen de kwaliteitscriteria in gevaar.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 7 van 23
3. Programma’s De RUD Utrecht levert een bijdrage aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving door de uitvoering van VTH-taken en advisering op het gebied van milieu. Het is onze ambitie om door te groeien naar een omgevingsdienst die eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid als uitgangspunten hanteert en die haar opdrachtgevers centraal stelt. Voor ons betekent dit in de eerste plaats dat wij het maximale halen uit de door onze opdrachtgevers beschikbaar gestelde middelen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de programma’s die de kaders vormen waarin de RUD Utrecht die bijdrage levert.
3.1.
Indicatoren
In deze paragraaf kijken we voor de RUD- indicatoren vooruit naar onze prestaties voor het jaar 2022. We hebben de aantallen en de aard van de indicatoren slechts een beperkte update gegeven ten opzichte van 2021. Gedurende 2021 zal blijken of de indicatoren onze eigenaren een goed beeld geven over de prestaties van de RUD Utrecht. De volgende stap zal zijn om de indicatoren aan te laten sluiten bij de afspraken die onze eigenaren momenteel aan het maken zijn in het kader van het traject ‘Samen op weg’. De belangrijkste onderdelen van de RUD Utrecht meten we op een structurele wijze via Key Performance Indicators (KPI’s). We hebben in samenwerking met een aantal van onze eigenaren voor verschillende onderdelen van de RUD Utrecht KPI’s vastgesteld. Hieronder zijn de KPI’s voor de RUD Utrecht weergegeven: Interne processen en kwaliteit werk Wat
Indicator
Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit
Sturing op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meting van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 80 procent van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken aan de beschikking worden geconstateerd.
Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.2
Sturing op: Het professionaliseren van onze toezichthouders zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meting van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 2.2
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 8 van 23
Afnemers Wat
Indicator
Beoordeling door opdrachtgevers
Sturing op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meting van: De individuele opdrachtgever geeft de RUD Utrecht minimaal het gemiddelde rapportcijfer 6 op de gescoorde onderdelen: de rapportages, kwaliteit en resultaten productie en de communicatie.
Beoordeling door inwoners en ondernemers
Sturing op: We streven naar tevreden ondernemers en inwoners bij de uitvoering van ons werk. Meting van: Minimaal 70% van de inwoners en ondernemers geven bij reactie op het klantentevredenheidsonderzoek (KTO) aan tevreden (een ruim voldoende) te zijn over de dienstverlening van de RUD Utrecht.
Financieel en HRM Wat
Indicator
Uitvoeren jaarprogramma’s 2022 van de partners conform de DVO’s
Sturing op: Het realiseren van de DVO’s
Ziekteverzuim
Meting van: De DVO’s worden binnen de range van 90% 110% gerealiseerd in geld. Sturing op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meting van: Het ziekte percentage ligt niet hoger dan 5%.
Verdere financiële KPI’s over onder andere liquiditeit en het weerstandsvermogen zijn verwerkt in hoofdstuk 3
Paragrafen.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 9 van 23
3.2.
Programma Handhaving
Het programma Handhaving wordt ingezet om adequaat toezicht te houden bij bedrijven, op locaties, op bodem, in de afvalstofketen en in het vrije veld. De verwachting is dat de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking treedt. In 2022 vindt handhaving daarom plaats op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening en de gemeentelijke omgevingsplannen. Waar nodig wordt, afhankelijk van het verleende mandaat, een sanctie opgelegd of voorbereid. Met de milieuklachtentelefoon wordt 24-uurs bereikbaarheid voor klachten en calamiteiten gerealiseerd. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP). Naast toezicht en handhaving adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van specialistische milieuonderwerpen, informatie gestuurde handhaving, uitvoeringsbeleid, Omgevingswet en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2022 is het budget voor het programma Handhaving als volgt: Programma Handhaving
3.3.
