Bijlage 2. Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2024.pdf
Tekst van het document
Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024
Mei 2024
Inhoudsopgave
1. Inleiding .........................................................................................................................................3 2. Kaders en verantwoordelijkheden...............................................................................................4 3. Risicomanagement .......................................................................................................................6 4. Weerstandsvermogen.................................................................................................................11 5. Kengetallen ..................................................................................................................................15
Bijlagen 1. Toelichting betekenis kengetallen
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 2
1. Inleiding Ambities formuleren, beleid maken en uitvoeren, het brengt altijd risico’s met zich mee, en ook niets doen kan leiden tot risico’s. De gemeente Leusden beschouwt risico’s daarom niet uitsluitend als iets negatiefs of iets dat zoveel mogelijk moeten worden vermeden. Risicomanagement gaat niet alleen om het wegnemen van gevaren, maar ook om het benutten van kansen. Als risico’s goed in kaart worden gebracht, beheersmaatregelen worden getroffen en bij de uitvoering daarvan goed de vinger aan de pols wordt gehouden, worden risico’s op een goede manier beheerst. Daarbij kan ook bewust gekozen worden om bepaalde risico’s te accepteren. De nota risicomanagement draagt bij aan de realisatie van de doelen van gemeente Leusden via beleidsregels voor de inventarisatie van risico's, het weerstandsvermogen en financiële kengetallen. Een risico-inventarisatie is nooit volledig. We kunnen immers nooit alle risico’s in kaart brengen die zich in een bepaalde periode zouden kunnen voordoen. Wel draagt het risicomanagement bij aan de bewustwording van het werken met risico’s en het maken van bewuste keuzes. Daarnaast wordt er in deze nota ook aandacht besteed aan de verplichte onderdelen van de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” die onderdeel is van de begroting en de jaarrekening.
Er worden de kaders opgesteld voor de inhoud van de paragraaf en gaan hierbij in op de presentatie van de risico’s, de berekeningen en normen voor het weerstandsvermogen en de kengetallen.
Uitgangspunten Bij de keuzen in deze nota zijn de volgende bestuurlijke overwegingen meegenomen: ▪ De nota moet borgen dat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol goed, maar ook efficiënt kan uitvoeren. ▪ Er moet evenwicht zijn tussen de informatieverplichting en de administratieve inspanning die hiervoor nodig is. Het creëren van een actief en doelmatig risicomanagement is het criterium, met een realistisch ambitieniveau. ▪ Er moet evenwicht zijn tussen risico denken en kans denken. Aandacht voor risico’s is goed, maar moet niet ten koste gaan van het denken in mogelijkheden en kansen. ▪ De gekozen methodieken moeten praktisch toepasbaar zijn en niet resulteren in ingewikkelde risicosimulatiemodellen waarvoor extra capaciteit of dure software nodig is.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 3
2. Kaders en verantwoordelijkheden Deze nota maakt deel uit van een groter geheel van kaders en wetgeving die tezamen zorgen voor een goede interne beheersing van de gemeentelijke organisatie, duidelijke afspraken tussen raad en college, en de afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden. 2.1 Relevante beleidskaders en wetgeving Besluit begroting en verantwoording In artikel 9 van het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV) is bepaald dat de begroting een paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” moet bevatten. In artikel 11 is over de inhoud van deze paragraaf het volgende opgenomen:
Artikel 11.1 Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a) de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. b) alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. * voor risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen hanteren we de term restrisico. Artikel 11.2 De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste: a) een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er beschikbaar?) b) een inventarisatie van de risico’s, de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen hebben we nodig?) c) het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s.
