Bijlage Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6 - toelichting regels verbeelding.pdf
Tekst van het document
4.8.
Bedrijven en milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: "zware" bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan "lichte" bedrijven.
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
26
Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd. In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering: richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.
Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Afbeelding 8: Omgevingstype.
Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 1 10 meter 0 meter 2 30 meter 10 meter 3.1 50 meter 30 meter 3.2 100 meter 50 meter 4.1 200 meter 100 meter 4.2 300 meter 200 meter
Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat.
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
27
Situatie plangebied Op de percelen rondom Larikslaan 4 en 6 zijn bedrijven uit de milieucategorieën 1 en 2 toegestaan. Bedrijfsactiviteiten in categorie 2 zijn activiteiten die gelet op hun aard en invloed op de omgeving toelaatbaar zijn tussen of onmiddellijk naast woonbebouwing, echter alleen in gebieden met gemengde functies. Deze hebben in een rustige woonwijk een richtafstand van 30 meter. Doordat er sprake is van een transformatie op een kantorenlocatie is er sprake van een zogenaamd gemengd gebied en is het toelaatbaar dat de richtafstand wordt verlaagd tot 10 meter. In de huidige situatie zijn er op de percelen rondom Larikslaan 4 en 6 kantoren aanwezig en is op Larikslaan 1 en op 3 een transformatie naar woningbouw in voorbereiding. Deze behoren tot milieucategorie 1 en hebben in een gemengd gebied een richtafstand van 0 meter. Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er derhalve geen belemmeringen voor de onderhavige planontwikkeling.
4.9.
Vormvrije MER-beoordeling In het kader van het project is het volgende van belang. Het Europees parlement heeft op 12 maart 2014 en de Europese Raad op 16 april 2014 ingestemd met de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. (2014/52/EU). De Wijzigingsrichtlijn m.e.r. moest uiterlijk 16 mei 2017 in de Nederlandse regelgeving zijn geïmplementeerd. Dit is in artikel 2 van de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. vastgelegd. Met de wijziging wordt beoogd de m.e.r.-beoordelingsprocedure te verduidelijken, de kwaliteit en de inhoud van het MER te verbeteren en de m.e.r.-procedure te stroomlijnen met milieubeoordelingen uit hoofde van andere EU-regelgeving, teneinde het milieu beter te beschermen, hulpbronnen efficiënter te gebruiken en duurzame groei in de Europese Unie te bevorderen. Sinds 16 mei 2017 is het op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer verplicht een aanmeldnotitie op te stellen wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie dient door het bevoegd gezag (in het onderhavige geval dus het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan de procedure van het ruimtelijke plan te worden vastgesteld. Derhalve is een aanmeldnotitie7 vervaardigd, die op 10 november 2021 door Burgemeester en Wethouders van Leusden is vastgesteld. Deze beschrijft of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.
Aan de vormgeving van deze notitie wordt slechts één belangrijke randvoorwaarde gesteld: er moet aandacht besteed worden aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn "betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten". Het vaststellen van bestemmingsplannen voor de transformatie van recreatieparken kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van kolom 4, bij categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (nieuwe stedelijke ontwikkeling). Ondanks het feit dat de mogelijk gemaakte ont-
7
buRO, Aanmeldnotitie m.e.r. Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6, 0327-34-N01, Amersfoort, 27 mei 2021
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
28
wikkeling bij lange na niet aan de drempelwaarden van de gevallen (kolom 2) uit het Besluit m.e.r. voldoet, heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats gevonden. De in de toelichting van de in dit hoofdstuk (en de daarop gebaseerde Aanmeldnotitie) voldoet niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kan ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling. Artikel 5, lid 1 van de "Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten" geeft aan dat de opdrachtgever in "passende vorm" de in bijlage III bedoelde informatie verstrekt. Gelet op de aard van de nu voorgestelde ontwikkeling kan worden gesteld dat de "Kenmerken van het project", de "Plaats van het project" en de "Kenmerken van het potentiële effect" zo kleinschalig en niet significant voor de omgeving zijn dat met de in dit hoofdstuk beschreven kenmerken en gevolgen voldaan is aan de criteria van 'Bijlage III Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten'. De in het voorgaande beschreven criteria geven aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de beschreven ontwikkeling, zijn uitgesloten, dan wel door mitigerende maatregelen worden ondervangen. Er zijn geen significante effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebieden. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
29
5.