Baten
Lasten
Saldo
€ 5.600.000
€ 5.640.000
€ 40.000
-
Programma Vergunningverlening
Het programma Vergunningverlening wordt ingezet om adequate vergunningverlening en afhandeling van meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op locaties uit te voeren. Het gaat daarbij met name om vergunning op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen en de gemeentelijke omgevingsplannen. Hierbij is uitgegaan van de verwachting dat de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking treedt. Bij de vergunningverlening worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Afhankelijk van het verleende mandaat stellen wij hiervoor adviezen op of geven we de beschikkingen af (binnen het mandaat). Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP), onderdeel van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de deelnemende partijen. Naast vergunningverlening adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, milieuzaken in omgevingsplannen, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid en nieuwe ontwikkelingen.
Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2022 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Programma Vergunningverlening
3.4.
Baten € 5.858.000
Lasten € 5.809.000
Saldo € 49.000
Programma Bedrijfsvoering
Organisatie
Onze formatie bestaat uit circa 135 fte, waarvan circa 109 fte in het primair proces werkt. Binnen het primair proces is functiescheiding toegepast tussen vergunningverlening en handhaving. De primaire medewerkers voeren binnen clusters de taken uit. Clusteroverstijgende werkzaamheden, worden via een matrixorganisatie opgepakt. Het team bedrijfsvoering levert ondersteuning op het vlak van personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting/facilitaire zaken. Binnen de afdeling bedrijfsvoering is tevens het onderdeel innovatie belegd. Dit betreft met name de digitale innovatie die voor de ontwikkeling en implementatie nauw samenwerkt met de primaire clusters Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Voor de primaire teams is 2022 het jaar waarin voor het eerst onder de Omgevingswet de werkzaamheden uit moeten worden gevoerd. Voor de ondersteunende diensten ondergebracht in bedrijfsvoering geldt dat voor een aantal onderdelen (bijvoorbeeld ICT) in zekere zin ook. Deze onderdelen zijn sinds 2020 bezig met de voorbereiding zodat de primaire teams de juiste tools en ondersteuning krijgen om ook in 2022 met de Omgevingswet de werkzaamheden efficiënt en effectief uit te voeren.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 10 van 23
Hieronder is per onderdeel van bedrijfsvoering een (korte) toelichting opgenomen van de belangrijkste onderwerpen die in 2022 op het programma staan. Daarnaast voeren deze afdelingen de reguliere werkzaamheden natuurlijk ook gewoon uit. ICT Binnen het ICT-domein onderkennen we de volgende onderwerpen.
Kantoorautomatisering, data en infrastructuur
De kantoorautomatisering wordt sinds de oprichting van de RUD Utrecht bij één van onze deelnemers afgenomen. In 2021 wordt deze samenwerking gezamenlijk geëvalueerd. Gedurende 2020 zijn de systemen bij de RUD Utrecht een aandachtspunt geweest, waarbij zowel de RUD Utrecht als de leverancier (één van onze deelnemers) ontevreden waren over de performance, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid. In de laatste maanden van 2020 is hard gewerkt om dit te verbeteren. In 2021 zal er een evaluatie plaatsvinden die antwoord moet geven op een tweetal vragen. Enerzijds of de leverancier in staat is structureel op een hoog niveau betrouwbaarheid en beschikbaarheid te garanderen en ten tweede of het voor de deelnemer naar de toekomst toe nog wel wenselijk is om deze ondersteuning (die niet zijn core business is) te blijven aanbieden tegen een acceptabele prijs. Op basis van deze uitkomsten zal of in 2021 een nieuwe afspraak en nieuwe SLA worden afgesloten worden voor de komende jaren of een (Europees) aanbestedingstraject worden gestart voor overgang naar een nieuwe leverancier. Ondanks voorstaande zal er vanaf 2022 mede voortkomend uit de ‘nieuwe’ manier van werken een hybride werkconcept worden ingevoerd.
Hierbij zal er meer verscheidenheid aan devices ontstaan als gevolg van deze nieuwe manier van werken en zal ook remote desktop (RDS) verder worden doorontwikkeld en ingezet om zo beter aan te sluiten bij de wijze waarop medewerkers hun werk uitvoeren.
