CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Participatiebeleid - leusden spreekt - gespreksverslag.pdf

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 13: RV Participatiebeleid - Participatieverordening gemeente Leusden 20256.209 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatie ‘Leusden Spreekt’ Gespreksverslag

Inhoudsopgave 1. Samenvatting............................................................................................................................................. 2 2. Inwoners: een kleine voldoende op participatie......................................................................................... 3 3. Wijkverenigingen: signaleren, initiëren en faciliteren.................................................................................5 4. Maatschappelijke organisaties: waardevolle partners................................................................................9 5. Fracties: fundamentele overeenkomsten en verschillen............................................................................12 6. College en ambtenaren: het hoort bij het werk......................................................................................... 15

1 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

1.

Samenvatting

De gemeente Leusden heeft verschillende ervaringen met burgerparticipatie. Goede en minder goede ervaringen. Daarom is de gemeente op zoek gegaan naar een eenvoudige en 1-duidige manier van werken. Een simpele aanpak die je meteen begrijpt en waar je niet op hoeft te studeren. En waar iedereen meteen aan mee kan doen, of je nu een inwoner bent, ondernemer, maatschappelijke organisatie, lid van de raad, het college of een ambtenaar. In het najaar van 2024 en begin 2025 hebben we gesprekken gevoerd met verschillende mensen en groepen in Leusden en gevraagd hoe zij naar participatie kijken. Ook hebben we naar voorbeelden gekeken van bestaande participatiemodellen die al in andere gemeenten zijn opgesteld en gebruikt worden. Uit de gesprekken en de voorbeelden die we bekeken hebben kwamen vijf leidende principes naar voren die een plek hebben gekregen in het participatiebeleid van de gemeente. 1. We verbinden de juiste mensen We betrekken de mensen die gevolgen ondervinden van een onderwerp. Daarbij letten we op representativiteit en doen we ons best om te zorgen voor een goede afspiegeling van degenen die geraakt worden door het beleid, plan of project. 2. We betrekken We vragen inwoners om op tijd hun mening en ideeën te delen. Zo heeft betrokkenheid zin en kunnen we aan de slag met wat mensen belangrijk vinden en waarom. 3.

We leggen uit We leggen vooraf duidelijk uit waar het over gaat en hoe je mee kunt doen. Ook leggen we uit wat er met de uitkomsten gebeurt en wie welke rol heeft. Tijdens de participatie geven we tijdig de informatie die nodig is om mee te kunnen doen. En na afloop van de participatie leggen we uit wat er wel en niet gedaan is met de inbreng van inwoners en waarom. 4. We helpen waar dat kan Organiseer je zelf participatie? Dan kan de gemeente praktische ondersteuning geven, zoals advies, materiaal of begeleiding. 5. We leren We leren voortdurend van en over participatie. Daarom evalueren we na afloop van de participatie hoe het traject is verlopen en wat er een volgende keer beter kan. Waar nodig, leidt dat ook tot aanpassing in de participatieleidraad, de manier van werken. De vijf principes staan centraal in alle stappen van participatie als werkproces. Vanaf het bepalen van het type participatie dat je kiest (op basis van de omvang, de aandacht voor het onderwerp, de gevolgen voor inwoners en de invloed die je kunt hebben) en de plek in 1 van de participatiecirkels (van meeweten, meedenken, adviseren, meewerken tot meebepalen) tot en met de verantwoording die je aflegt. In dit verslag beschrijven wat we geleerd hebben van de verschillende gesprekken in Leusden en de voorbeelden die in de gesprekken naar voren zijn gekomen.

2 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

2. Inwoners: een kleine voldoende op participatie Sinds de zomer van 2024 heeft Leusden een online inwonerspanel van ruim 300 inwoners die mee willen denken over het beleid van de gemeente. Het is de bedoeling dat het aantal deelnemers dit jaar wordt uitgebreid via een wervingscampagne. De huidige deelnemers komen uit de hele gemeente, met verschillende leeftijden en achtergronden. Tussen 13 en 26 februari 2025 konden leden van het panel én andere inwoners een online vragenlijst invullen en vertellen wat ze belangrijk vinden als het gaat over participatie. Ongeveer de helft van het panel deed mee en er deden daarnaast 48 andere inwoners mee via een open link. Rekening houden met de mening van jongere inwoners Op de vragenlijst stonden gesloten vragen (die je aanklikt) en open vragen (waar je het antwoord intypt). Gesloten vragen laten zien hoeveel mensen iets zeggen, open vragen verklaren het waarom. Onderzoeksbureau Research2Evolve heeft de antwoorden op de gesloten vragen omgerekend naar de leeftijden van inwoners van de gemeente. Er doen namelijk relatief veel oudere inwoners mee aan het panel. Door de antwoorden anders te wegen telt de mening van jongere inwoners even zwaar mee. Voor de open antwoorden waren er te weinig antwoorden om ze om te rekenen.

Meeweten, meedenken, adviseren, meepraten of meebeslissen Bij participatie is een terugkerend vraagstuk hoeveel invloed inwoners kunnen of moeten hebben op het uiteindelijke besluit. We vroegen daarom hoe actief inwoners over het algemeen mee willen doen wanneer het gaat om de plannen die de gemeente maakt. Vinden ze het over het algemeen voldoende om te weten wat er gebeurt als de gemeente een plan maakt, of willen ze ook liever ideeën of suggesties geven, meepraten over verschillende oplossingen of samen met de gemeente een advies geven of besluiten nemen. Meedoen in de straat, buurt, wijk of gemeente Inwoners konden aangeven hoe ze denken over meedoen als het gaat om de eigen straat, buurt, wijk of gemeente. Bij plannen op straatniveau gaat het bijvoorbeeld om laadpalen plaatsen, een oprit aanpassen of een kleinschalige dagopvang. Op buurtniveau kan het gaan over parkeerdruk, samen energie besparen of een buurtpreventiegroep. Wijkniveau kan gaan over een wijkcentrum, activiteiten voor de jeugd of kantoorpanden naar woningen omzetten. Op gemeenteniveau kan het gaan over plannen die heel Leusden raken, zoals natuurbeleid, bezuinigingen op voorzieningen of duurzame energie.

