Bijlage 5. Ontwerpbegroting 2022-2025.pdf
Tekst van het document
Daarnaast kan er sprake zijn van behoorlijke verschuivingen binnen de belastingopbrengsten van deelnemers, bijvoorbeeld van oninbaar naar kwijtschelding.
Een beleidsvoornemen met veel onzekerheden en behoorlijke fiscale en juridische complicaties vraagt om een voorzichtige aanpak over langere tijd, waarbij de financiële en maatschappelijke effecten gemonitord worden. Dat zal zijn beslag krijgen over een periode van drie jaar. Gezien deze onzekerheden wordt voorgesteld om uit te gaan van een structurele reservering van € 0,75 miljoen die naar verwachting redelijk aansluit bij het uiteindelijke effect op de exploitatie. De instelling van de reservering betekent niet de vrijgave van de middelen. In de loop van de drie jaar worden nadere voorstellen gepresenteerd, gebaseerd op onderzoek en proefprojecten, voor de verdere uitwerking en inzet van sociaal incasseren. In de bestuurlijke rapportages (BERAP en VORAP) zal de
19
informatievoorziening aan bestuur en opdrachtgevers vorm krijgen, zodat zij zicht houden op financiële en maatschappelijke effecten. GBLT verwacht, bij ongewijzigd beleid, een structurele opbrengst aan invorderbaten van € 5,7 miljoen. Daarbij zal sprake zijn van schommelingen. De post is aanmerkelijk hoger dan de € 4,0 miljoen die de afgelopen jaren werd begroot. In deze en komende begrotingen wordt deze post opgehoogd, met als gevolg een daling van de deelnemersbijdragen. De structurele verhoging van invorderbaten in de begroting schept de financiële ruimte binnen de exploitatiebegroting van GBLT om de verwachte € 0,75 miljoen meerkosten en minderbaten op te vangen. Het voordeel daarvan is dat de opdrachtgevers een stabiele ontwikkeling van de deelnemersbijdragen ervaren.
20
2 De paragrafen Paragraaf 1 - Ontwikkelingen sinds het vorige begrotingsjaar Er hebben zich geen noemenswaardige veranderingen voorgedaan in de gemeenschappelijke regeling sinds het vorige begrotingsjaar. In 2020 is de implementatie van het nieuwe belastingsysteem opgestart. De implementatie is voorspoedig verlopen en vanaf 2021 is het belastingsysteem in gebruik genomen.
Paragraaf 2 - Uitgangspunten en normen De volgende ontwikkelingen hebben invloed op de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023 tot en met 2025 en daarmee op de bijdragen van de deelnemers:
Algemeen: bij het opstellen van de begroting en meerjarenraming wordt, op basis van de novemberraming 2020 van het CPB, uitgegaan van een prijspeil-ontwikkeling van 1,5% op de daarvoor in aanmerking komende begrotingsposten. In de begroting 2021 werd de ontwikkeling in het meerjarenperspectief geschat op 1,7% per jaar.
Rente en afschrijvingen: o
de rentekosten en afschrijvingslasten laten geen substantiële wijziging zien ten opzichte van de meerjarenbegroting die in de kadernotitie en begroting van 2021 zijn opgenomen.
Personeelskosten: o
Voor salarissen, sociale premies en personeel van derden wordt uitgegaan van een loonpeil-ontwikkeling van 2,5% in 2022 en verder (per jaar). Dit is conform de uitgangspunten die vorig jaar voor de meerjarenbegroting 2022-2024 zijn gehanteerd. De bestaande cao is ultimo 2020 geëindigd en een nieuwe cao is nog niet vastgesteld, waardoor de loonpeil-ontwikkelingen vanaf 2021 onzekerheden bevat.
o
Naast de stijging van de cao wordt bij de hoogte van de personeelskosten rekening gehouden met eventuele doorgroeimogelijkheden en ruimte binnen de schaal van de medewerkers.
o
Voor overige personeelslasten is uitgegaan van de algemene prijsstijging van 1,5%.
Goederen en diensten van derden: o
in algemene zin is uitgegaan van de algemene prijsstijging van 1,5%
o
inhuur derden/personeel is overeenkomstig cao 2,5% (zie hierboven)
Voorzieningen/onvoorzien: er is uitgegaan van een vast bedrag van € 200.000
Goederen en diensten aan derden: dit betreft de bijdrage van de deelnemers in GBLT
Waterschaps- en gemeentebelastingen: dit betreft de invorderopbrengsten
21
Areaaluitbreiding bij de deelnemers heeft effect op de kostenontwikkeling van GBLT. Deze toename van kosten is niet specifiek opgenomen in de kaders voor de begroting.
De groei van de economie is als gevolg van het Corona-virus onzeker. Vooralsnog is het te vroeg om het effect daarvan voor de begroting 2022 en meerjaren in te schatten. We gaan voorlopig uit van de groeicijfers die het CPB in haar novemberraming heeft afgegeven voor 2021. In deze cijfers is rekening gehouden met de verwachting van de impact van het Corona-virus, zoals die op dat moment bekend was.