GIS (kaarten)
GIS kaarten worden structureel ingezet door medewerkers bij de uitvoering van hun werk. In 2022 gaan we natuurlijk wel verder met de doorontwikkeling van data via kaartlagen (GIS). Bij de doorontwikkeling en implementatie van GIS-functionaliteiten (ontsluiten van data via kaartlagen) zal expliciet aandacht worden besteed aan ontsluiting ten behoeve van ketenpartners. Doelstelling is dat de kaartlagen de basis vormen van het werk en dat op deze wijze kan worden ontsloten en samengewerkt met zowel collega’s als ketenpartners. Voor 2022 verwachten wij deze kaarten ook expliciet aan te bieden aan deelnemers om hiermee ondersteunend te zijn bij beleidsbeslissingen.
DSO
In 2021 is de aansluiting met het DSO gerealiseerd. Een belangrijk aspect bij iedere ontwikkeling van de ITomgeving is dat aansluiting gerealiseerd wordt bij de uitgangspunten van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit impliceert dat data toegankelijk worden voor derden door het ontsluiten van deze data via een digitaal loket. Een willekeurige persoon/organisatie kan dan een verzoek om informatie indienen via één loket/centrale ingang en de RUD Utrecht dient zijn digitalisering dusdanig in te richten dat deze personen/organisaties geautomatiseerd en beveiligd via dat loket de beschikking krijgen over de data. GIS gaat hierbij een belangrijke rol spelen. Bij alle ontwikkelingen die wij doen stellen wij vast dat de mogelijkheden tot ontsluiting en aansluiting bij de uitgangspunten van het DSO geborgd blijven. In 2022 zal met de doorontwikkeling van het DSO ook blijvende aandacht vanuit ICT worden gevraagd om hier op de juiste momenten aanpassingen aan te verrichten.
Centraal Document Management Systeem (DMS)
Binnen de RUD Utrecht bestond vanuit de oprichting een versnipperde opslag van data en informatie. Deze versnippering is waar mogelijk en gewenst teruggedrongen. De laatste stappen hierin worden gezet gedurende 2020. Wij hebben reeds geconstateerd dat het volledig oplossen van deze versnippering (en in sommige gevallen vervuiling) van informatie niet kan worden opgelost. Voor eind 2020 is de doelstelling dat daar waar dit nodig is voor wet- en regelgeving of voor efficiënt kunnen werken de versnippering is opgelost en de (data)kwaliteit is geborgd. Om data vindbaar te maken en eenvoudiger te kunnen ontsluiten (voor medewerkers, ketenpartners, derden) zullen data centraal worden opgeslagen. Hiertoe wordt de functionaliteit van het DMS (DECOS) verder ingericht en benut. Vanaf 2021 zullen de processen en procedures zodanig zijn ingericht en werken dat verdere vervuiling wordt voorkomen. Door ondermeer de overgang van bevoegd gezag rondom bodem en de wens van deelnemers om aanvullende werkzaamheden bij ons te beleggen is data-overdracht een jaarlijks terugkerend thema. Middels een vast meta-dataschema en specifieke afspraken zorgen wij ervoor dat er geen nieuwe vervuiling optreed. Data kan alleen overgedragen worden nadat het is ‘opgeschoond’.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 11 van 23
Informatiebeveiliging (Baseline Informatiebeveiliging Overheid)
Implementatie van de maatregelen naar aanleiding van de BIO en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn waar noodzakelijk reeds doorgevoerd in 2018. Door de komst van de BIO per 1 januari 2019, zijn de vervolgstappen op dit gebied gezet op basis van de nieuwe richtlijnen. Door de ontwikkelingen op allerlei gebieden (DSO, GIS en kantoorautomatisering), wordt in nauwe samenhang met de diverse leveranciers en ICT Houten (de organisatie die de kantoorautomatisering levert) bij alle ontwikkelingen, vastgesteld hoe de informatiebeveiliging op een goede wijze gewaarborgd kan worden. De afgelopen jaren hebben uitgewezen dat dit ieder jaar belangrijker, maar ook lastiger wordt.
