Bijlage Kadernota 2025-2028.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2025 - 2028
Gemeente Leusden
Kadernota 2025-2028
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................3 1.
Aanbieding ................................................................................................................................4
2.
Financiële uitkomsten kadernota 2025 ...................................................................................5
3.
Financiële doorrekening bestaand beleid ..............................................................................6
4.
Nieuw beleid en ontwikkelingen .............................................................................................7 4.1.
Inleiding ...........................................................................................................................7
4.2.
Domein bestuur ...............................................................................................................7
4.3.
Domein leefomgeving ......................................................................................................8
4.4.
Domein samenleving .................................................................................................... 10
4.5.
Domein ruimte .............................................................................................................. 12
4.6.
Overhead ...................................................................................................................... 13
5.
Kaders begroting 2025 .......................................................................................................... 14
6.
Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................... 15
7.
6.1.
Inleiding ........................................................................................................................ 15
6.2.
Algemene uitkering ....................................................................................................... 15
6.3.
Lokale belastingen en heffingen ................................................................................... 18
Sluitende begroting 2025 en doorkijk vanaf 2026 .............................................................. 21 7.1.
Inleiding ........................................................................................................................ 21
7.2.
Sluitende begroting 2025 .............................................................................................. 21
7.3.
Doorkijk naar 2026-2031 .............................................................................................. 22
8.
Conclusie ................................................................................................................................ 24
9.
Voorstel en besluit ................................................................................................................. 25
Kadernota 2025-2028
3
1.
Aanbieding
Algemeen Hierbij presenteren wij u de kadernota 2025. Op basis van deze kadernota wordt de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 vormgegeven. Ravijnjaar Dit is de laatste kadernota voor het ravijnjaar 2026. Vanaf 2026 voorzien we flinke tekorten waardoor de nodige maatregelen zullen moeten worden getroffen om tot een structureel sluitende begroting te komen. Voor 2025 is er sprake van een tekort dat vooral incidenteel van aard is. Het college volgt de lijn die is uitgezet door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze is erop gericht om de tekorten vanaf 2026 zoveel mogelijk zichtbaar te maken in de begroting. We bereiden bezuinigings- en ombuigingsmaatregelen voor 2026 voor maar we boeken deze maatregelen nog niet in. De invulling hiervan doen we samen met de raad. Om niet onder preventief toezicht van de provincie te komen maken we een begroting die voor 2025 voldoet aan de eisen van het Gemeenschappelijk Toezichtskader (GTK); een begroting die reëel en structureel in evenwicht is. In deze kadernota zal er behalve aandacht voor het begrotingsresultaat ook aandacht zijn voor het structurele resultaat. Algemene uitkering De voorjaarsnota van het Rijk laat naar verwachting positieve financiële ontwikkelingen zien voor de gemeenten.
Zo neemt de algemene uitkering toe door het vervallen van de opschalingskorting, wordt de indexering van de algemene uitkering met terugwerkende kracht bijgesteld en vervalt de extra korting op de jeugdzorg. Hierdoor neemt het risicoprofiel in onze begroting af. Anderzijds blijft nog een aantal grote risico’s van kracht, zoals de herijking van het gemeentefonds en de tweede tranche van de hervormingsagenda van de jeugdzorg. Nieuwe regering Op het moment van schrijven is de formatie nog niet afgerond. De komst van een nieuwe regering kan van grote invloed zijn voor de gemeenten. Bijvoorbeeld voor de omvang van het gemeentefonds, de woningbouwopgave en de Spreidingswet.
Kadernota 2025-2028
4
2.
Financiële uitkomsten kadernota 2025
De financiële uitkomsten van de kadernota 2025 zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Tabel 2-1: Saldo Kadernota 2025 (bedragen x € 1.000) 2025 Saldo begroting 2024-2027
2026
1.728
2027
-1.905
2028
-1.442
-1.442
Amendement OZB
-507
-507
-507
-507
Saldo begroting 2024-2027
1.221
-2.412
-1.949
-1.949
Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen
-49
-49
-49
-49
Resultaat voorjaarsnota 2024
-193
-277
-24
59
Startpositie kadernota 2025
979
-2.737
-2.022
-1.938
-1.351
-1.270
-1.317
-1.262
-372
-4.007
-3.339
-3.201
-389
1.499
1.448
1.428
Saldo nieuw beleid/ontwikkelingen Saldo na Kadernota 2025 Verwachtte effecten maatregelen voorjaarsnota Rijk
1
Voorlopig geprognotiseerd saldo begroting -761 -2.508 -1.891 -1.773 1 De ‘verwachtte effecten maatregelen voorjaarsnota Rijk worden verwerkt in de meicirculaire. De meicirculaire zit niet in de kadernota maar omdat deze maatregelen al wel bekend is en de effecten groot zijn hebben we ervoor gekozen om deze al wel te benoemen in deze kadernota.
In verband met de beoordeling van onze komende begroting door de provincie ten behoeve van het toezichtsregime is hieronder het saldo structureel van de kadernota weergegeven. In deze weergave zijn incidentele lasten en incidentele baten buiten beschouwing gelaten. Het GTK stelt als voorwaarde dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Wat het verschil is tussen structurele en incidentele posten wordt toegelicht in de ‘Notitie structurele en incidentele baten en lasten’ van de commissie BBV. Tabel 2-2: Structureel saldo Kadernota 2025 (bedragen x € 1.000) 2025
2026
2027
2028
Saldo begroting 2024-2027
2.404
-1.446
-1.461
-1.461
Amendement OZB
-507
-507
-507
-507
Saldo begroting 2024-2027
1.897
-1.953
-1.968
-1.968
Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen
-49
-49
-49
-49
Resultaat voorjaarsnota 2024
-172
-277
-24
59
Startpositie kadernota 2025
1.676
-2.278
-2.041
-1.957
Saldo nieuw beleid/ontwikkelingen
-930
-1.090
-1.262
-1.262
Saldo na Kadernota 2025
746
-3.368
-3.303
-3.220
Verwachtte effecten maatregelen voorjaarsnota Rijk
-389
1.499
1.448
1.428
Voorlopig geprognotiseerd saldo begroting
357
-1.869
-1.855
-1.792
Het verwachte structureel saldo voor 2025 is € 357.000 positief. Voor 2026 en verder is er een structureel begrotingstekort. Indien de rijksoverheid geen extra middelen beschikbaar stelt zijn maatregelen nodig om ook voor deze jaren tot een structureel sluitende begroting te komen. Verwachtte effecten maatregelen voorjaarsnota Rijk Het Rijk heeft bij haar voorjaarsnota bekend gemaakt dat ze de 2 e tranche van de opschalingskorting per 2026 niet doorvoert. Ook wordt de veranderde indexerings-systematiek versneld ingevoerd en is er in 2025 een eenmalige korting van het gemeentefonds. De effecten hiervan voor Leusden zijn gebaseerd op berekeningen van PAUW (Product Algemene Uitkering voor het Web).
Kadernota 2025-2028
5
3.
