CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Rudimentaire begroting versie 3.0.pdf

BOB-avond beeld- en oordeelsvormende sessies 16 januari 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 1: GR ODU -  Naar 1 Omgevingsdienst  - Beeldvormend 20:30 - 21:257.743 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rudimentaire begroting 2026 Onderdeel van traject ‘Naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht’

Versie 3.0 17 oktober 2024 Status: Definitief (ongewijzigd vastgesteld in gezamenlijk AB 17 oktober 2024)

Inhoudsopgave 1.

Samenvatting ..................................................................................................................................... 3

2.

Inleiding en leeswijzer ...................................................................................................................... 5 2.1 Wat voorafging ...................................................................................................................... 5 2.2

Doel van de rudimentaire begroting ....................................................................................... 5

2.3

Leeswijzer ............................................................................................................................. 6

3.

Uitgangspunten ................................................................................................................................. 8

4.

Staat van baten en lasten ................................................................................................................. 9 4.1 Staat van baten en lasten 2026 ............................................................................................. 9

5.

4.2

Toelichting op aannames en berekeningen op de staat van baten en lasten 2026 .............. 10

4.3

Inschatting eigendomsverhoudingen in 2026 ...................................................................... 12

4.4

Verdeling rudimentaire begroting in bijdrage per deelnemer ................................................ 14

4.5

Effect van scenario minus 5% op de bijdrage per deelnemer .............................................. 16

4.6

Robuustheidscriteria IBP-VTH ............................................................................................. 17

4.7

Kosten ontwikkeling Omgevingsdienst Utrecht .................................................................... 18

Inzicht in de meerjarige ontwikkeling ........................................................................................... 19 5.1 Inzicht in de ontwikkeling van de staat van baten en lasten 2027-2030 ............................... 19 5.2

Toelichting op aannames in de de staat van baten en lasten 2027-2030............................. 20

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

2 van 20

1.

Samenvatting

De rudimentaire begroting is één van de vier producten uit fase 1 ‘richten’. In deze begroting is rekening gehouden met de uitgangspunten uit het richtingsplan en de ontwerp-gemeenschappelijke regeling. De rudimentaire begroting geeft de deelnemers inzicht in de betaalbaarheid van de Omgevingsdienst Utrecht. Het is uitdrukkelijk geen ontwerp-programmabegroting 2026. Dit is ook niet mogelijk, omdat zowel de financieringssystematiek (waarmee met name de kostentoedeling naar de deelnemers wordt bepaald), als de definitieve omvang van de afname van taken per deelnemer voor 2026 nog niet zijn vastgesteld. Conclusie In de rudimentaire begroting is op basis van de afzonderlijke begrotingen 2024 (na eerste begrotingswijziging) van de afzonderlijke diensten een analyse gemaakt, op basis waarvan de gezamenlijke rudimentaire begroting is opgesteld. Deze analyse toont aan dat de nieuwe omgevingsdienst vooralsnog betaalbaar is. Financiën vormen naar verwachting geen belemmering voor het besluit van de algemeen besturen in oktober 2024 om de volgende fase (fase 2 ‘inrichten’) van het traject in te gaan. Werkwijze De afzonderlijke begrotingen 2024 zijn gecorrigeerd voor eenmalige kosten en opbrengsten. Daarnaast zijn correcties doorgevoerd op onderdelen waarvan nu al duidelijk is dat deze in 2026 anders zullen zijn.

Voorbeelden hiervan zijn het aflopen van de specifieke uitkering (SPUK) IBP, de SPUK Energie en de al in de ontwerp-programmabegroting 2025 doorgevoerde besparingen van de RUD Utrecht. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een ‘schone’ begroting 2024 die is geïndexeerd naar 2026. De kosten voor indexering zijn met ongeveer € 3,3 miljoen aanzienlijk. Het is belangrijk te vermelden dat deze kosten niet worden veroorzaakt door de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingsdienst; deze kostenstijgingen hadden de diensten los van elkaar ook gehad. In fase 2 moet een aantal financiële onderwerpen verder worden uitgewerkt. De aandachtspunten uit fase 1 zijn vastgelegd en ondertussen opgenomen in de routekaart fase 2. Hieronder volgen de meest relevante onderwerpen uit de rudimentaire begroting: Kostenbesparingen 2026 Er zijn geen kostenbesparingen in 2026 meegenomen. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er op een aantal onderdelen nog geen besluiten zijn genomen die tot kostenbesparingen kunnen leiden. Daarnaast is de oprichting van één Omgevingsdienst Utrecht gericht op kwaliteitsverbeteringen en voor de toekomst minder meerkosten. Rentebaten Beide diensten ontvangen sinds enkele jaren rente-inkomsten. In de rudimentaire begroting zijn echter geen rentebaten meegenomen. Dit heeft twee redenen.

Allereerst omdat het onzeker is hoelang en in welke omvang de huidige positieve rentestanden blijven bestaan. Ten tweede heeft de manier waarop de nieuwe dienst wordt gefinancierd (activa-passivatransactie of helemaal opnieuw) een aanzienlijk effect op de omvang van de aanwezige liquide middelen. Een besluit hierover wordt genomen in fase 2 (routekaart). Indexaties Het is gebruikelijk om bij het opstellen van de begroting te werken met de septembercirculaire (in dit geval die van 2023). Omdat de rudimentaire begroting in juni 2024 is opgesteld - toen de meicirculaire

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

3 van 20

2024 al beschikbaar was – is daarom deze circulaire gebruikt. De verwachting in de meicirculaire is dat de kosten (inflatie) minder zullen stijgen dan in de septembercirculaire 2023 werd verwacht. Daarom is ervoor gekozen de meicirculaire te gebruiken. Dit heeft over 2 jaar (2024 en 2025) bijna € 1 miljoen minder indexering tot gevolg. Eenmalige kosten in het kader van de ontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht De eenmalige kosten zijn niet meegenomen in de rudimentaire begroting. Er is een afzonderlijke begroting in de routekaart fase 2 opgenomen en de verwachting is dat deze kosten met eenmalige middelen kunnen worden gedekt. Bodemtaken De provincie Utrecht heeft voor 2024 en 2025 toegezegd de apparaatskosten voor bodemtaken door te zetten naar de huidige omgevingsdiensten ter dekking van (een deel van) de kosten die gemeenten moeten maken door het overgaan van bevoegd gezag van deze taken als gevolg van de Omgevingswet. Voor 2026 zijn deze kosten toegevoegd bij de afzonderlijke deelnemers, aangezien er op dit moment geen zicht is op een andere dekking. Bestaande afspraken worden daarbij gerespecteerd. Dat betekent dat de deelnemers van de RUD Utrecht de uren voor de plustaken bodem met maximaal 15% per jaar kunnen verminderen zonder financiële gevolgen, tot uiterlijk de DVO 2027 (zie uitgangspunt 14 richtingsplan).