Juridische planopzet
5.1.
Algemeen De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit op de ruimtelijke ordening zijn op 1 juli 2008 in werking getreden. Voor wat betreft de terminologie en de opbouw van het plan is op de nieuwe wet aangesloten. Als voorbeeld hiervan kan worden genoemd dat de voorschriften nu regels heten en dat vrijstellingen nu afwijking worden genoemd. Daarnaast zijn de algemene gebruiksbepalingen en de zogenaamde toverformule niet meer noodzakelijk, omdat in de wet is bepaald dat gronden niet in strijd met hun bestemming mogen worden gebruikt. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er voor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te sluiten (met inachtneming van de Wro) bij recente bestemmingsplannen van de gemeente Leusden. Het onderhavig bestemmingsplan gaat uit van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP-2012-v1.3.1).
5.2.
Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Het digitale bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6 is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand (NL.IMRO.0327.275-0301) met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. Het digitale bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand met bijbehorende regels. De verbeelding omvat één kaartblad (genummerd 0327-34-P01). Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard. In het bestemmingsplan zijn duurzaamheidseisen opgenomen. Daardoor is sprake van een bestemmingsplan verbrede reikwijdte.
5.3.
Plansystematiek Het plangebied krijgt een gedetailleerde plansystematiek en heeft zodoende een rechtstreekse bouwtitel. In de regels zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen die de bebouwings-, gebruiksen inrichtingsmogelijkheden van het plangebied inkaderen. In het plan is zodoende niet meer geregeld te worden dan noodzakelijk is voor het functioneren van het gebied. Dit betekent een flexibele regeling die enerzijds de individuele vrijheid van burgers waarborgt en er anderzijds voor zorgt dat algemene belangen, als de ruimtelijke kwaliteit, niet worden aangetast. Hierdoor wordt het aantal afwijkingen beperkt en wordt het ambtelijk apparaat in de toekomst ontlast.
5.4.
Specifieke verklaring van dit bestemmingsplan De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: 1. Inleidende regels
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
30
2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels Inleidende regels In de Inleidende regels worden de gebruikte begrippen beschreven (artikel 1) en worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden (artikel 2). Bestemmingsregels De Bestemmingsregels bevatten de drie enkelbestemmingen: "Groen" (artikel 3), "Verkeer Verblijfsgebied" (artikel 4) en "Wonen" (artikel 5) en de dubbelbestemming "Waterstaat – Duiker" (artikel 6). De woningen en bijbehorende erven hebben de bestemming "Wonen". De bouwvlakken en de planregels geven de kaders aan van de bouwmogelijkheden. Voor de voorgevel mogen geen gebouwen worden gebouwd. De woningen op het perceel Larikslaan 6 hebben hun voortuin allemaal aan de parkzijde. Bij de woningen daartegenover op het perceel Larikslaan 4 wisselt dat. De drie noordelijke woningen krijgen een achtertuin aan de parkzijde. De erfscheidingen zullen worden meeontworpen om een eenduidig beeld te bewerkstelligen Daarnaast is door middel van een aanduiding de locatie van de bergingen aangegeven. Er mogen geen andere bijbehorende bouwwerken meer worden opgericht. Uiteraard vormen de vergunningvrije bouwwerken een uitzondering hierop. In de bouwregels zijn duurzaamheidseisen (EPC-normen) opgenomen, zie paragraaf 2.2.4.
In de planregels is verder aangegeven welke regels van toepassing zijn voor beroepsuitoefening aan huis en voor niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis De inrit en het parkeerterrein hebben op beide percelen de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied". De groene scheg tussen beide percelen heeft de bestemming "Groen". De achtertuinen van een aantal woningen met een achtertuin aan de parkzijde op het perceel Larikslaan 4 hebben de dubbelbestemming "Waarde - Park". Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van het groene parkachtige karakter. In artikel 6, lid 6.2.2. is bepaald dat de gronden met deze bestemming niet worden aangemerkt als erf als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. In de nota van toelichting bij het besluit tot wijziging van het Bor van 4 september 2014 (Stb. 2014, 333, p. 43-45) is over vergunningvrije bouwwerken onder meer het volgende opgenomen: "Voorts wordt nog gewezen op de mogelijkheid om via het bestemmingsplan, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, het vergunningvrij bebouwen van percelen met een bijzondere stedenbouwkundige of landschappelijke betekenis in te perken. (…) Ook is het mogelijk om gronden «mede» te bestemmen voor andere functies.