Paragraaf 3 - Incidentele baten en lasten Voor het begrotingsjaar 2022 worden geen andere incidentele baten en lasten verwacht.
Paragraaf 4 - Kostentoerekening De kosten van GBLT worden enerzijds door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling gedragen en anderzijds verworven door aan belastingplichtigen in rekening gebrachte invorderkosten voor het verzenden van onder andere aanmaningen en dwangbevelen. De netto exploitatielasten worden volgens de verdeelsleutel, welke vermeld staat in de Bijdrageverordening GBLT 2016, aan de deelnemers in rekening gebracht. De totale deelnemersbijdrage voor 2022 bedraagt € 19.810.000. Voor de verdeling tussen de individuele deelnemers verwijzen wij naar hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 'Begroting naar kostendragers'.
Paragraaf 5 - Onttrekkingen aan bestemmingsreserves en voorzieningen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves en voorzieningen. Het gaat daarbij om voorzieningen die het kenmerk hebben van reserves en dus als zodanig meegerekend worden bij het eigen vermogen. Voor het begrotingsjaar 2022 zijn geen bestemmingsreserves opgenomen. Er is een post onvoorzien van € 200.000 opgenomen in de begroting. Vooralsnog worden geen onttrekkingen verwacht uit deze post.
Paragraaf 6 - Waterschaps- en gemeentebelastingen De deelnemers beschrijven in hun begrotingen de soorten waterschaps- en gemeentebelastingen en het kwijtscheldingsbeleid. Daarbij wordt ingegaan op de kostendekkendheid van de tarieven. De belastingopbrengsten worden in aparte voortgangsrapportages en jaarrapportages aan de deelnemers verantwoord. In de exploitatierekening wordt de door GBLT gerealiseerde opbrengst aan in rekening gebrachte invorderkosten verantwoord. Deze opbrengst ontstaat doordat aan belastingschuldigen, wanneer belastingaanslagen niet tijdig zijn voldaan, kosten in rekening worden gebracht voor het verzenden van aanmaningen, dwangbevelen en overige invorderingsmaatregelen. De in rekening te brengen kosten zijn wettelijk vastgelegd in de Kostenwet invordering rijksbelastingen 1990, die ook geldt voor de invordering van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen. Het invorderbeleid is er op gericht de opgelegde aanslagen zo snel mogelijk te innen en daar waar nodig de betalingsmoraal van belastingplichtigen te verbeteren.
22
Paragraaf 7 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing De aandacht voor risicomanagement is de afgelopen jaren sterk gegroeid. GBLT wil de risico’s in de processen in hoge mate vermijden en/of beheersen. Primair wil GBLT niet het risico lopen dat er te laat, onvolledig of onjuist wordt opgelegd of beschikt. Zo wordt voorkomen dat de burger, onze deelnemers of wijzelf mogelijk in financiële problemen komen of ons imago een flinke deuk oploopt. GBLT houdt geen eigen vermogen aan en vereffent alle kosten en baten met haar deelnemers, naar gelang er sprake is van exploitatie- of belastinggevolgen. Hierdoor is het van groot belang om risico’s goed te beheersen. Sinds 2020 beschikt GBLT over een integraal risicomanagementsysteem als onderdeel van de planningen control cyclus. Uitgangspunt voor risicomanagement zijn onze processen; welke risico’s onderkent GBLT bij de doelstellingen van deze processen? Hierbij worden de volgende stappen doorlopen: identificatie, analyse en beoordeling van risico’s, beheersing van risico’s op basis van beheersmaatregelen alsmede de toetsing van de opzet, bestaan en werking van deze maatregelen. Indien nodig worden risico’s en/of beheersmaatregelen bijgesteld of nieuwe risico’s gesignaleerd. Een belangrijk aspect bij het beheersen van risico’s is het evenwicht tussen praktische uitvoerbaarheid, effectiviteit en kosten (efficiency) van beheersmaatregelen.