Applicatielandschap
De Omgevingswet brengt andere wensen en eisen rondom de wijze van werken met zich mee. Dit vertaalt zich ook in andere wensen met betrekking tot ons primaire VTH-systeem. In het jaar 2021 vindt een Europese Aanbesteding plaats voor een nieuw VTH-systeem. Het VTH-systeem kan intern worden aangewezen als het ‘belangrijkste’ systeem waarmee al onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners werken. Deze overgang die voor het grootste gedeelte zijn beslag moet krijgen in 2021 zal begin 2022 wanneer, er echt in het nieuwe systeem volgens de nieuwe processen moet worden gewerkt, veel van onze ICT afdeling alsook onze mensen vragen. HRM De RUD Utrecht wil een aantrekkelijke werkgever zijn, waar een ieder zijn talenten en kwaliteiten optimaal kan inzetten. Van haar medewerkers verwacht de RUD Utrecht dat zij hoogwaardige resultaten opleveren, samenwerking stimuleren, veranderbereid (flexibel) en ontwikkelingsgericht zijn. Ze heeft een bedrijfscultuur waar vertrouwen is en waarin het management de medewerkers de ruimte geeft om verantwoordelijkheid te nemen. De strategisch managers sturen op resultaat en faciliteren de medewerkers. Als een medewerker knelpunten ervaart in zijn inzetbaarheid hanteert de RUD Utrecht uitgangspunten die gericht zijn op preventie om zoveel mogelijk weg te blijven van het curatieve traject (Wet verbetering poortwachter).
In het strategisch HRM-plan heeft de RUD Utrecht beschreven hoe ze met HRM de koers van de organisatie kan ondersteunen en kan anticiperen op ontwikkelingen. Dit heeft een duidelijke overlap met de gewenste cultuurverandering die de Omgevingswet vraagt. Naar aanleiding van de strategische personeelsplanning ondersteunt HRM dit proces vanuit vier verschillende thema’s namelijk: Duurzame inzetbaarheid: door bijvoorbeeld het generatiepact en het samenwerkingsprogramma “de jonge RUD-er” houdt de RUD Utrecht medewerkers gezond en gemotiveerd aan het werk; Opleiden en ontwikkelen: door het werken aan één RUD-cultuur worden binnen de RUD Utrecht kennis en competenties ontwikkeld alsmede de persoonlijke ontwikkeling bevorderd bij medewerkers. Tevens wil de RUD Utrecht per 2021 voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2; Instroom (jonge) medewerkers: door middel van employer branding, het young professional-programma en ons stagebeleid profileert de RUD Utrecht zich als aantrekkelijke werkgever; en Kennisbehoud en –beheer: door te anticiperen op de toekomstige (natuurlijke) uitstroom behoudt de RUD Utrecht kennis in huis. Onder meer via het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek stellen we vast hoe medewerkers de RUD Utrecht als medewerker waarderen. Op basis van de uitkomsten sturen we waar nodig bij.
Uitgangspunt hierbij blijft dat de medewerkers verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en daar zelf op sturen. De RUD Utrecht ondersteunt de medewerkers waar nodig hierbij. Financiën Na invoering van de Omgevingswet zal de Producten en Diensten Catalogus (PDC) van de RUD Utrecht er anders uit komen te zien. De uitdaging is dan om onze systemen hier zo snel mogelijk op aangepast te krijgen zodat we tijdig de juiste management informatie kunnen verstrekken om keuzes te kunnen maken en te kunnen (bij)sturen. Daarnaast zullen de uitkomsten van de evaluatie outputfinanciering die in 2020 heeft plaatsgevonden in 2022 worden ingevoerd. Uitgangspunten hierbij zijn dat we simplificeren door minder producten en diensten te hebben en door minder met kentallen te gaan werken. Facilitair De RUD Utrecht is sinds de oprichting gevestigd op de 10e verdieping van het provinciehuis en maakt gebruik van de faciliteiten aldaar. Gedurende 2019 is daarnaast vanwege de groei van het aantal medewerkers een deel van de 2de verdieping extra gehuurd. In 2021 zal de huisvesting binnen het provinciehuis worden herzien. Wij zullen in samenspraak met de provincie, maar ook met de ODRU kijken naar de wijze waarop wij de huisvesting het meest toekomstbestendig kunnen invullen.