De ODRU-deelnemers kunnen de voormalige T-Ow uren waarover nog geen duidelijkheid of overeenstemming was bereikt bij het opstellen van de DVO 2026, verminderen zonder financiële gevolgen, tot uiterlijk het DVO 2027. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over het vangnet ODRU: ODRU (en ook de RUD Utrecht) zijn niet de risicodrager voor de effecten van het overgaan van het bevoegd gezag. Het probleem van de mogelijke tekorten inzake de financiering van deze (basis)taken moet los gezien worden van de nieuwe omgevingsdienst en is iets wat door de gemeenten en provincie/Rijk moet worden opgelost. Wel is het een risico voor de nieuwe omgevingsdienst als dit betekent dat de deelnemers vanuit financiële overwegingen minder uren afnemen. Daarom zal dit opgenomen worden in de risicomatrix (routekaart fase 2). Scenario minus 5% Met het oog op de inhoudelijke keuzes die deelnemers mogelijk moeten maken door financiële krapte in 2026, is op verzoek van de bestuurders1 ook een doorrekening gemaakt van wat een eventuele vermindering van 5% van de afgenomen taken kan betekenen. In deze berekening is een afname van 5% van het aantal uren meegenomen en een gelijke daling van de kosten per taakveld. De overheadkosten zijn gelijk gehouden om het netto-effect van 5% in kaart te brengen op de bijdrage.

Daarnaast is de verwachting dat een afname van 5% van de uren niet tot (aanzienlijke) besparingen op de overhead zal leiden. De totale deelnemersbijdrage neemt met 5% minder uren met in totaal € 2.522.000 af. Bij dit scenario is nog geen rekening gehouden met frictiekosten die kunnen ontstaan wanneer alle deelnemers op dezelfde taken willen bezuinigen.

1 . Dit verzoek werd op 22 mei jl. tijdens de bestuurderssessie over het richtingsplan gedaan.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

4 van 20

2.

Inleiding en leeswijzer

Deze inleiding begint met het standaard-onderdeel ‘Wat voorafging’, waarmee alle vier de documenten openen. Het doel van het richtingsplan, het proces en de leeswijzer zijn specifiek voor dit document.

2.1

Wat voorafging

In Nederland zijn er momenteel 28 omgevingsdiensten. Het werkveld van omgevingsdiensten ontwikkelt zich in hoog tempo en het aantal taken neemt toe in complexiteit en in omvang. De verwachting is dat deze ontwikkelingen doorzetten. Een bijkomende factor is de krapte op de arbeidsmarkt voor medewerkers met kennis op de specialistische werkzaamheden van de omgevingsdiensten. Ook de twee omgevingsdiensten in Utrecht hebben met deze ontwikkelingen te maken. De afgelopen jaren weten medewerkers van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht elkaar steeds beter te vinden om samen te werken op veel terreinen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de voorbereiding op de Omgevingswet, de aanpak van PFASverontreiniging in de bodem en energiecontroles bij bedrijven. In deze gezamenlijke projecten werd en wordt duidelijk dat de ODRU en de RUD Utrecht samen meer kunnen bereiken voor inwoners, bedrijven en voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De beide omgevingsdiensten in de provincie Utrecht, de ODRU en de RUD Utrecht, onderschrijven het belang van efficiënte en effectieve samenwerking en een grotere omvang om de kwaliteit van de taakuitvoering te verhogen en te borgen.

Op 7 december 2023 hebben de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht besloten om te starten met het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. Het doel hiervan is om een omgevingsdienst te creëren die beter in staat is om de door de deelnemers (provincie en gemeenten) gevraagde producten en diensten te leveren en een rol te spelen bij toekomstige opgaven. Beide besturen stemden in met de ‘Routekaart naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht’, bestaande uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. Zij gaven opdracht om de eerste fase ‘richten’ uit te voeren. Een belangrijke voorwaarde die de besturen hierbij mee hebben gegeven, is: bouw samen aan de omgevingsdienst van de toekomst vanuit een blanco situatie, zonder bezuinigingsdoelstelling. Bouw een dienst voor iedereen waarbij alle partijen gelijkwaardig zijn en kwaliteit voorop staat. In fase 1 worden de volgende producten opgeleverd: 1. Het richtingsplan (missie, visie en de essentiële bestuurlijke uitgangspunten als basis voor de volgende drie producten) 2. De gemeenschappelijke regeling (de juridische basis voor een nieuwe Omgevingsdienst Utrecht) 3. Een rudimentaire begroting (een analyse van de uiteindelijke betaalbaarheid van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht) 1.

De route kaart fase 2 waarin zijn opgenomen: de programmaorganisatie, de belangrijkste producten, de planning voor fase 2 inrichten, de programmabegroting voor fase 2 en een risicoanalyse)

2.2 Doel van de rudimentaire begroting De rudimentaire begroting is een voorlopige financiële inschatting die inzicht geeft in de verwachte inkomsten en uitgaven van de nieuwe dienst. Het doel van de rudimentaire begroting is om voor de eigenaren een eerste beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. De hoogte van de werkelijke bijdrage per deelnemer van 2026 kan worden bepaald in de programmabegroting 2026 die in fase 2 wordt opgesteld. In deze rudimentaire begroting is een verdeling per deelnemer opgenomen op basis van de rudimentaire begroting, maar deze weergave zegt nog niets

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

5 van 20

over de definitieve verdeling van de deelnemersbijdragen 2026. In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt en worden andere keuzes gemaakt (bijvoorbeeld inrichting van het management) die effect zullen hebben op de hoogte van de kosten en dus op de bijdrage per deelnemer. Bezuinigingsopgave deelnemers Tijdens de besprekingen van de conceptstukken kwamen de bezuinigingsopgaven van de deelnemers regelmatig aan de orde. Dit is een zeer relevant onderwerp. Hoewel dit, met name in de eerste jaren, ook invloed kan hebben op de financiële kaders van de nieuwe organisatie, is het belangrijk om de rudimentaire begroting daar toch los van te zien. De ontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht is ingegeven vanuit inhoudelijke overwegingen, zoals schaalvergroting en het mogelijk maken van kwaliteitsverbeteringen, wat zal zorgen voor een meer robuuste omgevingsdienst. Dit is vanuit een meerjarige visie opgezet en moet daarom zo min mogelijk vermengd worden met bezuinigingsopgaven. De rudimentaire begroting biedt deelnemers inzicht in de betaalbaarheid van een samengevoegde omgevingsdienst in de provincie Utrecht.

Besparingen door te een Omgevingsdienst Utrecht op te richten Het doel van het oprichten van een nieuwe, gezamenlijke omgevingsdienst voor de provincie Utrecht is om toekomstige uitdagingen en investeringen financieel beter op te vangen, wat tot minder meerkosten zal leiden. Ondanks bovengenoemde factoren is de verwachting dat synergievoordelen zullen ontstaan wanneer de twee omgevingsdiensten worden samengevoegd. De deelnemers staan voor een financieel uitdagend jaar in 2026. Op basis van de reacties op de concept-rudimentaire begroting is duidelijk dat de deelnemers vermindering van de uitgaven aan de omgevingsdienst willen onderzoeken. Dit zou echter los moeten staan van de oprichting van de nieuwe dienst. De realiteit van de RUD Utrecht en de ODRU is dat ook nu al extra middelen nodig zijn op een aantal gebieden. In fase 2 zal worden onderzocht of eventuele synergievoordelen kunnen worden ingezet om tot minder meerkosten te komen. Omdat dit nog moet worden onderzocht zijn nog geen besparingen doorgevoerd in de rudimentaire begroting. De definitieve besluiten hierover door de deelnemers liggen voor in de kadernota en begroting 2026.