Een belangrijk onderdeel van risicomanagement betreft communicatie. Niet alleen achteraf over de toetsing van opzet, bestaan en werking van de beheersmaatregelen, maar ook proactief met de risicoeigenaren en alle medewerkers. Om risicomanagement binnen GBLT goed te kunnen borgen, is het bewust zijn van de risico’s bij alle medewerkers van belang. GBLT hanteert daarom een open en transparante communicatie over risico’s. De blik is vanuit de gehele keten gericht (in plaats van de afzonderlijke onderdelen). Zo ontstaat een volledig en betrouwbaar beeld van de risico’s waar daadwerkelijk op kan worden gestuurd. Risicoposten in de begroting De ontwikkelingen en doelen benoemd in hoofdstuk 1 kennen op onderdelen nog financiële onzekerheden die niet of gedeeltelijk in de begroting 2022 zijn opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende posten:
Koepelvrijstelling BTW: Tot op heden zijn diensten van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijgesteld van btw, de btw-koepelvrijstelling. Deze vrijstelling wordt mogelijk ingeperkt. Per 2018 verviel de verruimde vrijstelling al voor ambtelijk gefuseerde gemeenten. Zij moeten nu btw betalen over de aan de aangesloten gemeenten geleverde diensten. De verwachting is dat deze ontwikkeling ook van toepassing gaat worden voor andere gemeenschappelijke regelingen. De reikwijdte en impact van deze maatregel zijn echter nog onduidelijk. Eerder was de verwachting dat dit in 2020 zou gaan spelen. Aangezien hier nog geen aankondiging van is geweest, is de verwachting dat dit op zijn vroegst in 2022 opportuun wordt en de deelnemers vanaf 2022 btw betalen over de diensten die GBLT aan hen levert. Gezien de onzekerheid is het mogelijk nog steeds goed dit punt concreet te benoemen en als risicopost op te nemen in de begroting. In afwachting van het besluit van de staatssecretaris (EU) over de aanpassing van de koepelvrijstelling presenteren wij een risico van 21% bruto kostenstijging op de deelnemersbijdrage.
NCNP kosten: De grilligheid en onvoorspelbaarheid van de NCNP bezwaren vormen een risico. Deze kosten moeten bestempeld worden als een zogenaamde "open einde regeling". We nemen weliswaar een verhoging van het budget op, echter kunnen wij vooraf geen zekerheid geven of het nieuwe budget voldoende is. Daarnaast is het mogelijk dat een
23
wijziging van het besluit proceskosten bestuursrecht volgt, die kan leiden tot een toename van de vergoeding voor proceskosten.
Extra personeelslasten: Per eind 2020 is de cao geëindigd. Voor 2021 en daarna is nog geen nieuwe cao overeengekomen. In de begroting is rekening gehouden met een cao-stijging van 2,5% voor 2022. Hierin schuilt mogelijk een financieel risico.
Paragraaf 8 - Financiering Bedrijfsfinanciering GBLT trekt alleen geld aan voor de uitvoeringstaak. Dit betekent dat alleen geld wordt aangetrokken voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Bij het, eventueel, aantrekken van vreemd vermogen houdt GBLT zich aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido). Daarvoor staan twee instrumenten ter beschikking: - de kasgeldlimiet om het renterisico te beperken bij financiering met kort geld (< 1 jaar); - de renterisiconorm om het renterisico te beperken bij financiering met lang geld (> 1 jaar). Kasgeldlimiet Conform artikel 2 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, is voor gemeenschappelijke regelingen de kasgeldlimiet bepaald op 8,2% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Voor GBLT betekent dit, dat in 2022 de kasgeldlimiet € 2.097.588 bedraagt. Renterisiconorm Uitgangspunt voor het invoeren van de renterisiconorm is het streven naar een spreiding van de looptijden van langlopende leningen met als doel een beperking van renterisico’s. Het bedrag aan aflossingen en het bedrag van de lening, dat in aanmerking komt voor renteherziening mag in het betreffende jaar de renterisiconorm niet overschrijden.
Voor gemeenschappelijke regelingen is de renterisiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het begrotingsjaar met een minimum van € 2.500.000. Voor 2022 betekent dit dat de renterisiconorm voor GBLT € 5.116.070 bedraagt. Kredietfaciliteit In de praktijk betekent het bovenstaande dat GBLT: - wekelijks de ontvangen belastingopbrengsten doorbetaald aan de opdrachtgevers. - nagenoeg altijd een gering positief saldo heeft dat dagelijks wordt afgestort bij de schatkist. - beschikt over een kredietfaciliteit van € 2,0 mln. ("rood staan") voor het geval een tekort is. Liquiditeitspositie De door de deelnemers te betalen bijdragen, zullen maandelijks worden verrekend met de ten behoeve van de deelnemers ontvangen belastinggelden. Risicobeheer Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële instrumenten zoals, derivaten, opties en dergelijke. Het risicobeleid is erop gericht toekomstige risico’s inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te spreiden.
Paragraaf 9 - Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
24
Vereniging Werken voor waterschappen De Vereniging Werken voor waterschappen is opgericht eind 2018 en heeft tot doel om te werken aan moderne werknemersvoorwaarden (CAO) voor waterschappen en gelieerde organisaties en neemt daarmee de werkgeverstaken over van de Unie van Waterschappen. Vanaf 2019 is GBLT aangesloten bij de werkgeversvereniging. GBLT heeft een stemrecht en betaalt een bijdrage voor de kostenvergoeding.
Paragraaf 10 - Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van GBLT. Hiervoor is het dagelijks bestuur beleidsvormend. De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in het programma.
