CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Quickscan flora en fauna__103730__.pdf

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente LeusdenBij agendapunt: 17: RV Vaststellen bestemmingsplan Ringlaan De Glind5.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Colofon Titel:

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Projectcode Versie: Datum Auteur:

P03798 Definitief 13-09-2022 L.A. de Meijer

Opdrachtgever:

Stichting De Boom Postbus 13 3930 EA Woudenberg

Uitvoerder

Email: Website:

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon: Telefoon: Email:

Michael Witjes 06 55476553 michael.witjes@grasadvies.nl

Controle

R.M. Smit

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 2 van 19

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 5 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 6

2

Wet natuurbescherming..................................................................................................................... 7

2.1

Beschermde gebieden ....................................................................................................................... 7

2.1.1

Natura 2000 ....................................................................................................................................... 7

2.1.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 7

2.2

Beschermde soorten .......................................................................................................................... 8

2.3

Houtopstanden .................................................................................................................................. 8

2.4

Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming .............................................................................. 8

2.5

Invasieve soorten ............................................................................................................................... 9

3

Projectgebied ................................................................................................................................... 10

3.1

Gebiedsbeschrijving ........................................................................................................................ 10

3.2

Beoogd projectresultaat ................................................................................................................... 11

4

Onderzoeksopzet ............................................................................................................................. 12

5

Resultaten ........................................................................................................................................ 13

5.1

Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 13

5.1.1

Natura-2000 ..................................................................................................................................... 13

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................................ 13

5.2

Beschermde soorten ........................................................................................................................ 14

5.2.1

Bekende waarnemingen .................................................................................................................. 14

5.2.2

Resultaten veldbezoek .................................................................................................................... 14

5.3

Houtopstanden ................................................................................................................................ 16

6

Conclusie en aanbevelingen............................................................................................................ 17

6.1

Beschermde gebieden ..................................................................................................................... 17

6.2

Beschermde soorten ........................................................................................................................ 17

6.2.1

Flora ................................................................................................................................................. 17

6.2.2

Zoogdieren ....................................................................................................................................... 17

6.2.3

Zoogdieren: vleermuizen ................................................................................................................. 17

6.2.4

Vogels .............................................................................................................................................. 17

6.2.5

Reptielen .......................................................................................................................................... 17

6.2.6

Vissen en amfibieën ........................................................................................................................ 17

6.2.7

Ongewervelden ................................................................................................................................ 18

6.3

Houtopstanden ................................................................................................................................ 18

Bronnen ........................................................................................................................................................... 19

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 3 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Bijlagen Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Bijlage 2: Impressie projectgebied Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 4 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om vier woningen te realiseren aan de Ringlaan in De Glind. Om het projectgebied te controleren op eventuele aanwezigheid van wettelijk beschermde plant- en diersoorten is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt: 1. De aanwezigheid van beschermde soorten kan niet worden uitgesloten. Dit betreft de aanwezigheid van hazelworm. Omdat de aanwezigheid van de hazelworm niet kan worden uitgesloten raden wij aan om een vervolgonderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid vast te stellen. 2. Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het projectgebied als broedlocatie gebruiken. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om wordt gewerkt. Of onder voorwaarde dat eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet worden verstoord. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Mocht er binnen het broedseizoen werkzaamheden gepland staan dan moet het gebied maximaal drie dagen vóór aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog worden vrijgegeven middels een broedvogelinspectie.

Tijdens de werkzaamheden wordt aangeraden mitigerende maatregelen te treffen om het gebied broedvrij te houden. 3. De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur. De informatie uit dit rapport is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag zonder toestemming van BIJ12 niet verstrekt worden aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 5 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

1 Inleiding In opdracht van Stichting De Boom is een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Ringlaan in De Glind. De initiatiefnemer is voornemens om vier woningen te realiseren. De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Tijdens deze quickscan is de huidige en potentiële aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in het projectgebied en in de directe omgeving van het projectgebied inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Ook is er naar de aanwezigheid van houtopstanden gekeken. Op basis van deze soorten- en gebiedsinformatie zijn uitspraken gedaan over mogelijke effecten van het voorgenomen project. Deze vindt u terug in de deze rapportage. De quickscan is met een enkel locatiebezoek, een momentopname van de aanwezige flora en fauna. Zodoende kan er slechts in beperkte mate uitsluitsel gegeven worden over de aanwezige flora en fauna. Wanneer wij redelijkerwijs verwachten dat het uitvoeren van het project een negatief effect heeft op beschermde gebieden, houtopstanden en/ of beschermde flora en/ of fauna, kan nader onderzoek gewenst zijn. Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze rapportage benoemt het relevante wettelijke kader. Hoofdstuk 3 beschrijft het projecten onderzoeksgebied en het voorgenomen project. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksopzet opgenomen.