2.3 Leeswijzer In deze rudimentaire begroting vindt u de volgende zaken: • Staat van baten en lasten 2026; • Inzicht in de ontwikkeling van de staat van baten en lasten 2027-2030 (het meerjarig perspectief); De rudimentaire begroting bestaat uit structurele kosten voor zover die inzichtelijk zijn op het moment van schrijven (juni 2024). U leest meer over de staat van baten en lasten in hoofdstuk 4. Er is een aparte paragraaf opgenomen over de eenmalige kosten (paragraaf 4.7) van de oprichting van de nieuwe dienst. Deze hebben betrekking op fase 2 ‘inrichten’ en fase 3 ‘verrichten’. Deze begroting vindt u in de routekaart fase 2. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in de meerjarige ontwikkeling met betrekking tot de staat van baten en lasten. De verwachte en al verwerkte besparingen op de structurele kosten op termijn zijn beperkt. Er zijn vooralsnog alleen besparingen op de ICT-kosten (licentie en software kosten) verwerkt. Deze zullen naar verwachting niet eerder dan in 2027 van toepassing zijn. Op diverse plekken in het document wordt gesproken over financiële uitgangspunten, normen en criteria.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

6 van 20

Item

Verwijzing

Bestuurlijk financiële uitgangspunten

Hoofstuk 3 en 6

Financiële uitgangspunten

Hoofdstuk 3

Financiele IBP-VTH criteria

Paragraaf 4.4

Figuur 2.1

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

7 van 20

3.

Uitgangspunten

In de rudimentaire begroting is een aantal uitgangspunten meegenomen. Deze staan in de tabel hieronder. Deze uitgangspunten zijn afkomstig uit het projectplan rudimentaire begroting. In de tweede kolom is vermeld hoe deze zijn verwerkt in de rudimentaire begroting. In het richtingsplan zijn bestuurlijke keuzes voor de financiën van de Omgevingsdienst Utrecht als uitgangspunt opgenomen. Deze gaan onder andere over de keuze voor de financieringssystematiek, criteria voor aanvullende opdrachten versus de dienstverleningsovereenkomst (DVO), de inbreng van taken door de deelnemers in de nieuwe omgevingsdienst en de criteria voor het weerstandvermogen. De financiële uitwerking van deze uitgangspunten gebeurt in fase 2.

Uitgangspunten uit projectplan

Organisatorische uitgangspunten (zoals topstructuur)

Verwerking

Er zijn nog geen zaken verwerkt, de huidige formatie is opgenomen in de begroting. kostenbesparing is daarbij geen uitgangspunt is.

De bekostigingssystematiek van de ODRU en de RUD verschillen van elkaar. Het doel van de rudimentaire begroting is niet om de bijdrage per deelnemer De begroting 2026 is verdeeld op basis van de te bepalen maar wel om inzicht te geven in de betaalbaarheid van het totaal afgesproken uren 2024 om de bijdragen te van de nieuwe omgevingsdienst. Daarom zal een verdeling van de kosten berekenen. worden gedaan op basis van de geleverde uren. De basis is voor de rudimentaire begroting 2026 is de meest recente begroting 2024 en eventuele relevante aanpassingen uit de programmabegroting 2025

Gerealiseerd. In de RUD begroting 2025 zijn besparingen verwerkt. De ODRU heeft mogelijke besparingen alleen nog geïnventariseerd. Het verschil is eerlijk verwerkt. Zie paragraaf 4.3.

In de rudimentaire begroting in fase 1 worden de Robuustheidscriteria: In het IBP/VTH staat dat alle omgevingsdiensten aan de implicaties hiervan voor de nieuwe 6 genormeerde kpi’s zouden moeten voldoen. Bij het bouwen van een nieuwe omgevingsdienst alvast in kaart gebracht, zie omgevingsdienst ligt het voor de hand dat deze kpi’s gerealiseerd worden. paragraaf 4.4. Er zijn geen aanpassingen doorgevoerd. Hanteren prijspeil 202 en rekening houden met indexatie voor komende jaar. De meicirculaire 2024 is gebruikt

De huidige huisvestingskosten zijn gebruikt. In Locatie/huisvesting nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Er is al keuze gemaakt de begroting van de RUD 2025 is een bezuiniging voor huisvesting in het provinciehuis. voor de 13e verdieping verwerkt.

Het IBP/VTH schrijft 80% voor. Dit heeft nog geen uitwerking gehad in de rudimentaire Over de criteria voor verhouding vaste en inhuur medewerkers kan in deze begroting, mede omdat door de krappe fase slechts toelichting worden gegeven. RUD kent andere interne richtlijnen arbeidsmarkt de verwachting niet is dat dit gelijk dan de ODRU doordat de opbouw van de DVO-afspraken verschilt. Hier wordt in 2026 gerealiseerd kan worden. Dit geeft waar mogelijk het richtingsplan gevolgd. mogelijk op termijn een (geringe) kostenbesparing. Figuur 3.1

In paragraaf 5.2 wordt ingegaan op het onderwerp investeringen. Nieuwe beleidskeuzes en de betaalbaarheid daarvan in de nieuwe organisatie komen aan de orde in de programmabegroting 2026.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

8 van 20

4.

Staat van baten en lasten

4.1

Staat van baten en lasten 2026

De rudimentaire begroting is gesplist in de baten-, en lastenkant. Hieronder zijn de baten en lasten 2026 vermeld. In paragraaf 4.4 is de verdeling van de deelnemersbijdragen uitgewerkt. Omdat niet alle deelnemers dezelfde taken afnemen, zijn de kosten verdeeld in een aantal taakvelden. De staat van baten 2026 ziet er als volgt uit:

7.4 Milieubeheer Water Natuur 8.3 Bouw en (zonder WNL) en Landschap Wonen

4.1 Openbaar Onderwijs

0.4 Overhead

Totaal ODU 2026

Bijdrage deelnemers

€

27.610.000

€

3.219.000

€ 3.597.000

€

885.000

€

10.426.000

€

45.737.000

Overige baten

€

877.000

€

-

€

€

1.000

€

210.000

€

1.088.000

BATEN

€

28.487.000

€ 3.219.000

€ 3.597.000

€

886.000

€ 10.636.000

€

46.825.000

Salarissen

€

19.224.000

€

2.171.000

€ 1.753.000

€

377.000

€

6.008.000

€

29.533.000

Inhuur derden

€

5.193.000

€

587.000

€ 1.337.000

€

297.000

€

1.577.000

€

8.991.000

Indirecte personeelslasten

€

1.042.000

€

118.000

€

126.000

€

27.000 €

597.000

€

1.910.000

Huisvesting en ICT

€

2.070.000

€

234.000

€

289.000

€

110.000

€

1.575.000

€

4.278.000

Overig materieel budget

€

398.000

€

45.000 €

37.000

€

63.000 €

477.000

€

1.020.000

Kapitaallasten

€

475.000

€

54.000 €

55.000

€

12.000 €

129.000

€

725.000

Overige lasten

€

85.000 €

10.000 €

-

€

-

LASTEN

€

Saldo

€

Taakveld

28.487.000 -

-

€ 3.219.000

€ 3.597.000

€

€

€

€

-

-

886.000 -

€

273.000

€

368.000

€ 10.636.000

€

46.825.000

€

€

-

-

Figuur 4.1

Toelichting van overige baten: er zijn ook andere inkomsten vanuit niet-deelnemers en bijvoorbeeld detachering. Deze worden apart vermeld. Er heeft nog geen eliminatie van transacties tussen ODRU en RUD Utrecht plaatsgevonden. De rudimentaire begroting is een optelling van de meest recente begrotingen 2024 (1e begrotingswijziging) waarbij eenmalige en bijzondere posten zijn gecorrigeerd om een reëel beeld van de kosten in 2026 te kunnen schetsen. In totaal is er sprake van een sluitende rudimentaire begroting 2026. De resultaten bij alle taakvelden zijn ook nihil.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

