CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Algemeen financieel beeld uit kadernota 2022.pdf

Uitwisseling 22 maart 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2: Toelichting op actuele financiële positie1.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3. Algemeen financieel beeld (Let op: betreft hoofdstuk 3 uit Kadernota 2022, data uit 2021) Inleiding In de kadernota 2021 is vorig jaar een hoofdstuk “algemeen financieel beeld” toegevoegd. De aanleiding hiervoor was het tekort op de algemene dienst in 2018 van € 1,6 miljoen en in 2019 € 2,7 miljoen. Bij de kadernota 2021 werd inzicht gegeven in met name het structureel financieel evenwicht, de tekorten die tussentijds incidenteel werden bijgeraamd en de ontwikkeling in het vreemd vermogen. In deze kadernota wordt dit beeld geactualiseerd en staat de vraag centraal “Hoe lang kan gemeente Leusden nog blijven steunen op haar reserves”. Terugblik De externe omstandigheden zijn erg gewijzigd. Meer taken, minder middelen. Weinig ruimte voor lokale ambities. Dat maakt besturen lastig, schept beperkingen en geeft onzekerheden. De financiële cijfers van de afgelopen jaren laten (mede daardoor) een minder financieel solide beeld zien dan we zouden willen. Beperkte stortingen in de reserves en forse onttrekkingen. Werkelijke structurele inkomsten en uitgaven blijken achteraf niet voldoende in evenwicht, ondanks een aanvankelijk sluitende begroting. De inkomsten vanuit het Rijk lijken steeds onvoorspelbaarder te worden. In deze omstandigheden is het logisch te steunen op reserves uit het verleden. Desondanks ontstaat wel de vraag wat huidige keuzes gaan betekenen voor de toekomst.

Ontwikkeling structureel evenwicht De laatste jaren is het steeds moeilijker om een financieel structureel evenwicht te vinden tussen de inkomsten en uitgaven in de exploitatie. Hierdoor is het nodig gebleken te steunen op de vrij beschikbare reserves. Wanneer we kijken naar de grepen in de vermogenspositie van de afgelopen jaren, zien we dat dit beeld wordt bevestigd in onderstaande grafiek. De afgelopen drie jaar hebben we de algemene reserve en de reserve sociaal domein moeten inzetten om tekorten te dekken. Tekorten die bij de voor- en najaarsnota tussentijds zijn bijgesteld.

Grafiek 5.1 Saldo begrotingsbijstellingen per jaar uit vrij beschikbare reserves.

Ontwikkeling vrij beschikbare reserves Het vrij besteedbare deel van het vermogen wordt gevormd door de algemene (risico) reserves. Deze reserves zijn niet bedoeld om toekomstige kosten in de exploitatie mee af te dekken, zoals de reserve kapitaalslasten of de voorziening IBOR. Onderstaand is de grafiek uit de vorige kadernota aangevuld met het jaar 2021 en een prognose tot en met 2024. Hierin zijn de resultaten uit de jaarrekening 2020, de voorjaarnota 2021 en het nieuw beleid in deze kadernota 2022 reeds verwerkt.

Grafiek 5.2 Verloop vrij beschikbare reserves.

We zien dat de algemene (risico)reserve in 2021 op niveau is gebracht om weer te voldoen aan de weerstandsratio van minimaal 1. Deze ophoging is ten koste gegaan van de algemene reserve toevoeging exploitatie. In deze reserve resteert vanaf 2023 nog een saldo van € 195.000. Deze reserve is vanaf 2019 verder gedaald door uitnames voor het CUP € 1,2 miljoen, de organisatieontwikkeling € 1,9 miljoen en om het weerstandsniveau te herstellen € 1,6 miljoen. In de algemene reserve flexibel deel resteert per 2024 nog een saldo van € 55.000. Hiermee hebben deze twee vrij beschikbare reserves nagenoeg geen saldo meer.

