C.1 Bijlage begeleidende brief bij E-mail met Bezwaar tegen besluit op verzoek tot handhaving Bestemmingsplan Buurtschappen op Perceel Doornseweg 29b.pdf
Tekst van het document
DEF20210317
Aan: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden t.a.v. mr. C.A. Lindhout, jurist handhaving Postbus 150 3830 AD Leusden
Leusden, 17 maart 2021
Zaaknummer: L264235 Onderwerp: Bezwaar tegen besluit op verzoek tot handhaving Bestemmingsplan Buurtschappen op Perceel Doornseweg 29b
Geachte heer Lindhout, Dank voor uw reactie op ons verzoek tot handhaving d.d. 25-1-2021 (Bijlage 1). Uw besluit d.d. 22-2-2021 (Bijlage 2) tot afwijzing van ons verzoek handhavend op te treden om te voorkomen dat op het perceel Doornseweg 29b (Perceel) een andere camping dan de voormalige Vafamil camping voor onbepaalde tijd wordt toegestaan en geopend, verontrust ons zeer. De campingexploitant, vof De ReCreatie, heeft aangekondigd op 23-4-2021 te willen openen en heeft sinds 1-3-2021 seizoenplaats houders toegelaten om standplaatsen ‘in te richten’. Er vinden activiteiten plaats die de kwaliteit van het terrein als beoogd bosgebied ernstig aantasten: kappen van bomen (ook zonder vergunning), bouwen en slopen, werk aan wegen, paden en andere infrastructuur, hermetisch afhekken en tot verboden gebied verklaren van het hele Perceel, ook het aanzienlijke oostelijke deel van het Perceel waarbij ‘camping toegestaan’ niet is vermeld en dat onder andere bestemd is voor extensieve openluchtrecreatie, … . Het is onze stellige overtuiging, dat de in het bestemmingsplan Buurtschappen (Bestemmingsplan) vastgestelde voorziene ruimtelijke ontwikkeling, namelijk het teruggeven van het Perceel aan de natuur na vertrek van de Vafamil camping, volledig van kracht is.
Deze ontwikkeling had al gerealiseerd moeten zijn nu de Vafamil camping in 2015 is vertrokken en de stichting Vakantiefaciliteiten Militairen (Vafamil) blijkens KvK-gegevens in 2016 is uitgeschreven uit het handelsregister. Het vertrek van Vafamil is dus definitief. Dat is volgens de toelichting van het Bestemmingsplan (Toelichting) voldoende aanleiding voor het wijzigen van de plankaart van het Bestemmingsplan (Plankaart), zodat de aanduiding ‘camping toegestaan’, die voor bepaalde tijd en voor Vafamil was opgenomen, wordt verwijderd. Het college beschikt hiervoor al over de benodigde bevoegdheid, omdat deze deel uitmaakt van de voorschriften van het Bestemmingsplan (Voorschriften). Voor het aldus wijzigen van het Bestemmingsplan dient alleen een wijzigingsplan in procedure te worden genomen. Vafamil hield op het Perceel een klein, niet-intensief gebruikt en besloten seizoenskampeerterrein voor uitsluitend (oud)defensiepersoneel. Vafamil werd gesubsidieerd door Defensie en het terrein werd door Defensie gratis ter beschikking gesteld. De belasting voor omwonenden van het Perceel was beperkt, ook al liep de toegang van het terrein over het erf van enkele buren met recht van 1
DEF20210317
overpad. Het is niet duidelijk of Vafamil voor dit kampeerterrein een vergunning had of zelfs nodig had volgens de tot 2008 geldende Wet op de openluchtrecreatie (WOR). Een Wob-verzoek bij de gemeente Leusden (Gemeente) leidde tot de uitkomst, dat een eventuele vergunning voor Vafamil waarschijnlijk vernietigd was. Vafamil hanteerde zelf wel een campingreglement als vereist voor een vergunning en had voor het gebruik van het Perceel een overeenkomst met het Ministerie van Defensie/Domeinen. Defensie/het Rijksvastgoedbedrijf heeft het Perceel in 2018 verkocht en het eigendom begin 2019 overgedragen aan Landgoed Den Treek-Henschoten N.V. (het Landgoed) voor € 805.000,-, een veelvoud van de waarde die het Perceel zou hebben als het aan de natuur teruggegeven zou zijn. Daarna heeft het Landgoed in nauwe samenwerking met de Gemeente een bonte serie plannen gelanceerd voor het exploiteren en rendabel maken van het Perceel: stichting van een wijkje met 20 kleine huizen, opzetten van een outdoorcentrum, beginnen van een vakantiepark waar tot 56 chalets konden komen, gebruik als camping met perspectief op het bouwen van een woonhuis. Deze heilloze plannenmakerij heeft bij de omwonenden tot woede en verbijstering geleid. Zij voorzagen een ernstige aantasting van de rust en stilte in hun kleine buurtschap. Over het belang van de buren die overpad verlenen werd heen gewalst.
Ook een kleine camping is in dit buurtschap relatief groot! Bovendien voelden de omwonende zich overrompeld door de eenzijdige plannenmakerij van het Landgoed, de Gemeente en, later ook, de campingexploitant. Het vertrouwen van de buurt in deze partijen is aangetast. Zij willen nu de natuur als buur, zoals in het Bestemmingsplan is bepaald. De aantasting van de kwaliteit van het Perceel als beoogd bosgebied moet zo snel mogelijk stoppen! Op dit punt is ook ICTime, een idealistisch bedrijf dat opkomt voor koolstofarme energie, koolstofopslag in hout(opstand) en bestuurlijk kwaliteit, zich het lot van de omwonenden en het hout op het Perceel aan gaan trekken. ICTime heeft besloten om zich samen met de omwonenden sterk te maken voor uitvoering en handhaving van het Bestemmingsplan en daarmee de teruggave van het Perceel aan de natuur en, conform Bestemmingsplan, openstelling ervan voor extensieve openluchtrecreatie, dat wil zeggen, medegebruik door recreatieve wandelaars en eventueel ook mountainbikers en ruiters, die op dit deel van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug zeer actief zijn.