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
31
Er geldt dan bijvoorbeeld voor het gehele perceel een bestemming woondoeleinden, maar door een zogenoemde dubbelbestemming te geven of door mede bepaalde waarden, functie- of gebiedsaanduidingen toe te kennen, kan tot uitdrukking worden gebracht dat percelen of perceelsgedeelten mede een ander planologisch doel dienen." In dit geval is een planologische inperking van de gebruiksmogelijkheden van de onbebouwde gronden aangebracht op stedenbouwkundige/landschappelijke gronden. Deze ondiepe achtertuinen grenzen aan de parkzone. Door bebouwing in de achtertuin wordt afbreuk gedaan aan dit parkachtige karakter. Om dit zorgvuldig gecreëerde beeld ook op termijn in stand te kunnen houden, staat het onderhavige bestemmingsplan hier geen vergunningplichtige bebouwing. De mogelijkheid om vergunningvrije overige andere bouwwerken te realiseren, is daarom eveneens niet toegestaan. Door middel van de dubbelbestemming "Waterstaat – Duiker" de aanwezige duiker in het plangebied beschermd. Op deze gronden mag worden gebouwd mits er schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van deze duiker. Binnen een zone van 1 meter aan weerszijden van de duiker is een omgevingsvergunning vereist voor het uitvoeren van grondroerende werken of werkzaamheden. Algemene regels In artikel 7 is een antidubbeltelregel opgenomen.
De antidubbeltelregel strekt ertoe dat gronden die al eens in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van bouwvergunningen, niet nogmaals meegeteld kunnen worden. De Algemene bouwregels (artikel 8) bevatten bepalingen over het bouwen binnen bouwvlakken, de legalisering van legaal opgerichte bebouwing die niet aan de planregels voldoet, ondergronds bouwen en over heroprichting van gebouwen. Artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omvat een verbod om gronden in strijd met hun bestemming te gebruiken. De algemene gebruiksregels in artikel 9 omvatten een aantal verboden om gronden en bouwwerken voor diverse activiteiten te gebruiken die niet wenselijk zijn in een woongebied. Verder is in artikel 9 geregeld dat er dat per woning minimaal respectievelijk maximaal 1,7 en 1,8 parkeerplaats moet wordt aangelegd en deze parkeerplaatsen instandgehouden moeten worden. De algemene afwijkingsregels (artikel 10) hebben betrekking op afwijkingen ten aanzien van de maatvoering, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages, van de grens of richting van wegen, paden en waterlopen, de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, enzovoort. Daarnaast worden nutsvoorzieningen, antennemasten en antennedragers mogelijk gemaakt. Daarnaast kan onder voorwaarden een bed&breakfast worden toegestaan.
Tot slot kan de maatvoering worden verruimd indien dit noodzakelijk is voor de isolatie van woningen. In de algemene wijzigingsregels (artikel 11) is de mogelijkheid opgenomen bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding te wijzigen.
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
32
In de overige regels (artikel 12) zijn regels opgenomen met betrekking tot de peildatum voor wet- en regelgeving waarnaar wordt verwezen. Overgangs- en slotregels De verplichte overgangsregels voor bouwwerken en gebruik zijn conform het bepaalde in artikel 3.2.2 van het Bro opgenomen (artikel 13). Tenslotte bevat het plan een slotregel (artikel 14).
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
33
6.
Uitvoerbaarheid
6.1.
Economische uitvoerbaarheid Conform artikel 6.12. lid 1 Wro dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan gerealiseerd wordt. Volgens artikel 6.2.1. van het Bro wordt hier in ieder geval de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen onder verstaan. Voor het plangebied zal derhalve in principe een exploitatieplan vastgesteld dienen te worden. Conform artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het plan wordt gerealiseerd door een particuliere initiatiefnemer. Uit de (globale) exploitatieberekeningen blijkt dat het onderhavige bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is. De Gemeente Leusden zal een anterieure exploitatieovereenkomst sluiten met deze initiatiefnemer. In deze exploitatieovereenkomst heeft de Gemeente Leusden het kostenverhaal geregeld. Het kostenverhaal is hierdoor anderszins verzekerd. Derhalve hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden bij vaststelling van het bestemmingsplan door de raad van de Gemeente Leusden.