Een kleine groep wil intensief betrokken zijn Van de 209 mensen die meededen aan het onderzoek geeft een relatief kleine groep (5-9%) aan dat ze bij alle soorten onderwerpen zeer actief betrokken willen zijn. Het grootste aantal wil iets minder actief of zelfs liever passief betrokken zijn. Een groep tussen de 32% en 40% vindt het voldoende om te weten wat er gebeurt. Bij plannen voor de directe leefomgeving (straat of buurt) hebben mensen meer behoefte om actief betrokken te zijn (47-48%). Als het gaat om gemeentebrede plannen geeft 60% de voorkeur aan passiever betrokken te zijn.

3 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Vertrouwen in gemeente belangrijke voorwaarde 70% wil meedenken als ze vertrouwen hebben dat de gemeente hun inbreng meeneemt. Persoonlijk bij het onderwerp betrokken zijn speelt ook een rol. Zo wil 69% graag meedoen wanneer het onderwerp hen aanspreekt en 59% als ze meer van het onderwerp af weten. Direct belang bij een onderwerp is voor 49% reden om mee te doen. Opvallend is dat jongere inwoners vaker meedoen wanneer een onderwerp hen persoonlijk raakt. Inwoners willen het meest meedenken over thema’s als veiligheid en leefbaarheid (67%), verkeer en bereikbaarheid (63%), wonen en bouwen (57%) en zorg en welzijn (53%). Jongere inwoners hebben meer interesse in het meedenken over groen en speelplekken. Enkele keren per jaar en laagdrempelig Inwoners hebben duidelijke voorkeuren als het gaat om participatie. Online enquêtes zijn veruit favoriet (90%), gevolgd door bijeenkomsten in de buurt (53%) en in het gemeentehuis (52%). Werkgroepen (33%) en videogesprekken (17%) zijn minder populair. Qua frequentie wil ruim de helft (52%) wel elk kwartaal meedenken over belangrijke onderwerpen, terwijl een kwart (25%) maandelijks wil participeren. Een groep van 18% heeft geen uitgesproken mening over hoe vaak ze mee zouden willen doen met participatie. Ruimte voor verbetering Gemiddeld geven inwoners participatie een 5,6 en geeft 55% een voldoende.

Over het algemeen willen inwoners graag een bijdrage leveren aan beter beleid en betere plannen voor de gemeente. De meerderheid (74%) vindt dat de gemeente geen plannen kan maken zonder met inwoners te praten. Ruim de helft (58%) vindt dat participatie plannen en beleid beter maken. Er is ook ontevredenheid over hoe het nu gaat. Zo vindt 46% dat ze onvoldoende worden betrokken en 42% voelt zich niet altijd tijdig geraadpleegd. Tegenover deze grote groep staat een even grote groep (40-44%) die geen uitgesproken mening heeft en neutraal tot positief staat ten opzichte van het participatiebeleid. Waarom participatie nu onvoldoende scoort Uit de open antwoorden blijkt waarom inwoners kritisch zijn over participatie. Veel respondenten voelen zich laat betrokken. "Vaak liggen de plannen al vast - al wordt dat niet gezegd," schrijft een inwoner. Anderen ervaren participatie als "windowdressing" of een "afvinkzaak" waarbij de gemeente vooral laat zien dat inwoners hebben meegepraat, maar er weinig mee doet. Ook de communicatie wordt als knelpunt ervaren. Meerdere inwoners melden dat de Leusder Krant niet overal wordt bezorgd, waardoor belangrijke informatie hen niet bereikt. Er is behoefte aan meer proactieve communicatie, zoals een gemeenteblad of nieuwsbrief. Positieve ontwikkelingen en kansen Er zijn ook inwoners die positieve ontwikkelingen zien.

Het recent opgerichte inwonerspanel en de enquête over gemeentefinanciën worden genoemd als goede stappen. "De eerste stappen worden gezet in de goede richting," merkt een deelnemer op. Informatieavonden bij grote projecten worden gewaardeerd, en enkele inwoners noemen specifieke projecten waar de communicatie goed verliep, zoals bij De Bron en Stijgbeugel: "Voorlichting, open avonden en schriftelijke voortgang dragen bij aan een open communicatie." Inwoners willen graag een bijdrage leveren aan hun gemeente en buurten. Ze benadrukken dat hun lokale kennis waardevol is: "Inwoners kennen de directe omgeving het beste en kunnen daarover input geven." 4 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Samen werken aan betere participatie Zowel positieve als negatieve reacties laten zien hoe belangrijk inwoners verbinden, betrekken, uitleggen, helpen en leren vinden. Inwoners missen echte verbinding, waarbij je tijdig wordt betrokken bij plannen. Ze willen duidelijke uitleg over hun invloed en horen wat er met input gebeurt. Wanneer de gemeente wél volgens de vijf principes werkt wordt dit gewaardeerd. Beter verbinden door vroeger samen te komen, breder betrekken via verschillende kanalen, duidelijker uitleggen wat kaders zijn, praktisch ondersteunen en samen leren door goede terugkoppeling. Daarbij is het belangrijk om te onthouden dat de mate van betrokkenheid per persoon verschilt en afhankelijk is van het onderwerp, maar dat iedereen de kans wil krijgen om mee te doen aan het participatieproces. Inwoners van Leusden geven participatie een krappe voldoende (5,6). Dit geeft aan dat er ruimte is voor verbetering. De meeste inwoners willen betrokken worden bij plannen, maar de mate waarin verschilt per persoon en per onderwerp. Vooral bij projecten die de directe leefomgeving raken is de betrokkenheid groter. Vertrouwen in de gemeente is een cruciale voorwaarde voor participatie, net als duidelijkheid over wat er met inbreng gebeurt. Inwoners willen tijdig betrokken worden en vragen open communicatie en concrete feedback.