Financiële doorrekening bestaand beleid
In de Voorjaarsnota 2024 zijn de begrote meerjarige uitgaven en inkomsten voor het bestaand beleid geactualiseerd. Dit betreft de financiële vertaling van tussentijdse raads- en collegebesluiten en de effecten van autonome ontwikkelingen. De actualisatie van het bestaand beleid in de voorjaarsnota leidt tot een voordelig startsaldo van de kadernota voor 2025 van € 979.000. Tabel 3-1: Financiële doorrekening bestaand beleid (bedragen x € 1.000) 2025 Saldo begroting 2024-2028 (incl. amendement OZB)
2026
2027
2028
1.221
-2.412
-1.949
-1.949
Saldo tussentijdse begrotingswijzigingen
-49
-49
-49
-49
Resultaat voorjaarsnota 2024
-193
-277
-24
59
Startpositie kadernota 2025
979
-2.737
-2.022
-1.938
Voorjaarsnota 2024 De Voorjaarsnota 2024 geeft een structurele verslechtering voor nagenoeg alle begrotingsjaren. In onderstaande tabel staan de belangrijkste posten benoemd. In de Voorjaarsnota 2024 worden deze onderdelen nader toegelicht. Tabel 3-2: Voor- en nadelige effecten voorjaarsnota 2024 (bedragen x € 1.000) 2025
2026
2027
2028
Meevallers: Alg. uitkering; toevoegen jaarschijven 2027 en 2028 Bijstelling OZB
339
159 114
14
27
63
Algemene uitkering; circulaires en verdeelmaatstaven
-121
-227
-207
42
Digitalisering archief
-100
-100
-100
-100
Financiële knelpunten Lariks
Tegenvallers:
-45
-43
-159
-159
Overige
59
67
40
3
Totaal
-193
-277
-24
59
Kadernota 2025-2028
6
4.
Nieuw beleid en ontwikkelingen
4.1.
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft nieuw beleid en ontwikkelingen per domein en het budget dat hiervoor wordt gevraagd. Zoals in hoofdstuk 2 is weergegeven is het structureel begrotingssaldo voor de jaren 2026 en verder negatief. Bij de begroting 2026 zullen maatregelen nodig zijn om te komen tot een structureel sluitende begroting. Deze maatregelen kunnen ook effect hebben voor het in dit hoofdstuk genoemde nieuw beleid. Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het voorgestelde nieuw beleid per domein weer. Tabel 4-1: Lasten nieuw beleid per domein (bedragen x € 1.000) Lasten Domein Domein Bestuur
2025 0
Structureel 2026 2027 10 10
2028 10
2025 100
Incidenteel 2026 2027 0 0
2028 0
Domein Leefomgeving
449
599
771
771
185
140
20
0
Domein Samenleving
479
479
479
479
0
0
0
0
Domein Ruimte
0
0
0
0
176
60
35
0
Overhead
3
3
3
3
0
0
0
0
930
1.090
1.262
1.262
461
200
55
0
Totaal
Het saldo van het nieuw beleid voor 2025 bedraagt € 1.391.000 waarvan € 930.000 structureel en € 461.000 incidenteel van aard.
4.2.
Domein bestuur
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein bestuur weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-2: Lasten nieuw beleid domein bestuur (bedragen x € 1.000) Domein bestuur Onderwerp Website Totaal
2025
Structureel 2026 2027 10 10 10 10
2028 10 10
2025 100 100
Incidenteel 2026 2027
2028
Website De gemeentelijke website is het belangrijkste dienstverleningskanaal van de gemeente Leusden. Op dit moment voldoet www.leusden.nl niet aan de verplichtingen van o.a. de Wet digitale toegankelijkheid. Van belang is om te bezien wat er moet gebeuren om wel aan de wettelijke vereisten te voldoen. Daarnaast zullen er wensen voortkomen uit de gemeentelijke dienstverleningsvisie die in voorbereiding is. Op basis hiervan zal er een programma van eisen en wensen worden opgesteld wat richting zal geven aan het realiseren van een geheel nieuwe website of aan het geven van een impuls aan de huidige. Hiervoor wordt een eenmalig budget van € 100.000 gevraagd. Voor de jaren na 2025 is het raadzaam een ontwikkelbudget van € 10.000 beschikbaar te stellen zodat er financiële ruimte is om de website en andere digitale middelen te blijven (door)ontwikkelen en zo aan te sluiten bij de ontwikkelingen op het gebied van digitale gemeentelijke dienstverlening en de wensen van inwoners.
Kadernota 2025-2028
7
4.3.
Domein leefomgeving
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein leefomgeving weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-3: Lasten nieuw beleid domein leefomgeving (bedragen x € 1.000) Domein leefomgeving Onderwerp Service en onderhoud gebouwen
2025 34
Structureel 2026 2027 34 34
2028 34
2025
Incidenteel 2026 2027
Wijkaanpak netcongestie
0
150
150
150
VRI Burgemeester Van der Postlaan – Cohensteeg
24
24
24
24
Milieuadvisering
20
20
20
20
20
20
25 140
120
185
140
Niet gesprongen explosieven kaart Programma energietransitie Beachveld Burgemeester Buiningpark Totaal
370
370
542
542
1
1
1
1
449
599
771
771
2028
20
20
0
Service en onderhoud gebouwen De afgelopen 30 jaar heeft de gemeente gebruik kunnen maken van het samenwerkingsverband met Eemfors/Amfors voor het structureel inhuren van een medewerker die het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen uitvoerde. Door pensionering van deze medewerker is er wederom een uitvraag gedaan bij Eemfors/Amfors voor een medewerker gebouwen. Helaas kan hier niet in worden voorzien en is voor de invulling van de functie gezocht op de arbeidsmarkt. Effect hiervan is dat de loonkosten duurder uitvallen. Er ontstaan meerkosten van € 28.800 per jaar met ingang van het jaar 2025. Dit is als volgt opgebouwd: de loonkosten nemen toe met € 64.000 per jaar (1 fte, 36u schaal 6). Het budget van Amfors voor de inzet van de medewerker gebouwenbeheer ad € 35.000 kan in de begroting vrijvallen. De ontbrekende, maar noodzakelijk geachte dekking ad € 29.000 wordt opgevoerd voor nieuw beleid 2025. De medewerker zal een groot gedeelte van het vastgoed van de gemeente Leusden onderhouden. Om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren zal de medewerker gebruik maken van een voertuig. De aanschaf wordt geraamd op € 30.000. Dat leidt tot een jaarlijkse afschrijving van € 3.800 met ingang van 2025 (afschrijving in 8 jaar). Daarnaast zullen de jaarlijkse beheer en onderhoudskosten met ca. € 1.200 per jaar toenemen.
Het totale financiële effect van het voertuig wordt geraamd op € 5.000 per jaar. Wijkaanpak netcongestie De netbeheerders hebben plannen gemaakt voor de aanpak van de netcongestie. Voor het verzwaren van het lokale stroomnet heeft Stedin plannen gepresenteerd (oktober 2023) om buurtgericht samen met de gemeente aan de slag te gaan om alle woningen uit te breiden van 2 kW naar 5 KW. Ook kan dit in voorkomende gevallen gecombineerd worden met andere werkzaamheden in de straat. Hiervoor is samenwerking met de gemeente gevraagd. Vanuit de gemeente dient tenminste en voorlopig een projectleider/coördinator openbare ruimte voor de buurtgerichte aanpak, een vakadviseur kabels en leidingen en een toezichthouder beschikbaar gesteld te worden. Daarnaast een beleidsadviseur die onder meer helpt bij een soepel proces voor grondverwerving door Stedin voor 75 extra trafostations binnen de wijken. Dit is een voorlopige opgave en dient nader vastgesteld te worden. De geschatte kosten hiervan bedragen € 300.000 per jaar gedurende de jaren 2026 t/m 2031. Hier tegenover staan ook extra baten door legesinkomsten. We zien nu al dat de werkzaamheden toenemen waardoor er op dit moment niet meer voldoende capaciteit is om op al deze werkzaamheden toezicht te houden. Daarom achten wij het noodzakelijk om al in 2025 extra capaciteit in te zetten op toezicht middels de inzet van 1 extra Fte.