Paragraaf 11 - EMU saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. Om inzicht te geven in het verwachte EMU-saldo van de lokale overheid is weergave van het saldo een verplicht onderdeel.
bedr agen in € x 1.000
0 1
Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
2
Invloed Investeringen - netto investeringsuitgaven + verkoop materiële en immateriële vaste activa
-240 0
+ afschrijvingen
471
3
4
5
Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v.exploitatie - ontrekkingen aan voorzieningen t.b.v.exploitatie
0 0
- ontrekkingen rechtstreeks uit voorziening
0
Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v.exploitatie - ontrekkingen aan reserves t.b.v.exploitatie
0 0
- ontrekkingen rechtstreeks uit reserves
0
Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies
0 0
E MU Sa ld o
231
25
Paragraaf 12 - Wet Normering Topinkomens Op 1 januari 2013 is de wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in werking getreden. Rapportage over het begrotingsjaar 2022 zal plaatsvinden in het uit te brengen jaarverslag en jaarrekening.
26
3 Financiële begroting 3.1 Begroting naar programma's GBLT kent één programma, namelijk de heffing en inning van belastingen en de uitvoering van de Wet WOZ. De totale lasten van het programma bedragen € 25.580.000. Door de deelnemers wordt hieraan een bedrag van € 19.810.000 bijgedragen. Daarnaast wordt € 5.700.000 ontvangen door, wegens niet tijdige betaling van belastingaanslagen, in rekening gebrachte kosten van aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen. Tevens worden personeelsbaten ontvangen van € 70.000.
3.2 Begroting naar kosten- en opbrengstsoorten In de volgende tabellen worden de lasten en de baten weergegeven.
bedragen in € x 1.000
j a a rre ke ning
b e groting
b e groting
b e groting
2020
2021
2021 wij ziging
2022
LAST E N 1 R e nte e n a fschrij vinge n 1.1 Externe rentelasten
0
13
13
0
1.2 Interne rentelasten
126
125
125
125
1.3 Afschrijvingen van activa 1.4 Afschrijvingen van boekverliezen
233 0
500 0
500 0
471 0
359
638
638
596
9.263 2.600
9.807 2.716
9.631 2.743
10.224 2.912
T ota a l re nte e n a fschrij vinge n 2 P e rsone e lsla ste n 2.1 Salarissen huidig personeel en bestuurders 2.2 Sociale premies 2.3 Rechtstreekse uitkeringen huidig personeel en bestuur 2.4 Overige personeelslasten 2.5 Personeel van derden 2.6 Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders T ota a l p e rsone e lsla ste n 3 G oe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n 3.1 Duurzame gebruiksgoederen
0
0
0
0
534 1.599
578 1.977
578 1.557
622 1.227
37 1 4 .0 3 3
0 1 5 .0 7 8
0 1 4 .5 0 9
0 1 4 .9 8 5
2
28
28
13
3.2 Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen
265
330
343
322
3.3 Energie 3.4 Huren en rechten
5 334
11 340
11 340
6 345
3.5 Leasebetalingen operational lease
33
37
37
22
3.6 Pachten en erfpachten 3.7 Verzekeringen
0 17
0 20
0 20
0 20
11 2.201
12 2.448
12 2.448
12 2.542
3.8 Belastingen 3.9 Onderhoud door derden 3.10 Overige diensten door derden
4.948
5.041
6.303
6.517
T ota a l goe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n
7 .8 1 6
8 .2 6 7
9 .5 4 1
9 .7 9 9
T ota a l b ij d ra ge n a a n d e rd e n
0
0
0
0
5 T oe voe ginge n voorzie ninge n/onvoorzie n 5.1b Toevoegingen aan voorzieningen
0
0
0
0
0
200
200
200
0
200
200
200
0 0
0 0
0 0
0 0
2 2 .2 0 8
2 4 .1 8 2
2 4 .8 8 8
2 5 .5 8 0
4 Bij d ra ge n a a n d e rd e n
5.2 Onvoorzien T ota a l toe voe ging voorzie ninge n/onvoorzie n 6 T oe voe ginge n b e ste mmingsre se rve s 6.1 Toevoegingen aan bestemmingsreserve T ota a l toe voe ging b e ste mmingsre se rve s
T OT AAL LAST E N
27
bedragen in € x 1.000
j a a rre ke ning
b e groting
b e groting
b e groting
2020
2021
2021 wij ziging
2022
BAT E N 0 R e sulta a t voorga a nd b oe kj a a r 1 Fina ncië le b a te n 1.1 Externe rentebaten
0
0
0
1.2 Interne rentebaten
0
0
0
0
0
0
0
0
99 99
0 0
70 70
70 70
19.295 0
20.182 0
18.895 0
19.810 0
1 9 .2 9 5
2 0 .1 8 2
1 8 .8 9 5
1 9 .8 1 0
T ota a l fina ncie le b a te n
0
2 P e rsone e lsb a te n 2.1 Baten in verband met salarissen en sociale lasten T ota a l p e rsone e lsb a te n 3 G oe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 3.6 Diensten voor derden bijdragen deelnemers 3.6 Diensten voor derden T ota a l goe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 4 Bij d ra ge n va n d e rd e n 4.1 bijdragen van overigen T ota a l b ij d ra ge n va n d e rd e n
218
0
222
0
218
0
222
0
5 Wa te rscha p s- e n ge me e nte b e la stinge n 5.1 Invorderopbrengsten T ota a l wa te rscha p s- e n ge me e nte b e la stinge n
6.700
4.000
5.700
5.700
6 .7 0 0
4 .0 0 0
5 .7 0 0
5 .7 0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
2 6 .3 1 3
2 4 .1 8 2
2 4 .8 8 8
2 5 .5 8 0
4.104
0
0
0
4.104
0
0
0
6 Inte rne ve rre ke ninge n 6.1 Onttrekkingen aan voorzieningen 6.2 Geactiveerde lasten T ota a l inte rne ve rre ke ninge n T OT AAL BAT E N To t aal saldo van bat en en last en T oe voe ginge n e n ontre kking re se rve s Toevoeging aan bestemmingsreserve Onttrekkingen aan bestemmingsreserve Result aat
Toelichting
Begrotingswijziging 2021 De begroting 2022 wordt gelijktijdig (voor zienswijze) aangeboden met de begrotingswijziging 2021. De begrotingswijziging is daarbij in een afzonderlijk document opgenomen. In deze begroting 2022 is voor de volledigheid het effect van de begrotingswijziging 2021 ook in de financiële tabellen opgenomen.