Online enquêtes en bijeenkomsten in de buurt zijn de meest gewaardeerde participatievormen. Door deze inzichten consequent toe te passen in het nieuwe participatiebeleid, kan het rapportcijfer de komende jaren omhoog worden gebracht.

3. Wijkverenigingen: signaleren, initiëren en faciliteren Begin maart 2025 spraken we tijdens het eerste collectieve wijkvereniging overleg met vertegenwoordigers van zes wijkverenigingen over het participatiebeleid van de gemeente. Leusden heeft een actief netwerk van wijkverenigingen die een belangrijke rol spelen in de gemeenschap en bijdragen aan de leefbaarheid van hun omgeving. Iedere vereniging heeft een eigen profiel, dat past bij wat de wijk nodig heeft. Sommigen richten zich vooral op sociale samenhang, anderen besteden ook aandacht aan duurzaamheid en energiebesparing, bewonersinitiatieven of het behartigen van wijkbelangen. Voorzichtig met formele verantwoordelijkheid Tien tot vijftien jaar geleden werd er in de gemeente Leusden gewerkt met een meer officiële vorm van wijkbetrokkenheid. Er was een dorpsraad met een officiële adviesfunctie bij beleidskwesties. Een Rekenkameronderzoek uit 2014 gaf aan dat de praktische uitvoering vaak afweek van het beleid op papier en dat spelregels niet altijd duidelijk waren, waardoor er onduidelijkheid bestond over de rollen. Hoewel het onderzoek inmiddels tien jaar oud is, geven de wijkverenigingen aan dat de conclusies nog steeds actueel zijn. Wijkverenigingen zien zichzelf nu vooral als vrijwilligersorganisaties die ontstaan zijn vanuit de wijkbewoners zelf, en niet als verlengstuk van de gemeente.

Hun hoofddoel is het bevorderen van onderling contact tussen wijkbewoners. 5 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Een beperkte rol binnen participatie Wijkverenigingen willen over het algemeen niet verantwoordelijk zijn voor het uitdragen van informatie van de gemeente. Daarvoor bestaan immers ook andere kanalen, zoals de krant, de website of de radio. De wijkverenigingen kiezen voor een beperkte rol die zich richt op drie kerntaken: signaleren, initiëren en faciliteren. Ze willen niet de formele intermediair zijn tussen gemeente en inwoners zoals vroeger bij de wijkraden. In plaats daarvan zien ze zich als verbinders die enthousiaste bewoners kunnen samenbrengen rond gemeenschappelijke belangen. Ieder participatietype een andere rol Tijdens de gesprekken werd gesproken over de indeling van participatietypes van A t/m E, die gebaseerd is op de impact van projecten of besluiten. Wijkverenigingen zien voor zichzelf verschillende rollen, afhankelijk van het impacttype: 

Type A (Minimale impact): Bij kleinschalige zaken zoals een losse stoeptegel zien wijkverenigingen voor zichzelf vooral een signalerende functie. De huidige kanalen zoals de BuitenBeter-app voldoen hiervoor. Type B (Beperkte impact): Bij zaken zoals een speeltoestel vervangen of een laadpaal plaatsen, willen wijkverenigingen naast signaleren ook verbinding leggen met de direct betrokken bewoners. Ze vragen om een formulier waarop wensen geuit kunnen worden en een loket waar verzamelde wensen ingeleverd kunnen worden. Type C (Behoorlijke impact): Bij projecten zoals verkeersveiligheid in een buurt of een buurttuin, zien wijkverenigingen een faciliterende rol bij bijeenkomsten van betrokken burgers. Hiervoor is wel ambtelijke ondersteuning gewenst. Typen D (Grotere impact): Bij thema's zoals de toekomst van een wijkcentrum willen wijkverenigingen een bredere rol in signaleren, initiëren én faciliteren. Ook hier is ambtelijke ondersteuning belangrijk. Type E (Gemeentebrede impact): Bij grote thema's zoals bezuinigingen, opvang vluchtelingen of natuurbeleid, zien wijkverenigingen voor zichzelf vooral een rol in het verspreiden van informatie.

De kloof tussen theorie en praktijk Eén van de wijkverenigingen gaf met een vooraf ingestuurd document “Participatie in de praktijk” een voorbeeld van ervaringen in de praktijk met het participatiebeleid van de gemeente. De casus Tabakssteeg Zuid werd genoemd als een voorbeeld waarbij bewoners officieel werden meegenomen in de besluitvorming, maar veel keuzes toch een 'black box' bleven. Dit leidde tot frustratie en een gevoel van schijnparticipatie. De wijkverenigingen zijn kritisch over trajecten waarbij veel beslissingen al in een vroeg stadium vastliggen, waardoor inspraak vooral als formaliteit wordt ervaren. Daarnaast is communicatie over de daadwerkelijke invloed vaak onduidelijk, wat leidt tot verkeerde verwachtingen en worden complexe en technische vraagstukken niet toegankelijk gemaakt voor bewoners. Tenslotte wordt onvoldoende teruggekoppeld wat er met input gebeurt. Verschillen tussen wijkverenigingen Uit de reactie van de genoemde wijkvereniging komt ook naar voren dat wijkverenigingen onderling een verschillende kijk kunnen hebben op de rol van de vereniging bij gemeentelijke participatieprocessen. Zo ziet een wijkvereniging (die ook het participatiemodel van Antonie 6 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