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft de beoogde planontwikkeling aan eigenaren/gebruikers van de overige percelen op de Princenhof per brief geïnformeerd. Deze hebben aangegeven in principe geen bezwaar te hebben tegen de ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening worden toegezonden aan de overlegpartners. De provincie Utrecht heeft in dat kader aangegeven dat zij geen aanleiding heeft opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht (2021) en de Interim Omgevingsverordening, Provincie Utrecht 2021.
6.3.
Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter visie gelegd. Een ieder heeft de gelegenheid hiertegen een zienswijze in te brengen. Eventuele zienswijzen worden te zijner tijd in deze paragraaf samengevat en beantwoord.
Ontwerp Gemeente Leusden - Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
Regels
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
3 3 10
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - Park Waterstaat - Duiker
12 12 13 14 16 17
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
19 19 20 21 22 23 24
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
25 25 26
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan: het Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6 met identificatienummer NL.IMRO.0327.2750301 van de gemeente Leusden;
1.2
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aanduidingsvlak: een geometrisch bepaald vlak waarop een aanduiding betrekking heeft;
1.6
aan- of uitbouw: een aan een woning toegevoegd visueel ondergeschikt bouwdeel, waarin woonfuncties zijn toegestaan;
1.7
achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. In hoeksituaties zal de lijn uit de zijgevel, vanaf het punt op 1 meter achter de voorkant, evenwijdig meelopen met het openbaar toegankelijk gebied dat aan de zijkant van het perceel is gelegen. Bij rechthoekige verkavelingen zal de lijn in zo’n geval direct langs de zijgevel en in het verlengde daarvan, verder naar achteren lopen. Deze begrenzing valt veelal samen met de zijgevelrooilijn, die in hoeksituaties wordt aangemerkt als voorgevelrooilijn;
1.8
ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
1.9
antennedrager: Een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
4
1.10
antenne-installatie: Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
1.11
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.12
bedrijf: een onderneming waarbij de bedrijfsactiviteiten gericht zijn op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
1.13
begane grond: dat gedeelte van een gebouw dat met de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging, gelijk is;
1.14
beroepsuitoefening aan huis: een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, dat in een woning of bedrijfswoning (inclusief bijgebouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.15
bestaand (in relatie tot bebouwing): een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning;
1.16
bestaand (in relatie tot gebruik): het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
1.17
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
1.18
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.19
bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd gebouw, dat ten dienste staat van en in bouwmassa ondergeschikt is aan de woning, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte;
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
5
1.20
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
1.21
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.22
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.23
bouwgrens: de grens van een bouwvlak.;
1.24
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.25
bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;
1.26
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.27
bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.28
dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.29
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.30
dienstverlening: Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen;
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
6
1.31
erker: een uitbouw van een woning, meestal voorzien van een borstwering en aan meer zijden voorzien van een raamconstructie;
1.32
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.33
grondgebonden woning: een uit één of meerdere lagen bestaande woning inclusief kap, met een voordeur die rechtstreeks uitkomt op de buitenruimte;
1.34
hoofdgebouw: een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
1.35
kavel: de bij een bestaand of te realiseren gebouw behorende gronden, samenvallend met de eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde;
1.36
maaiveld: de gemiddelde hoogte van het natuurlijk terrein ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan;
1.37
maatvoeringsvlak: het geometrisch bepaald vlak, dat goothoogtes, hoogtes en woningtypes scheidt;
1.38
nutsvoorzieningen: een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;
1.39
onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
7
1.40
oorspronkelijke woning: het hoofdgebouw met alle daarbinnen opgenomen ruimten, zoals die is of mag worden gebouwd overeenkomstig de eerste daarvoor verleende bouwvergunning of een ander oudtijds verworven recht, zonder nadien gerealiseerde voor bewoning bestemde uitbreidingen. Alleen als een garage of bergruimte geheel binnen de architectuur van de woning is geïntegreerd en niet bouwkundig kan worden afgezonderd, wordt deze gerekend tot het hoofdgebouw;
1.41
openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;
1.42
overkapping: een bouwwerk, bestaande uit een dak met de nodige ondersteuningen zonder of met ten hoogste één wand, die niet wordt aangemerkt als een gebouw;
1.43
peil: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. In het geval van een brug is het aansluitende afgewerkte maaiveld de bovenkant van het wegdek;
1.44
plat dak: een dak met een dakhelling van 0 tot 2°;
1.45
prostitutie: het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen;
1.46
publieke dienstverlening: een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend of overwegend gericht op het verlenen van diensten aan particulieren met een rechtstreeks contact met het publiek, niet zijnde detailhandel, horeca of seksinrichting;
1.47
schilisolatie: isolatie van de schil van het gebouw, zoals het dak, de buitengevels, de vloer en kozijnen met glas of panelen;
1.48
sexinrichting: Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; onder seksinrichting wordt mede begrepen:
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
8
a. seksbioscoop Een inrichting, bestemd voor het door middel van audiovisuele middelen doen plaatsvinden van voorstellingen van erotische en/of pornografische aard. b. seksclub Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht. c. seksautomaat Een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van audiovisuele voorstellingen van erotische en/of pornografische aard. d. sekswinkel Een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en gegevensdragers, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker. e. prostitutiebedrijf Een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie.