De lasten Algemeen Bij de lasten is rekening gehouden met prijspeil ontwikkeling ten opzichte van de begroting 2021, zowel voor de goederen en diensten en alle personeelslasten, zoals opgenomen in de financiële rekenparameters van paragraaf 2-Uitgangspunten en normen. Deze indexatie heeft een substantiële impact op een toename van de kosten. 1 Rente en afschrijvingen De lasten van kapitaalinvesteringen zijn in 2022 hoger dan de jaarrekening 2020 en iets lager dan de begroting 2021. De stijging ten opzichte van de jaarrekening 2020 is met name het gevolg van de
28
investering en implementatie van het nieuwe belastingpakket, dat in 2021 in gebruik wordt genomen. De begroting van de afschrijvingslasten 2022 ligt in lijn met de lasten in 2021. 2 Personeelslasten Ten opzichte van de initiële begroting 2021 nemen de totale personeelslasten af. Ten opzichte van de begrotingswijziging is er sprake van een toename van ongeveer € 475.000. De stijging van personeelslasten van medewerkers van GBLT is inclusief sociale lasten ongeveer € 762.000 (2.1 en 2.2). Deze toename is grotendeel het gevolg van de stijging van de lonen met de prijspeil ontwikkeling (waaronder cao). De cao is nog niet vastgesteld voor 2021 en 2022. In de begroting wordt uitgegaan van een stijging van de cao met 2,5%. Daarnaast is rekening gehouden met de jaarlijkse individuele doorgroeimogelijkheden van de medewerkers. De stijging van de salarissen is daarnaast het gevolg van intensiveringen in het WOZ-proces. Deze intensiveringen komen voort uit de ontwikkelingen van modelmatig taxeren, het streven om de WOZwaardering vanuit de Waarderingskamer te verhogen naar de 5e ster en het informele bezwaarproces verder vorm geven. Vanaf medio 2021 wordt geïnvesteerd in nieuwe medewerkers ter vervanging van medewerkers die o.a. met pensioen gaan.
Daarnaast worden enkele werkzaamheden die werden uitbesteed ingevuld met eigen medewerkers, onder andere een i-adviseur, een coördinator kwijtschelding en een contractmanager. Dit zien we terug in een daling van de inhuur. Het personeel van derden (2.5) neemt af ten opzichte van de begrotingswijzing 2021. Vanaf 2022 wordt geen i-architect meer ingehuurd. Deze werkzaamheden worden grotendeels overgenomen door een nieuw te werven i-adviseur. Daarnaast zal naar verwachting vanaf medio 2021een coördinator kwijtschelding worden aangenomen, die op dit moment nog wordt ingehuurd. Vanaf 2022 wordt een contractmanager in eigen dienst aangetrokken. Bovenstaande heeft een dalend effect op de inhuur in 2022. 3 Goederen en diensten van derden De lasten voor goederen en diensten derden laten per saldo een toename van de kosten zien van ongeveer € 260.000. Deze toename is grotendeels toe te schrijven aan de prijspeil ontwikkeling. Enkele mutaties worden nader toegelicht. De kosten voor onderhoud door derden (3.9) zijn toegenomen. Deze toename komt, naast de prijspeil ontwikkeling, onder andere voor rekening van de outsourcing ICT bij KPN, die ook het technische beheer van de belastingapplicatie gaat uitvoeren. Daarnaast nemen de onderhoudskosten toe mede als gevolg van enkele nieuwe applicaties, waaronder een nieuw zaaksysteem.