Aanvullend wordt vanuit het BBV een aantal kengetallen voorgeschreven waaronder de schuldquote en de solvabiliteit. Deze zijn sinds 2015 ook onderdeel geworden van de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. De kengetallen geven een beeld van de financiële positie van de gemeente en vergroten de vergelijkbaarheid tussen verschillende gemeenten.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 4
Artikel 11.2 d) een kengetal voor de: 1a. netto schuldquote 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. solvabiliteitsratio 3. grondexploitatie 4. structurele exploitatieruimte 5. belastingcapaciteit e) een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Financiële verordening gemeente Leusden In de financiële verordening van gemeente Leusden is bepaald dat er een nota risicomanagement en weerstandsvermogen moet worden vastgesteld door de raad met daarin de kaders voor risico’s en weerstandsvermogen.
2.2 Verantwoordelijkheden Voor een succesvolle uitvoering van risicomanagement is het van belang dat de verschillende verantwoordelijkheden duidelijk zijn onderkend en belegd.
Wie
Verantwoordelijk voor
Raad
Stelt de kaders vast en controleert de uitvoering.
College
Is verantwoordelijk voor en eigenaar van de inhoudelijke risico’s en de hierin te maken keuzes. Stuurt op de risico’s en rapporteert aan de raad.
Directie
Ziet toe en stuurt op de adequate werking van het beleid.
Management
Verantwoordelijk voor het toepassen van het beleid en de risicobeheersing voor de eigen beleidsinhoudelijke- en bedrijfsvoering risico’s.
Medewerker
Bewust zijn van de risico’s. Werken binnen de kaders.
Interne controle
Toetsen risico’s en beheersmaatregelen.
Concerncontrol
Eigenaar van de opgave risicomanagement. Geeft kaders en instructies voor operationalisering en creëert de randvoorwaarden.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 5
3. Risicomanagement 3.1. Risicomanagement Risicomanagement is een continu proces. Het nadenken over en beoordelen van mogelijke risico’s, en de implementatie en optimalisatie van beheersmaatregelen zijn onderdeel van de dagelijkse praktijk van de organisatie. Halfjaarlijks wordt een aantal stappen in dit proces geformaliseerd als onderdeel van de planning & control cyclus. Twee keer per jaar wordt het risicoprofiel geactualiseerd. Dit vindt zijn weerslag in de begroting en de jaarrekening, in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. Hiertoe worden de onderstaande stappen doorlopen.
1. Context
6. Evalueren
2. Identificeren
5. Beheersen
3. Kwantificeren
4. Afwegen
Het risicomanagementproces
In de zes stappen van het risicomanagementproces denkt de organisatie na over: 1. Context: waarover gaat het en wat willen we bereiken? 2. Identificeren: wat kan ons allemaal overkomen? 3. Kwantificeren: wat zijn onze grootste risico’s? 4. Afwegen: hoe kunnen we de grootste risico’s beheersen? 5. Beheersen: hoe nemen we de beheersing ter hand? 6. Evalueren: wat is er veranderd en wat hebben we geleerd? Hiermee omvat het risicomanagementproces alle onderdelen die nodig zijn om risico’s op een gedegen en gestructureerde wijze in kaart te brengen en te volgen.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 6
3.2.
Inventarisatie
Het inventariseren van risico`s is geen exacte wetenschap. Het is ook geen doel op zich om alle risico`s die er zijn te inventariseren. Het belangrijkste is om de grootste risico`s in beeld te hebben en deze te accepteren of te beheersen.
3.2.1 Definitie en soorten risico Wij definiëren een risico als een kans op het optreden van een gebeurtenis die een (nadelig) effect heeft op het behalen van de doelstelling. Voorbeelden van doelstellingen zijn: beleidsdoelstellingen in de domeinen van de begroting; binnen de afgesproken budgetten blijven; het realiseren van projecten; rechtmatig handelen bij de uitvoering van beleid; etc. Zonder een duidelijke doelstelling is het moeilijk om risico`s te bepalen. De meest voorkomende en herkenbare risico`s zijn de financiële risico`s. Daarnaast zijn er ook andere categorieën van risico`s te onderscheiden. Als volgt: A. politiek/bestuurlijk/imago B. financieel/economisch C. juridisch/wettelijk D. technisch E. organisatorisch F. geografisch/ruimtelijk G. maatschappelijk In deze nota worden met risico`s alle categorieën bedoeld, tenzij er expliciet wordt gesproken over financiële risico`s. Naast de verschillende risicocategorieën zijn de risico`s ook in te delen in drie soorten. Als volgt: Externe risico’s
Fouten in (geautomatiseerde) processen, ongeautoriseerde toegang tot systemen, onrechtmatig handelen en fraude.
