Bijlage 3b Toelichting Bestemmingsplan_Groot Agteveld_Veld 1 Zuid_Ontwerp.pdf
Tekst van het document
Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van nieuwe kwetsbare objec8 ten. Door SAB is een quick scan externe veiligheid uitgevoerd . In de quick scan is beoordeeld of het plangebied binnen een plaatsgebonden risicocontour, een plasbrandaandachtgebied en/of het invloedsgebied ligt van zowel stationaire als mobiele risicobronnen. Uit de quick scan volgt dat dit niet het geval is en dat er daardoor geen nadere beschouwing van het aspect externe veiligheid hoeft plaats te vinden. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.10
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. 8
SAB (2018). Quick scan externe veiligheid Groot Agteveld – Veld 1 zuid. Kenmerk: 90919.03.
2 augustus 2018. 29
Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing In onderhavige situatie is sprake van de realisatie van nieuwe, gevoelige functies in de zin van het aspect bedrijven en milieuzonering.
De directe omgeving van het plangebied kent grotendeels een woonbestemming dan wel een agrarische bestemming zonder bebouwingsmogelijkheden waardoor het gebied op basis van de VNGpublicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering (2009)’ wordt getypeerd als een ‘rustige woonwijk’. Langs de Hessenweg zijn diverse maatschappelijke, dienstverlenende, detailhandelen lichte horecafuncties aanwezig. Ook ter plaatse van het coöperatieterrein in het oosten van de ontwikkeling van Groot Agteveld zijn dit soort functies beoogd. Dergelijke functies kennen hoogstens een milieucategorie 2 en kennen in een ‘rustige woonwijk’ een richtafstand van 30 meter. De afstand tussen het plangebied en de Hessenweg is circa 250 meter. Daarmee wordt ruimschoots aan de richtafstanden voldaan en is een nadere beoordeling niet noodzakelijk. Daarnaast bevindt zich op het adres Koningin Julianaweg 28b een asfaltaannemer. Uitgaande van een ‘Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²’ betekent dit een richtafstand van 100 meter voor het aspect ‘geluid’ en een richtafstand van 30 meter voor het aspect ‘gevaar’. De afstand tussen dit bedrijf en het plangebied is circa 130 meter. Daarmee wordt ruimschoots aan de richtafstanden voldaan en is een nadere beoordeling niet noodzakelijk. Ten slotte bevindt zich een aantal (intensieve) veehouderijen in het buitengebied van Achterveld.
De hindercontouren van deze bedrijven reiken echter niet tot aan het plangebied. Voor alle adressen geldt dat het plangebied op een dusdanige afstand ligt dat aan de richtafstanden voldaan wordt en kan worden gesteld dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Tevens worden de omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd als gevolg van het plan.
30
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.
4.11
Verkeer en parkeren Verkeer In het kader van de gehele ontwikkeling van ‘Groot Agteveld’ is onderzocht of deze ontwikkeling, samen met de woningbouwontwikkeling in Mastenbroek, is op te vangen in de aanwezige verkeerstructuur van Achterveld. Geconcludeerd is dat dat niet tot substantiële toenames in de verkeersdruk zal leiden. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegene9 reerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gelet op het feit dat het plangebied middenin een woonwijk ligt worden de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ aangehouden. De gemeente Leusden wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘matig stedelijk’ gebied. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de kencijfers uit de CROW voor de categorie ‘koop, vrijstaand’ gehanteerd. Uitgaande van een gemiddelde verkeersgeneratie en het maximale woningbouwprogramma in het plangebied levert dat 49,2 (8,2 x 6 wooneenheden) mvt/etmaal op.
Gelet op deze geringe verkeerstoename en het feit dat in het verleden reeds is bepaald dat de aanwezige verkeersstructuur in Achterveld toekomstbestendig is, maakt dat verwachting gerechtvaardigd is dat het extra verkeer kan worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld en er zich geen belemmeringen voordoen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Parkeren Voor de gehele ontwikkeling van ‘Groot Agteveld’ is een minimale parkeernorm van 1,9 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. Deze parkeernorm wordt ook in dit bestemmingsplan gehanteerd. De parkeerbehoefte wordt in Groot Agteveld op verschillende manieren gerealiseerd, zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte. Voor de gehele ontwikkeling is een parkeerbalans opgesteld, waaruit volgt dat er voldoende parkeergelegenheid in de gehele ontwikkeling aanwezig is. Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. In dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen inzake parkeren. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect ‘parkeren’ voldoende in dit plan is gewaarborgd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.