Waarom zijn wij ervan overtuigd, dat de in het Bestemmingsplan vastgestelde en voorziene ruimtelijke ontwikkeling van het Perceel onverkort van kracht is, dat een andere camping dan de Vafamil camping niet mag worden toegestaan en dat een verzoek tot handhaving om te voorkomen, dat een andere camping wordt geopend, gegrond is? Ons antwoord vind u in het vervolg van dit bezwaarschrift. Wij, de twee bezwaarmakers en gemachtigde vertegenwoordigers van 29 omwonenden, maken daarom bezwaar tegen het besluit tot afwijzing van ons verzoek tot handhaving zoals door u verwoord in uw brief met uw beslissing op ons handhavingsverzoek (Bijlage 2). Behandeling van dit bezwaar met grote spoed is geboden. De aantasting van de kwaliteit van het Perceel als beoogd bosgebied gaat iedere dag verder en wij zouden de geplande officiële opening van de camping op 23-4-2021 en de drukte daarna graag willen voorkomen. Alvorens onze argumenten te presenteren voor het van kracht zijn van de in het Bestemmingsplan vastgestelde en voorziene ruimtelijke ontwikkeling van het Perceel, hetgeen betekent, dat: • • •
een andere camping dan de Vafamil camping niet mag worden toegestaan, het Perceel aan de natuur dient te worden teruggegeven en ons verzoek tot handhaving om te voorkomen, dat een andere camping wordt geopend, gegrond is, 2
DEF20210317
vatten we eerst uw overwegingen om te komen tot afwijzing van ons verzoek samen. Deze zijn voor ons herkenbaar vanuit de lopende bezwaarprocedure naar aanleiding van ons verzoek tot uitvoering van het Bestemmingsplan. Wij onderscheiden 5 punten in uw overwegingen, waarbij we, net als u, ook gebruik maken van formuleringen en inzichten als nu bekend uit de lopende bezwaarprocedure: 1. Het op 3-7-2003 vastgestelde Bestemmingsplan, waaronder het Perceel in buurtschap Waterloo (Buurtschap) valt, is vervallen per 14-11-2013 toen de Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’ (Beheersverordening) is vastgesteld. 2. Het beheer van het Perceel wordt sinds 14-11-2013 door de Beheersverordening geregeld en wel uitgaande van ‘bestaand gebruik’ in ruime zin, wat wil zeggen, ‘gebruik volgens het eerder geldende Bestemmingsplan’, inclusief in het plan opgenomen, maar nog niet gerealiseerde ontwikkelingen. 3. In de Regels van de Beheersverordening worden de Voorschriften en Plankaart van het Bestemmingsplan van toepassing verklaard, maar worden wijzigingsbevoegdheden uitgesloten, omdat het ‘niet mogelijk’ is deze in een beheersverordening op te nemen. 4. Als gevolg hiervan meent de Gemeente: a.
De Toelichting van het Bestemmingsplan is niet meer van toepassing, inclusief de bepaling dat het Perceel wordt teruggegeven aan de natuur bij vertrek van de Vafamil camping. Elders stelt de Gemeente zelfs dat een toelichting op een bestemmingsplan überhaupt geen deel uitmaakt van een bestemmingsplan en niet juridisch bindend is. b. In de Voorschriften (Art. 10.4) is de bevoegdheid van het college om ‘camping toegestaan’ bij het Perceel op de Plankaart te verwijderen niet meer van toepassing. Elders stelt de Gemeente dat een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan überhaupt geen verplichting inhoudt voor een college maar slechts een bevoegdheid daartoe. c. Op de Plankaart van het Bestemmingsplan is de strekking van de aanduiding ‘camping toegestaan’, dat ook een andere camping dan de Vafamil camping is toegestaan. Elders stelt de Gemeente uitdrukkelijk dat zowel de Beheersverordening als het Bestemmingsplan een andere camping dan die van Vafamil toelaten. 5. De Gemeente heeft vastgesteld, mede na controle ter plaatse, dat de voorbereidingsactiviteiten en het openen van een camping vallen binnen de door de Beheersverordening van toepassing verklaarde Voorschriften en Plankaart van het Bestemmingsplan en overige wet- en regelgeving.
Dit alles overwegende concludeert u dat er geen sprake is van wederrechtelijke activiteiten op het Perceel en besluit u ons verzoek om handhavend op te treden tegen de opening van een camping en de voorbereidingsactiviteiten daartoe af te wijzen. Wij beschrijven hieronder onze argumenten voor het van kracht zijn van de voorziene ruimtelijke ontwikkeling op het Perceel in het Bestemmingplan, waarbij we eerst de 5 bovenstaande overwegingen van de Gemeente puntsgewijs volgen en dan nog twee argumenten toevoegen (punten 6 en 7).
3
DEF20210317
Punt 1 Overweging van Gemeente Het op 3-7-2003 vastgestelde Bestemmingsplan, waaronder het Perceel in het Buurtschap valt, is vervallen per 14-11-2013 toen de Beheersverordening ‘Leusden en Achterveld actualisering bestemmingsplannen’ (Beheersverordening) is vastgesteld. Argument van bezwaarden Het Bestemmingsplan bevat een voorziene ruimtelijke ontwikkeling. Een beheersverordening mag dan niet worden gebruikt. Dat is toch gedaan. Het Bestemmingsplan is daarom onrechtmatig opgenomen in de Beheersverordening en niet vervallen, maar vigerend. Oorzaak is, dat de Gemeente heeft nagelaten voldoende onderzoek te doen om te mogen aannemen, dat er geen grote ruimtelijke ontwikkelingen worden verwacht in het Buurtschap.
Toelichting Bestemmingsplan is niet vervallen Er is sprake van een relevante, voorziene ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied van het Bestemmingsplan. Nadat het 6 hectare grote noordelijk deel van Kamp Waterloo al voor 2003 aan de natuur was teruggegeven was dit ook de bedoeling voor het zuidelijke deel, het Perceel. Deze teruggave is echter uitgesteld tot het vertrek van de Stichting Vakantiefaciliteiten Militairen (Vafamil), die in 2003 op het Perceel nog een besloten kampeerterrein hield voor (oud)defensiepersoneel. Deze stichting zonder winstoogmerk werd gesubsidieerd door Defensie en ook de grond, die in eigendom was van Defensie, werd gratis ter beschikking gesteld. Hiervoor bestond een overeenkomst tussen het Ministerie van Defensie/Domeinen en Vafamil. Om dit gebruik door Vafamil tot haar vertrek mogelijk te maken is in het Bestemmingsplan een deel van het Perceel zo bestemd dat de Vafamil camping was toegestaan. Het vertrek van deze camping werd nog gedurende de planperiode (lees: periode van geldigheid of toepassing) van het Bestemmingsplan voorzien. Onderstaande figuur 1 toont het hiermee corresponderende tekstfragment uit de Toelichting (bladzijde 16).
4
DEF20210317
De Toelichting is helder over bedoeling en toekomst van perceel Bestemmingsplan Buurtschappen 2003 - Toelichting: In het zuidelijke deel van dit bos ligt een kleine camping van de stichting VAFAMIL. VAFAMIL staat voor Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen, ofwel een besloten camping speciaal voor (oud) militairen. De camping biedt ruimte aan 50 standplaatsen voor kampeermiddelen en 6 standplaatsen voor stacaravans.
De bijna 5 hectare grond van het Perceel.
Hier staat “De camping” en niet “Een camping”. Dit gaat over Vafamil.
De camping wordt in het bestemmingsplan positief bestemd door middel van een aanduiding in het bos ter plaatse van de bestaande camping.
Een aanleiding voor een ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien.
Er bestaat echter een redelijke kans dat de camping binnen de planperiode zal worden opgeheven. Geldigheidsperiode als begrepen onder oude WRO. Gezien de landschaps- en natuurwaarden van het betreffende gebied en omgeving,
Er wordt aangegeven wat de reden is voor de ruimtelijke ontwikkeling.
wordt bij vertrek van deze camping voor een specifieke doelgroep, via wijziging de aanduiding van de plankaart gehaald.