van Nistelrooij noemt als inspiratiebron) verschillende mogelijke rollen voor de vereniging bij het helpen verbeteren van de participatie. Van het vroegtijdig informeren en mobiliseren van bewoners, fungeren als aanspreekpunt voor de gemeente, kennis bundelen, voortgang monitoren, signaleren, evalueren en bijsturen. De wijkvereniging ziet in een meer expliciete rol een manier om vertrouwen en continuïteit in de samenwerking tussen gemeente en bewoners te vergroten. Reacties op de vijf uitgangspunten voor participatie 1. We verbinden Wijkverenigingen zien zichzelf als verbinders en vullen die rol op hun eigen manier in. Ze willen niet 'vinden' maar 'verbinden'. De wijkverenigingen willen geen standpunten innemen over politieke kwesties, maar bewoners met gedeelde belangen bij elkaar brengen. Zoals een deelnemer het verwoordde: "En als je iets kan bijdragen aan de verbinding, dan helpt het. Maar als je wat gaat vinden, dan raak je elkaar kwijt." 2. We betrekken Wijkverenigingen ervaren dat inwoners vaak te laat worden betrokken bij plannen. Ze wijzen op voorbeelden waarbij participatie als "schijninspraak" werd ervaren, zoals bij de Beaufortweg waar ondanks inspraakrondes toch werd gekozen voor klinkers terwijl bewoners daar unaniem tegen waren. Ze pleiten voor duidelijke "agendering" waarbij vooraf helder is wat de speelruimte is. 3.

We leggen uit Uit de gesprekken blijkt dat verwachtingsmanagement essentieel is. Wijkverenigingen wijzen op het belang van duidelijkheid vooraf over welke invloed inwoners daadwerkelijk hebben. Ze zijn kritisch over trajecten waarbij de gemeente niet transparant is over beperkingen zoals budget of wettelijke kaders. Dit zorgt voor teleurstelling wanneer plannen niet worden uitgevoerd, zoals bij het Maximaplein in Leusden-Zuid. 4. We helpen Wijkverenigingen zien voor zichzelf een faciliterende rol bij kleine en middelgrote projecten in de wijk (categorie A en B). Ze kunnen helpen door bewonersinitiatieven te ondersteunen, zoals gebeurde bij een beweegplek in Achterveld. Ze pleiten voor praktische ondersteuning vanuit de gemeente, zoals een ambtenaar die een dagdeel per week kan meedenken over een bewonersinitiatief. 5. We leren Wijkverenigingen wijzen op een kloof tussen participatietheorie en praktijk. Ze verwijzen naar een rekenkameronderzoek uit 2014 dat nog steeds actueel is. Ze pleiten voor betere terugkoppeling over wat er met input gebeurt. Leren uit het verleden Tijdens het gesprek met de wijkverenigingen wordt als positief voorbeeld genoemd hoe de buurthuiskamer en beweegtuin in Achterveld zijn gerealiseerd. Hier was sprake van echte betrokkenheid, met een ambtenaar die een dagdeel per week beschikbaar was om mee te denken over het bewonersinitiatief.

Dit soort ondersteuning maakt het verschil tussen gefrustreerde participatie en succesvol samenwerken. 7 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Wijkverenigingen zien voor zichzelf een duidelijke maar beperkte rol in het participatieproces, die gericht is op drie kernfuncties: signaleren, initiëren en faciliteren. Ze willen niet fungeren als formele schakel tussen gemeente en inwoners, zoals dat vroeger bij wijkraden gebeurde. Hun betrokkenheid verschilt per impactniveau van projecten, waarbij hun rol intensiever is bij buurt- en wijkgerelateerde kwesties. Wijkverenigingen benadrukken dat het belangrijk is om zo vroeg mogelijk betrokken te zijn, realistische verwachtingen te hebben en concrete ondersteuning te geven. De gemeente kan wijkverenigingen inzetten als waardevolle partners die kunnen helpen bij het bereiken en verbinden van bewoners, zonder formele verantwoordelijkheden op te leggen die niet passen bij het vrijwillige karakter van de organisatie.

8 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

4. Maatschappelijke organisaties: waardevolle partners In januari en februari 2025 hebben we maatschappelijke organisaties in Leusden gevraagd naar hun ervaringen met participatie. Deze organisaties vervullen een belangrijke rol in het sociale en maatschappelijke leven in Leusden en werken vaak samen met de gemeente. Via een vragenlijst deelden zij hun positieve en negatieve ervaringen, en gaven aan hoe zij de samenwerking met de gemeente ervaren. In hun reacties geven de organisaties een bredere reactie dan alleen op burgerparticipatie. We hebben deze reacties wel een plek gegeven in dit verslag omdat ze laten zien hoe waardevol het maatschappelijk middenveld is als (gespreks)partner bij het begrijpen van verschillende maatschappelijke vraagstukken. Ondersteuning bij opvoeding en ouderschap Een organisatie die zich richt op gezinsondersteuning en informeel vrijwilligerswerk, waardeert de openheid van de gemeente voor het delen van signalen, zoals over relatieproblemen bij ouderschap, waarna concrete acties zijn ondernomen. Ze ervaren goede samenwerking via gemeentelijke platformen en projecten die gericht zijn op een kansrijke start voor kinderen. Minder goed gaat het werven van vrijwilligers; de bestaande vacaturebank functioneert niet optimaal. Ook had een opvoedworkshop in een wijkgebouw meer ondersteuning kunnen gebruiken.