Omvangrijke projecten zoals het zwembad, sporthal De Korf, de energietransitie en grondexploitaties.
Uitkering gemeentefonds, nieuwe wetgeving, economische en demografische ontwikkelingen, natuurrampen en epidemieën.
Dit zijn risico’s die betrekking hebben op de interne processen van de gemeente en die sterk te beïnvloeden zijn met maatregelen.
Dit zijn risico’s die afhankelijk zijn van de ambities c.q. gestelde doelen in de programmabegroting en bij projecten.
Dit zijn risico`s die van buiten de gemeente/organisatie komen en waar weinig grip op is vanuit de gemeente.
Deze risico’s moeten proactief gemanaged worden door (het regelmatig) checken van processen via interne controles en regels rondom gedrag en besluitvorming.
Bij deze risico’s dient de kans van optreden dan wel de mogelijke impact te worden verkleind. Bij deze risico’s dient een (terugkerende) dialoog te worden georganiseerd over de risicobereidheid en de gewenste maatregelen.
Monitoring van signalen, flexibiliteit van de organisatie vergroten, scenario analyses, voldoende reserve middelen.
Beheersing
Voorbeelden
Strategische risico’s
Kenmerken
Te voorkomen risico’s
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 7
3.2.2 Risicobewustzijn en risicobereidheid Bij het nastreven van de gewenste maatschappelijke effecten kunnen risico`s aanwezig zijn. Daarom wordt er nagedacht over welke risico’s er zijn en welke bereidheid er is om risico’s te lopen. Dit kan voor verschillende onderdelen, zoals per domein, doelstelling, project of proces worden bepaald. Het werkt kaderstellend om vooraf goed te weten welke bereidheid en mogelijkheden er zijn voor het nemen van risico`s bij de uitvoering van beleid.
De voordelen van het bewust vooraf bepalen van de risico’s en de risicobereidheid zijn: ▪ ▪
Er ontstaat een gemeenschappelijk beeld over de hoeveelheid risico die de gemeente bereid is te nemen (of kan nemen) in het behalen van haar doelstellingen. Het vormt een leidraad bij het nemen van beslissingen omtrent risico en de inzet van schaarse middelen.
Beleidsregel 1: Risicobewustzijn Bij doelstellingen in de begroting, beleidsnota`s, college- en raadsvoorstellen, waar risico`s aan vastzitten, worden de risico’s en de beheersmaatregelen beschreven.
Een risico wordt beschreven aan de hand van de oorzaak, de gebeurtenis/risico en het gevolg, zodat duidelijk is wat het risico inhoudt en wat er mee wordt bedoeld.
3.3 Beheersing Na de inventarisatie van de risico`s kan worden bepaald of en hoe het risico beheerst wordt en of het nodig is om beheersmaatregelen te treffen. Dit is een maatregel die de kans van het optreden of de gevolgen van het optreden van een risico verkleint. Hierbij is ook van belang dat de maatregelen proportioneel zijn. Dit houdt in dat de kosten van de maatregel in verhouding staan tot de vermindering van de kans of de gevolgen en dat er niet onnodig veel maatregelen voor één risico worden genomen. Er zijn vier mogelijkheden om te bepalen wat er met het risico moet gebeuren: Een risico kan acceptabel zijn zonder beheersmaatregelen. Hierbij kan het zijn dat de kans en/of impact van het risico wel groot is. De risico’s worden zoveel mogelijk beheerst met als doel het zoveel mogelijk verminderen van een risico.
1.
Accepteren
2.