9 van 20

Hieronder is in beeld gebracht hoe de taakvelden per deelnemer eruitzien in 2024: DEELNEMER

Water Milieubehe Natuur en er Landschap

Wonen en Openbaar bouwen_ onderwijs_

Amersfoort

x

x

Baarn

x

x

Bunschoten

x

x

Eemnes

x

x

Houten

x

x

Leusden

x

x

Lopik

x

x

Nieuwegein

x

x

Soest

x

x

Utrecht

x

x

Woudenberg

x

x

Provincie

x

x

Bunnik

x

De Bilt

x

De Ronde Venen

x

x

x

Ijsselstein

x

x

x

Montfoort

x

Oudewater

x

Renswoude

x

Rhenen

x

Stichtse Vecht

x

x

Utrechtse Heuvelrug

x

x

Veenendaal

x

Vijfheerenlanden

x

Wijk bij Duurstede

x

x

Woerden

x

x

Zeist

x

Totaal

27

x x

x 12

2

9

Figuur 4.2

Bij WNL is de provincie Utrecht veruit de grootste afnemer. De RUD-gemeenten nemen ook een beperkt aantal WNL-uren af. Bij de ODRU- gemeenten geldt dit waarschijnlijk ook. Deze zijn nu echter niet specifiek inzichtelijk, daarom zijn deze opgenomen onder Milieubeheer.

4.2

Toelichting aannames en berekeningen op de staat van baten en lasten 2026

Bij de staat van baten lasten 2026 zijn de volgende toelichtingen en aannames te vermelden: Rentebaten Er is besloten in 2026 geen rentebaten toe te verwerken. Deze zijn ook in de beide begrotingen 2024 niet opgenomen. De verwachting over 2024 is echter wel dat beide diensten rond de € 200.000 aan rentebaten zullen ontvangen. De rentepercentages bij de banken zijn weliswaar opgelopen in de afgelopen tijd, maar zouden ook weer kunnen dalen. Mede vanwege het feit dat de Europese Centrale Bank (ECB) de rente alweer naar beneden heeft bijgesteld, is vanuit voorzichtigheid besloten geen rentebaten in de rudimentaire begroting toe te voegen. Daarnaast zouden er ook in 2026 aanzienlijk

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

10 van 20

minder liquide middelen aanwezig kunnen zijn als er wordt besloten de nieuwe dienst helemaal ‘schoon’ te laten beginnen en geen activa-passiva transactie toe te passen. Personele kosten Er zijn geen besparingen in personele kosten doorgevoerd, ook niet in de kosten voor directie, management en controller. Het is niet wenselijk om besparingen door te voeren waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Indexering Bij de berekening van de bijdragen 2026 zijn ook de verwachte indexaties meegenomen. Dit heeft aanzienlijk effect op de cijfers omdat hier de indexaties van 2025 en 2026 zijn meegenomen. Het effect hiervan is uiteraard helemaal onafhankelijk van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht. De afzonderlijke diensten zouden deze indexaties ook zelfstandig gehad hebben. In eerste instantie is, zoals door de beide omgevingsdiensten gebruikelijk, bij het opstellen van begrotingen gerekend met de verwachte indexaties uit de septembercirculaire 2023, omdat die normaal gesproken aansluit met de planning-, en control-cyclus. Toch is, gezien de afwijkende periode voor het opstellen van deze begroting, ook gekeken naar de recentere meicirculaire. Het verschil tussen de verwachting uit september 2023 en mei 2024 is aanzienlijk. De indexaties doorrekenen vanuit de meicirculaire zorgen ervoor dat de indexaties € 965.000 lager uitvallen (voor 2025 en 2026).

Daarom is besloten de meicirculaire te gebruiken. In voorbereiding op besluitvorming door de gezamenlijke algemeen besturen in oktober 2024, zal gekeken worden naar de septembercirculaire 2024. Als hierdoor de verwachtingen weer aanzienlijk afwijken, worden de cijfers in de begroting herrekend met de meest recente inschatting. Hetzelfde geldt voor de indexatie-verwachtingen van het meerjarig perspectief (zie hoofdstuk 5). SPUK Energie (THE) De huidige subsidieperiode voor de SPUK Energie (THE) loopt tot en met 2026. Op dit moment is onduidelijk wat er na de einddatum met de SPUK-energie-activiteiten gebeurt. Daarom is deze activiteit niet meegenomen in de rudimentaire begroting. De verwachting is dat deze activiteiten met bijbehorende SPUK een vervolg krijgen. Dit zal dan leiden tot aanvullende opbrengsten, maar daartegenover in omvang dezelfde kosten. Dit heeft dus geen effect op de bijdrage per deelnemer. De SPUK- IBP loopt tot en met 2024 en zit dus ook niet meer in de rudimentaire begroting 2026. Overheadkosten en kosten bedrijfsvoering In deze rudimentaire begroting is nog volgens de bestaande methodes van verwerking uitgegaan. Die zijn bij de ODRU en de RUD Utrecht verschillend. Daarnaast is een notitie overhead uit 2023 van de commissie BBV verschenen. Er is nog geen rekening gehouden met deze nieuwe notitie overhead.

Deze notitie was nog niet voorhanden toen de begrotingen 2024 van werden opgesteld. Het belangrijkste verschil tussen overhead en bedrijfsvoering is dat overheadkosten niet direct aan specifieke programma's of taakvelden kunnen worden toegerekend en meer betrekking hebben op de algemene sturing en ondersteuning van de organisatie. Bedrijfsvoering omvat zowel deze overheadkosten als de kosten die direct verband houden met de uitvoering van de kerntaken en programma's van de organisatie. In de BBV-context is het onderscheid belangrijk om de kostenstructuur transparanter te maken en beter inzicht te bieden in waar het geld daadwerkelijk naartoe gaat. Hiervoor moet in fase 2, voorafgaand aan de ontwerp-programmabegroting 2026 een geharmoniseerde methode worden ontwikkeld.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

11 van 20

4.3

Inschatting eigendomsverhoudingen in 2026

De totale begrote kosten uit de rudimentaire begroting 2026 zijn verdeeld over de deelnemers met het aantal begrote uren over 2024 als verdeelsleutel. Dit is op dit moment de enige verdeelsleutel die gehanteerd kan worden (als gevolg van het feit dat beide diensten een andere financieringssystematiek hebben). De verdeelsleutel is relevant voor de te verdelen kosten per taakveld en dus ook voor de overhead. De werkelijke verdeelsleutel wordt bepaald in fase 2 bij de financieringssystematiek. In afwijking van het projectplan is besloten om niet de werkelijk geleverde uren 2023 te hanteren als de als verdeelsleutel, maar de begrote uren voor 2024. Dit omdat bij de uitwerking van de berekeningen bleek dat hiervoor te veel incidentele correcties moeten worden uitgevoerd. Dit had met name te maken met verschuivingen van taken onder de Omgevingswet. De huidige organisaties gaan op een andere manier om met de verwerking van de afname van uren in de dienstverleningsovereenkomst (DVO). De UVP (uitvoeringsplan)-uren zijn bij de RUD Utrecht gelijk aan de DVO-uren. Bij de ODRU zit er een aanzienlijk verschil tussen de DVO-uren en de UVP-uren. Daarom is besloten de UVP-uren mee te nemen, aangezien deze het best de werkelijke afname representeren.