De organisatie ziet de inspraakavonden en online overleggen als waardevolle platforms en waardeert dat de gemeente informele zorg serieus neemt en het beleidskader rond opvoeding en opgroeien heeft aangepast op basis van hun input. Kennisoverdracht en vrijwilligerswerk Een organisatie die zich richt op het delen van kennis en het ondersteunen van vrijwilligers ervaart het overleg met ambtenaren als prettig en to-the-point. Ze waarderen dat ambtenaren goed luisteren, betrokken zijn bij hun onderwerp en het belang inzien van de continuïteit van activiteiten. Ze noemen geen negatieve ervaringen. Van de gemeente verwachten ze vooral ondersteuning voor de continuïteit van hun activiteiten, tijdige waarschuwing bij mogelijke problemen en erkenning voor vrijwilligers. De organisatie waardeert het directe contact met betrokken ambtenaren, wat volgens hen miscommunicatie voorkomt. Ontmoetingsplekken en sociale samenhang Een organisatie die een ontmoetingsplek faciliteert voor inwoners wordt regelmatig uitgenodigd bij bijeenkomsten en heeft goede ervaringen met 1-op-1 gesprekken met beleidsadviseurs, waarbij kennis en ervaring goed gedeeld werden. Ze merken echter op, dat niet altijd gericht, organisaties worden uitgenodigd bij specifieke onderwerpen, en soms komen verzoeken te laat als een plan al vastligt.

Ze pleiten voor vroegtijdige betrokkenheid, duidelijke verwachtingen en gerichte uitnodigingen. De organisatie wil via bijeenkomsten, sessies en netwerkbijeenkomsten meepraten en verwacht terugkoppeling over wat er met hun input gebeurt. Seniorenactiviteiten en belangenbehartiging Een organisatie die zich inzet voor senioren organiseert dagtochten en benadrukt dat ze hiervoor geen gemeentelijke ondersteuning nodig hebben. Ze wijzen erop dat er altijd zaken zijn die niet goed gaan en dat inwoners soms door gemeentelijke beslissingen in de problemen komen. Hun aanbeveling is om beter met inwoners te communiceren. 9 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Over participatie geven ze aan dat ze al meedenken en meepraten. Ze vinden vooral dat de gemeente goed moet luisteren. Hun bijdrage aan het participatiebeleid is beknopt en pragmatisch. Ondersteuning voor kwetsbare groepen Een organisatie die wensen en behoeften van inwoners met een hulpvraag inventariseert, heeft goede ervaringen met hun betrokkenheid bij projecten rondom energiearmoede. Wel geven ze aan dat ze graag eerder betrokken waren geweest bij de plannen. De gemeentelijke besluitvorming verliep volgens hen te traag, waardoor middelen te laat beschikbaar kwamen en inwoners niet optimaal konden profiteren van energiebesparingsmaatregelen in de winter. De organisatie pleit voor meer erkenning van de cruciale rol van vrijwilligers in de gemeente en vraagt om ondersteuning waar nodig. Ze willen graag meepraten over thema’s zoals vrijwilligerswerk en sociale voorzieningen. Duurzaamheid en milieueducatie Een organisatie die zich richt op duurzaamheid en natuurbehoud heeft veel positieve ervaringen met participatie op dit gebied. Ze geven invulling aan gemeentelijke duurzaamheidsfondsen, ondersteunen buurtinitiatieven voor de energietransitie en stimuleren bewoners om hun tuinen te vergroenen. Hun kritiek is dat plannen soms verzanden, zoals bij een jeugdgericht participatieproject, waar ideeën niet werden uitgevoerd.

Ook zien ze dat ambtenaren vanuit hun eigen beleidsveld en budget denken, waardoor projecten stagneren. Ze pleiten voor een duidelijke, overkoepelende aanpak, zodat uitgangspunten helder zijn en participatie niet afhankelijk is van individueel enthousiasme of losse initiatieven. Overeenkomsten rond de vijf hoofdthema's 1. We verbinden Alle organisaties benadrukken het belang van goede verbindingen met de gemeente en tussen verschillende belanghebbenden. De organisaties zien zichzelf als waardevolle partners die veel kennis en expertise in de praktijk opdoen. Ze waarderen rechtstreeks contact met ambtenaren en beleidsadviseurs, maar merken op dat deze verbinding nog beter kan door organisaties tijdig bij plannen te betrekken. 2. We betrekken Vroegtijdig betrokken worden is een terugkerend thema: veel organisaties melden dat ze graag eerder in het proces worden geraadpleegd, vóórdat de plannen al vastliggen. Zo geeft een organisatie die zich richt op hulpverlening aan kwetsbare groepen, aan dat ze eerder hadden willen meedenken over energiearmoedeprojecten. Ook een organisatie die een ontmoetingsplek faciliteert, benadrukt het belang van gerichte uitnodigingen aan relevante organisaties in een vroeg stadium. 3. We leggen uit Meerdere organisaties benadrukken het belang van duidelijke communicatie over wat er verwacht wordt en wat de kaders zijn.