1.49
verbeelding: de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan (onder tek.nr. NL.IMRO.0327.275-0301) conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan;
1.50
voorgevel: de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels;
1.51
voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen;
1.52
voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw: schilisolatie en technische ruimtes voor een energiemodule (zoals een luchtwaterpomp en balansventilatie met warmteterugwinunit);
1.53
water en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.;
1.54
woning of wooneenheid: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
9
1.55
zijdelingse perceelsgrens: de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
10
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw op 1 meter boven peil en haaks op de perceelsgrens.
2.2
bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.
2.3
bebouwingspercentage: de oppervlakte van gebouwen binnen het bouwvlak of, bij afwezigheid daarvan, het bestemmingsvlak of aanduidingsvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak.
2.4
bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.
2.5
dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.6
goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.7
inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen.
2.8
ondergeschikte bouwdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als schoorstenen, antenne installaties, ventilatiekanalen, liftschachten, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
2.9
vloeroppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
11
2.10
oppervlakte van een ondergronds bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van de scheidingsmuren, verticaal geprojecteerd op het onderliggende horizontale vlak, met dien verstande dat vloeroppervlakte waarboven minder dan 1,50 meter bouwhoogte aanwezig is hierbij buiten beschouwing wordt gelaten.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving De voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. paden en andere ondergeschikte verhardingen; c. watergangen en waterpartijen; d. nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend erfafscheidingen worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 meter.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
13
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met maximaal twee rijstroken; b. pleinen; c. in- en uitvoeg- en opstelstroken; d. parkeervoorzieningen; e. fiets- en voetpaden; f. groen- en speelvoorzieningen; g. bij een en ander behorende andere voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. ondergeschikte gebouwen en andere bouwwerken; b. andere bouwwerken zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en regelinstallaties, speelobjecten en straatmeubilair.
4.2.2
Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 4.2.1, gelden de volgende bepalingen: a. van gebouwen als bedoeld in lid 4.2.1, sub a, mag de oppervlakte niet meer dan 20 m² bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:
bouwwerken licht- en andere masten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties beeldende kunstwerken en speelobjecten overige andere bouwwerken ten dienste van nutsvoorzieningen: - gebouwen met een oppervlakte van niet meer dan 20 m² - overige andere bouwwerken
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
max. bouwhoogte 6 meter 5 meter 4 meter 3 meter 2,5 meter
14
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. tuinen en erven; c. beroepsuitoefening aan huis; d. niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen; b. bijbehorende bouwwerken; en c. overige andere bouwwerken.
5.2.2
Woningen Voor het bouwen van woningen als bedoeld in lid 5.2.1 gelden de volgende bepalingen: a. woningen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd; b. er mogen uitsluitend aaneengebouwde woningen worden gebouwd; c. in afwijking van het bepaalde sub b mogen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' gestapelde woningen worden gebouwd; d. de bouw- en goothoogte van woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum goothoogte (m)' is aangegeven.
5.2.3
Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken als bedoeld in lid 5.2.1 geldt dat de bouw van bijbehorende bouwwerken niet is toegestaan, met uitzondering van bergingen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' en met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; b. de oppervlakte per woning niet meer dan 15 m² bedraagt..
