Bijlage Toelichting ontwerp BP Mastenbroek 2 Ladder voor duurzame verstedelijking.pdf
Tekst van het document
Daarnee kan verondersteld worden dat ter hoogte van de Ruurd Visserstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor een goed woon- en leefklimaat kan blijven worden gewaarborgd na realisatie van onderhavig plan. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect op het gebied van geluid.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) bestudeerd. De onderstaande tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Zeer fijnstof (PM2,5)
Achtergrondconcentratie (2019) 3 14-18 µg/m 3 19-20 µg/m 3 11-13 µg/m
Grenswaarde 3 40 µg/m 3 40 µg/m 3 25 µg/m
Stikstofdioxide en fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en (zeer) fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden.
21
4.5.2
Effecten ontwikkeling Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 125 wooneenheden. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals ook onderstaand weergegeven.
Berekening NIBM-tool, op basis van 900 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
4.6
Water
4.6.1
Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft in de huidige situatie een grotendeels onbebouwd agrarisch gebied met een woonhuis, stallen en oude schuren.
22
4.6.2
Effecten ontwikkeling De beoogde ontwikkeling (de realisatie van maximaal 125 nieuwe woningen) zorgt voor een toename van het verharde oppervlak. In het kader van het stedenbouwkundig is aandacht besteed aan het toekomstige watersysteem van het plangebied. Doordat Mastenbroek 2 op de overgang ligt tussen een dekzandrug en beekdal ontstaan er mogelijkheden voor oppervlakkige afvoer van regenwater. Dit draagt bij aan een kilmaatadaptief en toekomstbestendig plan. Het landschap is hoger richting het dorp en wordt geleidelijk lager richting het beekdal in het noorden. Het water kan via de straten richting de lagergelegen groene long worden geleid, waar het terechtkomt in een van de wadi’s of waterpartijen. Van hieruit stroomt het richting het noorden door het groene deel van het plangebied, waar het afgevoerd wordt op het oppervlaktewater. Aangezien een stuk onverhard agrarisch land wordt bebouwd zijn de voorgaande maatregelen hiertegen afgezet in een waterbalans. Onderstaand is weergegeven dat hieruit een positief beeld naar voren komt.
Waterbalans (bron: Imoss)
De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. Gelet op voorgaande kan in ieder geval worden geconcludeerd dat de wateropgave vroegtijdig wordt meegewogen in de planvorming en dat er voor wat betreft het aspect ‘water’ geen sprake van negatieve milieueffecten.
23
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de beoogde realisatie van maximaal 125 woningen aan de noordzijde van de kern Achterveld, gemeente Leusden, belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit dat negatieve effecten op het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat op zijn hoogst sprake is van een beperkt negatief milieueffect dat niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. In het kader van de ontwikkeling van ‘Groot Agteveld’ aan de zuidkant van Achterveld heeft destijds een beoordeling plaatsgevonden in hoeverre de aanwezige verkeersstructuur van Achterveld geschikt is om de toekomstige verkeersbewegingen af te kunnen woningen. In deze beoordeling is reeds de ontwikkeling van onderhavige ontwikkeling meegenomen. De verwachting is dat de verkeerstoename niet voor een belemmering zal zorgen op de aspecten doorstroming en veiligheid. Hiermee zal geen sprake zijn van een negatief (milieu-)effect. Als gevolg van de nieuwe ontwikeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden via de Jan van Arkelweg en Ruurd Visserstraat.
De toename van het verkeer op de Jan van Arkelweg is minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten. Hiermee is geen sprake van een merkbare geluidstoename. Voor de 30 km/uur weg Ruurd Visserstraat wordt op basis van het akoestisch onderzoek verondersteld dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor een goed woon- en leefklimaat kan blijven worden gewaarborgd na realisatie van onderhavig plan. Er zal gezien voorgaande geen sprake zijn van een 24
Lucht
Water
significant negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Ook in de toekomstige situatie, na realisatie, blijven de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen (stikstofdioxide en fijnstof) beneden de wettelijke grenswaarden. De wateropgave is vroegtijdig meegewogen in de planvorming. Er is sprake van een positieve waterbalans. De nieuwe functies zijn niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. Ook is geen negatieve invloed op de veiligheid van de waterkeringen in de omgeving te verwachten. Voor het aspect water is geen sprake van een negatief milieueffect.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
25
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Quick scan natuur Nader onderzoek Wet natuurbescherming Onderzoek stikstofdepositie Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Archeologisch bureau- en booronderzoek Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Interactieve kaarten provincie Zuid-Holland https://www.zuidholland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx
26
VERKENNEND BODEM- EN VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GROND- EN PUINONDERZOEK Jan van Arkelweg 42 Achterveld
kenmerk PJ Milieu BV: 20004901A
VERKENNEND BODEM- EN VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GROND- EN PUINONDERZOEK Jan van Arkelweg 42 Achterveld
kenmerk PJ Milieu BV: 20004901A
opdrachtgever:
Gemeente Leusden
datum rapport:
3 april 2020
kenmerk:
20004901A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
PJ Milieu BV
projectleider en rapporteur:
ing. M.J. Gorter | gorter@pjmilieu.nl
autorisatie:
ir. H.J.R. van Dasselaar
PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ........................................................................................................... 4
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................ 5 2.1 Werkwijze ................................................................................................... 5 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................. 5 2.2.1 Onderzoekslocatie .............................................................................. 5 2.2.2 Omgeving.......................................................................................... 7 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ...................................................................... 8
3