De lasten voor de overige diensten door derden (3.10) nemen per saldo met ongeveer € 215.000 toe. Voor de helft is dit toe te schrijven aan de prijspeil ontwikkeling. Daarnaast nemen de kosten toe door de inhuur van een privacy officer (€ 50.000), kanaalsturing en servicebeloften (€ 65.000) en de toename van de kosten van de wet digitale overheid (WDO €55.000). De bankkosten en de porti kosten nemen eveneens toe door hogere aantallen vanwege de incassobrieven en meer incassomomenten en de autonome groei van het aantal aanslagbiljetten en overige postverzending (€ 75.000). De toename van de kosten ten opzichte van de jaarrekening 2020 is nagenoeg volledig toe te schrijven aan de activiteiten van sociaal incasseren (€ 750.000), de toegenomen kosten voor de externe deurwaarder en de toegenomen vracht- en porti kosten. Deze ontwikkeling is opgenomen in de begrotingswijziging 2021. 5 Toevoegingen aan voorzieningen/onvoorzien
29
Op grond van een besluit van het algemeen bestuur (29 mei 2013) wordt jaarlijks een bedrag van € 200.000 in de begroting opgenomen als onvoorzien.
De baten 1 Financiële baten en personeelsbaten In de begroting wordt geen rekening gehouden met deze baten. Dit ligt in lijn met de begroting 2021. 2 Personeelsbaten Dit zijn baten die we ontvangen vanuit onder andere het UWV bij zwangerschapsverlof, overige subsidies voor medewerkers die een beperking hebben tot de arbeidsmarkt en langdurig arbeidsongeschikte medewerkers. 3 Goederen en diensten aan derden Het hier opgenomen bedrag bestaat volledig uit de begrote bijdragen van de deelnemers. 4 Bijdragen van derden Er wordt in de begroting geen rekening gehouden met bijdragen van derden. Ten opzichte van de begrotingswijzing 2021 is dit een afname van de baten met € 222.000. De bate in 2021 is het gevolg van de betaling van het gemeentedeel (40%) van de kosten van de wet digitale overheid (GDI). Voor het begrotingsjaar 2022 is nog geen duidelijkheid over de verdeling van de kosten van GDI tussen de waterschappen en de gemeenten en de betaling van het deel dat voor rekening komt van de gemeenten. In de begroting 2022 is daarom geen rekening gehouden met deze baten. 5 Invorderopbrengsten (waterschaps- en gemeentebelastingen) Het invorderproces levert structureel een bijdrage in de baten van GBLT, als gevolg van aanmaningsen dwangbevelkosten die bij de burger in rekening worden gebracht. In de begroting 2022 wordt rekening gehouden met een opbrengst van € 5.700.000.
Dit is gelijk aan het bedrag dat in de begrotingswijziging 2021 is opgenomen. Vanaf 2021 wordt gestart met het sociaal incasseren. Dit betekent concreet dat in 2021 een kosteloze herinnering wordt verstuurd voordat een aanmaning wordt verzonden, bij klanten die de voorgaande jaren altijd op tijd hebben betaald. Daarnaast starten we met een pilot om klanten eerst te bellen en te helpen indien mogelijk, voordat een dwangbevel wordt verzonden. In de loop van 2021 wordt duidelijker welke financiële consequenties het sociaal invorderen heeft, en welke beleidskeuzes we verder willen maken op dit vlak. In de begrotingswijziging 2021, de begroting 2022 en meerjarig is een bedrag van € 750.000 opgenomen om de effecten van sociaal incasseren op zowel de kosten en de baten op te vangen. Vooralsnog is er voor gekozen om dit bedrag aan de kostenkant te presenteren onder (3.10).
30
3.3 Meerjarenraming 2023-2025 In volgende tabel wordt de meerjarenraming weergegeven. Hierbij worden de hiervoor genoemde uitgangspunten vertaald in de meerjarenraming 2023 tot en met 2025. bedragen in € x 1.000
b e groting
b e groting
b e groting
2023
2024
2025
LAST E N 1 R e nte e n a fschrij vinge n 2 P e rsone e lsla ste n
596 15.282
596 15.673
596 16.098
3 G oe d e re n e n d ie nste n va n d e rd e n
10.166
10.296
10.458
200
200
200
2 6 .2 4 4
2 6 .7 6 5
2 7 .3 5 1
5 T oe voe ginge n voorzie ninge n/onvoorzie n T OT AAL LAST E N BAT E N 2 P e rsone e lsb a te n
70
70
70
3 G oe d e re n e n d ie nste n a a n d e rd e n 5 Wa te rscha p s- e n ge me e nte b e la stinge n
20.474 5.700
20.995 5.700
21.581 5.700
T OT AAL BAT E N
2 6 .2 4 4
2 6 .7 6 5
2 7 .3 5 1
3.4 Begroting naar kostendragers In de begroting wordt de kostendrager geïnterpreteerd als de deelnemer welke de lasten van het GBLT voor haar rekening neemt. De deelnemersbijdrage voor het jaar 2022 wordt in deze begroting vastgesteld op een totaalbedrag van € 19.810.000 (afgerond). De kosten voor het heffen en innen van belastingen worden gedragen door alle deelnemers gezamenlijk, inclusief de kosten van klantencontacten en overhead. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar belastingsoorten, omdat het uniform combineren van aanslagen op één biljet beoogd wordt. De kosten voor het uitvoeren van de WOZ (waarderen onroerend goed) worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. De totale verdeling van de deelnemersbijdragen zien er, op basis van de verdeelsleutel, in meerjarenperspectief als volgt uit. De jaarlijkse stijging van de totale bijdrage is van 2022 en verder tussen de 2,5% en 3,5%. De belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de hogere prijspeil ontwikkeling van 1,5% op basis van de novemberraming 2020 van het CPB en de verwachte loonpeil ontwikkeling van 2,5% meerjarig, inclusief de salarisstijging op basis van de individuele ontwikkelingen en doorgroeimogelijkheden.