Gevolgd door de resultaten in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 vindt u de conclusies, adviezen en eventuele vervolgstappen.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 6 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving, bestaande uit de ‘Natuurbeschermingswet 1998’, de ‘Boswet’ en de ‘Flora- en Faunawet’, is per 1 januari 2017 vervangen door de ‘Wet natuurbescherming’. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. Dit hoofdstuk licht de inhoud van de Wet natuurbescherming toe. De Wet natuurbescherming is gericht op het beschermen van: • beschermde gebieden • beschermde soorten • houtopstanden

2.1

Beschermde gebieden

2.1.1

Natura 2000

De bescherming van de ruim 160 Natura 2000-gebieden in Nederland wordt gewaarborgd in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Er wordt bij ieder project (activiteit of handeling), zowel binnen als buiten Natura-2000 gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. De volgende verboden gelden namens artikel 2.7, 2e lid: • De kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • Een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen Wanneer een project één of beide verboden dreigt te overtreden kan het bevoegde gezag een vergunning verlenen. Hiervoor dient een groter maatschappelijk belang aanwezig te zijn en een vergunningsprocedure te worden doorlopen.

Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’.

2.1.2

Natuurnetwerk Nederland

Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling hiervan. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is ook van belang voor ruimtelijke plannen. Projecten worden getoetst aan de hand van de ‘Spelregels EHS’ (uitwerking van gemeenschappelijk opgesteld beleidskader). Deze spelregels zijn verweven in het provinciaal beleid. Het compensatiebeginsel voor de EHS is het sluitstuk van het ‘nee, tenzij’ beschermingsregime. Volgens dat regime zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen in het NNN die afwijken van het bestemmingsplan en met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden niet toegestaan. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang én het ontbreken van reële alternatieven. Het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke ordening (Barro, 2.10) voorziet juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid.

In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: • bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken); • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, Nederlandse deel Noordzee en Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 7 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

2.2

Beschermde soorten

De wet natuurbescherming heeft als doelstelling het beschermen en in standhouden van de Nederlandse natuurgebieden en bescherming van de Nederlandse Flora & Fauna (Bijlage 1). De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: • soorten van de Vogelrichtlijn (alle van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten) • soorten van de Habitatrichtlijn • andere soorten Daarnaast zijn er: • vrijgestelde soorten (bepaald per provincie en landelijk) • jaarrond beschermde vogelnesten En bestaat er: • de zorgplicht

2.3

Houtopstanden

De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: • een grond oppervlakte beslaat van tien are of meer of; • bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op (artikel 4.1): • houtopstanden binnen het besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid o bestaan uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

2.4

Ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming

Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan door een ontheffing of vrijstelling. Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria worden voldaan: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5a). • In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5b3). Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 8 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

•

Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (Wet natuurbescherming artikel 3.8, lid 5c).

2.5

Invasieve soorten

Per 3 augustus 2016 is het verboden (EU-exotenverordening 1143/2014) om schadelijke exotische planten en dieren te: • Bezitten; • Verhandelen; • Kweken; • Gebruiken; • transporteren ; • vrijlaten. Verder geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moeten er maatregelen worden getroffen om de populatie zodanig te beheren dat verspreiding zoveel mogelijk wordt voorkomen. In Nederland zijn de provincies verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die in 2016 en 2017 op de lijst zijn geplaatst. Uitgezonderd de wolhandkrab en de Amerikaanse rivierkreeft daar is het Rijk verantwoordelijk voor en de beverrat daar zijn waterschappen verantwoordelijk voor. Op de website van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) is de (dynamische) lijst te vinden van soorten die op de Unielijst staan (NVWA 2022). Deze invasieve soorten brengen schade toe aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten, of zullen dat in de toekomst waarschijnlijk gaan doen,. Daarnaast kunnen ze nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 9 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

3 Projectgebied Tijdens een quickscan wordt onderscheid gemaakt tussen het projectgebied, daar waar de werkzaamheden plaatsvinden, en het onderzoeksgebied, de directe omgeving van het projectgebied. Het onderzoeksgebied wordt bepaald aan de hand van de afstand waarbinnen beschermde diersoorten verstoring kunnen ondervinden van de voorgenomen/verwachte werkzaamheden.