Een milieuorganisatie pleit voor helder beleid, zodat organisaties weten waarbinnen geparticipeerd kan worden. Ook duidelijkheid over verwachtingen en over wat er met inbreng gebeurt, wordt vaak genoemd. Transparantie over beperkingen en mogelijkheden vooraf lijkt essentieel. 10 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

4. We helpen De organisaties zien de gemeente als partner en ondersteuner van hun initiatieven. Dit betekent concreet: financiële ondersteuning waar nodig (subsidies, fondsen), praktische ondersteuning bij activiteiten en erkenning van de waarde van vrijwilligerswerk. Zowel kennisorganisaties als vrijwilligersnetwerken benadrukken dat de gemeente hen moet helpen bij de continuïteit van hun activiteiten en de waarde van vrijwilligers moet erkennen. 5. We leren Terugkoppeling over wat er met input gebeurt, komt in verschillende reacties terug. Organisaties willen graag weten welke impact hun bijdrage heeft en wat ermee gedaan wordt. Daarmee kan lering getrokken worden uit zowel succesvolle als minder succesvolle trajecten. Een organisatie die werkt aan duurzaamheid wijst erop dat participatie nu vaak afhangt van persoonlijk enthousiasme, terwijl een systematische aanpak met heldere structuren en evaluatie effectiever zou zijn. Maatschappelijke organisaties zijn een onmisbare schakel voor de participatie in Leusden. Ze waarderen de directe contacten met ambtenaren en beleidsadviseurs, maar ervaren dat ze nog te vaak te laat worden betrokken bij planvorming. Ze willen eerder en gerichter uitgenodigd worden en vragen om duidelijkheid als het om verwachtingen gaat en concrete feedback over wat er met input gebeurt.

Organisaties zien zichzelf als waardevolle kennispartners die vanuit de praktijk kunnen meedenken over beleid.

11 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

5. Fracties: fundamentele overeenkomsten en verschillen In december 2024 en januari 2025 spraken we met fracties uit de gemeenteraad van Leusden en vroegen we naar hun visie op participatie als proces. Alle fracties erkennen het belang van participatie, maar leggen verschillende accenten. Waar sommigen participatie vooral zien als een manier om de representatieve democratie aan te vullen, pleiten anderen juist voor meer directe burgerbetrokkenheid. Hoewel de visies uiteenlopen, is er brede consensus over de kernprincipes van participatie: verbinden, betrekken, uitleggen, helpen en leren. Participatie met verschillende accenten Binnen de raad wordt verschillend gedacht over de rol en vorm van participatie. Sommige fracties benadrukken het belang van een gestructureerde aanpak. Zo is vooraf duidelijk wat voor type participatie wordt ingezet, wat weer zorgt voor realistische verwachtingen. Voor deze groep is participatie vooral een middel om inwoners te informeren en advies te vragen. Het is belangrijk om te begrijpen dat besluiten niet altijd volledig kunnen worden afgestemd op de voorkeuren van inwoners. Persoonlijk en vroeg betrekken in het gesprek Andere fracties leggen er juist de nadruk dat persoonlijke benadering belangrijk is, net als vroeg betrokken worden.

Ze pleiten voor participatie op laagdrempelige locaties en wijzen erop dat algemene oproepen vaak slechts een klein deel van de bevolking bereiken. Zij zien participatie als méér dan een procedure en willen dat inwoners structureel invloed hebben, vooral bij ingrijpende besluiten. Een punt dat deze fracties met elkaar delen is dat vertrouwen in het proces minstens zo belangrijk is als de uiteindelijke uitkomst. Daarom is het belangrijk om open te zijn over keuzes en duidelijk te communiceren. Niet vrijblijvend inspreken maar doeltreffend inzetten Andere fracties wijzen er juist op hoe belangrijk het is om participatie pragmatisch te benaderen. Participatie moet doeltreffend zijn en niet verzanden in vrijblijvende inspraak. Zij vinden dat inwoners die maximale invloed willen, zich ook politiek actief kunnen opstellen. Het woord 'participatie' wordt door hen kritisch bekeken, omdat het uiteenlopende verwachtingen kan scheppen. Participatie is er voor iedereen Sommige fracties wijzen specifiek op het belang van toegankelijkheid: participatie moet begrijpelijk en inclusief zijn. Zij benadrukken het belang van heldere taal, een mix van bevolkingsgroepen en het wegnemen van drempels voor deelname. Zij zien het als een uitdaging om niet alleen de mondige burgers te bereiken, maar ook inwoners die minder snel geneigd zijn deel te nemen aan beleidsvorming.

Geslaagde en minder geslaagde voorbeelden Verschillende praktijkvoorbeelden worden genoemd als illustratie van geslaagde en minder geslaagde participatieprocessen. Positieve ervaringen zijn te vinden bij bepaalde inspraaktrajecten waarbij inwoners tijdig en serieus betrokken werden, terwijl andere processen juist werden ervaren als ‘schijnparticipatie’, waarbij belangrijke beslissingen al vastlagen voordat inwoners konden meepraten.

12 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Kijk op de vijf hoofdthema’s rond participatie 1. We verbinden Alle fracties zien participatie als een aanvulling op de gemeentelijke democratie, niet als een vervanging. Wel verschillen de opvattingen over hoe de balans tussen de raad en de samenleving moet worden ingevuld. Sommige fracties hechten sterk aan de formele rol van de raad als kaderstellend orgaan, terwijl anderen meer ruimte willen voor directe inwonersbetrokkenheid. Overkoepelend is er brede erkenning voor de waarde van kennis en expertise die in de samenleving aanwezig is. 2. We betrekken Alle fracties vinden dat inwoners breed betrokken moeten worden. Ze denken wel verschillend over de methodes die je daarvoor in kunt zetten. Sommige fracties zijn enthousiast over inwonerpanels en straatgesprekken, anderen zien meer in een mix van traditionele en digitale communicatiemiddelen. Er is consensus dat participatie vaak dezelfde groep actieve bewoners bereikt en dat er manieren gevonden moeten worden om een bredere en meer diverse groep inwoners te betrekken. 3. We leggen uit Vrijwel alle fracties benadrukken het belang van verwachtingsmanagement: vooraf duidelijk maken wat het doel van participatie is en welke invloed inwoners daadwerkelijk hebben. Er is brede overeenstemming dat participatie niet betekent dat inwoners automatisch hun zin krijgen, maar dat het proces transparant en navolgbaar moet zijn.