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK DEELLOCATIE A en D ......................... 11 3.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 11 3.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 11 3.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 12 3.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 12 3.5 Verontreinigingssituatie ............................................................................... 13 3.5.1 Aard, mate en omvang....................................................................... 13 3.5.2 Oorzaak en tijdstip ontstaan ............................................................... 14 3.5.3 Blootstellingsrisico’s en spoedeisendheid .............................................. 15
4
VERKENNEND BODEMONDERZOEK DEELLOCATIE A, B en C ...................................... 16 4.1 Veldonderzoek ............................................................................................ 16 4.1.1 Uitvoering ........................................................................................ 16 4.1.2 Resultaten ........................................................................................ 16 4.2 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 18 4.2.1 Uitvoering ........................................................................................ 18 4.2.2 Analyseresultaten .............................................................................. 19 4.3 Toetsing PFAS ............................................................................................ 22
5
NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK DEELLOCATIE B .......................................... 23 5.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................. 23 5.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 23 5.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 23 5.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 24 5.5 Verontreinigingssituatie vak III ..................................................................... 25 5.5.1 Aard, mate en omvang....................................................................... 25 5.5.2 Oorzaak en tijdstip ontstaan en bepaling spoedeisendheid sanering ......... 26
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................... 27 6.1 Conclusies.................................................................................................. 27 6.2 Aanbevelingen ............................................................................................ 28
BIJLAGEN 1 | Documenten vooronderzoek 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Achtergrondinformatie 6 | Kadastrale kaart en tekening
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Leusden is door PJ Milieu BV in februari en maart 2020 een verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Jan van Arkelweg 42 te Achterveld. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is een voorgenomen onroerende zaak transactie (aankoop). De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd met het oog op het toekomstige gebruik (wonen). De aanleiding is ook de aanvraag van een omgevingsvergunning. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 5725 1, aanleiding A 2. Het uitgevoerde verkennend en nader asbest in grondonderzoek is gebaseerd op de NEN 5707 3. Het uitgevoerde verkennend bodem- en nader asbest in gronden puinonderzoek is gebaseerd op de NEN 5740 4 en NEN 5897 5. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3.
Het doel van het nader asbest in grondonderzoek is het vaststellen van de aard en de omvang van de bodemverontreiniging en een bepaling van het gehalte asbest op basis van een visuele inspectie van het maaiveld en de uitgegraven grond in combinatie met een steekproefsgewijze monsterneming. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek en het veld- en laboratoriumonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
1 2
3 4 5
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017 NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5897+C2. Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Delft, 2017
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
4
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: het Kadaster; de opdrachtgever; de gemeente Leusden en omgevingsdienst (ODRU); het Bodemloket en Topotijdreis.nl; de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de foto op de voorpagina en de bijlagen 1 en 6. Onder bijlage 1 zijn opgenomen: de door de omgevingsdienst verstrekte gegevens; het bodemloketrapport. Onder bijlage 6 zijn opgenomen: een kadastrale kaart; een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Jan van Arkelweg 42 Achterveld
Gemeente
Leusden
Kadastrale aanduiding
Gemeente Stoutenburg, sectie B, percelen 2880 en 3327 En sectie D, percelen 2738, 3230, 3459 en 3460
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte percelen
3.171, 19.207, 8.000, 515, 833 en 53.522 m²
Oppervlakte onderzoekslocatie
85.248 m²
X-coördinaat
162.633
Y-coördinaat
461.227
Huidig gebruik Op Jan van Arkelweg 42 heeft de locatie een agrarische functie. Op het erfdeel (Jan van Arkelweg 42) is een woonhuis aanwezig en diverse stallen. Momenteel wordt één oude veestal gebruikt door derden voor het houden van vleesvee. Door de bewoners van het
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
5
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
woonhuis wordt een berging en kapschuur gebruikt voor de stalling van voertuigen en materialen. De overige stallen zijn leeg en worden niet meer gebruikt. Ter plaatse van het erf bestaat de verharding uit klinkers, beton en puinverharding. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Te denken valt hierbij aan (ondergrondse) brandstoftanks of een relevante opslag van vloeistoffen. Wel zijn ten oosten van het erf diverse depots (met name grond en klinkers). De locatie maakt een matige verzorgde indruk. Net ten zuiden van het erf is een puinpad aanwezig welke als toegangspad dient. Het overige deel van de onderzoekslocatie betreft weiland. Ter plaatse van het weiland zijn diverse dammetjes aanwezig. Onbekend is of deze puin bevatten. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen. Historisch gebruik Op de locatie zijn gegevens bekend met bodembedreigende activiteiten, namelijk: • voormalige bovengrondse olieopslag; • voormalige opslag bestrijdingsmiddelen; • diverse gedempte sloten.
betrekking
tot
voormalige/historische
De ligging van deze voormalige/historische bodembedreigende activiteiten is weergegeven op de tekening in bijlage 6. De ligging van de gedempte sloten is weergegeven in bijlage 1. De bouw van de woning dateert van 1924 (bron BAG). In 1962 en 1966 zijn er verbouwingen van de woningen uitgevoerd. De schuren zijn gebouwd in 1963, 1966, 1975 en 1980. Op basis van de beschikbare bouwvergunningen blijkt dat een aantal panden niet meer aanwezig zijn (zie ligging tekening 1, bijlage 6). Van de locatie is één bodemonderzoeksrapport bekend. In tabel 2 zijn gegevens uit dit rapport beknopt weergegeven. Tabel 2
Voorgaande bodemonderzoeken
Jan van Arkelweg 42 Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek
Onderzoeksbureau
Acorius Advies B.V.