De verdeling van de uren van de deelnemers (die de verdeelsleutel van de kosten is) ziet er al volgt uit: AmersBunNieuweWoudenTotaal Baarn Eemnes Houten Leusden Lopik Soest Utrecht Provincie foort schoten gein berg RUD Totaal uren 18.477 4.620 4.929 2.057 6.350 4.172 4.823 4.536 6.783 21.119 3.647 68.185 149.697 % oud 12% 3% 3% 1% 4% 3% 3% 3% 5% 14% 2% 46% 100% % totaal ODU 5% 1% 1% 1% 2% 1% 1% 1% 2% 6% 1% 20% 44%

ODRU

Bunnik Totaal uren % oud % totaal ODU

8.080 4% 2%

De Bilt 11.794 6% 3%

IjsselMontOude RensStichtse VeenenWijk bij Rhenen UHR VHL stein foort water woude Vecht daal Duurstede 27.063 17.677 6.791 5.857 4.127 6.292 20.494 13.921 9.594 17.320 6.346 14% 9% 4% 3% 2% 3% 11% 7% 5% 9% 3% 8% 5% 2% 2% 1% 2% 6% 4% 3% 5% 2%

DRV

Totaal ODRU

Woerden Zeist Totaal uren

16.011

21.884

193.251

% oud % totaal ODU

8% 5%

11% 6%

100% 56%

Figuur 4.3A

De begrote kosten 2026 zijn dus met bovenstaande verdeelsleutel over de deelnemers verrekend.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

12 van 20

Visueel ziet de eigendomsverdeling er als volgt uit:

Figuur 4.3B

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

13 van 20

4.4

Verdeling rudimentaire begroting in bijdrage per deelnemer

In onderstaand overzicht staan de indicatieve bijdragen 2026 op basis van de rudimentaire begroting. De tabel is opgezet door een vergelijking te maken tussen de bijdragen 2024 en 2026.