5.2.4
Overige andere bouwwerken Voor het bouwen van overige andere bouwwerken als bedoeld in lid 5.2.1 geldt dat: a. geen overkappingen mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:
bouwwerken pergola's erf- of perceelafscheidingen voor de voorgevelrooilijn overige erf- of perceelafscheidingen en overige andere bouwwerken
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
max. bouwhoogte 2,7 meter 1 meter 2 meter
15
5.2.5
Duurzaamheid Een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen deze bestemming wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de volgende normen: a. alle woningen worden gasloos uitgevoerd; b. alle woningen worden met een EPC 0 of beter uitgevoerd; c. de locatie wordt als geheel energieneutraal uitgevoerd. Het energiesysteem levert een opwekkingscapaciteit van ten minste 61.600 kWh/jr op wijkniveau.
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Beroepsuitoefening aan huis en niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten Het gebruik van woningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening aan huis en voor niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. dit gebruik beslaat niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijgebouwen, met een gezamenlijk maximum van 50 m² per kavel; b. het gebruik heeft geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu; c. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en veroorzaakt geen nadelige toename van de parkeerbehoefte; d. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein; e. detailhandel is uitsluitend toegestaan in de vorm van verkoop via Internet, met dien verstande dat uitstalling ten verkoop en het ter plaatse afhalen van goederen voor klanten niet is toegestaan; f. de activiteiten veroorzaken geen duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen en hebben geen ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur tot gevolg; g. het beroep respectievelijk de bedrijfsmatige activiteiten wordt respectievelijk worden in ieder geval door de bewoner uitgeoefend.
5.3.2
Gebruik van bijbehorende bouwwerken Een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend het wonen in bij de woning behorende bouwwerken.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
16
Artikel 6 6.1
Waarde - Park
Bestemmingsomschrijving De voor "Waarde - Park" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van het groene parkachtige karakter, waarbij de bestemming "Waarde - Park" voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en).
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen Op deze gronden mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd.
6.2.2
Vergunningvrij bouwen uitgesloten De gronden als bedoeld in lid 6.1 worden niet aangemerkt als erf als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
17
Artikel 7 7.1
Waterstaat - Duiker
Bestemmingsomschrijving De voor "Waterstaat - Duiker" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van duikers.
7.2
Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 7.1, mogen mag worden gebouwd overeenkomstig de bouwregels van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de duiker en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren en beheren van de duiker.
7.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.3.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het uitvoeren van overige grondbewerkingen, zoals woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; d. het aanplanten van diepwortelende beplanting; e. het indrijven van voorwerpen in de grond; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; i. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.
7.3.2
Uitzondering Het verbod als bedoeld in lid 7.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
18
7.3.3
Toelaatbaarheid De in lid 7.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de duiker en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren en beheren van de duiker.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
19
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
20
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Bouwen binnen bouwvlak Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen bouwvlakken, tenzij in deze regels anders is bepaald.
9.2
Gelding bestaande afmetingen, afstanden en percentages Voor zover legaal gebouwde (delen van) bouwwerken op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet voldoen aan de in het plan genoemde maten en situering gelden de dan aanwezige maten en situering, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als vervangende regel.
9.3
Ondergronds bouwen Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen, met dien verstande, dat: a. het bouwwerk loodrecht onder het hoofdgebouw en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt gebouwd; b. de maximale diepte van een ondergronds bouwwerk bedraagt 3,5 meter, gemeten vanaf de onderkant van de begane grondvloer.
9.4
Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.2 uitsluitend van toepassing, indien het geschiedt op dezelfde plaats.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
21
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1
Strijdig gebruik Een gebruik in strijd met het bestemmingsplan is in ieder geval het gebruik: a. gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting; b. gronden en bouwwerken als of ten behoeve van bedrijfsmatige vuurwerkopslag; c. onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; tenzij dit gebruik verband houdt met de verwerkelijking van de bestemming of het op de bestemming gerichte beheer van de gronden.