Datum rapport
27-02-2012
Kenmerk rapport
H12-013
Aanleiding
Transactie
Resultaten bovengrond
Licht verhoogde gehalten kobalt, lood, PAK, PCB en minerale olie
Resultaten ondergrond
Geen verhoogde gehalten
Resultaten grondwater
Licht verhoogde gehalten barium, nikkel, xylenen en zink
Overige
Op maaiveld rondom schuren is asbestverdacht materiaal waargenomen. Liggen op verharding en is vermoedelijk afkomstig van de daken.
Door middel van bovengenoemde onderzoek is de bodem ter plaatse van de voormalige olieopslag onderzocht. De voormalige olieopslag is kort na het onderzoek in 2012 verwijderd. Volgens het historisch bodembestand van de provincie Utrecht is een kiwa-certificaat hiervoor afgegeven (echter niet beschikbaar). Ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag is de bodem niet onderzocht. Onderzoek naar asbest in grond is in 2012 niet uitgevoerd.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
6
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie woningen te realiseren. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: • raadplegen asbestkansenkaart; • globale inspecteren van de locatie (maaiveld en gebouwen); • bestuderen luchtfoto’s; • verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Uit onlangs uitgevoerde asbestinventarisatie van PJ Milieu B.V. (kenmerk 19095501K, d.d. 28-11-2019) blijkt dat op meerdere daken is asbesthoudende golfplaten aanwezig zijn. Sommige stallen zijn (deels) ingestort. Op een tweetal plekken is geen dakgoot aanwezig en is sprake van een spoelzone. Op basis van oude luchtfoto’s en oude topografische kaarten blijken op de onderzoekslocatie diverse panden te hebben gestaan die niet meer aanwezig zijn. Onduidelijk is of in deze panden asbesthoudende materialen is gebruikt en op welke wijze de panden gesloopt zijn. Verder blijkt tijdens inspectie van de onderzoekslocatie op diverse plekken puin in de bodem aanwezig te zijn (onder andere het toegangspad naar het erf). Op basis van bovenstaande wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van puin/spoelzones/sloop asbest gebouwen.
2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen op de rand van de bebouwde kom van Achterveld. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor woon- en agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Deze kunnen aanleiding geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Ook PFAS en/of GenX wordt in deze omgeving niet verwacht. Bodeminformatie Van de omgeving zijn geen bodemonderzoeksrapporten bekend. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK-37 en gelegen op kaartblad 32 oost. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit zand. De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied (intrekgebied).
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
7
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Achtergrondgehalten De gemeente Leusden beschikt niet over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. Er zijn geen gegevens bekend van verhoogde lokale achtergrondgehalten ter plaatse van de onderzoekslocatie en de omgeving. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op een deel van de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging (verdachte locaties). Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740. Het verkennend asbest in grond- en puinonderzoek wordt conform de NEN 5707/5897 uitgevoerd. In onderstaande tabel zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven. Tabel 3
Te onderscheiden deellocaties
DL
Omschrijving
V/O
Verwachte stoffen
Oppervlakte (m²)
A
Erf
V
Asbest, olie, zware metalen, OCB
8.400
B
Toegangspad
V
asbest
270 (lengtemeters)
C
Weilanden
O
D
Voormalige panden weilanden
V
DL V/O
= =
83.600 asbest
Circa 100 m² per voormalig pand
deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging
Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Formeel (volgens de NEN 5740) is de doelstelling in deze situatie als volgt: het bepalen van de aard van een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde wordt aangetroffen (deellocatie A); - het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde (deellocatie C). Het algemene doel van verkennend asbest in grond- en puinonderzoek is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Formeel (volgens de NEN 5707/NEN 5897) is de doelstelling om met een geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem/het puin met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem (deellocatie A, B en D).