DEELNEMER

Bijdrage 2024

Exploitatie tekort /Taakstelling 2024

€1 Korting op bijdrage deelnemers

Dotatie bestemmingsres erve 2024 voor Ontwikkelkosten

'Geschoonde' bijdrage 2024

Bezuinigingen 2025

Bodemtaken

Inbreng extra taken DVO2025

Indexaties

Bijdrage 2026

€ 2.252.000

-€ 19.000

€ 2.233.000

-€ 24.000

-€ 7.000

€ 172.000

€ 2.375.000

Baarn

€ 607.000

-€ 5.000

€ 602.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 46.000

€ 641.000

Bunschoten

€ 601.000

-€ 5.000

€ 596.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 46.000

€ 634.000

Eemnes

€ 263.000

-€ 2.000

€ 261.000

-€ 3.000

-€ 1.000

€ 20.000

€ 278.000

Houten

€ 439.000

-€ 6.000

€ 433.000

-€ 8.000

€ 335.000

€ 33.000

€ 793.000

Leusden

€ 510.000

-€ 4.000

€ 506.000

-€ 5.000

-€ 2.000

€ 39.000

€ 538.000

Lopik

€ 629.000

-€ 5.000

€ 624.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 48.000

€ 664.000

Nieuwegein

€ 560.000

-€ 5.000

€ 555.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 43.000

€ 591.000

Soest

€ 845.000

-€ 7.000

€ 838.000

-€ 9.000

-€ 2.000

€ 65.000

€ 892.000

Utrecht

€ 2.543.000

-€ 21.000

€ 2.522.000

-€ 28.000

-€ 8.000

€ 194.000

€ 2.681.000

€ 456.000

-€ 4.000

€ 452.000

-€ 5.000

-€ 1.000

€ 35.000

€ 481.000

-€ 68.000

€ 9.359.000

-€ 89.000

-€ 434.000

-€ 25.000

€ 689.000

€ 9.500.000

-€ 150.000 € 18.982.000 -€ 195.000

-€ 434.000

€ 283.000

Amersfoort

Woudenberg

€ 9.427.000

Provincie

€ 19.132.000

€0

Bunnik

€ 953.000

€ 19.000

€ 8.000

€ 980.000

€ 14.000

-€ 3.000

€ 77.000

€ 1.068.000

De Bilt

€ 1.366.000

€ 27.000

€ 12.000

€ 1.405.000

€ 43.000

-€ 4.000

€ 113.000

€ 1.556.000

De Ronde Venen

€ 3.146.000

€ 62.000

€ 27.000

€ 3.235.000

€ 88.000

-€ 10.000

€ 259.000

€ 3.572.000

Ijsselstein

€ 2.097.000

€ 41.000

€ 18.000

€ 2.156.000

€ 20.000

-€ 6.000

€ 170.000

€ 2.339.000

Montfoort

€ 801.000

€ 16.000

€ 7.000

€ 823.000

€ 12.000

-€ 2.000

€ 65.000

€ 898.000

Oudewater

€ 690.000

€ 13.000

€ 6.000

€ 709.000

€ 11.000

-€ 2.000

€ 56.000

€ 774.000

Renswoude

€ 485.000

€ 9.000

€ 4.000

€ 498.000

€ 9.000

-€ 1.000

€ 40.000

€ 545.000

Rhenen

€ 739.000

€ 14.000

€ 6.000

€ 760.000

€ 14.000

-€ 2.000

€ 60.000

€ 832.000

Stichtse Vecht

€ 2.379.000

€ 47.000

€ 21.000

€ 2.447.000

€ 69.000

-€ 7.000

€ 196.000

€ 2.705.000

Utrechtse Heuvelrug

€ 1.630.000

€ 32.000

€ 14.000

€ 1.676.000

€ 35.000

-€ 5.000

€ 133.000

€ 1.839.000

Veenendaal

€ 1.125.000

€ 22.000

€ 10.000

€ 1.156.000

€ 23.000

-€ 3.000

€ 92.000

€ 1.268.000

Vijfheerenlanden

€ 1.972.000

€ 40.000

€ 17.000

€ 2.028.000

€ 93.000

-€ 6.000

€ 165.000

€ 2.280.000

Wijk bij Duurstede

€ 739.000

€ 15.000

€ 6.000

€ 760.000

€ 19.000

-€ 2.000

€ 61.000

€ 838.000

€ 1.872.000

€ 37.000

€ 16.000

€ 1.925.000

€ 42.000

-€ 6.000

€ 153.000

€ 2.115.000

€ 2.539.000

€ 209.000

€ 2.888.000

Totaal RUD

Woerden

€0

€ 1.430.000 € 20.066.000

€ 50.000

€ 22.000

€ 2.611.000

€ 75.000

-€ 8.000

Totaal ODRU

€ 22.533.000 € 443.000

€ 194.000

€ 23.171.000

€ 568.000

-€ 70.000

€ 1.850.000 € 25.519.000

Totaal

€ 41.665.000 € 443.000

€ 194.000

-€ 150.000 € 42.153.000 -€ 195.000

€ 134.000

€ 213.000

€ 3.280.000 € 45.585.000

Zeist

Figuur 4.4

Toelichting op het overzicht. In het overzicht is het verloop van de bijdrage 2024 naar die indicatieve bijdrage 2026 berekend. Per kolom wordt hieronder een toelichting gegeven. In de eerste vier kolommen wordt de bijdrage 2024 gecorrigeerd voor eenmalige posten. Dat leidt tot een ‘geschoonde bijdrage 2024’. Bijdrage 2024 Deze kolom laat de bijdragen per deelnemer conform eerste begrotingswijziging 2024 zien. Exploitatietekort 2024/taakstelling 2024 De ODRU heeft, gecorrigeerd voor incidentele posten, een begroot negatief resultaat 2024 van € 378.000 (inclusief indexatie van dit saldo naar 2026 € 443.000). In de tabel is dit toegevoegd aan de

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

14 van 20

bijdrage van de ODRU-deelnemers. Het kan zijn dat dit negatieve resultaat op een andere manier wordt opgelost in 2024 door bijvoorbeeld besparingen binnen de exploitatie 2024. In dit overzicht is daar vooralsnog geen rekening mee gehouden. Dotatie (toevoeging) bestemmingsreserve 2024 voor ontwikkelkosten Voor de RUD Utrecht is er een correctie doorgevoerd omdat er binnen de begroting 2024 een mutatie aan de bestemmingsreserve voor ontwikkeling is opgenomen van € 150.000. Dit staat los van de reguliere begroting 2024 en daarom is deze gecorrigeerd. 'Geschoonde' bijdrage 2024 De bijdragen 2024 gecorrigeerd voor eenmalige zaken worden dan € 42.153.000. Besparingen 2025 In de ontwerp-programmabegroting 2025 van de RUD Utrecht zijn besparingen doorgevoerd voor in totaal € 466.000. Voor een bedrag van € 195.000 euro zijn dit besparingen die relevant zijn voor de vergelijking. Dit gaat bijvoorbeeld over het schrappen van de 13e etage en kapitaallasten. De voor 2025 verwachte rentebaten zijn niet meegenomen, omdat daar in de begroting 2026 ook geen rekening mee is gehouden. Bodemtaken De bodemtaken zijn in 2024 onder de Omgevingswet verschoven van de provincie naar de gemeenten. De provincie Utrecht heeft toegezegd de apparaatskosten bodemtaken (ongeveer € 770.000) voor de jaren 2024 en 2025 door te zetten naar de gemeenten ter dekking van de kosten die de overgang met zich meebrengt.

De RUD Utrecht en de ODRU hebben deze taken op een andere manier in hun begroting 2024 verwerkt. Beide methoden zijn mogelijk. Bij de RUD Utrecht zijn de uren in de DVO’s en UVP’s van de gemeenten opgenomen, waarna er via de dekking van de apparaatskosten (vanuit de provincie) een verrekening plaats zal vinden. Bij de ODRU zijn deze uren niet in de UVP’s opgenomen, maar rechtstreeks als ODRU baten ter dekking van de uitvoering van deze taken opgenomen. Bovenstaande verdeling is alleen gebruikt om het verloop van de deelnemersbijdragen 2024 naar 2026 te berekenen. De werkelijke verdeling kan anders uitvallen en zal eind van het jaar 2024 worden geëvalueerd. Dit heeft geen effect op het beeld van de rudimentaire begroting. Vanaf 2026 is deze dekking van de apparaatskosten niet meer toegezegd door de provincie, maar zijn de werkzaamheden (basistaken) er nog wel. In deze rudimentaire begroting zijn daarom de kosten rondom deze taken toegevoegd aan de deelnemersbijdrage (voor de gemeenten). Voor de gemeente Utrecht en Amersfoort geldt dit niet, omdat deze gemeenten voor de Omgevingswet zelf al bevoegd gezag waren. Daarnaast is er voor de provincie Utrecht een afbouwschema (mede vanwege het overgangsrecht) vastgesteld. Indexering Er is gebruik gemaakt voor de verwachtingen van de indexaties uit de meicirculaire 2024. Voor een verdere toelichting worden verwezen naar paragraaf 4.2.

Inbreng extra taken DVO 2025 Door de gemeente Houten worden per 2025 nieuwe taken ingebracht Het gaat om 2.762 uur. Het gevolg is dat de bijdrage van Houten toeneemt. Het eigenaarsdeel wordt ook verhoogt en daarom moeten de vaste kosten ook opnieuw verdeeld worden. Er is in deze rudimentaire begroting vooralsnog van uitgegaan dat de extra taken geen extra overheadkosten opleveren. Voor de andere deelnemers betekent dit dan dus dat zij minder gaan bijdragen. In totaal gaat het om € 122.000.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

15 van 20

Bijdrage 2026 Bovenstaande leidt tot een totale deelnemersbijdrage van € 45.585.000. Eigendom De eigendomsverhoudingen op basis van de fictieve bijdragen 2026 zijn in de laatste kolom vermeld. De provincie Utrecht wordt met 21% de grootste deelnemer. Gevolgd door de gemeente De Ronde Venen met 8% (die taken Bouw en Wonen afneemt), en de gemeenten Utrecht, Stichtse Vecht en Zeist die allemaal op 6% uitkomen. De effecten van de nieuwe takenoverheveling vanaf 2025 voor de gemeente Utrecht is nog niet meegenomen in de overzichten. Het gaat naar verwachting om circa 10.000 uur. Uurtarieven De uurtarieven van de beide omgevingsdiensten worden op een andere manier berekend. De ODRU kent een integraal uurtarief waarmee alle uren worden afgerekend. De RUD Utrecht kent een verschil in vaste kosten en variabele kosten. De vaste kosten worden gedekt door een vaste bijdrage en de variabele kosten op basis van werkelijke afname. Voor de rudimentaire begroting is al een verdeling gemaakt tussen overhead en primaire kosten, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. In de uitgangspunten in het richtingsplan is opgenomen dat er een hybride systematiek zal worden ontwikkeld.