10.2
Parkeren Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat: a. per gestapelde woning op het perceel Larikslaan 4 minimaal 1,7 parkeerplaats, b. per aaneengebouwde woning op het perceel Larikslaan 4 minimaal 1,8 parkeerplaats, c. per aaneengebouwde woning op het perceel Larikslaan 6 minimaal 1,7 parkeerplaats, wordt aangelegd en instandgehouden.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
22
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1
Algemeen Het bevoegd gezag kan bij, omgevingsvergunning, afwijken van de regels van het plan: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, waarvan de oppervlakte niet meer dan 30 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en van aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen is aangegeven niet meer dan 5 meter bedragen; c. voor afwijkingen van regels, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages; d. ten behoeve van het bouwen van antennemasten tot een bouwhoogte van 20 meter; e. ten behoeve van het bouwen van antennedragers of masten en bijbehorende installaties voor telecommunicatie, al of niet op of aan gebouwen of andere bouwwerken op een minimale afstand van 50 meter tot woningen, tot een bouwhoogte van 40 meter, waarbij als voorwaarde kan worden gesteld: 1.
dat gebruik dient te worden gemaakt van bestaande masten voor telecommunicatie of andere bestaande hoge objecten, zoals hoge gebouwen, lichtmasten of hoogspanningsmasten, indien deze aanwezig zijn binnen een redelijke afstand van de gevraagde locatie, en 2. dat rekening gehouden wordt met het voorkomen van onevenredige hinder voor omwonenden en schade aan het landschap, cultuurhistorie en ecologie.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
23
Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1
Algemene wijzigingen
12.1.1 Bevoegdheid Het bevoegd gezag kan, voor zover daaraan behoefte bestaat en zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt, de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen zodanig, dat: a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot, en b. geen van de grenzen met meer dan 10 meter wordt verschoven. 12.1.2 Voorwaarden Van de in lid 12.1.1 bedoelde wijzigingsbevoegdheid mag: a. slechts gebruik worden gemaakt indien aannemelijk is dat daardoor de gebruikswaarde dan wel het woongenot voor belendende percelen niet onevenredig wordt aantast en mits toepassing van de wijzigingsbevoegdheid niet tot een aanmerkelijke aantasting van de structurele opzet van het plan en de stedenbouwkundige eenheid van het desbetreffende gedeelte van het plan zal leiden; b. geen gebruik worden gemaakt indien een wijziging tot gevolg zou hebben dat de op grond van de Wet geluidhinder hoogst toelaatbare geluidsbelasting van woningen wordt overschreden, tenzij door het treffen van voorzieningen aan de woningen of op andere wijze binnen de hoogst toelaatbare waardes kan worden gebleven.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
24
Artikel 13 Overige regels 13.1
Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Bij een verwijzing naar andere wettelijke regelingen is bedoeld de desbetreffende wet zoals die luidt op het tijdstip van terinzageleggen van het ontwerp van dit plan.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
25
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 14 Overgangsrecht 14.1
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de partiële herziening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 14.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 14.1, sub a met maximaal 10%. c. Lid 14.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2
Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de partiële herziening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met de partiële herziening strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 14.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 14.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
26
Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het 'Bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6' van de gemeente Leusden.
ontwerp gemeente Leusden - bestemmingsplan Larikslaan 4 en 6
Analoge verbeelding
32
Plangebied
Aanduidingen
artikelnummer
Plangebiedsgrens
Ol me n l a a n
[bg]
bijgebouwen
Groen
[gs]
gestapeld
Verkeer - Verblijfsgebied
9,5
maximum bouwhoogte (m)
Wonen
7
maximum aantal wooneenheden
Bestemmingen
3
aan nl me Ol
bouwvlak
G
4
8
V-VB 6g 6-
4
5
W 30
6
Waarde - Park
Verklaringen
WR-PA
6t
7
Waterstaat - Duiker
BGT en kadastrale gegevens
WS-DK
Ol m enl aan
W V-VB [bg]
WR-PA
10 W [bg]
9,5
W
6
V-VB G
2
7 G
8a 1 2p
9.5
aan ksl i Lar
[gs] 3
4
13
4
W
5
9,5 3,5
A P WR
aan ksl i Lar
WS-DK 5
1
29t
Gemeente Leusden Bestemmingsplan Larikslaan 4-6 analoge verbeelding
projectnummer:
0327-34
tekeningnummer:
0327-34-P01
27
bu
IDN:
bureau voor ruimtelijke ordening en advies Brabantsestraat 17 3812 PJ Amersfoort 9 1
1 1
23 27
NL.IMRO.0327.275-0301
datum: september 2021
schaal:
1:1000
status:
formaat: A3
telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl
ontwerp