Als de aanleiding een feit is “wordt” de aanduiding verwijderd. Hier staat niet “wordt overwogen”, of iets van die strekking.
Figuur 1
Er is dus onmiskenbaar sprake van dat een ruimtelijke ontwikkeling was voorzien. Volgens Wro Art. 3.38 Lid kan een gemeenteraad dan voor het betreffende grondgebied dan geen beheersverordening vaststellen. Wij zijn daarom van mening dat de vaststelling van een beheersverordening voor dit grondgebied, zoals de gemeenteraad van Leusden dat op 14-11-2013 heeft gedaan, onrechtmatig is geweest en dat om die reden het Bestemmingsplan als vastgesteld op 2-7-2003 nog steeds geldig is, of tenminste, dat de bepalingen in het Bestemmingsplan ten aanzien van het betreffende grondgebied en de voorziene ruimtelijke ontwikkeling nog steeds geldig zijn.1 Dit betekent dat er geen andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel mag worden voorbereid of geopend en het Perceel nu, na vertrek van Vafamil, aan de natuur moet worden teruggegeven. Oorzaak is dat de Gemeente heeft nagelaten voldoende onderzoek te doen In het raadsvoorstel d.d.
1-10-2013 (URL3) over het vaststellen van de Beheersverordening wordt uitgelegd: “Een beheersverordening kan door de gemeenteraad worden vastgesteld wanneer op het moment van vaststelling redelijkerwijs mag worden aangenomen dat in het betreffende gebied in principe geen grote ruimtelijke ontwikkelingen worden verwacht.” Mocht de gemeenteraad in de periode voorafgaand aan het vaststellen van de Beheersverordening op 14-11-2013 redelijkerwijs aannemen dat geen grote ruimtelijke ontwikkeling in het betreffende gebied werden verwacht?
1
Omdat de actualiseringsplicht sinds 1-7-2018 is afgeschaft (URL1, URL2), is het Bestemmingsplan ons inziens niet alleen geldig maar ook actueel.
5
DEF20210317
Om iets redelijkerwijs te mogen aannemen lijkt het ons minimaal nodig dat goed kennis wordt genomen van de 24 bestemmingsplannen die door de beheersverordening zouden komen te vervallen (13 ervan waren destijds 20 jaar of ouder) en gericht te zoeken naar aanwijzingen voor voorziene ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bestemmingsplan bevat als hierboven aangegeven overduidelijk een dergelijke aanwijzing. Dit lijkt door de Gemeente niet te zijn opgemerkt, want in de beschrijving van het Buurtschap in paragraaf 2.1 van de toelichting van de Beheersverordening worden wel de horecabedrijven genoemd, maar wordt met geen woord gerept over de Vafamil camping en de voorziene ruimtelijke plannen voor het Perceel, laat staan over een middels de Beheersverordening beoogde wijziging van deze plannen. Om iets redelijkerwijs te mogen aannemen lijkt het ons ook nodig dat enige moeite wordt gedaan om relevante informatie in te winnen, in dit geval over de stand van zaken wat betreft het vertrek van de Vafamil camping. Dat was zeer eenvoudig mogelijk geweest. Tot tenminste 10-12-2013 was op de website van Vafamil alle benodigde contactinformatie voor de ‘Camping Waterloo’ in Leusden te vinden. De betreffende webpagina is nu nog te bekijken via Internet Archive: URL4. Hier zijn te vinden: de namen van de beheerders en het telefoonnummer en emailadres van de camping.
Als navraag was gedaan, zou snel duidelijk zijn geworden dat het opheffen van de camping aanstaande was. Om iets redelijkerwijs te mogen aannemen lijkt het ons verder nodig dat in enige mate gezocht wordt naar relevante publieke informatie, bijvoorbeeld via de zoekmachine van Google. Zonder veel moeite zou dan het bericht (4-10-2013) van de Defensiebond (URL5) gevonden zijn als getoond in figuur 2.
Figuur 2
6
DEF20210317
Volgens dit bericht zou de Vafamil camping op het Perceel uiterlijk met ingang van 1-10-2014 vertrokken moeten zijn, minder dan een jaar na vaststelling van de beheersverordening. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de Gemeente heeft nagelaten de minimale inspanning te leveren om te achterhalen, dat er voor het Perceel wel degelijk een grote ruimtelijke ontwikkeling was verwacht en wel op vrij korte termijn.
Punt 2 Overweging van Gemeente Het beheer van het Perceel wordt sindsdien door de Beheersverordening geregeld en wel uitgaande van ‘bestaand gebruik’ in ruime zin, wat wil zeggen, ‘gebruik volgens het eerder geldende Bestemmingsplan’, inclusief in het plan opgenomen, maar nog niet gerealiseerde ontwikkelingen. Argument van bezwaarden Continuering van gebruik volgens het Bestemmingsplan, inclusief ontwikkelingen, betekent, dat de bepalingen erin over de bedoelde, voorziene, maar nog niet gerealiseerde ruimtelijke ontwikkeling van het Perceel nog van toepassing zijn ook na opname van het Bestemmingsplan in de Beheersverordening.
Toelichting In de Toelichting van de Beheersverordening wordt uitgelegd, wat onder ‘bestaand gebruik’ in ruime zin dient te worden verstaan (par. 1.3, URL6). Het gaat “niet om de feitelijk bestaande situatie, maar om het toegestane gebruik op basis van het geldende bestemmingsplan.” De uitleg sluit af met:” Het gaat hier dus om wat op basis van het geldende bestemmingsplan is toegestaan. Dus ook de ontwikkelingen die wel zijn toegestaan, maar nog niet gerealiseerd.” Een voorziene ruimtelijke ontwikkeling, die in het Bestemmingsplan is toegestaan en die op 14-112013 wel snel verwacht, maar nog niet gerealiseerd was, is de teruggave van het Perceel aan de natuur na vertrek van de Vafamil camping. Los van het feit, dat dit een voorziene ruimtelijke ontwikkeling betrof, waardoor een Beheersverordening niet gebruikt mag worden voor het betreffende gebied (Punt 1), zou het opnemen van het Bestemmingsplan in de Beheersverordening de uitvoering van deze voorziene ruimtelijke ontwikkeling niet in de weg niet moeten staan. Doordat de benodigde wijzigingsbevoegdheid al deel uitmaakt van het Bestemmingsplan (Voorschriften Art. 10.4) maakt de herbestemming van het Perceel als zodanig er ook al deel van uit. Wel dient voor de uitvoering hiervan nog een wijzigingsplan te worden vastgesteld, waarbij de procedure volgens Awb Afd. 3.4 geldt.
In de Uitleg Beheersverordening van Kenniscentrum InfoMil (URL7) wordt uitdrukkelijke gesteld: “Het is niet de bedoeling om met de beheersverordening nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken.” 7
DEF20210317
Echter, de in het Bestemmingsplan bedoelde teruggave van het Perceel aan de natuur is geen nieuwe maar een bestaande ruimtelijke ontwikkeling; zij is al deel van het Bestemmingsplan. Alleen als de Beheersverordening deze ontwikkeling onmogelijk zou maken, zou er sprake zijn van een ‘nieuwe ontwikkeling’2.