4.5

Effect van scenario minus 5% op de bijdrage per deelnemer

Met het oog op de inhoudelijke keuzes die deelnemers mogelijk moeten maken door financiële krapte in 2026 is, op verzoek van de bestuurders, ook een doorrekening gemaakt van wat een eventuele bezuiniging van 5% op de afgenomen taken kan betekenen. In deze berekening is een afname van 5% van het aantal uren meegenomen en een gelijke daling van de kosten per taakveld. De overheadkosten zijn gelijk gehouden om het netto-effect van 5% in kaart te brengen op de bijdrage. Daarnaast is de verwachting dat een afname van 5% van de uren niet tot (aanzienlijke) besparingen op de overhead zal leiden. De totale deelnemersbijdrage neemt met in dit scenario met in totaal € 2.483.000 af. Bij dit scenario is nog geen rekening gehouden met frictiekosten die eventueel kunnen ontstaan wanneer alle deelnemers op dezelfde taken willen bezuinigen.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

16 van 20

DEELNEMER

Bijdrage 2024

Exploitatie tekort /Taakstelling 2024

€1 Korting op bijdrage deelnemers

Dotatie bestemmingsres erve 2024 voor Ontwikkelkosten

'Geschoonde' bijdrage 2024

Bezuinigingen 2025

Bodemtaken

Inbreng extra taken DVO2025

Indexaties

Afname taken 5%

Bijdrage 2026

€ 2.252.000

-€ 19.000

€ 2.233.000

-€ 24.000

-€ 7.000

€ 172.000

-€ 180.000

€ 2.195.000

Baarn

€ 607.000

-€ 5.000

€ 602.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 46.000

-€ 25.000

€ 616.000

Bunschoten

€ 601.000

-€ 5.000

€ 596.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 46.000

-€ 26.000

€ 607.000

Eemnes

€ 263.000

-€ 2.000

€ 261.000

-€ 3.000

-€ 1.000

€ 20.000

-€ 11.000

€ 267.000

Houten

€ 439.000

-€ 6.000

€ 433.000

-€ 8.000

€ 335.000

€ 33.000

-€ 34.000

€ 759.000

Leusden

€ 510.000

-€ 4.000

€ 506.000

-€ 5.000

-€ 2.000

€ 39.000

-€ 22.000

€ 516.000

Lopik

€ 629.000

-€ 5.000

€ 624.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 48.000

-€ 26.000

€ 638.000

Nieuwegein

€ 560.000

-€ 5.000

€ 555.000

-€ 6.000

-€ 2.000

€ 43.000

-€ 24.000

€ 566.000

Soest

€ 845.000

-€ 7.000

€ 838.000

-€ 9.000

-€ 2.000

€ 65.000

-€ 36.000

€ 855.000

Utrecht

€ 2.543.000

-€ 21.000

€ 2.522.000

-€ 28.000

-€ 8.000

€ 194.000

-€ 218.000

€ 2.463.000

Amersfoort

€ 456.000

-€ 4.000

€ 452.000

-€ 5.000

-€ 1.000

€ 35.000

-€ 20.000

€ 462.000

€ 9.427.000

-€ 68.000

€ 9.359.000

-€ 89.000

-€ 434.000

-€ 25.000

€ 689.000

-€ 365.000

€ 9.135.000

-€ 150.000 € 18.982.000 -€ 195.000

Woudenberg Provincie

€ 19.132.000

€0

€0

-€ 434.000

€ 283.000

€ 1.430.000

Bunnik

€ 953.000

€ 19.000

€ 8.000

€ 980.000

€ 14.000

-€ 3.000

€ 77.000

-€ 48.000

€ 1.020.000

De Bilt

€ 1.366.000

€ 27.000

€ 12.000

€ 1.405.000

€ 43.000

-€ 4.000

€ 113.000

-€ 77.000

€ 1.479.000

De Ronde Venen

€ 3.146.000

€ 62.000

€ 27.000

€ 3.235.000

€ 88.000

-€ 10.000

€ 259.000

-€ 315.000

€ 3.257.000

Ijsselstein

€ 2.097.000

€ 41.000

€ 18.000

€ 2.156.000

€ 20.000

-€ 6.000

€ 170.000

-€ 206.000

€ 2.134.000

Montfoort

€ 801.000

€ 16.000

€ 7.000

€ 823.000

€ 12.000

-€ 2.000

€ 65.000

-€ 43.000

€ 855.000

Oudewater

€ 690.000

€ 13.000

€ 6.000

€ 709.000

€ 11.000

-€ 2.000

€ 56.000

-€ 36.000

€ 738.000

Renswoude

€ 485.000

€ 9.000

€ 4.000

€ 498.000

€ 9.000

-€ 1.000

€ 40.000

-€ 26.000

€ 520.000

Rhenen

€ 739.000

€ 14.000

€ 6.000

€ 760.000

€ 14.000

-€ 2.000

€ 60.000

-€ 39.000

€ 793.000

Stichtse Vecht

€ 2.379.000

€ 47.000

€ 21.000

€ 2.447.000

€ 69.000

-€ 7.000

€ 196.000

-€ 144.000

€ 2.561.000

Utrechtse Heuvelrug

€ 1.630.000

€ 32.000

€ 14.000

€ 1.676.000

€ 35.000

-€ 5.000

€ 133.000

-€ 91.000

€ 1.748.000

Veenendaal

€ 1.125.000

€ 22.000

€ 10.000

€ 1.156.000

€ 23.000

-€ 3.000

€ 92.000

-€ 55.000

€ 1.213.000

Vijfheerenlanden

€ 1.972.000

€ 40.000

€ 17.000

€ 2.028.000

€ 93.000

-€ 6.000

€ 165.000

-€ 105.000

€ 2.176.000

Wijk bij Duurstede

€ 739.000

€ 15.000

€ 6.000

€ 760.000

€ 19.000

-€ 2.000

€ 61.000

-€ 39.000

€ 799.000

€ 1.872.000

€ 37.000

€ 16.000

€ 1.925.000

€ 42.000

-€ 6.000

€ 153.000

-€ 101.000

€ 2.014.000

€ 2.539.000

€ 209.000

-€ 172.000

€ 2.716.000

Totaal RUD

Woerden

-€ 987.000 € 19.079.000

€ 50.000

€ 22.000

€ 2.611.000

€ 75.000

-€ 8.000

Totaal ODRU

€ 22.533.000 € 443.000

€ 194.000

€ 23.171.000

€ 568.000

-€ 70.000

€ 1.850.000 -€ 1.496.000 € 24.023.000

Totaal

€ 41.665.000 € 443.000

€ 194.000

-€ 150.000 € 42.153.000 -€ 195.000

€ 134.000

€ 213.000

€ 3.280.000 -€ 2.483.000 € 43.102.000

Zeist

Figuur 4.5

4.6

Robuustheidscriteria IBP-VTH

Het IBP-VTH (Interbestuurlijk programma versterking VTH- stelsel) stelt criteria waaraan omgevingsdiensten zouden moeten voldoen om hun dienstverlening op een kwalitatief hoog niveau te houden. Deze criteria zijn bedoeld om te waarborgen dat omgevingsdiensten effectief en efficiënt functioneren en robuust zijn. In het richtingsplan wordt beschreven hoe hiermee is omgegaan in de uitgangspunten voor de vorming van de Omgevingsdienst Utrecht. Deze robuustheidscriteria zijn van belang omdat ze invloed hebben op de financiële planning en de opbouw van de begroting. In de financiële uitgangspunten is bepaald dat gestreefd wordt naar minimaal voldoen aan de robuustheidscriteria. Daarnaast zijn onderstaande uitgangspunten uit het richtingsplan relevant voor de rudimentaire begroting. Hieronder is ook toegelicht hoe deze doorwerken in de rudimentaire begroting. Innovatie: het doel is om continu te blijven verbeteren en in te spelen op nieuwe uitdagingen en kansen binnen het werkveld van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is minimaal 1% van de begroting beschikbaar als vrij besteedbaar budget voor innovatie. Sturing: dit is bedoeld om medewerkers voortdurend te kunnen trainen en ontwikkelen, waardoor de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd blijft.