Het doel van het verkennend asbest in grond- en puinonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. In de onderstaande tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategieën (NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
8
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 4
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie A
A – erf Verkennend: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL) Asbest: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming Veldonderzoek Aantal gaten/boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Gaten tot
Boring
èn boring tot
èn boring met
Grond
Grondwater
0,5 m of ongeroerd
tot 0,5 m
grondwater
peilbuis
Asbest
Grond
19 + 2 korte sleuven tpv spoelzones
13
4
3*
6
3
3
Asbest in grond
Standaardpakket bodem + 1 x PFAS
Standaardpakket grondwater
* 1 peilbuis wordt geplaatst en bemonsterd ter plaatse van de bovengrondse tank (mits nog aanwezig. Zo mogelijk wordt gebruik gemaakt van bestaande peilbuis. Tabel 5
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie B
B - toegangspad Verkennend: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte lijnvormige locatie (ONV-GR-L) Asbest: Onderzoeksstrategie voor halfverhardingslagen Veldonderzoek Aantal gaten/boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Sleuven tot
Boring
èn boring tot
èn boring met
0,5 m of ongeroerd
tot 0,5 m
grondwater
peilbuis
8
6
1
1
Tabel 6
Grond Asbest
Grondwater Grond
2
2
1
Asbest in grond
Standaardpakket bodem + 1 x PFAS
Standaardpakket grondwater
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie C
C - weilanden Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GR-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
33
5
9
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
Grond Bovengrond
Grondwater Ondergrond
5
5
9
Standaardpakket bodem + PFAS
Standaardpakket bodem
Standaardpakket grondwater
9
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 7
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek deellocatie D
D – voormalige bebouwing weilanden Asbest: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming Veldonderzoek Aantal gaten/boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Gaten tot
Boring
èn boring tot
èn boring met
Grond
Grondwater
0,5 m of ongeroerd
tot 0,5 m
grondwater
peilbuis
Asbest
Grond
12
-
-
-
4
-
-
Asbest in grond
Vooralsnog worden de dammen en slootdempingen niet als verdacht gezien. Als blijkt uit de te verrichten boringen dat de bodemopbouw duidelijk afwijkt en/of bodemvreemde bijmengingen bevat, zal de onderzoeksstrategie aangepast worden.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
10
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
3 VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK DEELLOCATIE A EN D 3.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is op 18 en 19 februari 2020 uitgevoerd door één of meerdere gecertificeerde personen van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 2018 6. Ter plaatse van deellocatie A (erf) zijn in totaal 19 gaten gegraven (gecodeerd als nrs. 1 t/m 9 en 12 t/m 21). Ook is ter plaatse van elke spoelzone (totaal 2) een sleuf gegraven (gecodeerd als nrs. 51 en 52). Ter plaatse van deellocatie D (voormalige bebouwing weilanden) zijn 12 gaten gegraven (gecodeerd als nrs. 301 t/m 303, 401 t/m 403, 501 t/m 503 en 601 t/m 603). De gaten en sleuven zijn handmatig of machinaal gegraven. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de profielen in bijlage 2. Op de profielen staan ook de afmetingen van de gegraven gaten en sleuven weergegeven. De situering van de gaten en sleuven is aangegeven op de tekeningen in bijlage 6.
Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het uitvoeren van een maaiveldinspectie; • het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; • van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling mengmonsters samengesteld; • van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; • de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 3.2
Resultaten veldonderzoek
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is er geen sprake van neerslag. Ter plaatse van het erf is de locatie grotendeels verhard met klinkers en beton en het overige deel van de onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit gras. Het gras is niet verwijderd. Hierdoor was de maaiveldinspectiecoëfficiënt ter plaatse lager dan 50% en niet uitvoerbaar conform de NEN 5707. Ter plaatse van het erf zijn op zowel de klinker als de betonverharding op het maaiveld diverse (grove stukken) asbestverdachte materialen aangetroffen. Hiervan is geen materiaalverzamelmonster genomen omdat hier geen sprake is van bodem. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de profielen in bijlage 2 en in hoofdstuk 4. In geen van de gegraven gaten of sleuven is asbestverdacht materiaal waargenomen.
6
Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
11
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
3.3
Laboratoriumonderzoek
De monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Acmaa Testing B.V. te Deurningen. In tabel 8 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven. Tabel 8
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Deellocatie
Monstercode
Gaten/sleuven
Traject
Geanalyseerde parameters
A
18-4
18
0,25 – 0,75
Asbest in grond
A
51-1
51
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
A
52-1
52
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
A
MM-21
1 t/m 6
0,08 - 0,5
Asbest in grond
A
MM-22
7, 8, 9 en 17
0,0 – 0,5
Asbest in grond
A
MM-23
19 en 20
0,12 – 0,4
Asbest in puin
D
MM-301
301 t/m 303
0,0 - 0,5
Asbest in grond
D
MM-401
401 t/m 403
0,0 - 0,5
Asbest in grond
D
MM-501
501 t/m 503
0,0 - 0,5
Asbest in grond
D
MM-601
601 t/m 603
0,0 - 0,5
Asbest in grond
MM
3.4
=
mengmonster
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. In de (meng)monsters 18-4, 21-4, MM-22, MM-23, MM-301, MM-401, MM-501 en MM-601 is asbest niet aantoonbaar. In de (meng)monsters MM-21, 51-1, 52-1 is asbest aangetoond in gehalten van respectievelijk 12 mg/kg d.s., 11.000 mg/kg d.s. en 700 mg/kg d.s. In deze (meng)monsters zijn in de fractie < 0,5 mm indicatief asbestverdachte vezels waargenomen. In tabel 9 zijn de resultaten beknopt weergegeven.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
12
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 9
Berekende asbestgehalten
Gat/sleuf
Traject
Grove fractie (>20 mm) Asbestsoort
Percentage
Gecorrigeerd gehalte fijne fractie1 (<20 mm)
Totaal gehalte asbest
Oordeel
18
0,25 – 0,75
-
-
-
-
<G
51
0,0 – 0,1
-
-
11.000
11.000
>I
52
0,0 – 0,1
-
-
700
700
>I
1 t/m 6
0,08 - 0,5
-
-
12
12
<G
7, 8, 9 en 17
0,0 – 0,5
-
-
-
-
<G
19 en 20
0,12 – 0,4
-
-
-
-
<G
301 t/m 303
0,0 - 0,5
-
-
-
-
<G
401 t/m 403
0,0 - 0,5
-
-
-
-
<G
501 t/m 503
0,0 - 0,5
-
-
-
-
601 t/m 603
0,0 - 0,5
-
-
-
-
1 <G >I -
betreft gehalte in fijne fractie gecorrigeerd voor het percentage materiaal grover dan 20 mm lager dan grenswaarde nader asbest in grondonderzoek (50 mg/kg d.s.) hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) niet aangetroffen/aangetoond
De interventiewaarde wordt overschreden ter plaatse van de sleuven 51 en 52. In geen van de overige onderzochte gaten overschrijdt het gehalte asbest de grenswaarde (50 mg/kg d.s.) voor nader asbest in grondonderzoek. Vanwege het overschrijden van de interventiewaarde in de sleuven 51 en 52 en de aanwezigheid van asbestverdachte vezels is door middel van een SEM analyse het gehalte aan respirabele vezels vastgesteld. Uit analyse blijkt dat in sleuf 51 geen respirabele vezels aanwezig zijn. In sleuf 52 is een 35 mg/kg d.s. aan respirabele asbestvezels vastgesteld. 3.5
Verontreinigingssituatie
3.5.1 Aard, mate en omvang Aard en mate Analytisch is in het uitgegraven materiaal asbesthoudend materiaal aangetoond. Het asbesthoudende materiaal bevat chrysotiel en crocidoliet. Het onderzochte asbesthoudende materiaal is slecht hechtgebonden. Omvang De horizontale verontreinigingscontouren zijn weergegeven op tekening 2 in bijlage 6. In tabel 10 is de verontreinigingssituatie schematisch weergegeven.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
13
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 10
Verontreinigingssituatie spoelzones deellocatie A, gehalten in mg/kg d.s.