Punt 3 Overweging van Gemeente In de Regels van de Beheersverordening worden de Voorschriften en Plankaart van het Bestemmingsplan van toepassing verklaard, maar worden wijzigingsbevoegdheden uitgesloten, omdat het ‘niet mogelijk’ is deze in een beheersverordening op te nemen. Argument van bezwaarden Het is ‘niet mogelijk’ dat een beheersverordening specifieke wijzigingsbevoegdheden bevat, die een voorziene ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, omdat dergelijke ontwikkelingen er in principe niet in voorkomen! Dergelijke bevoegdheden hoeven dus ook niet te worden uitgesloten. Het is ook ‘niet mogelijk’ dat een beheersverordening een wijzigingsbevoegdheid die een toegestane ontwikkeling mogelijk maakt uitsluit, omdat dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk zou maken, hetgeen niet de bedoeling is van een beheersverordening. Het kan en mag niet de strekking van enige uitsluiting van een wijzigingsbevoegdheid in een beheersverordening zijn om een toegestane, voorziene ruimtelijke ontwikkeling teniet te doen. Als dat toch de strekking van een dergelijke uitsluiting is, dan is deze uitsluiting onrechtmatig. Het zou ook een onrechtmatige wijziging inhouden van ‘bestaand gebruik’ in ruime zin volgens een van toepassing verklaard bestemmingsplan. De procedure voor het wijzigen van een bestemmingsplan wordt dan als het ware ‘omzeild’.
Toelichting De Gemeente stelt dat het ‘niet mogelijk’ is wijzigingsbevoegdheden in een beheersverordening op te nemen. Nader onderzoek plaatst deze stelling in een nieuw perspectief. Op de eerste plaats is van belang onderscheid te maken tussen algemene wijzigingsbevoegdheden, zoals bijvoorbeeld opgenomen in Art. 21 in de Voorschriften, en specifieke wijzigingsbevoegdheden, zoals bijvoorbeeld Art. 10.4 in de Voorschriften. Specifieke wijzigingsbevoegdheden in een bestemmingsplan wijzen op een voorziene ruimtelijke ontwikkeling. Omdat een beheersverordening alleen is toegestaan, als er geen voorziene ruimtelijke ontwikkelingen zijn, zouden bestemmingsplannen met specifieke wijzigingsbevoegdheden, niet in
2
Een nieuwe ontwikkeling kan een ‘niet eerder bestaande’, maar ook een ‘wijziging van een eerder bestaande’ ontwikkeling zijn. 8
DEF20210317
een beheersverordening opgenomen mogen worden als uitgangspunt voor het vastleggen van ‘bestaand gebruik’ in ruime zin. (Zie ook Punt 2.) Het opnemen van een uitsluiting van (specifieke) wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplan zou dus overbodig moeten zijn. Het is namelijk ‘niet mogelijk’ dat dergelijke wijzigingsbevoegdheden via opname van eerdere bestemmingsplannen in de beheersverordening terecht komen. Strikt genomen onderschrijven wij dus de juistheid van de gemeentelijke stelling dat het ‘niet mogelijk’ is wijzigingsbevoegdheden in een beheersverordening op te nemen. Echter het alsnog uitdrukkelijk opnemen van een uitsluiting van zowel specifieke als algemene wijzigingsbevoegdheden in een beheersverordening en daarmee een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken door een eerder bestaande en bedoelde ontwikkeling teniet te doen, is niet de bedoeling van een beheersverordening. Om deze redenen zijn wij van mening dat het bepaalde in Art 3.2 van de regels van de Beheersverordening alleen rechtmatig is als met het uitsluiten van wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen gedoeld wordt op algemene wijzigingsbevoegdheden. Onze conclusie is dat Art. 10.4 in de Voorschriften nog steeds van toepassing is. De bevoegdheid van het college om de aanduiding ‘camping toegestaan’ bij het Perceel op de Plankaart te verwijderen is een onlosmakelijk deel van het Bestemmingsplan.
Dat het college hiervan gebruik moet maken na vertrek van Vafamil, volgt uit de eerder geciteerde tekst uit de Toelichting. (Zie Punt 1.)
Punt 4.a Overweging van Gemeente De Toelichting van het Bestemmingsplan is niet meer van toepassing, inclusief de bepaling dat het Perceel wordt teruggegeven aan de natuur bij vertrek van de Vafamil camping. Elders stelt de Gemeente zelfs dat een toelichting op een bestemmingsplan überhaupt geen deel uitmaakt van een bestemmingsplan en niet juridisch bindend is. Argument van bezwaarden In de Toelichting van de Beheersverordening worden eerder geldende bestemmingsplannen van toepassing verklaard, zonder beperking. Hiermee wordt ‘bestaand gebruik’ in ruime zin gecontinueerd. Volgens Kenniscentrum InfoMil bestaat een bestemmingsplan uit 3 onderdelen: toelichting, verbeelding (vroeger plankaart), regels (vroeger voorschriften). Een toelichting is niet juridisch bindend voor burgers of bedrijven in hun relatie met de overheid, maar wel voor een college als uitvoerder van een door de raad vastgesteld bestemmingsplan.
Toelichting In de regels van de Beheersverordening worden de Voorschriften en de Plankaart uitdrukkelijk van toepassing verklaard. Nergens in het Beheersverordening wordt de Toelichting uitdrukkelijk níet van toepassing verklaard. 9
DEF20210317
In Par. 1.1 van de Toelichting van de Beheersverordening staat: “Vanwege de voorbereidings- en wettelijke doorlooptijden is het niet haalbaar om voor 1 juli 2013 voor het volledige gemeentelijke grondgebied te beschikken over nieuwe bestemmingsplannen. Om toch over een actueel planologisch-juridisch regime te beschikken, is als alternatief voor het bestemmingsplan ook de toepassing van het instrument ‘beheersverordening’ mogelijk (artikel 3.38 Wro). Door middel van de beheersverordening worden de geldende bestemmingsplannen van toepassing verklaard.” De strekking van deze tekst is duidelijk: Er wordt uitgegaan van het volledige Bestemmingsplan, dat wil zeggen van alle drie de delen: Toelichting, Voorschriften en Plankaart. Er wordt niets uitgesloten. De stelling van de Gemeente elders dat een toelichting überhaupt geen deel uitmaakt van een bestemmingsplan, komt niet overeen met wat op de ministeriële website Kenniscentrum InfoMil wordt gesteld bij het uitleggen van de opbouw van een bestemmingsplan (URL8): “Het bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen: Toelichting, Verbeelding (vroeger plankaart), Regels.” Voor alle drie de planonderdelen wordt uitvoerig uitgelegd, waartoe ze dienen en wat de inhoud ervan dient te zijn.