De kosten hiervan worden gedekt vanuit extra leges opbrengsten.
Kadernota 2025-2028
8
Verkeersregelinstallatie Burgemeester Van der Postlaan – Cohensteeg Bij de begroting 2020 is in het kader van een bezuinigingsronde besloten tot het verwijderen van drie verkeersregelinstallaties (VRI’s). Anno 2024 is de bezuinigingsmaatregel inhoudelijk heroverwogen en wordt geadviseerd om de VRI op de Burgemeester Van der Postlaan – Cohensteeg te vervangen. Dit op basis van een advies van adviesbureau Royal Haskoning DHV. Deze VRI heeft een belangrijke functie en vervangende infrastructurele maatregelen zijn hier heel lastig te realiseren. De VRI zal worden omgebouwd naar een intelligente VRI (iVRI). Het plaatsen van een iVRI vraagt om een eenmalige investering van € 105.000 met een jaarlijks bedrag aan kapitaallasten van ca. € 3.750 en jaarlijks € 20.000 aan instandhoudingskosten (reserveren voor vervanging en jaarlijks beheer). Milieuadvisering De afgelopen jaren is het noodzakelijk gebleken om aanvullende opdrachten te verlenen aan de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. De gemeente heeft beperkt milieucapaciteit in huis en de vraag neemt toe. Het betreft wettelijke taken, zoals milieuadvisering bij ruimtelijke plannen, civiele projecten, initiatieven, advisering op evenementen en complexe zaken. Hiervoor is € 20.000 op jaarbasis nodig en dit moet worden opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst.
Daarnaast moet er beleid worden opgesteld ter invulling van wettelijke milieutaken die door de Omgevingswet bij de gemeenten zijn belegd, zoals bodem, geur, externe veiligheid etc. Hiervoor is een aanvullend budget nodig van € 20.000, vooralsnog voor 3 jaar. Ieder jaar zal een deel van deze onderwerpen uitgewerkt worden. Indien dit budget niet wordt toegekend, kunnen we vanuit milieu bepaalde vragen niet oppakken c.q. geen milieubeleid opstellen dat nodig is voor de uitvoering van taken. Deze aanvraag is exclusief werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet, zoals het inrichten van het omgevingsplan. Hiervoor is dekking aanwezig vanuit de rijksgelden Omgevingswet. Niet gesprongen explosieven kaart De gemeente Leusden heeft geen "niet gesprongen explosieven" kaart (NGE). Daarmee is niet inzichtelijk waar verdachte locaties zich bevinden zodat bij ontwikkeling hiermee rekening gehouden kan worden. De check op NGE is een wettelijke verplichting bij projecten en initiatieven. Het opstellen van een kaart betekent een eenmalige investering van € 25.000 die vervolgens incidenteel (circa iedere 5 jaar) geüpdatet dient te worden, in tegenstelling tot een verplichte uitvoer van maatwerk onderzoek naar NGE bij iedere ontwikkeling die in de gemeente uitgevoerd wordt.
Het opstellen van deze kaart dient naast het preventieve karakter bij ontwikkeling van een project ook tot het meer borgen van het protocol bij omgang van aangetroffen NGE. Programma energietransitie In het landelijk klimaatakkoord van 2019 zijn afspraken gemaakt om als land in 2050 klimaatneutraal te zijn. Gemeenten hebben de regierol voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In het CUP 2022 zijn de inhoudelijke ambities van Leusden verwoord. In raadsvoorstel 167043 (raadsvergadering van juni 2024) worden de hier gevraagde budgetten toegelicht. De opbouw van de bedragen is als volgt:
Kadernota 2025-2028
9
Bedragen x € 1000 2025
2026
S
130
130
Formatie warmte- en energietransitie (0,8 fte), beschikbaar gesteld via amendement
S
80
80
80
80
Formatie coördinator en adviseur netcongestie (1fte)
S
110
110
110
110
Omschrijving
I/S
Incidenteel CUP wordt structureel vanaf 2027
S
Formatie warmte- en energietransitie (1,3 fte)
Communicatiebudget
S Subtotaal Structureel
Onderzoek warmteoplossingen en actualisatie warmtetransitie - incidenteel
I
Totaal structureel en incidenteel
2027
2028
172
172
130
130
50
50
50
50
370
370
542
542
140
120
510
490
542
542
Beachveld Burgemeester Buiningpark De raad heeft het sportaccommodatiebeleid vastgesteld (raadsvergadering van april 2024). Hierin is opgenomen dat de financiële gevolgen van de aanleg van het beachveld op het Burgemeester Buiningpark in de kadernota worden verwerkt. De genoemde kosten betreffen kapitaallasten en onderhoudskosten.
4.4.
Domein samenleving
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein samenleving weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-4: Lasten nieuw beleid domein samenleving (bedragen x € 1.000) Domein samenleving Onderwerp Uitvoering Cultuurnota (t/m 2028) Participatieregeling minima, sportpas
2025 50 40
Herstel financiële knelpunten Lariks
340
340
340
340
Uitvoeringskosten wet inburgering
49
49
49
49
Uitbreiding formatie voor opvang asielzoekers
0
0
0
0
479
479
479
479
Totaal
Structureel 2026 2027 50 50 40 40
2028 50 40
2025
0
Incidenteel 2026 2027
0
2028
0
0
Uitvoering Cultuurnota (t/m 2028) De Cultuurnota is vastgesteld in de raadsvergadering van april 2024 (raadsvoorstel 153038). In de Cultuurnota is opgenomen om een cultuurmakelaar (€ 30.000 per jaar) aan te stellen en een cultuurplatform (€ 20.000 per jaar) op te zetten en te onderhouden. Het gaat om € 50.000 per jaar voor de periode 2024 - 2028. Participatieregeling minima, Sportpas In april 2023 is de pilot Sportpas voor minima gestart. Uit een minima-effectrapportage uit 2022 is naar voren gekomen dat het Leusden ontbrak aan een participatieregeling voor volwassenen. Dit terwijl meedoen een van de speerpunten is van ons beleidskader. In het beleidskader is opgenomen dat een evaluatie van de Sportpas aan de raad zal worden voorgelegd. De evaluatie is voorzien aan het eind van het tweede kwartaal 2024. We schatten de kans hoog in dat voortzetting van de Sportpas gewenst is. Het bedrag van structureel € 40.000 is gebaseerd op de begroting van de pilot: 350 sportpassen ter waarde van € 100 euro en € 5.000 uitvoeringskosten. Herstel financiële knelpunten Lariks De raad heeft op 23 mei 2024 besloten om voor 2024 een incidenteel budget van € 270.000 aan Lariks beschikbaar te stellen om bestaande financiële knelpunten voor dat jaar op te lossen. De
Kadernota 2025-2028
10
structurele knelpunten vanaf 2025 zijn, voor zo ver deze onvermijdelijk, onuitstelbaar en onontkoombaar zijn, verwerkt in de Voorjaarsnota. Bij het al dan niet structureel honoreren van de door Lariks boven formatief aangestelde formatie ad € 340.000 (4 fte x € 85.000) is er een keuzemogelijkheid die wordt meegenomen in de integrale afweging voor nieuw beleid (zie raadsvoorstel 160366). Bij de kadernota 2025 zal de politiek bestuurlijke afweging moeten worden gemaakt tussen enerzijds het alsnog honoreren van de eerder buiten de financiële kaders aangetrokken formatie, dan wel het weer terugbrengen van de boventallig aangestelde formatie. Uitvoeringskosten Wet inburgering De nieuwe Wet inburgering is ingevoerd op 1 januari 2022. Leusden heeft ervoor gekozen om verschillende onderdelen van inburgering (taalonderwijs, begeleiding etc.) bij één partij onder te brengen: Integratiewerk. Ook gezinsmigranten worden hierbij ondersteund. Leusden heeft zelf een coördinator inburgering aangesteld voor 20 uur per week, om meer zicht te houden op de (voortgang van) inburgeraars en waar nodig te kunnen bijsturen. De caseload van het aantal inburgeraars is inmiddels gestegen tot ca 80 inburgeraars. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Dit is binnen de huidige begrootte uitvoeringskosten voor inburgering niet op te vangen.