Reduceren
3.
Verleggen
Men kan het risico verzekeren, uitbesteden of contracten sluiten.
4.
Vermijden
Dit kan door het stoppen van een activiteit of door de doelstelling te veranderen.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 8
Het kan voorkomen dat een risico niet op het gewenste niveau beheerst kan worden, omdat er onvoldoende maatregelen mogelijk zijn. De kosten van de maatregelen zijn bijvoorbeeld veel te hoog of de gemeente heeft te weinig invloed op de beheersing. In dat geval moet er worden aangegeven of het een optie is om te stoppen met de activiteit of dat er opnieuw gekeken wordt naar de oorspronkelijke doelstelling. Door deze aan te passen zijn de risico`s en/of de beheersmaatregelen mogelijk wel acceptabel. 3.4 Financieel kwantificeren van de risico’s Niet alle geïdentificeerde risico’s hebben dezelfde impact op de doelstellingen en dezelfde kans van optreden. Het is van belang onderscheid te maken tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is de inschatting van de omvang van het risico, waarin het effect van beheersmaatregelen niet wordt meegenomen. Door het nemen van beheersmaatregelen zal de omvang van het risico verminderen. Wat dan resteert, is het restrisico. Als we spreken over de financiële omvang van risico’s, dan spreken we over het restrisico. Hiervoor wordt de volgende methodiek gehanteerd: 1. De financiële omvang van het ‘inherente risico’ wordt bepaald, ofwel het risico zonder dat beheersmaatregelen zijn getroffen. 2. Het effect van de getroffen of te treffen beheersmaatregelen op het risico wordt bepaald. 3.
Het financiële gevolg van het risico wordt bepaald door het effect van de beheersmaatregelen in mindering te brengen op het inherente risico. Hierdoor resteert het restrisico. 4. De kans dat het risico zich voordoet binnen een bepaalde termijn wordt bepaald. 5. Door het restrisico te vermenigvuldigen met het kans percentage wordt het risicobedrag bepaald. Dit risicobedrag wordt afgedekt door de het weerstandsvermogen. Voor de kans dat het risico zich kan voordoen wordt de volgende schaalindeling als leidraad gehanteerd.
Kans klassen
Percentage
1. Zeer klein
10%
2. Klein
25%
3. Gemiddeld
50%
4. Groot
75%
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 9
3.5 Monitoring en rapportage Met de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” in de begroting en de jaarrekening worden de grootste financiële risico’s per domein periodiek in beeld gebracht. Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen. Achterliggend doel hiervan is dat we maatschappelijke effecten willen bereiken, hierbij een bepaalde risicobereidheid past en er financiële risico`s overblijven waarna we weten hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn. Het sturen op risico`s is een verantwoordelijkheid die bij het college ligt. Het gaat om het tijdig onderkennen van risico’s en vervolgens de onderkende risico’s te beheersen. Daarnaast wordt er in enkele andere paragrafen nog aanvullend expliciet aandacht besteed aan de specifieke risico’s (grondbeleid, verbonden partijen, bedrijfsvoering en financiering).
Beleidsregel 2: Rapportage 1. Tweemaal per jaar, in de begroting en de jaarrekening, wordt in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” per domein een actueel beeld gegeven van het totale restrisico en het risicobedrag. 2. De belangrijkste risico’s worden per domein toegelicht met de bijbehorende beheersmaatregelen en, indien van toepassing, een toelichting op de wijzigingen.
In tussentijdse rapportages en de kadernota wordt niet uitgebreid gerapporteerd over risico`s. Bij de kadernota is het wel van belang om ver vooruit te kunnen kijken en te weten welke externe ontwikkelingen zich mogelijk gaan voordoen en waar we rekening mee moeten gaan houden. Een voorbeeld hiervan is het veranderende klimaat, demografische ontwikkelingen, aankomende wetgeving en ontwikkelingen in de rijksuitkeringen.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 10
4. Weerstandsvermogen In het vorige hoofdstuk is beschreven hoe de risico’s binnen de organisatie in kaart worden gebracht, worden beheerst en hoe hierover wordt gerapporteerd. De focus ligt daarbij op het vergroten van het risicobewustzijn van de organisatie. In dit hoofdstuk wordt er verder ingegaan op de voorgeschreven onderdelen van de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”. Dit zijn met name wettelijk bepaalde onderdelen, maar ook enkele door de gemeente zelf vast te stellen normen en de berekeningswijze.
De paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” is een vast onderdeel bij de begroting en jaarrekening. In de paragraaf is het verplicht (BBV art.11 lid 2) om een beeld te geven van de beschikbare weerstandscapaciteit, de gekwantificeerde financiële risico`s (benodigde weerstandscapaciteit) en het beleid. Het beleid richt zich met name op de wijze van berekening en beoordeling van beide onderdelen en de beoordeling van de verhouding. Deze verhouding wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Daarnaast is het voorgeschreven om financiële kengetallen op te nemen en hier een beoordeling over te geven.
Minimaal twee keer per jaar, bij de begrotingsbehandeling en bij de vaststelling van de jaarrekening, heeft de raad vanuit zijn controlerende taak, aandacht voor de (ontwikkeling) van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is te beoordelen op basis van een aantal indicatoren. De belangrijkste zijn het meerjarig overzicht van baten en lasten en de balans, waarbij het realiseren van structureel en reëel evenwicht het primaire doel is (sluitende begroting). Daarnaast zijn ook de kengetallen en het weerstandsvermogen in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” belangrijke graadmeters voor de beoordeling van de financiële positie.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 11
4.1. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente Leusden in staat is negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen. Achterliggend doel hiervan is dat er gestuurd wordt op een weerstandsvermogen dat voldoende dekking geeft voor de risico’s. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen (BBV art. 11 lid 1): a. b.
de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Deze relatie komt tot uitdrukking in een ratio die wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (de financiële risico`s). Wanneer de ratio minder is dan 1, dan zijn er theoretisch niet genoeg middelen beschikbaar om de risico`s af te dekken. Daarom wordt minimaal gestreefd naar een ratio van 1. Beleidsregel 3: Ratio weerstandvermogen ▪ ▪
Voor de ratio weerstandsvermogen streeft de gemeente Leusden een ratio van minimaal 1,0 na; Indien de ratio lager uitvalt dan 0,8 wordt er uiterlijk binnen één jaar een voorstel aan de raad voorgelegd om de beschikbare weerstandscapaciteit te vergroten en/of de benodigde weerstandscapaciteit te verlagen.
4.2 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-voorziene financiële tegenvallers te bekostigen. Het gaat om buffers in het eigen vermogen respectievelijk in de exploitatie, die kunnen worden vrijgemaakt om niet-begrote kosten van optredende risico’s die onverwachts en substantieel zijn te dekken, zonder dat dit gevolgen heeft voor het beleid en de uitvoering van taken. De weerstandscapaciteit en de daarmee samenhangende risico’s worden uitgedrukt in geld.
4.2.1. Incidentele en structurele weerstandscapaciteit Er is onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Dit moet leiden tot inzicht in de duurzaamheid waarmee incidentele en structurele tegenvallers kunnen worden opgevangen binnen de begroting. Er bestaat geen eensluidende definitie wat tot ‘weerstandscapaciteit’ gerekend moet worden. In algemene zin zijn de middelen die binnen de begroting beschikbaar zijn, of op korte termijn beschikbaar gemaakt kunnen worden, aan te merken als weerstandscapaciteit.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 12
Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten eenmalig op te vangen. Het zijn de direct aan te wenden middelen voor tegenvallers. De volgende reserves kunnen worden gerekend tot de incidentele weerstandscapaciteit: 1. 2. 3. 4. 5.