3.1

Gebiedsbeschrijving

Het projectgebied is gelegen in de provincie Utrecht langs de grens met de provincie Gelderland. De locatie bevindt zich ten oosten van de kern Leusden en wordt zowel ontsloten via ‘de Postweg’ als ‘de Ringlaan’ (Afbeelding 1). Aan de noordoostzijde grenst de locatie gedeeltelijk aan de buurtschap ‘De Glind’. Ten zuiden grenst het projectgebied aan een bos en ten westen loopt het Maïsveld verder (Afbeelding 2). In de huidige situatie is het gebied in gebruik als Maïsveld en een vervallen overgroeide tuin. De tuin is nu grotendeels overwoekerd met bramen (Bijlage 2).

Afbeelding 1 Ligging van het projectgebied (rood kader).

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 10 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Afbeelding 2 Luchtfoto van het projectgebied (rood kader).

3.2

Beoogd projectresultaat

De initiatiefnemer is voornemens vier woningen te realiseren binnen het plangebied (Afbeelding 3).

Afbeelding 3 Concept schetsontwerp plangebied

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 11 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

4 Onderzoeksopzet Bij het uitvoeren van deze quickscan is onderzocht of het voorgenomen project mogelijk effect heeft op beschermde gebieden, plant- en diersoorten en houtopstanden. Hiervoor is zowel een voor- als een locatieonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een effectenbeoordeling. Tijdens het vooronderzoek is informatie verzameld over: • Het projectgebied en de positie van het projectgebied t.o.v. beschermde gebieden in de omgeving van het projectgebied (hoofdstuk 5.1). • De ligging van de te kappen houtopstanden ten opzichte van de bebouwde kom grens (hoofdstuk 5.2). • Waarnemingen van plant- en diersoorten in het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied (hoofdstuk 5.3). Hierbij is gebruik gemaakt van bekende natuurinformatie (NDFF, Verspreidingsatlas). Tijdens het locatieonderzoek is gekeken naar: • aanwezigheid van beschermde plantensoorten • aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten • aanwezigheid van leefgebieden/ soort-specifieke functies voor beschermde soorten (oppervlaktewater, schuilgelegenheden, specifieke plantensoorten/ lijnvormige elementen) Het onderzoeksgebied is ter plaatse bepaald door de verwachtte invloed van het project en de inschatting van de onderzoeker. Het bezoek is uitgevoerd tijdens droge weersomstandigheden met windkracht van maximaal 3 Bft.

De ecoloog van GRAS advies spant zich maximaal in om het onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Bij de effectenbeoordeling zijn de resultaten van het vooronderzoek, het locatiebezoek en het voorgenomen project in overweging genomen. Daarmee kunnen wij een goed inschatting maken van de invloed van het voorgenomen project op beschermde natuurgebieden, (potentieel) aanwezige beschermde soorten en al dan niet aanwezige houtopstanden. Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht voor vleermuizen op het terrein en is gelet op sporen zoals geluiden wanneer het locatiebezoek in de avonduren plaatsvindt. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende Vleermuisprotocol (2021) aangehouden.

Hierbij gaat het om objecten die voor de vleermuis van belang zijn en die door de beoogde activiteit of het plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 12 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

5 Resultaten 5.1

Beschermde gebieden

5.1.1

Natura-2000

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied (Afbeelding 4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op ca. 9 km afstand van het projectgebied. Omdat het projectgebied zich buiten de begrenzing van het Natura 2000 bevindt, gecombineerd met de beperkte ingreep en afstand tot het projectgebied kan verstoring van het Natura 2000 gebieden op voorhand worden uitgesloten.

Afbeelding 4 Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natura 2000-gebied de Veluwe (groen vlak).

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (Afbeelding 4). Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) grenst aan de zuidkant tegen het projectgebied aan. Binnen het NNN gebied zijn, afkomstig uit de NDFF, waarnemingen bekend van bosuil, buizerd, das, dubbelloof, gewone dwergvleermuis en sperwer. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn tijdens de quickscan niet aangetroffen in het bos aangrenzend aan het projectgebied. Door de beperkte ingreep en bufferruimte tussen de woningen tot aan het NNN gebied kan verstoring van het NNN gebied op voorhand worden uitgesloten.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 13 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Afbeelding 5 Ligging van het projectgebied (rood kader) t.o.v. Natuurnetwerk Nederland gebied (groene vlakken).