9
CROW, publicatie 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. 31
4.12
Duurzaamheid Duurzaamheid De definitie van duurzame stedenbouw is: 'een vorm van stedenbouw die in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen. En die beide in de tijd weet te handhaven, zodat ook de toekomstige generaties daar in delen. Duurzame stedenbouw is een schakel tussen ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen, duurzame weg- en waterbouw en duurzame utiliteitsbouw.' Het stedenbouwkundig plan Groot Agteveld is gebaseerd op de ideeën van duurzame stedenbouw. De basisopzet van het plan, veel groen en openbare ruimte, zo min mogelijk verharding, lage dichtheid, versterking groenstructuren, gebalanceerd waterbeheer en duurzaam materiaalgebruik zijn hiervan kenmerken. Water Het doel is het landschap door te laten lopen in het dorp. Hiervoor worden bestaande en oude watergangen opgewaardeerd. Ook wordt zo min mogelijke verharding en waar mogelijk waterdoorlatende verharding aangelegd. In het groen kunnen wadi's en poelen worden aangelegd. Door de nieuwe waterstructuur wordt het mogelijk hemelwater af te koppelen en via infiltratie en natuurlijke afvoer aan te sluiten op de omliggende watergangen. Natuur en ecologie Door het creëren van groenstructuren die van het buitengebied de wijk in lopen, wordt de beleving van het landschap versterkt.
Brede straatprofielen benadrukken de dorpse sfeer van de wijk. Door de openbare ruimte voldoende maat te geven, is het mogelijk het openbaar groen recreatief te gebruiken (speelveld). Naast woningbouw omvat het plan ook de herinrichting van het gebied tussen de nieuwe woonwijk en de Modderbeek. Dit gebied grenst aan belangrijke ecologische verbindingszones tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Het plan sluit aan bij de visie van de provincie op dit gebied. Verkeer Vanaf de aansluiting op de Julianalaan wordt een snelle fietsverbinding naar het centrum aangelegd. Ook zorgen de verschillende voetpaden in en naar het buitengebied, het beperken van de verharding en het waar mogelijk realiseren van parkeergelegenheid op eigen erf voor een duurzaam verkeerssysteem. Het terugdringen van geparkeerde auto's uit het straatbeeld draagt tevens bij aan de kwalitatieve waarde van de openbare ruimte. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt in een dorp, is het moeilijk om het algemene gebruik van de auto terug te dringen. Wel wordt voor bewegingen binnen het dorp, door het realiseren van doorsteken en aansluitingen op de bestaande langzaam verkeersstructuur, getracht het gebruik van de auto voor korte verplaatsingen te beperken.
Energie Energie binnen duurzame stedenbouw is gebaseerd op het verminderen van energie gebruik, het gebruik van duurzame energie en het effectief gebruik maken van fossiele brandstoffen. Met name de ruimtelijke aspecten hiervan staan centraal. Voor het plan
32
betekent dit met name het gebruik van duurzame materialen en het installeren van energie zuinige verlichting in de openbare ruimte. Verder is afgesproken dat de woningen een EPC (energie-prestatie-coëfficiënt) zullen hebben van 0,2. Dit betreft een hogere eis dan wettelijk in het Bouwbesluit is vastgelegd (EPC = 0,4). Bij de woningontwerpen wordt voorts gebruik gemaakt van de methodiek ‘GPR gebouw’. GPR Gebouw is een methodiek om duurzaamheid en kwaliteit op gebouwniveau te meten. Materiaalgebruik In het project wordt gestreefd naar toepassing van duurzame materialen. Herbruikbare materialen genieten de voorkeur. Duurzaam geproduceerd hout, gerecyclede materialen, herbruikbare verharding (beton- of gebakken klinkers). Ook wordt gestreefd naar materiaalgebruik dat niet uitloogt en dus de kwaliteit van bodem en water niet aantast. Voor de inrichting van de openbare ruimte betekent dit hoogwaardig straatmeubilair (vandaalbestendige, graffitiwerende, robuuste materialen). Afvalplan Voor de inzameling van afval wordt een integraal netwerk van inzamelpunten opgezet. Het betreft het reserveren van ruimte voor gescheiden afvalinzameling. Deze locaties worden geplaatst op centrale punten en waar mogelijk gecombineerd met andere functies.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn gebruiksvriendelijkheid en beheersbaarheid zonder inbreuk op de kwaliteit en uitstraling van de openbare ruimte. Tevens wordt een deel van de afvalstromen huis-aan-huis opgehaald.
33
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
5.1.1
Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemming splan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (bouwvergunning) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: 1. het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: 2. het bebouwen van de gronden; 3. het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid.
5.1.2
Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in het bijhorende regel worden gegeven.