31
bedragen in € x 1.000
Be groting 2021
deelnemer
Be groting b e groting b e groting b e groting b e groting 2021
2022
2023
2024
2025
wij ziging
conce p t
conce p t
conce p t
conce p t
w aterschap Drents Overijsselse Delta
2.690
2.479
2.628
2.721
2.790
2.865
w aterschap Rijn en IJssel
2.938
2.708
2.805
2.905
2.978
3.058
w aterschap Vallei en Veluw e
4.465
4.115
4.348
4.502
4.616
4.740
w aterschap Vechtstromen
3.432
3.162
3.289
3.406
3.492
3.586
w aterschap Zuiderzeeland
1.763
1.624
1.744
1.806
1.851
1.901
gemeente Bunschoten
336
332
352
362
372
383
gemeente Dalfsen
486
477
486
500
513
528
gemeente Dronten
670
657
687
706
724
747
gemeente Leusden
501
492
514
528
542
559
gemeente Nijkerk
709
696
735
755
775
799
gemeente Zw olle
2.193
2.153
2.222
2.283
2.342
2.415
20.182
18.896
19.810
20.474
20.995
21.581
To t ale deelnemersbijdrage
De hierboven vermelde bedragen zijn voor de gemeenten inclusief de compensabele BTW. In onderstaande tabel is de compensabele BTW weergegeven. bedragen in € x 1.000
b e groting b e groting b e groting b e groting b e groting b e groting 2021
deelnemer
2021
2022
2023
2024
2025
wij ziging
co ncept
co ncept
co ncept
co ncept
gemeente Bunschoten
21
19
18
19
19
19
gemeente Dalfsen
30
27
26
26
27
27
gemeente Dronten
39
33
31
32
33
33
gemeente Leusden
31
28
27
28
29
29
gemeente Nijkerk
43
39
38
39
40
41
gemeente Zw olle
130
107
102
105
106
108
comp e nsa b e le BT W
294
253
243
249
253
258
32
3.5 Ontwikkeling kosten per aanslagregel In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de kosten per aanslagregel opgenomen.
Kosten per aanslagregel 8,00 7,00 6,00 5,00 4,00 3,00 2,00
1,00 0,00
2014
2015
2016
2017
Waterschappen
2018
2019
Gemeenten
2020
2021
2022
Totaal
In de grafiek wordt zichtbaar dat de kosten per aanslagregel in totaal onder het niveau van 2014 liggen. De toename in 2021 en 2022 is met name het gevolg van de kosten voor sociaal incasseren, de stijgende kosten van de externe deurwaarder en de porti- en vrachtkosten. Verder moet opgemerkt worden dat voor de jaren 2021 en 2022 de bijdrage is gebaseerd op de begroting(swijziging). Tot en met 2020 is uitgegaan van de realisatie. In de begroting(swijziging) 2021 en de begroting 2022 is uitgegaan van € 5.700.000 aan invorderopbrengsten. De realisatie in 2020 lag € 1.000.000 hoger. De stijgende lijn bij de gemeenten is naast bovenstaande generieke kosten ontwikkelingen, met name het gevolg van de toename van de NCNP kosten en de intensivering van het WOZ-proces.
33
4 Vaststellingsbesluit De deelnemende waterschappen en gemeenten zijn in de gelegenheid geweest hun zienswijze over de begroting 2022 aan het dagelijks bestuur van GBLT kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur heeft de ontvangen zienswijzen, voor zover ingediend, bij de begroting gevoegd en het geheel aan het algemeen bestuur aangeboden. Het algemeen bestuur van GBLT, •
gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 16 juni 2021.
•
gezien de zienswijzen/reacties van de deelnemers
•
overwegende dat de begroting 2022 inclusief het meerjarenperspectief 2023 tot en met 2025, na voorafgaande kennisgeving, 14 dagen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling voor een ieder ter inzage heeft gelegen,
•
gelet op de artikelen 83 en 100 van de Waterschapswet,
besluit: 1.
de begroting 2022 vast te stellen,
2.
kennis te nemen van het meerjarenperspectief 2023 tot en met 2025,
3.
het dagelijks bestuur te machtigen voor het beheer van de inkomsten en uitgaven,
4.
het dagelijks bestuur te machtigen om onvoorziene uitgaven te doen tot maximaal € 200.000 van de jaarlijkse exploitatiekosten.