5.2

Beschermde soorten

5.2.1

Bekende waarnemingen

Voordat wij het projectgebied hebben bezocht, hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd. Hierdoor hebben wij een indicatie van de te verwachten beschermde soorten binnen het projectgebied. Hiervoor is met name de Nederlandse Database Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Hierin staan alleen gevalideerde waarnemingen. Dit geeft een beeld van wat de bekende aanwezigheid is van soorten binnen het projectgebied en de omgeving. NDFF is echter een hulpmiddel, wanneer een soort niet geregistreerd staat in de omgeving in NDFF houdt niet in dat deze daar ook afwezig is. Met behulp van NDFF zijn de waarnemingen van (beschermde) soorten in de afgelopen vijf jaar verzameld. Flora: Geen bekende waarnemingen van beschermde soorten of invasieve exoten. Vleermuizen: Bekende waarnemingen van gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis langs het projectgebied. Overige zoogdieren: Bekende waarnemingen van ree, mol en das in en nabij het projectgebied. Vogels: Bekende waarnemingen van o.a. bosuil, buizerd, goudvink en spotvogel in en nabij het projectgebied. Reptielen: Geen bekende waarnemingen. Amfibieën: Waarneming van bruine kikker nabij het projectgebied. Vissen: Geen bekende waarnemingen. Ongewervelden: Bekende waarnemingen van o.a. bruin zandoogje, gordelgalwesp, gewoon doorntje, koevinkje (SNL-soort) en zwartsprietdikkopje (SNL-soort).

5.2.2

Resultaten veldbezoek

Tabel 1 Gegevens locatiebezoek. Controleur Datum Weer

L.A. de Meijer 01-09-2022 Onbewolkt droog, 26 ˚C, 3 Bft

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 14 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de aanwezige planten- en diersoorten in en rondom het projectgebied. Naast de aanwezige soorten is er ook gezocht naar sporen zoals nesten, poot afdrukken, wildwissels, uitwerpselen. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde plantensoorten aangetroffen. Ook zijn er geen exoten vallend onder de Unielijst exoten waargenomen. Gezien de huidige inrichting van het projectgebied kan er redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Zoogdieren Gezien de aangetroffen vegetatie en omgeving kunnen soorten als bunzing, hermelijn, wezel, haas, konijn en algemene muizen-soorten worden verwacht. Het projectgebied is onderdeel van de leefomgeving van deze soorten. De bovengenoemde soorten zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming ‘andere soorten’, maar staan ook in de categorie ‘vrijgestelde soorten’ in de provincie Utrecht (Hunnink 2022). Dit houdt in dat bij uitvoering van de werkzaamheden in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, een vrijstelling voor deze soort geldt. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht voor de uitvoerende partij. In de directe omgeving (NNN gebied) zijn bekende waarnemingen van de das. Er is daarom extra aandacht besteed aan sporen en potentie voor de das binnen en direct buiten het projectgebied.

Er zijn tijdens de quickscan geen sporen van de das aangetroffen binnen het projectgebied of direct aangrenzend. Hoewel de maïsakker geschikt is als foerageerlocatie gaat er geen essentieel foerageergebied verloren aangezien een overgroot deel van de akker blijft bestaan. Zoogdieren: vleermuizen De vervallen tuin binnen het projectgebied kan geschikt zijn als foerageerlocatie voor vleermuizen. Er is echter voldoende alternatief foerageerhabitat aanwezig in de vorm van akker, bos en tuinen. Van het verdwijnen van potentieel een essentieel foerageergebied van de vleermuis is zodoende geen sprake. Er is geen sprake van sterke lijnvormige structuren binnen het projectgebied. Mogelijk zouden de bomen langs de Ringlaan als vliegroute gebruikt kunnen worden. Het is aannemelijker dat de bomenrij aan de overkant gebruikt worden aangezien deze verder doortrekt. Ook maakt dit de bomenrij binnen het projectgebied geen onderdeel van een essentiële vliegroute. Aanwezigheid van een essentiële vliegroute kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen bebouwing aanwezig binnen het projectgebied en er zijn in de aanwezige bomen geen holtes aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaats van vleermuizen. Ook zijn er geen sporen van vleermuizen aangetroffen die op een verblijfplaats duiden.