5.1.3
Hoofdstukopbouw van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. In onderhavig plan betreft het acht bestemmingen. Elk artikel kent de volgende opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmings-
34
omschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsen wijzigingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
5.2 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1
Bijzonderheden in dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Wonen - 2’. In de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan is zo veel mogelijk aan gesloten bij de regelingen uit het bestemmingsplan ‘Groot Agteveld - Woongebied'. Groen De groene zone aan de zuidzijde van het plangebied is bestemd als ‘Groen’. Groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, ontsluitingswegen, in- en uitritten, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, watergangen en waterpartijen zijn binnen deze bestemming toegestaan. Enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een maximum bouwhoogte van 3 meter mogen binnen deze bestemming gebouwd worden. Wonen - 2 De gronden voor de beoogde woningen hebben de bestemming ‘Wonen - 2' gekregen. Met de aanduidingen ‘aaneengebouwd uitgesloten’ en ‘twee-aaneen uitgesloten' is vastgelegd dat er enkel vrijstaande woningen in het plangebied gebouwd mogen worden. Het gaat om maximaal 6 woningen, die een maximale goothoogte van 4 meter hebben en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Verder is bepaald dat de woningen maximaal 15 meter diep mogen worden. Tevens zijn minimale afstandsmaten voor de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bij hoofdgebouwen opgenomen. Ook voor bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken zijn bouwregels opgenomen. Bij recht mag binnen een woning en bijbehorende bouwwerken een beroep aan huis worden uitgeoefend.
Het college van burgemeester en wethouders kan met
35
een binnenplanse afwijking, onder voorwaarden, een omgevingsvergunning verlenen voor het uitoefenen van een bedrijf aan huis. 5.2.2
Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over de begrippen, de wijze van meten, anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, overgangsrecht en slotregel. In de overige bouwregels is een bepaling opgenomen inzake het parkeren (inclusief een afwijkingsmogelijkheid).
36
6
Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling van Groot Agteveld als geheel is een gezamenlijk initiatief van gemeente Leusden, De Alliantie Ontwikkeling en Woningstichting Leusden. De marktpartijen zullen het project grotendeels voor eigen rekening en risico ontwikkelen. Hiertoe hebben zij op basis van een grondexploitatie aan de gemeente aangetoond dat het plan financieel uitvoerbaar is. De door de gemeente te maken kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, alsmede de uitvoering ervan, worden middels een exploitatieovereenkomst met genoemde marktpartijen verhaald. Ditzelfde geldt voor eventuele planschade. Voor de gemeente zijn derhalve geen kosten verbonden aan de ontwikkeling van Groot Agteveld, dan wel zijn de kosten gedekt. Ter raming van eventuele planschade is een planschadeonderzoek uitgevoerd. Met de uitkomsten hiervan is rekening gehouden in de exploitatieopzet behorende bij de ontwikkeling van Groot Agteveld. Hiermee is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
37
7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voortraject Groot Agteveld De ontwikkeling van Groot Agteveld is vooraf gegaan door een uitgebreid participatietraject met omwonenden en andere belanghebbenden. Het participatietraject bestond ten eerste uit de vorming van een klankbordgroep uit diverse geledingen van de samenleving. De klankbordgroep is meerdere malen bij de planvoorbereiding, en meer specifiek bij de totstandkoming van de ontwikkelingsvisie, betrokken geweest. Geconcludeerd kan worden dat de tussenproducten overwegend positief door de klankbordgroep zijn ontvangen en dat de belangrijkste opmerkingen in de ontwikkelingsvisie zijn verwerkt. Daarnaast hebben de dorpsbewoners kunnen meepraten over de ontwikkelingsvisie en heeft 96% van de inwoners te kennen gegeven te kunnen instemmen met de plannen. De ontwikkelingsvisie heeft vervolgens aan de basis gelegen van het stedenbouwkundige plan en voorliggend bestemmingsplan. Voor de destijds bedachte invulling van veld 1 zuid (het plangebied van dit bestemmingsplan) was geen draagvlak. Daarom is gezocht naar een invulling die wel kan rekenen op draagvlak en die is gevonden in de vorm van grondgebonden woningen met één laag met een kap. Alle Achtervelders worden voorts via sociale media (Facebook) en de projectwebsite op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rond Groot Agteveld.
Voor voorliggend bestemmingsplan is vanwege de corona-pandemie een digitaal informatiemoment georganiseerd. Met behulp van een filmpje zijn de Achtervelders bijgepraat over de stand van zaken van Groot Agteveld en is uitgelegd wat de bedoeling is van de laatste velden van de ontwikkeling. Tevens is uitgelegd dat voor de ontwikkeling van de laatste velden een aanpassing van het bestemmingsplan nodig is. In het filmpje wordt ook toegelicht hoe de procedure eruit ziet. Het filmpje is circa 450 keer bekeken. Dit filmpje is te vinden op YouTube, laagdrempelig. Belangstellenden hebben circa 2 weken de tijd gehad om vragen te stellen. In het filmpje is gezegd dat alle vragen en antwoorden anoniem zullen worden gedeeld met de andere vragenstellers. Uiteindelijk zijn er zes vragen via de mail gesteld en beantwoord.
7.2
Inspraak en vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de resultaten van het overleg worden samengevat en van een antwoord worden voorzien 38
7.3
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.
39