De specifieke uitkering die we vanuit het Rijk krijgen per individuele inburgeraar is wel mee gestegen met het aantal inburgeraars, maar de uitvoeringskosten zijn in de algemene uitkering opgenomen en zijn in onze gemeentebegroting 2024 niet in verhouding met de groei van het aantal inburgeraars verhoogd. Gevraagd wordt om structurele uitbreiding met een consulent inburgering voor 0,56 fte schaal 9 ad € 49.000. Daarnaast hebben we in het najaar 2023 de samenwerking met Integratiewerk en de werkwijze rondom de nieuwe Wet inburgering geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie hebben we in goed overleg besloten naar een nieuwe werkwijze te gaan waarbij (een deel van) de huidige werkzaamheden van Integratiewerk rondom de begeleiding van inburgeraars bij andere partijen belegd gaan worden. In het komende half jaar gaan we onderzoeken hoe we dit het beste kunnen vormgeven. Hieruit zal ook naar voren komen hoeveel uitvoeringskosten hiermee gepaard gaan naast de Rijksmiddelen per inburgeraar. Uitbreiding formatie voor opvang asielzoekers Het realiseren van opvanglocaties voor (minderjarige) asielzoekers kost al geruime tijd formatie vanuit het team sociaal domein. Deze worden nu incidenteel bekostigd uit de middelen voor Oekraïense ontheemden.
Dit is eigenlijk niet de bedoeling en bovendien is het incidenteel, terwijl de opgave voor opvang van asielzoekers om structurele inzet vraagt, zeker met de opgave vanuit de Spreidingswet. Deze Spreidingswet zal terugkerend inzet vragen vanuit de ambtelijke organisatie. Het gaat om het omzetten van incidentele formatie in structurele formatie: • • •
1 fte beleidsadviseur schaal 10a, € 103.000, 0,11 fte adviseur veiligheid schaal 10a, € 11.000, uitbreiding uren leerplicht 0,05 fte schaal 9, € 5.000.
Totaal € 119.000. Voor de opvang vergoedt het Rijk een bedrag van € 2.000 per geplaatste minderjarige asielzoeker. Hiermee worden de kosten gedekt.
Kadernota 2025-2028
11
4.5.
Domein ruimte
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor het domein ruimte weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-5: Lasten nieuw beleid domein ruimte (bedragen x € 1.000) Domein ruimte Onderwerp Uitwerking omgevingsvisie
2025
Structureel 2026 2025
2026
2025 35
Incidenteel 2026 2027 35 35
Gebiedssamenwerking A tot Z (defensie)
15
Integrale visie en ontwikkelingsstrategie Achterveld
126
25
176
60
Totaal
0
0
0
0
2028
35
0
Uitwerking omgevingsvisie In 2018 zijn twee omgevingsvisies vastgesteld gericht op de ambities in de fysieke leefomgeving, en in 2023 is dit samengevoegd tot één omgevingsvisie. Uit de omgevingsvisie komen verschillende opgaven terug die nog te abstract zijn om direct te vertalen naar regels (in het omgevingsplan) of direct toepasbaar op het faciliteren van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden waarop uitwerking nodig is zijn: historisch lint Hamersveldseweg/Oud Hamersveld en het entreegebied Leusden. Om een beter antwoord te kunnen hebben, en tot snellere besluitvorming te komen, en om een zorgvuldig (participatie)proces te doorlopen is een uitwerkingsbudget noodzakelijk. De geraamde uitgaven, jaarlijks € 35.000 in de periode 2025 t/m 2027, zijn met name voor stedenbouwkundige advisering en participatie. De kern van de werkzaamheden ligt bij de beleidsadviseurs en de uitgaven zijn met name gericht op ondersteuning, onderzoek en advisering. Het budget is incidenteel tot 2027 omdat de verwachting is dat dan een nieuwe periode/cyclus start in relatie tot de omgevingsvisie. Gebiedssamenwerking A tot Z (defensie) Het college heeft in 2023 besloten aan de gebiedssamenwerking met andere overheidspartijen en Defensie deel te nemen, dit voor het gebied Soesterberg en omgeving (Leusderheide).
Het ontwerpend onderzoek voor het laten samengaan van de intensivering van het gebruik door Defensie en de maatschappelijke opgaven in het gebied wordt gestart. De gemeente Leusden wordt gevraagd hier in 2024 en 2025 totaal € 15.000 aan bij te dragen. Dit bedrag zal ten laste van het budget landbouwontwikkeling en natuurversterking worden gebracht. Daarnaast willen de gebiedspartijen de komende twee jaar een onafhankelijk gebiedsmanager inhuren. Dit kost Leusden eenmalig € 15.000. Het college zal hier in het voorjaar 2024 over besluiten, dit op basis van de Bestuursovereenkomst die wordt opgesteld. Integrale visie en ontwikkelingsstrategie Achterveld In de omgevingsvisie zijn de ambities en doelen voor de kern Achterveld aangegeven. In een omgevingsprogramma moet dit verder uitgewerkt worden. Op korte termijn (in gebieds- en vastgoed ontwikkelingstermen) staat er het nodige te gebeuren in Achterveld: ontwikkeling locatie Achterveld Noord-Oost (gericht op woningbouw), vervanging van twee scholen al dan niet in een MFC samen met onder meer kinderopvang, vervanging van de sporthal, visie op Oude bibliotheek en Moespot. Daarnaast wordt binnen Achterveld gewerkt aan onderlinge verbinding van en synergie in voorzieningen die mogelijk positief kunnen bijdragen aan de ambities van het dorp. Dit vraagt wellicht ook ruimtelijk of anderszins facilitering vanuit de gemeente.
Tot slot zien we dit ook in onder meer de horeca ontwikkelingen die vragen om een visie van de gemeente. Gelet op al deze ontwikkelingen is het niet gewenst om ad hoc op verschillende vragen te reageren maar een integrale visie en ontwikkelingsstrategie op te stellen vooruitlopend op het uitvoeren van de
Kadernota 2025-2028
12
verschillende projecten, zodat optimaal kan worden ingespeeld op de kansen die zich voordoen. Gelet op onder meer de termijn waarop Achterveld Noordoost en de scholen gerealiseerd moeten worden, is het noodzakelijk dit op te pakken in 2025. In de raming van de kosten (eenmalig € 126.000 in 2025 en € 25.000 in 2026) is uitbesteding van het opstellen van de visie meegenomen, omdat deze expertise (stedenbouwkundig) niet in de organisatie vertegenwoordigd is, evenals communicatiekosten en interne kosten ten behoeve van extra inzet.
4.6.