Bij het uitwerken hiervan zal ook expliciet aandacht zijn voor het ‘nieuwe’ werken, waarbij we in de nabije toekomst verwachten dat de wens om hybride te werken en dus ook te vergaderen belangrijker zal worden.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 12 van 23
Innovatie en Ontwikkelbudget Het budget dat in de huidige begroting is opgenomen voor innovatie en ontwikkeling is € 150.000. De RUD zit begin 2021 midden in de uitwerking van het traject ‘Samen op weg’. De richting is helder de uitwerking (weg er naartoe) nog niet. Op basis van de uitkomsten van dit traject zal bepaald worden waaraan in 2022 het beschikbare budget zal worden besteed. Daarnaast zal vanuit de uitwerking van het traject ook duidelijk worden welke middelen (in totaal) noodzakelijk zijn. Een deel van de middelen zal echter ook noodzakelijk zijn voor de structurele doorontwikkeling van ondermeer onze GIS-omgeving. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2021 is het budget voor het programma Bedrijfsvoering als volgt: Programma Bedrijfsvoering
Baten € 3.619.000
Lasten € 3.619.000
Saldo €
-
De vaste bijdrage is met 5,2% gestegen ten opzichte van de begroting van 2021. Deze stijging is hoger dan in 2021; de vaste bijdrage uit de initiële begroting van 2021 steeg destijds met slechts 1,8% ten opzichte van die van 2020. Hoewel er geen direct verband is tussen stijgende uren in de uitvoeringsplannen (5,6%) en de vaste bijdrage (ter dekking van de vaste kosten en bedrijfsvoering) heeft de stijging wel effect op de te maken kosten. Naast de loonstijging die ruim boven de 2% ligt is 2022 het eerste jaar onder de Omgevingswet en wordt hierdoor ook meer gevraagd van de afdeling bedrijfsvoering (bijvoorbeeld ICT met een nieuw VTH-systeem). De verwachting is dat met deze stijging de afdeling bedrijfsvoering in dit overgangsjaar voldoende ondersteuning kan blijven bieden aan het primaire proces.
4. Paragrafen Door het BBV wordt een zevental paragrafen voorgeschreven die moeten worden opgenomen in de begroting, tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de RUD Utrecht zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: Lokale heffingen; Verbonden partijen; en Grondbeleid. De overige onderdelen zullen in dit hoofdstuk nader worden toegelicht.
4.1.
Weerstandsvermogen en risicomanagement
Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen, moet de RUD Utrecht een financiële buffer hebben. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat risico’s zelf financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2022 bedraagt de algemene reserve € 748.000, dit is onder de norm van 5%. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is.
In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) ten opzichte van de totale begrote uren van het betreffende jaar. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de RUD Utrecht beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorziene risico’s. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2022 bedraagt de algemene reserve € 748.000. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. In de begroting is rekening gehouden met een structurele post Onvoorzien ter hoogte van € 225.000 (circa 1,5 procent van de totaal begrote lasten). De totale weerstandscapaciteit bedraagt naar verwachting € 973.000 (= € 748.000 + € 225.000).
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 13 van 23
Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden? Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening. Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar.
Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 14 van 23
Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse: Risico
1. outputfinanciering: productie, achterblijvende vraag
Omschrijving
Outputfinanciering: de productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is rond de € 90.000 minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.
I/S
S
Getroffen beheersmaatregelen:
Kans %
Impact
Betere tijdschrijfdiscipline, wekelijkse urenrapporten. Mobiliteitstrajecten, optimaliseren flexibele schil, transitieplan.
25%
€ 400
Goed functionerend tijdschrijfsysteem. Tijdig afstemmen met opdrachtgevers middels Q-rapportages en voortgangsgesprekken. Introductie van coördinator rol per cluster. Coördinatoren houden de productie, productiviteit en werkverdeling in de gaten en ondersteunen zo de manager.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 202
Pagina 15 van 23
x € 1000
Restrisico x € 1.000 € 100
Risico
Omschrijving
I/S
Getroffen beheersmaatregelen:
Kans %
Impact x
Restrisico x € 1.000
€ 1000 2. outputfinanciering: onvoldoende productiviteit
Outputfinanciering: binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Iedere 1% minder declarabiliteit RUD-breed levert € 90.000 minder inkomsten op.
S
Binnen de RUD wordt er wekelijks gemonitord 50% op werkelijk verantwoorde uren (in tijdschrijven), de bijbehorende productiviteit en waar nodig worden hierop door teamleiders maatregelen genomen. Maandelijks wordt de productiviteit van de clusters met de manager besproken door financiën. Elk kwartaal wordt de productiviteit van de RUD als geheel besproken in het MT.