Eenvoudige en begrijpelijke communicatie wordt door alle fracties als essentieel genoemd. 4. We helpen De fracties erkennen dat goede participatie tijd en middelen kost. Over de beste manier om dit te organiseren, lopen de meningen uiteen. Sommigen pleiten voor vaste participatiemedewerkers, terwijl anderen liever werken met gestandaardiseerde procedures. Er wordt aandacht gevraagd voor wederkerigheid: participatie is niet alleen een recht, maar vraagt ook om een actieve houding van inwoners. 5. We leren Alle fracties wijzen op het belang van evaluatie en reflectie. Er wordt gerefereerd aan concrete voorbeelden uit de praktijk, waarbij lessen zijn getrokken over wat goed werkte en wat beter kon. Er is breed draagvlak voor een systematische aanpak waarin succesvolle en minder geslaagde participatietrajecten worden geëvalueerd om te leren en te verbeteren.

De fracties hebben verschillende opvattingen over de balans tussen representatieve democratie en directe participatie. Tegelijkertijd zijn ze het met elkaar eens over de basisprincipes van het nieuwe participatiebeleid. Er is breed draagvlak voor dat je vooraf helder moet zijn over wat mensen kunnen verwachten, dat mensen vroegtijdig betrokken moeten worden en dat er goed gecommuniceerd wordt. De fracties benadrukken dat participatie niet betekent dat inwoners altijd hun zin krijgen. De processen moeten transparant en navolgbaar zijn. 13 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Fracties geven aan dat we kunnen leren van ervaringen met eerdere participatietrajecten. Overigens geven de fracties daarbij verschillende voorbeelden van wat geslaagde of minder geslaagde participatietrajecten zijn geweest. Participatie kan een verbindend element bieden tussen de verschillende politieke visies, als er maar duidelijke kaders vooraf worden gegeven, er begrijpelijke taal wordt gesproken, er wordt toegewerkt naar inclusie en er systematische evaluatie plaatsvindt. Zo kun je als gemeente blijven leren.

14 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

6. College en ambtenaren: het hoort bij het werk In het najaar van 2024 gingen 26 ambtenaren, beleidsmakers, bestuurders en projectleiders met elkaar in gesprek over participatie. Ze spraken over hun eigen ervaringen, de uitdagingen en de verwachtingen rondom participatie binnen de gemeente Leusden. Voor de meesten is participatie een vast onderdeel van hun dagelijks werk. Toch verschilt de manier waarop participatie wordt gebruikt en ingevuld sterk per functie en beleidsterrein. In deze samenvatting brengen we de belangrijkste inzichten samen: wat gaat goed, waar liggen knelpunten en welke verwachtingen heeft men rondom participatie? Hoe heb je in je werk met participatie te maken? Participatie speelt een belangrijke rol in verschillende gemeentelijke werkvelden, zoals het sociaal domein, ruimtelijke ontwikkeling en beleidsvorming. Medewerkers betrekken inwoners bij projecten zoals het renoveren van speelplekken, groenvoorzieningen onderhouden en de energietransitie. Daarnaast werken ze samen met bedrijven en organisaties aan gedeelde vraagstukken, zoals bijvoorbeeld de verduurzaming van bedrijventerreinen. De geïnterviewden zien participatie als structureel onderdeel van hun werk, maar hoe het er in de praktijk uitziet verschilt per vakgebied.

Met de komst van de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau moet de gemeente toewerken naar duidelijker beleid, met eenduidige kaders. Heb je goede ervaringen met participatie, hoe kwam dat? Goede participatie ontstaat wanneer de verwachtingen vanaf het begin helder zijn. Inwoners en belanghebbenden weten dan welke invloed ze hebben en hoe hun inbreng wordt verwerkt. Succesvolle voorbeelden zijn initiatieven waarbij inwoners een actieve rol spelen in hun eigen leefomgeving, zoals speelplekken en groenbeheer. Ook in het sociaal domein werken adviesteams van ervaringsdeskundigen goed. Projecten waarbij belangentegenstellingen worden overbrugd door een kleine groep trekkers, verlopen vaak succesvol. Transparante communicatie, professionele begeleiding en gespreksleiders helpen om participatie in goede banen te leiden. Een lopend en constructief contact met belanghebbenden, zoals via wijkverenigingen of bedrijvenorganisaties, helpt ook. Heb je minder goede ervaringen, hoe kwam dat? Minder goede ervaringen ontstaan vaak door onrealistische verwachtingen en gebrek aan transparantie. Wanneer inwoners denken dat ze beslissingsbevoegdheid hebben, terwijl de kaders al vastliggen, leidt dat tot wantrouwen en teleurstelling. Ook blijkt dat participatie zonder duidelijke opzet of zonder voldoende capaciteit tijdrovend en ineffectief kan zijn.

Andere knelpunten zijn de overheersing van discussies door een kleine, luidruchtige groep en het gebrek aan representativiteit – vaak doen alleen de ‘usual suspects’ mee. Daarnaast zien medewerkers participatiemoeheid optreden bij zowel inwoners als bedrijven, omdat er vaak om input wordt gevraagd zonder duidelijke opvolging of concrete resultaten. Wat verwacht je van de gemeente Leusden als het gaat om participatie? Er is behoefte aan een duidelijk en praktisch participatiekader dat houvast biedt voor zowel medewerkers als inwoners. Dit moet afwegingscriteria bevatten die helpen bepalen welke participatievorm bij welk onderwerp past en hoe diep participatie zou moeten gaan. Het kader moet voorkomen dat iedere afdeling zijn eigen aanpak hanteert en moet een realistische insteek hebben die past bij de beschikbare capaciteit. Er moet transparantie zijn over wat er met de inbreng gebeurt en een eenduidige communicatie. Dit helpt om een 15 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