Overhead
Onderstaande tabel geeft de financiële gevolgen van het nieuw beleid voor de overhead weer. Onder de tabel staat een toelichting per item. Tabel 4-6: Lasten nieuw beleid overhead (bedragen x € 1.000) Overhead Onderwerp
2025
Structureel 2026 2027
2028
Zonwering Huis van Leusden
3
3
3
3
Totaal
3
3
3
3
2025 0
Incidenteel 2026 2027 0
2028
0
0
Zonwering Huis van Leusden Vanaf de oplevering van het gemeentehuis ervaren gebruikers in de zomerperiode dat de binnentemperatuur significant oploopt. Het betreft hierbij de zuidzijde van het gebouw, gelegen aan het parkeerdek. Het binnenklimaat op deze locatie kan niet dusdanig gestuurd worden dat er een aangename temperatuur ontstaat. Om deze reden wordt voorgesteld om aan de zuidzijde op de begane grond en 1e verdieping zonwering aan te brengen. De kosten hiervan bedragen € 40.000. De zonwering gaat 20 jaar mee en kan over die periode worden afgeschreven. De totale financiële gevolgen zijn € 2.500 per jaar: € 2.000 afschrijvingslasten en € 500 per jaar voor onderhoud.
Kadernota 2025-2028
13
5.
Kaders begroting 2025
Inleiding Bij het opstellen van de begroting 2025-2028 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Indexering Ieder jaar wordt in de kadernota de indexering bepaald voor de begroting. De berekening vindt plaats via een vaste rekenmethode, waarin rekening wordt gehouden met de CPB prognoses, maar ook met de werkelijke inflatie volgens het CPB. Dit resulteert in een percentage van 2% voor 2025. Voor 2024 was dit 6%. Deze indexatie wordt toegepast bij de subsidies, lokale belastingen, heffingen en bij verhuurcontracten zonder maatwerkafspraken. Alle overige budgetten worden reëel geraamd. Sommige budgetten zullen door de huidige inflatie sterker toenemen dan 2%. De bijstelling van deze budgetten ontstaat meestal bij de aanbesteding van de contracten. Het financieel effect wordt verwerkt in de begroting via de eerstvolgende voor- of najaarsnota. Andere budgetten wijzigen niet of zeer beperkt. Budgetaanpassingen voor verbonden partijen vinden plaats op basis van de aangeleverde kadernota of begroting van de betreffende verbonden partij. Hierin is de inflatiecorrectie die zij zelf hanteren reeds verwerkt. Spelregels begroting Voor de begroting en tussentijdse besluiten hanteren we spelregels om kwaliteit van de begroting en het besluitvormingsproces met betrekking tot de effecten op het meerjarig structureel evenwicht te waarborgen.
De spelregel zijn gebaseerd op BBV regelgeving en deels ook op afspraken met de provincie in verband met consequente toepassing. Doel: Realistische begroting (BBV regelgeving) • • •
Taken met een structurele aard worden structureel bekostigd. Taakstellingen of beoogde dekkingsmogelijkheden zijn concreet en met zekerheid haalbaar. Alleen incidentele budgetten kunnen worden overgeheveld bij de jaarrekening.
Doel: Integrale besluitvorming bij kadernota over het financieel meerjarig perspectief • •
•
Tussentijdse voorstellen die niet in de begroting zijn opgenomen zijn Onvermijdelijk, Onvoorzien en Onuitstelbaar (“OOO”) van aard. Tussentijdse wensen (waarbij keuze mogelijk is) met structurele en incidentele lasten betreft nieuw beleid en worden behandeld bij de eerstvolgende kadernota waarbij een integrale afweging plaatsvindt. Bij tussentijdse voorstellen die niet in de begroting zijn opgenomen, met structurele lasten en die niet “onvoorzien, onontkoombaar en onuitstelbaar” zijn, hoort een sluitend structureel dekkingsvoorstel. Bijvoorbeeld via oud beleid voor nieuw beleid.
Kadernota 2025-2028
14
6.
Algemene dekkingsmiddelen
6.1.
Inleiding
De belangrijkste inkomsten voor een gemeente komen uit de rijksbijdragen (algemene uitkering) en de lokale belastingen en heffingen. Deze twee bronnen van inkomsten worden in dit hoofdstuk nader toegelicht.
6.2.
Algemene uitkering
Inleiding De inkomsten van de gemeente Leusden komen voor meer dan de helft uit algemene uitkering die we van het Rijk ontvangen. De ontwikkelingen van de algemene uitkering is daardoor van grote invloed op de begroting van de gemeente. Daarom besteden we in dit hoofdstuk aandacht aan de ontwikkelingen van de algemene uitkering en de impact voor onze gemeente. Maatstaven Het Rijk stelt een totaalbudget beschikbaar voor de algemene uitkering. Dit wordt het gemeentefonds genoemd. De middelen uit het gemeentefonds worden verdeeld over alle gemeenten aan de hand van maatstaven. Dit leidt ertoe dat een grotere gemeente meer middelen krijgt dan een kleinere gemeente maar ook dat een gemeente met meer draagkrachtige inwoners minder geld uit het gemeentefonds krijgt dan een gemeente met minder draagkrachtige inwoners. De maatstaven hebben een drukkend effect op de algemene uitkering voor de gemeente Leusden. Dit komt met name door: • • • •
Goede ondergrond Goede sociale structuur Geen centrumfunctie Hoge gemiddelde WOZ-waarde
Volgens de huidige maatstaven krijgt de gemeente Leusden van iedere € 1 miljard in het gemeentefonds een bedrag van ca. € 1,25 miljoen. Als het volume van het gemeentefonds verandert dan heeft dat direct gevolgen voor de hoogte van de algemene uitkering voor Leusden. Aan de hand van de maatstaven en de verwachte ontwikkeling van het gemeentefonds is de hoogte van de algemene uitkering voor Leusden weergegeven in figuur 6.1.
Kadernota 2025-2028
15
Figuur 6-1: Algemene uitkering 2022 – 2028
In bovenstaande grafiek is te zien dat de algemene uitkering voor Leusden vanaf 2023 is toegenomen maar in 2026 weer daalt. Deze daling is het gevolg van een aantal ontwikkelingen die hieronder worden beschreven. Structurele accreskorting De totale omvang van het gemeentefonds wordt per 1 januari 2026 € 1,2 miljard lager. Aanvankelijk ging het om een bedrag van € 2,2 miljard maar dit is later met € 1 miljard verminderd. Voor de gemeente Leusden is het effect hiervan gelijk aan ca. € 1,5 miljoen. Los van dit nominale bedrag wordt er over dit bedrag ook geen loon- en prijsindexatie gegeven. Het effect op langere termijn is daardoor groter. Opschalingskorting De opschalingskorting bestaat sinds 2015. Deze opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. De uitvoering van dit beleid is echter nooit van de grond gekomen. De beoogde korting bedraagt € 975 miljoen waarvan € 300 miljoen reeds is ingeboekt. Tot en met 2025 is deze korting verder bevroren maar voor 2026 is de resterende € 675 miljoen ingeboekt. In april is bekend geworden dat de korting van 2026 niet doorgaat. Dit wordt (naar verwachting) verwerkt in de meicirculaire. Omdat de meicirculaire nog niet is verschenen is deze nog niet verwerkt in het saldo van deze kadernota. In de inleiding is dit effect wel meegenomen in het “Voorlopig geprognotiseerd saldo begroting”.
Loon en prijsontwikkeling Om ervoor te zorgen dat het gemeentefonds wordt aangepast voor de loon- en prijsontwikkelingen alsmede volumeontwikkelingen was de hoogte van het gemeentefonds gekoppeld aan de rijksuitgaven. Deze koppeling is echter losgelaten. Dit heeft tot gevolg er bovenop de nominale accres en opschalingskorting een tekort aan loon- en prijscompensatie ontstaat van € 360 miljoen (2026) en € 530 miljoen (2027). De effecten voor Leusden zijn € 450.000 respectievelijk € 662.000.