€ 400
€ 200
15%
€ 0*
€-
25%
€ 190
€ 48
Introductie van coördinator rol per cluster. Coördinatoren houden de productie, productiviteit en werkverdeling in de gaten en ondersteunen zo de manager. 3. outputfinanciering: kengetallen
4. Ziekteverzuim
Outputfinanciering: de kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten gemaakt worden.
I
Ziekteverzuim: bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Elk procent boven deze norm kost rond de € 95.000.
S
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Het periodiek monitoren van de kentallen en eventuele onder- of overschrijdingen. Het jaarlijks evalueren en actualiseren van de PDC en de kentallen. Aanscherpen ziekteverzuimbeleid en teamontwikkeling bevorderen
Pagina 16 van 23
Risico
Omschrijving
I/S
Getroffen beheersmaatregelen:
Kans %
Impact x
Restrisico x € 1.000
€ 1000 5. Wet- en regelgeving: Algemeen
Als gevolg van nieuwe wet en regelgeving zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast moeten worden en medewerkers bijgeschoold.
S
Veranderopgave toekomstbestendigheid Jaarlijks opleidingsbudget Strategische Personeelsplanning
25%
€ 300
€ 75
6. Wet- en regelgeving: Invoering Omgevingswet DSO
Als gevolg van het invoeren van de Omgevingswet per 1 januari 2022 moet de RUD Utrecht een nieuw VTHksysteem Europees aanbesteden dat functioneert onder het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Er is nog veel onzeker over hoe dit er precies uit komt te zien waardoor de kans bestaat dat de RUD Utrecht investeert in een VTH-systeem dat op een later tijdstip nog aangepast moet worden (aanvullende kosten gemaakt moeten worden) of niet voldoende tijdig kan opstarten onder het DSO.
S
Deelname aan verschillende werkgroepen met betrekking tot DSO en de Omgevingswet
25%
€ 200
€ 50
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel (ongeveer 4 fte).
S
10%
€ 1.200
€ 120
7. Wet en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken
Aanstellen van een programmamanager Omgevingswet Uitgebreid Europees aanbestedingstraject met als onderdeel opstellen programma van eisen en wensen voor nieuw VTH-systeem.
Nadrukkelijk de samenwerking zoeken met de ODRU Gezamenlijk met de provincie Utrecht zorgdragen voor een “warme overdracht” van de bodemtaken van de provincie naar de verschillende gemeentes
Totaal restrisico:
€ 593
* Omdat er zowel een positief als negatief risico is, wordt hier € 0 opgenomen
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 17 van 23
Tegenover de bestaande risico’s staat de weerstandscapaciteit zoals hierboven besproken ter hoogte van € 973.000. De hierbij behorende ratio is: 1,64 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt daarmee op een voldoende niveau om de specifieke risico’s op te kunnen vangen. Financiële kengetallen Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een basis set van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kentallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: a. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; b. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); en c. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Kengetallen
A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte
a. b.
c.
4.2.
Verloop van de kengetallen % Jaarrekening Begroting Begroting 2020 2021 2020 -9,55 39,21 2,12
-3,56 34,28 0,04
-3,40 34,13 0,08
Voldoende <100 >50 >0,6
Norm VNG % Matig
Onvoldoende
>100 / <130 <50 / >30 <0,6 / >0
>130 <30 0
De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Voor 2022 wordt dit evenmin nodig geacht. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht matig in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is echter bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief) exploitatiesaldo te realiseren.
Financiering
Deze paragraaf gaat over de financiering van de RUD Utrecht op de korte en de lange termijn. Daarin worden
betrokken het schatkistbankieren, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel is om onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen beschikken.
Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25 procent van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren. De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 250.000 buiten de schatkist houden. In 2018 heeft de RUD Utrecht een vernieuwde financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De ingangsdatum van de vernieuwde overeenkomst is 1-1-2019. De overeenkomst omvat geen krediet limiet meer, zoals de eerdere overeenkomst. Er geldt wel een intra-daglimiet van € 600.000. Het saldo liquide middelen bedraagt op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2022 € 250.000.
Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert op de financiële positie kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021