Wat betreft de stelling van de Gemeente dat de toelichting van een bestemmingsplan niet juridisch bindend zou zijn, merken we op dat de Uitleg bestemmingsplan op de site van Kenniscentrum InfoMil begint met (URL9); “Het bestemmingsplan is een juridisch bindend document voor zowel de overheid als burgers en bedrijven.” Wat betreft het bindend zijn aan de kant van de overheid is het van belang te weten wie waarvoor verantwoordelijk is: 1. De voorbereiding van het bestemmingsplan is een taak van het college. 2. De vaststelling is een bevoegdheid van de gemeenteraad, waarbij de procedure bestemmingsplan dient te worden gevolgd (InfoMil Kenniscentrum, URL10). 3. Voor de uitvoering en handhaving van een bestemmingsplan is het college verantwoordelijk. Een toelichting bevat onder andere informatie over de bedoeling van het bestemmingsplan, het relevante beleid en de planontwikkeling. Daartoe kunnen ook concrete aanwijzingen behoren voor de uitvoering van het plan. Dat maakt dat een toelichting tot een juridisch bindend document is in de relatie tussen de gemeenteraad, die het plan heeft vastgesteld, en het college, dat het plan dient uit te voeren en te handhaven. Kortom, een toelichting is wel degelijk deel van een bestemmingsplan en is ook juridisch bindend gelet op de verantwoordelijkheden van de betrokken overheidsorganisaties: de gemeenteraad en het college.
Vertaald naar het Bestemmingsplan − of dit nu nog geldig is, omdat het onrechtmatig in de Beheersverordening is opgenomen, of in zijn geheel van toepassing verklaard is binnen de Beheersverordening als uitgangspunt voor ‘bestaand gebruik’ in ruime zin − in beide gevallen is het
10
DEF20210317
college verantwoordelijk voor de uitvoering van de taak het Perceel aan de natuur terug te geven na vertrek van de Vafamil camping.
Punt 4.b Overweging van Gemeente In de Voorschriften (Art. 10.4) is de bevoegdheid van het college om ‘camping toegestaan’ bij het Perceel op de Plankaart te verwijderen niet meer van toepassing. Elders stelt de Gemeente dat een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan überhaupt geen verplichting inhoudt voor een college maar slechts een bevoegdheid daartoe. Argument van bezwaarden Voorgaande argumenten leiden steeds tot de conclusie dat het Bestemmingsplan nog steeds helemaal geldig (Punt 1), of van toepassing (Punt 2) en ongewijzigd (Punt 3) is. Dat betekent dat ook de wijzigingsbevoegdheid in Art. 10.4 van de Voorschriften ongewijzigd geldig of van toepassing is. Een college is niet verplicht een wijzigingsbevoegdheid te gebruiken bij toepassing of handhaving van een bestemmingsplan in contacten met burgers of bedrijven. Echter, als het gebruik van een wijzigingsbevoegdheid nodig is voor een college om uitvoering te geven aan een ontwikkeling, die in het Bestemmingsplan door de raad is vastgesteld, dan is het college wel verplicht deze wijzigingsbevoegdheid te gebruiken.
Toelichting Over het al dan niet van toepassing zijn van de in Art, 10.4 van het Bestemmingsplan opgenomen bevoegdheid van het college is in het bovenstaande al het nodige beargumenteerd. Onze conclusie is steeds dat die bevoegdheid nog steeds van kracht is, dat wil zeggen, geldig of van toepassing. Een andere kwestie is of het college verplicht is de betreffende bevoegdheid in het Bestemmingsplan daadwerkelijk te gebruiken. De Gemeente stelt dat een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan überhaupt geen verplichting inhoudt voor een college maar slechts een bevoegdheid daartoe. Hierbij wordt verwezen zijn naar het vermeend niet bindend zijn van de Toelichting (Zie Punt 4.a.) en ook naar het feit dat in de Beheersverordening de toelichting en verbeelding/plankaart van bestemmingsplannen uitdrukkelijk van toepassing worden verklaard en de toelichting niet. Ook Kenniscentrum InfoMil geeft een aanwijzing in deze richting. Bij de uitleg over Opbouw bestemmingsplan (URL11) valt te lezen: “De verbeelding en regels zijn het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.” Echter voor het goede begrip hiervan is van belang vast te stellen op welke relatie tussen overheidsorganisaties onderling en tussen overheidsorganisaties en burgers of bedrijven het
11
DEF20210317
‘juridisch bindend’ zijn betrekking heeft. Onderstaande figuur 3 kan hierbij behulpzaam zijn.
Hele bestemmingsplan bindend in relatie college en raad Verantwoordelijk voor
vaststellen
voorbereiden, uitvoeren en handhaven
Toelichting
naleven
tekst
Voorschriften tekst
Gemeenteraad
Voorschriften tekst
Burgers en bedrijven
College Plankaart
Plankaart
beeld
beeld
Juridisch bindend 11
Figuur 3
De stelling van de Gemeente en de informatie van Kenniscentrum InfoMil hebben betrekking op het juridisch bindend zijn van voorschriften en plankaart in de relatie tussen college en burgers of bedrijven. Bijvoorbeeld, als een burger in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning het college verzoekt gebruik te maken van een in de voorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheid om grond met een landbouw bestemming te herbestemmen tot bouwgrond, dan is het college in principe niet verplicht van die bevoegdheid gebruik te maken. In de relatie tussen college en raad is het hele bestemmingsplan juridisch bindend. Dus als het college voor het uitvoeren van een bedoelde planontwikkeling als beschreven in de toelichting een voor dit doel in de voorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheid ter beschikking staat, dan is het gebruik daarvan voor het college wel degelijk een verplichting! Concreet betekent dit dat als in de Toelichting staat dat de aanduiding ‘camping toegestaan’ bij het Perceel van de Plankaart gehaald moet worden om zo het Perceel terug te geven aan de natuur, het college verplicht is om van de hiertoe in de Voorschriften opgenomen wijzigingsbevoegdheid gebruik te maken. Dat het college dat nog niet gedaan heeft, wijst op een nalatigheid.
Het doet echter niets af aan het feit, dat het niet de bedoeling is dat het een andere dan de Vafamil camping wordt toegestaan een camping te openen of daarvoor voorbereidingen te treffen.
12
DEF20210317
Punt 4.c Overweging van Gemeente Op de Plankaart van het Bestemmingsplan is de strekking van de aanduiding ‘camping toegestaan’, dat ook een andere camping dan de Vafamil camping is toegestaan. Elders stelt de Gemeente uitdrukkelijk dat zowel de Beheersverordening als het Bestemmingsplan een andere camping dan die van Vafamil toelaten. Argument van bezwaarden De voor het college juridisch bindende Toelichting van het geldende of van toepassing zijnde en ongewijzigde Bestemmingsplan is helder: ‘camping toegestaan’ wordt verwijderd bij vertrek van de Vafamil camping. Deze aanduiding is voor bepaalde tijd opgenomen om het houden van een kampeerterrein voor Vafamil mogelijk te maken tot haar in 2003 reeds verwachte vertrek. De aanduiding is niet bedoeld om voor onbepaalde tijd een andere camping dan de camping van Vafamil mogelijk te maken. Het Perceel dient aan de natuur te worden teruggegeven na vertrek van Vafamil.