De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het projectgebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de bomen en bosschages gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Er zijn in de bomen geen nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Het gebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van buizerdnesten. Deze zijn niet waargenomen. Hoewel het gebied geschikt is, is het aannemelijk dat de buizerd zich eerder vestigt in de bosrand ten zuiden van het projectgebied dan in de bomen binnen het projectgebied. Dit door de direct naastgelegen weg, wandelroute en naastgelegen woningen. Voor de bosuil zijn geen openingen in bomen aangetroffen die als potentiële nestlocatie kunnen functioneren. Door afwezigheid van bebouwing binnen het projectgebied geldt dat voor gebouw bewonende broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals de huismus en gierzwaluw, het projectgebied niet geschikt is als potentiële nestlocatie. De aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.

Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Als toch gewerkt wordt tijdens het broedseizoen, dienen de aanwezige bosschages niet te worden verstoord. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 15 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn er geen (sporen van) beschermde reptielen waargenomen. Het projectgebied bestaat deels uit een afwisseling van open gebied naar ruigtes. Ook zijn er planken aanwezig van een vervallen schuur. Dit maakt de geschikt habitat voor de hazelworm. De aanwezigheid van de beschermde hazelworm kan daarom niet redelijkerwijs worden uitgesloten. Vissen en Amfibieën Binnen het projectgebied, en in de directe omgeving, zijn geen plassen of wateren aanwezig. De aanwezigheid van vissen en amfibieën kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde ongewervelden waargenomen. Vanwege het ontbreken van de voor beschermde ongewervelden benodigde specifieke habitats, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten ongewervelden in het projectgebied aanwezig zijn.

5.3

Houtopstanden

Het projectgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Op het terrein bevinden zich rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming van toepassing op het projectgebied. De opdrachtgever is voornemens de bomen langs de ringlaan niet te kappen. Indien er toch gekapt gaat worden dient er bij de kap en herplant aan de voorwaarden die de wet natuurbescherming stelt voldaan te worden. Een nader onderzoek en een ontheffing is dan niet noodzakelijk.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 16 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

6 Conclusie en aanbevelingen 6.1

Beschermde gebieden

Het project gebied ligt buiten zowel het Natura 2000 als het Natuurnetwerk Nederland gebieden. Wel grenst het projectgebied (zuidelijk) aan een NNN gebied. Gezien de beperkte impact van de ontwikkeling en de afstanden tussen het projectgebied en deze gebieden, wordt verstoring hiervan uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie en daarmee op Natura 2000-gebieden is niet uit te sluiten en kan desgewenst nader onderzocht worden met een AERIUS berekening.

6.2

Beschermde soorten

6.2.1

Flora

Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.2.2

Zoogdieren

Er worden geen beschermde zoogdieren verwacht binnen het projectgebied. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.2.3

Zoogdieren: vleermuizen

Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute binnen het projectgebied. Ook zijn er geen geschikte openingen waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied op voorhand kan worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.2.4

Vogels

Er zijn geen beschermde vogelsoorten, jaarrond beschermde nesten of geschikte broedlocaties voor vogels waargenomen binnen het projectgebied. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie gaan gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren. Een nader onderzoek naar vogels en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig, mits werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden. Wanneer werkzaamheden toch binnen het broedseizoen vallen dienen de aanwezige bosschages niet verstoort te worden. Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied door een deskundig ecoloog te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels.

6.2.5

Reptielen

Het projectgebied vormt een geschikt habitat voor de hazelworm. Deze kan niet worden uitgesloten. Een nader onderzoek naar hazelworm en/of een ontheffingsaanvraag is nodig.

6.2.6

Vissen en amfibieën

Er is geen sprake van relevante waterlichamen binnen het projectgebied of in de directe omgeving. De aanwezigheid van beschermde vissen en amfibieën kan daarom op voorhand worden uitgesloten.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 17 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde vissen en/of amfibieën is niet nodig.

6.2.7

Ongewervelden

Er zijn geen beschermde ongewervelden, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde insecten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig.