vertrouwensband op te bouwen met inwoners. Participatie moet proportioneel zijn: niet elk thema vraagt om een uitgebreid traject. Wat wil je nog kwijt? Participatie moet geen doel op zich zijn, maar een middel om het vertrouwen tussen gemeente en inwoners te versterken. Het is belangrijk om vooraf realistisch te zijn over wat haalbaar is en om te voorkomen dat verwachtingen worden gewekt die niet waargemaakt kunnen worden. Wijkverenigingen en belangengroepen kunnen een belangrijke brugfunctie vervullen tussen gemeente en inwoners. Terugkoppeling is cruciaal: participatietrajecten hebben alleen zin als inwoners begrijpen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Tot slot is er aandacht nodig voor participatiemoeheid, zowel bij inwoners als medewerkers. Niet elk vraagstuk vraagt om participatie, en als het wordt ingezet, moet het zorgvuldig en effectief gebeuren. Ervaringen en inzichten verwerken De gesprekken met 26 ambtenaren, beleidsmakers, bestuurders en projectleiders hebben geholpen om een startpunt te vinden voor het werk aan een nieuw participatiebeleid voor de gemeente Leusden. Uit de dialogen komen vijf prioriteiten naar voren die de kern van het toekomstige beleid moeten vormen: verwachtingsmanagement, duidelijke kaders, efficiënte en praktische werkwijzen, vroegtijdige betrokkenheid en ruimte voor maatwerk.

Deze elementen hebben in de hiërarchie van prioriteiten de hoogste score gekregen en worden daarom als essentiële bouwstenen voor het participatiebeleid beschouwd.

16 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

Verbinden, betrekken, uitleggen, helpen en leren Uit de gesprekken met de 26 ambtenaren, beleidsmakers, bestuurders en projectleiders komen verschillende onderwerpen naar voren. Hun praktijkervaringen laten zien wat werkt en wat niet, en waar behoefte aan is binnen de organisatie. Deze inzichten zijn op verschillende manieren verwerkt in het nieuwe beleid en hebben een plek gekregen in de vijf thema's (verbinden, betrekken, uitleggen, helpen en leren) die centraal staan in het nieuwe participatiebeleid. Het zijn thema’s die in alle gesprekken meerdere keren genoemd worden. Standaardisatie waar het kan, maatwerk waar het moet Een veelgehoorde wens was de behoefte aan meer standaardisatie en houvast bij participatie, waarbij het tegelijkertijd mogelijk blijft om maatwerk te leveren. Het nieuwe beleid moet een helder stappenplan bieden voor verschillende soorten participatie, duidelijke keuzemomenten bieden en afwegingscriteria. Tegelijkertijd moet er ruimte zijn om aanpassingen te doen die passen bij de context van specifieke projecten of beleidsterreinen. Verwachtingsmanagement op één Uit alle gesprekken kwam naar voren dat goed verwachtingsmanagement cruciaal is. Dit thema staat daarom bovenaan in de prioriteitenlijst van het nieuwe beleid.

Er komt meer nadruk op het vooraf duidelijk maken van de kaders, het schetsen van realistische verwachtingen en het helder uitleggen wat er met input gebeurt. Zo voorkomen we teleurstelling en wantrouwen, zowel bij inwoners als bij medewerkers. Organisatie-inrichting De ambtenaren gaven aan dat participatie niet alleen om beleid gaat, maar ook om mensen en middelen. Er wordt gedacht aan een centrale participatieadviseur die collega's kan ondersteunen bij complexe participatietrajecten. Ook wordt participatie een vast onderdeel van projectplannen en komt er ruimte in de planning voor een gedegen participatieproces. Voor complexe participatieprocessen is externe begeleiding beschikbaar. Leren van successen én mislukkingen Het belang van evaluatie en reflectie werd vaak genoemd. In het nieuwe beleid is daarom een evaluatiemoment ingebouwd om ervaringen te delen en beleid aan te scherpen. Er wordt daarbij gekeken naar zowel de succesvolle als de minder geslaagde participatietrajecten. Van beide kun je immers leren. Door regelmatig casussen te bespreken kun je van en met elkaar leren. Zo kun je als lerende organisatie bouwen aan een betere betrekking met je inwoners. Realistisch ambitieniveau Een belangrijke les uit de gesprekken is dat we niet alles tegelijk moeten willen. "Ga voor de 7, niet voor de 10" was een veelgehoord advies.

In het nieuwe beleid kiezen we daarom voor een realistisch ambitieniveau dat past bij de beschikbare capaciteit. Hierbij is het raadzaam dat er jaarlijks een aantal sterprojecten worden aangewezen waar participatie extra aandacht krijgt. Zo kan de beschikbare capaciteit effectief worden ingezet en zichtbare resultaten worden geboekt. Ambtenaren, beleidsmakers en bestuurders zien participatie als vast onderdeel van hun werk. Tegelijkertijd verschilt de aanpak en effectiviteit sterk per vakgebied en project. Er is een grote behoefte aan een 1-duidige aanpak die ruimte laat voor maatwerk. Een ander 17 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

veelgenoemd begrip is verwachtingsmanagement, net als het nemen van genoeg tijd en het zorgen voor capaciteit. Participatie vraagt om een praktische ondersteuning. Daarbij kan het helpen om een centrale participatieadviseur te hebben, vaste procedures in projectplannen en evaluatiemomenten om van ervaringen te leren. Het belangrijkste is misschien nog wel om te kiezen voor een realistisch ambitieniveau met jaarlijkse sterprojecten. Door participatie niet als doel maar als middel te zien en om vertrouwen tussen gemeente en inwoners te versterken, wordt gewerkt aan effectievere en meer gedragen beleidsvorming.

18 Leusden Spreekt Gespreksverslag ‘Participatiebeleid 2025’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4074/documents/46094