Maximaal gehalte asbest (mg/kg d.s.)
11.000
Maximaal gehalte losse vezels (mg/kg d.s.) Oppervlakte gebied (m²)
35 20 (sleuf 51) en 10 (sleuf 10)
Asbest aanwezig > interventiewaarde Oppervlakte (m²)
20 (20 meter lang bij 1 meter en 10 meter lang bij 1 meter)
Verontreinigd traject (m-mv)
0,0 – 0,1
Gemiddelde dikte (m) Aantal m³
0,1 2 m³ (sleuf 51) en 1 m³ (sleuf 52)
In totaal is circa 3 m³ materiaal verontreinigd met asbest boven de interventiewaarde. De verontreiniging bevindt zich alleen in de fijne fractie en is slecht hechtgebonden. Er zijn ook losse asbestvezels in de bodem aanwezig (hoger dan de 10 mg/kg d.s.). 3.5.2 Oorzaak en tijdstip ontstaan De verontreiniging is ontstaan door erosie van de aanwezige asbestdaken (spoelzone). Op basis van de beschikbare bouwvergunningen blijkt dat de meeste schuren in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd. Omdat de meeste asbestdaken pas na circa 20 jaar beginnen te eroderen, wordt geconcludeerd dat de meeste afspoeling van asbest na 1993 heeft plaatsgevonden. Er is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging. De zorgplicht van artikel 13 Wbb is van toepassing als sprake is van: • het verrichten van handelingen (waarbij stoffen (ook als nevengevolg van de handelingen) de bodem kunnen verontreinigen of aantasten) waardoor de bodem verontreinigd raakt (artikel 6 t/m 11 Wbb); • de veroorzaker moet weten of redelijkerwijs vermoed kunnen hebben dat de bodem kon worden verontreinigd; Het in bezit hebben van een asbestdak kan niet worden beschouwd als een ‘handeling’. Daarnaast kan de eigenaar van de asbestdaken niet vermoeden dat door regenwater asbestvezels in de bodem terecht komen en zo de bodem verontreinigd.
Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een zorgplicht geval op grond van artikel 13 Wet bodembescherming. Als de zorgplicht van artikel 13 Wbb niet van toepassing is, kan worden bekeken of kan worden teruggevallen op de zorgplicht van artikel 1.1a Wet Milieubeheer. Deze zorgplicht zou van toepassing zijn als de eigenaar had kunnen vermoeden dat door erosie vrijgekomen asbestvezels in de bodem terecht zouden komen en zo de bodem verontreinigen. Aangezien dit niet het geval is, is ook de zorgplicht van artikel 1.1a Wet Milieubeheer niet van toepassing.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
14
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
3.5.3 Blootstellingsrisico’s en spoedeisendheid Een risicobeoordeling en bepaling van de spoedeisendheid van een eventuele sanering is in onderhavige situatie noodzakelijk. Middels het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest’ zoals opgenomen in bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering 2013 kan worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest. Het protocol is echter alleen van toepassing op historische asbestverontreinigingen (die voor juli 1993 zijn ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie die niet op basis van de zorgplicht gesaneerd dienen te worden. Het protocol bestaat uit drie afzonderlijke stappen. Stap 1 omvat het vaststellen of er ten aanzien van de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Stap 2 omvat de standaard risicobeoordeling (zoals opgenomen in paragraaf 4.2 van het ‘Protocol Asbest’ en kan worden uitgevoerd op basis van de resultaten uit een verkennend en/of nader onderzoek. Stap 3 omvat de locatiespecifieke risicobeoordeling. Deze bestaat in eerste instantie uit het uitvoeren van aanvullende metingen van het gewogen gehalte aan respirabele vezels (fijnste fractie (0,5 mm) in de zone van de bodem die wordt bewerkt en eventueel van het gehalte aan vezels in huisstof.