Zwolle, 7 juli 2021 Het algemeen bestuur, De voorzitter,
De directeur,
B.J. Bussink
R. de Haan
34
Bijlagen
35
Bijlage A Procentuele generieke kostenverdeling Procentuele verdeling
b e groting 2022
2022
2022
d e e lne me r
generiek
wat erschap
gemeent e
waterschap Drents Overijsselse Delta
17,74%
waterschap Rijn en IJssel
18,94%
waterschap Vallei en Veluwe
29,35%
waterschap Vechtstromen
22,20%
waterschap Zuiderzeeland Totaal Waterschappen
11,77% 92,46%
gemeente Bunschoten
6,88%
gemeente Dalfsen
9,41%
gemeente Dronten
14,05%
gemeente Leusden
9,90%
gemeente Nijkerk
14,32%
gemeente Zwolle
45,44%
Totaal Gemeenten
7,54%
T ota le d e e lne me rsb ij d ra ge
100%
100%
100%
In bovenstaande tabel zijn de percentages opgenomen voor de verdeling van de generieke kosten, conform de kostenverdeelsleutel.
36
Bijlage B Kerngegevens Deelnemende waterschappen in 2022
Drents Overijsselse Delta Rijn en IJssel Vallei en Veluwe Vechtstromen Zuiderzeeland
Deelnemende gemeenten in 2022
Bunschoten Dalfsen Dronten Leusden Nijkerk Zwolle
Grootte van het verzorgingsgebied
1,175 mln. hectare
Aantal gemeenten in het verzorgingsgebied per 1-1-2022
92
Aantal inwoners in het verzorgingsgebied per 1-1-2022
3,6 mln.
Te verzenden aanslagbiljetten in 2022
2,1 mln.
In de aanslagbiljetten opgenomen aanslagregels
6,5 mln.
Te verzenden aanmaningen in 2022
202.000
Te verzenden dwangbevelen in 2022
92.000
Te verzenden hernieuwde bevelen 2022
41000
Totaal voor 2022 verwacht aanslagbedrag
€ 741 mln.
Waarvan: ten behoeve van de waterschappen
€ 608 mln.
ten behoeve van de gemeenten
€ 133 mln.
Totaal aantal medewerkers in eigen dienst in 2022
37
167
Bijlage C Staat van activa
Omschrij ving
Afschrij vingsd uur in j a re n
J a a r va n inve ste ring of a ctive ring
Historisch inve ste ringb e d ra g
Afschrij vinge n voorga a nd e j a re n
Ba la ns p e r 3 1 -1 2 -2 0 2 1
5 5 5 5 5
2018 2018 2021 2021/2022 2022
101.165 49.160 644.846 204.919
80.932 39.328 128.969 6.831
20.233 9.832 515.877 198.088
1.000.090
256.060
744.030
Inve ste ringe n 2022
Afschrij vinge n 2022
Ba la ns p e r 3 1 -1 2 -2 0 2 2
240.000 240.000
20.233 9.832 128.969 40.984 48.000 248.018
0 0 386.907 157.104 192.000 736.012
257.314
Imma te rië le va ste a ctiva Waarderingsapplicatie Voormelding Nieuwe belastingapplicatie Zaaksysteem MCC
Ma te rië le va ste a ctiva Be d rij fsge b ouwe n Verbouwing Zwolle Lubeckplein Ve rvoe rmid d e le n Dienstauto's Ove rige ma te rië le va ste a ctiva Kantoormeubilair Lubeckplein Zwolle Infrastructuur Lubeckplein Zwolle Schermen vergaderruimtes en lounges kantoormeubilair investeringsruimte 2019 Mobiele telefoons 2020
10
2014
1.341.390
950.655
390.735
133.421
6
2012
14.490
14.490
-
-
10 5 5 10 3
2014 2014 2014 2020 2021
347.726 176.474 79.415 50.000 150.000
246.306 176.474 79.415 10.000 50.000
101.420 40.000 100.000
34.773 5.000 50.000
66.647 0 0 35.000 50.000
2.159.495
1.527.340
632.155
223.194
408.961
3 .1 5 9 .5 8 5
1 .7 8 3 .4 0 0
1 .3 7 6 .1 8 5
4 7 1 .2 1 2
1 .1 4 4 .9 7 3
T ota le n
-
2 4 0 .0 0 0
0
Bijlage D Investeringsprogramma b ed ra gen in €
Software investeringsruimte jaarlijks MCC Mobiele Telefonie (per 3 jaar)
Inve ste ringe n 2022
Inve ste ringe n 2023
Inve ste ringe n 2024
Inve ste ringe n 2025
200.000
200.000
200.000
240.000 150.000
2 4 0 .0 0 0
2 0 0 .0 0 0
3 5 0 .0 0 0
2 0 0 .0 0 0
40