6.3

Houtopstanden

Het projectgebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Op het terrein bevinden zich rijen bomen van meer dan 20 exemplaren. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming van toepassing op het projectgebied. De opdrachtgever is voornemens de bomen langs de ringlaan niet te kappen. Indien er toch gekapt gaat worden dient er bij de kap en herplant aan de voorwaarden die de wet natuurbescherming stelt voldaan te worden. Een nader onderzoek en een ontheffing is dan niet noodzakelijk.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 18 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Bronnen ArcGIS (2022). Geografisch informatiesysteem met kaarten van Esri, Natura2000 en NNN. Datum geraadpleegd: 05-09-2022 Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). https://ndff-ecogrid.nl/. Datum geraadpleegd: 05-09-2022 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (2022). Unilijst. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten. Datum geraadpleegd: 05-09-2022 Overheid.nl. Officiële bekendmakingen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/uitgebreidzoeken. Datum geraadpleegd: 05-09-2022 Patronale Dienst voor Organisatie en Kontrole van de Bestaanszekerheidstelsels (PDOK). https://app.pdok.nl/viewer/?origin=pdoknl. Datum geraadpleegd: 05-09-2022 Wet natuurbescherming (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01. Datum geraadpleegd: 05-09-2022

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Pagina 19 van 19

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Bijlage 1: Wet Natuurbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1: lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5 Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten van de Habitatrichtlijn Dit zijn soorten genoemd in de Habitatrichtlijn in bijlage IV, het verdrag van Bern in bijlage I en II en het verdrag van Bonn, bijlage II. Lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5 Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten in Nederland.

lid 1 Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Vrijgestelde soorten Er zijn een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten wanneer de Minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. De lijst met deze soorten is te vinden via beschermdesoorten.nl onder provinciale vrijstellingen.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Jaarrond beschermde vogelnesten De lijst met jaarrond beschermde nesten van vogels is een beleidsdocument dat is voortgevloeid uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. Wanneer er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen en/ of de gunstige staat van instandhouding van de soort lokaal in gevaar kan brengen, moeten er voor deze nesten mitigerende maatregelen worden getroffen. Een recente lijst met jaarrond beschermde nesten is te vinden via rvo.nl. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Bijlage 2: Impressie projectgebied

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Bijlage 3: Toelichting verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna In het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming wordt onderzoek gedaan naar het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het projectge-bied. Ook wordt de ligging van het projectgebied onderzocht t.o.v. beschermde gebieden behorende tot het Natura 2000 netwerk en Natuurnetwerk Nederland. De volgende werkzaamheden behoren tot het verken-nend onderzoek. Voorbereidend onderzoek ● Verzamelen van gebiedsinformatie ● Verzamelen van soorteninformatie en verspreidingsgebied ● Informatie verzamelen over voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied Verkennend veldonderzoek met inspectie van het terrein en/of gebouwen ● Tijdens het veldonderzoek wordt het projectgebied en de directe omgeving geïnventariseerd op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of het projectgebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten. Het verkennend veldonderzoek geeft daarmee inzicht in de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Het is geen gedetailleerd en gespecialiseerd onder-zoek. ● Het is mogelijk dat er objecten of plekken zijn die niet de inspecteren zijn door de controleur. Dit kan bijvoorbeeld een watergang (vissen en amfibieën) zijn of holtes, spouwen en kieren in bomen en ge-bouwen (vleermuizen).

Onderzoek van dergelijke objecten en plekken vereist in elk geval aanvullend onderzoek door een deskundige. ● Indien tijdens het verkennend veldonderzoek de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastge-steld, en/of plekken zijn aangetroffen die kunnen fungeren als habitat voor beschermde soorten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Indien een watervoerende watergang / sloot wordt aangetroffen (in verbinding staand met andere watergangen), en de kans bestaat dat er beschermde soorten in voor-komen is altijd een nader onderzoek noodzakelijk. ● Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de betreffende (moge-lijk) aanwezige soort(en) en geeft uitsluitsel over welke beschermde soorten aanwezig zijn, in welke aantallen, op welke locaties en welke functie die locaties hebben. ● Aanvullend onderzoek maakt geen onderdeel uit van een verkennend onderzoek (quickscan). Aanvul-lend onderzoek kan als meerwerk verrekend worden bovenop het verkennend onderzoek. Advies en rapportage ● De resultaten van het verkennend onderzoek worden gepresenteerd in een rapportage. ● In de rapportage wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is en indien dit noodzakelijk is, voor welke soortgroep(en). ● In de rapportage wordt een advies gegeven met betrekking tot het vervolgtraject.

● In het geval aanvullend onderzoek noodzakelijk is, kunnen wij u adviseren over de planning en doorlooptijd van deze onderzoeken.

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Ringlaan de Glind

Bijlage 4: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P03798 Versie: Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3482/documents/38516