In tweede instantie betreft het (indien noodzakelijk) het meten van de asbestvezelconcentratie in de binnen- en/of buitenlucht. Toetsing Stap 1 Door middel van dit onderzoek is vastgesteld dat in de bodem gehalten boven de 100 mg/kg d.s. aanwezig zijn. Hierdoor is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Stap 2 is noodzakelijk voor het vaststellen van de risico’s. Stap 2 Er is sprake van niet hechtgebonden asbest. Het maximaal gehalte asbest overschrijdt de 100 mg/kg d.s. Er zijn mogelijk onaanvaardbare risico’s. Stap 3 is noodzakelijk voor het vaststellen van de risico’s. Stap 3 Er zijn ter plaatse van sleuf 52 losse asbestverdachte vezels aangetoond. Het gehalte is hoger dan 10 mg/kg d.s. Er zijn derhalve onaanvaardbare risico’s. Spoedeisendheid Er is sprake van onaanvaardbare risico’s omdat het gehalte aan losse asbestvezels hoger is dan 10 mg/kg d.s. Sanering van de asbest in grondverontreiniging is in deze situatie daarom spoedeisend. Omdat ter plaatse van sleuf 51 het gehalte asbest boven de 10.000 mg/kg d.s. is, is hier ook sprake van humane risico’s en dient daarom ook met spoed gesaneerd te worden.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
15
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
4 VERKENNEND BODEMONDERZOEK DEELLOCATIE A, B EN C 4.1
Veldonderzoek
4.1.1 Uitvoering Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 2001 7 en 2002 8. Op 17, 18 en 19 februari 2020 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuizen zijn gecodeerd vanaf nr. 1 voor deellocatie A, vanaf nr. 101 voor deellocatie B en vanaf nr. 201 voor deellocatie C. Het grondwater is bemonsterd op 2 maart 2020. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 4.1.2 Resultaten In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 11 omschreven. Tabel 11
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 0,1
Verharding (klinker, beton, puin)
0,1– 0,5
Zand, matig fijn, matig humeus
0,5 – 1,0
Zand, matig fijn, zwak humeus
1,0 – 1,8
Zand, matig fijn
1,8 – 2,0
Veen, zwak zandig
2,0 – 2,2
Zand, matig fijn, matig siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar tabel 12.
7
8
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
16
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 12
Zintuiglijke waarnemingen
Deellocatie
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
A A A A A A A A A A A B B B B B B B B
7 8 9 10 17 18 19 20 21 51 52 101 102 103 104 105 106 107 108
D D
601 602
0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 - 0,50 0,25 - 0,75 0,25 - 0,40 0,12 - 0,40 0,00 - 0,40 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,30 0,00 - 0,15 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,45 0,00 - 0,35 0,00 - 0,40 0,00 - 0,40 1,20 - 1,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen metaal, sporen baksteen brokken baksteen, brokken beton, brokken metselpuin uiterst baksteenhoudend, zwak betonhoudend uiterst baksteenhoudend, zwak betonhoudend volledig repac, Uitloogmonster zwak kiezel houdend zwak kiezel houdend volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat volledig menggranulaat brokken hout sporen dakpan sporen dakpan
Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 13 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 13
Veldmetingen grondwater
Deellocatie
Peilbuis
A A A B C C C C C C C C C
A 1 10 108 223 224 226 227 228 230 232 240 243
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020 2-3-2020
0,49 0,78 0,53 0,58 0,40 0,36 0,39 0,44 0,43 0,45 0,39 0,40 0,31
6,8 7,1 6,9 7,2 6,9 7,0 7,0 7,0 6,9 7,0 7,1 7,0 6,8
394 365 216 533 357 350 383 420 401 286 279 311 255
7,22 8,99 8,7 13,9 14,5 13,9 19,7 20,1 13,6 16,7 22,7 14,3 15,9
De in tabel 13 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal beschouwd worden. De troebelheid van alle peilbuizen, met uitzondering van de peilbuizen 1, 10 en A) is hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 14 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
17
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 14
Zintuiglijke waarnemingen grondwater
Deellocatie
Peilbuis
Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
A A
A
Geen
Goedlopend
Niet belucht
1
Geen
Goedlopend
Niet belucht
A
10
Geen
Goedlopend
Niet belucht
B
108
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
223
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
224
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
226
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
227
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
228
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
230
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
232
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
240
Geen
Goedlopend
Niet belucht
C
243
Geen
Goedlopend
Niet belucht
4.2
Laboratoriumonderzoek
4.2.1 Uitvoering De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 15 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 15 Deellocatie
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
A
10-1
10
0,08 – 0,5
OCB
A
MM-1
1 t/m 6, 12, 13, 14 en 19
0,05 – 0,5
Standaardpakket bodem 9, PFAS, lutum en organische stof
A
MM-2
7 t/m 10, 17 en 18
0,0 – 0,75
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
A
MM-3
11, 15, 16 en 18
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
A
MM-11
1, 4, 8, 10, 12, 19, 20 en 21
0,2 – 0,8
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
A
MM-12
1, 4, 8, 10, 11, 12 en 18
0,5 – 1,3
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
B
108-4
108
0,5 – 0,9
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
B
MM-101
101 t/m 105, 107 en 108
0,15 – 0,6
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
Grond
9
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7)
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
18
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Deellocatie