Omgevingsdiensten moeten beschikken over voldoende capaciteit voor business-intelligence, wat inhoudt dat er minimaal 3 FTE beschikbaar moeten

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

17 van 20

zijn voor data-analyse en strategische informatievoorziening (Business Intelligence). Dit noemen we de B.I.-vereiste. Daarnaast moet er een opleidingsbudget zijn dat voldoet aan de norm van tenminste 3% van de totale loonsom. Omvang: dit criterium is bedoeld om ervoor te zorgen dat de omgevingsdienst voldoende schaalgrootte en middelen heeft om haar taken effectief uit te voeren. De totale omzet van de omgevingsdienst voor basis- en milieugerelateerde taken, inclusief overhead, moet voldoen aan een vastgestelde geïndexeerde norm van € 16,5 miljoen (huidig prijspeil). Continuïteit: de omgevingsdienst moet beschikken over een weerstandsvermogen dat voldoende is om financiële tegenslagen op te vangen. Een weerstandsratio van 0.8 betekent dat de dienst voldoende reserves heeft om 80% van de financiële risico’s af te dekken, wat bijdraagt aan de financiële stabiliteit en continuïteit van de organisatie. In onderstaande tabel is per criterium aangegeven hoe de oude omgevingsdiensten hieraan voldoen en wat de verwachting is voor de nieuwe omgevingsdienst.

Financiële IBP-VTH criteria

Innovatie

Sturing

Sturing

Omvang

Continuïteit

> 1%

3 FTE BI

3% scholing

>16,5 mln. milieutaken

Weerstandsratio ≥ 0.8

ODRU

2,2%

4

5,4%

19,4

1

*1

RUD Nieuwe omgevingsdienst ODU

1,8%

4

4,5%

13,8

0,9

*2

Ja

Ja

Ja

31,3

≥ 0.8

*3

Figuur 4.6 Toelichting tabel *1 inclusief bijstorting door eigenaren voor verliessaldo 2023. *2 Op basis van de jaarrekening 2023. Als de post onvoorzien uit de begroting 2024 wordt meegeteld, is er een

ratio 1.2 *3 De milieutaken zijn in de rudimentaire begroting voor het inzicht verdeeld over meer taakvelden, waardoor de optelsom van de oude diensten hoger is dan de nieuwe omvang. De ODRU- en RUD-kengetallen zijn tegen prijspeil 2024 berekend. Het bedrag van de Omgevingsdienst Utrecht is gebaseerd op het verwachte prijspeil voor 2026.

Door de Omgevingsdienst Utrecht wordt min of meer automatisch voldaan aan de vereisten rond BI en het omvangscriterium. In de begrotingen van de huidige omgevingsdiensten werd in de oude situatie al voldaan aan de budgetnormen voor innovatie en scholing. Dat is gehandhaafd in de huidige rudimentaire begroting. In de bestuurlijke uitgangspunten is opgenomen dat het continuiteïtscriterium vanuit het IBP met betrekking tot de weerstandstandsratio van minimaal 0.8 wordt aangehouden.

4.7

Kostenontwikkeling Omgevingsdienst Utrecht

De rudimentaire begroting gaat uit van de structurele lasten van de nieuwe omgevingsdienst. Er zijn geen kosten voor de ontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht meegenomen in de rudimentaire begroting, omdat het uitgangspunt is dat de kosten voor de ontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht gedekt worden uit incidentele middelen. Voor de uitwerking van en toelichting op de begroting voor het programma tot en met fase 3 wordt verwezen naar de routekaart fase 2.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

18 van 20

5.

Inzicht in de meerjarige ontwikkeling

5.1

Inzicht in de ontwikkeling van de staat van baten en lasten 2027-2030

In dit hoofdstuk is een financiële meerjarenraming volgend op de start van de Omgevingsdienst Utrecht (2027-2030) opgesteld. Hieronder is deze financiële meerjarenraming opgenomen. Het eerste overzicht is exclusief de jaarlijkse indexatie. In het tweede overzicht is de indexering (op basis van de meicirculaire 2024) meegenomen.

Figuur 5.1

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

19 van 20

5.2

Toelichting op aannames in de ontwikkelingen van de staat van baten en lasten 2027-2030

Bij het meerjarig perspectief 2027-2030 zijn de volgende toelichtingen en uitgangspunten aan de orde: -

De enige kostenbesparingen die zijn verwerkt in de meerjarenraming, zijn besparingen die op termijn mogelijk zijn op ICT-gebied. Het gaat om licentie-, en applicatiekosten omdat deze kosten door schaalvergroting zullen dalen. Uiteindelijk lopen deze besparingen naar verwachting op tot jaarlijks € 250.000.

-

In de tweede tabel zijn de kosten per jaar geïndexeerd. De basis hiervoor is de meicirculaire 2024. Voor de jaren waarin de indexering nog niet is opgenomen in de meicirculaire 2024, is de indexatie van het laatst bekende jaar doorgetrokken voor de jaren erna. Zie voor verdere toelichting in paragraaf 4.2.

-

Er is nog uitgegaan van de oude financieringssystematiek van beide organisaties. De in fase 2 te maken afspraken over de financieringssystematiek hebben impact op de verdeling van de bijdragen 2026, maar niet direct op de kostenkant van de nieuwe organisatie.

-

In bovenstaande doorrekening is geen rekening gehouden met de inhoudelijke keuzes die deelnemers wellicht moeten maken door financiële krapte vanaf 2026.

-

Ook is gekeken naar het investeringsniveau. Voor de Omgevingsdienst Utrecht zal een investeringsbegroting moeten worden opgesteld. Op gebied van IT-applicaties, meubilair & inrichting, huisstijl etc. zullen met de start van de nieuwe omgevingsdienst investeringen gewenst zijn. In de huidige begroting zit nog niet-benutte investeringsruimte doordat de beschikbare jaarlijkse beschikbare investeringsruimte in beide organisaties de afgelopen jaren niet volledig is gebruikt, en dit naar verwachting ook in 2024 en 2025 niet zal gebeuren met name vanwege de voorgenomen oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht. Dit leidt dus tot lagere kapitaallasten. Deze financiële ruimte kan vanaf 2026 worden ingezet waardoor de begrote kapitaallasten niet verder hoeven te stijgen en tegelijk de noodzakelijke investeringen bij de nieuwe dienst wel mogelijk zijn.

-

Er zijn wellicht nog eenmalige kosten die na 1 januari 2026, zullen optreden. In de routekaart fase 2 is vermeld dat de fase 2 doorloopt tot naar verwachting eind 2027. In deze meerjarenraming is hiermee geen rekening gehouden. Voor alle eenmalige kosten in het kader van de ontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht wordt verwezen naar routekaart fase 2.

Rudimentaire begroting 2026 versie 3.0

20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4029/documents/44681