Toelichting De Gemeente stelt dat zowel de Beheersverordening als het Bestemmingsplan een andere camping dan die van Vafamil toelaten. Deze stelling bestrijden wij in twee stappen. Allereerst gaan we in op de vraag of het Bestemmingsplan een andere camping toelaat, ervan uitgaande dat het Bestemmingsplan ongewijzigd van kracht is (geldig of van toepassing). Daarna gaan we na in hoeverre hier verandering in kan zijn gekomen door opname van het Bestemmingsplan in de Beheersverordening. Als hierboven herhaaldelijk opgemerkt is de Toelichting er glashelder over dat het Perceel teruggegeven wordt aan de natuur bij vertrek van de Vafamil camping. Daarvoor is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in de Voorschriften. De Vafamil camping ís sinds 2015 vertrokken. Uitvoering van het Bestemmingsplan houdt in dat het college gebruik maakt van zijn wijzigingsbevoegdheid en een wijzigingsplan in procedure brengt om de vastgestelde ontwikkeling te realiseren. Dit laat geen enkele ruimte voor het toestaan van een andere camping dan de Vafamil camping. Dat het college tot op heden heeft nagelaten uitvoering te geven aan de betreffende bepalingen in de Toelichting en de wijzigingsbevoegdheid te gebruiken, verandert daar niets aan.
Bij Punt 1 hebben wij al betoogd dat het Bestemmingsplan onrechtmatig in de Beheersverordening is opgenomen, ervan uitgaande dat de voorziene teruggave aan de natuur van het Perceel wordt aangemerkt als een ruimtelijke ontwikkeling. Onrechtmatige opname betekent dat het oorspronkelijke Bestemmingsplan geldig is gebleven en dat een andere camping dan die van Vafamil niet is toegestaan als hierboven beargumenteerd. Als we desondanks uitgaan van opname van het Bestemmingsplan in de Beheersverordening, dan is het Bestemmingsplan vervallen, dat wil zeggen, niet meer geldig. In de Beheersverordening is echter bepaald dat ‘bestaand gebruik’ in ruime zin betekent continuering van het gebruik volgens het eerder geldende Bestemmingsplan. Het Bestemmingsplan wordt daarvoor onverkort van toepassing verklaard, inclusief “ontwikkelingen die wel zijn toegestaan, maar nog niet gerealiseerd.” Zie Punt 2. De voorziene teruggave aan de natuur van het Perceel na vertrek van Vafamil is een toegestane en 13
DEF20210317
bedoelde, zij het nog niet gerealiseerde, ontwikkeling. Hieruit volgt dat ook de Beheersverordening geen andere camping dan de Vafamil camping toelaat. In een Beheersverordening zijn specifieke wijzigingsbevoegdheden ‘niet mogelijk’, als uiteengezet in Punt 3. Specifieke wijzigingsbevoegdheden zijn gekoppeld aan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen en die komen in een Beheersverordening immers niet voor. Opname van het Bestemmingsplan in de Beheersverordening zou impliceren dat het Bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk maakt, die worden aangemerkt als voorziene ruimtelijke ontwikkeling. Als het Bestemmingsplan, ondanks het daarin voorkomen van een voorziene ruimtelijke ontwikkeling, toch in de Beheersverordening wordt opgenomen, dan maakt die ontwikkeling, inclusief de bijbehorende wijzigingsbevoegdheid, deel uit van de Beheersverordening, omdat deze ontwikkeling niet losgemaakt kan worden van het van toepassing verklaarde Bestemmingsplan, dat als uitgangspunt wordt genomen voor continuering van ‘bestaand gebruik’ in ruime zin. Het uitsluiten van een dergelijke wijzigingsbevoegdheid impliceert een wijziging van het ‘bestaand gebruik’ in ruime zin en ook een wijziging van het eerder geldende Bestemmingsplan. Dat zou niet rechtmatig zijn, omdat voor het wijzigen van een bestemmingsplan de daarvoor vereiste procedure (Wro Art. 3.9a) dient te worden gevolgd.
Voor zover het uitsluiten van wijzigingsbevoegdheden in Art. 3.2 van de Regels van de Beheersverordening betrekking heeft op het onlosmakelijk van het Bestemmingsplan Buurtschappen deel uitmakende Art. 10.4 in de Voorschriften, is dat niet rechtmatig. Dit artikel is dus ook onder de Beheersverordening nog van toepassing, net als de Toelichting. Hieruit volgt dat geen andere camping dan de Vafamil camping toelaatbaar is.
Punt 5 Overweging van Gemeente De Gemeente heeft vastgesteld, mede na controle ter plaatse, dat de voorbereidingsactiviteiten en het openen van een camping vallen binnen de door de Beheersverordening van toepassing verklaarde Voorschriften en Plankaart van het Bestemmingsplan en overige wet- en regelgeving. Argument van bezwaarden Op grond van het in Beheersverordening bepaalde ‘bestaand gebruik’ in ruime zijn op basis van het Bestemmingsplan is dit plan in zijn geheel en ongewijzigd van toepassing, inclusief het in de Toelichting en Voorschriften bepaalde over de voorziene ruimtelijke ontwikkeling van het Perceel. (Zie Punten 2, 3 en 4.a). Op grond hiervan is een andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel niet toegestaan en zou de Gemeente moeten vaststellen dat de voorbereidingsactiviteiten voor het openen van een andere camping niet vallen binnen wat de Beheersverordening, c.q. het van toepassing verklaarde Bestemmingsplan, toestaat. Als we echter wel uitgaan van het door de Gemeente gestelde toelaatbare gebruik van het perceel, merken we op dat er activiteiten gaande, dan wel gepland zijn die daar niet binnen vallen: Het voor een camping geplande grondgebruik door de exploitant gaat ver buiten het deel van het Perceel waarbij ‘camping toegestaan’ staat vermeld op de Plankaart. Een verzoek is alleen al om deze reden gegrond. 14
DEF20210317
Toelichting Op grond van uw eerdere overwegingen begrijpen we, dat u vastgesteld hebt dat op het Perceel momenteel geen wettelijke beperkingen worden overtreden door de eigenaar of exploitant van het Perceel. Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn, dat wij een ander beeld hebben van de geldende wettelijke beperkingen. Niettemin, als we uitgaan van uw idee van geldende beperkingen, komen wij tot de conclusie dat op een belangrijk punt toch beperkingen worden overtreden. De door de exploitant geplande camping strekt zich aan meerdere zijden uit tot buiten het deel van het Perceel waarbij ‘camping toegestaan’ op de Plankaart staat vermeld, zoals uit onderstaande figuren 4 en 5 blijkt.
Op gearceerd gebied is ‘camping toegestaan’ op Plankaart 70 m
120 m
285 m
15 m
90 m
15 m
Figuur 4
Plannen voor nieuwe camping gaan ruim buiten ‘camping toegestaan’ 70 m
120 m
285 m
geen ‘camping toegestaan’
15 m
90 m
15 m
Figuur 5
15
DEF20210317
Het voorbereiden en openen van een camping op delen van het Perceel waar geen camping is toegestaan, lijkt ons een aperte overtreding van wettelijke beperkingen, zoals die door u zijn aangenomen. Ons inziens is dit op zichzelf voldoende grond om handhavend op te treden en het stopzetten van voorbereidingen voor en openen van een nieuwe camping te verordenen, tenminste tot de campingplannen in overeenstemming zijn gebracht met de door u gehanteerde beperkingen.