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
C
MM-201
212, 225 en 231
0,0 – 0,3
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
C
MM-202
201, 203, 204, 206 t/m 211 en 213
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
C
MM-203
214 t/m 218, 220, 221, 227, 229 en 230
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
C
MM-204
237, 238, 246 en 0,0 – 0,5 247
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
C
MM-205
233 t/m 236, 239 t/m 242, 244 en 245
0,0 – 0,5
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
C
MM-211
223 t/m 225
0,0 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
C
MM-212
226 t/m 228
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
C
MM-213
229 t/m 231
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
C
MM-214
232, 240 en 243
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
C
MM-215
238 en 247
0,5 – 1,0
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
A
A-1-1
A
1,75 – 2,75
Standaardpakket grondwater 10
A
1-1-1
1
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
A
10-1-1
10
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater en OCB
Grondwater
B
108-1-1
108
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
C
223-1-1
223
1,5 – 2,5
Standaardpakket grondwater
C
224-1-1
224
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
226-1-1
226
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
227-1-1
227
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
228-1-1
228
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
230-1-1
230
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
232-1-1
232
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
240-1-1
240
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
C
243-1-1
243
1,2 – 2,2
Standaardpakket grondwater
MM *
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
4.2.2 Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef 11- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De
10
11
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC) Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000)
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
19
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief 12 getoetst volgens het Besluit 13 en de Regeling 14 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord 15 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 16 Deellocatie
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing*** Klasseindeling****
Bovengrond A
10-1
10
Grond
Baksteen
-
-
A
MM-1
1 t/m 6, 12, 13, 14 en 19
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
A
MM-2
7 t/m 10, 17 en 18
Grond
Baksteen, metaal, beton en metselpuin
Licht: minerale olie (48)
Klasse Industrie
A
MM-3
11, 15, 16 en 18
Grond
-
Licht: PAK (5,6)
Klasse Wonen
B
MM-101
-
-
Altijd toepasbaar
B
108-4
101 t/m 105, 107 en Zand 108 Grond 108
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-201
212, 225 en 231
Grond
-
Licht: kwik (0,14) en zink (73)
Altijd toepasbaar
C
MM-202
201, 203, 204, 206 t/m 211 en 213
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-203
214 t/m 218, 220, 221, 227, 229 en 230
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-204
237, 238, 246 en 247
Grond
-
Licht: lood (37)
Altijd toepasbaar
C
MM-205
Grond 233 t/m 236, 239 t/m 242, 244 en 245
-
-
Altijd toepasbaar
MM *
** ***
-
****
12
13 14
15
= = = = = =
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik van grond
Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing •
•
• •
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
20
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Vervolg tabel 15 Deellocatie
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing*** Klasseindeling****
Ondergrond A
MM-11
1, 4, 8, 10, 12, 19, 20 en 21
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
A
MM-12
1, 4, 8, 10, 11, 12 en 18
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-211
223 t/m 225
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-212
226 t/m 228
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-213
229 t/m 231
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-214
232, 240 en 243
Grond
-
-
Altijd toepasbaar
C
MM-215
238 en 247
Zand
-
Licht: lood (62)
Altijd toepasbaar
MM *
** ***
-
****
= = = = = =
Tabel 17
*
-
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik van grond
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Deellocatie
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
A
A-1-1
A
Licht: barium (67), cadmium (0,51) en zink (260)
A
1-1-1
1
Licht: nikkel (24)
A
10-1-1
10
-
B
108-1-1
108
Licht: barium (55)
C
223-1-1
223
-
C
224-1-1
224
Licht: barium (63), nikkel (26) en minerale olie (96)
C
226-1-1
226
Licht: barium (67)
C
227-1-1
227
Licht: barium (54)
C
228-1-1
228
Licht: barium (54)
C
230-1-1
230
-
C
232-1-1
232
Licht: koper (29) en nikkel (22)
C
240-1-1
240
Licht: barium (53), koper (22) en nikkel (32)
C
243-1-1
243
Licht: barium (72)
= =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Zoals eerder aangegeven is de troebelheid van het grondwater formeel te hoog. Deze heeft de resultaten van het bodemonderzoek echter niet negatief beïnvloed. In het grondwater zijn namelijk geen sterk verhoogde gehalten aangetoond.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
21
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
4.3
Toetsing PFAS
Interpretatie De interpretatie voor PFAS-gehalten hangt af van het landelijk beleid 16 en het lokale beleid (bodemkwaliteitskaart). De toepassingsnormen (landelijke achtergrondwaarden) voor de te onderscheiden functieklassen zijn als volgt: - Natuur/Landbouw: som PFOA en PFAS individueel 0,8 en som PFOS 0,9 µg/kg d.s. - Wonen én Industrie: som PFOA 7,0 en som PFOS en PFAS individueel 3,0 µg/kg d.s. De toetsing is opgenomen in bijlage 4. In onderstaande tabel is de toetsing beschreven. Tabel 18
Monsteromschrijving grond PFAS en toetsing
Deellocatie
Monstercode