Algemene reserve Algemene reserve grondbedrijf Bestemmingsreserves zonder concreet bestemmingsplan Stille reserves Post onvoorzien
Met name de algemene reserve en de algemene reserve grondbedrijf bepalen de weerstandspositie van de gemeente Leusden. Algemene reserve De algemene reserve is onderdeel van het eigen vermogen. Deze reserve is gevormd uit overschotten uit de exploitatie en is in principe vrij aanwendbaar voor dat deel waar geen toekomstige claims op liggen. Algemene reserve grondbedrijf De algemene reserve grondbedrijf is onderdeel van het eigen vermogen. Deze reserve is gevormd uit overschotten uit grondexploitaties en is in principe vrij aanwendbaar voor dat deel waar geen toekomstige claims op liggen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden in beginsel niet gerekend tot de weerstandscapaciteit. Het is echter wel mogelijk om de bestemmingsreserves zonder een concreet bestedingsplan alsnog in te zetten voor het opvangen van eventuele risico’s. Dit vergt een apart raadsbesluit. Stille reserves Stille reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen, welke niet in de balans tot uitdrukking komen. Het gaat hierbij om bezittingen die geen boekwaarde hebben maar wel een marktwaarde, of waarvan de boekwaarde lager is dan de marktwaarde (gebouwen, gronden enz.). Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de huidige stille reserves niet op korte termijn materieel te maken zijn (opbrengsten uit verkoop). Daarnaast geldt dat de opbrengsten van de verkoop in de algemene reserve worden gestort.
De stille reserves worden daarom ook niet als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit beschouwd. De post onvoorzien De post onvoorzien is een jaarlijks terugkerende post in de meerjarenbegroting. De post onvoorzien dient ter dekking van onvoorziene uitgaven (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar). Formeel kan deze post gerekend worden tot de structurele weerstandscapaciteit, aangezien deze post structureel in de exploitatiebegroting is opgenomen. Wij scharen deze post echter onder de incidentele weerstandscapaciteit, omdat deze elk jaar opnieuw beschikbaar moet zijn. Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 13
Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: 1. De structurele exploitatieruimte 2. De beïnvloedbare ruimte binnen de begroting 3. De resterende (onbenutte) belastingcapaciteit
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie, ofwel de begroting, aanwezig is. Beinvloedbare ruimte in de begroting De beïnvloedbare ruimte kan alleen worden ingezet als de bestaande kaders, beleid, ambities en activiteiten worden aangepast. Onbenutte belastingcapaciteit Voor het berekenen van de onbenutte belastingcapaciteit kan worden gekeken naar de drie belangrijkste heffingen van de gemeente te weten: OZB, afvalstoffenheffing en rioolrechten. Omdat de afvalstoffenheffing en rioolheffing meestal maximaal kostendekkend zijn, wordt bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit alleen naar de OZB gekeken.
Beleidsregel 4: Weerstandscapaciteit ▪ ▪
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de algemene reserve grondbedrijf en de post onvoorzien. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de structurele exploitatieruimte, de beïnvloedbare ruimte in de begroting en de (onbenutte) belastingcapaciteit.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 14
5. Kengetallen In dit hoofdstuk wordt toegelicht welke methode we hanteren voor het beoordelen van de wettelijk verplichte kengetallen en de samenhang van de kengetallen. De beoordeling van de vijf individuele kengetallen en hun samenhang moet worden beschreven in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” in de begroting en jaarrekening (BBV art. 11 lid 2e).
5.1
Sturen met financiële kengetallen
Kengetallen, Bron: Commissie BBV Notitie meerjarig financieel inzicht BBV september 2020
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 15
De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren. Zoals in het overzicht hierboven weergegeven zijn er vijf wettelijk verplichte kengetallen, te weten de netto schuldquote, solvabiteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. Het kader voor de beoordeling van de kengetallen wordt vormgegeven door het vaststellen van een rekenmethode voor een totaalcijfer voor de kengetallen tezamen en streefwaarden voor het totaalcijfer en per kengetal. Door dit kader kan de financiële positie gemakkelijker beoordeeld en vergeleken worden met andere gemeenten. De betekenis van de kengetallen wordt in bijlage 1 nader toegelicht.