Kadernota 2025-2028
16
Volume accres Voor de groei van het aantal inwoners werd eveneens gebruik gemaakt van de koppeling aan de rijksuitgaven. Door de overgang naar een nieuwe systematiek ontbreekt het volumeaccres voor 2026. Voor de jaren daarna wordt overgestapt op een ander systeem. Dit leidt tot een korting van het gemeentefonds in 2026 van € 760 miljoen, oplopend tot € 1,7 miljard in 2028. Voor Leusden gaat het in 2026 om een bedrag van € 950.000 oplopend tot € 2.125.000 in 2028. Herijking gemeentefonds Los van ontwikkelingen met betrekking tot de omvang van het gemeentefonds is er ook gewerkt aan het vereenvoudigen van het systeem van de maatstaven. Omdat de maatstaven de verdeling van het gemeentefonds bepalen leidt een verandering van het systeem tot een verandering van de verdeling. Voor Leusden leidt de herijking van het gemeentefonds tot een nadeel van ca. € 2,3 miljoen (€ 75 per inwoner). Er is besloten om dit nadeel stapsgewijs door te voeren en vooralsnog te beperken tot maximaal € 37,50 per inwoner. De algemene uitkering voor Leusden is door de herijking vanaf 2025 € 1.180.000 lager. Mocht het resterende deel van het effect nog worden doorgevoerd dan leidt dit ook in de jaren 2026 t/m 2028 tot een trapsgewijze verlaging van de algemene uitkering. Tabel 6-1: Algemene uitkering en kortingen 2022 – 2028 (bedragen x € 1.000) 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
41.586
46.065
48.055
48.610
44.722
45.924
45.924
1.500
1.500
1.500
380
380
380
380
380
380
Opschalingskorting (2/2)
840
840
840
Loon- en prijsontwikkeling
450
660
660
950
1.540
2.130
1.180
1.180
1.180
Algemene uitkering Kortingen Korting gemeentefonds 2023 Opschalingskorting (1/2)
Volume accres Herijking gemeentefonds Totaal kortingen Algemene uitkering + kortingen
236
709
1.180
0
616
1.089
1.560
5.300
6.100
6.690
41.586
46.681
49.144
50.170
50.022
52.024
52.614
Conclusie Een combinatie van diverse maatregelen leidt ertoe dat de omvang van het gemeentefonds in 2026 in volume afneemt (€ 3 miljard in 2026). Hierdoor daalt de algemene uitkering voor Leusden in 2026 ten opzichte van 2025 met bijna € 4 miljoen. Doordat de opschalingskorting gedeeltelijk wordt geschrapt wordt dit effect enigszins beperkt. Naast het effect van het verminderen van het gemeentefonds heeft Leusden een nadeel als gevolg van de herijking van het gemeentefonds. Dit effect is vanaf 2025 ca. € 1,2 miljoen. Als we kijken naar een langere periode dan zien we dat de algemene uitkering in de periode 20232025 is gestegen. Los van stijgende kosten (inflatie) zien we dat de algemene uitkering in 2026 boven het niveau van 2022 ligt. Het begrotingstekort voor 2026 en verder is daarom niet alleen het gevolg van een lagere algemene uitkering maar ook het gevolg van lokale ambities.
Kadernota 2025-2028
17
6.3.
Lokale belastingen en heffingen
Inleiding Naast de algemene uitkering vormen de lokale belastingen en heffingen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De algemene uitkering houdt rekening met deze lokale belastingen. Het gemeentefonds gaat ervan uit dat er meer inkomsten kunnen worden gehaald uit lokale belastingen als de gemiddelde WOZ-waarde van de huizen in de gemeente hoger is. Dit leidt daarmee tot een lagere algemene uitkering. In deze paragraaf maken we een vergelijking van de woonlasten in Leusden ten opzichte van de andere Utrechtse gemeenten en ten opzichte van alle gemeenten in Nederland. Voor het vergelijk gaan we uit van een meerpersoonshuishouden met een koopwoning. Het vergelijk kijkt naar de woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). De gegevens zijn gebaseerd op data van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO) voor het jaar 2024. Landelijke woonlasten In vrijwel alle gemeenten zijn de lokale woonlasten vorig jaar gestegen. De gemiddelde stijging per gemeente bedroeg 6,0%. Dit is inclusief de inflatiecorrectie. De gemiddelde lasten in Leusden zijn met ruim 17% gestegen. Hiermee was Leusden procentueel één van de grootste stijgers. Ondanks deze stijging zijn de woonlasten in vergelijking met de rest van Nederland laag. De gemiddelde woonlasten per gemeente in Nederland bedragen in 2024 € 994.
De gemiddelde woonlasten in Leusden bedragen € 944. Hiermee staat Leusden op de 117e plaats. Er zijn dus 116 gemeenten in Nederland waar de gemiddelde lastendruk lager is dan in de gemeente Leusden en 225 gemeenten waar de woonlasten hoger zijn dan in Leusden. Woonlasten in de provincie Utrecht In de provincie Utrecht zijn de gemiddelde woonlasten € 1.093 en daarmee ca. 10% hoger dan het landelijk gemiddelde. Onderstaande tabel geeft de lastendruk weer in alle gemeenten in de provincie Utrecht. De tabel is gesorteerd op de hoogte van de gemiddelde woonlasten in 2024.
Kadernota 2025-2028
18
Tabel 6-2: Gemiddelde woonlasten per gemeente in de provincie Utrecht in 2024 Gemeente
OZB
Afval
Riool
Totaal
Rang
Veenendaal
365
308
105
779
1
Nieuwegein
307
362
197
867
2
Bunschoten
374
332
182
888
3
Renswoude
356
298
272
927
4
Leusden
509
272
163
944
5
Soest
388
333
226
947
6
De Ronde Venen
376
378
235
990
7
Zeist
403
410
190
1.002
8
Houten
501
336
186
1.023
9
Vijfheerenlanden
413
439
194
1.046
10
Woudenberg
499
304
250
1.054
11
Rhenen
543
302
235
1.080
12
Amersfoort
524
402
183
1.109
13
Wijk bij Duurstede
549
313
246
1.109
14
Utrecht
475
425
246
1.146
15
IJsselstein
330
501
334
1.164
16
Stichtse Vecht
479
411
280
1.170
17
Woerden
573
311
294
1.178
18
De Bilt
649
372
223
1.245
19
Eemnes
628
419
208
1.256
20
Lopik
608
332
317
1.257
21
Montfoort
565
398
309
1.272
22
Oudewater
575
318
382
1.275
23
Baarn
527
486
269
1.282
24
Utrechtse Heuvelrug
599
337
359
1.296
25
Bunnik
753
373
253
1.379
26
Uit de tabel blijkt dat Leusden op de 5e plaats staat wat betreft de woonlasten. In 4 Utrechtse gemeenten zijn de woonlasten lager. Figuur 6-2: Gemiddelde woonlasten per gemeente in de provincie Utrecht
Kadernota 2025-2028
19
Conclusie De gemiddelde woonlasten in Leusden liggen onder het gemiddelde van de provincie Utrecht en onder het landelijk gemiddelde. Dit ondanks het feit dat de algemene uitkering rekening houdt met een relatief hoge belastingcapaciteit (OZB) vanwege hoge WOZ-waarden, en daardoor omlaag wordt bijgesteld. Of een gemeente de hoge belastingcapaciteit benut is een lokale keuze. De gerealiseerde OZB-inkomsten hebben geen invloed op de algemene uitkering. Het verschil in woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde is € 50. Dit is ongeveer 10% van de OZB-inkomsten. De geraamde OZB inkomsten voor 2024 bedragen ongeveer € 10 miljoen, waarvan ca. € 6 miljoen voor woningen en € 4 miljoen voor niet-woningen. Het verschil in woonlasten ten opzichte van het Utrechts gemiddelde is € 149. Leusden
Prov. Utrecht
Landelijk
Gemiddelde woonlasten
944
994
1.093
Verschil t.o.v. landelijk
-50
0
+99
Verschil t.o.v. Provincie Utrecht
-149
-99
0
Kadernota 2025-2028
20
7.