Punt 6 Argument van bezwaarden Als de Beheersverordening tot gevolg zou hebben dat de bijna 5 hectare grond van het Perceel niet aan de natuur wordt teruggegeven, terwijl volgens het Bestemmingsplan wel zo bepaald is, dan heeft de Beheersverordening een aanzienlijk nadelig gevolg voor Natuurnetwerk Nederland. Een provinciale verordening laat geen bestemmingsplannen (en dus ook beheersverordeningen) toe, die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken, die nadelige gevolgen hebben voor kwaliteit, oppervlakte en samenhang van Natuurnetwerk Nederland. Ervan uitgaande dat de Gemeente met de Beheersverordening aan de provinciale verordening voldoet, is het nog steeds de bedoeling dat het Perceel wordt teruggegeven aan de natuur.
Toelichting Volgens de geldende provinciale omgevingsverordening (URL12) mogen bestemmingsplannen (of beheersverordeningen), die betrekking hebben op locaties binnen het Natuurnetwerk Nederland geen nieuwe bestemmingen en regels bevatten, die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland (Art. 6.3). Als de Beheersverordening een bedoelde teruggave aan de natuur van 5 hectare grond behorend tot Natuurnetwerk Nederland teniet doet, voldoet deze niet aan deze provinciale verordening. Een nieuwe ontwikkeling is immers niet alleen een ‘niet eerder bestaande ontwikkeling’, maar ook een ‘wijziging van een reeds bestaande ontwikkeling’, zoals eerder uiteengezet. (Zie noot 2 bij Punt 2.) Het Bestemmingsplan is helder over de ontwikkeling om het Perceel terug te geven aan de natuur bij vertrek van de Vafamil camping. Als deze ontwikkeling wordt gewijzigd in ‘een nieuwe camping dan de Vafamil camping is voor onbepaalde tijd toegestaan’ is er duidelijk sprake van dat de Beheersverordening een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt, die nadelig is voor een locatie die binnen Natuurnetwerk Nederland valt. Daarmee zou het geldende provinciale beleid worden overtreden en er sprake zijn van een onrechtmatige Beheersverordening. Dat kan niet de bedoeling zijn van de Gemeente.
Ook op grond van deze argumentatie komen we tot de conclusie dat het voorbereiden en openen van een andere camping dan de Vafamil camping niet toelaatbaar is.
16
DEF20210317
Punt 7 Argument van bezwaarden Ten tijde van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR), die tot 2008 geldig was, was het verboden een kampeerterrein te houden zonder een vergunning van het college. Voor het gefaseerd vervallen van de WOR zijn gemeenten in de gelegenheid gesteld een eigen kampeerbeleid te ontwikkelen in de vorm van speciale bepalingen in bestemmingsplannen of een APV. Ondanks het toenmalige bestaan van drie kampeerterreinen in de Gemeente heeft zij nagelaten en adequaat kampeerbeleid te ontwikkelen, blijkens de reactie op een Wob-verzoek. De bedoeling van de WOR en dus ook van kampeerbeleid is het borgen van het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid, en overige onderwerpen betreffende het kamperen. Bij ontstentenis van een dergelijk kampeerbeleid is de Gemeente niet tot een adequate toetsing van een aanvraag voor het houden van een nieuw kampeerterrein in staat en ook niet tot adequate handhaving van toegestaan gebruik van het betreffende terrein. Niettemin heeft de Gemeente nu toch een andere camping op het Perceel toegestaan dan de Vafamil camping, die al ten tijde van de WOR bestond.
Het ‘de facto kampeerbeleid’ komt neer op: ‘wat niet door een Beheersverordening of Bestemmingsplan verboden is en ook in overeenstemming is met overige wet- en regelgeving, is toegestaan’. Hiermee zijn in het geding zijnde belangen onvoldoende geborgd en is de Gemeente ernstig in gebreke gebleven. Het toestaan van een andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel is voorbarig geweest en ons inziens niet rechtmatig. Los van het feit dat ons standpunt is dat een andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel niet is toegestaan, zijn wij vooralsnog van mening dat handhaving in de vorm van het voorlopig intrekken van de gegeven toestemming door de Gemeente geboden is, tenminste totdat adequate borging van belangen bij het houden van een nieuw kampeerterrein op enigerlei wijze geregeld is. Dat geeft ook tijd aan de Gemeente of de Rechtspraak om volgens de wettelijke procedures te komen tot een definitieve beslissing over het al dan niet toegestaan zijn van een andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel en het eventueel teruggeven van het Perceel aan de natuur.
Toelichting De Gemeente heeft op basis van informatie uit een principeaanvraag en een informatieve raadspresentatie aangenomen dat voorbereiding en opening van een andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel kan worden toegestaan zonder toetsing aan een kampeerbeleid en/of het doorlopen van een eventueel uit kampeerbeleid voortvloeiende vergunningsprocedure, zoals ten tijde van de WOR (vervallen begin 2008) vereist was. 17
DEF20210317
De Gemeente heeft het niet nodig gevonden, blijkens een recente Wob-aanvraag, om na het vervallen van de WOR, een gemeentelijk kampeerbeleid te ontwikkelen en toe te passen om het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid, en overige onderwerpen betreffende het kamperen voldoende te borgen, ondanks het feit dat er destijds in de Gemeente drie kampeerterreinen in gebruik waren (Vafamil, NTKC en YMCA). Vooruitlopend op het gefaseerd intrekken van de Wet op de openluchtrecreatie (WOR), die eiste dat kampeerterreinen een vergunning en een reglement voor gebruik en verblijf moesten hebben, hebben gemeenten ruim de gelegenheid gekregen om hun eigen kampeerbeleid te ontwikkelen, bijvoorbeeld in de vorm van beperkingen of voorschriften in bestemmingsplannen, een APV en/of een omgevingsvisie. Als opgemerkt, heeft de Gemeente daar geen gebruik van gemaakt. Een eventueel onder de WOR aan de Stichting Vafamil toegekende vergunning voor het houden van een kampeerterrein op het Perceel is waarschijnlijk vernietigd (uitkomst Wob-verzoek). Bekend is dat Vafamil wel gebruiksovereenkomst met het Ministerie van Defensie/Domeinen had, over een campingreglement beschikte en alleen tijdens het seizoen open was (van oktober tot april/Pasen) 3.
Voor zover ons bekend, heeft de Gemeente bij het toestaan van een andere camping dan de Vafamil camping, niet getoetst in hoe verre het nieuwe gebruik overeen zou komen met dat van Vafamil. Het kampeerbeleid is de facto verengd tot ‘wat niet volgens het Bestemmingsplan of anderszins verboden is, is toegestaan’. Wij zijn van mening dat de Gemeente in gebreke is gebleven met betrekking tot de informatievoorziening aan belanghebbenden over de details van het door de campingexploitant beoogde gebruik van het Perceel. Deze details waren bij de Gemeente wel bekend, maar zijn niet ter beschikking gesteld. Pas via een verzoek om nadere informatie over een door de grondeigenaar aangevraagde omgevingsvergunning is inzage verkregen in de details van het beoogde grondgebruik door de campingexploitant. Daaruit bleek dat het geplande kampeerterrein zich voor een aanzienlijk ook uitstrekt op delen van het Perceel, waarbij de aanduiding ‘camping toegestaan’ niet geldt. (Zie Punt 5.) Wij zijn van mening dat de Gemeente ernstig in gebreke is gebleven door een nieuwe camping op het Perceel toe te staan zonder toepassing van een adequaat kampeerbeleid, waardoor gebruik van en verblijf op een kampeerterrein worden geregeld, eventueel via een vergunningsproces.