In onderstaande grafiek worden deze vijf reserves bij elkaar opgeteld. In het totaal van deze vijf reserves zitten meer middelen dan het benodigd weerstandsvermogen. Het benodigd weerstandsvermogen in deze grafiek is het deel voor de algemene dienst en het deel voor het grondbedrijf. Het verschil per 2024 is € 1,7 miljoen. Dit bedrag kan gezien worden als vrij beschikbare middelen binnen de algemene risicoreserves om toekomstige onvoorspelbare tekorten mee op te vangen of incidentele begrotingsposten incidenteel te bekostigen.

Grafiek 5.3 Prognose saldo vrij beschikbare reserves per 2024.

Ontwikkeling liquide middelen en leningen Door de inzet van reserves om investeringen of tekorten in de exploitatie mee te voldoen ontstaat er een financieringsvraagstuk. Er zijn liquide middelen nodig om de investering of andere verplichtingen te kunnen betalen. Hierdoor neemt de liquiditeitspositie in eerste instantie af en ontstaat er op een zeker moment meer behoefte aan vreemd vermogen. Onderstaande grafiek geeft deze beweging weer. Vooralsnog betreft het huidige vreemd vermogen in beginsel projectinvesteringen in vastgoed, waar een waarde van het vastgoed op de balans tegenover staat. Hierdoor verandert de vermogenspositie niet direct. Echter er is ook sprake van het financieren van tekorten in de exploitatie. Hierdoor neemt het eigen vermogen wel af. Hier staan immers geen waarden tegenover op de balans. Voor Leusden betekent dit een kentering in haar financiële huishouding. Met andere woorden: als de begrotingen en jaarrekening meer structureel sluitend zouden zijn betekent dit ook, dat minder aantrekken van vreemd vermogen nodig is en minder afname van het eigen vermogen en de reserves. Medio 2021 wordt een nieuwe lening aangetrokken van € 6.350.000. In 2020 is de liquiditeit positief beïnvloed door de inkomsten uit het grondbedrijf en de compensatiemiddelen Corona. Dit is verwerkt in onderstaande grafiek.

Grafiek 5.4 Verloop liquide middelen en leningen

Ontwikkeling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de algemene risicoreserve basisdeel. Weerstandsvermogen is nodig om risico’s op te vangen. De risico’s worden gekwantificeerd in een benodigd weerstandsvermogen. De verhouding tussen deze twee is de weerstandsratio. In onderstaande grafiek geven we de ontwikkeling van de weerstandsratio weer.

Grafiek 5.5 Verloop van het weerstandsvermogen en weerstandsratio

We zien vanaf 2015 dat de weerstandsratio onder de norm van 1 komt. Dit werd enerzijds veroorzaakt door het lagere weerstandsvermogen, maar anderzijds ook door de stijgende risico’s c.q. de omzet van onze begroting. In 2020 is besloten het weerstandvermogen te verhogen met 1,6 miljoen om de ratio 1 te herstellen. In de tussentijd is deze reserve positief beïnvloed door een incidenteel voordeel uit de

september circulaire 2020 en een incidentele afdracht uit het grondbedrijf in 2020. De weerstandsratio bedraagt op het moment van schrijven 1,15. Dat is ruim binnen de afgesproken bandbreedte van 0,8 - 1,2.

Conclusie Leusden was een gemeente met een heel sterke reservepositie. Er is de afgelopen 10 jaar sprake van een dalende trend die bij ongewijzigd lokaal- en Rijksbeleid nog verder zal doorzetten. De hoeveelheid incidentele middelen om onverwachte tussentijdse tekorten op te vangen voor 2021 en voor 2022 zijn nog haalbaar. Hierna zullen de tekorten binnen de bestaande middelen moeten worden opgevangen. Dit betekent dat er, bij ongewijzigde omstandigheden, nog enkele jaren zijn om verder te groeien naar een gezond financieel structureel evenwicht. De risicoreserves zijn momenteel voldoende op niveau. Deze kunnen in ongunstige omstandigheden ook worden aangesproken om een periode te overbruggen om tot structurele ombuigingen te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3310/documents/32676