PFAS aangetoond
Overschrijding AW
Overschrijding MWKW / MWKI
Oordeel
A
MM-1
Ja
Nee
Nee
Vrij toepasbaar*
A
MM-2
Ja
Nee
Nee
Vrij toepasbaar*
A
MM-3
Ja
Nee
Nee
Vrij toepasbaar*
B
MM-101
Ja
Nee
Nee
Vrij toepasbaar*
C
MM-201
Ja
Ja
Nee
Klasse Wonen/Industrie*
C
MM-202
Ja
Ja
Nee
Klasse Wonen/Industrie*
C
MM-203
Ja
Ja
Nee
Klasse Wonen/Industrie*
C
MM-204
Ja
Ja
Nee
Klasse Wonen/Industrie*
C
MM-205
Ja
Ja
Nee
Klasse Wonen/Industrie*
*
niet toepasbaar onder/op waterbodem
16
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, 29 november 2019
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
22
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
5 NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK DEELLOCATIE B 5.1
Uitvoering veldonderzoek
Ter plaatse bevat de bodem meer dan 50% bodemvreemde bijmengingen (wordt niet beschouwd als zijnde bodem). De werkzaamheden vallen derhalve niet onder de BRL 2000. Op 19 februari 2020 is het veldwerk uitgevoerd met als uitgangspunt de in hoofdstuk 2 genoemde onderzoeksstrategie. De gegraven sleuven zijn gecodeerd vanaf nr. 101. In verband met het aantreffen van redelijk veel asbestverdacht materiaal ter plaatse van sleuf 105 is besloten het onderzoek op te schalen tot de strategie nader onderzoek – omvangsbepaling (paragraaf 7.3 uit de NEN 5707). Het doel is om vast te stellen of ter plaatse van bovengenoemde sleuven daadwerkelijk sprake is van overschrijding van de interventiewaarde. Door middel van 1 of meerdere sleuven worden vakken van 50 tot maximaal 200 m² onderzocht. De sleuven zijn machinaal gegraven. De situering van de sleuven is aangegeven op de tekening in bijlage 6. Voor de exacte sleufafmetingen wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage 2. Ten behoeve van het asbest in puinonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; • van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling diverse mengmonsters samengesteld; • van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; • de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 5.2
Resultaten veldonderzoek
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is er sprake van droog weer. Het maaiveld bestaat uit puin. Hierdoor was de maaiveldinspectiecoëfficiënt rond de 70%. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In bijlage 2 is van elke sleuf een boorprofiel opgenomen. Bij alle gegraven sleuven is menggranulaat (voornamelijk bestaande uit baksteen en beton) aangetroffen in het traject 0,0 tot maximaal 0,45 m-mv. Ter plaatse van de sleuven 104, 105 en 106 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de overige sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 5.3
Laboratoriumonderzoek
De asbestmonsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Acmaa Testing te Deurningen. In tabel 19 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven.
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld
23
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grond- en puinonderzoek
Tabel 19
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Ruimtelijke Monstercode eenheid / vak
Sleuf
Traject (m-mv)
Geanalyseerde parameters
I II II III III IV IV V VI
101 t/m 103 104 104 105 105 106 106 107 en 108 21
0,0 – 0,3 0,0 – 0,3 0,0 – 0,3 0,0 – 0,45 0,0 – 0,45 0,0 – 0,35 0,0 – 0,35 0,0 – 0,4 0,0 – 0,4
Asbest in puin Asbest in puin Materiaalverzamelmonster Asbest in puin Materiaalverzamelmonster Asbest in puin Materiaalverzamelmonster Asbest in puin Asbest in puin
MM = VM =
5.4
MM-121 104-1 104-2 105-1 105-2 106-1 106-2 MM-122 21-4
mengmonster materiaalverzamelmonster
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. In bijlage 4 zijn berekeningen (conform de NEN-5707) opgenomen van de gehalten asbest. Nader asbest in grondonderzoek Omvangsbepaling – Vak-I Ter plaatse van vak I zijn sleuven 101 t/m 103 gegraven (oppervlakte vak circa 200 m²). In de sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In mengmonster MM-121 is fijne fractie asbest (chrysotiel en crocidoliet) aangetoond. Het gehalte aan fijne fractie asbest is 7,7 mg/kg d.s (hechtgebonden). Uit analyse van de fractie <0,5 mm blijkt dat er geen asbestverdachte losse vezels zijn aangetroffen. Uit de berekeningen (inclusief correctiefactor) blijkt dat ter plaatse van de sleuven 101 t/m 103 een gehalte asbest van 5,5 mg/kg d.s. aanwezig is. De grenswaarde wordt niet overschreden. Omvangsbepaling – Vak-II Ter plaatse van vak II is sleuf 104 gegraven (oppervlakte vak circa 125 m²). In de sleuf is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het onderzochte materiaalverzamelmonster 104-4 is inderdaad asbesthoudend (10-15% chrysotiel en 2-5% crocidoliet). In mengmonster 104-1 is geen fijne fractie asbest aangetoond. Uit de berekeningen blijkt dat ter plaatse van sleuf 104 een gehalte asbest van 13 mg/kg d.s. aanwezig is. De grenswaarde wordt niet overschreden. Omvangsbepaling –Vak-III Ter plaatse van vak III is sleuf 105 gegraven (oppervlakte vak 150 m²).
In de sleuf is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het onderzochte materiaalverzamelmonster 105-4 is inderdaad asbesthoudend (10-15% chrysotiel en 2-5% crocidoliet). In mengmonster 105-1 is fijne fractie asbest aangetoond (chrysotiel en crocidoliet). Het gehalte aan fijne fractie asbest is 220 mg/kg d.s (hechtgebonden). Uit analyse van de fractie <0,5 mm blijkt dat er geen asbestverdachte losse vezels zijn aangetroffen. Uit de berekeningen (inclusief correctiefactor) blijkt dat ter plaatse van sleuf 105 een gehalte asbest van 520 mg/kg d.s. aanwezig is. De grenswaarde wordt wel overschreden. Omvangsbepaling – Vak-IV Ter plaatse van vak IV is sleuf 106 gegraven (oppervlakte vak 75 m²). In de sleuf is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het onderzochte materiaalverzamelmonster 106-4 is inderdaad asbesthoudend (10-15% chrysotiel).
20004901A | Jan van Arkelweg 42 Achterveld