De Gemeente heeft aldus nagelaten het belang van de orde, de rust, de veiligheid, de natuur- en landschapsbescherming, de bescherming van het milieu, de hygiëne en de gezondheid, en overige onderwerpen betreffende het kamperen voldoende te borgen. Het nu beoogde gebruik als kampeerterrein is nota bene zeer wezenlijk verschillend van het nietintensieve gebruik, dat de Stichting Vakantiefaciliteiten Militairen (Vafamil) tot 2015 van het terrein maakte. Vafamil beheerde op het Perceel een besloten en gesubsidieerde seizoenscamping voor (oud)defensiepersoneel. Het Perceel betrof een hoek van het voormalige Kamp Waterloo en werd door Defensie gratis ter beschikking gesteld. De nieuwe camping wil het terrein voor onbepaalde tijd intensief gebruiken voor een jaarronde, commerciële en publieke camping met eigen horeca, een beheerderswoning op het terrein en veel vrijheid voor ‘zelfbouw’ van kampeermiddelen en het toelaten van alternatieve kampeermiddelen, bijvoorbeeld een oude dubbeldekker.
3
Op basis van verklaringen van huidige en voormalige omwonenden.
18
DEF20210317
Onderstaande figuur 6 geeft een indruk van de bedoelingen van de campingexploitant: een zelfbouw ‘dorp’ waar men kan ‘klooien’. Wij maken ons daar ernstig zorgen over.
Figuur 6
De Gemeente heeft voorafgaand aan het toestaan van een camping geen adequate toetsing toegepast en er onvoldoende zorg voor gedragen relevante belangen te borgen en andere belanghebbenden te informeren en te betrekken. Wij zijn van mening dat de Gemeente een nieuwe camping voorbarig en ten onrechte heeft toegestaan en dat er grond is voor handhaving in de vorm van het stoppen van de voorbereidingen voor en opening van een andere camping, tenminste totdat bovengenoemde gebreken in de gemeentelijke handelwijze zijn hersteld. Dit heeft als bijkomstig effect dat er tijd wordt gemaakt voor de Gemeente of de Rechtspraak om volgens de wettelijke procedures te komen tot een definitieve beslissing over het al dan niet toegestaan zijn van een andere camping dan de Vafamil camping op het Perceel en het eventueel teruggeven van het Perceel aan de natuur. Wie zijn wij, de bezwaarmakers, en degenen die wij vertegenwoordigen en wat is ons belang? Wij, de twee bezwaarmakers, plus de 29 omwonenden die ons gemachtigd hebben hen in deze zaak te vertegenwoordigen (Zie Bijlage 4.), maken ons grote zorgen over de lopende en aanstaande ontwikkelingen ten aanzien van Doornseweg 29b. De bewoners van buurtschap Waterloo zijn vrijwel allemaal omwonenden van het Perceel. Zij voorzien een ernstige verstoring van de rust en stilte in 19
DEF20210317
hun buurtschap en maken zich ook zorgen over de intensivering van het verkeer op de parallelweg van de Doornseweg, maar ook op de smalle toegangsweg via het overpad op het erf van twee directe buren. Bij een jaarronde camping met mogelijk 24 uur per dag 7 dagen per week toegang is dit vragen om problemen. Bij een volle bezetting van de nieuwe camping zou het aantal in het buurtschap verblijvende mensen wel kunnen verdubbelen! Dit alles schaadt het directe en actuele belang van de bewoners van het buurtschap. De parallelweg bij de Doornseweg is nu zwaar belast door de vele mountainbikers die vanwege het niet doorgankelijk zijn van het Perceel het bos moeten verlaten. Elders gaan zij dan het bos weer in. Als het Perceel wordt teruggegeven aan de natuur en gebruikt gaat worden voor extensieve openluchtrecreatie (zie Bestemmingsplan), kunnen mountainbikepaden over het Perceel worden gerealiseerd. De belasting van de parallelweg zou dan drastisch afnemen. Ook het op elkaar laten aansluiten van wandelpaden ten zuiden en noorden van het Perceel zou de recreatieve waarde van het gebied aanzienlijk vergroten. Verder zijn er, vooral aan de Waterlooweg veel activiteiten met paarden. Daarvoor is het zeer aantrekkelijk om ook door het aaneengesloten bos, dat ontstaat wanneer het Perceel aan de natuur wordt teruggegeven, uit te kunnen rijden.
Bij dit alles hebben niet alleen de omwonenden maar ook de vele recreanten in het bos een aanzienlijk belang. Meer vanuit een maatschappelijk perspectief is het in deze tijd van klimaatverandering door toename van CO2 in de atmosfeer van groot belang om houtopstand te behouden en te vergroten. Teruggave aan de natuur van het Perceel is ook daarom van belang. Dit is één van de redenen waarom het idealistische bedrijf ICTime besloten heeft zich in te zetten samen met de omwonenden voor teruggave aan de natuur en het doen ontstaan van een mooi aaneengesloten bos. ICTime zet zich óók in voor de verbetering van bestuur en daarmee het aanpakken van bestuurlijke dwalingen. Een behoefte aan en verlangen naar rechtvaardigheid en een betrouwbare overheid speelt hierbij een grote rol. Kennisgenomen hebbende van de ontwikkelingen ten aanzien van het Perceel in de afgelopen jaren en de beleving van onrecht bij omwonenden heeft ICTime besloten zich ook op dit punt in te zetten voor deze zaak. Zie Bijlage 3 voor informatie over ICTime als belanghebbende. Afsluitend – spoed geboden! Wij rekenen erop dat u dit bezwaar met spoed in behandeling wilt nemen en hopen dat snel tot handhaving, tenminste in de vorm van opschorting wordt overgegaan.
Zo kan worden voorkomen verdere schade wordt aangebracht aan de natuur waaraan het Perceel volgens het Bestemmingsplan het Perceel moet worden teruggegeven en deel wordt van een aaneengesloten bosgebied in Natuurnetwerk Nederland. Hoogachtend,
R. Wouters
H.M.J. Bruijns Directeur ICTime Consulting & Training B.V.
Doornseweg 30 3832 RM Leusden
President Kennedylaan 144 2343 GV Oegstgeest
+31 6 51295129 dolf@leusderhei.nl
+31615519770 henk.bruijns@outlook.com / henk.bruijns@ictime.nl 20
DEF20210317
Bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Ons verzoek tot handhaving d.d. 25-1-2021. Uw brief met besluit op verzoek d.d. 22-2-2021 Brief d.d. 19-1-2021 van ICTime met toelichting op bezwaar Machtigingen
21