Sluitende begroting 2025 en doorkijk vanaf 2026
7.1.
Inleiding
In dit hoofdstuk bekijken we in eerste instantie wat er nodig is om de begroting 2025 sluitend te krijgen en welke uitgangspunten we hanteren bij de begroting 2025. Vervolgens maken we een doorkijk naar de jaarschijven 2026 tot en met 2031 aan de hand van een aantal financiële contouren en welke instrumenten we kunnen inzetten om de toekomstige begrotingen structureel sluitend te krijgen. Dit is mede op verzoek van de provinciaal toezichthouder.
7.2.
Sluitende begroting 2025
Het verwachte tekort voor 2025 is € 761.000. Dit is inclusief de verwachte effecten van de maatregelen uit de voorjaarsnota van het Rijk. De uitgangspunten voor de begroting voor 2025 zijn: • • •
Structurele lasten worden gedekt door structurele baten (structureel sluitende begroting) In lijn met het advies van de VNG worden zo min mogelijk maatregelen genomen om het meerjarig tekort te verminderen vanaf 2026. Nieuw beleid met een structurele doorwerking wordt zoveel als mogelijk beperkt om de ombuigingsoperatie niet nog groter te maken.
Het voorstel om de begroting voor 2025 sluitend te maken is: •
Het college stelt voor de OZB met € 750.000 te verhogen (exclusief indexering), waarbij de verdeling wordt gehanteerd van 60% voor woningen en 40% voor niet-woningen. Dit is de gebruikelijke verdeling. De gemiddelde lokale woonlasten stijgen dan met ca. € 33 (exclusief indexering) en blijven hiermee onder het landelijk gemiddelde.
Argumenten: •
•
• •
Het toekomstig tekort is dusdanig, dat een OZB verhoging onvermijdelijk zal zijn in de komende jaren. Naar verwachting kunnen we deze tekorten niet opvangen met alleen ombuigingsmaatregelen. Vanuit een duurzaam financieel beleid is het wenselijk om tijdig op dit meerjarig tekort te anticiperen. Een hogere OZB heffing is ook passend bij het hoge voorzieningenniveau in gemeente Leusden. De relatief lage woonlasten worden onderstreept in het overzicht met de gemiddelde woonlasten in hoofdstuk 6, waarbij de woonlasten in gemeente Leusden tot de laagste behoren in de provincie Utrecht. Deze maatregel draagt bij aan een trapsgewijze invoering van de benodigde ombuigingsmaatregelen. Door geen gebruik te maken van de incidentele bekostiging van incidentele activiteiten in 2025, neemt de algemene reserve (en het surplus) niet verder af. Hierdoor hoeft er in 2026 € 70.000 minder te worden bezuinigd (uitgaande van de huidige cijfers). Zie onderdeel 7.3 “Inzet algemene reserve” voor een toelichting hierop.
Kadernota 2025-2028
21
7.3.
Doorkijk naar 2026-2031
Vanaf 2026 is er sprake van een structureel begrotingstekort. Als we hierbij ook rekening houden met de toekomstige grote investeringen in gemeentelijk vastgoed, zoals het zwembad en de Korf dan zien we dat het tekort vanaf 2030 verder toeneemt. Voor deze investeringen is indicatief een bedrag opgenomen voor de extra kapitaallasten. (Bedragen x € 1.000). Saldo kadernota 2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
-761
-2.508
-1.891
-1.773
-1.773
-1.773
-1.773
-1.000
-2.000
-2.773
-3.773
Toename kapitaalslasten investeringen Prognose tekort
-761
-2.508
-1.891
-1.773
-1.773
Er zijn maatregelen nodig om te komen tot een zogenaamd structureel begrotingsevenwicht. Hierbij zijn er verschillende instrumenten in te zetten: 1.
2. 3.
Inzet algemene reserve a) Begrotingsonderdelen van incidentele aard, incidenteel gaan dekken. b) Tijdelijk gebruikmaken van surplus van de algemene reserve (maximaal 10%) Het (al dan niet trapsgewijs) verhogen van de OZB Ombuigingsmaatregelen
Ad 1a. Begrotingsonderdelen van incidentele aard, incidenteel gaan dekken. Alle middelen uit het CUP 2022-2026 zijn oorspronkelijk in de begroting 2023 opgenomen met een dekking uit de structurele middelen. Dit kan voor de als incidenteel aan te merken middelen worden omgebogen naar een incidentele dekking vanuit de algemene reserve. Dit geldt ook voor het incidenteel nieuw beleid in de kadernota 2025 dat betrekking heeft op 2026 en 2027. Ad 1b. Tijdelijk gebruikmaken van 10% surplus van de algemene reserve Naar verwachting zal het provinciaal kader vanaf 2026 een begrotingstekort toestaan bij gemeenten die een surplus hebben binnen hun algemene reserve. Het surplus ontstaat na aftrek van het gewenste weerstandsvermogen en toekomstige claims op de algemene reserve, zoals het bekostigen van activiteiten met een incidentele aard. Het voor dekking van structurele lasten in te zetten deel mag dan niet groter zijn dat 10% van dit surplus. Dit is met de huidige stand van zaken indicatief € 0,7 miljoen. Ad 2. Het (trapsgewijs) verhogen van de OZB In hoofdstuk 6 is een beeld geschetst van de woonlasten in de gemeente Leusden. Hieruit blijkt dat de woonlasten in Leusden lager liggen dan zowel het landelijk als het provinciaal gemiddelde.
Gezien het hoge voorzieningenniveau en de hoge belastingcapaciteit in Leusden (vanwege hoge WOZ waarden) kan dit een argument zijn om dit instrument in te zetten. Het verhogen van de OZB voor woningen naar het landelijke gemiddelde geeft ca. € 838.000 aan extra inkomsten. De gemiddelde woonlasten stijgen dan met € 50 (exclusief de reguliere indexering). Een stijging van de OZB naar het provinciaal gemiddelde zorgt voor € 2,1 miljoen aan extra inkomsten. De gemiddelde woonlasten stijgen in dat geval met € 150 (exclusief de reguliere indexering). Als de OZB voor niet-woningen meestijgen dan is de totale opbrengst hoger. Ad 3. Ombuigingsmaatregelen De jaarschijven voor 2026 en daarna geven een (structureel) begrotingstekort. Als college en organisatie zijn we bezig om maatregelen in kaart te brengen. Het college wil samen met de gemeenteraad, op basis van scenario’s (thema’s), komen tot een evenwichtig pakket van maatregelen om tot een sluitende begroting in 2026 en verder te komen. Dit zal plaatsvinden in de periode na het zomerreces 2024.
Kadernota 2025-2028
22
Financiële contouren 2026 In onderstaande tabel wordt het geschatte structurele begrotingstekort voor de periode van 2026 tot en met 2031 weergegeven. Hierin wordt een voorstel gedaan met de eerder genoemde vier instrumenten het tekort in 2026 te elimineren. Andere varianten zijn natuurlijk ook mogelijk. Deze weergave geeft de financiële contouren aan waarbinnen geschoven kan worden. Keuzes over de inzet van deze instrumenten worden bij deze kadernota nog niet gemaakt. In deze opzet wordt 1.