5.2 Methode beoordeling kengetallen De berekening van de kengetallen zelf is wettelijk vastgelegd. Bij de invoering van de kengetallen is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Het is aan gemeenten zelf om ervoor te kiezen de kengetallen te normeren. Door onze toezichthouder, de provincie, worden de kengetallen beoordeeld op basis van 3 (risico) categorieën: Minst risicovol, Neutraal of Meest risicovol (Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK 2020)). BDO Benchmark Nederlandse gemeenten Om een gefundeerd oordeel te vormen over de samenhang van alle kengetallen heeft accountantskantoor BDO in 2018 een methodiek gepresenteerd. Zij borduren voort op de (risico)categorieën die de provincies hanteren. In onderstaande tabel wordt de methode weergegeven. Door de punten per kengetal uit de bijbehorende categorie bij elkaar op te tellen ontstaat een totaalcijfer. Een gemeente behaalt 10 punten indien alle kengetallen van deze gemeente vallen binnen de categorie ‘Minst risicovol’. Gemeenten die alle kengetallen scoren in de categorie ‘Meest risicovol’ krijgen de laagst mogelijke score van een 3,2. Kengetal
Minst risicovol (A)
Neutraal (B)
Meest risicovol (C)
%
Punten
%
Punten
%
Punten
Netto (gecorrigeerde) schuldquote
< 90
3,0
90-130
2,0
>130
1,0
Solvabiliteitsratio
> 50
4,0
20-50
2,7
< 20
1,3
Grondexploitatie
< 20
1,5
20-35
1,0
> 35
0,5
Structurele exploitatieruimte
> 0
1,0
0
0,6
< 0
0,3
Belastingcapaciteit
< 95
0,5
95-105
0,3
>105
0,1
Totaal
10
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
6,6
3,2
Pagina 16
Afhankelijk van de categorie en het kengetal worden er punten toegekend om een totaalcijfer te berekenen. Het voordeel hiervan is dat: ▪ Er een totaal oordeel wordt gegeven over de financiële positie van de gemeente in vergelijking met voorgaande en komende jaren; ▪ De financiële positie van de gemeente Leusden kan worden vergeleken met alle andere gemeenten. Beleidsregel 5: Beoordeling kengetallen Er wordt één totaalcijfer berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang.
Streefwaarde beoordeling kengetallen Er wordt voorgesteld om voor de kengetallen niet een exacte waarde te laten gelden als norm, maar een categorie als streefwaarde. De categorieën zijn gebaseerd op de indeling die de provincie hanteert bij het toezicht en daarmee ook aansluit op de methodiek van BDO (Minst risicovol (A), Neutraal (B) of Meest risicovol (C)). Voor het totaalcijfer wordt als streefwaarde minimaal een 7 gehanteerd. Als het cijfer in enig jaar daaronder uitkomt, dan wordt in de P&Ccyclus toegelicht hoe en wanneer weer uit te komen op minimaal een 7.
Beleidsregel 6: Streefwaarde beoordeling kengetallen ▪ ▪
Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als minimale streefwaarde. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde minimaal een 7.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 17
Bijlage 1. Toelichting betekenis kengetallen Netto (gecorrigeerde) schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Er wordt nog onderscheid gemaakt in de netto schuldquote en de netto gecorrigeerde schuldquote. In het tweede geval wordt er gecorrigeerd voor leningen die wij doorlenen. In deze nota wordt er verder voor de streefwaarden geen onderscheid gemaakt in de twee soorten. Mede omdat er in de uitkomsten van de berekeningen weinig verschil zit. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Om te kunnen bepalen of de gemeente nog ruimte heeft om de belastingen te verhogen is het nodig om na te gaan in hoeverre de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn en hoe het OZB-tarief van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 18
Nota risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024 (158337)
Pagina 19