2. 3.
Maximaal gebruik gemaakt van de algemene reserve door: a) Activiteiten met een incidenteel aard, incidenteel te dekken ten laste van de algemene reserve b) Een structureel begrotingstekort te accepteren van 10% van het surplus van de algemene reserve. De OZB niet verder verhoogd, omdat dit bij de begroting 2025 al is voorgesteld. Als gevolg van bovenstaande keuze ontstaat er een bedrag waarvoor nog ombuigingsmaatregelen nodig zijn. (Bedragen x € 1.000).
Saldo kadernota 2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
-761
-2.508
-1.891
-1.773
-1.773
-1.773
-1.773
-1.000
-2.000
-761
-2.508
-1.891
-1.773
-1.773
-2.773
-3.773
Toename kapitaalslasten investeringen Prognose tekort 1. Incidenteel van aard incidenteel bekostigen
639
36
2. Inzet 10% surplus algemene reserve (vanaf 2026)
690
621
559
503
453
407
750
750
750
750
750
750
429
429
429
429
429
429
0
-55
-35
-91
-1.141
-2.187
3. OZB verhogen
750
4. Ombuigingsmaatregelen Prognose begrotingssaldo
-11
Aanbesteding De Korf en Zwembad Vanaf het moment dat de afschrijvingskosten van De Korf en het zwembad zich aandienen neemt het tekort verder toe en zal dit om aanvullende ombuigingsmaatregelen vragen. Ten tijde van aanbesteding van deze twee grote investeringen is het wenselijk dat er ook besloten wordt over de beoogde aanvullende ombuigingsmaatregelen. Conclusie Het gebruik maken van de 10% surplus van de algemene reserve is een aantrekkelijk instrument, zo ook het incidenteel bekostigen van activiteiten met een incidentele aard. De algemene reserve zal hierdoor wel afnemen, zeker wanneer positieve jaarrekeningresultaten minder of niet meer aan de orde zijn. Naar verwachting zullen de jaarrekeningresultaten aanzienlijk minder worden. Het is ook niet bekend in hoeverre de algemene reserve in de toekomst nog nodig zal zijn om incidentele activiteiten te bekostigen. Het uitstellen van een OZB verhoging in 2025 zal al in 2026 om € 1,2 miljoen aan ombuigingsmaatregelen vragen. Wanneer besloten wordt tot een nieuw zwembad, het vervangen van De Korf in de periode rond 2030 en de algemene uitkering neemt niet verder toe, lijkt een verdere OZB verhoging onvermijdelijk. Dit betreft dan ook gelijk een forse verhoging, waardoor de vraag ontstaat of het trapsgewijs verhoging niet wenselijker is door al in de jaren voor 2030 te starten met het opbouwen van een OZB verhoging.
In alle te nog te bedenken scenario’s zijn ombuigingsmaatregelen nodig, maar de mate waarin is geheel afhankelijk van de mate waarin de OZB wel of niet wordt verhoogd in een betreffend jaar. Een OZB verhoging kan uiteraard ook worden gezien als een ombuigingsmaatregel.
Kadernota 2025-2028
23
8.
Conclusie
De voorliggende kadernota kenmerkt zich door een duidelijke tweedeling. Allereerst is er het voorliggende begrotingsjaar (2025) waar deze kadernota het startpunt voor is. Op basis van de huidige inzichten, rekening houdend met de verwachtte effecten maatregelen voorjaarsnota Rijk, verwachten we een begrotingstekort van ca. € 750.000. Dit tekort vind zijn oorsprong in incidentele lasten en baten. Vervolgens is er de periode vanaf 2026. Deze periode kenmerkt zich wel door een structureel begrotingstekort. Het gemeenschappelijk toezichtskader van de provincie staat het, naar verwachting, onder voorwaarde toe om dit (tijdelijk) te dekken door inzet van het surplus van de algemene reserve. Dit is echter geen duurzame oplossing en daarom zijn er (ook) andere maatregelen nodig om te komen tot een structureel begrotingsevenwicht. Om tot een sluitende begroting voor 2025 te komen en alvast te anticiperen op de tekorten vanaf 2026 stelt het college voor om de OZB te verhogen met € 750.000. Het tekort vanaf 2026 is hiermee niet opgelost maar wel kleiner geworden. Voor de kadernota 2026 zal er gekeken moeten worden naar ombuigingsmaatregelen om tot een sluitende begroting te komen. Deze mogelijke maatregelen zijn: •
• •
Inzet algemene reserve o Begrotingsonderdelen van incidentele aard, incidenteel gaan dekken. o Tijdelijk gebruikmaken van surplus van de algemene reserve (maximaal 10%) Het (trapsgewijs) verhogen van de OZB Bezuinigingsmaatregelen
De maatregelen voor deze periode zijn nog geen onderdeel van deze kadernota. Als college en organisatie zijn we al wel bezig met het onderzoeken van de mogelijkheden. In de periode na deze kadernota willen we samen met de raad tot keuzes komen hieromtrent. Deze zullen worden verwerkt in de kadernota 2026.
Kadernota 2025-2028
24
9.
Voorstel en besluit
Wij stellen u voor om de Kadernota 2025 vast te stellen en daarbij in te stemmen met: 1. Het nieuw beleid vast te stellen en de bijbehorende budgetten beschikbaar te stellen via de begroting 2025 (bedragen x € 1.000) Domein bestuur Onderwerp B1
2025
2026
2027
2028
2025
10
10
10
100
0
10
10
10
2025
2026
2027
2028
34
34
34
34
Website Totaal
2026
2027
2028
100
0
0
0
2025
2026
2027
2028
20
20
20
Domein leefomgeving Onderwerp L1
Service en onderhoud gebouwen
L2
Wijkaanpak netcongestie
0
150
150
150
L3
VRI Burgemeester Van der Postlaan – Cohensteeg
24
24
24
24
L4
Milieuadvisering
20
20
20
20
L5
Niet gesprongen explosieven kaart
L6
Programma energietransitie
L7
Beachveld Burgemeester Buiningpark Totaal
25 370
370
542
542
1
1
1
1
449
599
771
2025
2026
50
50
100
100
771
145
120
20
0
2027
2028
2025
2026
2027
2028
50
50
Domein samenleving Onderwerp S1
Uitvoering Cultuurnota (t/m 2028)
S2
Participatieregeling minima, sportpas
40
40
40
40
S3
Herstel financiële knelpunten Lariks
340
340
340
340
S4
Uitvoeringskosten wet inburgering
49
49
49
49
S5
Uitbreiding formatie voor opvang asielzoekers
0
0
0
0
479
479
479
479
0
0
0
0
2025
2026
2027
2028
2025
2026
2027
2028
35
35
35
Totaal Domein ruimte Onderwerp R1
Uitwerking omgevingsvisie
R2
Gebiedssamenwerking A tot Z (defensie)
15
R3
Integrale visie en ontwikkelingsstrategie Achterveld
126
25
Totaal
0
0
0
0
176
60
35
0
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
Overhead Onderwerp O1
2025
2026
2027
2028
Zonwering Huis van Leusden
3
3
3
3
Totaal
3
3
3
3
2. Bij de begroting 2025 de OZB te verhogen met € 750.000 (exclusief indexering). 3. De ‘Kaders begroting 2025’ vast te stellen.
Kadernota 2025-2028
25